banner archeonet
NAAR EEN AGGIORNAMENTO VAN ONS VLAAMSE ERFGOED

(De Tijd - 3 november 2005)

"De schande van Hoogstade", werd het in de Alveringemse volksmond genoemd. De historische herberg, sinds de jaren tachtig geboekstaafd als beschermd monument, stond al jaren te verkrotten. De plannen tot restauratie werden recent omgebogen in een procedure tot deklasseren, en het ooit fraaie gebouw wordt momenteel stukje bij stukje ontmanteld. Historisch erfgoed gepercipieerd als schandvlek. Beschermd en beschimpt, de schizofrenie van ons Vlaamse erfgoed?

Een alleenstaand geval is dit voorbeeld zeker niet; evenmin mogen we het extrapoleren. Uit de eerste resultaten van het onderzoek 'Cultuurparticipatie in breedbeeld' blijkt dat het zeker niet slecht gesteld is met de belangstelling voor erfgoed in Vlaanderen. De studie leert ons echter ook dat de interesse voor erfgoed zich slechts met mondjesmaat in participatie vertaalt. Over het algemeen blijken erfgoedparticipanten passief bezoek te verkiezen boven actief engagement. Velen zullen dit wellicht als een negatieve trend beschouwen, maar is dat wel zo?

Er wordt de laatste jaren veel gepraat over erfgoedcommunicatie, publiekswerking en 'ontsluiting' van monumenten en sites. Alle zichzelf respecterende steden en regio’s hebben intussen een eigen erfgoedcommunicator. Op welke manier we best communiceren over ons erfgoed zal uiteraard steeds een punt van discussie blijven. Eén ding is echter zeker: we mogen niet verwachten dat we het grote publiek op dezelfde manier als vroeger kunnen blijven enthousiasmeren voor ons erfgoed.

Een beleid, dat niet louter de passieve bewaring van het erfgoed nastreeft maar ook op zoek gaat naar een maatschappelijke dynamiek waarin het erfgoed volledig tot zijn recht komt, is verplicht in te spelen op de nieuwe behoeften en verwachtingen van de moderne samenleving. Ontsluiting van erfgoed in de eenentwintigste eeuw mag zich niet meer beperken tot louter het opknappen en restaureren van een klooster, om daarna elke zondagnamiddag een nonnetje aan de deur te zetten dat tickets verkoopt en koffie en taart aanbiedt.

Terwijl de 'erfgoedomnivoor' van professor Laermans op zondagnamiddag wellicht een uitstapje maakt naar het mooie klooster in de verre provincie, zouden we ervoor moeten zorgen dat ook de iets minder gemotiveerde ‘passieve erfgoedconsument’ aan zijn trekken komt. Men zou hem/haar bijvoorbeeld de kans kunnen geven hetzelfde klooster op een virtuele manier te verkennen.

Er zijn enorme mogelijkheden tot een virtuele cultuurbeleving. Materieel erfgoed heeft natuurlijk het nadeel dat het niet zo gemakkelijk in een digitale vorm gegoten kan worden als bijvoorbeeld film en muziek. Een virtuele wandeling door de loopgraven in Diksmuide zal wellicht nooit de ervaring van een echt bezoek aan de Dodengang kunnen evenaren. Dit mag echter geen excuus zijn om de vele mogelijkheden van de nieuwe media niet ten volle te exploreren. Erfgoed zal hip zijn of zal niet zijn, zo niet dreigen bepaalde doelgroepen volledig af te haken. De leefwereld van de jeugd bijvoorbeeld, een moeilijk te bereiken groep voor de erfgoedsector, wordt grotendeels bepaald door digitale technologieën.

De Vlaamse erfgoedconsument gebruikt anno 2005, net als iedereen, zoekmachines om informatie te vinden en activiteiten te plannen. Iets wat Google niet vindt, bestaat niet. Helaas is de ‘web presence’ van onze Vlaamse monumenten nog altijd sub-optimaal. Het is jammer dat potentiële erfgoedconsumenten de weg niet vinden naar het bestaande aanbod, doordat de informatie überhaupt niet beschikbaar is.

Men kan echter niet verwachten dat het nonnetje dat op zondagnamiddag de koffie zet, ook nog eens een flashy website over haar klooster ineenknutselt. Daarvoor is een structurele ondersteuning nodig, die momenteel nog te weinig of te fragmentair aanwezig is. Wat baten immers enkele honderden euro subsidie om informatiepanelen in een kerk op te stellen, als de bezoekers de weg niet vinden naar de kerk?

In deze context is het overigens onbegrijpelijk dat een initiatief als de Centrale Archeologische Inventaris (CAI) niet verder kan/mag uitgebouwd worden. De CAI had het potentieel om een groot stuk van ons archeologisch erfgoed op een laagdrempelige manier te ontsluiten voor een groot publiek, maar blijkbaar zijn dergelijke initiatieven geen prioriteit in het beleid.

We mogen echter ook niet alle heil verwachten van nieuwe technologieën. Zo is televisie wellicht nog steeds het medium bij uitstek om grote groepen te bereiken, inclusief de lagere sociale klassen, die minder blijken te participeren aan het erfgoedgebeuren. Daarom is het jammer dat er in het vernieuwde cultuurbeleid van de VRT (voorlopig?) geen plaats is voor een programma rond erfgoed. Zo blijft de erfgoedcommunicatie in de massamedia nog al te vaak beperkt tot de regionale krantenbijlages.

Half september pleitte minister Dirk Van Mechelen, bevoegd voor onroerend erfgoed, in deze krant nog voor een moderner erfgoedbeleid. Een modern erfgoedbeleid mag echter niet alleen gebaseerd zijn op de integratie van beleidsvelden en de herziening van beschermingsprocedures. Te midden van de 'erfgoed-bureaucratie' moeten de bevoegde ministers ook voldoende ruimte creëren voor initiatieven die een optimale beleving van het erfgoed stimuleren. Moderne middelen kunnen hiertoe zeker bijdragen, en de toepassing ervan dient dan ook adequaat ondersteund te worden.

Net zoals de katholieke geloofswaarheden, kan er aan het bestaande erfgoed in Vlaanderen niet getornd worden. Piramides zullen in Vlaanderen nooit ontdekt worden. Daarom is het in de eerste plaats nodig ons erfgoed zo voor te stellen, dat het ook in de huidige tijd kan begrepen en beleefd worden. Alleen zo kan bij het brede publiek een echt bewustzijn voor het belang van ons erfgoed ontstaan. En zo kunnen we in de toekomst misschien ook vermijden dat historisch erfgoed gepercipieerd wordt als een schandvlek op de samenleving. Preservationist Freeman Tilden wist het al in de jaren vijftig: "Through understanding, appreciation. Through appreciation, protection."

Tijl Vereenooghe

De auteur is doctoraatsstudent aan de Afdeling Archeologie van de K.U.Leuven, en coördinator van ArcheoNet Vlaanderen. Contact: tijl@archeonet.be.