banner archeonet

De vele gezichten van een bos


Sara Adriaenssens onderzocht Meerdaalwoud-Heverleebos

Bosarcheologie is nog relatief onbekend terrein binnen de Vlaamse archeologie. Sara Adriaenssens studeerde in 2006 af aan de Vrije Universiteit Brussel met als thesisonderwerp de archeologische prospectie van het Meerdaalwoud-Heverleebos. Dit leidde tot de samenwerking met Hans Baeté van het Instituut voor Natuur-en Bosonderzoek (INBO). De archeologie levert zo een niet onbelangrijke bijdrage aan de multidisciplinaire werkgroep voor bosgeschiedenis.

Op 6 december 2005 vond de eerste bijeenkomst van de werkgroep bosgeschiedenis plaats. De initiatiefnemer was Hans Baeté van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO). Op het INBO werkt Hans mee aan een project rond bosreservaten. Er wordt onderzocht hoe onbeheerde bossen zich ontwikkelen en bijvoorbeeld welke bomen succesvol zijn. Hans Baete: "Om dergelijke spontane ontwikkelingen beter te kunnen begrijpen, proberen we te achterhalen wat vooraf ging. Eigenlijk gaat het om een soort detectivewerk met een scala van bewijsstukken en getuigen. Zowel planten, dieren, pollen, keverschildjes, grafheuvels, wallen, bodemprofielen, verslagen, rekeningen, oude kaarten, verhalen en schilderijen kunnen ons inlichten over wat ooit was. Zolang we verstoken blijven van echte homines universalis, noopt deze benadering ons tot vakoverschrijdende kennismaking en samenwerking. In de werkgroep komen we van elkaar te weten waar de anderen mee bezig zijn en op die manier vermijden we dubbel werk. We krijgen zicht op kennisleemten en mogelijkheden om te achterhalen wat bossen hebben betekend en betekenen."

Verschillende disciplines leverden reeds belangrijke bijdragen aan de bosgeschiedenis. Hans Baeté: "Tijdens elke bijeenkomst van de werkgroep is er een presentatie en een gesprek over een bepaald onderwerp. Met bioloog Konjev Desender hebben we gepraat over loopkevers als subtiele indicatoren voor de bosgeschiedenis. De relatie tussen bos, bosbouw, bodems en archeologie werd gepresenteerd door een bodemkundige: Roger Langohr. Geograaf Koen Deforce belichtte het belang van houtskoolresten voor de vegetatiesamenstelling en het houtgebruik in het verleden. Erfgoedonderzoeker Geert Van der Linden informeerde ons over de indeling en erfgoedwaarde van bomen en struiken in het landschap. Momenteel werken bodemkundigen, geomorfologen, bosbouwingenieurs, biologen, een fotograaf, een tekenaar en archeologen - waaronder Marc De Bie en Sara Adriaenssens - samen aan een boek over een bos met vele gezichten: het Meerdaalwoud en Heverleebos." (foto links)

Tot dit soort interdisciplinaire samenwerking kan dus ook archeologie een bijdrage leveren. Sara Adriaenssens ontfermde zich in 2006 over een archeologische verkenning van het Meerdaalwoud en het Heverleebos. Door professor Marc De Bie van de Vrije Universiteit Brussel werd haar dit onderwerp aangereikt en is zij de bosarcheologie ingerold. Sara Adriaenssens: "Al snel werd me duidelijk dat het een veelzijdig soort van onderzoek betreft, hetwelk me om verschillende redenen ten zeerste aanspreekt. Het bos geeft zijn geheimen niet zomaar prijs en elk discipline heeft hierdoor zijn beperkingen, zodat interdisciplinaire samenwerking wenselijk is. Dit is ook het geval voor de bosarcheologie. Meer nog, voor het bestuderen van relicten onder bos is een interdisciplinaire samenwerking zelfs noodzakelijk."

Als onderdeel van de landschapsarcheologie is de bosarcheologie (Forest/Woodland Archaeology) een vorm van toegepaste archeologie met een eigenheid op het vlak van methodiek en beheer. Sara Adriaenssens: "In verschillende buitenlandse 'Forest Services' zijn archeologen werkzaam die de bescherming van archeologische relicten in het bosbeheer trachten in te passen en ze bovendien naar publiek toe trachten te ontsluiten. Omdat relicten onder bos vaak goed bewaard zijn door oa. het achterwege blijven van sterke erosie, kan men de archeologische waarde van bossen niet ontkennen. De zichtbaarheid onder bos is echter miniem, zodat het een ware uitdaging is om via 'creatieve methoden' relicten op te sporen. Persoonlijk heb ik me hierbij deels laten inspireren door Amerikaans onderzoek in tropisch regenwoud. Daar betreft het een extreem dichtbegroeide context, weliswaar qua bodem en vegetatie zeer verschillend van onze contreien, maar waarin men tevens op creatieve wijze resten tracht terug te vinden binnen de beschikbare onderzoeksperiode."

Deze methodologie, eigen aan het bosarcheologisch onderzoek, werd door Sara toegepast op de eigen contreien, meer bepaalde in de bossen rond het Leuvense. In haar eindverhandeling werd vooral het gebruik van het Digitaal Hoogtemodel uitgetest, ook enkele bijzonderheden kwamen aan het licht. Sara Adriaenssens: "Het Digitaal hoogtemodel liet ons toe grafheuvels en restanten van oude wegen precies te localiseren. Op het terrein zelf werd deze ligging vaak anders gezien door het gezichtsbedrog van aanwezige vegetatie. Ook niet gekende structuren kunnen ermee worden opgespoord. Opmerkelijk aan het Meerdaalwoud en het Heverleebos is dat de kern ervan sinds de vroege middeleeuwen grotendeels onafgebroken bos is geweest (=oud bos), terwijl we er eveneens duidelijke sporen van Gallo-Romeinse en prehistorische activiteit aantreffen. Ook andere Vlaamse (oude) bossen bieden perspectieven voor ondergronds onderzoek, maar werden tot dusver nauwelijks door archeologen onderzocht. Een terreinverkenning van Bos Ter Rijst in Heikruis/Pepingen bijvoorbeeld leert dat daar heel wat gebeurd moet zijn. De nabijheid van een verdwenen middeleeuws kasteel en een belangrijke Romeinse weg ondersteunen alvast de hypothese van een ingrijpende menselijke invloed. Op meerdere plekken in het Wijnendalebos (Torhout/Ichtegem) zijn door grachten omringde heuveltjes te zien. (foto rechts) Ze staan bekend als 'motten' maar in feite weten we nog niet goed wat ze betekenden."

De vele gezichten van bossen blijven ons dus verwonderen en ook hier heeft de archeologie nog een belangrijk te verwezenlijken aandeel in.

Wie meer wil weten over de werkgroep bosgeschiedenis kan contact op nemen met Hans Baeté (INBO) - 0478/88.07.95. Meer informatie over bosarcheologie en specifiek over het Meerdaalwoud-Heverleebos is te vinden bij Sara Adriaenssens.