Archeologen Zonder Grenzen (2): Pieterjan Deckers
Kustbewoners in de Middeleeuwen
Voor de Normandische invasie waren centrale nederzettingen vooral gesitueerd op enige afstand van (maar met toegang tot) de kust. Vanaf de late 11e eeuw verschijnen ‘plots’ steden op de kust, zoals Scarborough (zie afbeelding onder). In mijn thesis tracht ik die belangrijke verandering te modelleren en te verklaren.

Daarnaast heb ik ook de kans gekregen om een trimester lang een seminarie te leiden voor bachelorstudenten, te helpen bij de organisatie van een internationaal congres, en aan vondstverwerking te doen. En dat alles in de inspirerende omgeving van King’s Manor (zie afbeelding linksonder), het 15e-eeuwse gebouwencomplex waarin het archeologiedepartement gevestigd is. Ook in het historische centrum van York zijn de Romeinse en middeleeuwse geschiedenis voelbaar aanwezig. Zowel op persoonlijk als op academisch vlak is het dus een hele ervaring geweest, en een aantal zaken die mij opgevallen zijn, wil ik gerust met jullie delen.
Een van de grote verschillen tussen Vlaamse en Britse universiteiten zijn de mogelijkheden voor postgraduaat-opleidingen. Waar in Vlaanderen het aantal (master-na-)masteropleidingen voor archeologie en aanverwante disciplines op één hand te tellen is, biedt elke universiteit hier een uitgebreide keuze aan. Ook doctoreren is hier big business, met als resultaat dat er een grote en actieve groep postgrads is die eigen discussiegroepen en lezingen organiseren en regelmatig hun onderzoek aan elkaars kritiek onderwerpen.
Hoe motiverend dit ook is, toch kan ik me niet van de indruk ontdoen dat veel van de studenten een vrij beperkte kijk hebben op archeologie. Voor een deel is dat te wijten aan de bachelor-opleiding, die vrijwel uitsluitend gericht is op Britse archeologie en weinig aandacht heeft voor wat er op the Continent, laat staan in de rest van de wereld, gebeurt. In zekere zin is deze eilandmentaliteit natuurlijk typisch Brits. Toch is het moeilijk te verklaren, want de University of York heeft een aantal specialisten in huis (bijvoorbeeld op vlak van paleoecologie, archeozoölogie en de toepassingen van IT in de archeologie) die een internationale reputatie hebben opgebouwd en overal ter wereld onderzoek doen. Waarom wordt dit bredere perspectief dan niet doorgegeven aan de studenten?
Een ander punt waar ik even wil bij stilstaan heeft ook een zeker relevantie voor de archeologie in Vlaanderen. Tijdens mijn onderzoek ben ik meermaals in aanraking gekomen met het probleem van de zogenaamde grey literature. Dit zijn de verslagen van archeologisch onderzoek uitgevoerd door commerciële instanties. Omdat de publicatie hiervan volledig afhangt van de goodwill van de opgraver (en het budget van zijn werkgever), wordt het merendeel van de opgravingsresultaten nooit openbaar gemaakt. Slechts een klein gedeelte van de projecten wordt gemeld aan de archeologische gemeenschap, meestal in de vorm van een zeer korte beschrijving in tijdschriften als Medieval Archaeology. Een anekdote om de omvang van het probleem te schetsen: toen een vooraanstaand archeoloog onlangs besloot om een nieuwe synthese over de Britse prehistorie samen te stellen, begon hij zijn research naar de laatste ontwikkelingen niet in de bibliotheek, maar door overal in het land veldarcheologen persoonlijk te bezoeken!
Gelukkig zijn er initiatieven om zowel de ruwe data als de verslagen van archeologische projecten bereikbaar te maken voor het wijdere publiek. De belangrijkste is de website van de Archaeology Data Service , die een groot aantal gepubliceerde en ongepubliceerde verslagen toegankelijk maakt. Niettemin is ook dit slechts de top van de ijsberg, en al te veel rapporten (bijna 95%, vertrouwde een archeoloog van de Humberside Sites and Monuments Record me toe) blijven in moeilijk te raadplegen archieven verdwijnen.
Wie weet, gezien de toenemende commercialisering van de Vlaamse archeologie, is hier wel een rol weggelegd voor ArcheoNet Vlaanderen?
Meer info: Pieterjan DeckersAfbeeldingen: Shorewatch, Flickr (Yorkie) en Pieterjan Deckers
