Archeologen Zonder Grenzen (5): Jeroen Vermeersch
Duiken naar een Romeins wrak in Turkije
Het Institute of Nautical Archaeology, verbonden aan de Texas A&M University, graaft al sinds 2005 naar de overblijfselen van een zeldzaam type vrachtschip uit de eerste eeuw voor Christus. De site is gelegen te Kizilburun (Crimson Cape) voor de Egeïsche kust van Turkije, op twee uur afstand van Izmir. Sinds 2005 werkt Jeroen Vermeersch gedurende de zomer mee aan dit project. Ook Johan Opdebeeck en Frederik Roelens namen tijdens deze jongste campagne deel aan het onderzoek van dit wrak, gelegen op 45 m diepte.
De reden om gedurende 3 maanden op een desolate plaats onderzoek te doen is de vondst van een schip dat alle elementen van een monumentale zuil transporteerde, bestaande uit acht zuilentrommels elk met een gewicht van 6,5 tot 7,5 ton en een dorisch kapiteel ontgonnen uit de marmergroeven van Marmaris/ Proconessos (foto). Samen met verschillende amforen, marmerblokken en andere objecten voer het schip met een totale vracht van om en bij de 70 ton zuidwaarts langs de kust van Klein Azië, met een, voor ons nog, onbekende bestemming. Of het hier gaat om een zgn. navis lapidaria, een speciaal voor dergelijke vracht ontworpen schip, zoals vermeld door Petronius, is alsnog onduidelijk.
In de maand juni werd er een kamp geconstrueerd op de rots waar een team van ongeveer 20 man werken (foto). Naast locaties om te slapen zijn er een ruim uitgeruste keuken met vaatwasmachine, oven, frigo's en microgolfoven, een douche met gefilterd zeewater, échte toiletten en een conservatielab waar de artefacten geregistreerd, gefotografeerd en gecatalogeerd worden. Verder is er een steiger waar het onderzoeksschip Virazon en de catamaran Millawanda kunnen aanleggen. Plaats dit alles in een kader met helderblauw verfrissend water, 's nachts een perfect zichtbare sterrenhemel en overdag 40 graden met uitzicht op het Griekse eiland Samos aan de horizont en zelfs dolfijnen die er voorbij zwemmen en je hebt een ideaal kader om de zomermaanden door te brengen.
Tijdens de werkdagen (zaterdag tot en met donderdag) wordt er om 7u30 ontbeten, waarna om 8u door directrice Dr. Deborah Carlson een briefing van de dag wordt gehouden. Tijdens dit korte overleg krijgen de duikers te horen wat er precies van hen verwacht wordt tijdens de duik als tijdens de uren op kamp. Elke duiker heeft een zone waar hij/zij op werkt met een airlift en het wrak verder opgraaft (foto). Daarnaast worden de zuilentrommels naast het site geplaatst met behulp van luchtballonnen, gefotografeerd, en opgemeten. Er is erg veel werk dat vanwege het werken op die diepte traag verloopt en veiligheidshalve max 20 minuten mag duren. Daarna moeten de duikers opnieuw naar de oppervlakte stijgen wat, met een decompressiestop op 6 meter, nog eens zo lang duurt.
Gedurende de opeenvolgende duiken, in groepen van twee tot vijf, vanaf de catamaran helpt iedereen mee met het vullen van flessen, het bijhouden van de duiktijden of maakt men verdere notities van de voorbije duik. Terug in kamp is er lunch en wordt er sterk aangeraden om een rustpauze te nemen om zo het opgestapelde stikstof uit je lichaam te slapen. Dan worden er, naargelang je taken in het kamp, vondsten geregistreerd, gecatalogeerd of gefotografeerd. In de late namiddag gaat de tweede sessie duiken door die tot 19u kunnen duren. 's Avonds geniet men van het avondmaal van de kok, dient men de dive journals in te vullen en geniet men van een lekker pintje of spoelt men de hitte van de dag weg met een raki.
Aan het einde van dit derde seizoen hebben we alle zuilentrommels en het kapiteel van het wrak kunnen verplaatsen. Verder werd er met de hulp van airlifts voorzichtig gegraven naar de houten resten van de scheepsromp die nieuw licht moeten schijnen op de constructiewijze van dit schip (foto). Alle andere artefacten werden onder water genummerd, gefotografeerd om die vervolgens in kamp op kaart te zetten en na verwerking in ons lab klaar gemaakt voor de eigenlijke conservatie in het conservatielab in het museum voor onderwaterarcheologie in Bodrum, waarna ze binnen een paar jaar tentoongesteld zullen worden in het museum van Cesme.
De volgende en laatste campagne zal opnieuw doorgaan van juni tot en met augustus 2008. Daarbij hopen we dat we de volledige romp van het schip in goede conditie te kunnen aantreffen zodat die een nieuw licht kan schijnen op de constructiewijze van het schip én op het maritiem vrachtverkeer in de Oudheid.
Wie meer wil weten kan terecht bij Jeroen Vermeersch of op de website van het project.
Afbeeldingen: © Institute of Nautical Archaeology
Het onderzoek wordt gesteund door: Institute of Nautical Archaeology, Texas A&M University, National Geographic Society, Spiegel-TV, en de Samuel H. Kress Foundation.
