Archeologisch onderzoek op het HSL-traject
Joke Bungeneers tevreden over vijf jaar opgravingen
Van 1999 tot 2004 onderzochten archeologen verschillende sites op het traject van de hogesnelheidslijn (HSL) in de provincie Antwerpen. De opgravingen bevestigden de hoge verwachtingen die op basis van het vooronderzoek waren gesteld. Op een totale oppervlakte van ruim 300 hectare werden zeven vindplaatsen integraal onderzocht. De opgravingen waren een project van de provincie Antwerpen, met ruime financiële steun van de NMBS.
Joke Bungeneers, die het project coördineerde, is erg gelukkig met de resultaten van projectarcheologen Stephan Delaruelle en Cyriel Verbeek: "Deze opgravingen hebben een grote leemte opgevuld in het archeologisch onderzoek van de Antwerpse Kempen. De vondsten leverden een grote hoeveelheid nieuwe informatie op. Zo kwamen verschillende 'nieuwe' gebouwtypes aan het licht. Het onderzoek werd uitgevoerd in één regio en daardoor bood het ook een goede basis voor onderlinge vergelijking."
Maar liefst vier vindplaatsen lagen op het grondgebied van de gemeente Brecht: aan het Moordenaarsven en de Melkweg werden resten uit de Steentijd onderzocht en de grootschalige opgravingen aan de Zoegweg en het Hanenpad leverden bewoningssporen uit de IJzertijd, de Romeinse tijd en de Middeleeuwen op. In Ekeren-Het Laar werd een uitgestrekte nederzetting uit de late IJzertijd onderzocht, die bewoond bleef tot in de Romeinse tijd en waar later, in de volle Middeleeuwen, opnieuw enkele boerderijen verschenen. Op de Tommelberg in Loenhout en in Meer aan de Zwaluwstraat tenslotte kwamen ook sporen van IJzertijd-bewoning aan het licht.
"De oudste vondsten kwamen in Brecht aan het licht. Zowel aan het Moordenaarsven als aan de Melkweg vonden we op een duinrug langs een oud vennetje artefacten uit silex terug. Beide kampementen kunnen in de midden-Steentijd geplaatst worden, tussen 8000 en 7000 v.C."
"Vanaf de IJzertijd zien we opnieuw bewoning op het traject, hoewel we in Loenhout ook scherven vonden die bewoning uit de Bronstijd in de buurt suggereren." Zowel in Brecht-Zoegweg als in Brecht-Hanenpad werd bewoning vastgesteld in de midden-IJzertijd (500-250 v.C.). Op beide sites gaat het om twee aparte, waarschijnlijk niet gelijktijdige erven die bestaan uit een woonstalhuis en verschillende bijgebouwtjes. De uitgebreide ijzertijdnederzetting op Ekeren-Het Laar, continu bewoond van in de 2de eeuw v.C. tot in de Romeinse periode, vertoont dezelfde karakteristieken. "Het gaat hier om zogenaamde zwervende erven. De mensen bleven niet op dezelfde plaats wonen, maar bouwden een nieuw huis op een geruime afstand van het ouderlijk huis. Op die manier verplaatste de bewoning zich stelselmatig door het landschap."
"De twee inheems-Romeinse nederzettingen op Ekeren-Het Laar en bij Brecht-Zoegweg gunnen ons een blik op de continuïteit van de IJzertijd-tradities en de evolutie van de gebouwplattegronden doorheen de Romeinse tijd. Enkele gebouwplattegronden, zoals boerderijen met steunberen buiten het gebouw, lijken bovendien enkel regionaal voor te komen. We zien hier en daar al verstedelijkte handelsnederzettingen opduiken, maar het grootste deel van de bewoning in de Kempen behield een landelijk karakter."
Uit het vondstenmateriaal van de site Brecht-Zoegweg valt af te leiden dat de plaatselijke bevolking vanaf de 2de eeuw meer en meer elementen uit de Romeinse cultuur overnam. Joke legt uit: "Het lokale handgevormde aardewerk wordt stelselmatig vervangen door gedraaid aardewerk uit regionale pottenbakkerscentra. Bovendien duiden enkele speciale voorwerpen, zoals een schminkplaatje, een zilveren vingerring (foto links), verschillende mantelspelden en resten van glazen vaatwerk er op dat de bewoners zeker mee waren met de mode."
Het HSL-project legde op drie locaties middeleeuwse bewoningssporen vrij. "In Brecht-Zoegweg werden in de eerste helft van de 8ste eeuw n.C. een viertal boerderijen met een éénbeukige dakdragende constructie opgericht," vertelt Joke. "Bij vrijwel elk gebouw hoorde een waterput (foto rechts). Vanaf de 9de eeuw treffen we enkele soortgelijke gebouwen aan in Brecht-Hanenpad, naast een tweetal waterputten en een afvallaag in een kunstmatige depressie. Op de site Brecht-Hanenpad werd importaardewerk aangetroffen, zoals Badorf-, Mayen-, Gittermuster-aardewerk en reliëfbandamforen."
"Doorgaans wordt het gekende beeld van de middeleeuwse bewoning bevestigd, maar soms ook ontkracht of aangevuld." Zo blijkt het vroegmiddeleeuwse roodverschraalde aardewerk meer verspreid te zijn dan werd aangenomen. "Gaat het hier mogelijk om méér dan een "lokaal baksel", dat tot slechts enkele regionale productiecentra te herleiden is? De plattegronden van Brecht-Hanenpad tonen ook zeer diverse, soms niet eerder gedocumenteerde types van constructies. Kortom, voldoende voer voor nieuwe wetenschappelijke discussies en studies."
Sporen van bewoning uit de volle middeleeuwen (11de-12de eeuw) werden behalve op de twee sites in Brecht ook in Ekeren-Het Laar aangetroffen. De drie nederzettingen met hun typisch bootvormige woonstalhuizen werden alle verlaten in de loop van de 12e eeuw. Daarna verplaatste de bewoning zich naar de rand van het oorspronkelijke nederzettingsgebied. Zo ontstonden de nu nog gekende gehuchten Het Laar, Beekhoven en Sterthoven.
De site aan de Zwaluwstraat in Meer leverde nog een onverwacht extraatje op. "Aan de zuidwestelijke rand van de opgraving vonden we een grafkuil. De schaarse resten van kledij wijzen uit dat het vermoedelijk om het lichaam van een Pruisisch ruiter van de Landwehrcavalerie gaat en dateert uit 1814."
Joke Bungeneers is consulent archeologie en monumentenzorg bij de dienst cultureel erfgoed van de provincie Antwerpen. Samen met collega Bart Jacobs vormt ze de cel archeologie.
Contact: joke.bungeneers@admin.provant.be - bart.jacobs@admin.provant.be.
Website: http://www.provant.be/cultuur/CultureelErfgoed.
