Conserveren is (gefundeerde) keuzes maken
Natalie Cleeren behandelde 25.000 metalen vondsten uit Oudenburg
"Conserveren gaat niet louter over het bewaren van een object zelf, maar omvat tevens het bewaren van alle informatie die in deze vondst vervat zit. Objecten zijn informatiebronnen die de archeoloog gebruikt om zijn verhaal te reconstrueren. De informatie die ze in zich dragen moet dan ook maximaal ontgonnen worden." Dat zegt Natalie Cleeren, archeologisch conservatrice bij het Vlaams Instituut voor Onroerend Erfgoed. Zij moest ongeveer 25.000 ijzervondsten van de opgravingen van het Romeinse castellum in Oudenburg behandelen.
"Het volledig reinigen, behandelen en verder restaureren van al die vondsten zou meer dan twintig jaar in beslag nemen," vertelt Natalie. "Zo'n aanpak is dus niet te verantwoorden. De realiteit dwingt ons dus keuzes te maken om, binnen een haalbare tijdspanne, zo veel mogelijk informatie uit deze vondsten vrij te maken. Vaak heeft men de neiging enkel objecten die op het eerste zicht interessant lijken te laten conserveren, terwijl de ‘onherkenbare roestklompen’ onaangeroerd blijven. Na evaluatie blijken er zich echter vaak interessante vondsten schuil te houden in deze klompen. In conservatie geldt nog al te vaak het idee dat we alles maximaal moeten bewaren. Bewaren we maximaal alle objecten, wat in het geval van Oudenburg meer dan 20 jaar zou kosten of focussen we in eerste instantie op de informatie die deze objecten ons aanbieden?"
Gefundeerde keuzes maken, daar gaat het volgens Natalie om: "We onderscheiden vijf niveaus in conservatie, van minimale tot maximale conservering, waarbij een eerste niveau zich beperkt tot inventariseren en wegbergen zonder meer. Een tweede optie is wat ‘minimale conservering’ heet: na eventuele eerste-hulpmaatregelen worden ijzeren vondsten gedocumenteerd, onder andere door middel van doorlichting met X-stralen. Verder omvat deze stap de passieve conservering van de objecten, waarbij ze in een omgeving worden gebracht die hun bewaring bevordert. Een volgende stap houdt behalve al het voorgaande ook in dat er gereinigd wordt en dat het object actief behandeld wordt om het te stabiliseren en te beschermen tegen verdere corrosievorming. Bij een volgende, vierde stap, wordt het object volledig gereinigd, gestabiliseerd en gereconstrueerd en worden stappen gezet om het object verder materiaaltechnisch te onderzoeken. Tenslotte zal pas in een vijfde niveau gekozen worden voor een conservatie en eventuele restauratie voor presentatiedoeleinden."
"Het is slechts op basis van de documentering, die onderdeel is van de ‘minimale conservering’, dat een juiste keuze kan gemaakt worden. Deze keuze is gebaseerd op de waarde van het object, het gebruik of functie van het object en de bewaartoestand. Elk object heeft een artistieke, historische, wetenschappelijke, socio-culturele, eventueel symbolische betekenis die in mindere of meerdere mate tot uiting komt. Het behoud van de ene waarde kan ten koste gaan van een andere. Daarom moet een doordachte keuze bepalen welke betekenis van het object voorrang krijgt. Deze betekenis hangt nauw samen met de functie van het object. Wordt het een studieobject, een depotobject dat eventueel wacht op toekomstig onderzoek, een museumstuk, een object dat gebruikt wordt in workshops? Tenslotte wordt de keuze ook mede bepaald door de overlevingskansen van het object binnen een bepaald conserveringsniveau en de overlevingskansen van de informatie die onontgonnen is."
De belangrijkste vorm van documentering van metalen objecten is radiografie: "Het bezorgt ons een tweedimensioneel beeld van een object, waarbij de originele vorm en heel wat vormelijke en technologische details zichtbaar worden," zegt Natalie. "Door bijkomende foto’s of het selectief reinigen van enkele kleine zones, worden de nodige doorsneden bekomen en is er, wetenschappelijk gezien, voldoende informatie vrijgemaakt. Dit resulteert in een tekening, geschikt voor een wetenschappelijke publicatie." Op basis van de röntgenfoto’s kunnen de objecten geselecteerd worden, die in aanmerking komen als presentatieobject, omwille van hun representatieve vorm, hun goede bewaartoestand, de aanwezigheid van bepaalde interessante details... Deze objecten ondergaan een volledige conservering. De depotobjecten worden passief geconserveerd, bewaard in een omgeving die corrosievorming minimaliseert. Ten slotte is een evaluatie op basis van röntgenfoto’s ook het ideale startpunt om het materiaaltechnische onderzoekpotentieel van een object te bepalen.
"De taak van een archeologisch conservator beperkt zich dus niet tot het behandelen van objecten om hun verdere bewaring te verzekeren," legt Natalie uit, "het vraagt ook een grondig inzicht in de mogelijke onderzoeksvragen. Dergelijke selecties gebeuren ook enkel in een nauw samenwerkingsverband met de archeoloog."
"Het nadeel van systematische radiografie is dat de bewaring door passieve conservering minder efficiënt zal zijn in vergelijking met een actieve conserveringsbehandeling en dat bepaalde details toch nog verborgen kunnen blijven. Anderzijds zal een röntgenfoto heel wat details zichtbaar maken die bij reiniging niet altijd zichtbaar worden, de foto geeft ook heel wat technologische details weer en laat toe allerhande bewijsmateriaal, zoals gemineraliseerde textielresten, in associatie met het object te bewaren. Het laat alle opties voor toekomstig onderzoek en eventuele conservering open. Omdat deze aanpak tijds- en geldbesparend is, zullen veel gemakkelijker álle metaalvondsten van een opgraving aan bod komen in plaats van enkel de op het eerste zicht interessante stukken," besluit Natalie.
Natalie Cleeren is archeologisch conservatrice bij het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed
Contact: natalie.cleeren@lin.vlaanderen.be.
