banner archeonet

Van woonerf tot grafveld (en terug)


Frederik Demeyere onderzocht de site van Waardamme

In de loop van de jaren negentig bleek luchtfotografie een uitgelezen prospectiemethode voor het lokaliseren van onder andere grafvelden uit Bronstijd. Op amper tien jaar tijd werd het bestand van gekende structuren opgetrokken van een handvol tot om en bij duizend circulaire sporen. Op deze manier werd ook de site Waardamme-Vijvers (West-Vlaanderen) voor het eerst opgemerkt: de luchtfoto's vertoonden vage sporen van drie grafheuvels, elk omgeven door een circulaire gracht.

Archeoloog Frederik Demeyere onderzocht in opdracht van de vakgroep archeologie van de UGent de sporen in Waardamme. "In 2003 werd het terrein opgekocht door een projectontwikkelaar met de bedoeling er een residentiële woonwijk in te planten," vertelt hij. "Dat was de rechtstreekse aanleiding om de site archeologisch te onderzoeken. Gelukkig was er een goede samenwerking met de bouwheer, de gemeente Oostkamp, de UGent, de Afdeling Monumenten en Landschappen en het VIOE."

Demeyere: "Eerst hebben we het terrein opgesplitst in twee zones. De eerste zone hebben we via proefsleuven verkend. We vonden er een reeks grachten, en ook enkele waterputten. Op de luchtfoto's van de tweede zone hadden we al drie circulaire structuren kunnen identificeren, maar tijdens onze opgravingen werd duidelijk dat er ook een hele reeks sporen uit andere perioden aanwezig waren. Zo vonden we een huisplattegrond uit het Finaal-Neolithicum, verschillende sporen uit de Metaaltijden, en een tiental Romeinse brandgraven.

De huisplattegrond uit het Finaal-Neolithicum (H) was meer dan 20 meter lang. Men vond paalgaten in de funderingsgracht en binnenin het huis. "Het is echter moeilijk deze palen te interpreteren," zegt Demeyere, "ook al omdat twee recente grachten het huis hebben doorsneden. Wellicht werd het dak van de woning vooral gedragen door de buitenste palen en zorgden de andere voor een soort onderverdeling in ruimtes. Naast keramiek vonden we een honderdtal lithische artefacten. De gebruikte vuursteen was van zeer goede kwaliteit, en werd wellicht van ergens anders aangevoerd. De vondsten leunen sterk aan bij die van de sites uit de zogenaamde groep van Deûle-Escaut in Nord-Pas-de-Calais. Op architecturaal gebied verschilt het dan weer duidelijk van andere gekende huizen uit die groep. Het is de eerste keer dat dergelijke in situ sporen uit het Neolithicum zijn ontdekt in de zandstreek, die voor deze periode nog minder goed gekend is."

Uit de Vroege- en Midden-Bronstijd werden sporen van in totaal zes grafheuvels aangetroffen. Er zijn drie dubbele structuren, twee enkele structuren en een annex. De vullingen van de verschillende grachten bevatten weinig tot geen archeologisch of organisch materiaal. Demeyere: "Het grafveld uit de Bronstijd bevestigt in grote lijnen wat we al wisten over dergelijke structuren in Zandig-Vlaanderen. We stellen vast dat deze structuren meestal lineair ingeplant waren op een kleine zandrug. Jammer genoeg hebben we de grenzen van het grafveld in Waardamme niet kunnen vaststellen. Luchtfoto's van dezelfde regio vertonen nog sporen in zowel noordoostelijke als zuidwestelijke richting. Bovendien moeten we de resultaten van houtskooldateringen nog afwachten om de chronologische samenhang tussen de verschillende grafheuvels te begrijpen."

Voor de periode van de Vroege IJzertijd werden in Waardamme verschillende sporen aangetroffen: een huisplattegrond, een reeks bijgebouwtjes of spijkers en ten minste een waterput. "Het geheel geeft ons een mooi beeld van een woonerf uit de Vroege IJzertijd," vertelt Demeyere. "Het huis was ongeveer 17 meter lang en lijkt een voorbeeld van een drieschepige opdeling. Jammer genoeg ontbreken er verschillende palen, zodat we die hypothese moeilijk kunnen bewijzen. De tegenoverliggende ingangen in de lange zijden deelden de woning op in een stalgedeelte en een woongedeelte. In de buurt van het huis hebben we ook een aantal kleine bijgebouwtjes gevonden. Dergelijke voorraadschuurtjes of spijkers zijn zeer courant in de IJzertijd."

De inplanting van het grafveld met Romeinse brandrestengraven ten slotte werd mogelijk bepaald door een aantal geografische factoren. "Het terrein waar de site zich bevindt, is het hoogste punt van de omgeving," legt Demeyere uit. "Maar mogelijk was ook de nabijheid van een Romeins wegtracé van belang. Het is frappant hoe de graven net langs een aantal grachten liggen die loodrecht op deze weg staan. Dit had misschien te maken met een rituele perceptie van het landschap of sommige ankerpunten daarin."

Demeyere onderscheidde twee soorten graven: "Enerzijds zijn er de gewone, rechthoekige kuilen, waarin de resten van de brandstapel werden gedeponeerd. Hierin vonden we vooral zwaar verbrande fragmenten van aardewerk en metaal. Anderzijds zijn er de vijf best bewaarde graven, waarbij een nis werd uitgegraven in de wand van de grafkuil. Daarin werden grafgiften bijgezet alvorens de resten van de brandstapel in de kuil werden gedeponeerd. In zowat alle graven werden sterk verbrande resten van kookpotten aangetroffen, die blijkbaar samen met de dode werden gecremeerd. Uit de ruimtelijke spreiding, het grafgebruik en het voorkomen van bepaalde types terra sigillata leiden we af dat het gros ervan uit het midden van de tweede eeuw dateert."

"Opmerkelijk in Waardamme is de veranderende functie die de site in de loop van de geschiedenis heeft vervuld," besluit Demeyere. "Het huisplattegrond uit het Finaal-Neolithicum geeft aan dat er zich een woonerf installeerde op de site. In de Vroege- en/of Midden-Bronstijd verandert de functie van de site: er wordt een grafveld aangelegd. In de vroege IJzertijd wordt de site opnieuw ingenomen door een woonerf, om dan in de Romeinse periode, wellicht op het einde van de tweede eeuw, opnieuw dienst te gaan doen als een begraafplaats. Deze evolutie geeft ons een idee van hoe de omgang van de verschillende bewoners met het landschap veranderde doorheen de occupatiegeschiedenis."

Frederik Demeyere is momenteel voltijds projectarcheoloog in dienst van Stad Veurne, waar hij de terreinen van het voormalige Cellenbroedersklooster onderzoekt.
Contact: frederik.demeyere@pandora.be.