Antwerpen van Gallo-Romeinse periode tot 12de eeuw
Davy Herremans evalueert de ontwikkelingsmodellen van Antwerpens vroegste geschiedenis
Archeoloog Davy Herremans studeerde vorig jaar af met een verhandeling over de vroegste ontwikkelingsgeschiedenis van Antwerpen. In zijn studie trachtte hij vooral de verschillende topografische ontwikkelingsmodellen die de voorbije decennia in verband met Antwerpen werden voorgesteld, kritisch te herbekijken. Daarvoor beschouwde en inventariseerde hij alle data vanuit archeologisch oogpunt, en trachtte hij zowel de archeologische, iconografische als historische bronnen te verwerken. Het eindresultaat is een synthese van de oudste geschiedenis van Antwerpen, met uitgebreide aandacht voor analoge stedelijke situaties.
Herremans’ interesse ging vooral uit naar de tijdspanne tussen de Gallo-Romeinse periode en de eerste stadsuitbreiding, te situeren aan het einde van de twaalfde eeuw. "Bij het nederzettingsonderzoek zijn de thema’s ontwikkeling en verdediging niet los te koppelen. Wanneer het economische, politieke en sociale belang van een vestiging toeneemt, stijgt ook de nood tot het verdedigen van het gebied. De stadsversterkingen bieden dan ook een belangrijke leidraad voor het reconstrueren van de nederzettingsevolutie."
Volgens de jonge archeoloog kwamen de meeste Gallo-Romeinse sporen aan het licht op en rond de site van de Stadsparking. "Op basis van het materiaal dat tot nu toe gevonden is, denk ik echter niet dat we kunnen spreken van een vicus of een militaire vesting. Waarschijnlijk ging het eerder om een uitgebreid boerenerf. Aan de Oudaan werd een Romeins crematiegraf aangetroffen. Dit zou kunnen wijzen op een begraafplaats."
"Van de Merovingische periode hebben we archeologisch nagenoeg niets, hoewel Antwerpen in verschillende hagiografische bronnen uit die tijd met naam wordt genoemd. Waarschijnlijk – maar verder onderzoek zal dit moeten uitwijzen – moet de Merovingische kern in de omgeving van de vroegere Sint-Michielsabdij gezocht worden. De Michielskerk bleef immers tot 1124 de parochiekerk van het Antwerps stadsgebied, hoewel de stad meer naar het noorden tot ontwikkeling kwam."
Over het uitzicht van Antwerpen in de Karolingische periode blijken de meningen sterk verdeeld. "Traditioneel plaatst men deze vicus op de plaats van de latere Ottoonse burcht, het huidige Steen. Een andere theorie plaatst de vicus echter ter hoogte van de Hoogstraat, meer naar het zuiden. Deze theorie is vooral gebaseerd op de studie van de stadsplattegrond en uit mathematische vergelijking van de oppervlakte van de zogenaamde vicus met vergelijkbare Karolingische vestigingen in het Vlaams-Artesisch gebied. Hopelijk laten nieuwe vondsten een licht schijnen op deze kwestie."
In 980 werd Antwerpen de hoofdplaats van het markgraafschap, en schakelde Otto II de stad in de grensverdediging van het Duitse Rijk in. Een castrum werd opgetrokken ter hoogte van het huidige Steen. Aan de zuidelijke voet van de burcht werd, langsheen de Schelde, de Vismarkt aangelegd. Rondom het castrum ontwikkelde zich in de elfde eeuw het burchtdorp met ook handelswijken zoals de Kraaijwijk. "Dit burchtdorp werd verdedigd door een Ruiengordel en is dan ook beter bekend als de Ruienstad. De nieuwe Grote Markt (daterend uit de 11de-12de eeuw) wordt net binnen de grenzen van de Ruienstad aangelegd, maar kon eveneens de oude Karolingische kern, die volgens de tweede theorie meer naar het zuiden lag, rondom de Hoogstraat, bedienen. Ook de nieuwe parochiekerk (vanaf 1124) kon op die manier de twee kernen verbinden. De twaalfde-eeuwse stadsomwalling zorgde uiteindelijk voor echte eenheid binnen de nederzetting, volgens dezelfde theorie bestaande uit de Karolingische kern en de burcht met haar bijhorend burchtdorp."
Herremans drukt erop dat het hier nog in grote mate om hypotheses gaat: "Nieuwe vondsten kunnen ons beeld totaal omgooien. Toch denk ik dat de huidige stand van het archeologisch onderzoek en de vergelijking met andere Vlaamse en Europese steden ons redelijke betrouwbare aanwijzingen verschaft over de ontwikkeling van Antwerpen tot en met de twaalfde eeuw."
Davy Herremans studeerde in 2004 af als licentiaat in de Archeologie (UGent). Momenteel volgt hij de Masteropleiding Monumenten- en Landschapszorg aan het Hoger Instituut voor Architectuurwetenschappen Henry van de Velde (Hogeschool Antwerpen). Op het congres 'Archaeologia Mediaevalis' (11-12 maart) zal hij ook een lezing geven over de problematiek van de Karolingische vicus in Antwerpen.
Contact: davyherremans@gmail.com.
