De Gallo-Romeinse munten van Asse
Interview met Kristine Magerman
Verschillende archeologisch waardevolle sites in Vlaanderen worden bedreigd door bouwprojecten. Bovendien bevindt veel ongepubliceerd materiaal zich in moeilijk toegankelijke privé-collecties. Tijdens haar lezing op de Romeinendag 2005 in Brussel gaf Kristine Magerman, een pas afgestudeerde archeologe aan de KULeuven, een overzicht van de Gallo-Romeinse munten uit Asse en Kester en besprak ze de opname van deze nederzettingen in de Romeinse muntcirculatie. Vandaag beschrijft ze de huidige stand van het numismatisch onderzoek in Asse.
Kristine Magerman: “Tijdens de voorbije jaren vonden amateurs verschillende Gallo-Romeinse munten in Asse. Jaarlijks gaat het om 10 à 15 determineerbare stukken. Spijtig genoeg verdwijnen vele stukken in privé-collecties waardoor belangrijke informatie onbekend blijft. Door deze collecties op te sporen en de aanwezige munten te beschrijven, probeer ik een stukje van ons patrimonium veilig te stellen. Toch moeten we rekening houden met een zekere foutenmarge. Omdat het vooral om prospectievondsten gaat, ontbreken archeologische contexten vaak. Daarnaast weten niet alle amateurs nog even nauwkeurig waar ze de munten vonden. Ook de precieze herkomst van stukken uit 19e- en 20e-eeuwse collecties ging vaak verloren. In zijn doctoraat van 1998 beschreef J. van Heesch 288 munten voor Asse. Ondertussen hebben we dit aantal tot 365 kunnen brengen. Hoewel dit aantal eerder laag is voor een nauwkeurige statistische interpretatie, konden toch reeds enkele interessante vaststellingen gedaan worden.”
“In totaal kwamen er in Asse 28 Keltische munten aan het licht. Hoewel dit aantal vrij laag is, neemt hun relatief aandeel de jongste jaren wel toe. Keltische “brons”-munten werden nog tot in de Tiberisch-Claudische periode gebruikt als noodgeld om het tekort aan Romeinse pasmunten (vooral semis en quadrans) op te vangen. Uitzonderlijk voor onze streken is de vondst van een Keltisch zilverstuk in Asse. Dergelijk geld kan geassocieerd worden met de aanwezigheid van een vroeg religieus complex of met de betaling van Gallische hulptroepen.” Toch waarschuwt Kristine Magerman ons dat de vondst van dit ene zilverstuk in Asse niet meteen tot dergelijke conclusies kan leiden. Daarvoor is verder onderzoek noodzakelijk.
Kristine Magerman vertelt verder: “De Republikeinse periode is vertegenwoordigd door 28 munten, wat relatief veel is. Aanvankelijk werd dit hoge aantal voorzichtig verklaard door een mogelijk opengeploegde muntschat. Nadat de stukken op een kadastraal plan werden uitgezet, bleek dat ze van een grote oppervlakte afkomstig waren. De hypothese van de opengeploegde muntschat leek daardoor minder waarschijnlijk.” Volgens sommige auteurs bevond er zich op de nabijgelegen Borgstad een Gallisch oppidum. Sommige Republikeinse munten zouden dan reeds vóór de Gallische oorlogen in de grond terechtgekomen zijn.
Andere onderzoekers situeren het winterkamp van Cicero (generaal onder Caesar) in Asse. Op die manier kunnen de Republikeins munten, in hoofdzaak de zilverstukken, in verband gebracht worden met de betaling van de soldij aan de troepen die er gelegerd waren. Kristine waarschuwt echter: “Met dergelijke stellingen, waarvoor elk archeologisch bewijs ontbreekt, moet voorzichtig omgesprongen worden. Republikeinse munten kenden namelijk een lange circulatieduur. Occasioneel werden ze zelfs nog aangetroffen in 5e-eeuwse muntschatten. Met zekerheid kan wel gesteld worden dat de in omloop zijnde zilveren munten in de vroege Keizertijd voornamelijk uit Republikeinse denarii bestonden. Het uitzonderlijk hoge aantal Republikeinse munten in deze Vlaams-Brabantse gemeente kan misschien een eerste indicatie zijn van het feit dat Asse zeer vroeg opgenomen was in de Gallo-Romeinse muntcirculatie.”
Kristine vervolgt: “Binnen de civitas Nerviorum is Asse zelfs één van de koplopers wat betreft het aantal munten uit de Augusteïsche periode. In totaal zijn er 27 gekend. Opvallend is het relatief hoog aantal zilvermunten uit deze periode, met name 4, en de aanwezigheid van gehalveerde munten”. De verhouding van de munten uit het atelier Lyon I t.o.v. diegene uit het atelier Lyon II blijkt voor deze periode eveneens van belang te zijn. Kristine legt uit: “In Asse bedraagt deze verhouding 2/7. Dit betekent dat munten van de jongere 2e altaarserie (Lyon II) primeren op die van de iets oudere 1e altaarserie. Een soortgelijke verhouding werd ook in Bavay, dat reeds in een vroege periode in de Romeinse muntcirculatie opgenomen werd, waargenomen.”
Kristine Magerman vat het als volgt samen: “Het toenemend aantal Keltische munten, de relatief grote hoeveelheid Republikeinse stukken en het belang van het Augusteïsch geld, waarvan een groot deel uit zilvermunten bestaat, kunnen een eerste indicatie zijn dat Asse reeds in een vroege periode, mogelijk de Laat-Augusteïsche periode, opgenomen werd in de Romeinse muntcirculatie”. Toch zal deze hypothese met de nodige voorzichtigheid bekeken moeten worden: “Alleen als we over een groter aantal munten beschikken en er meer archeologisch onderzoek in Asse kan plaatsvinden, zal een nauwkeuriger beeld van de situatie verkregen kunnen worden.”
Het verdere verloop van het muntverlies in de Gallo-Romeinse nederzetting van Asse kan bekeken worden op onderstaand histogram. Een toename van het muntverlies hoeft niet noodzakelijk te wijzen op een economische bloei in die periode. “Met de nodige voorzichtigheid durf ik stellen dat er in Asse Romeinse aanwezigheid was tot in de periode 388-402 n.C. Toch hoeft deze aanwezigheid niet meteen op een continue bewoning te wijzen. Het aantal 4e-eeuwse voorwerpen is bijzonder klein. Uit deze periode trof men tot nog toe onder meer een ring en een kruisboogfibula aan. Het gebrek aan voorwerpen uit deze late periode kan onder meer het gevolg zijn van de eerder beperkte opgravingscampagnes in het verleden en het gebrek aan een overzicht van alle vondsten uit Asse”, aldus Kristine Magerman.

Samen met de archeologische vereniging Agilas werkt Kristine Magerman momenteel aan de inventarisatie van het Gallo-Romeins materiaal uit Asse dat zich in diverse collecties bevindt.
Kristine Magerman is sinds september 2005 afgestudeerd als archeologe aan de KULeuven. Samen met haar promotor M. Lodewijckx inventariseerde en analyseerde ze in haar eindwerk enkele zogenaamde vici in België. Daarnaast wijdde zij onder meer een aparte studie aan de recente muntvondsten van Asse en Kester, twee Gallo-Romeinse nederzettingen die behoorden tot de civitas Nerviorum. Haar onderzoek leidde tot verschillende publicaties in het numismatisch tijdschrift Bulletin du Cercle des Etudes Numismatiques (BCEN). De resultaten hiervan werden voorgesteld op de Romeinendag 2005. Kristine Magerman blijft ondertussen actief om het archeologisch materiaal uit Asse, dat zich in privé-collecties bevindt, te inventariseren. Ze volgt de nieuwe vondsten op waardoor ze hier een geactualiseerd histogram van de Gallo-Romeinse munten kon voorstellen.
Contact: kristine.magerman@pandora.be.
