Op pad met politiespeurders
Eline Schotsmans liep stage bij het Disaster Victim Identification Team
Het Disaster Victim Identification (DVI) team van de eenheidspolitie, onder leiding van commissaris Joan De Winne, is welbekend. Het speelt een belangrijke rol bij het onderzoek van lichamen van vermisten, of van slachtoffers van misdrijven. Daartoe maakt het gebruik van forensische archeologie. Eline Schotsmans, laatstejaarsstudente archeologie aan de Vrije Universiteit Brussel, is een van de weinige archeologen in Vlaanderen die zich in dit vakgebied verdiept: "Vanuit een fascinatie voor het menselijke lichaam en een brede interesse in de forensische wetenschappen ging ik in dit gebied op zoek naar een onderwerp voor mijn eindverhandeling. Op die manier kwam ik in contact met het DVI. Zij waren geďnteresseerd in een onderzoek naar de decompositie en de bewaringstoestand van menselijke resten in de bodem van België, hun werkgebied. In mijn thesisonderzoek, waarin ik enorm gesteund word door mijn promotor, professor Karin Nys, beperk ik mij tot Vlaanderen." Eline kreeg zelfs de kans om vijf weken stage te lopen bij het DVI, een hele ervaring voor de studente.
Een campingbrand in het Spaanse Los Alfaques in 1978 was de aanleiding voor het oprichten van een Disaster Identification Team in verschillende Europese landen. Bij deze brand kwamen 216 mensen om van verschillende nationaliteiten, waarvan 38 Belgen. Europa besefte dat er nood was aan identificatieteams en een systematische aanpak van rampen, legt Eline uit. "Stilaan kreeg in België het DVI vorm en momenteel bestaat het team uit acht vaste medewerkers vanuit de Federale Politie en een zestigtal vrijwilligers van de politie over het hele land. De taak van het DVI bestaat uit het identificeren van slachtoffers bij rampen, maar ook bij individuele gebeurtenissen of ongevallen met dodelijke afloop. Een andere opdracht van het DVI is necrosearch. "Dat is een interdisciplinaire zoeking naar een lichaam (of lichaamsdelen) van een slachtoffer van moord of doodslag dat door de dader begraven of verborgen werd," vertelt Eline. Het DVI trad onder andere op bij de ramp van de Herald of Free Enterprise, de zoekingen naar Ann en Eefje, de zaak-Pandy, de zaak-Fourniret, de tsunami of recent bij de zoeking en berging van Nathalie en Stacy.
"Het was zeer interessant om als archeoloog mee te draaien in hun team," zegt Eline. "Vooral voor necrosearch doet het DVI beroep op archeologen. Forensische archeologie kan namelijk bijdragen in de prospectie. Op die manier kan de archeoloog mee helpen de plaats van de misdaad te lokaliseren aan de hand van bijvoorbeeld verstoringen in de bodem of in de vegetatie. Het lichaam zal ook steeds op archeologische wijze moeten worden opgegraven. Zeker in forensische zaken is het heel belangrijk zorgvuldig te werk te gaan en zoveel mogelijk bewijsmateriaal te verzamelen. Ook hier is een opgraving onomkeerbaar." Biedt de archeologie dan echt een meerwaarde voor de politiespeurders? "Jazeker, onze kennis over prospectiemethoden, landschapsanalyse, bodemkunde, stratigrafie, registratie enzovoort, kan de politiediensten helpen een misdaad op te lossen. Zo’n necrosearchoperatie is tenslotte een interdisciplinaire aangelegenheid waaraan iedereen - van politiespeurder tot wetsdokter of archeoloog- zijn steentje bijdraagt."
"De meest ervaren necrosearcher van het DVI is Willy Luypaert," vervolgt Eline. "Hij leerde me tijdens mijn stage veel over de forensische archeologie op het terrein. Er zijn wel verschillen tussen de klassieke archeologie en de forensische archeologie. Eerst en vooral is er het feit dat de forensische archeologie zich eerder zal toespitsen op één persoon, terwijl de klassieke archeologie ernaar streeft een hele cultuur te reconstrueren. In de forensische archeologie word je ook geconfronteerd met de nabestaanden, die in de klassieke archeologie meestal al uitgestorven zijn. En voorts komen de klassieke archeologen eerder in contact met botmateriaal, terwijl de forensisch archeologen meer te maken hebben met de aanwezigheid van zacht weefsel."
Voor Eline was het zeer interessant om te zien hoe het DVI te werk ging bij het opgraven van een lichaam: "Het afbakenen van het terrein, het werken met verschillende perimeters, het looppad, het indelen in kwadranten. Nog meer dan bij de klassieke archeologische opgraving moet het terrein afgebakend en beschermd worden tegen de nieuwsgierigheid van omstaanders en pers.
En bij een zaak van de politie komen er altijd erg veel mensen aan te pas. Denk maar aan de onderzoeksrechter, de lokale politie, de civiele bescherming, de wetsdokter, het labo... Een duidelijk looppad en goed afgebakende zones zijn dus erg belangrijk. Soms worden graafmachines ingeschakeld om de bovenste lagen weg te schrapen. Wanneer de verkleuring van het lichaam zichtbaar wordt, gaat men verder met het klassieke truweel. Het DVI-team werkt graag op de ‘sokkelwijze’. Ze graven een sleuf naast het lichaam en werken zo naar het lichaam toe, tot het lichaam zich op een sokkel bevindt en op die manier gemakkelijker kan geborgen worden. Alle aarde van de grafvulling en uit de omgeving van het lichaam wordt gezeefd omdat het nog bewijsmateriaal kan opleveren: kleine skeletfragmenten, tanden, of larven of poppen die belangrijk zijn voor het entomologisch onderzoek. Wanneer het lichaam uit het graf verwijderd is, kan er een eerste lijkschouwing gebeuren in situ door een wetsdokter of forensisch antropoloog of wordt het lichaam direct naar een mortuarium gebracht voor de lijkschouwing."
De stage op het DVI was voor de studente archeologie dus zeer leerrijk. "Ik zag verschillende waterlijken en autopsies en leerde enorm veel bij op forensisch en archeologisch, maar ook op interdisciplinair, criminologisch en psychologisch vlak. Met mijn thesis wil ik de interdisciplinaire samenwerking nog meer benadrukken en zou ik willen pleiten voor een bredere toepassing van de archeologie binnen de studie van de sociale en de exacte wetenschappen," besluit Eline.
Eline Schotsmans is laatstejaarsstudente archeologie aan de VUB. Haar verhandeling heeft als titel 'Diachronisch onderzoek naar de bewaringstoestand van begraven menselijke resten in de bodem van het Vlaamse Gewest.'
Contact: eline.schotsmans@live.be.
