Het Romeinse aardewerk uit Viroviacum
Arne Verbrugge onderzocht de Wervikse keramiek
De vicus van Wervik, gelegen in de zuidelijke zandleemstreek van West-Vlaanderen, vormde in de Romeinse periode een ruraal centrum voor zijn omgeving binnen de Civitas Menapiorum. De stad werd pas kort na de Tweede Wereldoorlog geassocieerd met Viroviacum of Virovino, gekend uit antieke bronnen als het Itinerarium Antonini en de Tabula Peutingeriana. Het feit dat de nederzetting op de Tabula Peutingeriana wordt vermeld, maakt ze uniek binnen de gekende Romeinse plaatsen in Vlaanderen. Het wetenschappelijk onderzoek op de site bleef tot op heden echter uiterst beperkt.
Arne Verbrugge ondezocht in het kader van haar eindverhandeling het Romeinse aardewerk uit Wervik. “Viroviacum was gelegen aan de kruising van de Leie met de Romeinse weg tussen Cassel en Doornik, die tijdens opgravingen in 1989-1991 werd aangesneden ten noordwesten van de vicus,” vertelt Verbrugge. In die zone werden de resten van een crematiegraf aangetroffen. Ten noordoosten van de vicus werden ook een klein aantal grafvondsten ontdekt, waaronder een 4de-eeuwse kruik (foto links). “Om de resultaten van onze aardewerkstudie in een passende context te plaatsen, hebben we alle beschikbare informatie over de vicus verzameld en kritisch behandeld. Daarbij viel het ons op hoe beperkt onze kennis is over het Romeinse verleden van de stad. Het merendeel van het opgegraven archeologisch materiaal moet nog onderzocht worden.”
Verbrugge: “We hebben een deel van de collectie van het Romeinse aardewerk bestudeerd, afkomstig uit de opgraving op het St.-Maartensplein. Die opgravingen brachten een aantal kelderkuilen aan het licht van het zogenaamde streifenhäuser-type. Deze kuilen leverden het materiaal voor onze aardewerkstudie.” Het onderzoek van Verbrugge wees uit dat de vicus vooral werd beïnvloed door de Noord-Franse regio, waarin Bavay en Arras een grote rol speelden: “Bavay-importen vormen een aanzienlijke groep binnen het materiaal: zowel kruiken, kruikamforen, mortaria, honingpotten en een rookkelk komen in deze techniek voor. Arras speelt eerder een toonaangevende rol op het vormenrepertorium binnen het reducerend gebakken gedraaid aardewerk. Het gewone grijze aardewerk bestaat hoofdzakelijk uit regionale of lokale imitaties van de typische Noord-Franse vormenschat, voornamelijk tronconische bekers en geknikte kommen met horizontale gladdingslijntjes op de hals.” Het echte Arras-aardewerk komt in de vicus slechts sporadisch voor. Daarnaast werd een vermoedelijk lokaal gefabriceerde aardewerkgroep gedefinieerd, met een typisch bruinrood oppervlak, soms gesmoord (foto links).
Het aardewerk weerspiegelt gedurende de 2de helft van de 1ste en de 2de eeuw een bloeiperiode binnen de nederzetting. Een felle afname van het materiaal is waarneembaar vanaf de late 2de eeuw en zeker vanaf de 3de eeuw. Dit beeld is ook herkenbaar in de regio. “De invallen van de Chauci in 173 worden soms aangehaald om deze terugval te verklaren,” vertelt Verbrugge, “maar het blijft moeilijk om archeologische feiten aan bepaalde historische gebeurtenissen te koppelen.”
De vondsten geven aan dat Viroviacum een belangrijk ruraal centrum was voor zijn omgeving. Historische bronnen als de Tabula Peutingeriana en het Itinerarium Antonini wijzen in dezelfde richting. “De vondst van een pottenbakkersoven suggereert het bestaan van een lokale aardewerkproductie die in de toekomst verder onderzocht moet worden,” besluit Verbrugge.
Arne Verbrugge studeerde in 2004 af als archeologe aan Universiteit Gent. Momenteel werkt ze bij het INRAP in Frankrijk. Een artikel over het aardewerk uit Wervik verscheen ook in Ghent Archaeological Studies II.
Contact:arne_verbrugge@hotmail.com.
