
Home
Kalender
Forum
Contact
Links
Een middeleeuwse lepel en een schrijfstift in Aalst | Tweede verjaardag Prospector Vlaanderen
28 april 2005
Amateur archeologen haken af
Amateur archeologen zijn sinds enige tijd verplicht alle vondsten te melden bij de Vlaamse overheid. Maar deze verplichting is zo tijdrovend dat het hun veldwerk belast. Sommigen doen verder in de illegaliteit. Anderen stoppen met het zoeken in de velden.
Geert Andries uit Begijnendijk en Jan Claessen uit Rotselaar (foto) zijn allebei aangesloten bij de archeologische kring Testa uit Tessenderlo. "We zijn helemaal niet de belangrijkste leden van de club. Richard Jamar uit Schaffen en Ad Gommers uit Bekkevoort hebben meer dan honderdduizend stukken geïnventariseerd. Maar Geert Andries en ikzelf hebben het initiatief genomen om met de collectie van onze club naar buiten te treden op een tentoonstelling in de universiteitsbib van Leuven. Wij willen daarmee een breed publiek bereiken. Het is de bedoeling dat daar duidelijk wordt wat wij doen en wat onze vondsten betekenen", verduidelijkt Jan Claessen.
"Wij zijn de mannen van het veldwerk. We trekken uren door de akkers op zoek naar zaken die ons iets kunnen leren. Maar het aantal veldwerkers daalt sterk. Sinds de invoering van de meldingsplicht zijn een aantal amateur- archeologen ermee gestopt. Per vondst dient een uitgebreid formulier ingevuld te worden. Wij steken daar enorm veel tijd in, en we krijgen zelfs geen ontvangstmelding. Als je pakweg vijftien stuks per week vindt, heb je geen tijd meer over om zelf te inventariseren en je collectie up-to-date te houden. Het is immers de bedoeling dat wij onze vondsten in een context plaatsen. De uiteindelijke bedoeling is een publicatie of een tentoonstelling", licht Geert Andries toe.
Landbouwers hebben er geen probleem mee dat de veldwerkers de akkers afwandelen op zoek naar iets belangrijks. "De boeren hebben liever dat de stenen van hun akkers verdwijnen. Soms brengen ze zelfs bepaalde stukken tot bij ons thuis. Als archeoloog heb je oog voor die zaken die interessant zijn. Je zoekt naar objecten met welbepaalde kenmerken", verduidelijkt Jan Claessen.
Op de tentoonstelling in Leuven worden enkele belangrijke stukken getoond. "Onze oudste stukken (meer dan 200.000 jaar oud) komen van de Wijngaardberg in Wezemaal. Maar er zijn wel duizend vindplaatsen. In onze regio gaat het voornamelijk over Aarschot, Bekkevoort, Schaffen, Rotselaar en Holsbeek. Wij voelen ons geroepen om het verleden van onze regio te reconstrueren", stelt Geert Andries.
De tentoonstelling 'Tussen Leuven en Looi' kan bezocht worden van 9 mei tot 3 juni tijdens de openingsuren van de centrale universiteitsbibliotheek, Ladeuzeplein Leuven.
Bron: Het Nieuwsblad (26/04/2005)
door Johan | In de pers | Reacties (0)
Reageer op dit bericht |
