
Home
Kalender
Forum
Contact
Links
Archeologen onderzoeken ondergrond nieuw Kortrijks ziekenhuis | Moordpoging te Walraversijde... ?
23 juni 2005
Gevangeniscellen van Tielts schepenhuis opgegraven
Onderzoek aan het Tielts schepenhuis -de latere benaming van de lakenhal- leverde de laatste weken opnieuw interessante informatie op voor archeologe Janiek De Gryse. In de sleuf waar onlangs nog een schuilplaats uit WOII werd teruggevonden, werden er deze maal vijf muren opgegraven. Vier daarvan kunnen gelinkt worden met het schepenhuis.
De blootgelegde muren zijn opgebouwd uit paarsrode bakstenen, in regelmatig metselverband, en een harde witte kalkmortel (foto links). De muren zijn ook allemaal even breed: ca. 50cm . Het baksteenformaat en de aard van de mortel lijken erop te wijzen dat deze constructie dateert uit de postmiddeleeuwse periode en wellicht in verband gebracht moet worden met het zgn. schepenhuis.
Tijdens de 17de eeuw waren de stedelijke diensten namelijk verplaatst van de westelijke naar de oostelijke beuk van de lakenhal. De benaming “lakenhal” raakte in onbruik en werd vervangen door “het schepenhuis” of “het stadhuis”. In 1777 werden er op het gelijkvloers van het schepenhuis zes identieke gevangeniscellen ingericht: twee rijen van drie kleine kamers zonder vensters, met aan weerszijden een lange gang (foto rechts). Op het gelijkvloers bevonden zich verder ook de woning van de cipier, een kleine kelder en twee toiletten (één voor de cipier en één voor de gevangenen). In 1795, onder Franse bezetting, werd de gevangenis afgeschaft en volgens sommigen ingericht als herberg. Eind 19de eeuw (1875-1880) viel de beslissing om een nieuw stadhuis te bouwen en werd het vervallen schepenhuis afgebroken.
Aan de noordkant van de sleuf zijn enkel nog de aanzetten van twee rechthoekige ruimtes bewaard: de muren in deze zone zijn in 1942 grotendeels afgebroken voor de bouw van de schuilplaats. Aan de zuidkant bevinden zich tussen de muren van het schepenhuis twee kleine rechthoekige kamers met een breedte van 2,30m. De vaststelling dat er oorspronkelijk twee rijen van kleine rechthoekige kamers waren, alsook de breedte van de kamers lijkt overeen te komen met het bewaarde grondplan en de beschrijvingen van de gevangeniscellen. Aan de zuidkant komen de twee “cellen” bovendien uit op een gang van 1m breed, wat opnieuw lijkt te kloppen met de beschrijving.
De muur die zich aan het uiteinde van de proefsleuf bevindt, behoort in tegenstelling tot de andere muren niet tot het schepenhuis (foto links). Zowel het baksteenformaat, het metselverband als de aard van de mortel wijzen erop dat de muur deel uitmaakt van de oude lakenhal (late 14de/15de eeuw). Deze muur alsook de muren die in de eerste proefsleuf op de Markt gevonden werden (nieuwsbrief drie en vier), behoren zonder enige twijfel tot hetzelfde gebouw. In de huidige sleuf werd de zuidelijke muur van de lakenhal blootgelegd, terwijl in de eerste proefsleuf de noordelijke muur en de noordoostelijke hoek onderzocht werden. Op basis van deze gegevens krijgt men een idee van de volledige oppervlakte van het gebouw en kan de locatie van de zuidoostelijke hoek ook aangegeven worden.
door Jeroen | Opgravingen | Reacties (0)
Reageer op dit bericht |
