
Home
Kalender
Forum
Contact
Links
Opgravingen in het Middelburgse stadscentrum van start | Nieuwe website over Belgisch roerend erfgoed
10 juni 2005
Tieltse schuilkelder geeft geheimen prijs
Na twee weken onderzoek heeft de schuilplaats uit 1942 op de Tieltse Markt de meeste van zijn geheimen prijsgegeven. De schuilkelder bleek na de oorlog gebruikt te zijn als cisterne voor de Tieltse brandweer. Vooraleer de archeologen de schuilplaats konden onderzoeken, moest meer dan 100.000 liter water weggepompt worden.
De eigenlijke toegangstrap tot de kelder bevond zich net buiten de op te graven sleuf. Daarom beslisten de archeologen de sleuf plaatselijk uit te breiden en deze trap alsnog op te graven. Zo kon men een vollediger beeld te krijgen van de constructie en garandeerde men meteen dat bezoekers de schuilplaats op een veilige manier kunnen bezoeken.
De schuilplaats was tot aan het plafond gevuld met water: met behulp van de technische dienst van de Stad Tielt werd meer dan 100.000 liter water weggepompt. De schuilplaats werd na de oorlog doelbewust met water gevuld: reeds in 1945 gaf het Commissariaat-Generaal voor de Passieve Luchtverdediging de toestemming aan de Stad Tielt om de schuilplaatsen in gebruik te nemen als cisternen voor de stedelijke brandweerkorpsen.
De schuilplaats bestaat uit twee betonnen trappen, met daartussenin een gang (1,40 m breed en 1,80 m hoog), een metalen noodtrap en twee kleine verluchtingsgaatjes. Er zijn nog sporen van zitbankjes en een uitgebreid verlichtingssysteem. Of de gang ook effectief als schuilplaats gebruikt is, is niet zeker: volgens sommigen zijn er na 1942 geen zware bombardementen meer geweest op Tielt.
De gang is bijna 20 meter lang, waarvan het grootste deel zich buiten de proefsleuf bevindt. Met behulp van een topograaf werd het verloop van de schuilplaats op de straat gevisualiseerd. Zo werd onder andere de locatie van de tweede toegangstrap op de straat weergegeven. Of deze trap nog even intact is als de opgegraven trap is niet zeker: op een foto uit 1944 is immers duidelijk te zien dat de tweede toegang zwaar beschadigd is.
In het archief van de Roede van Tielt werd een document teruggevonden waarin journalist André Verbaeys een aantal archeologische vondsten beschrijft, die bij de bouw van de schuilplaats aan het licht kwamen. Een week na de start van de werken stootte men volgens het verslag op muren van 2 m hoog en 1,05 m breed. De muren werden in 1942 in verband gebracht met het schepenhuis, maar de breedte van de muren lijkt eerder in de richting van de lakenhal te wijzen. Er wordt ook melding gemaakt van een overwelfde gang en een waterleiding in zgn. kannebuizen: handgemaakte grijsbruine buizen met een lengte van 35/40 cm, die perfect in mekaar pasten. Tenslotte vermeldt de journalist nog de vondst van vier muntstukken: één munt uit het begin van de 15de eeuw en drie uit de 16de eeuw.
Opmerkelijk is de schets die André Verbaeys van de schuilplaats maakte: op deze tekening is er een ondergrondse verbinding getekend tussen de onderzochte gang en de Halletoren, via twee aparte gangen. Van deze twee constructies zijn echter geen sporen aangetroffen.
door Tijl | Opgravingen | Reacties (0)
Reageer op dit bericht |
