HomeKalenderForumContactLinks

Gidsen gezocht voor tentoonstelling 'De Hunnen' | Ook Limburg krijgt restauratiesubsidies

22 juli 2005

Veelbelovende vondsten op opgraving Edegem-Buizegem

Edegem.JPGSedert de aanvang van het archeologisch noodonderzoek (30 mei ll.) door het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed (VIOE) te Edegem-Buizegem, is er daar al heel wat gebeurd. De 4,5 ha grote oppervlakte wordt in verschillende fasen onderzocht. Een eerste deel van het onderzoek is toegespitst op de reeds gekende vroeg- en volmiddeleeuwse site in het noordelijke deel van het bedreigde areaal.

Daar werden vier grote sleuven vlakdekkend uitgegraven. Deze zijn momenteel in onderzoek. Wel speelt het dan weer te droge en dan weer te natte Belgische weder ons parten: leembodem verandert snel van beton in een modderpoel!

De verwachte paalsporen en greppels komen er stilaan aan het licht zonder dat er evenwel al enige configuratie zichtbaar is. De vondst van een scherf van een Karolingische reliëfbandamfoor uit een van de sporen beantwoordt alvast aan onze verwachtingen.

De proefsleuven die over het zuidelijke deel van het terrein grote – schijnbaar systematisch uitgegraven – kuilen aan het licht brachten, werden inmiddels onderzocht en ingetekend. Doorsneden van enkele kuilen maakten duidelijk dat men de tot 10 m lange en 5 tot 6 m brede kuilen vlak had uitgegraven tot net boven de toenmalige grondwatertafel die vroeger veel hoger lag dan vandaag. Tussen de kuilen werden bankjes in de leembodem uitgespaard. Omdat er niet direct een oplossing voorhanden was voor de functie van de kuilen die leken te wijzen op een of andere ontginning, werd professor Dr. Roger Langohr van de Universiteit Gent erbij gehaald. Die loste het mysterie op: het gaat om een bijna industriële ontginning waarbij zowel klei, kalk (in de vorm van tertiaire fossiele schelpenlagen die in deze regio aanwezig zijn) als kalkhoudend zand uitgegraven zijn. Telkens werd de onbruikbare grond uit de volgende kuil in de vorige kuil gestort. Uit deze grondlagen kon vastgesteld worden dat het terrein ten tijde van de ontginning beakkerd werd. Uit de bevindingen van Prof. Langohr kon geconcludeerd worden dat de ontginning ten minste 800 jaar oud is.

Ten gevolge van deze diepgaande ontginning is het reliëf van het oorspronkelijke terrein grondig gewijzigd, iets wat achteraf duidelijk zichtbaar bleek op de DHM (Digitale Hoogtemeting)-kaart. In een volgende fase zal een deel van deze ontginningszone vlakdekkend onderzocht worden in de hoop een scherpere datering te kunnen stellen. Het jongste materiaal dat tot nu toe in de kuilen gevonden is, is Romeins.

Het meer westelijk gelegen middendeel van de toekomstige verkaveling werd inmiddels ook door middel van proefsleuven bekeken. In deze sleuven tekende zich een groot aantal bodemsporen af waarin handgevormd aardewerk in IJzertijdtraditie aanwezig was.

Tenslotte werden twee Romeinse brandgrubengräber (foto) aangesneden waarvan één graf 3 stuks secundair verbrand aardewerk opleverde: 2 geverniste bekers en 1 ruwwandig bord. Datering: einde 2e eeuw.
Ook deze zone zal dus in de toekomst uitgebreid onderzocht worden.

De beheersarcheologen van de Afd. Monumenten en Landschappen zullen nu verder in onderhandeling gaan met de verkavelaar en de gemeente Edegem.

Meer info bij Henrica Annaert

door Jeroen | Opgravingen | Reacties (0)

Reageer op dit bericht




Remember Me?

(you may use HTML tags for style)