
Home
Kalender
Forum
Contact
Links
Conferentie digitaal erfgoed | Romeinse grachten langs Tongerse stadsmuur onderzocht
27 juli 2005
Waar de Zeevolkeren dood en vernieling zaaiden
De mysterieuze Zeevolkeren hebben rond het jaar 1200 voor onze jaarrekening wellicht ook de antieke havenstad Gibala (Jebleh) veroverd. Dat is een van de belangrijke resultaten van de recente Belgisch-Syrische opgravingen in die stad. De Belgische archeologen van de KU Leuven en van de Syrische Oudheidkundige Dienst graven al zes jaar op in de Syrische kuststad Jebleh, het antieke Gibala. De stad was in haar lange geschiedenis een belangrijk handelsknooppunt in het oosten van het Middellandse-Zeegebied.
Tijdens de voorbije opgravingscampagne in mei en juni zetten ze hun onderzoek voort van de heuvel Tell Tweini, anderhalve kilometer landinwaarts, de plaats waar aanvankelijk het stadscentrum lag.
Een van de eerste doelstellingen dit jaar was de controle van de resultaten van de vorige campagne: Duitse specialisten hadden toen met geomagnetisch onderzoek het stadsplan uit de Fenicische tijd (ca. negende eeuw voor Christus) gereconstrueerd. Dat resultaat moest wel op het terrein worden geverifieerd.
De archeologen groeven op verschillende plaatsen delen van de Fenicische stad op en de resultaten bevestigen de opmetingen: ,,Het plan is op de meter juist'', zegt Joachim Bretschneider (KU Leuven), werfleider van de opgravingen. Tijdens deze controlewerkzaamheden werden onder meer de resten van grote administratieve gebouwen blootgelegd.
Een tweede belangrijke doel was het onderzoek van de lagen uit de Late Bronstijd (ca. 1600-1200 voor Christus), gelegen onder de Fenicische stad. Op het einde van die periode maakte Gibala deel uit van het rijk van de machtige stadstaat Ugarit, die vijftig kilometer noordelijker lag.
Ugarit was een van de belangrijkste centra uit die periode, een smeltkroes van verschillende culturen die ook een hoofdrol speelde in onze beschavingsgeschiedenis: hier werd een van de oudste alfabetische schriftsystemen ontwikkeld, het Ugaritisch. Maar ook de rol van Gibala mag niet onderschat worden, zegt Dr. Bretschneider. De omvang van de gebouwen en de kwaliteit van de vondsten (waaronder prachtig aardewerk) kunnen de vergelijking met Ugarit zeker doorstaan. Hij rekent er daarom op in toekomstige campagnes teksten te kunnen ontdekken.
We weten uit Ugaritische teksten dat Gibala een grote bijdrage leverde tot de verdediging van Ugarit. Mensen uit Gibala werden gerekruteerd voor dienst op de koninklijke schepen. In dit verband wijst Bretschneider op een belangrijke vondst: een stempelzegel op een kruikfragment met de afbeelding van een schip. "In Ugarit zelf hebben we dergelijke afbeeldingen nog niet gevonden", zegt Bretschneider.
Ugarit zelf ging rond 1200 ten onder door de invallen van de Zeevolkeren. Maar wat was het lot van de vazalstaat Gibala? Tot nu toe hadden de archeologen daarover geen aanwijzingen gevonden. Maar dit jaar troffen de onderzoekers brandlagen aan uit dezelfde periode van de verwoesting van Ugarit. Een duidelijke aanwijzing dat Gibala mee in de klappen deelde.
Tot verrassing van de onderzoekers blijkt ook dat de stad onmiddellijk na de verwoesting herbewoond werd. Door teruggekeerde inwoners of door de veroveraars? Dat is echter nog niet duidelijk. Maar daarmee deed Gibala het in ieder geval beter dan Ugarit zelf.
De opgravingen, die onder leiding stonden van Karel Van Lerberghe (KU Leuven) en Michel al-Maqdissi (Syrische Oudheidkundige Dienst), gingen ook op een aantal plaatsen de lagen onder de Late Bronstijd na, mee met het oog op later onderzoek. Ze gingen daarbij tot zeven meter onder het niveau van de heuveltop, tot rond 2500 voor Christus. Tijdens dat onderzoek werden graven uit de Midden-Bronstijd (ca. 18de eeuw voor Christus) blootgelegd, onder meer van een moeder die samen met haar kind begraven werd.
Bron: De Standaard: 27/07/2005
door Jeroen | Internationaal | Reacties (0)
Reageer op dit bericht |
