
Home
Kalender
Forum
Contact
Links
"De Vlaamse archeologie kan er alleen maar op vooruitgaan" | Lezing: Frederik Demeyere over site Waardamme-Vijvers
20 september 2005
Hooghuys in het Paardenstraatje groter dan gedacht?
Na een zomer te hebben doorgebracht in en rond het Hooghuis te Sint-Katelijne-Waver, zijn archeologen Raf Ribbens en Wim Tiri van het MVSA (Mechelse Vereniging voor StadsArcheologie) weer neergestreken in het Hooghuys te Mechelen. De zaterdagse rust bij de buren is weer even zoek: er wordt duchtig kalk van de muren gekapt. Gelijktijdig worden uit de ontstofte archieven belangrijke gegevens gehaald.
Het (muurarcheologische) onderzoek spitst zich momenteel toe op de woningen 3 (met achterbouw) en 5 in het Paardenstraatje te Mechelen. Eerder werden de woningen 3 (het Hooghuys) en 5 (het laaghuis) onderzocht, momenteel worden de muren van de achterbouw van het nummer 3 aan een onderzoek onderworpen.
Een blik in de archieven
Er werd van uitgegaan dat beide woningen “typewoningen” zouden zijn, analoog met de gegevens verkregen uit de andere (onderzochte) woningen in het Paardenstraatje. Maar deze denkpiste diende al snel te worden verlaten. De idee van een diephuis dwars op de straat en een later aangebouwd laaghuis bleek niet meer te kloppen. Het laaghuis blijkt immers ouder te zijn dan het hooghuis en het oorspronkelijke hooghuis stond verder naar achter. Er was dus een open koertje naast het laaghuis en voor de naar achter gelegen woning. De voorgevel van het laaghuis stond ook niet aan de straatkant, maar gaf uit op het koertje (getuigen de aanwezigheid van een deur en groot raam, klik op de foto rechtsboven voor een grotere afbeelding). Ook het achterhuis kwam uit op dit koertje.
In een verkoopcontract uit 1597, tussen Jacob Froidmont en Loys van Kerstynen, lezen we: “een hofken of achtererve gelegen achter zijn verkopers klein huisje […] tussen het plaetsken van hetzelve huysken ter eender, het erf’s verkoopers groot ter 2e […] zulks zijlieden, verkoper en koper, met heymselen mekaar hetzelve hofken en erf bewezen hebben en gescheiden is van des verkopers erf aldaer”. Met andere woorden: er was een groot huis en een klein huis, met tussen beide een koertje. En het achtererf van het ‘laaghuis’ liep verder door naar achter in het huizenblok. Dit klopt met wat de archeologen tot hiertoe vonden; het koertje zal later het Hooghuys (nummer 3 in het Paardenstraatje, foto links) worden.
Het eigenlijke Hooghuys is dus een ingevulde woning, op het eerder vermelde koertje. Aan de hand van de bouwtechnische elementen (zoals de afwerking van het plafond en de haarden) hadden we de bouw van het Hooghuys gedateerd in de eerste helft van de 17de eeuw. Een akte uit 1617 vertelt ons over de verkoop tussen Jacqueline Esquens en Jan Baptiste van Ophem: “een huys, hebbende eertijds geweest twee woningen metten hove plaetse, toeghanghe tot eenen borreputte, gronde en andere toebehoorten”. Er is sprake van twee woningen: het ‘achterhuis’ en het ‘Hooghuys’. Het Hooghuys is dus gebouwd tussen 1597 en 1617, waarschijnlijk door Jacqueline Esquens of haar echtgenoot.
Dit zijn belangrijke gegevens wat betreft de bouw van het Hooghuys. Verder archiefonderzoek dient zich nu toe te spitsen op de datering van de (ver)bouw(ingen) en op de bewoners en eigenaars van de verschillende woningen.
Het achterhuis

Ondertussen spits het onderzoek zich toe op het achter-huis. De muren op de eerste verdieping zijn al ontdaan van de 20ste-eeuwse pleisterlagen; de gelijksvloerse muren gedeeltelijk. Op de eerste verdieping werden in de achtergevel de resten teruggevonden van de uitgebroken schouw. In de zijgevel was niet alleen de dakhelling bewaard, maar ook de negatiefsporen van de (verdwenen) verdiepingen (foto rechts). Uit deze balksporen (de donkere lijnen) en de dakhelling kan worden verondersteld dat de woning twee verdiepingen en een ruime zolder bezat, met een dak dat evenwijdig lag aan de straat. Op de gelijkvloerse verdieping vond men de ingevulde deuropening met een breedte van ruim 1 meter (foto links).
Voorlopig besluit
Het afkappen van de muren in de achterbouw heeft, ondanks eerdere twijfels, toch tot hoopvolle gegevens geleid. Niet alleen kan de positie van de verdiepingen gereconstrueerd worden, maar tevens geeft de daklijn een duidelijk beeld van de originele opstand van deze woning. Als ook de oppervlakte (ruim 5 m bij 12 meter) mee in acht wordt genomen, mag besloten worden dat dit de woonst moet geweest zijn van een belangrijk iemand. Uit de positie van de toegang (in de zijgevel) en de ramen (die uitkeken op de bovenvermelde koer) kan bovendien geconcludeerd worden dat deze persoon eigenaar was van het aangrenzende laaghuis, de koer en het perceel van het paardenstraat nummer 1.
Bron: MVSA Nieuwsbrief
door Johan | Opgravingen | Reacties (0)
Reageer op dit bericht |
