HomeKalenderForumContactLinks

« september 2005 | november 2005 »

31 oktober 2005

"Ambiorix wilde gewoon geen belastingen betalen"

Ambiorix is de enige 'Oude Belg' in de finale van De Grootste Belg. Maar verdient de Eburoon deze eer wel? "Neen," zegt de Gentse professor Jean Bourgeois beslist. "Ambiorix heeft geen enkel verschil gemaakt. Hij was gewoon degene met de grootste muil in het café."

Over Ambiorix valt weinig met absolute zekerheid te vertellen. 'Feiten' over zijn leven vinden we bijna uitsluitend in Julius Caesars subjectieve relaas 'De Bello Gallico', over de Gallische Oorlog. Daarin komt Ambiorix als koning van de Eburonen in 54 v.C. in opstand tegen de Romeinen, die Gallië bezetten. Op een listige wijze brengt hij de Romeinen hun zwaarste nederlaag toe die ze in Gallië te verduren krijgen. Caesar zint op wraak: hij moordt het hele Eburonenvolk uit en vernielt hun land. Vooral Ambiorix lust hij rauw, maar deze weet als een van de weinigen te ontsnappen. Hij vlucht over de Rijn, richting Germanen. Wat er nadien met hem is gebeurd, is niet bekend.

Professor Jean Bourgeois van de Gentse universiteit is niet onder de indruk van Ambiorix. "Tegenwoordig krijgt Ambiorix amper nog aandacht in het historisch onderzoek en zelfs niet meer in de schoolboekjes," zegt Bourgeois vandaag in De Standaard. "Ambiorix heeft natuurlijk wel een rol gespeeld, maar het is een heel kleine rol in het veel grotere geheel van de Romeinse veroveringen. De hoofdrolspeler daarvan is Julius Caesar, zonder meer. Ambiorix heeft daarin geen enkel verschil gemaakt."

Voor de slag tegen de Romeinen hebben de Eburonen een vreselijke prijs betaald, stelt Bourgeois. De Romeinen hebben hen zonder meer uitgemoord. "Het resultaat van Ambiorix' opstand kon niet negatiever zijn." De opstand was volgens professor Bourgeois alleen maar een opportunistische kwestie: "Er waren toevallig weinig Romeinse troepen in de buurt. Het was geen bevrijdingsoorlog, maar een hongeropstand, op gang gebracht door degene met de grootste muil in het café. Van een politiek project of een visie was geen sprake. Pas nadat de opstand was begonnen, ging hij bondgenoten zoeken bij de Aduatuken en de Nerviërs. Daar had hij beter wat eerder aan gedacht. Het begon er gewoon mee dat hij geen belastingen meer wilde betalen."

Ook over de rol van Tongeren is Bourgeois sceptisch. "Omdat er amper informatie over hem bestaat, kan iedereen om het even wat over Ambiorix beweren," stelt hij. "In Tongeren zijn amper menselijke sporen van voor de komst van de Romeinen. Ze zullen daar wel ergens in de buurt hebben gevochten, maar in principe heeft Ambiorix niet meer te maken met Tongeren dan met pakweg Beringen. Het enige extra wat Tongeren heeft, is dat ze daar dat beeld van Ambiorix hebben geplaatst."

Externe link: De Grootste Belg
Bron: De Standaard - 31 oktober 2005

door Tijl | In de pers | Reacties (0)

Laatste kans voorinschrijving Reuvensdagen

reuv2005.jpgTot en met dinsdag 1 november kunt u zich tegen het normale tarief aanmelden voor de Reuvensdagen (17 en 18 november in Nijmegen). Daarna is het alleen nog mogelijk om tijdens het congres contant af te rekenen aan de balie, mits een toeslag van 10 euro. Doe dus vandaag nog de aanmeldingskaart op de post of vul het digitale aanmeldformulier in.

door Johan | Congressen | Reacties (0)

Canvas brengt "Rome"

Rome.jpgVanaf vanavond brengt de tv-zender Canvas opnieuw een prestigieuze reeks over een roemruchte periode uit de Romeinse geschiedenis. In “Rome” volgen we de tweestrijd tussen de politieke rivalen Caesar en Pompeius in de jaren na het eerste triumviraat.

Na zijn veroveringstochten in Gallië wil Caesar in 52 v.Chr. naar Rome terugkeren om zijn militaire zeges eindelijk in politiek gewin om te zetten. Pompeius voelt zijn hete adem en krijgt nog wel de aristocratie op zijn hand, maar een conflict lijkt stilaan onvermijdelijk…

De serie werd gedraaid in de legendarische Cinecittà-studio’s in Rome. Voor de opnames werd “de grootste televisieset ter wereld” gebouwd, met meer dan twee hectaren decors, die de antieke originelen tot in de details nabootsten. Met haar 92 miljoen euro is het dan ook de duurste televisieserie ooit geworden.

Praktisch: De eerste aflevering van “Rome” wordt vanavond uitgezonden op Canvas, tussen 22.00 en 22.55u.
Externe links: “Nieuwe Canvasreeks: 'Rome'” en “Gebruikten de Romeinen zakdoeken?” (© De Standaard, 29 oktober); HBO-site over 'Rome'

door Bart | Varia | Reacties (0)

30 oktober 2005

Dringend vrijwilligers gezocht in Knesselare

De Kale-Leie Archeologische Dienst (KLAD) heeft momenteel in Knesselare (Oost-Vlaanderen) twee zeer dringende projecten waarvoor alle hulp welkom is. Het gaat om Knesselare-Kouter en de Aquafin-leiding, twee Romeinse nederzettingssites onder directe bedreiging.

Op de site van Knesselare-Kouter komt binnenkort een woonverkaveling. De KLAD heeft er een aantal proefsleuven getrokken, die positief zijn uitgevallen. Aangezien er geen fondsen beschikbaar zijn om een projectarcheoloog te betalen, voert de KLAD ook het verdere onderzoek van de site uit.

De site van Knesselare-Kouter bestaat uit twee concentraties van archeologische sporen. Het eerste is een duidelijk Romeins erf, met twee of drie hoofdgebouwen, enkele bijgebouwen, een erfomsluitende gracht, een Romeins wegtracé en een drenkpoel of waterput; De datering van de tweede concentratie is momenteel nog twijfelachtig. De KLAD-archeologen ontdekten ook hier een palissade en heel veel paalsporen, die men nu aan het bestuderen is.

Ook bij de opvolging van de Aquafin-leiding tussen Knesselare en Aalter-brug stootte de KLAD onlangs op een Romeinse site. In een zone van 100 m lang, identificeerden ze al talrijke paalsporen, mogelijk een waterput, en verschillende grachten.

Wil je in de loop van november een handje toesteken bij het archeologisch onderzoek in Knesselare? Laat dan snel iets weten aan David Vanhee (0498/36.26.80) of Johan Hoorne (0495/22.71.43).

door Tijl | Vrijwilligers | Reacties (0)

"De gravers tonen mij 's avonds hun vondsten"

andre1.jpgAndré Vandenbossche werd op de Antwerpse Cultuurmarkt uit een groep van twaalf Vlaamse museummedewerkers verkozen tot populairste museummedewerker in Vlaanderen. Op vrijdag 28 oktober gaf hij een rondleiding in "mien museumtje", het Archeologisch Museum in Brugge. Deze rondleiding werd speciaal voor de familie Van Overschee uit Kontich gehouden, die fervente Brugge-bezoekers zijn. Zij werden namelijk gekozen uit de vele inzendingen die op de winnaar hadden gestemd.

Op de Cultuurmarkt konden de mannen bij de Brugse stand een spelletje darts spelen waarbij ze naargelang hun punten een toegangskaart wonnen voor één van de Brugse musea. Terwijl de vrouwen toekeken ging André strategisch te werk door hen te vertellen dat "nummer 8 een sympathieke man is". Zijn strategie bleek te werken want André, kassier en suppoost aan het museum, kreeg namelijk meer dan vijftig procent van de stemmen achter zich.

Een sympathieke is de man wel, want we werden vrijdag hartelijk ontvangen door André zelve. Naast de winnaars, de heer en mevrouw van Overschee, was de pers en zowel de schepen van werk als de schepen van cultuur en toerisme aanwezig. Na een korte rondleiding werd André, want als ‘meneer’ wil hij niet aangesproken worden, ondervraagd door de aanwezigen van de pers.

andre.jpgAndré (56) is een man die werkelijk van zijn job houdt en een vleugje humor kan er bij hem altijd wel vanaf. Terwijl het op die dag staking was, vertelt hij: "Ik wil werken tot mijn tachtigste want de eerste tachtig zijn de moeilijkste hé, de rest gaat vanzelf. Ik zie me al hier (in het museum, nvdr) binnenkomen met twee jonge verpleegsters die me dan hier op de stoel zetten."

Hij heeft niet altijd in de archeologische sector gewerkt, maar sinds hij bij het museum actief is, heeft hij steeds meer interesse gekregen voor het vak. "De gravers komen dan ’s avonds terug van de opgraving, en komen dan naar mij om hun vondsten te tonen. Zo geraak ik ermee vertrouwd," vertelt hij.

André voelt zich dan ook sterk verbonden met ‘zijn museum’ en de mensen die er komen."Sinds de verbouwing van het museum in 2004 is het bezoekersaantal verdrievoudigd," laat hij ons bovendien weten. Verdere verbouwingen zijn gepland voor eind dit jaar.

Praktisch:
Ligging: Mariastraat 36a, 8000 Brugge
Openingsuren: dagelijks toegankelijk van dinsdag tot zondag, telkens van 9.30 tot 12.30 uur en van 13.30 tot 17.00 uur. (gesloten op maandag)
Tickets: € 1 à 2 (tot halfuur voor sluiting), gratis voor Bruggelingen en kinderen -13j.
Tel.: wil je zeker zijn dat André er die dag ook is: 050/44.87.30
Algemene info: www.museabrugge.be

door Jeroen | Varia | Reacties (0)

29 oktober 2005

Eerste stappen in de richting van Malta

De afdeling Monumenten en Landschappen en het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed (VIOE) werken momenteel aan een eerste conceptnota rond de implementatie van het Verdrag van Malta in Vlaanderen. Het is de bedoeling dat ze die in het najaar voorleggen aan minister Dirk Van Mechelen (VLD). Ook wordt werk gemaakt van de oprichting van een klankbordgroep met vertegenwoordigers van het werkveld. Dat zei Van Mechelen onlangs in het Vlaams Parlement.

Volgens de minister werden intussen de eerste stappen gezet naar een daadwerkelijke omzetting van het verdrag van Malta in de regelgeving. "Een verdrag ondertekenen is één ding, het implementeren een ander, maar het uiteindelijk opnemen in de regelgeving is de moeilijkste taak," antwoordde minister Van Mechelen op een vraag van parlementslid Bart Caron (Spirit). "We hebben nu eindelijk een aantal belangrijke stappen gezet. Ik heb de opdracht gegeven aan de afdeling Monumenten en Landschappen en aan het VIOE om een eerste conceptnota inzake de implementatie van het verdrag in Vlaamse context voor te leggen. Het is de bedoeling dat ze die in het najaar voorleggen."

Daarnaast wordt ook werk gemaakt van de oprichting van een klankbordgroep met vertegenwoordigers van het werkveld. Het gaat dan over universiteiten, stadsarcheologische diensten, intergemeentelijke archeologische diensten, provinciale archeologen, het Forum Vlaamse Archeologie, archeologiebedrijven, officiële amateurverenigingen enzovoort. Het is de bedoeling de voorstellen van de administratie ter discussie voor te leggen aan deze klankbordgroep, zodat de genomen opties worden gesteund door een breed draagvlak.

"Momenteel bevinden we ons in de conceptfase," zegt Van Mechelen. "Het is de bedoeling te komen tot de algemene invoering van de Conventie van Malta. In afwachting daarvan is het voor mij bijzonder moeilijk om vandaag bindende uitspraken te doen over de definitieve rol die de publieke en privé-partners toebedeeld krijgen. Dat zal precies de essentie van het debat uitmaken. Ik ben nogal pragmatisch ingesteld. We zullen dan ook zoeken naar een formule die goed werkbaar is en die op het terrein wordt aanvaard als de juiste weg om dit probleem duurzaam aan te pakken."

De Vlaamse overheid heeft in het kader van de zorg om het bodemarchief een voorbeeldfunctie, vindt de minister. In het verleden gebeurde het te vaak dat ook bij de uitvoering van werken in opdracht van de Vlaamse overheid, weinig of onvoldoende rekening werd gehouden met het archeologische erfgoed in de bodem. "Daarom zullen we tijdens deze legislatuur ten volle rekening houden met de archeologische impact van een aantal grote Vlaamse infrastructuurprojecten."

Op de vraag welke financiële middelen de Vlaamse Regering hiervoor zal aanwenden en of de momenteel beschikbare middelen volstaan om de beoogde archeologische doelstellingen te halen, ging minister Van Mechelen niet in.

Bart Caron voelde de minister ook aan de tand over de feitelijke aanduiding van de opgravende/onderzoekende instantie bij infrastructuurwerken. Volgens Caron zouden er afspraken bestaan tussen de administratie Waterwegen en Zeewezen en het VIOE, waarbij middelen zonder externe controle of toepassing van de wet op de overheidsopdrachten aan het VIOE zouden worden toegekend.

Van Mechelen verduidelijkte dat beide instellingen deel uitmaken van dezelfde rechtspersoon (het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap). De wet op de overheidsopdrachten is hierbij niet van toepassing. Het staat het ministerie echter vrij een gunningsprocedure uit te schrijven voor een dienstenopdracht in het kader van een archeologisch onderzoek. In dat geval is het volgens Van Mechelen mogelijk dat ook universiteiten of privé-partners meedingen naar Vlaamse archeologische opdrachten in het kader van openbare infrastructuurwerken. "Daarvan zijn heel wat voorbeelden gekend, onder meer in Tongeren."

Meer info: Je vindt het volledige antwoord van minister Van Mechelen op de website van Bart Caron.

door Tijl | Beleid | Reacties (0)

28 oktober 2005

Archeologie van Syrië en Palestina

De Afdeling Oude Nabije Oosten van de K.U.Leuven organiseert op vrijdagnamiddag 4 november drie lezingen over archeologisch onderzoek in Syrië en Palestina. Leuvense assyriologen zullen de opgravingen in Tell Beydar en Tell Tweini belichten. De Nederlandse Margreet Steiner geeft een lezing over Jeruzalem.

Volgende lezingen staan op het programma van het mini-symposium, dat georganiseerd wordt in samenwerking met het Werkgezelschap voor de Archeologie van Palestina (Groningen):

* Joachim Bretschneider. Vondsten en onderzoek in Syrië: Recente opgravingen van de K.U.Leuven in Tell Beydar en Tell Tweini
* Klaas Vansteenhuyse: Op de grens van Ugarit: Tell Tweini en haar aardewerk
* Margreet Steiner: De stad Jeruzalem in de Perzische Periode

Praktisch: Vrijdag 4 november 2005, van 14u00 tot 17u00. Erasmushuis, Blijde Inkomststraat 21, Leuven.
Externe link: Tell Tweini

door Tijl | Lezingen | Reacties (0)

Egyptologen in de Zoo van Antwerpen

Enige weken terug ontving de K.U.Leuven het zevende Tempeltagung-congres, met als centraal thema de relatie tussen theologische theorie en architecturale praktijk in de Egyptische tempelbouw. In de Campuskrant van deze maand blikken de egyptologen Harco Willems en René Preys op de conferentie terug.
Naar het artikel (pdf).

door Bart | In de pers | Reacties (0)

Macabere diviniteiten en machtige maagden. Religie der Etrusken en Romeinen

Amarant.jpgDe vzw Amarant organiseert in november en december op verschillende locaties in Vlaanderen meerdaagse cursussen over de religie van Etrusken en Romeinen. Kunsthistorica Sophie Dralans stelt u de voornaamste goden en diviniteiten voor, en licht de rituelen toe die te hunner ere werden uitgevoerd. Ook wordt ingegaan op de invloed van religie op het leven van Etrusken en Romeinen.

De cursus bestaat uit vier lesnamiddagen of -avonden, en vindt plaats in vier Vlaamse steden.

Inhoud:

1. Etruskische godsdienst
Korte schets van de Etruskische beschaving
De Etruskische goden
De uitvoering van de rites
2. Etruskische godsdienst
De altaren, tempels en heiligdommen
Het hiernamaals en de vooroudercultus
3. Romeinse godsdienst
De Romeinse goden
Keizercultus
De uitvoering van de rites
4. Romeinse godsdienst
Oosterse religies (Kybele, Isis, Mithras)
Religieuze gebouwen


Locaties:

Antwerpen
Huis van de Sport (Boomgaardstraat 22/1)
4 dinsdagnamiddagen, van 14.00 tot 16.30 uur
08/11 - 22/11 - 29/11 - 06/12/2005

Knokke-Heist
Cultuurcentrum Scharpoord (Meerlaan 32)
4 maandagnamiddagen, van 14.00 tot 16.30 uur
07/11 - 21/11 - 28/11 - 05/12/2005

Lokeren
Cultuurcentrum Lokeren (Kerkplein 5)
4 donderdagavonden, van 19.30 tot 22.00 uur
10/11 - 17/11 - 24/11 - 01/12/2005

Aalst
Cultuurcentrum De Werf (Molenstraat 51)
4 dinsdagavonden, van 19.30 tot 22.00 uur
08/11 - 15/11 - 22/11 - 29/11/2005


Cursusgeld:

Leden 39,00 EUR
-26/+60 44,00 EUR
Niet-leden 46,00 EUR

Inschrijven kan via de website van Amarant.

door Bart | Varia | Reacties (0)

27 oktober 2005

Restanten oude kerk te Lovendegem

Vandaag werden tijdens een persconferentie de resultaten van een noodopgraving bij de kerk te Lovendegem voorgesteld. Naast enkele oude graven en grafkelders werden ook restanten teruggevonden van 2 dwarse steunberen onder de 19de eeuwse kerk. Deze steunberen kunnen teruggaan tot in de 15de eeuw.

In een periode van 4 dagen werd met zes archeologen (2 archeologen van het KLAD en 4 werkzoekende archeologen) een klein stuk rond de kerk van Lovendegem opgegraven. Wegens herstructureringswerken aan het kerkplein kwamen verschillende structuren aan de oppervlakte bij het koor van de kerk.

Tot in de 19de eeuw was in Lovendegem het kerkhof langs de kerk gelegen. Er werd dan ook verwacht verschillende grafstructuren terug te vinden. De belangrijkste grafkelder (groen op het plannetje) was gebouwd in baksteen en had een tongewelf. Tijdens de bouw van deze constructie werden vele lijken gewoon aan de kant geschoven, zodat de archeologen errond een ware 'bottenschat' teruggevonden. Er werden nog resten van een zevental (mogelijk 8) doodskisten in de kelder aangetroffen. Eén van deze kisten, waarvan de meeste in lood gemaakt zijn, kon geïdentificeerd worden als het graf van Gravin Josephine Adelaide Rosalie de Baillet, die stierf op 13 april 1866. De kist was met fijne planken afgewerkt en naast de naam en de sterfdatum was ook nog een kruis herkenbaar.

Door informatie van de heemkundige kring kon achterhaald worden dat deze de tweede vrouw was van Charles Constantin de Vaernewyck, eigenaar van het kasteel Diepenbroeck te Lovendegem en lid van de staten-generaal van de Nederlanden en betrokken bij de onafhankelijkheid van België. Achteraan de kerk hangt ook een gedenkplaat ter ere van deze familie, die meteen ook de andere kisten kan identificeren.

Daarnaast werden bij de kerk restanten gevonden van 2 dwarse steunberen (geel) die een deel van de fundamenten van de 19de eeuwse kerk vormen. De opbouw bestond uit Doornikse Kalksteen en de fundamenten bevatte vooral baksteen, waarvan het formaat 25 bij 12 bij 6 bedroeg (zie foto). Dit is een type dat lang en veelvuldig voorkomt in de streek maar dat kan teruggaan tot in de 15de eeuw. Deze steunberen behoorden dus toe tot een oudere fase van de kerk. De burgemeester onderzoekt of het mogelijk is om de grafkelder te beschermen en zichtbaar te maken voor het publiek, dat tijdens de duur van de opgravingen massaal aanwezig was. De archeologen vinden het echter wijselijker de steunberen, die aan de kerk aanleunen te bewaren, en de grafkelder, die wat minder van archeologisch belang is, te laten weghalen. Dit zal ook afhangen van een advies van de dienst Monumenten en Landschappen en de provincie Oost-Vlaanderen.
De andere delen rond de kerk, die ook worden heraangelegd, worden ook verder onderzocht, maar men verwacht veel minder structuurresten dan aan de noordzijde van de huidige kerk.

Externe link: Op de website van de regionale televisiezender AVS kun je een item over de opgravingen in Lovendegem bekijken (op het einde van de nieuwsuitzending).
Meer info: info@deklad.be

door Jan | Opgravingen | Reacties (0)

De toekomst van de SNA in Nederland

SNA toekomst.jpgStaatssecretaris Van der Laan wil de bezuinigingen in de Nederlandse culturele sector vooral doorvoeren naar de ondersteunende instellingen. Voor de Stichting voor de Nederlandse Archeologie (SNA) zou dit een fusie inhouden met andere erfgoedsectoren. De SNA belegt op 3 november een bijeenkomst over haar toekomst.

Sinds 1997 ontvangt de SNA als onafhankelijke koepel/platform voor de archeologiesector subsidie van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap uit de vierjarige Cultuurnota's. Staatssecretaris Van der Laan heeft er bij de geplande bezuinigingen voor gekozen om de producerende instellingen te ontzien en de bezuinigingen bij de ondersteunende instellingen zoals de SNA te leggen door o.a. een herziening van de ondersteuningsstructuur. Op 28 november debatteert de Tweede Kamer over de Cultuurnota.

Voor de SNA betekent dit dat de staatssecretaris recent heeft aangekondigd per 1 januari 2008 tot één sectorinstituut voor het cultureel erfgoed te willen komen, waarin behalve de SNA ook de koepelorganisaties voor de archievensector, de gebouwde monumentenzorg en de museumsector opgaan. De individuele subsidies aan deze organisaties worden per die datum beëindigd. De SNA is tot nu toe voor de exploitatiekosten afhankelijk van de overheidssubsidie: de bijdragen van de deelnemende organisaties zijn ontoereikend en fondsen en sponsors financieren wel projecten, maar geen algemene exploitatiekosten.

Op 3 november belegt de SNA daarom een informatie- en discussiebijeenkomst met de aangesloten organisaties over de toekomst. Met welk scenario is de archeologie in deze woelige tijden het meest gebaat? Hoe kan de sectorspecifieke belangenbehartiging, c.q. de doelstellingen van de SNA gehandhaafd blijven en hoe zou dit ingebed kunnen worden in de organisatiestructuur van één sectorinstituut voor het cultureel erfgoed? Waar heeft het veld behoefte aan? Hoe kan de onafhankelijkheid gewaarborgd blijven? Hoe verhoudt het nieuwe sectorinstituut zich tot de inmiddels gefuseerde Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB) en Rijksdienst voor de Monumentenzorg (RDMZ)? Allemaal vragen waar ze graag uw mening en suggesties over horen.

Programma
13.00 uur Ontvangst met koffie en thee
13.30 uur Stand van zaken en discussie
15.15 uur Conclusie

Deelname aan deze bijeenkomst is gratis, maar laat even weten of u komt. Dat kan door te bellen naar +31 020 / 422 79 79 of door het formulier in te vullen op de website van de SNA. Opgelet: de contactdag gaat door op een nieuwe lokatie: Erfgoedhuis, Herengracht 474 in Amsterdam.

Bron: Stichting voor de Nederlandse Archeologie (SNA)

door Johan | Congressen | Reacties (0)

Vlaams Gewest plant fietspad dwars door beschermde kapel

Sinds er jaren geleden een onvoorzichtige automobilist tegen het Clercqskapelletje in Koksijde reed, staat het beschermde gebouwtje te verkommeren. Koksijde wil het wel restaureren, maar het Vlaams Gewest plant er een fietspad, dat bij wijze van spreken dwars door de kapel zou lopen. "We zouden het gebouwtje desnoods een klein beetje kunnen opschuiven," klinkt het bij Monumenten en Landschappen.

Het Clercqskapelletje, genoemd naar de bouwheer, oud-burgemeester Franciscus Declercq (1805-1873), werd opgetrokken met 'moefen' van de Duinenabdij. Het kapelletje, met het beeld van de heilige Margareta, was tijdens de Tweede Wereldoorlog een ware volkstoeloop. Er kwamen ook veel mensen bidden voor genezing van reuma.

In 2003 stonden de eigenaars de veldkapel uit de 19de eeuw af aan de gemeente Koksijde. De als monument geklasseerde kapel was dringend aan een volledige restauratie toe, nadat hij zwaar beschadigd naar aanleiding van een auto-ongeval. De kapel werd toen gestut, maar meteen ook afgesloten. Een architect werd aangesteld, en men hoopte toen nog de restauratiewerken in de loop van 2004 te kunnen uitvoeren.

"Wij willen het wel restaureren, maar het is een ingewikkelde zaak," klinkt het bij het gemeentebestuur van Koksijde. Volgens de schepen van Openbare Werken loopt er nog een procedure tegen de man die tegen het kapelletje reed. "Wij vragen dat hij een deel van de restauratiekosten betaalt. Maar de restauratie kan niet beginnen omdat het Vlaams Gewest daar een fietspad wil aanleggen. Ik heb alvast geweigerd het traject van het fietspad goed te keuren. Het Gewest moet maar grond onteigenen waardoor het fietspad achter de kapel door kan lopen."

"Ik vrees dat het kapelletje zo beschadigd is dat het helemaal gedemonteerd en heropgericht moet worden," zegt Dominique Vieren van Monumenten en Landschappen. "We zouden het gebouwtje dus desnoods een klein beetje kunnen opschuiven."

Bron: De Standaard - 27 oktober 2005

door Tijl | Erfgoed | Reacties (0)

Op zoek naar de eerste blaaspijp

Marianne Stern Romeins glas.jpgOp 3 november geeft de internationaal gerenommeerde glasspecialiste Marianne Stern een lezing over het Romeinse glasblazen: 'Een revolutie in de Romeinse glasindustrie. Op zoek naar de eerste blaaspijp'. De afdeling archeologie van de KULeuven nodigt U dan ook graag uit om 20u in lokaal 00.08 van het Monseigneur Sencie Instituut (MSI), Erasmusplein 2 in Leuven. De inkom is gratis.

Marianne Stern heeft niet alleen een technische bagage als glasblazer, maar bezit ook de wetenschappelijke kennis als een wereldvermaarde glasspecialiste. Tijdens de lezing wijdt ze ons in in de kunst van het Romeinse glasblazen om dan aan de hand van hedendaagse experimenten onze lacunaire kennis betreffende het ontstaan van deze techniek wat aan te dikken.

Meer info: Veerle Lauwers: 016/325093

door Johan | Lezingen | Reacties (0)

26 oktober 2005

Archeologische contactdag Oost-Vlaanderen op 26 november

Op zaterdag 26 november organiseert het Verbond voor Oudheidkundig Bodemonderzoek in Oost-Vlaanderen (VOBOV vzw) een archeologische contactdag. Op deze contactdag zal een overzicht gebracht worden van recent archeologisch onderzoek in de provincie Oost-Vlaanderen, over alle periodes van onze voorgeschiedenis heen. Iedereen met een interesse in en een hart voor het archeologische onderzoek is van harte welkom.

Tijdens de contactdag in Gent worden onder meer de resultaten voorgesteld van het archeologisch onderzoek op de Hopmarkt in Aalst, de Gallo-Romeinse resten in Velzeke, het laat-middeleeuwse Middelburg en het bouwhistorisch onderzoek in de Sint-Ghislenuskerk in Waarschoot.

VOBOV hoopt hiermee een waardevolle aanvulling te bieden bij de traditionele archeologische contactdagen, die periodegebonden zijn en elk afzonderlijk dan ook slechts een deel van het onderzoek in Oost-Vlaanderen presenteren. De contactdag wordt georganiseerd in samewerking met OFOBIE vzw, het Ename Expertisecentrum en de provincie Oost-Vlaanderen (Dienst Monumentenzorg & Cultuurpatrimonium).

Meer info: De contactdag vindt plaats in 'Het Zuid' in Gent. Het volledige programmma en verdere info vind je hier.

door Tijl | Congressen | Reacties (0)

Restauratieproject motte Hoge Wal in Evergem goedgekeurd

Ertvelde Hoge Wal klein.jpgDe Hoge Wal in Ertvelde (aan de Jacob Van Arteveldelaan) is een typevoorbeeld van een castrale motte, één van de oudste vormen van een kasteel. De motte dient gerestaureerd te worden en de plannen daarvoor werden in 2004 toegelicht tijdens een infovergadering. Het ontwerp is nu goedgekeurd zodat de subsidieprocedure kan worden verdergezet.

Een mottekasteel of castrale motte is een van de oudste vormen van een kasteel. De eerste vermelding dateert van 1199. Het was een versterkte woonplaats van een adellijk persoon. De castrale motte ‘De Hoge Wal’ is als monument beschermd sinds 30 maart 1994. De totale oppervlakte bedraagt ongeveer 33.000 m². Het is een van de best bewaarde mottes in Oost-Vlaanderen: het opperhof, nederhof en de walgracht zijn nog steeds duidelijk als afzonderlijke elementen te herkennen.

Door middel van de restauratie wil men de erosie van de flanken tegengaan en vermijden dat de walgracht dichtslibt. Het ontwerp komt erop neer dat er zoveel mogelijk zal teruggegrepen worden naar de oorspronkelijke toestand. Rondom het opperhof komt er een houten palissade. Het opperhof wordt bereikbaar via een loopbrug en een trap. Het neerhof zal omgeven worden door een haag. De restauratie draagt zo bij tot de instandhouding van het cultureel erfgoed. Het doel van het restauratieproject is tevens het nemen van maatregelen die de natuurwaarde van het omringende gebied verhogen.

Het ontwerp werd opgemaakt door het Advies-en Ingenieursbureau Soresma nv uit Antwerpen. De werken kunnen ten vroegste aanvangen in 2006, maar vermoedelijk zal het zelfs pas in 2007 zijn. Ze kunnen namelijk niet aanvangen voor de noodzakelijke subsidies definitief zijn toegezegd.

Externe link: Castellologie: de mottekastelen (J. Demeulemeester, UGent) (.doc)
Bron: Gemeente Evergem
Meer info: Dienst Gemeentewerken Evergem - 09/215.05.30

door Johan | Varia | Reacties (0)

25 oktober 2005

Grafmonument uit de IJzertijd verrast archeologen in Edegem

Het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed (VIOE) heeft zopas de eerste fase van het archeologisch noodonderzoek in Edegem-Buizegem afgerond. Naast een middeleeuwse nederzetting (greppels, paalsporen en waterput met 10de-11de eeuws vondstenmateriaal) en een grafveld aansluitend op het reeds vroeger onderzochte kerkje, kwam nog een verrassing uit de IJzertijd aan de oppervlakte...

Bij het uitgraven van de laatste sleuven werd een circulaire greppelstructuur waargenomen. Deze kon vrijwel onmiddellijk geïnterpreteerd worden als de randstructuur van een IJzertijdgraf. Binnenin moet zonder twijfel een grafheuvel opgeworpen geweest zijn: daarvan zijn de resten van een dassenburcht nog de getuigen. De greppel had een diameter van 8 tot 9 m, was nog 40 tot 50 cm breed en ca. 20 cm diep. In de greppel stond een dichte krans van een 40-tal palen met een diameter van ca. 30 cm, ingegraven. De vaststellingen van professor Roger Langohr bevestigen dat niet alleen het heuvellichaam volledig geëgaliseerd is, maar dat ook nog eens een 80 tot 100 cm van het oorspronkelijke leemhoudend bodemniveau verdwenen is door erosie en homogenisatie na het in cultuur brengen van de bodem.

Dat dit niet zomaar een grafmonument geweest is, blijkt uit de aanwezigheid van een concentrische gracht die op een afstand van 23 m rond de binnenste greppel werd uitgegraven. Deze gracht was nog 1,5 tot 2 m breed en vertoonde een spitsvormig profiel waarvan de diepte nog 1,5 m diep reikte. Rekening houdend met de vastgestelde bodemerosie moet deze gracht dus nog veel indrukwekkender geweest zijn. Volgens professor Langohr is deze gracht vrij snel gedeeltelijk opgevuld, eerst op een natuurlijke wijze door inspoeling na regenweer, later op intentionele wijze door het gedeeltelijk opvullen met brokken leem. Nog later werd de aldus nog aanwezige komvormige greppel geleidelijk aan opgevuld op natuurlijke wijze.

Het totale grafmonument moet dus een diameter van ongeveer 60 m gehad hebben, wat meteen duidelijk maakt dat dit een zeer monumentaal geheel geweest is, waarbij tal van werkuren mee gemoeid waren. Een onmiddellijke vergelijking kan gemaakt worden met het zogenaamde ‘vorstengraf’ van Oss (NL, N.-Br) uit de vroege IJzertijd, alhoewel daar de buitengreppel veel minder breed en diep was. In tegenstelling tot in Oss waar een rijk centraal graf aanwezig was, bestaande uit een bronzen situla met crematieresten vergezeld van een ijzeren zwaard met goudbeslag, een bronzen kokerbijl en paardentuig, werd centraal binnen de grafcirkels van Edegem niets aangetroffen dat met een bijzetting in verband kan worden gebracht. Mogelijk heeft de diepgaande bodemerosie hier mee te maken maar het kan ook zijn dat het een grafmonument betreft dat nooit gebruikt is geweest. Noch de vulling van beide grachten, noch de paalkuilen hebben enig relevant materiaal of houtskoolfragmenten opgeleverd zodat het moeilijk zal zijn een exacte datering voor dit grafmonument te bepalen.

In totaal werden zo’n 300 m² onderzocht. Volgend jaar zal het onderzoek verder gezet worden in de zone waar het proefsleuvenonderzoek eerder dit jaar Romeinse brandgraven en bewoningssporen uit de IJzertijd aan het licht heeft gebracht.

Meer info: henrica.annaert@lin.vlaanderen.be

door Tijl | Opgravingen | Reacties (0)

De plaats van archeologie in het Beter Bestuurlijk Beleid

Het is al langer geweten dat de verwevenheid van onroerend erfgoed en ruimtelijke ordening een van de stokpaardjes is van Vlaams minister Dirk Van Mechelen (VLD). De op til zijnde hervorming van de Vlaamse administratie betekent een eerste stap in de richting van een sterkere integratie. Op vraag van parlementslid Bart Caron (Spirit) gaf Van Mechelen onlangs meer uitleg in de bevoegde commissie.

Door de integratie zouden ruimtelijke kwaliteit en zorg voor het onroerend erfgoed met elkaar verzoend worden, waardoor de problemen op een compleet nieuwe manier aangepakt kunnen worden. "Zo kunnen we vermijden dat de minister van Monumenten en Landschappen heel snel moet klasseren om te voorkomen dat de minister van Ruimtelijke Ordening een sloopvergunning aflevert, wat in het verleden wel eens gebeurde," stelt Van Mechelen.

De minister antwoordde tijdens een commissie-vergadering op een vraag van Bart Caron over de plaats van archeologie in het 'Beter Bestuurlijk Beleid'. Caron stelde zijn vraag naar aanleiding van het onlangs goegekeurde ontwerpbesluit dat de toekomstige organisatiestructuur van de Vlaamse administratie vastlegt. Daarbinnen is van de afdeling Monumenten en Landschappen, waaronder ook de beheerscel Archeologie valt, als dusdanig niet meer terug te vinden.

Het beleidsveld Archeologie is sinds begin 2004 geïntegreerd met de beleidsvelden Monumenten en Landschappen, een hervorming die ook heel wat voeten in de aarde heeft gehad. "Het is absoluut niet mijn bedoeling om deze evolutie terug te draaien," zegt Van Mechelen en verwijst daarbij naar zijn beleidsnota. "De confrontatie heeft de werkwijze verbeterd en nieuwe inzichten opgeleverd, zonder dat dit leidde tot vervlakking. Er was schrik dat archeologie het zwakke broertje zou worden, maar ik denk dat dat niet het geval is."

Van Mechelen wil nu deze trend versterken en vooral de integratie op het terrein waarmaken. Door de integratie met ruimtelijke ordening wil hij moeilijkheden vermijden zoals bij de eerste fase van de werken aan de Antwerpse Leien. "We zijn er als een dom kuiken op feiten gestoten, terwijl elke historicus van mijlenver kon ruiken dat de Spaanse omwalling onder de Leien zat," zegt Van Mechelen, zelf historicus van opleiding.

De autonomie van de cel beheersarcheologie zou volgens de minister alleszins gevrijwaard blijven. De eigenheid van de aanpak met betrekking tot het archeologische bodemarchief is voor een aantal aspecten zo specifiek dat deze cel ook binnen de nieuwe structuur blijft bestaan.

Meer info: Je vindt het volledige antwoord van minister Van Mechelen op de website van Bart Caron.

door Tijl | Beleid | Reacties (0)

Opnieuw mammoetresten onder de Antwerpse leien

Tijdens de uitgraving van een parking werd onder de Antwerpse leien opnieuw een bot van een mammoet gevonden. Deze keer ging het om een femur of dijbeen. De vondst kwam uit dezelfde zone waar ongeveer een jaar geleden een opperarmbeen (humerus) werd aangetroffen. Dit leek geen toeval meer en dus werd de zone intensief met een graafmachine onderzocht.

Dit onderzoek bracht een diepe geul met schelpafzettingen aan het licht die dateerde uit de laatste ijstijd. Deze laag werd in boxen onderzocht en leverde naast een grote hoeveelheid botfragmenten van zeezoogdieren (o.m. walviswervels), die evenwel veel ouder zijn, ook meerdere resten van de Mammuthus primigenius of de wolharige mammoet. Opmerkelijk was de vondst van een slagtand, in nog redelijke staat, van zo’n 1,7 m lang. Na onderzoek, uitgevoerd door het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen, bleek dit afkomstig te zijn van een volwassen mannetje. Een fragment van een tweede, kleinere slagtand zou van een vrouwelijke mammoet afkomstig zijn. Verder werden drie bekkenfragmenten en een kies van de wolharige neushoorn geïdentificeerd.

Een opmerkelijk gegeven is wel dat bijna alle botresten duidelijke knaagsporen vertonen van hyena’s. Deze concentratie kan wijzen op een koudere fase van de ijstijd. Of bepaalde beenderen samen horen en afkomstig zijn van hetzelfde skelet blijft een open vraag. Naar alle waarschijnlijkheid werden kadavers door de stroming van het water uit elkaar gescheurd en elders, samen met beenderen van andere individuen afgezet.

Ook de bodemlagen waarin het dierlijk bot werd aangetroffen zijn belangrijk. Antwerpen maakte tijdens het Quartair deel uit van de Vlaamse Vallei, dat toen een verwilderd rivierensysteem kende. In de parking snijden de rivierafzettingen van de laatste ijstijd (120.000 tot 12.000 jaar geleden) in de oudere tertiaire lagen, ontstaan door mariene of zeeafzettingen. De overgang is door het kleurverschil duidelijk te onderscheiden. Doordat deze rivieren zich insneden in de oudere lagen, nemen zij ook de veel oudere schelpen en botresten van zeezoogdieren uit deze laag mee. Het geheel wordt dan samen op stroomluwe plaatsen afgezet.

Tijdens het onderzoek kreeg de opgravingsploeg ook steun van enkele leden van de paleontologische vereniging van Antwerpen. Er zal met hen ook worden samengewerkt in functie van de identificatie van de vondsten. In de nabije toekomst zal verder alles in het werk gesteld worden om de resten te conserveren. De botresten drogen best langzaam uit. De slagtanden uit ivoor en in jaarringen opgebouwd vragen een extra behandeling. Vanuit de afdeling archeologie zal worden geijverd om de interessante faunaresten uit het Quartair / Ijstijd een plaats te geven in de nieuwe parkeergarage.

Bron: Archeoweb Antwerpen

door Tijl | Opgravingen | Reacties (0)

24 oktober 2005

Oude Lennikse dorpspomp in ere hersteld

In Lennik werd zaterdag de oude dorpspomp teruggeplaatst. Ze krijgt een plaatsje op het binnenplein van de Schepenbank, een historisch gebouw. De dorpspomp stond tot het begin van de vorige eeuw op het marktplein van Lennik. Daarna verdween ze jarenlang in een kelder van het gemeentehuis. Vijf jaar geleden werd ze tijdens restauratiewerken teruggevonden.

De dorpspomp, één van eerste publieke voorzieningen in Lennik, werd dus in ere hersteld. Niet op zijn oorspronkelijke plaats op het Marktplein, maar wel op de veilige binnenplaats van de Schepenbank (foto), waar nu het vredegerecht is ondergebracht. Het gemeentebestuur en de Andreas Masiuskring onthulden zaterdag de pomp en een bijhorende gedenkplaat op de binnenplaats van de Schepenbank. De pomp is niet meer actief, maar vormt een getuigenis van een verleden waarin mensen het met minder comfort moesten stellen.

Met het terugplaatsen van de oude pomp wil Lennik zo een brok sociale dorpsgeschiedenis in ere herstellen. "Een waterpomp op het dorpsplein had in vorige eeuwen een zeer belangrijke functie'', vertelt Joris De Beul van de Andreas Masiuskring aan het Nieuwsblad. "Mensen hadden geen waterleiding. De openbare waterpomp voorzag in het levensonderhoud van honderden mensen. Bovendien was de waterpomp dé ontmoetingsplaats bij uitstek en daarom zeer belangrijk in het sociale weefsel van een dorp als Lennik."

Bron: Het Nieuwsblad

door Tijl | Erfgoed | Reacties (0)

Erfgoed in de klas

Door een ruimere maatschappelijke ontsluiting en belangstelling komt erfgoed ook in het onderwijs meer aan bod, en terecht. Nieuwe pedagogische aanpakken, zoals vakoverschrijdend werken en projectwerk, lenen zich bovendien uitstekend om met erfgoed aan de slag te gaan.Tot op heden ontbrak er echter een algemene inleiding voor erfgoededucatie in een Europese context. Daarom is er nu 'Erfgoed in de klas', een handboek voor leerkrachten.

Het handboek bevat algemene beschouwingen over erfgoed in Europa en spitst zich toe op de manier waarop leerkrachten dit erfgoed in hun lessen kunnen integreren, zowel in het basis- als het secundair/ voortgezet onderwijs. De teksten zijn geschreven met het oog op de praktijk. Het boek besluit met een reeks van 34 inspirerende praktijkvoorbeelden uit vijf Europese landen en een selectieve bibliografie over het onderwerp.

Dit handboek en de bijbehorende website - met hun Europese invalshoek zijn ze de eerste in hun soort - zijn de twee eindproducten van het project 'HEREDUC', wat staat voor ‘HERitage EDUCation’. Het project liep van oktober 2002 tot oktober 2005. De belangrijkste doelstelling was de ontwikkeling van een vernieuwend opleidingspakket en dito materiaal voor leerkrachten uit het basis- en secundair/voortgezet onderwijs die erfgoed als volwaardig onderwerp in hun klaspraktijk willen integreren.

Het HEREDUC-project maakt deel uit van de Comenius 2.1-actie van het Europese onderwijssubsidieprogramma Socrates. Die biedt de mogelijkheid om, in een samenwerking van partners uit verschillende Europese landen, nieuwe methodes, onderwijsstrategieën en lesmateriaal te ontwikkelen. Doel is de kwaliteit van de opleiding en de lespraktijk van leerkrachten en andere personeelsleden in het schoolonderwijs te verhogen.

Het handboek is gepubliceerd in vijf talen: Duits, Engels, Frans, Italiaans en Nederlands. Op de website www.hereduc.net kunnen leerkrachten volgen hoe erfgoed en onderwijs elkaar vinden in hun eigen land en in andere landen. Het Gemeenschapsonderwijs zal er als projectcoördinator zorg voor dragen dat de site ook na de subsidieperiode wordt onderhouden. Dat moet een waarborg bieden voor de duurzame voortzetting en de actualisering van de projectresultaten.

Download het volledige handboek (pdf).

Externe link: HEREDUC

door Tijl | Publicaties | Reacties (0)

Het leven zoals het is: Grieks-Romeins Egypte

Papyrus.jpgOp dinsdag 8 november geeft Ruben Smolders (K.U.Leuven) een lezing over het dagelijkse leven in antiek Egypte. "Een zelfbewuste vrouw, twee misnoegde mannen en een levensgevaarlijke ezel" figureren doorheen de levendige voordracht. De lezing is een organisatie van het Nederlands Klassiek Verbond (NKV) en de voormalige studentenkring Klio.

Aan de hand van enkele papyrusarchieven wordt het dagelijkse leven in Grieks - Romeins Egypte geïllustreerd. De privé-correspondentie van Paniskos en Ploutogeneia toont aan dat er in de Oudheid minstens één huwelijk niet op rolletjes liep. Het archief van Ptolemaios brengt partijdigheid en geweld aan het licht, maar misschien ook een verlangen naar rechtvaardigheid. De documenten van de legioenveteraan Pompeius Niger tonen aan dat het frequente gebruik van ezels in Egypte tot zware verkeersongevallen kon leiden. Kleurrijke anecdotes uit andere papyrusarchieven zullen de blik op het dagelijkse leven verder verruimen.

De lezing vindt plaats om 20u in het MSI (00.28), Erasmusplein, 3000 Leuven. De toegang is gratis. Meer informatie is te verkrijgen bij:
* voorzitter Prof. Willy Clarysse: Tel: 016/604417
* secretaris Herbert Verreth: Tel: 016/220740

door Johan | Lezingen | Reacties (0)

23 oktober 2005

Alter Architecture. Hier, elders & anders

Alter Architecture fiona meadows.jpgDe Fondation pour l'Architecture organiseert een grote tentoonstelling die gewijd is aan 'alter architecture' in de wereld. Naar analogie met de anders-globalisering wil de alter architecture op een andere manier bouwen om het leefmilieu en de (culturele) karakteristieken van de omgeving te beschermen. De tentoonstelling loopt van 23 oktober 2005 tot en met 26 maart 2006 in de Brusselse Kluisstraat.

In dit tijdperk van de globalisering is het van belang om na te denken over de positionering van de architectuur ten opzichte van haar eigen programma, en over de mogelijke alternatieven voor de uniformering die niet aan de noden van de mens en de planeet is aangepast. De bezoeker kan doorheen het parcours van de tentoonstelling verschillende culturen ontdekken. Een gemeenschappelijk kenmerk verbindt deze culturen, of het nu stedelijk of ruraal zijn, solide of efemeer, door architecten ontworpen of niet. Ze zijn namelijk allemaal verankerd in culturele en constructieve tradities, ze respecteren hun stedelijke of landschappelijke omgeving en maken gebruik van weinig vervuilende, recycleerbare en energiezuinige materialen. Het bijeenbrengen van al deze projecten vestigt de aandacht op de overeenkomsten die een voorbeeld zijn voor de architectuur van morgen.

Alter Architecture kalberer.jpgDe confrontatie van oude en recente projecten leidt tot het verkennen van de thema's als de algemene verbreiding van het regionalisme en het dragende karakter van een artisanale constructie, in het bijzonder in de ontwikkeling van technologieën en de verspreiding van informatie. Doorheen deze architectuur, stedelijk of ruraal, die een zeker aantal van identieke codes respecteert en verankerd is in de tijd, legt de tentoonstelling de nadruk op zowel het belang van het onderwijs, de verworvenheden van voorgaande en pre-industriële generaties, alsook op de aanpassing aan nieuwe gedachten en spitstechnologieën.

Alter Architecture khalili.jpgVoor de tentoonstelling hebben specialisten ter zake uitzonderlijke projecten uit Europa, China, Azië, Zuid- en Noord-Amerika, Afrika en Groenland uitgekozen. Diverse thema's worden ontplooid onder de vorm van foto's, plannen, maquettes, voorwerpen en materialen. Architecten zullen speciaal voor de tentoonstelling enkele constructies realiseren.

De tentoonstelling vindt plaats in de Kluisstraat 55 in Brussel. Volwassenen betalen 6 euro.

Meer info: Fondation pour l'Architecture

door Johan | Tentoonstellingen | Reacties (0)

Welk type erfgoedliefhebber ben jij?

Tijdens een studiedag werden deze week de eerste resultaten van de survey 'Cultuurparticipatie in Vlaanderen 2003-2004' gepresenteerd. Volgens het onderzoek zijn de liefhebbers van het verleden onder te verdelen in vijf types. Er blijkt ook een duidelijk verschil tussen interesse en deelname. "Je kan je zelfs afvragen of het huidige aanbod zijn publiek bereikt," zegt cultuursocioloog Rudi Laermans (K.U.Leuven).

Voor het onderzoek werden meer dan 2800 gezinnen ondervraagd naar hun cultuurparticipatie. Hierbij werd cultuur een heel brede invulling gegeven. Van schone kunsten tot meer alledaagse vormen van cultuurbeleving, maar ook verenigingsleven, mediagebruik en recreatief uitgangsleven werden onderzocht. Participatie werd bekeken in de publieke sfeer, maar ook thuis.Voor erfgoed duiken er vijf profielen op:

1. De niet-geïnteresseerde. Met 32 procent is dit nog steeds de grote groep. Het sociale profiel van de niet-geïnteresseerde is hetzelfde als dat voor, zeg maar, de schone kunsten: de jongste leeftijdsgroep, de laagste onderwijscategorieën.

2. Liefhebbers van toegepaste kunst. Dit is een opvallend vrouwelijk getinte groep, tussen 25 en 54 jaar oud, geen universitair diploma. Ze hebben een vrij gemiddelde belangstelling voor erfgoed, het zijn geen fervente museumbezoekers.

3. Fans van oorlogsgeschiedenis. Zelfde profiel als groep 2, maar dan bijna uitsluitend mannen.

4. Erfgoedomnivoren. Ongeveer zestien procent van de cultuurparticipanten die 'erfgoed' als interessesfeer aankruisten, zijn "zware gebruikers". Ze hebben een uitgesproken interesse voor alle mogelijke erfgoedonderwerpen, nemen actief deel, zijn vaak lid van een vereniging. Vooral hooggeschoolde mannen, ouder dan 45, maken een grote kans om bij deze groep te horen.

5. Kunstliefhebbers. Een kleine groep (elf procent) is nauwelijks geïnteresseerd in lokale geschiedenis, stambomen of archieven. Ze doen graag tentoonstellingen of musea aan, als er maar oude kunst of schone kunsten te zien is. Verder geen duidelijk profiel: iets meer vrouwelijk getinte groep, met een lichte voorkeur voor de oudere leeftijdscategorieën.

Passief bezoek blijkt de voorkeur te krijgen boven actief engagement. Professor Rudi Laermans: "Je kan je zelfs afvragen of het huidige aanbod zijn publiek bereikt, zeker op het vlak van lokale geschiedenis. Daarvoor is de belangstelling zeer groot. Maar het publiek is aangewezen op een traditioneel aanbod, dat redelijk gesloten is of beperkt tot verenigingen en heemkringen.''

Externe link: Re-creatief Vlaanderen
Bron: De Standaard - 20 oktober 2005

door Tijl | Erfgoed | Reacties (0)

Info- en evaluatiedag erfgoeddecreten

leeuw.bmpNu dinsdag 25 oktober 2005 organiseert de Vlaamse administratie, afdeling Beeldende Kunst en Musea een infodag over planning, evaluatie en subsidiëring van cultureel-erfgoedinstellingen, -organisaties en –projecten van het Erfgoeddecreet, het Archiefdecreet en het decreet op Volkscultuur.

Aanleiding vormen de vele vragen die de administratie krijgt over de toepassing van de regelgeving en over de subsidiëring. Welke kosten voor subsidiëring in aanmerking komen en welke niet, wat nu precies onder infrastructuurkosten valt en wat niet?

Op deze en andere vragen zal de Vlaamse administratie duidelijke antwoorden brengen. Het actuele onderwerp van de planlast en beleidsplanning ontbreekt ook niet op deze dag. Er zal worden toegelicht wat er precies verwacht wordt van een (geactualiseerd) beleidsplan, een actieplan en jaarverslag. De handleiding bij het Erfgoeddecreet werd bovendien uitgebreid met informatie over het Archiefdecreet. Deze aangepaste en uitgebreide handleiding zal op de infodag van 25 oktober ter beschikking zijn.

Praktisch: De infodag gaat door op dinsdag 25 oktober, in auditorium 5 van het Markiesgebouw (Markiesstraat 1, 1000 Brussel). De deelname aan deze info- en evaluatiedag is gratis, maar inschrijven is verplicht. Het volledige programma van de infodag kan u hier terugvinden.

door Bart | Erfgoed | Reacties (0)

22 oktober 2005

Living Heritage in Zuid-Oost-Europa

Van 2001 tot 2005 investeerde het programma 'Living Heritage' van de Koning Boudewijnstichting 2 miljoen euro in een 140-tal plaatselijke projecten in Bosnië-Herzegovina, Bulgarije, Macedonië en Roemenië. De steun ging naar innoverende initiatieven die cultureel erfgoed creatief ontsluiten en zo bijdragen tot de ontwikkeling van leefgemeenschappen in afgelegen landelijke streken. Het eindrapport van het Living Heritage project is nu beschikbaar.

Het project Living Heritage wilde bijdragen aan de ontwikkeling van de lokale gemeenschappen in Zuid-Oost-Europa. Living Heritage stoelde op een creatieve benadering van het erfgoed dat werd gezien als een vorm van 'maatschappelijk kapitaal'. Dit initiatief werd in 2001 in Macedonië gelanceerd en liep tot 2004-2005 in Bosnië-Herzegovina, Bulgarije en Roemenië. Gedurende drie jaar hebben 115 erfgoedprojecten, in partnerschap met lokale actoren, kunnen genieten van een financiële en methodologische steun. Dankzij de ondersteuning van de Europese Commissie (Programma Cultuur 2000), werd een nationaal netwerk van partners opgericht, alsook ervaring- en informatie-uitwisselingen gedaan ten behoeve van de lokale partners.

Sinds deze week is het eindrapport van het project beschikbaar. Je vindt alle gegevens op de website van de Koning Boudewijnstichting. Op dezelfde pagina kun je ook een samenvatting van het rapport downloaden.

Externe link: Living Heritage

door Tijl | Publicaties | Reacties (0)

Kunst en archeologie: een moeilijk huwelijk?

Vertrekkende vanuit de vraag 'Zijn archeologische en etnische objecten kunst?' geeft archeologe Annelies Valgaeren (Rijksmuseum Volkskunde, Leiden) op zaterdag 29 oktober (20u00) een lezing in Kunstgalerij De Mijlpaal in Heusden-Zolder. Ze zal ingaan op de betekenis van de term kunst in de afgelopen eeuwen en nu.
Inschrijven kan via demijlpaal@skynet.be.

door Tijl | Lezingen | Reacties (0)

21 oktober 2005

VRT werkt aan Vlaamse versie van 'Restoration'

In het kader van de vernieuwing van Canvas werkt de VRT momenteel aan een Vlaamse versie van 'Restoration', waarmee de Britse openbare omroep BBC de voorbije jaren een massapubliek wist warm te maken rond erfgoed. Goed nieuws voor een aantal bedreigde monumenten in Vlaanderen?

In 'Restoration' gingen de Britten met elkaar in de clinch voor geld om bedreigde gebouwen in stand te houden. Het publiek kon uit enkele mogelijke kandidaat-gebouwen één vervallen gebouw kiezen dat als winnaar een bepaalde som toegewezen kreeg van de Restoration Fund. De kandidaat-gebouwen waren alle afkomstig van de ‘Buildings at Risk’-lijst met bedreigde gebouwen, opgesteld door English Heritage. De gebouwen vertegenwoordigden erg diverse stijlen (van fabrieken tot kastelen) en periodes (van de Middeleeuwen tot de 20ste eeuw).

"Een dergelijk programma brengt misschien geen cultuur met een grote C, maar je bereikt er alleszins meer mensen mee dan alleen maar de puristen," zei Bart De Poot, netmanager van Canvas, deze week in De Tijd.

Uit onderzoek van Sebastiaan Cielen (VUB) blijkt alvast dat de gemeenschapsvorming rond cultureel erfgoed bij een dergelijk programma van groot belang is. De kijkers kunnen zich op verschillende niveaus engageren met gelijkgestemden rond de bescherming van een historisch gebouw en de bijbehorende lokale en/of persoonlijke betekenissen. Op een oppervlakkig niveau blijft dit beperkt tot het verlenen van steun op afstand via een telefonische stem. Op een veel dieper niveau zet men zich echt in voor het behoud en voor de groep, weg van het televisiescherm en de luie zetel.

Externe link: Restoration (BBC)
Foto onder: Old Grammar School, Birmingham (winnaar Restoration 2004)

door Tijl | Erfgoed | Reacties (0)

Nieuwe Asterix verkoopt als zoete broodjes

Het jongste (en laatste?) album van Asterix, 'Het geheime wapen', dat vorige week op de markt verscheen, is een groot succes. Wereldwijd gingen er al vier miljoen exemplaren van over de toonbank. Dat is precies de helft van de oplage die in 27 landen wordt verkocht, meldde de Franse uitgever vandaag.

Asterix blijft dus een verkoopstopper. "De helft van ongeveer acht miljoen albums die worden verkocht, is de deur al uit", zegt Ainara Ipas, verantwoordelijke voor de buitenlandse edities voor Les Editions Albert-René. Duitsland en Frankrijk zijn zoals altijd de grootste afzetmarkten voor de strip. "Zelfs uit India bereikt ons positieve informatie. Ook daar is Asterix een bestseller," aldus Ipas.

De Catalaanse versie (zie afbeelding) heeft dan weer te kampen met een taalfout, en dat nog wel in de titel. Wellicht wordt de strip in Catalonië volgende week uit de handel genomen, en wordt de titel vervangen door 'El cel ens cau al damunt!'.

In totaal werden ongeveer 320 miljoen albums van de 33 avonturen van Asterix in de wereld verkocht sinds 46 jaar, waarvan 110 miljoen in Frankrijk (zijn geboorteland), 100 miljoen in Duitsland, en 110 miljoen in de rest van de wereld.

Externe link: Asterix around the world

door Tijl | Varia | Reacties (0)

Beschermde Afrikaanse kunst te koop in Antwerpen

In België kun je zonder probleem Afrikaanse archeologische schatten kopen die Afrika nooit hadden mogen verlaten. De Morgen traceerde in Antwerpen vier Nok-beelden, terwijl Nok de lijst van bedreigd Afrikaans erfgoed aanvoert. Nigeria verbiedt de export van Nok-beelden. “Ik heb die dingen rechtstreeks van een Nigeriaan gekocht. Ik heb ze gekregen met alle officiële papieren van export en kon ze gewoon hier in de luchthaven van Deurne gaan halen,” zegt de antiquair in kwestie.

De Nok-cultuur is genoemd naar het Nigeriaanse dorp waar in 1928 de eerste vondsten werden gedaan. Deze cultuur maakte zowat de oudste gesofisticeerde sculpturen van zwart Afrika. Nok-beelden hoor je niet buiten Nigeria aan te treffen. “De wetten in het land zijn zo dat export onherroepelijk verboden is," zegt Michel van Rijn, de Nederlander die voortdurend onfrisse praktijken in de kunsthandel aan de kaak stelt.

Toch circuleren de Nok-stukken in het antiekcircuit. Zo erg is het dat de International Council of Museums (Icom) Nok helemaal boven zette op zijn ‘rode lijst’ van bedreigde archeologische voorwerpen in Afrika. “Deze objecten worden systematisch geroofd”, schrijft Interpol op zijn website. “Ze zijn beschermd bij wet en mogen nooit te koop worden aangeboden. We verzoeken musea, veilinghuizen en verzamelaars dringend nooit dergelijke objecten te kopen.” In januari onderschepte de Franse douane nog 845 archeologische voorwerpen uit Afrika, die op weg waren naar België.

Volgens de Morgen verkocht de Antwerpse antiquair David Norden al drie beelden. Het recentste was 2.200 jaar oud en had een vraagprijs van 12.000 euro (foto links). De antiquair zegt dat hem niets te verwijten valt. Dat een Nigeriaanse ambtenaar zijn eigen wetgeving overtreedt, is niet de schuld van de Belgische handelaar, vindt Norden. “De mensen van het museum in Nigeria hebben die stukken gezien. Wat kan een Belgische handelaar nog meer doen?” Norden vindt het niet zijn taak om de politie op de hoogte te brengen.

Meer info: je kunt het volledige artikel lezen op de website van De Morgen
Externe link: ICOM Red List
Foto rechtsboven: © National Commission for Museums and Monuments (Nigeria)

door Tijl | In de pers | Reacties (0)

20 oktober 2005

Het heidendom in de laat-antieke periode

Op 25 en 26 november vindt in Leuven een congres plaats over het laat-antieke heidendom. De internationale sprekers zullen vooral focussen op het lot van de tempels, de materiële cultuur en de religieuze standbeelden in het mediterrane gebied.

Doctor Luke Lavan organiseert geregeld conferenties en workshops onder de noemer 'Late Antique Archaeology'. Voor het eerst wordt een dergelijk congres nu ook in België georganiseerd, onder de titel 'The Archaeology of Late Antique Paganism'. Op vrijdag 25 en zaterdag 26 november is de K.U.Leuven gastheer voor specialisten uit binnen- en buitenland.

De sessies vinden plaats in de Kleine Aula van het Maria-Theresiacollege (Hogeschoolplein). Wie wil deelnemen, dient dit voor 20 november te melden via info@lateantiquearchaeology.com. Deelname kost 15 euro (studenten: 5 euro).

Meer info: Het volledige programma en alle praktische info vind je op de website van Late Antique Archaeology.

door Tijl | Congressen | Reacties (0)

Speelplaats Gentse school zakt weg in begraafplaats

Freinetschool De Vlieger.jpgDe stedelijke Freinetschool De Vlieger in Gent heeft te kampen met een luguber probleem. Om de haverklap zijn er verzakkingen op een van de drie speelplaatsen. Pal onder de school ligt immers een oude begraafplaats en al zes jaar zijn er voortdurend verzakkingen die het terrein veranderd hebben in een hobbelig speelveld.

De oorzaak van alle ellende is een oude begraafplaats. In de omgeving van de Wasstraat was tot het einde van de negentiende eeuw een begraafplaats. Die kwam er nadat keizer Jozef II in 1784 had beslist dat niemand nog mocht worden begraven op de traditionele kerkhoven rond de kerk. Op drie plaatsen werden nieuwe begraafplaatsen aangelegd. Voor de parochies Sint-Baafs, Sint-Jacobs en Heilige Kerst was dat op de plek waar nu de Wasstraat is.

De begraafplaats verdween eind negentiende eeuw voor de stadsuitbreiding. Ze werd verborgen onder een laag aarde en op de plaats van de begraafplaats kwamen later onder meer een school en een speelplein. De oude grafkelders onder de grond zorgen meer dan een eeuw later nog altijd voor verzakkingen.

,,Het probleem steekt vooral de jongste zes, zeven jaar de kop op'', zegt schepen van Onderwijs Rudy Coddens (SP.A). ,,Van de drie speelplaatsen van de school zijn er twee die met verzakkingen te maken kregen. Een werd vorig jaar al heraangelegd. De andere volgt in het voorjaar van 2006.'' Het dossier wordt in november aan de gemeenteraad voorgelegd. Voor de nieuwe speelplaats, een stuk overdekking en een nieuwe riolering wordt 116.000 euro uitgetrokken. ,,Wij zullen de aannemer op de problemen van de ondergrond wijzen. Normaal zijn de verzakkingen na de heraanleg verleden tijd.''

Bron: Het Nieuwsblad, 20 oktober 2005

door Johan | In de pers | Reacties (0)

'Schande van Hoogstade' wordt afgebroken

Hofstade Groene Poorte.jpgDe Groene Poorte in het West-Vlaamse Alveringem wordt momenteel stukje bij beetje ontmanteld. De ooit fraaie herberg was vervallen tot een ruïne en kreeg daarom de titel 'Schande van Hoogstade'. Het gebouw stond vanaf 1985 geboekstaafd als beschermd monument bij de afdeling Monumenten en Landschappen. In 2003 waren er nog plannen tot restauratie, maar in plaats daarvan werd gestart met de procedure tot 'deklasseren'.

De afspanning uit 1702 kende een bewogen historie. Een expert in onroerende goederen kocht de herberg en de nog veel oudere schuur in 1983. De afspanning wou hij na renovatie met veel winst doorverkopen. De schuur zou hij aan Bokrijk afstaan. Die plannen gingen niet door en het Vlaamse Gewest (Administratie Wegen en Verkeer) verwierf de gebouwen voor afbraak met het oog op de verbreding van de N8. Monumenten en Landschappen stak daar echter een stokje voor en beschermde zowel de herberg als de schuur.

Toch werd de schuur later op bevel van de toenmalige burgemeester na een storm om veiligheidsredenen gesloopt.
De herberg zelf raakte helemaal in verval. Het gebouw - waaruit later allerlei waardevol materiaal zoals haardtegels zou verdwijnen - werd ook een vergaderlokaal voor ongedierte en mensen die dingen deden die het daglicht niet mochten zien.

Dat de afbraak van de ruïne - door de inwoners tot de Schande van Hoogstade omgedoopt - pas nu kon beginnen, is te wijten aan de lange procedure om de afspanning te 'deklasseren'. Tot zolang waren enkel instandhoudingswerken - de bouwval moest meermaals gestut worden - toegelaten. Als tegemoetkoming aan Monumenten en Landschappen begint een deel van de balken, ramen en stenen van de Groene Poorte nu een nieuw leven als lesmateriaal in restauratiescholen. In de plaats van de gebouwen - ook de aanpalende dorpswinkel De Knapzak gaat tegen de vlakte - komt een groenzone die aansluit op het pastorieplein aan de overkant.

Bron: Het Nieuwsblad, 20 oktober 2005

door Johan | In de pers | Reacties (0)

19 oktober 2005

Huis Van Thuyne in Deinze is gered

Als de gemeenteraad volgende week zijn zegen geeft, koopt Deinze het herenhuis van de familie Van Thuyne op de Deinse Markt aan. Het schepencollege redt daarmee de laatste fraaie voorgevel die de lange Markt rijk is. Het pand dateert uit 1775 en de voorgevel is versierd met siermotieven kenmerkend voor de Lodewijk XVI-stijl.

In augustus ontstond in Deinze heel wat beroering, toen bekend raakte dat het 18de eeuwse herenhuis in handen was gekomen van een projectontwikkelaar, die van plan was om het historische gebouw af te breken en te vervangen door een appartementsblok. De bal voor de bescherming van het huis Van Thuyne ging aan het rollen, na een actie van het nieuwe politieke kartel in Deinze, gevormd door de Sp.a, Spirit, de N-VA en het wijkcomité Den Dries. "Het probleem is dat veel te weinig gebouwen beschermd zijn in Deinze, hetzij via klassering hetzij via stedebouwkundige voorschriften. Eén en ander is het gevolg van het te lakse optreden van de stedelijke overheid op het vlak van monumentenzorg," vond Spirit-mandataris Stefaan De Groote toen. "Deinze zou er goed aan doen zo vlug mogelijk alle gebouwen, die in aanmerking komen voor bescherming, te inventariseren en die lijst aan de commissie voor monumentenzorg te bezorgen. Dan zouden zaken zoals het geval Van Thuyne zich niet voordoen.''

Burgemeester Jacques De Ruyck (CD&V) liet gisteren dan weten dat de de gemeente het huis wil aankopen. "Ook wij zagen als schepencollege niet graag het historische pand verloren gaan. Wij betalen dezelfde prijs die de projectontwikkelaars aan de familie gaven," vertelde De Ruyck aan het Nieuwsblad. "We hebben het pand gekocht omdat het beeldbepalend is voor de Markt. De bedoeling is het later met de tuin open te stellen zodat er een verbinding is. Wat we met het huis zullen doen wordt later besproken. Ergens denken we er aan om er een ontvangstruimte te creëren, daar kan ook een klein salon- of aperitiefconcert worden gehouden. Veel verenigingen kunnen er eventueel een vergaderruimte vinden terwijl we in de koetshuizen naast de tuin misschien ooit een toeristische dienst kunnen uitbouwen."

Bron: Het Nieuwsblad
Foto: © Het Volk

door Tijl | Erfgoed | Reacties (0)

Huisje Mostinckx krijgt langverwachte restauratie

Huisje Mostinckx.JPGDe gemeenteraad van Dilbeek heeft dinsdagavond beslist een aanbesteding uit te schrijven voor een volledige restauratie van het 450 jaar oude lemen Huisje Mostinckx op het Dorpsplein in Sint-Martens-Bodegem. De kostprijs van de werken wordt geraamd op circa 600.000 euro. Omdat het om een beschermd pand gaat, worden de werken voor 80 procent gesubsidieerd.

Het huisje aan de voet van de kerk op het Dorpsplein in Sint-Martens-Bodegem is een van de laatste getuigen van de traditionele leembouw in deze regio. Tot ver in de 19e eeuw waren de lemen hoevetjes in het Pajottenland de meest voorkomende behuizing. Het pand bekoorde generaties van schilders, tekenaars en fotografen. Door verwaarlozing stortte een deel van het woonhuis in 1999 in. Dilbeek kocht het pand enkele maanden later en stelde al in 2001 een architect aan voor de uitwerking van een restauratiedossier. Over de toekomstige bestemming van het pand is er nog geen definitieve beslissing. Volgens de Dilbeekse schepen Georges De Vliegher (CD&V) denkt het schepencollege onder meer aan de inrichting van een heemkundig museum in het pand.

Bron: Belga

door Johan | Erfgoed | Reacties (0)

18 oktober 2005

'Archeologie van de Metaaltijden' 2006

Ook in 2006 wordt een archeologische contactdag over de Metaaltijden in België en aangrenzende gebieden georganiseerd. De veertiende editie van 'Lunula' zal plaatsvinden op zaterdag 18 februari 2006 in Mariemont. Wie op de contactdag een lezing wil geven of een bijdrage wil leveren voor de congresbundel, dient dit voor 15 november te melden.

De organisatie van de jaarlijkse contactdag ligt zoals steeds in handen van de Cel Archeologie van de Metaaltijden en de FNRS-Contactgroep 'Études Celtologiques et Comparatives'

De organisatoren hebben het genoegen alle geïnteresseerden op deze contactdag uit te nodigen, er eventueel een lezing voor te stellen en/of een korte nota te leveren voor de bundel 'Lunula. Archaeologia protohistorica XIV'. De lezingen moeten betrekking hebben op origineel en onuitgegeven onderzoek, uitgevoerd in 2005. De duur van de lezingen bedraagt 10 à 20 minuten. Eén buitenlandse gastspreker heeft reeds toegestemd om een syntheselezing voor te stellen. De organisatoren behouden zich het recht voor om te selecteren uit het lezingenaanbod.

Meer info: Call for papers (.doc)

door Tijl | Congressen | Reacties (0)

Nazomeren op Aalsterse Hopmarkt

hopmarkt5.jpgOp de Aalsterse Hopmarkt werd de voorbije weken onder een stralende herfstzon doorgegraven in werkput VIII. Het spoor dat in deze en de vorige put werd aangetroffen bleek echter niet de gracht te zijn die van oude kaarten gekend is. Niettemin leverde het alweer enkele bijzondere vondsten op. Bovendien werden in een aantal nieuw uitgezette vakken opnieuw muurstructuren aangetroffen.

De verhoopte gracht bleek uiteindelijk een poel uit de 14de eeuw te zijn. De afzettingsprofielen tonen aan dat hij langzaam was dichtgeslibd, waarna hij in de 15de eeuw minstens één keer, maar waarschijnlijk meermaals werd uitgediept. Verschillende fases in de beschoeiing wijzen in elk geval op een regelmatig onderhoud van de poel.

In de opvulling vonden de archeologen een stortpakket met runderkaken, wellicht afkomstig van mergwinning uit slachtafval (foto). Maar nog andere schatten werden uit de poel opgedoken: naast karrenvrachten scherven, beenderen en leer, konden een beugeltas en een viertal goedbewaarde 13de of 14de-eeuwse munten worden gerecupereerd.

Ten westen van de markt werden drie nieuwe werkputten (IX, X en XI) opengelegd, waarin het team opnieuw restanten van de gebouwtjes langsheen de noordwestmuur van het klooster vond. Hier kon ook de grens van de laatste rij poeren van de Botermarkt worden vastgesteld. In put X kon, naast een aantal recentere uitgravingen, ook de kuil die al eerder in de vakken III en IV was aangesneden, verder worden gevolgd. Deze blijkt uiteindelijk een diameter van meer dan 7 meter te hebben. Wellicht heeft de kuil iets te maken met het blussen van kalk.
hopmarkt7.jpg
In vak XI, in het verlengde van de aanbouw aan de woonvleugel, stootte men op muurfragmenten die hebben toebehoord aan een ouder gebouw dat werd afgebroken om de vleugel te vergroten. De bijbehorende beerput werd herbruikt in de kloosterfase, ofschoon een nieuwe muur in de put haar inhoud sterk reduceerde (links op de foto).

Bron: Opgravingen Hopmarkt Aalst

door Bart | Opgravingen | Reacties (0)

Opendeurweekend bij abdijkerk Herkenrode

Het archeologisch onderzoek naar de abdijkerk van Herkenrode is afgerond. Om verdere degradatie door het grondwater en de weersomstandigheden tegen te gaan, zullen de fundamenten van de abdijkerk eind oktober voorgoed onder de grond verdwijnen. Om geïnteresseerden alsnog de kans te geven de resultaten te bezichtigen, wordt er op 22 en 23 oktober een bijzonder bezoekersweekend georganiseerd.

Tijdens dit weekend worden er permanent rondleidingen voorzien en kan u het archeologische team aan het werk zien. Op zaterdag 22 oktober kunt u er terecht van 14u tot 18u en op zondag bent u welkom tussen 10u en 18u. Wie de SMUK-tentoonstelling in de tiendschuur nog niet bezocht, kan dat meteen goed maken. Op 30 oktober gaan ook daar de deuren definitief dicht.

Deze opgravingen zijn het resultaat van een samenwerking tussen de Stichting Vlaams Erfgoed vzw (SVE) en het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed (VIOE).

In de Nieuwsbrief Herkenrode (.doc - 1,7 mb) worden de resultaten van het archeologische onderzoek toegelicht door archeoloog Maarten Smeets.

door Johan | Opgravingen | Reacties (0)

17 oktober 2005

Rica Annaert - Grafheuvels en een erf uit de Bronstijd in Weelde

Tussen 1996 en 1998 kwamen in Weelde (provincie Antwerpen) twee sites uit de Midden-Bronstijd aan het licht. Voor het eerst werden in de regio, naast goed bewaarde grafheuvels, ook nederzettingssporen uit de Bronstijd ontdekt. Archeologe Rica Annaert stelde tijdens de Bronstijddag op 1 oktober de resultaten van haar onderzoek over de sites in Weelde voor. Lees het interview.

door Tijl | Interviews | Reacties (0)

Nederlandse diensten voor archeologie en monumentenzorg fuseren

In Nederland gaan de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB) en de Rijksdienst voor de Monumentenzorg (RDMZ) fuseren. Die fusie wordt in maart 2006 een feit. Dan gaat de Rijksdienst voor archeologie, cultuurlandschap en monumenten (RACM) van start. Staatssecretaris Medy van der Laan maakte vorige week de nieuwe naam bekend.

ROB en RDMZ zijn als cultuurdiensten beide onderdeel van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De fusie ligt voor de hand omdat beide zich inzetten voor de zorg voor de historische omgeving en voor het daarmee verbonden erfgoed. Dit erfgoed betreft het onroerende erfgoed boven en onder de grond, onder water, en het cultuurlandschap. Door de samenvoeging wordt de kennis van beide diensten gebundeld en ontstaat een nationaal kennisinstituut voor het archeologische, landschappelijke en gebouwde erfgoed.

In 2008 zal de Rijksdienst voor archeologie, cultuurlandschap en monumenten een nieuwe huisvesting betrekken in Amersfoort. Het gebouw is in opdracht van de Rijksgebouwendienst ontworpen door de Spaanse architect Juan Navarro Baldeweg. Op dit moment zijn beide diensten nog gehuisvest op hun oorspronkelijke plekken: de RDMZ in Zeist en de ROB/NISA in Amersfoort en Lelystad. Dit blijft zo na de fusie tot de nieuwe Rijksdienst verhuist naar Amersfoort.

Externe links: ROB - RDMZ

door Tijl | Internationaal | Reacties (0)

'De Hunnen' veroveren Brussel!

Hunnen.jpgGelukkig beperkt deze oktoberraid zich in 2005 tot een tentoonstelling in het Brusselse Jubelpark. Het beruchte volk wordt er vanaf 20 oktober toegelicht aan de hand van archeologische vondsten, waaruit het militaire karakter van hun organisatie blijkt. De tentoonstelling is een coproductie van Europalia en de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis.

De beschaving van de Hunnen, een oude volksstam uit Centraal-Azië, ontwikkelt zich vanaf het midden van het 2de millennium, in de Bronstijd. Dankzij de tanende macht van de Scythen ontwikkelen de Hunnen tussen 209 voor Christus en 93 na Christus hun eerste imperium in de noordelijke gebieden van Mongolië (het huidige Boeriatië). Vervolgens trekken vele Hunnen naar Centraal-Europa, waar ze zich vermengen met de Franco-Germaanse bevolking.

De tentoonstelling heeft vooral oog voor de prehistorie en de geschiedenis van het eerste Hunnenrijk. Opgravingen in de regio van het Baïkalmeer en de vallei van de Salenga legden daarvan belangrijke overblijfselen bloot. Verschillende voorwerpen van de Hunnencultuur werden er teruggevonden: wapens, gespen, paardenbitten, juwelen, dagelijkse gebruiksvoorwerpen. Hieruit blijkt dat de halfnomadische Hunnen bijzonder veel belang hechtten aan militaire macht en een samenleving vormden met een zeer hiërarchische sociale structuur.

Praktisch: De tentoonstelling loopt van 20 oktober 2005 tot 26 februari 2006. Volwassenen betalen 5 euro inkom. Rondleidingen (max. 15 pers.): tel. 02/7417214.
Externe links: Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis en Europalia

door Johan | Tentoonstellingen | Reacties (0)

16 oktober 2005

Erfgoeddag promoot historische dorpssite in Oppem

Op zondag 23 oktober wordt voor het eerst een erfgoeddag georganiseerd in Oppem, een klein dorpje in Meise (Vlaams-Brabant). De bedoeling is de historische dorpssite van Oppem te promoten bij het grote publiek. Naast rondleidingen in de pastorie en de kerk zijn er begeleide wandelingen in het historische landschap, infostands en is er ook een virtuele voorstelling van de site te bewonderen in de parochiezaal.

De erfgoeddag wordt georganiseerd door de Meisese erfgoedcel Berla, in samenwerking met Natuurpunt Meise en de kerkraad Sint-Stefanus. Berla is al jaren actief is op het vlak van historisch onderzoek in groot-Meise.

"Het kerkje van Oppem heeft een pittoresk uitzicht en het landschap is er ongeschonden. De Oppem-site omvat ook de historische kerkhofmuur, de pastorietuin, het schooltje en de boomgaard. Om dit allemaal een beetje kenbaar te maken aan het publiek, organiseren we een eerste erfgoeddag," vertelt een lid van Berla in het Nieuwsblad. "Kerken, kapellen, boerderijen, kastelen, herenhuizen en kleine erfgoedelementen in het landschap wekken de belangstelling van iedereen en met deze eerste erfgoeddag willen we Oppem op een voetstuk plaatsen," klinkt het.

De pastorie van Oppem werd gebouwd in de 17de eeuw in opdracht van de Abdij van Grimbergen en wordt nu gerestaureerd. Met de erfgoeddag wil Oppem het publiek op de hoogte brengen van de stand van zaken in de restauratie.

Bron: Het Nieuwsblad

door Tijl | Evenementen | Reacties (0)

15 oktober 2005

Twintig erfgoedverenigingen krijgen subsidie van Vlaamse overheid

Twintig vrijwilligersverenigingen die zich inzetten voor het behoud van het erfgoed krijgen van Vlaams minister Dirk Van Mechelen (VLD) elk een subsidie van 1.250 euro. Van Mechelen, die bevoegd is voor het onroerend erfgoed, maakte de winnaars van de jaarlijkse projectoproep '20 x 1.250 euro' vandaag bekend in het stadhuis van Hoogstraten.

De Vlaamse overheid geeft daarmee een financieel ruggensteuntje aan verenigingen voor het uitwerken van educatieve of sensibiliserende projecten inzake monumenten, landschappen, archeologie en varend erfgoed. "De projectoproep is een uitgelezen manier om vrijwilligers voor hun enthousiasme, toewijding en deskundigheid te danken", aldus Van Mechelen. De projecten worden door een onafhankelijke jury geselecteerd. Vaak gaat het om kleinschalige, laagdrempelige initiatieven.

Van Mechelen zei zaterdag dat de nieuwe projectoproep duidelijk maakt dat de belangstelling voor het varend erfgoed groter wordt. Bij de laureaten waren er twee maritieme erfgoedprojecten: het Scheepvaartmuseum van Baasrode en de Vlaamse Vereniging tot Behoud van Historische Vaartuigen. "Het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed is intussen gestart met het opmaken van een inventaris van het varend erfgoed", aldus de minister. Het is zijn bedoeling om enkele schepen te selecteren op basis van strenge criteria zodat de eerste proefbeschermingsprocedures kunnen worden aangevat.

Een ander thema dat de laatste jaren meer aandacht krijgt, zijn de buurt- en landelijke wegen, zo stelde Van Mechelen vast. Daarnaast hebben verschillende laureaten een archeologisch project ingediend en hebben een aantal bekroonde projecten betrekking op de ontsluiting van het religieus erfgoed.

Ook is er aandacht voor het rollend, rijdend en vliegend erfgoed. Zo wil het Stoomcentrum Maldegem een afgedankt rijtuig van de NMBS omvormen tot een educatieve projectieruimte voor scholen en kinderen. Verschillende projecten hebben betrekking op kleine landschapselementen. Eén van de winnaars, Watervliet 2000, wil de plaats van de elektrische draad die in de eerste wereldoorlog de grens met Nederland afbakende, weer zichtbaar maken.

Een ander winnend project heeft betrekking op een bijzondere vorm van industrieel erfgoed: de Vereniging voor het Bevorderen van het Belgisch Trekpaard. Dat levend erfgoed was tot voor enkele jaren met uitsterven bedreigd, maar de vereniging heeft er gelukkig voor gezorgd dat het tij gekeerd is, aldus de minister.

De projectoproep werd gecoördineerd door VCM - Contactforum voor Erfgoedverenigingen. Van Mechelen kondigde aan dat hij een nieuwe projectoproep volgend jaar zal steunen.

Hierna volgt een overzicht van de winnaars: het Scheepvaartmuseum Baasrode, de Vereniging voor het Bevorderen van het Belgisch Trekpaard, het Open Monumentencomité Kaprijke, de Vrienden van de Abdij van 't Park, Transept (restauratie kerk Attenhoven), Open Kerk Berlare, Abdijvrienden (Geraardsbergen), Werkgroep Monumentenzorg Eeklo, Heemkring Opwijk-Mazenzele en Watervliet 2000. Andere laureaten zijn Erfgoed Hoogstraten, De trage weg vzw, Oud-leiding Scouts Schoonbeek, Stoomcentrum Maldegem, De vrienden van het Sint-Jansbergklooster Zelem, het Grafelijk Slot van Male (Brugge), het Dirk Martenscomité uit Aalst, Molenzorg vzw, de Vlaamse Vereniging tot Behoud van Historische Vaartuigen en de Antwerpse vzw Voor Kruis en Beeld.

Externe link: VCM - Contactforum voor Erfgoedverenigingen
Bron: Belga

door Tijl | Erfgoed | Reacties (0)

Stoclethuis moet werelderfgoed worden

De Brusselse regering heeft beslist om de tuinen van het Stoclethuis definitief te beschermen en bij de Unesco een dossier in te dienen voor de opname van het complete gebouw op de lijst van het werelderfgoed. Het 'Palais Stoclet' in Sint-Pieters-Woluwe is het meesterwerk van de beroemde Weense architect Josef Hoffmann.

Het Stoclethuis dateert uit het begin van de 20ste eeuw en staat bekend als het meest volledige voorbeeld van Gesamtkunst. Zowel het huis als de tuinen én de inboedel zijn van een onschatbare waarde. Het huis is aan de buitenkant bekleed met wit marmer, omzoomd met vergulde lijsten. De binnenversiering werd gemaakt door de Wiener Werkstätte (Weense werkplaatsen) en bevat mozaïeken en een fries van schilder Gustav Klimt.

Het luxueze Stoclethuis zelf is al beschermd sinds 1976, nu worden ook de tuinen door de Brusselse regering beschermd en wordt een dossier voor het gebouw zelf ingediend bij de werelderfgoedorganisatie Unesco. Er is al jaren interesse uit verschillende hoeken om het gebouw te kopen. Onder meer de Oostenrijkse staat stelde zich al kandidaat. Als de aanvraag door de Unesco wordt goedgekeurd, zal het huis en de inboedel beschermd zijn tegen verkoop.

door Tijl | Erfgoed | Reacties (0)

Lezingen over Sagalassos

Professor Marc Waelkens (K.U.Leuven) geeft binnenkort weer enkele lezingen over het Sagalassos-project. Op donderdag 20 oktober spreekt hij in Burcht over de opgravingen in Turkije; op donderdag 17 november is hij in Schilde te gast. In februari en maart 2006 staan ook weer de jaarlijkse lezingen over de voorbije opgravingscampagne op het programma. De precieze data van deze lezingen, in Tongeren en Leuven, vind je op sagalassos.be.

door Tijl | Lezingen | Reacties (0)

14 oktober 2005

Het dagelijks leven bij ons

De Gentse Kunsthal Sint-Pietersabdij en Clavis Uitgeverij werken samen aan een unieke reeks levensechte boeken over het dagelijkse leven doorheen onze geschiedenis. De twee eerste boeken zijn nu een feit: ‘Het dagelijkse leven bij ons in de twaalfde eeuw’ samengesteld door de neerlandicus Karel Maartense, en ‘Het dagelijkse leven bij ons in de dertiende eeuw’ samengesteld door de mediëvist Ludo Jongen. De boeken zijn bedoeld voor kinderen vanaf 9 jaar.

De laatste jaren wordt er in het lager onderwijs meer aandacht besteed aan geschiedenis ‘op mensenmaat’, waarin het leven van de gewone mens centraal staat. In plaats van de nadruk te leggen op het uit het hoofd leren van personen en jaartallen, is het belangrijk dat de geschiedenislessen aansluiten bij de leef- en belevingswereld van kinderen. Van daaruit kunnen ze dan de ‘werkelijkheid’ van het verleden gaan verkennen. De hele reeks is opgebouwd vanuit datzelfde uitgangspunt. Door de geschiedenis op te delen in perioden (eeuwen) en themavelden (bv. het leven in de stad, voeding, kledij) krijgen kinderen een integraal beeld van een historische samenleving en de evolutie ervan doorheen de tijd. Van de Middeleeuwen bijvoorbeeld hebben veel kinderen (en volwassenen!) een vertekend beeld. In film en literatuur wordt er immers nog al te vaak gefocust op heldhaftige avonturen van stoere ridders en hun romances met hoofse jonkvrouwen.

De twaalfde eeuw is de eeuw van de kruistochten, de ridders en de verhalen over ridders. Maar ook een eeuw van grote veranderingen in de samenleving. In de Lage Landen zien we hoe de steden snel groeien. Ze worden machtige bolwerken van burgers die weten wat ze willen. De adel moet een deel van zijn macht afstaan. De boeren grijpen de gelegenheid om de producten van het land in de stad op de markt te verkopen. Je zou kunnen zeggen dat in de twaalfde eeuw de strijd om de macht tussen de kerk, de adel, de burgers en de boeren is uitgebroken. En natuurlijk blijkt dan dat ze elkaar hard nodig hebben.

In de dertiende eeuw komen de Middeleeuwen tot volle bloei Het is de eeuw waarin het ridderschap zijn hoogtepunt bereikt. Maar donkere wolken pakken zich al samen. De kruistochten lopen uit op een grandioze mislukking. En vrij snel na de eeuwwisseling wordt het onverslaanbaar geachte Franse ridderleger door een leger van boeren en burgers genadeloos in de pan gehakt. Het is ook de eeuw waarin de universiteiten zich volledig gaan ontplooien. Het denken in hokjes wordt ontwikkeld. Geleerden proberen alle kennis in encyclopedieën samen te vatten en op te slaan.

Meer info: Website Stad Gent

door Tijl | Jeugd | Reacties (0)

De saga van Oberon

Vanavond start op Eén een gloednieuw en avontuurlijk middeleeuws spelprogramma: de saga van Oberon. Het nieuwe tv-programma combineert reality-tv met een middeleeuws verhaal. Zestien kandidaten uit Vlaanderen en Nederland reizen naar het fictieve middeleeuwse rijk Oberon om te strijden voor het koningschap.

Met de lancering van 'De saga van Oberon' krijgt reality-tv alweer een nieuwe invulling. In deze verrassende mix van geschiedenis, avontuur, spel en docuserie worden de kandidaten ook werkelijk ondergedompeld in het leven zoals het in de Middeleeuwen was, met edelen die leven in de luxe van het kasteel, en armen die moeten wroeten om te overleven.

Met een crew van ruim honderd man is de reeks in 36 dagen opgenomen in en rond het kasteel van Grodziec, een dorpje in Zuidwest-Polen. Het is een van de oudste en best bewaarde kastelen van Neder-Silezië. De makers hebben zich laten begeleiden door twee historici, Jos Martens en Edward De Maesschalck. En zij lieten zich dan weer inspireren door 'De waanzinnige 14de eeuw' van Barbara Tuchmann, een autoriteit in de geschiedenis van die eeuw.

"De reeks wordt gesitueerd rond 1350," legt Edward De Maesschalck vandaag uit in De Standaard. "In die periode maaide de pest in Europa een derde van de bevolking weg. En dat komt ook aan bod in het programma. Tegelijkertijd woedde de Honderdjarige Oorlog in alle hevigheid. De maatschappij begon in al haar voegen te kraken. De armen kwamen meer en meer in opstand. Het leidde zelfs tot grote boerenopstanden. En die spanning tussen arm en rijk vind je ook helemaal terug in De saga van Oberon . De sfeer van het programma komt wonderwel overeen met wat Barbara Tuchmann beschrijft. De mensen zullen uiteraard in de eerste plaats kijken voor het spel, maar zij zullen geen historische stommiteiten ontdekken."

De reeks zal ook worden ondersteund door een heuse 'website uit de Middeleeuwen'. Je volgt er het avontuur van de middeleeuwers in het koninkrijk Oberon en de zoektocht naar de nieuwe koning vanuit het dagboek van raadsheer Zebardyn. De website biedt daarnaast extra informatie over allerlei historische feiten en toestanden. Zo vind je antwoord op vragen als: wat aten mensen in de Middeleeuwen, hadden ze vrije tijd en wat deden ze dan? Die info wordt telkens gestuurd door de gebeurtenissen uit het programma.

Praktisch: 'De saga van Oberon' loopt 13 weken lang, telkens op vrijdag omstreeks 21u10.
Externe links: Officiële website - Fansite - Het kasteel van Grodziec

door Tijl | Varia | Reacties (0)

13 oktober 2005

Paarse Zetel versus Zwarte Doos

Op 13 mei werd De Zwarte Doos in Gent geopend met het intrigerende gedicht 'Patrologie [vaderleer]' van stadsdichter Erwin Mortier. Het Gentse Stadsarchief en de Dienst Stadsarcheologie waken er nu samen over het geheugen van de Arteveldestad. Op 20 oktober vertellen stadsarcheologe Marie Christine Laleman en stadsarchivaris Leen Charles in de stadsbibliotheek over het nieuwe historisch erfgoedcentrum.

De Zwarte Doos bevindt zich op de Arbedsite in Gentbrugge. Het Gentse geheugen wordt er in optimale omstandigheden bewaard: officiële documenten en kaarten, oude bouwaanvragen, de beroemde atlas Goetghebuer, archeologische gegevens, opgegraven aardewerk, objecten, tekst- en beeldmateriaal. Door ontsluiting en studie kan uit flarden geheugen nieuwe kennis ontstaan over Gent.

Wat in 1973 begon met een opgravingsproject in de binnentuin van de Sint-Pietersabdij werd Vlaanderens eerste wetenschappelijke stadsdienst voor archeologisch erfgoed. Het Stadsarchief verliet de beperkte behuizing in de Berg van Barmhartigheid. Beide diensten samen werven inmiddels voor een breed publiek. Met het beheerssysteem Dulle Griet en het nieuwe Archeoweb kan je nu ook thuis zoeken naar archiefstukken en voorwerpen of de Gentse opgravingen volgen. Tentoonstellingen, publicaties, evenementen en internationale onderzoeksprojecten (b.v. over het Spanjaardenkasteel) brengen de historische stad onafgebroken weer tot leven.

Op donderdag 20 oktober zullen stadsarchivaris Leen Charles en stadsarcheoloog Marie Christine Laleman verduidelijken wat een oude tekst, een grondspoor of een gebroken bord ons vertellen over de vroege stadsontwikkeling en leefgewoonten, én wat het nut is van 90.000 archiefdozen.

Praktisch: De Paarse Zetel-lezingen zijn gesprekken op het middaguur over cultuur, literatuur en geschiedenis. De gesprekken vinden plaats in de Achilles Musschezaal van de Bibliotheek aan het Zuid van 12.30 uur tot 13.15 uur. Griet Pauwels interviewt. De toegang is gratis. Er kan niet gereserveerd worden. De deuren sluiten om 12.30u.

door Tijl | Lezingen | Reacties (0)

Lezing: Philip Van Peer over de menselijke evolutie

Floresmens.jpgIn het kader van de lezingenreeks “Spraakwater” vertelt prof. Philip Van Peer (K.U.Leuven) op donderdag 20 oktober het verhaal van de menselijke oorsprong. Na de recente vondsten van Toumai en de prehistorische 'hobbit' van Flores vraagt de wetenschappelijke wereld zich hardop af of de menselijke puzzel nu moet worden herlegd. Van Peer zal de ontdekkingen becommentariëren en ze in hun bredere context plaatsen.

In september 2003 ontdekten archeologen de resten van een tot nu toe onbekende mensensoort in een grot op het Indonesische eiland Flores. De spectaculaire vondst heeft veel stof doen opwaaien in de wetenschappelijke wereld. De Floresmens, die ongeveer 18.000 jaar geleden leefde, zou het sluitende bewijs zijn dat Homo erectus in Azië niet op een dood spoor zat. Een kleine groep zou zich aan zijn omgeving hebben aangepast en nog duizenden jaren in leven zijn gebleven. De onderzoekers van Flores liggen al sedert de bekendmaking zwaar onder vuur. Niet iedereen is het immers eens met de claim dat er een nieuwe mensachtige soort is gevonden.

Op Flores zijn onlangs trouwens meer resten van de fameuze 'hobbits' gevonden. Die zouden bevestigen dat het echt om een soort van dwergmensen gaat, en ze tonen aan dat die tot 12.000 jaar geleden geleefd hebben. Het team van Australische en Indonesische wetenschappers beschrijft de recente vondsten in het nieuwe nummer van het tijdschrift Nature, dat vandaag verschijnt.

De vondst van Flores illustreert het belang, en de wetenschappelijke en publieke interesse die de vondst van menselijke fossielen telkens met zich meebrengt. Prof. Dr. Philip van Peer brengt de meest recente vondsten in kaart, schetst hun belang voor het wetenschappelijk onderzoek en presenteert nieuwe ideeën over onze vroegste oorsprong en het ontstaan van de menselijke soort. Philip Van Peer is diensthoofd van de Afdeling Archeologie van de Katholieke Universiteit Leuven. In Saï (Soedan) verricht hij onderzoek naar het ontstaan en de verspreiding van Homo sapiens.

“Spraakwater” is een initiatief van het Gallo-Romeins Museum in Tongeren en het Nederlands Klassiek Verbond (NVK), in samenwerking met het Davidsfonds en het Koninklijk Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genootschap (KLGOG).

Praktisch: De lezing vindt plaats op 20 oktober om 20.00u in het auditorium van het Gallo-Romeins Museum, Kielenstraat 15, 3700 Tongeren. De inkom bedraagt € 3,00 (leden NKV: gratis; inkom leden Davidsfonds en KLGOG: € 2,25). Een combinatieticket voor de volledige lezingencyclus kost € 12,00.
Externe link: More evidence for hobbit unearthed (Nature)

door Bart | Lezingen | Reacties (0)

Kontich terug in de (IJzer)tijd

Kontich 3 tris.jpgIn de maand juli van de afgelopen zomer kreeg de Antwerpse Vereniging voor Romeinse Archeologie (AVRA) de opdracht een noodopgraving uit te voeren op een toekomstige woonverkaveling in Kontich. Het onderzoek beperkte zich tot een vierde van het terrein, maar de resultaten (waaronder een volledig IJzertijd huisplattegrond) rechtvaardigen verdere opgravingen, aldus archeologen Rik Verbeeck en Guido Cuyt.

Op verzoek van de Afdeling Monumenten en Landschappen (Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap) en in opdracht van het Vlaams Instituut voor Onroerend Erfgoed (VIOE) verrichtte de Antwerpse Vereniging voor Romeinse Archeologie (AVRA) van dinsdag 05 juli tot dinsdag 19 juli 2005 een noodopgraving tussen de Ooststatiestraat en de Duffelsesteenweg te Kontich.

Kontich 1.jpgVan de in totaal 4403 m² grote zone met archeologische sporen werden 1162 m² onderzocht. Naast een belangrijke kuil uit de Midden IJzertijd en een waterput uit de 10de-11de eeuw werden nog de plattegrond van een vijftal ijzertijdconstructies ingetekend. Het betreft hier de volledige plattegrond van een gebouw van 12,25 x 6,00 m bestaande uit een wandgreppel met steunberen langs de buitenzijde (zie foto's). In deze wandgreppel werden op regelmatige afstand de restanten van een verticale paal ingetekend. Ongeveer in het midden van elke lange zijde bevindt zich een 1,75 m brede ingang gevormd door meerdere palen die naar buiten staan gekeerd. Het ontbreken van opstaande palen in de zuidoostelijke korte zijde doet ons ook hier een 1 m brede ingang vermoeden.

Kontich 2.jpgVerder stootte het team nog op een tweetal vierpostenspijkers, één zespostenspijker en nog een 10-tal paalkuilen. Deze paalgaten vormen twee parallelle lijnen op 2,75 m van elkaar, die nog minstens over een lengte van 4,75 m konden ingetekend worden. Mogelijk vormen zij het restant van de plattegrond, die door één van de 5 (post-)middeleeuwse greppels wordt oversneden. Naast de scherven handgevormd aardewerk, waaronder een fragment van een lappenschaal en de scherven van drie kruiken rood-beschilderd middeleeuws aardewerk, vond men nog een halve molensteen en verscheidene fragmenten van Romeinse tegulae en imbrices. Deze laatste kwamen echter uitsluitend uit een middeleeuwse context. Tenslotte was er nog een merkwaardige paalkuil waarin onderaan de volledige bodem van een misbaksel handgevormd aardewerk lag.

Hoewel deze opgraving slechts een summier idee biedt van de totale nederzetting zijn de archeologen, dankzij de inzet van meerdere AVRA-leden, tevreden met de bekomen resultaten. Ze hopen dan ook in de toekomst het resterende deel van deze site te kunnen onderzoeken.

Bron en foto's: Antwerpse Vereniging voor Romeinse Archeologie (AVRA)

door Johan | Opgravingen | Reacties (0)

12 oktober 2005

Actiecomité opgericht voor Spaans huis

Een groep bezorgde Tervurenaars heeft het actiecomtié SOS Spaans Huis opgericht. De leden kunnen naar eigen zeggen "het getreuzel en het eeuwig uitstellen" rond de restauratie van het Spaans Huis niet langer aanzien. Het gebouw in het park van Tervuren staat al sinds begin jaren tachtig te verkommeren.

Het Spaans Huis is een zeventiende-eeuws pand vlak bij de vijver van Vossem. In het Spaans Huis bevindt zich ook de Goordaelmolen, mogelijk het enige overblijfsel van het vroegere gehucht Goordaal aan de Voer. In 1324 al werd hij vermeld als de banmolen van de hertogen van Brabant. De inwoners van Tervuren en van Duisburg waren verplicht er hun graan te laten malen. Koning Leopold II liet voor de Wereldtentoonstelling in 1897 de vijvers nabij de molen vergroten tot één grote - de Vossemvijver - en liet hij zeldzame bomen aanplanten. Zo kwam de het Spaans Huis in een fraaie omgeving te liggen, het park van Tervuren.

Het monument staat echter al sinds 1981 leeg en dat laat zich goed zien. Het heeft ondertussen veel weg van een ruïne: onderhoudswerken bleven beperkt, enkel het dak werd tijdelijk afgedekt. Deuren en ramen zijn in slechte staat of verdwenen en bij archeologische opgravingen werden de vloeren gedeeltelijk opengebroken. Alle interieurelementen zijn vernietigd of verdwenen. De restauratie is dus uiterst dringend.

In mei heeft het schepencollege van Tervuren de Vlaamse ministers Kris Peeters (CD&V) en Dirk Van Mechelen (VLD) nog gevraagd om op zeer korte termijn maatregelen te nemen. Het actiecomité wil nu zelf proberen om de ministers te overtuigen van de hoogdringendheid van de restauratie en zoekt daarvoor steun, zowel binnen als buiten Tervuren.

Meer info: sos.spaanshuis@telenet.be
Bron: De Standaard - 12 oktober 2005

door Tijl | Erfgoed | Reacties (0)

Romeinse munten, getuigen van hun tijd

Op woensdag 19 oktober vindt in Antwerpen een lezing plaats over Romeinse munten. Naast een wandeling doorheen de geschiedenis van het Romeinse geld, zal getracht worden meer inzicht te verschaffen in de getuigenissen die de munten brengen van de tijd waarin ze werden geslagen. Spreker van dienst is Ludo Giebens.
Meer info op Archeoweb Antwerpen.

door Tijl | Lezingen |