
Home
Kalender
Forum
Contact
Links
Oude Lennikse dorpspomp in ere hersteld | De plaats van archeologie in het Beter Bestuurlijk Beleid
25 oktober 2005
Opnieuw mammoetresten onder de Antwerpse leien
Tijdens de uitgraving van een parking werd onder de Antwerpse leien opnieuw een bot van een mammoet gevonden. Deze keer ging het om een femur of dijbeen. De vondst kwam uit dezelfde zone waar ongeveer een jaar geleden een opperarmbeen (humerus) werd aangetroffen. Dit leek geen toeval meer en dus werd de zone intensief met een graafmachine onderzocht.
Dit onderzoek bracht een diepe geul met schelpafzettingen aan het licht die dateerde uit de laatste ijstijd. Deze laag werd in boxen onderzocht en leverde naast een grote hoeveelheid botfragmenten van zeezoogdieren (o.m. walviswervels), die evenwel veel ouder zijn, ook meerdere resten van de Mammuthus primigenius of de wolharige mammoet. Opmerkelijk was de vondst van een slagtand, in nog redelijke staat, van zo’n 1,7 m lang. Na onderzoek, uitgevoerd door het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen, bleek dit afkomstig te zijn van een volwassen mannetje. Een fragment van een tweede, kleinere slagtand zou van een vrouwelijke mammoet afkomstig zijn. Verder werden drie bekkenfragmenten en een kies van de wolharige neushoorn geïdentificeerd.
Een opmerkelijk gegeven is wel dat bijna alle botresten duidelijke knaagsporen vertonen van hyena’s. Deze concentratie kan wijzen op een koudere fase van de ijstijd. Of bepaalde beenderen samen horen en afkomstig zijn van hetzelfde skelet blijft een open vraag. Naar alle waarschijnlijkheid werden kadavers door de stroming van het water uit elkaar gescheurd en elders, samen met beenderen van andere individuen afgezet.
Ook de bodemlagen waarin het dierlijk bot werd aangetroffen zijn belangrijk. Antwerpen maakte tijdens het Quartair deel uit van de Vlaamse Vallei, dat toen een verwilderd rivierensysteem kende. In de parking snijden de rivierafzettingen van de laatste ijstijd (120.000 tot 12.000 jaar geleden) in de oudere tertiaire lagen, ontstaan door mariene of zeeafzettingen. De overgang is door het kleurverschil duidelijk te onderscheiden. Doordat deze rivieren zich insneden in de oudere lagen, nemen zij ook de veel oudere schelpen en botresten van zeezoogdieren uit deze laag mee. Het geheel wordt dan samen op stroomluwe plaatsen afgezet.
Tijdens het onderzoek kreeg de opgravingsploeg ook steun van enkele leden van de paleontologische vereniging van Antwerpen. Er zal met hen ook worden samengewerkt in functie van de identificatie van de vondsten. In de nabije toekomst zal verder alles in het werk gesteld worden om de resten te conserveren. De botresten drogen best langzaam uit. De slagtanden uit ivoor en in jaarringen opgebouwd vragen een extra behandeling. Vanuit de afdeling archeologie zal worden geijverd om de interessante faunaresten uit het Quartair / Ijstijd een plaats te geven in de nieuwe parkeergarage.
Bron: Archeoweb Antwerpen
door Tijl | Opgravingen | Reacties (0)
Reageer op dit bericht |
