
Home
Kalender
Forum
Contact
Links
« oktober 2005 | december 2005 »
30 november 2005
European Cultural Heritage Forum in Brussel
De Pan-Europese Organisatie voor het Cultureel Erfgoed Europa Nostra en het Europees Economisch en Sociaal Commité organiseren op woensdag 7 december een internationaal colloquium in Brussel. De stelling 'Het cultureel erfgoed telt voor Europa' wordt er toegelicht door de verschillende internationale culturele instanties.Vandaag is de laatste inschrijvingsdag voor het colloquium.
"Not everything that counts can be measured, and not everything that can be measured, counts", dixit Einstein. Dat het culturele erfgoed wel degelijk telt voor Europa Nostra, maakt ze duidelijk in haar paper 'Cultural Heritage Counts for Europe' (pdf), die zal dienen als basis voor de discussies op het colloquium. De organisatie gaat uit van het feit dat er een groeiende kloof is tussen de Europese burger en de instanties die hem boven het hoofd groeien. Nochtans is er op het vlak van het culturele erfgoed een duidelijk groeiende interesse.
Het European Cultural Heritage Forum wil bijdragen tot dit debat door het lanceren en aanmoedigen van een constructieve dialoog tussen vertegenwoordigers van Europese instellingen en van de Europese organisaties begaan met conservatie, educatie en opwaardering van erfgoed. Bij dit debat worden ook andere internationale partners als de Council of Europe en de UNESCO betrokken.
Praktische info: Deelname aan het colloquium kost 65 euro per persoon. Vandaag 30 november is de laatste dag dat U zich kunt inschrijven. Plaats van afspraak is bij het Europese Economische en Sociale Commité, Belliardstraat 99 in Brussel, op woensdag 7 december vanaf 9u 's morgens. Het gedetailleerde programma vindt U hier.
Externe link: Europa Nostra
door Johan | Congressen | Reacties (0)
Smeulende Kwesties: Het (nieuwe) erfgoedregime in Vlaanderen
Op 16 december wordt er in het Leuvense Kunstencentrum Stuk een studiedag gehouden rond het nieuwe erfgoedregime in Vlaanderen. De groeiende belangstelling en invloed van het publiek naar alle vormen van cultureel erfgoed vraagt om een evaluatie. Inschrijven kan tot maandag 5 december.
Sinds 1999 is de aandacht voor het culturele erfgoed in Vlaanderen sterk toegenomen en kreeg zo ook de al langer bestaande interesse in monumentenzorg een bijkomende impuls. De uitbouw van een professioneel erfgoedbeleid door de Vlaamse cultuuroverheid heeft daar uiteraard veel mee te maken. Een belangrijk neveneffect van het nieuwe beleid is dat almaar meer soorten van ‘bemiddelaren’ zich tussen het heden en het verleden nestelen. Daardoor ontstaat er een polyfonie aan stemmen die naast het officiële wetenschappelijke discours komt te staan. Hoe kunnen we deze globale evolutie vanaf 1999 van zowel het erfgoedbeleid als van de sector zelf verder duiden?
Tijdens de studiedag wordt de vraagstelling op verschillende manieren gevoed:
* Pascal Gielen en Rudi Laermans presenteren hun nieuwe boek 'Cultureel Goed. Over het (nieuwe) erfgoedregiem'.
* Na vijf jaar evalueren enkele grondleggers van het nieuwe ‘Vlaamse erfgoedregiem’ het opgezette traject.
* Enkele cruciale spelers binnen het erfgoedregiem in Vlaanderen passeren voor het voetlicht: het Openluchtmuseum Bokrijk, het kerkelijke patrimonium van Antwerpen en Gent, het In Flanders Fields Museum te Ieper en het Groeningemuseum in Brugge.
* De dag eindigt met de lezing ‘On the Importance of Museum Studies: A sociologist’s viewpoint’ van professor Gordon Fyfe (Keele University, U.K.).
Boek en studiedag kaderen binnen de onderzoekslijn ‘presentatie en perceptie van cultureel erfgoed’ van het steunpunt voor beleidsgericht cultuuronderzoek Re-Creatief Vlaanderen. De boekpresentatie wordt gecombineerd met de voorstelling van de Erfgoedsite, een publieksgerichte portaalsite gemaakt op initiatief van Culturele Biografie Vlaanderen en het Vlaams Centrum voor Volkscultuur met medewerking van het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed.
Praktische informatie: het volledige programma vindt U hier. De studiedag vindt plaats in het Kunstencentrum Stuk, Naamsestraat 96 in Leuven. De inschrijving is gratis, maar gelieve voor 5 december aan te melden bij Ann Jossart of bij Pascal Gielen (Tel: 0486/854126).
Externe link: Smeulende Kwesties
door Johan | Congressen | Reacties (0)
Erfgoed in West-Vlaanderen in beeld gebracht
Vanaf vandaag loopt in het Brugse Museum voor Volkskunde de tentoonstelling 'Erfgoed in West-Vlaanderen in beeld gebracht'. In het kader van '50 jaar dienst cultuur' werd drie jonge fotografen gevraagd het erfgoed in de provincie op een persoonlijke manier in beeld te brengen. De resultaten worden nog tot 19 februari in Brugge tentoongesteld.
De Provincie schreef in het kader van '50 jaar dienst cultuur' een creatieopdracht voor fotografie uit. Hiervoor werd een beroep gedaan op drie jonge fotografen die in de loop van voorgaande jaren geselecteerd werden voor de Prijs Beeldende Kunsten van de Provincie West-Vlaanderen. Aan de kunstenaars werd de grootst mogelijke vrijheid gelaten om hun opdracht in te vullen.
Katrien Vermeire neemt als uitgangspunt de schat aan West-Vlaamse volksverhalen die onlangs onder de leiding van de Leuvense hoogleraar Stefaan Top via het internet en een publicatie ontsloten werd (foto). Charlotte Lybeer focust op de mens anno 2005 en op de wijze waarop die omgaat met traditionele festiviteiten, stoeten en processies. Frederik Vercruysse neemt een kijkje achter de schermen van de Musea Brugge.
De resultaten van de foto-opdracht worden ook gepubliceerd in het provinciaal erfgoedtijdschrift In de Steigers. De publicatie werd vandaag voorgesteld tijdens de opening van de tentoonstelling op 30 november.
Sinds een aantal jaar geeft de provincie West-Vlaanderen trouwens ook projectsubsidies voor de ontsluiting
van cultureel erfgoed. Alle mogelijke erfgoeddomeinen komen in aanmerking: monumenten, archieven, archeologie, museale collecties, heemkunde, volkscultuur, kerkschatten, enz. Aanvragen kunnen één maal per jaar ingediend worden. De volgende indiendatum is 1 februari 2006. Het reglement en het aanvraagformulier vind je via www.west-vlaanderen.be/erfgoed
Praktisch: De tentoonstelling loopt nog tot 13 februari in het Museum voor Volkskunde, Brugge. Dagelijks open van 9:30 tot 17:00, behalve op maandag.
Meer info: E-zine 50 jaar dienst Cultuur - november 2005
door Tijl | Tentoonstellingen | Reacties (0)
29 november 2005
"Erfgoeddag moet zich sterker profileren"
De Erfgoeddag 2005, die in het teken stond van 'gevaar', is een succes gebleken: het aantal bezoekers is sterk gestegen, net als het aantal deelnemende verenigingen en gemeenten. Toch lijkt het evenement met een kleine identiteitscrisis te worstelen. De Erfgoeddag wil zich dan ook naar volgend jaar toe sterker profileren om uit de schaduw van de Open Monumentendag te geraken.
De Erfgoeddag, die dit jaar op zondag 17 april plaatsvond, trok in totaal een 220.000 bezoekers. Daarmee is deze zesde editie de tot nog toe succesvolste geworden; in bezoekersaantal overtreft ze zelfs het Erfgoedweekend van 2003. Ook voor de deelnemende organisaties was de dag een voltreffer: 82 % van hen meent dat ze tijdens de Erfgoeddag bezoekers over de vloer kregen die men anders niet kan bereiken. Nochtans blijkt het overgrote deel van de bezoekers niet aan hun proefstuk toe als het om cultuur gaat: in een enquête gaf 44 % aan 1 of meerdere keren per jaar een museum te bezoeken, 30 % deed dat 5 keer of meer, en 21 % zelfs 10 of meer keren. Meer dan 76 % zei ook tevreden te zijn over het verloop van de Erfgoeddag.
Opvallend is dat dit jaar heel wat onroerende erfgoedorganisaties van het thema ‘gevaar’ gebruik hebben gemaakt om de problematiek van verkommerend en bedreigd monumentaal erfgoed aan te kaarten. Daardoor kwam de Erfgoeddag, die zich eerder richt op het roerende en immateriële erfgoed, soms wat in het vaarwater van de Open Monumentendag terecht. De organisatoren willen dan ook de Erfgoeddag in de toekomst wat sterker profileren. Het evenement lijdt volgens hen nog teveel onder het exclusieve karakter van de Open Monumentendag, en moet het meer hebben van inhoudelijk interessante activiteiten: wie op stap gaat tijdens de Erfgoeddag kan niet zomaar passief in en uit lopen. Er wordt actieve inbreng van de bezoeker gevraagd. Op de Erfgoeddag van volgend jaar zal de aandacht dan ook meer liggen op de alomtegenwoordigheid van erfgoed, in plaats van op de verschillende soorten organisaties die deelnemen: “De Erfgoeddag is geen museumdag, archievendag en volkscultuurdag samen. Het is geen opstelsom van verschillende organisaties maar wel van verschillende soorten erfgoed, bekend of onbekend. De Erfgoeddag is een breed publieksevenement dat een bewustzijn rond de betekenis en de waarde van erfgoed wil creëren en wil tonen welke rol het erfgoed vandaag speelt in het ieders leven.”
Bron: Evaluatie Erfgoeddag 2005
door Bart | Erfgoed | Reacties (0)
Keltische munten uit Gallië
Op dinsdag 6 december organiseert NKV Vlaams-Brabant in Leuven een lezing over Keltische munten. Munten verschaffen een heel apart beeld over de toch zo fascinerende Kelten. Aan de hand van Keltische munten kan men een lange reis maken van Spanje over Italië en Gallië naar Engeland, en via de Donau zelfs tot in Turkije.
Bij deze eerste kennismaking laat spreker Ferdy Willems echter vooral het oude Gallië aan bod komen, met speciale aandacht voor 'onze' Nerviërs, Eburonen, Morini en Aduatuci. Caesars De bello Gallico ga je na de voordracht ook héél anders lezen. De Kelten waren bepaald geen primitieve barbaren en de Romeinen waren op hun beurt zeker geen zachtaardige beschavers.
Daarnaast wordt ook het esthetische aspect van deze munten niet verwaarloosd. Waar de klassieke oudheid de werkelijkheid zo getrouw en zo mooi mogelijk wenst weer te geven, brengen de Kelten een totaal andere wereld. Zij imiteren de Grieken, Romeinen, Etrusken en Carthagers wel in vele opzichten, maar geven er zelf een volstrekt andere, geheel eigen vorm, inhoud en betekenis aan. Ook dit bijna surrealistische 'spel' tonen de munten voluit.
Praktisch: Dinsdag 6 december, 20u. MSI (00.28), Erasmusplein, Leuven.
door Tijl | Lezingen | Reacties (0)
Eeuwenoude crypte in Ronse moet pronkstuk worden
Ronse wil de romaanse Sint-Hermescrypte uit 1089 en de historische stadskern uitbouwen tot het pronkstuk van Zuid-Oost-Vlaanderen. Om de waarde van dat historische erfgoed te verhogen en toeristisch meer aantrekkelijk te maken, gaat de stad samenwerken met het Expertisecentrum voor Erfgoedontsluiting Ename. Het centrum stelt een totaalconcept op om in Ronse een interpretatiecentrum te realiseren.
"De stad Ronse leent zicht uitstekend tot het uitwerken van een totaalconcept omdat de stad een uitzonderlijk boeiende geschiedenis kent die visueel haar stempel heeft gedrukt op het hedendaagse uitzicht van de stad," stelt Willem Derde die het project vanuit Ename coordineert. "Dit rijke en goed bewaarde culturele erfgoed, de talrijke monumenten, archeologische sites, musea en waardevolle gebouwen liggen op wandelafstand van elkaar verwijderd en liggen geconcentreerd op wat vroeger een afzonderlijke enclave was binnen de stad Ronse, de zogenaamde ‘Vrijheid’. Dit gebied dat vroeger juridische zelfstandigheid had en bestuurd werd door de kerkelijke overheid, is nog steeds herkenbaar aanwezig in het stedelijke landschap van Ronse. Het nodigt uit tot de ontwikkeling van een ‘erfgoedzone’."
"We denken aan het uitstippelen van een cultuurroute Ronse-Ename-Velzeke. Er kunnen dan combi-tickets aangeboden worden voor de drie erfgoedmusea," zegt gedeputeerde Jean-Pierre Van Der Meiren in het Nieuwsblad. "Vanuit het Expertisecentrum Ename werd het voorstel gedaan om samen met de stedelijke musea van Ronse en de kerkfabriek Sint-Hermes een totaalconcept uit te werken voor de uitbouw van een interpretatiecentrum. Het rijke erfgoed van Ronse moet toegankelijk en begrijpelijk zijn voor bezoekers, maar ook voor de Ronsenaars zelf. Er moet een unieke confrontatie zijn tussen heden en verleden. Middelpunt vormen de drie kerken en de crypte, een complex dat vanaf de Middeleeuwen het leven in Ronse heeft gedomineerd."
Stadsconservator Eric Devos denkt aan de verdere uitbouw van de musea: "De Sint-Hermeskerk moet integraal kunnen bezocht worden. De crypte zal nog enkel toegankelijk zijn vanuit de kerk zelf. We zullen de middeleeuwse toegang, in de zijkapel van de kerk, weer openstellen. De aanwezigheid van het textielmuseum en het folkloremuseum en van de toeristische dienst in de buurt, is een bijkomende troef.''
Externe link: Expertisecentrum voor Erfgoedontsluiting Ename
Bron: Het Nieuwsblad - 29 november 2005
door Tijl | Erfgoed | Reacties (0)
28 november 2005
Gentse archeologen onderzoeken Romeinse stad in Portugal
Archeologen en geografen van de Universiteit Gent voeren sinds enkele jaren (geo)archeologisch onderzoek uit in de Romeinse stad Ammaia (Portugal). Door de interdisciplinaire aanpak hebben de onderzoekers na drie campagnes een vrij goed beeld gekregen van de topografie en de watervoorziening van het Romeinse Ammaia en haar territorium.
Ammaia ligt in de noordelijke Alentejo regio. De site werd al in de jaren dertig van de vorige eeuw geidentificeerd als de Romeinse stad van Ammaia, maar systematische opgravingen startten pas in 1994. Ammaia werd waarschijnlijk gesticht in de eerste eeuw na Christus. De stad, in de Romeinse provincie Lusitania, kwam tot bloei dankzij de rijke natuurlijke grondstoffen van het gebied: metalen, mineralen, landbouwgrond, paarden... Een andere troef was de ligging aan het kruispunt van verschillende belangrijke wegen. Onder de Arabische heerschappij werd de site opgegeven. Tegenwoordig is bovengronds nauwelijks nog iets zichtbaar van de antieke stad.
De Gentse onderzoekers werken in Ammaia samen met een team van de Universiteit van Cassino (Italie). De resultaten van het onderzoek in Ammaia zijn nu voor het eerst gepubliceerd, in het online-tijdschrift Internet Archaeology. Het project bestaat uit een geoarcheologische case-study, waarbij men de invloed van het landschap en de evolutie daarvan op een Romeinse site onderzoekt. Tijdens de campagnes van 2001, 2002 en 2004 concentreerde het Belgisch-Italiaanse team zich hoofdzakelijk op drie specifieke elementen: de omwallingsmuur van de Romeinse stad, de intra-urbane cartografie en de watervoorziening tijdens de Keizertijd.
In het onderzoek wordt het culturele landschap rond Ammaia bestudeerd met behulp van technieken uit de aardwetenschappen en de archeologische survey. De specifieke problemen bij het evalueren en reconstrueren van een Romeins landschap worden op een multidisciplinaire manier aangepakt. Dit betekent in de eerste plaats dat er gebruik wordt gemaakt van al het beschikbare cartografisch materiaal, luchtfoto's en satellietbeelden. Het veldwerk resulteerde in een database met landschapselementen en archeologisch relevante sites. Al deze data werden dan samengebracht in een Geografisch Informatiesysteem (GIS), dat speciaal voor het project werd ontwikkeld. Dit systeem is van onschatbare waarde voor de interpretatie van het landschap voor, tijdens en na de Romeinse periode.
Het geoarcheologisch veldwerk resulteerde in een aannemelijke hypothese over het verloop van de Romeinse stadswallen. Deze muren zouden een regelmatige, bijna rechthoekige stad omsloten hebben, waarvan de afmetingen relatief bescheiden waren (een oppervlakte van zo'n 20 hectare). De Romeinse topografen bleken de lokatie van de site goed uitgekozen te hebben: op een helling in een gebied met goede landbouwgrond en waterbronnen. Langs sommige zijden van de stad werd de hypothese bevestigd door opgravingen, waarbij een muur met een gracht werd blootgelegd. Langs andere zijden was de situatie minder duidelijk.
Het geoarcheologisch veldwerk en de recente opgravingen gaven de onderzoekers een relatief duidelijk beeld van de urbanisatie van Ammaia. Aangezien geen pre-Romeinse sporen werden gevonden, kan men ervan uitgaan dat Ammaia een "nieuwe" site was, gebouwd naar de gangbare Romeinse standaarden. Zo konden de stadspoorten met vrij grote zekerheid gelokaliseerd worden, net zoals de belangrijkste verkeersassen. Een forum, een basilica en een tempel vormden het publieke centrum van de stad. In de nabijheid was ook een Romeins badgebouw. De beschikbare gegevens wijzen in de richting van een vrij regelmatige, op terrassen aangelegde stad (dambordpatroon). Ook de gebieden buiten de stadsmuren werden onderzocht. Luchtfoto's, historische documenten en archeologische vondsten duiden op de aanwezigheid van wegen, bruggen en begraafplaatsen. Ook het theater lag vermoedelijk buiten de stad, wat niet ongewoon was op het Iberisch schiereiland.
Ten slotte werd ook de watervoorziening van de stad aan een grondig onderzoek onderworpen. Om water naar een stad te brengen volgden de Romeinen meestal het 'principe van de minste weerstand'. Geoarchaeologisch veldwerk and GIS-modellen kunnen dus zeer nuttig zijn bij het reconstrueren van de waterdistributie. Reeds tijdens de eerste campagne in 2001 werden resten van een vermoedelijk aquaduct gevonden. Het is duidelijk dat het aangetroffen bouwmateriaal in verband staat met de watervoorziening van de stad. Verder onderzoek zal het exacte verloop van het aquaduct duidelijk moeten maken.
Bron: Vermeulen F. et.al. 2005 'Geoarchaeological Observations on the Roman Town of Ammaia'. Internet Archaeology 19. http://intarch.ac.uk/journal/issue19/corsi_index.html
Foto's: © Internet Archaeology
door Tijl | Internationaal | Reacties (0)
Archaeologia Mediaevalis 2006
De 29ste editie van 'Archaeologia Mediaevalis' vindt op 17 en 18 maart 2006 plaats in de Kunsthal Sint-Pietersabdij in Gent. Dit congres spitst zich toe op de archeologie van de middeleeuwen en de moderne tijden in België en aangrenzende gebieden.
De kroniek 'Archaeologia Mediaevalis 2006' en de bijhorende bibliografie worden momenteel samengesteld. De samenstellers vragen teksten over onderzoek, studies of algemene vragen over archeologie en/of bouwarcheologie, en presentatielijsten vóór 16 januari 2006 op te sturen. Meer info vind je hier (pdf).
Wie tijdens het congres een lezing wil geven, dient dit formulier in te vullen.
Meer info: Geert Vermeiren (Dienst Stadsarcheologie, Gent)
door Tijl | Congressen | Reacties (0)
Terracotta bij de oude Belgen
Kopiëren van massaproducten een plaag van deze tijd? Vergeet het, ook 2000 jaar geleden was het al schering en inslag. Dat is een van de vaststellingen die Jan De Beenhouwer maakt in zijn doctoraatsthesis. De Beenhouwer heeft het allereerste overzicht gemaakt van terracottabeeldjes uit de Gallo-Romeinse tijd die op Belgisch grondgebied zijn gevonden.
De Beenhouwer bestudeerde ongeveer 1200 beeldjes en beeldfragmenten uit musea en privé-verzamelingen, maar ook stukken die onlangs aan de oppervlakte zijn gekomen bij opgravingen.
Onder invloed van de Romeinen gingen de Galliërs in het begin van onze tijdrekening onder meer terracottabeeldjes maken. Het zijn kleine afbeeldingen van vooral goden, mensen en dieren. De eerste conclusie van Jan De Beenhouwer: de situatie in België is vrij uniek, doordat de twee ‘grootmachten’ van de terracottaproductie hier tegen elkaar botsten. Enerzijds was er een groep Centraal-Gallische ateliers rond de vallei van de Allier, een bijrivier van de Loire, in het huidige Frankrijk. Anderzijds waren er de Oost-Gallische ateliers in het stroomgebied van Rijn en Moezel in het huidige Duitsland.
Tweede vaststelling: de beeldjes werden gemaakt met mallen, in grote oplages. Er was dus sprake van een echte industrie en net zoals dat tegenwoordig gaat met massaproducten, werd er naar hartenlust gekopieerd. Liever dan dat ze geheel nieuwe terracottabeeldjes maakten, pasten de ontwerpers een detail in bestaande modellen aan. Door het ontleden van de verwantschap en de verschillen tussen originelen en kopieën, bracht De Beenhouwer nieuwe informatie aan het licht over de datering, de relaties tussen de beeldenbakkers en de manier waarop die in hun atelier werkten. Concreet kun je zien hoe de bakkers inspeelden op de mode van die tijd of hoe ze omgingen met technische problemen.
De beeldjes van Mercurius uit Wervik (foto boven) en Tongeren (foto links) illustreren deze serieproductie. Het gebroken beeldje werd rond 1950 toevallig gevonden op de plaats van de Romeinse nederzetting van Wervik. Het volledige beeldje werd recent gevonden in de Sint-Truidersteenweg in Tongeren bij opgravingen door het VIOE. "De beeldjes werden vervaardigd in Keulen," vertelt Jan De Beenhouwer. "Mercurius is gezeten op een rots met rechts een bok en links een haan. Een beurs ligt tussen de rechterhand en de kop van de bok. In de linkerarm draagt hij zijn slangenstaf. De linkervoet rust op een schildpad."
De Beenhouwer ging ook na wie de beeldjes kocht en waarvoor ze gebruikt werden. Als grafbeeldjes zijn ze vrij zeldzaam, maar er zijn wel accentverschuivingen merkbaar. De oudste vondsten tonen voornamelijk dierenfiguren en komen voor in graven van het sterkst geromaniseerde deel van de bevolking. Vanaf het einde van de eerste eeuw verschuift de interesse naar voorstellingen van goden en maken de beeldjes deel uit van een grafritus met duidelijk inheems karakter. Een groot deel van de beeldjes kwam terecht in heiligdommen, waar ze werden opgesteld in de tempel of geofferd in kuilen op het tempeldomein.
Vanaf het einde van de eerste eeuw komen terracotta godenbeeldjes ook voor in gewone huizen. Offeren gebeurde duidelijk niet alleen door een speciale klasse of binnen een gebedsplaats. Het ritueel gedrag behoorde tot het leven van de gewone man in zijn eigen omgeving. De Beenhouwer toonde een duidelijke relatie aan tussen het terracottagebruik en de ambachten, zoals bij de bronsbewerkers van Saint-Mard en Tongeren, en de pottenbakkers en de glasblazer van Tienen. Dat verband bleek niet geheel onverwacht. Het bestaan van de ambachtsman hing immers af van de goede werking van de oven, en wij mogen nu dan wel die chemische processen kennen, in het verleden was de overgang van klei naar aardewerk, van erts naar brons en van zand naar glas nog magie. En dus kon je best offeren in ruil voor een beetje goddelijke hulp.
door Tijl | Varia | Reacties (0)
27 november 2005
Vacatures in de Nederlandse culturele sector
De voorbije week kwamen er diverse jobopeningen binnen de ruimere Nederlandse culturele sector. De Stichting Nederlandse Archeologie zoekt een nieuwe eindredacteur/projectmedewerker. De Raad voor Cultuur, het wettelijk adviesorgaan van de regering en het parlement, zoekt nieuwe commissieleden en het Heerlense Thermenmuseum vraagt een conservator/bureauhoofd. De volledige vacatures kunnen nagelezen worden in de SNA-vacaturebank.
door Johan | Vacatures | Reacties (0)
6e Kineon Festival voor de archeologische film
Eind deze week opent het tweejaarlijkse Brusselse Filmfestival Kineon met 'Trous de Mémoire', een documentaire over grafplunderingen. Drie dagen van gratis archeologische filmvoorstellingen moeten de archeologie op een moderne manier dichter bij de mensen brengen. Ondertussen is het volledige programma van het festival bekend: ruim 30 films kunnen worden bezichtigd op 2, 3 en 4 december.
Serge Lemaître, voorzitter van het festival, benadrukt dat archeologie méér is dan de 'wetenschap van oude dingen': "Uit de voorstellingen blijkt dat archeologie gebruik maakt van een gans arsenaal aan moderne technieken: electronenmicroscopie, robotica, physico-chemische testen, grootschalige reconstructies,... zijn hulpmiddelen om de vele archeologische vraagstellingen op te lossen. Ook de films zelf gaan mee met hun tijd. Steeds meer kunnen we op het scherm genieten van 3D-reconstructies, virtuele anastyloses of bezoeken aan verloren steden. Computerbeelden helpen zowel de archeoloog als de leek om het verleden beter te begrijpen."
Het festival biedt zowel een blik op de vaderlandse als op de internationale archeologie, over continenten en era's heen. Dit jaar wordt bijzondere aandacht geschonken aan de nieuwe leden van de Europese Unie.
Kineon is verhuisd naar een nieuwe locatie: Zaal Dupréel, Gebouw van de Sociologie, Avenue Jeanne 44, Brussel (de zaal bevindt zich op de eerste verdieping). Verdere praktische informatie vindt U hier.
Externe link: 6e Kineon Filmfestival
door Johan | Evenementen | Reacties (0)
26 november 2005
Boek belicht archeologische vondsten in Elsene
Deze week werd het vijftiende nummer van de 'Atlas van de archeologische ondergrond van het Brussels Gewest', gewijd aan de gemeente Elsene, voorgesteld. De volgende dagen staat de archeologie in Brussel trouwens in de kijker. Van 2 tot 4 december vindt er het archeologisch filmfestival Kineon en een fototentoonstelling over recente opgravingen in Brussel plaats.
De nieuwe atlas beschrijft het natuurlijk kader, de activiteiten van de bewoners door de eeuwen heen en de archeologische vondsten die in de ondergrond van Elsene werden ontdekt. Zo legden archeologen in Elsene werktuigen uit het neolithicum en graven van de Merovingers bloot. De meeste sites die in het boek worden besproken, stammen uit de middeleeuwen en het tijdperk erna. De studie geeft daarnaast aanbevelingen voor de bescherming van waardevolle resten. Het boek bepaalt ook te vrijwaren archeologische zones waarmee rekening moet worden gehouden bij toekomstige bouw- of andere werken.
Archeologen van Monumenten en Landschappen en van de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis deden in 2003 op het Flageyplein, naar aanleiding van de werken voor de bouw van het stormbekken. Ze legden meerdere graven bloot van het kerkhof van de in 1865 vernietigde Heilig Kruiskapel. De 34 gevonden skeletten werden begraven tussen de vijftiende en de zestiende eeuw. "De analyse van de graven en overblijfselen zal de kennis van de toen heersende begravingsgewoonten verruimen. De antropologische studie van de skeletten levert aanwijzingen op over de levenswijze, de eetgewoonten en de diverse sociale klassen waartoe deze mensen behoorden," luidt het.
Voorts werd in 2004, bij voorbereidende werkzaamheden voor de opmaak van de nieuwe atlas, een stuk van de muur rond het domein van de Abdij van Ter Kameren ontdekt. In de kelders van een huis vlakbij de Hippodroomlaan werden overblijfselen van een bijgebouw van de abdij uit de achtiende eeuw gevonden.
Staatssecretaris Emir Kir wil intussen dat de volledige reeks Atlassen van de archeologische ondergrond van het Brussels Gewest tegen het einde van de lopende legislatuur is uitgegeven. "Met de atlassenreeks zullen we dan beschikken over een volledig afgewerkte archeologische studie van de hele ondergrond van ons gewest," aldus Kir.
De archeologie staat in Brussel de komende dagen in de kijker. Van 2 tot 4 december vindt namelijk het Zesde Internationaal Festival van de Archeologiefilm plaats aan de ULB. In het kader van dat festival wordt ook een fototentoonstelling georganiseerd over de resultaten van de opgravingen die de voorbije twee jaren op het grondgebied van het gewest werden uitgevoerd.
Externe link: Atlassen van de archeologische ondergrond van het Gewest Brussel
Bron Belga
door Tijl | Publicaties | Reacties (0)
Restauratie begijnhofkerk Herentals voltooid
Na drie jaar is de restauratie van de Sint-Catharinakerk in het Herentalse begijnhof voltooid. De kerk wordt vandaag officieel heropend. Ter gelegenheid van de voltooiing van de restauratie van de begijnhofkerk vinden nog tot half december de Herentalse Begijnhofdagen plaats.
De laatgotische Sint-Catharinakerk op het Begijnhof van Herentals, een landelijk aandoend bakstenen kerkje met zandstenen speklagen, werd hoofdzakelijk gebouwd met recuperatiesteen van het in 1578 verwoeste begijnhof op het Nieuwland. Koor en transept werden opgetrokken in 1599, schip en zijbeuken werden pas in 1614 voltooid. In 1655 werden het scholierenkoor (nu de sacristie) en het westportaal toegevoegd. In 1721 volgde nog een bijgebouwtje achter de oude sacristie. In 1874 werd een grondige aanpassing in neogotische zin doorgevoerd.
Na een lange periode van verval werd van 1995 tot 1998 de voorstudie van de restauratie uitgevoerd. Naast grondig archiefonderzoek werd ook uitgebreid bouwhistorisch onderzoek ter plaatse verricht. Daarbij werd onder andere het sinds 1780-1787 ontoegankelijke scholierenkoor met zijn achttiende-eeuwse afwerking boven de sacristie geëxploreerd. De eigenlijke restauratie nam een aanvang in de tweede helft van 2002.
De restauratie van de laatgotische Sint-Catharinakerk heeft de restaurateurs en de geschiedkundigen de voorbije jaren heel wat boeiende uren bezorgd. Zo werd in 2003 boven het stenen gewelf van de oude sacristie een gewelfde kamer ontdekt. Er stond een grote eikenhouten koffer in stijl- en regelwerk op vier pootjes en met sierlijk sluitwerk. Begin augustus 2005 werd nog een belangwekkende ontdekking gedaan. Achter de bekroning van het Sint-Jozefaltaar (transept zuid) bevond zich onder een vijftiental kalklagen een allereerste afwerkingslaag (dus uit 1599) met een eenvoudige versiering van bloemen en planten en een zwartschildering.
De restauratie heeft meer dan 900.000 euro gekost. "De stad heeft een vijfde van de restauratie betaald," zegt schepen van Monumenten Kris Peeters vandaag in De Standaard. "Onder meer daarom zou het zonde zijn dat de kerk slechts één of twee keer per week wordt gebruikt voor een eucharistieviering of een huwelijksmis. Voor zover de activiteit verenigbaar is met het karakter van het gebouw zal de kerk voortaan dus ook gebruikt worden voor culturele activiteiten. Ik denk dan aan exposities of klassieke concerten."
Ter gelegenheid van de voltooiing van de restauratie van de Sint-Catharinakerk vinden nog tot half december de Herentalse Begijnhofdagen plaats. Zo is er morgen zondag een open dag op het begijnhof, waarbij de kerk, het museum, het Fundatiehuis (tentoonstelling), de Gildenkamer en verscheidene huizen worden opengesteld.
Meer info: website Herentals
door Tijl | Erfgoed | Reacties (0)
25 november 2005
Geld voor Meetjeslands erfgoedbeleid
Het Meetjesland krijgt jaarlijks 300.000 euro voor het cultureel erfgoedbeleid. Dat werd eergisteren bekendgemaakt tijdens het Derde Meetjeslands Cultuurforum van COMEET, in het unieke decor van de Paterskerk in Eeklo. Als kers op de taart werd het erfgoedconvenant van de Vlaamse Gemeenschap met COMEET plechtig ondertekend.
De 19de-eeuwse Paterskerk in Eeklo is een ontwijde kerk waarin regelmatig sociaal-culturele evenementen plaatsvinden. Geen betere plek dus om een erfgoed-contract te laten ondertekenen door de minister van Cultuur. Bert Anciaux liet zich echter op het laatste nippertje verontschuldigen wegens ziekte, en dus mocht zijn kabinetsmedewerker vanop de preekstoel met fierheid verkondigen dat COMEET vanaf 1 januari jaarlijks 300.000 euro krijgt van de Vlaamse gemeenschap.
COMEET, wat staat voor Cultuur Overleg Meetjesland, moet de neuzen van dertien Meetjeslandse gemeenten in dezelfde culturele richting zetten. De 300.000 euro, die zeker tot en met 2008 jaarlijks zal worden uitbetaald, is daarom zeker en vast een welgekomen zaak. "Hiermee treedt het Meetjesland ook in de voetsporen van onder meer Antwerpen, Brugge, Gent, Brussel, Leuven en het Waasland," aldus cultuurbeleidscoördinator Nele Bogaert in het Nieuwsblad.
Een primeur voor Vlaanderen is dat in het Meetjeslandse erfgoedconvenant reeds een passus werd toegevoegd in verband met het bereiken van 'culturele diversiteit'. Er wordt vooropgesteld om deze alinea ook in alle andere, reeds bestaande, erfgoedconvenanten op te nemen. Tijdens het formeel overleg over het convenant werd ook het streekeigene van het Meetjesland als plattelandsregio beklemtoond: vooral het kleinschalige en immateriële erfgoed en de vele actieve vrijwilligers zijn uniek. De Meetjeslandse erfgoedcel moet dan ook op dit vlak expertise ontwikkelen en uitwisselen met andere erfgoedcellen.
COMEET voert overigens momenteel een enquête (pdf) uit om te peilen naar de behoeften en verwachtingen van al wie in het Meetjesland bezig is met erfgoed. De resultaten van deze enquête zullen door de erfgoedcel Meetjesland verwerkt worden en aan de basis liggen van het beleidsplan 2006-2008.
Externe link: COMEET
door Tijl | Erfgoed | Reacties (0)
Reuzen erkend als cultureel werelderfgoed
De UNESCO heeft vandaag de reuzenfiguren van de ommegangen in Dendermonde en Mechelen en van de Meiboomstoet in Brussel erkend als cultureel werelderfgoed. Ook het beroemde Ros Beiaard uit Dendermonde is erkend. Steden en politici reageerden verheugd op de bekendmaking. Vlaanderen diende ook een dossier in rond ludodiversiteit en traditionele Vlaamse sporten, zoals schieten op de staande en liggende wip, maar deze kandidatuur haalde het niet.
De voordracht tot erkenning van de reuzenfiguren maakte deel uit van een dossier met reuzen en drakenfiguren uit ommegangen in Vlaanderen, Wallonië en Frankrijk. Het was één van de 65 dossiers die deze week op de vergaderingen van de Internationale Commissie van de UNESCO geëvalueerd werden. Ook de reuzen uit Waalse steden als Aat en Bergen en uit de Franse steden Kassel, Douai, Pézenas en Tarascon zijn erkend als immaterieel erfgoed. Twee jaar geleden viel die eer al te beurt aan het carnaval van Binche.
"Je vindt overal optochten met reuzen," vertelt conservator Laurent Dubuisson van het Maison des Géants in Aat, dat het dossier heeft gecoördineerd, "maar deze processies zijn speciaal omdat ze tegelijkertijd oud zijn, springlevend én zeer belangrijk voor de identiteit van de inwoners. Zij herkennen zichzelf in hun reuzen."
Zo ook de Dendermondenaar, beaamt burgemeester Norbert De Batselier. "Een Dendermondenaar leeft voor zijn paard. Wanneer het lied van het paard gespeeld wordt, dan is hij in hogere sferen. Een Dendermondenaar is een zeer nuchter en zakelijk iemand, behalve als over het zijn paard en zijn reuzen gaat." De Unesco-erkenning brengt geen geld in het laatje, maar is wel een hele eer, vindt De Batselier. "Wij zijn natuurlijk enorm verheugd omdat wij samen met Mechelen en Brussel als enige steden in België drie elementen van werelderfgoed hebben", zegt burgemeester De Batselier. "Voor Dendermonde is dat het belfort, het begijnhof en nu de reuzen en het Ros Beiaard."
Voor Mechelen is de erkenning van de Mechelse reuzenfamilie als werelderfgoed een extra culturele en toeristische troef. Als de reuzenfamilie door de straten trekt, komen de Mechelaars massaal de straten op. In 2000 gebeurde dit voor het laatst naar aanleiding van de Keizer Karelfeesten. Hoewel de volgende Ommegang pas in 2013 gepland is, overweegt schepen van Cultuur Frank Nobels om de Mechelaar begin 2006 in het Erfgoedcentrum Lamot de uitzonderlijke kans te geven om de reuzen te bewonderen. De Mechelse Reuzenfamilie bestaat uit zes leden, vader, moeder, grootva, Janneke, Mieke en Klaaske, en werd gemaakt in de loop van de 16de eeuw. Ze stapten mee op in de Mechelse Peisprocessie die sinds 1303 door de straten van de stad trok.
Ook Vlaams minister van Cultuur Bert Anciaux reageerde "verheugd" op de erkenning. "Dit betekent een belangrijke stimulans voor het cultureel erfgoed in Vlaanderen en Brussel. Ook vanuit toeristisch en economische oogpunt vormt deze erkenning een belangrijke, nieuwe troef voor Dendermonde, Mechelen en Brussel," meldt Anciaux vandaag in een communiqué.
Meer info:
Third Proclamation of Masterpieces of the Oral and Intangible Heritage of Humanity (UNESCO)
Vlaams Centrum voor Volkscultuur (VCV)
door Tijl | Erfgoed | Reacties (0)
Erfgoededucatie digitaal
'ICT in erfgoededucatie' is het onderwerp van een studiedag voor erfgoedorganisaties die op vrijdag 2 december in Leuven plaatsvindt. De studiedag zal zich vooral toespitsen op digitalisering als middel om een (jong) publiek te bereiken. De dag wordt georganiseerd door de Vereniging voor Geschiedenis & Informatica, het Vlaams Centrum voor Volkscultuur vzw en de Erfgoedcel Leuven.
Voor erfgoedorganisaties, of het nu gaat om een museum, een archief of een vrijwilligersvereniging, is het vaak niet duidelijk noch eenvoudig hoe elektronische middelen effectief kunnen worden ingezet om een jonge doelgroep te bereiken. Deze studiedag wil erfgoedorganisaties mee op het ICT-spoor zetten en hen het nut en belang van digitaal communiceren toelichten. Digitale drempelvrees hoeft niet langer een obstakel te zijn. ICT-toepassingen blijken ook erg nuttige en aanvullende instrumenten te zijn naar kinderen en jongeren toe. Enkele praktijkvoorbeelden lichten hun keuzes en toepassingen toe.
Praktisch: De studiedag vindt plaats in het auditorium van de bibliotheek Tweebronnen, Diestsestraat 49, Leuven. Deelname aan deze dag is gratis. Gelieve u wel aan te melden via secretariaat@vcv.be of telefonisch (02/243.17.30). Meer info op vcv.be.
door Tijl | Congressen | Reacties (0)
24 november 2005
Limburgs glas beschermt Chinese Terracotta Leger
Glass Consult uit het Limburgse Noorbeek ontving begin dit jaar een grote order voor verwarmd IQ glas ter bescherming van het Terracotta Leger in China. Dit leger diende om de Chinese keizer Qin Shi Huang te beschermen na zijn dood in 210 voor Christus. De glazen beloopbare vloer moet tot 50.000 bezoekers per dag kunnen dragen in het museum te Xian en Bovendien verdere condensatieproblemen vermijden.
De condensproblemen op de glazen vloer en buitenwanden dreigden dit internationale erfgoed ernstig aan gaan tasten. Een Sloveense architect en het Limburgse Glass Consult vonden de oplossing in verwarmd IQ Glas, waardoor nu het gehele condensprobleem wordt opgelost. Momenteel is de order van enkele duizenden m² reeds geleverd. Voor het eind van dit jaar, wanneer de officiele opening gpland is, moet alles gemonteerd zijn. Soortgelijke projecten hebben zich inmiddels aangediend in Griekenland en Egypte.
Bron: Radio Vlaanderen Internationaal
door Johan | In de pers | Reacties (0)
Nieuwe vacatures in Nederland
De voorbije dagen zijn er in Nederland diverse vacatures bekendgemaakt binnen de archeologische sector. Het archeologisch adviesbureau RAAP zoekt een senior archeoloog en 3 archeologische projectleiders voor de regio's noord, oost en zuid. Daarnaast is de Stichting Prehistorisch Erf Flevoland in Lelystad op zoek naar twee medewerkers voor het begeleiden van kampen en groepen op hun educatieve erf. De volledige vacatures kunnen nagelezen worden in de SNA-vacaturebank.
door Johan | Vacatures | Reacties (0)
Het rijke archeologische verleden van Grobbendonk
Sinds de jaren zestig zijn er op het grondgebied van Grobbendonk belangrijke archeologische activiteiten uitgevoerd. Op donderdag 1 december zal archeologe Rica Annaert de balans opmaken van veertig jaar archeologisch onderzoek in Grobbendonk.
Niet alleen de gekende Romeinse site op de Steenberg, die uitgebreid onderzocht werd door de Nationale Dienst voor Opgravingen, maar ook minder gekende vindplaatsen en recente ontdekkingen zullen aan bod komen. Rica Annaert is wetenschappelijk attaché-archeoloog en sinds 1991 verbonden aan het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed (voormalig Instituut voor het Archeologisch Patrimonium). Haar werkdomein omvat de rurale archeologie in de provincie Antwerpen.
Praktisch: De voordracht vindt plaats op 1 december, om 19.30 u in de polyvalente ruimte van de bibliotheek, Astridplein 3 te 2280 Grobbendonk. Toegang gratis. Om praktische reden graag een bevestiging vooraf op 014/50.74.95 of via e-mail.
door Tijl | Lezingen | Reacties (0)
Restauratieproject VRT in de pijplijn
De Vlaamse versie van het BBC-programma 'Restoration' moet in 2006 een van de blikvangers van de openbare omroep worden. Hoe het project in Vlaanderen zal worden gefinancierd en welke gebouwen in aanmerking komen, is nog niet duidelijk.
'De saga van Oberon' blijkt intussen zowel in Vlaanderen als in Nederland een flop.
Gisteren werden de televisieplannen van de VRT voor 2006 bekendgemaakt. Het 'restauratieproject' moet de opvolger van 'De Grootste Belg' worden. Op de BBC gingen de Britten met elkaar in de clinch voor geld om bedreigde gebouwen in stand te houden. Het publiek kon uit enkele mogelijke kandidaat-gebouwen één vervallen gebouw kiezen dat als winnaar een bepaalde som toegewezen kreeg van de Restoration Fund.
Hoe het project in Vlaanderen zal worden gefinancierd en welke gebouwen in aanmerking komen, is nog niet duidelijk. Kathedralen en grote kastelen lijken niet haalbaar, erfgoed van om de hoek zoals kapellen, kleine kerken, een stuk stadswijk of zelfs een grenspaal zitten er vermoedelijk wel bij. De VRT praat daarover nog met de Vlaamse minister van Monumenten en Landschappen Dirk Van Mechelen (VLD). Vooral het budget wordt een heikel punt.
Philippe Heyvaert, de woordvoerder van Van Mechelen, zegt vandaag in De Standaard dat er nog maar een paar informele contacten geweest zijn, en dat nog niets is beslist: "Natuurlijk vinden we het uitstekend dat de VRT aandacht heeft voor monumenten en restauratie. Dat verhoogt het maatschappelijke draagvlak. De Vlaamse overheid zal haar knowhow over monumenten en landschappen ter beschikking stellen. Maar de VRT moet zijn dossier maken en open kaarten op tafel leggen."
Overigens blijkt de VRT helemaal niet tevreden over de kijkcijfers van 'De saga van Oberon'. Het geschiedkundige spel waarin edelen en lijfeigenen het tegen elkaar opnemen, haalt nauwelijks 400.000 kijkers. Daarmee voldoet het niet aan de verwachtingen. "De grootste ontgoocheling van 2005," zegt Aimé Van Hecke, de directeur televisie van de VRT. "We hebben het onvoldoende of niet goed aangeprezen.'' De VRT maakte 'De saga van Oberon' samen met de Tros, maar ook in Nederland is het een flop.
Bron: De Standaard - 24 november 2005
door Tijl | Varia | Reacties (0)
Romanisatie in Gallia Belgica
In het kielzog van de Romeinse legers kwamen heel specifieke mediterrane producten in onze gewesten terecht. Onder andere wijn, vissaus en olijfolie werden in amforen geïmporteerd. Over deze 'Romanisatie in Gallia Belgica' organiseert NKV Oost-Vlaanderen op woensdag 30 november een lezing in Gent. Spreker is Patrick Monsieur (UGent).
Kort na, of misschien reeds tijdens de Gallische Oorlog kwam de eerste Italische wijn in onze gewesten terecht. Met de pacificering in de vroege keizertijd en het vastleggen van de Limes kwam de import van niet enkel wijn, maar ook van andere producten op gang. Zo werden niet enkel de militairen bevoorraad, maar ook de plaatselijke elite groeide als doelgroep voor de consumptie van ‘exotisch’ voedsel en drank. De directe materiële getuigenis daarvan is de verpakking, amforen waarvan in opgravingen steeds meer fragmenten aan het licht komen. De typologie, het klei-onderzoek en niet in het minst de epigrafie verraden hun inhoud en origine : wijn van Italië, wijn en droge vruchten uit Griekenland en het Oosten, olijfolie, olijven, vissaus, gepekelde vis en wijn uit Baetica, wijn uit de Tarraconensis, wijn, olijven en vissaus uit de Narbonensis, aluin van Lipari.
Praktisch: woensdag 30 november, 20u. Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (Koningstraat 18, Gent). Toegang gratis.
door Tijl | Lezingen | Reacties (0)
23 november 2005
"Hervorming Brussels erfgoedbeleid voert pure subjectiviteit in"
De geplande hervorming van het Brussels ergoedbeleid is de grootste wetgevende achteruitgang sinds de eerste wet op de bescherming van het erfgoed uit 1932. Dat stellen meer dan 40 verenigingen en buurtcomités uit de hoofdstad. "Brussel keert terug naar de ergste jaren inzake behoud van het erfgoed," waarschuwde ook een Brussels parlementslid vandaag.
De ondertekenaars hekelen het feit dat door het ontwerp het eensluidende advies van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen (KCML) vervalt. Het (bindende) eensluidende advies van de KCML heeft momenteel betrekking op alle geklasseerde en op de beschermingslijst ingeschreven monumenten. De verenigingen vrezen er onder meer voor dat door het wegvallen van het advies de kortetermijnvisie van vastgoedmakelaars, die vaak gedreven worden door economische rendabiliteit, de overhand zal krijgen op de langetermijnvisie die de bescherming van het patrimonium beoogt.
Daarnaast verleende de ordonnantie van 1993 aan gespecialiseerde vzw's het recht om een petitie te organiseren, die de regering vervolgens verplichtte een beschermingsprocedure op te starten. In de nieuwe tekst wordt die plicht tot het starten van een procedure afgevoerd. "De voorgestelde hervorming is in geen enkel opzicht een vereenvoudiging, maar een neen aan het democratische debat en het omvat de invoering van pure subjectiviteit in het erfgoedbeleid," concluderen de ondertekenaars. Ze pleiten voor het behoud van het eensluidende advies van de KCML.
Brussels parlementslid Willem Draps (MR) zit op dezelfde golflengte: in een reactie op de plannen stelde hij vandaag dat de plannen van bevoegd staatssecretaris Emir Kir ervoor zullen zorgen dat "Brussel terugkeert naar de situatie van voor 1993, de ergste jaren inzake behoud van het erfgoed". Als de tekst van Kir ongewijzigd wordt voorgelegd aan het parlement, belooft Draps nu al "een lange en kordate parlementaire strijd te zullen aangaan, zodat deze hervorming niet kan plaatsvinden". "De Brusselse regeringsverklaring voorzag dat de procedure verlicht zou worden, maar het ontwerp van Kir bewerkstelligt het omgekeerde," vat Draps samen.
Bron: Belga
door Tijl | Beleid | Reacties (0)
Doctoraatsverdediging Veerle Linseele
Deze week verdedigt ook Veerle Linseele haar doctoraat over de reconstructie van paleo-economieën en klimaatsveranderingen in westelijk Afrika op basis van archeozooölogisch vondstenmateriaal. Veerle is als zoöloge verbonden aan het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika in Tervuren, en was daarnaast ook betrokken in het onderzoek van de dierlijke resten van de Turkse site Sagalassos.
Praktisch: Veerle Linseele verdedigt haar doctoraat 'Domestic livestock, subsistence strategies and environmental changes in Sahelian West-Africa during the past 4000 years: evidence from archaeofaunal remains' op vrijdag 25 november, om 16u00, in de Justus-Lipsiuszaal van de faculteit Letteren van de K.U.Leuven (Erasmushuis, Blijde-Inkomststraat 21, Leuven). Een doctoraatsverdediging is openbaar, alleen de beraadslaging is geheim.
door Bart | Varia | Reacties (0)
Belgische archeoloog vindt oudste kaart van de westerse wereld
De Belgische archeoloog Thierry Van Compernolle (Universiteit van Montpellier) heeft de oudste kaart uit de westerse wereld opgegraven. De kaart zou ongeveer 2.500 jaar oud zijn en stelt een stuk van de laars van Italië voor. De kaart werd gekrast in de scherf van een zwart-geglazuurde vaas en is niet veel groter dan een postzegel.
Het ostrakon met de kaart werd gevonden bij opgravingen van de Universiteit van Montpellier in het Italiaanse Soleto (provincie Lecce). De vondst dateert al uit augustus 2003, maar Van Compernolle hield ze al die tijd geheim. "Ik wilde eerst 100 procent zekerheid over de ouderdom," zegt hij. Vorige week werd de kaart dan voor het eerst aan het publiek voorgesteld, in het Nationaal Archeologisch Museum in Taranto. Het gaat om een kleine kaart van drie op zes centimeter die gekrast is in een zwart stuk scherf. Apulië, een streek in de hiel van de laars van Italië is er duidelijk op te zien.
Het is niet alleen de oudste geografische kaart uit de klassieke oudheid, maar ook het eerste materiële bewijs dat de Grieken al vroeger dan de Romeinen kaarten maakten van echte plaatsen. Dat de Grieken kaarten gebruikten, wisten wetenschappers al uit de literatuur, maar voor het eerst is er nu ook een voorbeeld gevonden.
Volgens kenners wordt niet alleen de oorsprong van de antieke cartografie in vraag gesteld door de nieuwe ontdekking, maar ook de regionale geschiedenis van Zuid-Italie, in het bijzonder de relaties tussen de lokale, Messapische bevolking en hun Griekse buren. De kaart van Soleto zorgt voor nieuwe inzichten in de culturele uitwisseling tussen de twee groepen. Twee toponiemen op de kaart worden in het Grieks vermeld. Ook de rest van de kaart is in Grieks schrift, maar de taal is die van de lokale stammen, het Messapisch. Van de dertien steden die staan aangeduid op de kaart, bestaan er een aantal ook vandaag nog (Otranto, Ugento, Leuca...).
De kaart dateert uit de periode dat de Griekse wiskundige Pythagoras een filosofische school opstartte in Crotone, aan de andere kant van de Golf van Taranto. Pythagoras' hypothese dat de aarde rond was, vormde de basis van de moderne cartografie.
Meer info:
A new ancient map? (Ancient World Mapping Center)
Archaeologists find western world's oldest map (Daily Telegraph)
Update: Een kleine scherf met een stukje Italië op bracht de ploeg van Man Bijt hond op de idee om te zoeken naar het ultieme stuk van de Mechelse Vereniging voor Stadsarcheologie. Deze avond om 19.45u op één.
door Tijl | Internationaal | Reacties (0)
22 november 2005
Kasteel van Poeke mikt op nieuwe activiteiten
Het kasteel van Poeke (Aalter) wordt momenteel grondig gerenoveerd. Volgens het Nieuwsblad wil het gemeentebestuur het kasteel met zijn culturele en educatieve mogelijkheden, de Kale-Leie Archeologische Dienst, het natuureducatief centrum en de beheersboerderij beter op elkaar afstemmen.
In de 11e en 12e eeuw was het kasteel van Poeke een versterkte ridderburcht met walgrachten. Gedurende de Middeleeuwen was de burcht regelmatig het toneel van schermutselingen met de Gentse opstandelingen. In het midden van de 15e eeuw werd het bouwwerk verwoest. Jarenlang bleef het in puin achter, tot op het einde van de 16e eeuw het domein en het kasteel in handen kwam van het geslacht Preud'homme d'Hailly. De nieuwe eigenaars creëerden eenstijlvol rococokasteel, talrijke landbouwbedrijven, een eigen brouwerij en zelfs een atelier met kwekerij voor zijderupsen. In 1872 pasten de nieuwe eigenaars het domein aan volgens de mode van de tijd. Aan het complex werd ondermeer een koetshuis toegevoegd. Na het overlijden van de laatste barones vervielen de gebouwen volledig. Sinds 1977 is het domein van de gemeente Aalter.
Het gemeentebestuur heeft een visie over het kasteeldomein, maar erg concreet is die nog niet. "We willen de culturele en de cultuurhistorische waarden en de natuurwaarden van het domein van Poeke optimaal ontplooien en op een verantwoorde manier, rekening houdend met de draagkracht van het domein, aanbieden aan de bevolking," zegt schepen Johan Verstrynge (CD&V) vandaag in het Nieuwsblad. Het kasteel met zijn culturele en educatieve mogelijkheden, de Kale-Leie Archeologische Dienst, het natuureducatief centrum en de beheersboerderij moeten op elkaar afgestemd worden. Om dat te realiseren volgt de gemeente een spoor op korte termijn en één op lange termijn. "Volgend jaar kopen we al voor 12.500 euro meubilair en eetgerei aan om de praktische bruikbaarheid voor culturele en educatieve manifestaties en vergaderingen te verhogen. De beheersboerderij wordt verder uitgebouwd, de conciërgewoning ingericht in het koetshuis en er komt een conciërge."
Intussen wordt een dossier opgestart om het kasteel verder te restaureren. "Als het kasteel volledig gerestaureerd is, werven we naast de conciërge nog iemand extra aan, een projectleider, die het gebruik van het kasteel moet optimaliseren en rendabel maken." Volgens Verstrynge moet dat binnen drie jaar een feit kunnen zijn.
Foto: Kale-Leie Archeologische Dienst
Bron: Het Nieuwsblad - 22 november 2005
door Tijl | Erfgoed | Reacties (0)
Groen licht voor nieuwe opgravingen Sint-Katelijne-Waver
De Mechelse Vereniging voor Stadsarcheologie (MVSA) heeft zonet groen licht gekregen om de opgravingscampagne naast het Hooghuis in Sint-Katelijne-Waver af te werken. Aangezien het om een noodonderzoek gaat, zijn alle vrijwilligers van harte welkom om tijdens de komende weekends mee te komen graven.
Het Hooghuis heeft intussen een hele metamorfose ondergaan. Niet alleen de stellingen zijn verdwenen, maar vooral het dak is weer in al zijn glorie te bewonderen. Nu de stellingen weg zijn, staat de archeologen niets meer in de weg om de zone tussen het eerder onderzochte gedeelte (het zogenaamde Laaghuis) en het Hooghuis aan een minutieus onderzoek te onderwerpen. Deze zone situeert zich in de 17de-eeuwse aanbouw die ondertussen verdwenen is. Bedoeling is om in deze zone enerzijds meer te weten te komen over de (ver)bouwgeschiedenis van deze aanbouw en het Hooghuis en anderzijds de voorgeschiedenis van de site (met meerbepaald de verhouding van de in de zomer aangesneden gracht en het Hooghuis).
Daarnaast wordt ook nog veel verwacht van een afvalkuil die naast het Hooghuis werd aangesneden. Deze kuil kan een licht werpen op de bewoningsgeschiedenis in de laat 17de en de 18de eeuw (zie foto).
De bouwwerkzaamheden legden ook een waterput vrij. Tijdens het archeologisch onderzoek vond men twee waterbuizen terug die ooit dienst gedaan hebben om met een pomp water te putten. Als alles meevalt, gaat de MVSA proberen deze put te onderzoeken.
Meer info: Vondsten onder de macadam (pdf)
Praktisch: Aangezien het om een noodonderzoek gaat, zal er gewerkt worden op zaterdag en zondag 26 en 27 november van 10 tot en met 16.30 u. Indien nodig, wordt ook tijdens het weekend van 3 en 4 december gewerkt.
Geïnteresseerden kunnen contact opnemen met Wouter Yperman, op 0498/10.20.62.
door Tijl | Opgravingen | Reacties (0)
21 november 2005
Actief aardewerk
Op 19 januari wordt in Amsterdam het 15de Archeologie en Theorie Symposium georganiseerd. Het thema van dit jaar is 'Actief Aardewerk' en vraagt aandacht voor de manier waarop aardewerk mensen, hun handelen, hun onderlinge relaties en wereldbeeld kan beïnvloeden. Het dagprogramma bestaat uit een vijftal lezingen en een forumdiscussie.
Aardewerk behoort tot de belangrijkste archeologische materiaalcategorieën en heeft van meet af aan ons beeld van verleden gemeenschappen bepaald. Dat vorm en functie van aardewerk beïnvloed worden door sociale en culturele opvattingen over wat waardevol en functioneel is, is inmiddels algemeen bekend.
Het 15de Archeologie en Theorie Symposium wil een stap verder gaan en zich richten op het idee dat aardewerk actief is. Vanuit verschillende invalshoeken worden actieve rollen van aardewerk belicht waarbij zowel aan de productie en uitwisseling als aan het gebruik van aardewerk aandacht wordt besteed. Aardewerk blijkt een volwaardige sociale actor te zijn en als zodanig invloed uit te kunnen oefenen op mensen. Ook belichaamt aardewerk onbespreekbare culturele normen en maakt het verzet hiertegen mogelijk. Zelfs de controversiële gedachte dat aardewerk een wereldwijde kopie van zichzelf is, komt aan bod. Dit is slechts een greep uit de onderwerpen van het symposium, waarbij de vraag niet zal worden ontweken wat het idee van ‘actief aardewerk’ ons te bieden heeft.
Op vrijdag 20 januari vinden er ook workshops plaats voor (doctoraats)studenten.
Meer info: surf naar de website van het Amsterdams Archeologisch Centrum of download het programma (pdf). Aanmeldingen dienen uiterlijk 12 januari binnen te zijn. Inschrijven kost 20 euro (studenten: 5 euro).
Foto: Laat-Neolithisch aardewerk uit Tell Sabi Abyad (Syrië)
door Tijl | Congressen | Reacties (0)
Archeoloog gezocht in zuidelijke Westhoek
In de schoot van de projectvereniging 'Cultuur Overleg Zeven' (CO7) werd dit jaar een intergemeentelijke archeologische vereniging opgericht. De gemeenten Heuvelland, Ieper, Langemark-Poelkapelle, Mesen, Poperinge, Vleteren en Zonnebeke willen zo een duurzaam archeologiebeleid op lokaal vlak uitbouwen. Om dit te realiseren werft CO7 nu een voltijds archeoloog (m/v) aan. Solliciteren kan tot 9 december.
De intergemeentelijk archeoloog heeft als taak om een goed functionerende intergemeentelijke archeologische vereniging uit te bouwen. Door mee te stappen in deze vereniging participeren de lokale besturen aan het zorgbeleid voor archeologie. Dit impliceert dat de lokale overheden archeologische monumentenzorg in hun beleidsplannen integreren en zorgen voor een deskundig, kwaliteitsvol behoud en beheer van de archeologische waarden binnen hun werkingsgebied. Het is de kerntaak van de intergemeentelijke archeologische dienst om de archeologische monumentenzorg te integreren in het beleid van de lokale overheden en te zorgen voor een kwaliteitsvol behoud en beheer van de archeologische waarden binnen hun werkingsgebied.
Het contract omvat een boeiende en dynamische aanstelling als voltijds intergemeentelijk archeoloog voor de duur van één jaar, met vooruitzicht tot verlenging tot een contract van onbepaalde duur. Het contract voorziet in een proefperiode van één maand.
Meer info: lees de volledige vacature (pdf)
door Tijl | Vacatures | Reacties (0)
Hof van Busleyden heeft nieuwe Renaissancetuin
Het Mechelse stadsmuseum Hof van Busleyden heeft een vernieuwde erekoer en tuin. De vernieuwing maakt een einde aan de volledige opknapbeurt van het museum die twee jaar geleden begon. Het Hof van Busleyden is het oudste Renaissance-gebouw van Mechelen.
Het Hof van Busleyden werd in het begin van de zestiende eeuw gebouwd in opdracht van Hiëronymus van Busleyden (ca. 1470-1517). Na de dood van Van Busleyden bewoonden diverse vooraanstaande families het Hof. In 1619 werd de Mechelse Berg van Barmhartigheid – een voorloper van het O.C.M.W. – er in ondergebracht. Tot de Eerste Wereldoorlog behield het gebouw die functie. Tijdens WO I raakte het Hof van Busleyden echter zo zwaar beschadigd dat het praktisch volledig diende heropgebouwd te worden. Met de heropbouw kreeg het Hof ook een nieuwe functie: die van stadsmuseum. Op 31 juli 1938 werd het Hof van Busleyden officieel ingehuldigd en voor het publiek geopend.
"Na de restauratie aan de buitengevels van het museum was de tuin zwaar verwaarloosd en lag hij erbij als een echte werfzone," vertelt Bart Stroobants, conservator van de Stedelijke Musea Mechelen. "Bovendien was de organisatie van het cultuurproject 'Mechelen, Stad in Vrouwenhanden' op zoek naar een locatie uit de Renaissancetijd voor het literair project 'Busmeiden' dat volgend weekend van start gaat. Twee perfecte redenen om een nieuwe Renaissancetuin aan te leggen," vertelt Stroobants.
De nieuwe tuin bevat heel wat elementen uit de Renaissance-tuinarchitectuur, zoals de verhoogde grasperken, de brede wandelgangen en de duidelijk herkenbare geometrische patronen. Zelfs de planten zijn typische planten uit de Renaissance. De werken duurden ongeveer 10 weken en dragen een prijskaartje van 360.000 euro. Alles werd gefinanciëerd door de stad Mechelen. De tuin van het Hof van Busleyden is elk de weekdag te bezoeken van 10 tot 17 uur (niet op maandag).
Externe link: Hof van Busleyden
Bron: Belga
door Tijl | Erfgoed | Reacties (0)
20 november 2005
Minister wil standaardformule voor monumentenroutes
In september maakte Vlaams minister Dirk Van Mechelen bekend dat hij in elke Vlaamse gemeente monumentenroutes wil creëren, in navolging van de provinciale fietsroutenetwerken. In het Vlaams Parlement gaf de minister onlangs meer uitleg over zijn plannen. Van Mechelen wil een standaardpakket opstellen dat wordt aangeboden aan de gemeentebesturen. "Als er een goed businessplan is, dan zal ik voor de centen zorgen."
Van Mechelen ziet de invoering van een monumentenroute als een grote sensibiliseringscampagne. "Met zo'n initiatief, op gemeentelijk of bovengemeentelijk niveau, maak je de mensen bewust van het waardevolle onroerend erfgoed van hun streek. Niemand zal nog aan een waardevol gebouw raken zonder het maatschappelijk draagvlak te raken," zei Van Mechelen in september. Ook in zijn beleidsbrief, waarvan de besprekingen in het parlement deze week zijn gestart, is het concept van de monumentenroutes opgenomen.
In de bevoegde commissie voelde CD&V-parlementslid Hilde Crevits de minister onlangs aan de tand over de invoering van de monumentenroutes. Van Mechelen maakte duidelijk dat hij met het initiatief een nieuw debat wil openen: "Een debat over een monumentenroute zal onmiddellijk een debat zijn over welke, waar, wat, wanneer en hoe, over de ontsluiting, de openstelling en de conservatie." In plaats van het onroerend erfgoed te klasseren, wil de minister het aanbieden in een netwerk. "Ik wil de routes tot stand brengen, waardoor de mensen langs ons onroerend erfgoed komen en een reflex ontstaat waardoor het onmogelijk wordt dat morgen erfgoed uit de route verdwijnt."
In onze buurlanden zijn volgens de minister al goede voorbeelden van dergelijke routes te vinden: "Dit jaar reed ik op weg naar de Périgord langs Poitiers. Daar heeft men in de straten doorheen de hele stad op de voetpaden lijnen geschilderd. Men kan er een gele, een rode of een blauwe lijn volgen, met langs elke lijn een aantal monumenten. In Amsterdam kan men dan weer een museumboot nemen die stopt voor elk museum."
Het is echter niet evident dat een gemeente zich gaat bezighouden met het ontwikkelen van knowhow met betrekking tot monumentenroutes. Daarvoor hebben gemeenten noch de tijd, noch de mensen en de middelen, beseft Van Mechelen. Hij stelt voor een standaardpakket op te stellen dat wordt aangeboden aan de gemeentebesturen. "We zijn in Vlaanderen voortdurend bezig het wiel weer uit te vinden," stelt Van Mechelen. Daarom wil hij de back-office van het onroerend erfgoed in Vlaanderen op poten zetten. De minister wil echter niets verplichten: "We gaan faciliteiten aanbieden, en zorgen er zo voor dat de gemeenten die dat willen, mee op de boot zitten."
Het opstellen van dergelijke standaardsformules is volgens Van Mechelen niet de taak van de administratie, maar van de verschillende erfgoedinstanties in Vlaanderen. Hij denkt daarbij in de eerste plaats aan Monumentenwacht, Erfgoed Vlaanderen, VCM en de Open Monumentendag. Deze organisaties hebben intussen een nota geschreven, waarin ze hun expertise terzake trachten te bundelen. Over de financiële ondersteuning van het project is de minister alvast duidelijk: "Als er een goed businessplan is, dan zal ik voor de centen zorgen."
Meer info: download de handelingen van de commissievergadering (pdf)
Foto: Huysmanshoeve (Eeklo)
door Tijl | Beleid | Reacties (0)
Het geheime leven van de Byzantijn
Op woensdag 23 november organiseert het Nederlands Klassiek Verbond - Antwerpen een voordracht over 'Het geheime leven van de Byzantijn'. Spreker van dienst is dr. Bart Janssens, een van de samenstellers van het Corpus Christianorum.
De lezing vindt plaats om 20u in in UFSIA-auditorium R004, Rodestraat 14, Antwerpen. Toegang gratis. Meer informatie vind je hier.
door Tijl | Lezingen | Reacties (0)
19 november 2005
Doctoraatsverdediging Jan De Beenhouwer
Nu maandag 21 november verdedigt Jan De Beenhouwer in Leuven zijn doctoraat over Gallo-Romeinse terracottastatuetten uit Belgische sites. Voor zijn studie onderzocht de promovendus ca. 1200 van dergelijke beeldjes en hun vindplaats, ondermeer om na te gaan wie de beeldjes gebruikte en in welke omstandigheden.
Praktisch: Jan De Beenhouwer verdedigt zijn doctoraat ‘De Gallo-Romeinse terracottastatuetten van Belgische vindplaatsen in het ruimer kader van de Noordwest-Europese terracotta-industrie’ op maandag 21 november, om 14.00 u, in de promotiezaal van de K.U.Leuven (Naamsestraat 22, 3000 Leuven). Een doctoraatsverdediging is openbaar, alleen de beraadslaging is geheim.
door Bart | Varia | Reacties (0)
Workshop 'archeologie in de klas'
Op donderdag 24 november vindt om 10u30 een persmoment plaats naar aanleiding van een workshop rond archeologie in klassen van de lagere school. Het persmoment wordt georganiseerd door Raakvlak (Intergemeentelijke Dienst voor Archeologie in Brugge en Ommeland) en vindt plaats in de Gesubsidieerde Vrije Basisschool De Leeuw, Sint-Elooistraat 25 in Zedelgem.
Archeologie in de klas: het vuilniszakproject
"Krijgt u tijdens de lessen wel veel vragen over piramides, Grieken en dinosauriërs, maar wilt u het met uw leerlingen eens hebben over wat er hier in de bodem te vinden is? Hoe gaan archeologen te werk, graven ze steeds op met een klein penseeltje, en hoe interpreteer je een vondst?" Met deze vragen begon de brief waarin lagere scholen uit Brugge en Zedelgem werden uitgenodigd om mee te stappen in het 'vuilniszakproject' dat Raakvlak op touw zet.
Om de jongere generatie in contact te brengen met de archeologie als wetenschap en een bewustzijn te creëren van de archeologische rijkdom van onze regio, organiseert Raakvlak vanaf dit najaar gratis workshops voor de lagere scholen in haar werkingsgebied. Een archeoloog komt naar de klas en legt aan de hand van een moderne vuilniszak en echte vondsten uit hoe het kleinste zaadje en botje een verhaal kunnen vertellen. De kinderen onderzoeken zelf het schervenmateriaal en de zeefstalen uit verschillende contexten en leren een interpretatie opbouwen.
De workshops worden in een eerste fase gegeven in Zedelgem en Brugge tussen 24 oktober en 9 december 2005, alle schooldagen, behalve op woensdag. De workshop duurt een uur en is geschikt voor leerlingen tussen 7 en 12 jaar (max. 25 leerlingen). Achteraf komen ook de scholen uit Jabbeke aan bod.
Meer info: Katelijne Vertongen of tel.: 050/448729
door Johan | Jeugd | Reacties (0)
Opendeurdagen Schoondijke (Zeeuws-Vlaanderen)
Momenteel loopt er in Zeeland een opgravingsproject gesponsord door het Vlaams-Nederlands Comité, in samenwerking met de Universiteit Gent en de Wageningen Universiteit: de verdronken hofstede van Schoondijke verschijnt er langzaam vanonder het inundatiepakket. Op 22/11 en 24/11 worden er rondleidingen verzorgd op de site en op zaterdag 26/11 is er een open dag.
Op maandag 7 november is in opdracht van de gemeente Sluis aan de Einsteinstraat in Schoondijke een opgraving van start gegaan. Het archeologisch veldonderzoek duurt zeventien werkdagen en wordt uitgevoerd door ADC ArcheoProjecten uit Amersfoort in samenwerking met onderzoekers van het wetenschappelijk onderzoeksproject ‘Verdwenen cultuurlandschappen in het grensgebied van Vlaanderen en Nederland’. Dit project van het Vlaams Nederlands Comité (VNC) is een samenwerkings-verband van de Universiteit Gent en de Wageningen Universiteit, waarin ook de Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland (SCEZ) deelneemt.
De opgraving is nodig in het kader van de uitbreiding van het bedrijventerrein Techno Park Zeeland in Schoondijke, om de gewenste uitbreiding door te kunnen laten gaan. Vooronderzoeken door RAAP uit Amsterdam, door ADC ArcheoProjecten en het VNC-project toonden aan dat zich in een deel van het terrein goed bewaarde archeologische resten bevinden van een omwalde hofstede die tijdens de Tachtigjarige Oorlog in 1583/1585 door militaire inundaties verdronk.
Op 22 en 24 november zijn er van 13.00 tot 13.45 uur rondleidingen voor het publiek (max. 20 personen). Aanmelden kan bij de gemeente Sluis: tel: +31 (0) 117/495508 of email. Het gebruik van laarzen wordt sterk aanbevolen bij betreding van het opgravingsterrein.
Op zaterdag 26 november is er een open dag van 10.00-16.00 uur. Belangstellenden zijn van harte welkom!
Externe links / foto's: SCEZ; Gemeente Sluis
door Johan | Opgravingen | Reacties (0)
18 november 2005
Jabbeke gaat de geschiedenis in
De opgravingen aan de Varsenareweg in Jabbeke, ter hoogte van het nieuw geplande Sport- en Cultuurcentrum, zijn afgerond. De resultaten die de diverse sleuven opleverden, zijn bijzonder succesvol: zo werd voor het eerst een Ijzertijdsite onderzocht op het tracé Oudenburg-Aardenburg. Elisabeth Van Besien en Jan Huyghe, beiden in dienst van het Raakvlak, schetsen een beeld van de voorbije campagne.
Op basis van de resultaten van het proefonderzoek zijn uiteindelijk een tiental sleuven opengelegd en opgegraven. De laatste sleuf wordt in de loop van november terug dichtgegooid. Nu de eigenlijke opgraving afgerond is, kunnen we overgaan tot de verwerking en interpretatie van de sporen en het vondstmateriaal. Succesvol was de opgraving zeker. Er zijn vooral sporen uit de IJzertijd en de Romeinse periode aan het licht gekomen. Wat de IJzertijd betreft, is het de eerste maal dat een concentratie van nederzettingssporen langs de weg van Oudenburg naar Aardenburg wordt aangetroffen. In het verleden waren langs het tracé reeds nederzettingen uit de Romeinse tijd, de vroege en de volle Middeleeuwen aangetoond, evenals de resten van grafheuvels uit de Bronstijd.
Uit de IJzertijd dateren de resten van een tweetal houten gebouwen (foto boven), verscheidene spijkers en een aantal grachten. De vondst van een (dubbele) waterput uit dezelfde periode, vervolledigt het beeld van de landelijke nederzetting. Daaruit is heel wat schervenmateriaal gerecupereerd (foto rechts): handgevormd aardewerk waarvan stukken werden bijgewerkt op een traag draaiende schijf en daarna zacht tot matig hard gebakken in eenvoudige veldovens. Sommige scherven hebben een typisch scherp geknikt profiel, anderen een organische verschraling en een eenvoudig omgeslagen rand. De versiering bestaat uit besmijten, kamstrepen, nagel- en vingertopindrukken en plaatselijke gladdingspatronen. Op die manier wordt een buitenwand bekomen die varieert van ruw of geëffend tot geglad. De scherven hebben een bruine, grijze of beige tint met soms roodverbrande vlekken.
Er is aardewerk aangetroffen dat van oorsprong typisch is voor de Late IJzertijd, maar een verderzetting kende tijdens het begin van de Romeinse periode, zowel technisch als vormelijk (foto links). Vaak is het niet eenvoudig om dit type aardewerk precies te dateren. Ander aardewerk uit dezelfde context kan dan helpen. Vanaf de Claudische tijd (ca. 1ste helft 1ste eeuw na Chr.) wordt het handgevormd aardewerk verdrongen door het gedraaid materiaal. Toch blijft dit soort aardewerk in sommige regio’s gedurende de Romeinse tijd bestaan, omwille van een zwakke romanisatie en/of het bewust tot uitdrukking brengen van een eigen culturele identiteit. Merk hierbij op dat vanaf dan het aantal vormen eerder beperkt wordt.
Uit andere grachten komt schervenmateriaal dat met zekerheid in de Romeinse periode kan geplaatst worden. Deze grachten onderscheiden zich ook door hun kleur en vertonen een paar scherpe hoeken. Wellicht maakten ze deel uit van een percelering. Een derde groep van bredere grachten kunnen we plaatsen in de Middeleeuwen. Heel wat van deze sporen oversnijden elkaar. Verdere studie van het totaalplan zal het patroon duidelijker moeten maken. Ook het onderzoek van het resterend bouwterrein kan nog bijkomende informatie opleveren. Normaal gezien komt dit onderzoek er volgend jaar.
Bron: Raakvlak Nieuwsbrief
door Johan | Opgravingen | Reacties (0)
Onderzoek naar WO I in Ieper
Tijdens de 2 weken voor de herdenking van de wapenstilstand op 11 november werd er langs de Pilkemseweg in Boezinge (Ieper) gezocht naar resten van 'De Grote Oorlog' door het VIOE, in samenwerking met AWA en gesponsord door de Canadese filmmaatschappij Cream Productions. Was aan de geallieerde zijde vooral de Franse aanwezigheid opvallend, dan is een Pruisische Pickelhaube (pinhelm) de opvallendste vondst aan Duitse kant.
Na een grondige studie van de beschikbare luchtfoto’s en trench maps uit 1914-1918 werd er beslist om twee proefsleuven te graven: één op het Duitse en één op het Frans/ Britse loopgrachtenstelsel.
Tijdens de opgravingen kon men zich een goede voorstelling geven van het topografische voordeel die de Duitsers hadden. Op een licht hellend terrein liggen de loopgraven van de geallieerden en hun vijanden op nauwelijks 150 meter van elkaar. Wegens het hoogteverschil dienden de Duitse loopgraven minder diep te worden uitgegraven. Het gaat hier om langwerpige planken die een loopvlak vormden. In de proefsleuf werden 2 linies zichtbaar, de frontline en de supportline, met daartussen een verbindingsloopgraaf. Binnen het systeem werden ook enkele shelters opgegraven, waaruit als belangrijkste vondst een Pruisische pinhelm of Pickelhaube tevoorschijnt kwam. Deze werd gebruikt door de 1ste, 2de, 5de, of 6de Jäger Brigade. In de tweede linie werd ook een ijzeren ladder gevonden(foto boven). Daarnaast is er aan Duitse zijde niet veel materiaal terug te vinden, in tegenstelling tot de andere zijde. De Britten en Fransen waren heel wat slordiger dan hun Duitse 'collega's'.
De Frans/Britse zone was heel wat lager gelegen, wat tijdens de opgravingen ook aan de lijve werd ondervonden. Verschilende buien in de eerste dagen herschiepen de proefsleuf tot een modderpoel, wat het werk aanzienlijk moeilijker maakte. De soldaten moesten hun loopgraven ook heel wat dieper uitgraven dan de Duitsers, zodat ze niet als schietschijf konden worden gebruikt. Door de ondoordringbaarheid van de Ieperiaanse klei stonden de soldaten dan ook vaak met de voeten in het water.De Franse aanwezigheid werd duidelijk door de vele Franse munitie en de aanwezigheid van 4 Franse soldaten. Hun nationaliteit werd achterhaald door de gevonden uniformknopen en resten van de schoenen. 3 van hen werden in dezelfde bomkrater ontdekt.
De Britse aanwezigheid was duidelijk, niet enkel door de aanwezigheid van de munitie, maar ook door het loopgravensysteem, waarin verschillende fases duidelijk werden. De oudste Britse structuren uit 1915, toen de Britten de sector van de Fransen overnamen, worden gekenmerkt door de aanwezigheid van brede loopplanken (duck-boards) op de bodem van de loopgraven.
Aangezien deze structuren niet goed genoeg waren om het water weg te houden werd vanaf 1916-1917 een nieuw systeem uitgewerkt. De loopgraven werden dieper aangelegd, de wanden verstevigd met ijzeren golfplaten en men gebruikte A-frames. Het gaat om gestandaardiseerde houten elementen in de vorm van een omgekeerde hoofdletter A. Deze elementen werden met een tussenafstand van 1m op de bodem van de loopgraaf geplaatst. Op de bovenste horizontale dwarsbalk kwamen er loopplanken te liggen. Op die manier werd onder de loopplanken een afvoerkanaal gecreëerd die het overtollige water moest afvoeren. Deze loopgraven werden zigzaggend in het terrein aangelegd, wat strategisch heel wat voordelen bood.
Naast de resten uit de Eerste Wereldoorlog werd er achter de Duitse linies ook een grote ovale Ijzertijdkuil aangetroffen, die behalve een grote hoeveelheid aardewerk ook organisch materiaal bevatte. Dit is interessant naar de toekomst toe, bij een eventuele uitbreiding van de industriezone in Boezinge. Dan is verder archeologisch onderzoek zeker noodzakelijk.
Bron: Janiek De Gryse en Pedro Pype
door Jan | Opgravingen | Reacties (0)
Lezing Bronstijdsite Weelde
Op donderdag 24 november stelt archeologe Rica Annaert (VIOE) in Leuven haar onderzoek naar de Bronstijdsite van Weelde voor. Tussen 1996 en 1998 werden er, naast een aantal goed bewaarde grafheuvels, ook nederzettingssporen uit de Bronstijd blootgelegd. De lezing is een organisatie van de Leuvense studentenkring Alfa.
Praktisch: De lezing vindt plaats op donderdag 24 november, om 20.00 u, in het Mgr. Sencie Instituut (Erasmusplein, Leuven), lokaal 01.08.
door Bart | Lezingen | Reacties (0)
17 november 2005
Uitzonderlijke vondst in Knesselare
Begin november zijn de werken gestart voor de aanleg van een Aquafin-leiding tussen Aalter en Knesselare. Tijdens de archeologische begeleiding van het 15m brede tracé door de Kale-Leie Archeologische Dienst kwamen er maar liefst 7 betekenisvolle archeologische sites aan het licht. Het team kan alvast één hoogtepunt serveren: de eerste gekende boomstamwaterput uit de Romeinse periode voor deze regio!
Aan de Buntelarestraat, nog net op grondgebied Knesselare, werd een nederzettingssite aangesneden: talrijke paalsporen afgesloten langs beide zijden met een dubbele gracht, waarin duidelijk Romeinse scherven zaten. tegen de zuidelijke zijde van het doorsneden erf bevond zich een grote ronde verkleuring, met centraal een meer donkere vulling. Er werd al vlug verondersteld dat het om een waterput moest gaan. Na aanleg van de dwarsdrainage konden de archeologen aan de slag om deze hypothese kracht bij te zetten.
Tijdens het couperen werd snel duidelijk dat het effectief om een waterput moest gaan. De ronde houten beschoeiing, de eigenlijke versteviging van de waterputwanden, bleek echter vrij verrassend een uitgeholde boomstam te zijn. Eenmaal tot op het diepste punt geraakt kon voorlopige balans worden opgemaakt.
Er kon een duidelijk onderscheid herkend worden tussen de aanleg en de effectieve gebruiksfase. Een grote aanlegkuil werd vrij diep uitgegraven, tot 3,5m onder het huidig maaiveld, om daarin een onderste uitgeholde boomstam te plaatsen. Daarna werd deze kuil vrij snel terug gevuld. De eiken stronk van 1m hoog was ongeveer 1,1m in doorsnede terwijl de uitholling een ruimte van 0,7 à 0,8m liet. Op dit zeer goed bewaard fragment werd nog een uitgeholde boomstam geplaatst met dezelfde afmetingen als de onderste. Door de veranderlijke grondwatertafel is het bovenste deel ervan volledig weggerot. In deze uitholling werd een opeenvolging van kleine laagjes opgemerkt wat duidt op een geleidelijke opvulling tijdens en na het gebruik.
Dankzij enkele scherfjes uit die opvulling die typisch Romeins waren kan deze waterput wellicht in dezelfde periode geplaatst worden, wat niet verwonderlijk zou zijn gezien zijn ligging in de gelijktijdige nederzetting.
Boomstamwaterputten zijn gekend uit verschillende periodes en in verschillende regio's, maar komen in Vlaanderen zeker niet frequent voor. In de Romeinse periode is er voor deze vondst van twee opeengeplaatste uitgeholde eiken boomstammen geen gelijke gekend. Een mooie primeur voor een vruchtvolle begeleiding, waarover u later zeker meer leest.
Meer info: info@deklad.be
door Johan | Opgravingen | Reacties (0)
Schatten uit beerput naar stadsmusea Dendermonde
De Dendermondse schepen van financiën Jef Dauwe (CD&V) schenkt de archeologische vondsten die werden aangetroffen in de vroegere beerput van zijn woning aan de Grote Markt aan het stadsbestuur. Er werden meer dan tweehonderd voorwerpen in kaart gebracht. Ze worden aan de stedelijke musea geschonken.
Vorig jaar verwierf Jef Dauwe het voormalige Intergemgebouw op de Grote Markt in Dendermonde. Bij het plaatsen van een liftkoker in de woning stootten de aannemers op een gewelf, waaronder nog deels een open ruimte lag. Eigenaar Dauwe haalde er meteen stadsarcheoloog Robby Vervoort bij. Die zag het belang van de ontdekking in en zorgde ervoor dat er medewerkers van het Vlaams Instituut voor Onroerend Erfgoed (VIOE) op onderzoek kwamen.
"We vonden een gewelf dat deels ingeslagen was en gevuld met puin'', zegt Luc Muylaert van het VIOE. "We weten nu dat het een aalput was uit het midden van de vijftiende eeuw. Daaronder bevinden zich muren uit zandsteen die dateren uit de dertiende eeuw of vroeger.''
In de aalput lag nog een laag smurrie. De archeologen onderzochten deze laag en vonden al heel wat waardevolle voorwerpen terug.
Archeoloog Vervoort: "We troffen niet alleen tal van keramieken voorwerpen aan maar eveneens kruiken in steengoed, talrijke glazen van hoge kwaliteit, houten voorwerpen zoals kommetjes, enkele luizenkammen, een vork, een scheplepel, enkele bewerkte planken en glazen drinkschaaltjes.''
Ook lagen er heel wat voedselresten zoals visgraten en pitten van vruchten. "Aan de hand van de voorwerpen kunnen we ook de voedselresten dateren'', zegt Vervoort. "Zo kunnen we een beeld scheppen van de sociale omstandigheden van de bewoners. Omdat er in Aalst een gelijkaardige aalput gevonden is, kunnen we misschien vergelijken welke stad de rijkste was.''
De beerput uit die tijd is volgens Dauwe de grootste nog intact gebleven in Vlaanderen. Hij wilde hem eerst integreren in zijn kantoor maar dat bleek niet mogelijk. "Ik heb hem laten afdekken van de benedenverdieping maar via de kelder kan je hem nog zien'', zegt de schepen. Bedoeling is dat daarin een paar gevonden voorwerpen komen.
Externe link: Het Nieuwsblad, 17 november
door Johan | In de pers | Reacties (0)
Erfgoed tegen de Kortrijkse vlakte
Wat sommigen voorspelden, is gebeurd. Met een kaalslag in de Doorniksewijk in Kortrijk ging ook een beschermde woning zo goed als tegen de vlakte. Blijkbaar hield de bouwpromotor zich niet aan gemaakte afspraken. De stad Kortrijk wou proces-verbaal opstellen maar zocht uiteindelijk een compromis. "Ik hou mijn hart vast'', zegt Moniek Gheysen (VLD), "We leren het nooit."
In 1985 is het landhuis Nolf afgebroken in de Doorniksewijk'', zegt Marc Lemaitre (SP.A), die de kat de bel aanbond. "Het was een schitterend voorbeeld van empirestijl. Het landhuis is totaal onwettelijk tijdens een weekend afgebroken. De panden net ervoor liggen nu ook tegen de grond. Monumenten en Landschappen vond er merkwaardige maar té verkrotte panden. De sloopvergunning werd afgeleverd met de voorwaarde dat de Doorniksewijk 146 bleef bestaan. Dat was een tuinmanswoning in neo-renaissancestijl naast de inrijpoort van het intussen beschermde domein Nolf. Een andere voorwaarde was het behoud van de travee bij het nummer 140. De promotor heeft zich daaraan niet gehouden.'' In het Nieuwsblad van 2 april 2005 verklaarde de promotor nog: "Het huisje van de tuinman, vlak naast de inrijpoort, wil ik in elk geval bewaren". Dit huisje, in neo-renaissancestijl, was architectonisch dan ook het meest waardevolle van de rij.
Kortrijk verkreeg indertijd van de rechter dat het ziekenhuis AZ Groeninge het pand Nolf in zijn oorspronkelijke staat moest herstellen. Lemaitre: "Het is er nooit van gekomen. Meer nog, het park is niet openbaar, verwaarloosd en omsingeld door een parking. Het beloofde fietspad loopt dood op een betonnen afsluiting.''
Kapel Wijngaardstraat
De stad Kortrijk wou eerst proces-verbaal van bouwovertreding opmaken. Schepen Frans Destoop (CD&V): "Monumenten en Landschappen uitte ook schriftelijk zijn ongenoegen. Er is dan gezocht naar een compromis. Het poortgebouw wordt gereconstrueerd in de nieuwbouw. Het dossier zal verder strikt worden opgevolgd. Indien de afspraken niet worden nagekomen, komt er alsnog een pv.''
"Ik hou mijn hart vast'', zegt ook Moniek Gheysen (VLD). "Het is het zoveelste waardevolle pand in Kortrijk dat zomaar tegen de vlakte gaat. Ik vrees al voor de kapel in de Wijngaardstraat, waar de omringende gebouwen plaats moeten maken voor het nieuwe winkelcentrum van Foruminvest. We leren het nooit.'' Naast de toegang tot het park Nolf staan nog een aantal woningen klaar voor de afbraak. Door een administratieve fout kunnen de eerste drie niet meer heropgebouwd worden. Wanneer die rij woningen tegen de vlakte gaat, is nog niet bekend.
Marc Lemaitre: "In het verwaarloosde park staan de beschermde bouwsels voorlopig nog recht. De gloriëtte (zie foto) is een prachtig houten tempeltje dat uitkijkt over de vijver, maar is in erbarmelijke staat. Het dak is voor de helft weggerot. De mirador staat er nog, op een heuveltje waarachter een eindeloze parking begint. De wenteltrap is verdwenen en ook hier is de helft van het stijlvolle dak ingevallen. Zelfs de brug is er nog, maar de betonnen overgang behoort wellicht niet tot de oorspronkelijke constructie. Ook een ander restant van het domein Nolf is gespaard gebleven en heeft een functie gekregen in de ziekenhuiswerking: het koetshuis, in dezelfde neo-renaissansestijl van het grotendeels gesloopte tuinmanshuisje. Laat ons hopen dat dit prachtige koetshuis niet in alle stilte verdwijnt als binnen afzienbare tijd de gebouwen van het ziekenhuis een andere bestemming krijgen."
Externe links: Het Nieuwsblad, 16 oktober; Kortrijk onvermoede hoekjes; Kortrijk links bekeken
door Johan | In de pers | Reacties (0)
16 november 2005
Wat vonden de archeologen op de markt van Bilzen?
Iedereen die de laatste maanden een voet zette op de markt in het Limburgse Bilzen heeft ze wel zien lopen: de archeologen, gewapend met schop, troffel, papier en potlood, druk in de weer om een deel van het Bilzers verleden vakkundig bloot te leggen. Op zondag 20 november geven de archeologen een overzicht van de resultaten van de opgravingen op de markt van Bilzen.
Veel mensen stelden zich de vraag wat de archeologen nu in ’s hemelsnaam aan het doen waren, wat het nut was van hun activiteiten, maar vooral, wat ze al gevonden hadden. Nu de archeologische werkzaamheden stilaan naar hun einde lopen, vonden de stad Bilzen en de Zuid-Oost-Limburgse Archeologische Dienst (ZOLAD) de tijd rijp om alle resultaten eens op een rij te zetten.
De stad Bilzen en de ZOLAD nodigen daarom de omwonenden van de Markt en de lokale pers uit op zondag 20 november om 10 uur in de trouwzaal van het stadhuis op de Markt. Hier zal archeoloog Tim Vanderbeken van de ZOLAD een kleine presentatie geven, gevolgd door een wandeling op de markt.
Alle andere geïnteresseerden worden op dezelfde dag tussen 11 en 13 uur op het marktplein voor het stadhuis verwacht. Petra Driessen en Tim Vanderbeken geven dan graag een antwoord op al hun vragen over de archeologische werkzaamheden.
Meer info: info@zolad.be
door Tijl | Evenementen | Reacties (0)
ADW graaft naar Romaanse kerk Waasmunster
Sinds eind september graaft de Archeologische Dienst Waasland (ADW) op in en rond de O.L.Vrouwkerk in Waasmunster. Ze legden er ondermeer de resten bloot van een 12de-eeuwse circulaire kerkhofmuur, en structuren die tot de Romaanse fase van de kerk behoren.
Aanleiding voor het onderzoek in de kerk was de aanleg van een verwarmingskanaal. In de smalle aanlegsleuf vonden de archeologen quasi onmiddellijk muurresten die konden worden geïdentificeerd als de buitenmuren van de noordelijke zijbeuk en het transept van een oudere, Romaanse kerkfase. Ze waren opgetrokken uit zgn. Doornikse kalksteen en bevatten fragmenten van imbrices en tegulae. Op enkele plaatsen zijn bovenop de muren nog delen van de 15de-eeuwse gotische opstand in kalkzandsteen bewaard.
Langsheen de binnenzijde van de muren kon men over grote lengte de basis van muurbanken volgen. Deze werden ook vastgesteld rondom de vierkante pijlerbasissen, die gedeeltelijk door de latere 15de- en 18de-eeuwse bouwfasen waren verstoord. Opmerkelijk is de geringe breedte van de Romaanse zijbeuk: de afstand tussen de buitenwanden en de pijlers bedraagt amper twee meter. Ook het transept stak nauwelijks een meter buiten de zijbeuken uit. De middenbeuk was dan weer in verhouding erg breed, en vormde de basis voor de 18de-eeuwse middenbeuk die als het ware bovenop zijn middeleeuwse voorganger is gebouwd. Alleen wijkt de oriëntatie van de Romaanse fase iets af van de perfecte oost-west-as waarop de 18de-eeuwse kerk werd gebouwd. Aan de portaalzijde konden in een profiel diverse opeenvolgende vloerniveaus uit kalk en leem worden vastgesteld, telkens gescheiden door een fijn laagje zand.
Het schaarse vondstenmateriaal laat vooralsnog niet toe de structuren nauwkeurig te dateren. Men gaat voorlopig uit van een datering rond het midden van de 12de eeuw, dit vooral op basis van historische bronnen en het onderzoek van de kerkhofmuur die wel dateringsmateriaal opleverde en wellicht uit dezelfde periode stamt. Onderzoek van de houtskooldeeltjes in de mortel zal hopelijk uitwijzen of de vooropgestelde datering klopt.
door Bart | Opgravingen | Reacties (0)
15 november 2005
Het Feest van Min in de tempel van Medinet Haboe
In de tempel van Medinet Haboe (Egypte) zijn de muren van de open pleinen bedekt met reliëfs die de feesten van de tempel beschrijven. Een ervan toont ons de verschijning van de ityphallische god Min samen met de witte stier. Over het 'Feest van Min' geeft egyptoloog René Preys volgende week lezingen in Leuven en Gent.
Tijdens het 'Feest van Min' werden de eerste korenaren afgesneden en geofferd aan de god van de vruchtbaarheid. Daarmee werd Min verantwoordelijk gesteld voor een goede oogst en voor de rijkdom van het land.
Praktisch: Lezing op dinsdag 22 november in Leuven; op donderdag 24 november in Gent. Meer info op de website van Egyptologica Vlaanderen.
door Tijl | Lezingen | Reacties (0)
Patrimonium van Leopold II op de werelderfgoedlijst?
Als het van MR-senator Alain Destexhe afhangt, komt het patrimonium van koning Leopold II in Brussel binnenkort op de werelderfgoedlijst van de UNESCO. Naar aanleiding van de Dag van de Dynastie kondigde Destexhe aan dat hij dit plan door de Senaat wil laten goedkeuren. In de eerste plaats gaat het daarbij om de Serres van Laken.
De sporen van Leopold II zijn nog overal aanwezig in onze hoofdstad: in het Koninklijk Paleis, het Jubelpark, het tracé van verschillende grote lanen en in de verfraaiing van een aantal oude Brusselse wijken.
Ook de Koninklijke Serres van Laken zijn een erfenis van Leopold II. Volgens senator Destexhe vormen de serres (met een oppervlakte van 2,5 hectare en een lengte van 700 meter) het hoogtepunt van de 19de eeuwse ijzer- en glasarchitectuur. Destexhe meent dat ze een uitzonderlijke universele waarde hebben, en dus voldoen aan de selectiecriteria van de Werelderfgoedcommissie van de UNESCO.
Het Afrikaanse luik van het leven van koning Leopold II, waarvan historische documentaires op BBC en ARTE recent nog een aantal pijnlijke details blootlegden, speelt volgens Destexhe geen rol. "We moeten onze geschiedenis opnemen zoals ook de Fransen dat doen," stelt Destexhe en verwijst daarbij naar het paleis van Versailles.
Op dit moment staan slechts twee Brusselse monumenten op de werelderfgoedlijst: de Grote Markt en de art-nouveau huizen van Victor Horta. De Brusselse regering besliste onlangs een procedure op te starten om ook het 'Palais Stoclet' op de lijst te laten opnemen.
Meer info: het voorstel vind je op destexhe.be
Externe link: De Koninklijke Serres van Laken (virtueel bezoek)
door Tijl | Erfgoed | Reacties (0)
Grijpenveld-site in een modern kleedje
Thijs van Buggenhout, die pas afstudeerde als grafisch vormgever, maakte voor zijn eindwerk een interessante creatie over de archeologische site Grijpenveld in Tienen. Op zijn website kun je de verschillende delen van de site verkennen, en krijg je meer uitleg over de geschiedenis en het archeologisch onderzoek van de site.
De bedoeling van het eindwerk was een archeologische site op een aanschouwelijke manier voor te stellen voor een breed publiek, met behulp van pictogrammen. "Belangrijk is dat ikzelf de archeologie bekeken heb vanuit het standpunt van een leek," vertelt Thijs. "Ik heb eerst contact opgenomen met archeologe Marleen Martens. Haar info en uitleg heb ik dan als een soort checklist gebruikt om pictogrammen en tekeningen te maken. Zo ontstond geleidelijk de digitale versie van de kaart."
Het archeologisch onderzoek op het Grijpenveld startte in 1997. Door de aanleg van een bedrijvenzone van 45 ha werd daar een archeologische site van ongekende omvang bedreigd. Het Grijpenveld bevindt zich ten zuidwesten van de stad Tienen, gelegen in de leemstreek. Met 20 ha is dit het grootste aaneensluitend gebied dat ooit in België opgegraven werd. Het opgravingsterrein omvat sites uit verschillende tijdsvakken: het Laat-Neolithicum, de IJzertijd, de Gallo-Romeinse periode en de Middeleeuwen.
Je vindt de creatie van Thijs hier. Links kan je de verschillende delen van de site aanklikken; in verschillende lagen krijg je dan thematische informatie over de opgravingen. Voor de toepassing moet je browser Flash ondersteunen. Indien nodig, kan je de plug-in hier downloaden.
Meer info: Thijs van Buggenhout werkt momenteel als freelance grafisch vormgever. E-mail.
door Tijl | Varia | Reacties (0)
14 november 2005
Hasselt is eerste stad met goedgekeurde erfgoedcel
Het Erfgoeddecreet geeft aan alle steden, gemeenten en regio's de kans een eigen erfgoedcel op te richten. Ze moeten hiervoor wel eerst een intentienota en een beleidsplan indienen. Volgens De Standaard is Hasselt nu de eerste stad waarvoor dat beleidsplan is goedgekeurd.
Hasselt is dus niet de eerste stad waar een erfgoedcel wordt opgericht: als experiment ondertekenden negen Vlaamse steden en regio's al eerder een convenant met de Vlaamse regering, waarmee ze onmiddellijk over de toelagen konden beschikken.
"De musea, de archieven, de bibliotheken en de verenigingen bewaren het Hasseltse erfgoed en ze maken het bij het grote publiek bekend," zegt schepen van Cultuur Lieve Pollet (CD&V) aan De Standaard. "Toch blijft er een taak weggelegd voor de nieuwe erfgoedcel. Ze moet nauw samenwerken met alle actoren, de samenwerking stimuleren en de initiatieven in een bredere context plaatsen." Om die doelen te bereiken is er volgens Pollet veel overleg nodig, maar moeten er ook allerlei onderzoeks- en inventarisatieprojecten opgestart worden.
In Hasselt wordt niet alleen gesproken over erfgoed, ook over erfgroen, zegt Pollet. "Niet alleen beschermde monumenten en musea vertellen de geschiedenis van de inwoners, ook de omgeving waarin we opgroeiden, het landschap, de wegen, het groen of juist de afwezigheid daarvan. Vandaar onze aandacht voor de volksverhalen, de schilderijen in de kerken, de typische landschappen, de Groene en binnenkort de Blauwe Boulevard en de Japanse Tuin."
Bron: De Standaard - 14 november 2005
Externe link: Erfgoedcel Hasselt
door Tijl | Erfgoed | Reacties (0)
"De realiteit zou een beter verhaal zijn dan deze fictie"
De voorbije weken waren op Canvas de eerste afleveringen van de prestigieuze reeks 'Rome' te zien. Maar krijg je in de reeks wel het authentieke Rome te zien? In De Standaard laten twee kenners, Christian Laes en Herbert Verreth, zich gematigd positief uit over de historische nauwkeurigheid van 'Rome'.
Christian Laes is leraar Latijn en wetenschappelijk medewerker aan het departement Klassieke Studies van de K.U.Leuven. Hij bestudeert er de mentaliteitsgeschiedenis van het Romeinse leven, en dan vooral de kindertijd. Laes was onder de indruk van de eerste afleveringen: "De decors, de kledij, het straatbeeld... Rome geeft goed de atmosfeer weer van de stad zoals ik me voorstel dat ze is geweest. In andere films zie je bijvoorbeeld altijd dat steriele witmarmeren Rome, terwijl dat helemaal niet zo was. In antieke gebouwen zijn er resten van kleur teruggevonden, vaak zelfs erg schreeuwerige kleuren."
Maar niet alleen het beeld van de straatjes en pleinen kan Laes bekoren, ook de manier waarop mensen zich gedragen. "De senaatszitting bijvoorbeeld wordt goed weergegeven: de knokploegen op het forum, het veto dat niet kan gebruikt worden door het tumult... Dat is echt zoals het eraan toeging." Rome is geen historische documentaire, maar het is wel verantwoord gedaan, vindt Laes. "Je leert iets over de geschiedenis in de brede zin van het woord. Je zou op sommige dingen kunnen afdingen, alleen denk ik dat de makers faction wilden maken, een historisch verhaal met fictieve elementen. Die dramatiek moet erin, het is immers televisie.''
Herbert Verreth, doctor in de oude geschiedenis, ergert zich meer aan de politiek-historische fouten in de serie. "Julia, de vrouw van Pompeius, stierf bijvoorbeeld niet in 52 voor Christus zoals in de serie, maar twee jaar eerder. Maar haar dood is wel een belangrijke factor in de vervreemding tussen Caesar en Pompeius, vandaar wellicht dat ze het tijdstip wat veranderd hebben. Hetzelfde kan je zeggen over Caesar die naar Rome optrekt. In de serie doet hij dat rechtstreeks, maar in werkelijkheid trok hij eerst langs de Adriatische kust en Brindisi.'
Andere onnauwkeurigheden vindt Verreth dan weer ronduit onverklaarbaar: "Cato ziet er oud uit, terwijl hij toen pas 43 was, maar de 54-jarige Cicero oogt wel veel jonger. Octavia, de dochter van Atia, is ook nooit uit liefde getrouwd met iemand van de lagere klasse - zoals de fictieve Glabius. In het echt was ze de vrouw van Claudius Marcellus, die in 50 voor Christus consul werd en Pompeius aanzette een leger op te richten tegen Caesar. Waarom lieten ze dat weg? De realitei
