
Home
Kalender
Forum
Contact
Links
Villa Futura valt in de (cultuur)prijzen | Wie wil de collectie-Janssen?
6 februari 2006
Een lijn door het landschap. Archeologie en het vTn-project
Vandaag werd het vijfde boekdeel in de reeks 'Archeologie in Vlaanderen' voorgesteld. Het werk, dat uit twee volumes bestaat, omvat het wetenschappelijk verslag van de grootste opgraving uit de Vlaamse archeologische geschiedenis totnogtoe. De aanleg van het vTn-project was tevens het eerste archeologische project op grote schaal dat in de geest van het Verdrag van Malta werd uitgevoerd. Het boek bevat ook ervaringen en aanbevelingen om de samenwerking tussen privé-sector en overheid te optimaliseren.
In 1997-1998 legde Fluxys de zogenaamde vTn-leiding (Versterking Transit/Transport Netwerk) aan, een aardgasleiding van bijna 300 km tussen Zeebrugge en Eynatten aan de Duitse grens. Voor de Vlaamse archeologie betekende het hele project een loodzware opdracht: door de grootschaligheid (200 kilometer archeologisch waarneembaar tracé) en de aard van de ingreep zou onherroepelijk een deel van het bodemarchief verloren gaan.
Het tracé leverde een gemiddelde van iets minder dan één archeologisch feit per kilometer op en gaf dan ook een zicht op vele periodes uit het verleden. Het valt op dat het aantal archeologische feiten en sites uit de Steentijd vrij laag ligt. Desalniettemin leverde de neolitische site van Rullen-Voeren (afbeelding links) nieuwe gegevens over oa. de exploitatiesystemen van vuursteen op. Een ander uniek site dateert uit de Bronstijd en betreft de bewoningssite van Maldegem-Burkel (afbeelding onder links), dat de enige vindplaats is in noordelijk Vlaanderen waar een inzicht in de nederzettingsstructuur uit de vroege/midden-Bronstijd kon worden verkregen. Eveneens uniek voor de regio is de site Denderbelle-Fonteintje (foto onderaan rechts), dat nieuwe gegevens over de typo-chronologie opleverde van het aardewerk uit de 4de en 3de eeuw voor Christus. Een substantieel aandeel van de sites werd vastgesteld voor de Romeinse periode. Een uitzonderlijke vondst betrof een depot met Fries aardewerk te Zele-Kamershoek wat een van de vroegste getuigenissen van Germaanse (Friese) immigratie in Vlaanderen is. Voor de Middeleeuwen en postmiddeleeuwse periode zijn de vondsten minder talrijk en de structuren vrij geïsoleerd zodat hun betekenis moeilijker te achterhalen is. Deze en vele andere bijdragen werden in de nieuwe publicatie beschreven door meer dan veertig auteurs.
Tijdens de persconferentie werden er drie toespraken gehouden: dhr. Dirk Callebaut, Waarnemend Directeur Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed (VIOE), dhr. Dirk Van Mechelen, Vlaams minister van Financiën, Begroting en Ruimtelijke Ordening, en dhr. Gérard de Hemptinne, Directeur Asset Managment Fluxys (foto vlnr). Allen loofden de goede samenwerking en flexibiliteit tussen de verschillende partners. Het eindresultaat mag er dan ook zeker zijn, ook al is er sprake van 'pionierswerk met aanbevelingen'.
De aanbevelingen betreffen een intensieve samenwerking vanaf een vroeg stadium waardoor latere problemen te velde vermeden kunnen worden. Om het archeologische potentieel langsheen een traject beter te kunnen inschatten is daarenboven aan te bevelen ruim op voorhand een multidisciplinaire prospectie te organiseren en sites eventueel preventief op te graven indien deze van belang blijken te zijn. Bij de voorbereidende fase moeten tevens vooraf duidelijke scenario's worden ontwikkeld en praktische afspraken worden gemaakt voor het -waarschijnlijke- geval er nieuwe sites opduiken tijdens de werken. Aangaande de fase van de uitvoering van de werken wordt er geopteerd om één archeoloog met coördinerende functie per regio in te zetten. Tijdens het eigenlijke veldwerk moet het natuurwetenschappelijk luik in de toekomst meer aandacht krijgen. Aangezien een archeologische rapportage en ontsluiting van de resultaten essentieel deel uitmaken van het wetenschappelijk proces dienen er tenslotte voldoende tijd en middelen ter beschikking worden gesteld voor een volledig post-excavation onderzoek.
De aanleg van de aardgasleiding en het archeologisch onderzoek hebben duidelijk aangetoond dat ook in Vlaanderen een noodzaak is dat de geest van het Verdrag van Malta een blijvende invloed laat gelden. Het succesvol voorbereiden van de Vlaamse implementatie van de Conventie van Malta is volgens minister Van Mechelen dan ook één van de belangrijkste doelstellingen van het huidige onroerend-erfgoedbeleid. De manier waarop dit project is omgesprongen met het archeologische erfgoed kan dan ook als voorbeeld gelden van hoe de Conventie kan toegepast worden. De manier waarop de Conventie uiteindelijk zal geïmplementeerd worden zal op het einde van het lopende parlementaire werkjaar leiden tot een conceptnota over de effectieve omzetting van de Malta-Conventie in de Vlaamse regelgeving.
Praktisch: IN 'T VEN I. & DE CLERCQ W. (eds) 2005 : Een lijn door het landschap: Archeologie en het vTn-project 1997-1998, Brussel. 2 delen (282 & 328 pag.). De publicatie kost 80 € en kan op de VIOE-website besteld worden.
Foto's (Klik om te vergroten):
1 & 4: © Universiteit Gent
2 & 5: © VIOE
3: © Marc Provost (Fluxys)
door Jeroen | Publicaties | Reacties (0)
Reageer op dit bericht |
