
Home
Kalender
Forum
Contact
Links
Prehistoric building unearthed in Aalter | Brusselse monumentencommissie moet verhuizen
23 februari 2006
Grootschalig proefsleuvenonderzoek in Evergem
Naar aanleiding van de uitbreiding van de Gentse zeehaven voert de Universiteit Gent momenteel archeologisch onderzoek uit ter hoogte van Kluizen in het Oost-Vlaamse Evergem. Een gebied van zo'n 170 hectare moet binnen een periode van ongeveer negen maand worden onderzocht. Voorlopig heeft alleen nog maar vooronderzoek en evaluerend onderzoek plaatsgegrepen. De oudste vondst wijst op de aanwezigheid van mensen in Kluizen tijdens het Mesolithicum. Ongedateerd blijven voorlopig een aantal greppels en grachten en een groot aantal rechthoekige kuilen.
Het archeologisch onderzoek in Evergem wordt uitgevoerd in samenwerking met de Provincie Oost-Vlaanderen, het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed en de Kale-Leie Archeologische Dienst. De voorbije weken werd, door middel van proefsleuven op 15 meter van elkaar, het hele terrein afgetast op sporen en andere materiële resten uit het verleden. Zijn er archeologische sporen aanwezig, dan wordt de sleuf op deze plaats verbreed om een beter inzicht te krijgen in de aard en de grootte van de aangetroffen structuren en een eventuele datering ervan mogelijk te maken. Na ongeveer anderhalve maand terreinwerk is op deze manier bijna 45 hectare onderzocht.
De oudste vondst wijst op de aanwezigheid van mensen in Kluizen tijdens de Midden-Steentijd (tussen 10.000 en 6000 voor Chr.). Kenmerkend voor deze periode zijn de zogenaamde microklingen, dit zijn kleine langwerpige afhakingen uit vuursteen die door de toenmalige jager-verzamelaars werden gebruikt voor de vervaardiging van allerlei jachtwapens en werktuigen. Eén dergelijke microkling werd ontdekt ter hoogte van 't Hultjen. De onregelmatige vorm ervan doet vermoeden dat het uit de eerste helft van de Midden-Steentijd afkomstig is.
Een stuk jonger zijn de greppels en grachten ter hoogte van 't Zandeken. Hun aanwezigheid is vastgesteld over verschillende hectaren. Vaak zijn ze niet veel breder dan een halve meter, maar exemplaren met een breedte tot een meter vormen geen uitzondering. In tegenstelling tot de huidige percelen, hebben een oriëntatie die gericht lijkt op de hoofdwindrichtingen. Dit verschil in oriëntatie kan duiden op een zekere ouderdom, maar hoe oud ze precies zijn is momenteel onduidelijk. De greppels hebben tot op heden nog geen vondsten opgeleverd. Onderzoek in de ons omliggende landen toont aan dat de Romeinse landindeling vaak volgens de hoofdwindrichtingen is georiënteerd. Tevens bezitten deze percelen gestandaardiseerde afmetingen, zelfs in de gebieden die een eind van de Romeinse centra gelegen zijn.
"We hopen dan ook in de komende weken de snijpunten tussen de verschillende percelen aan te snijden, zodat we kunnen nagaan of ze volgens het Romeinse systeem zijn aangelegd," zeggen projectarcheologen Yves Perdaen en Pieter Laloo. "Vaak ook worden op deze contactpunten tussen de verschillende percelen deposities gebracht. Indien we zo'n depositie aantreffen, zou dit heel wat dateerbaar materiaal kunnen opleveren. Daarnaast gaan we de komende weken en maanden ook op zoek naar de bijbehorende bewoning. Voorlopig beschikken we over twee aanwijzingen die erop wijzen dat er een nederzetting in de buurt moet liggen. Ten eerste werd in de jaren 1980 bij werkzaamheden vlakbij Romeins aardewerk aangetroffen. De tweede aanwijzing is een waterput. Hij kwam aan het licht vlakbij twee van deze greppels. Een boring in de put toonde aan dat de put meer dan twee meter diep is. Op de bodem ervan vonden we twijgjes, wat kan wijzen op de aanwezigheid van een beschoeiing in vlechtwerk."
Ongedateerd blijven voorlopig ook de vele rechthoekige kuilen (18 in totaal) die verspreid liggen over het gehele onderzoeksgebied. De afmetingen verschillen, maar steeds bezitten ze een houtskoolrijke lens op de bodem. Sommige exemplaren vertonen tevens een roodverbrande rand, wat op verhitting ter plaatse wijst. Deze variatie in grootte en enigszins ook in vulling kan wijzen op een verschil in functie en/of ouderdom. Voorlopig tasten de archeologen op beide punten echter nog volledig in het duister. Verder onderzoek, het nemen van wat bulkmonsters en het dateren op houtskool, afkomstig uit de onderste laag van de kuilen, kan dit raadsel helpen ophelderen. Slechts één kuil leverde tot op heden een vondst op: een stukje verbrand bot op. Toeval of niet maar deze kuil bevindt zich in de nabijheid van de andere bewoningsporen ter hoogte van 't Zandeken.
door Tijl | Opgravingen | Reacties (0)
Reageer op dit bericht |
