
Home
Kalender
Forum
Contact
Links
« februari 2006 | april 2006 »
31 maart 2006
Oudste monument van Vlaanderen vernield
De 10.000 jaar oude archeologische site van Meer-Meirberg in Hoogstraten werd zopas voor een aanzienlijk deel vernietigd. De unieke site uit de steentijd was als monument beschermd. Dat meldt het Forum Vlaamse Archeologie (FVA), dat in zijn protest gesteund wordt door de verschillende Vlaamse universiteiten. De bouwheer overtrad bij het bouwen van een loods, naar verluidt met medeweten van de gemeente, een bindend advies. Volgens het FVA wordt hiermee het hele erfgoedbeleid rond archeologie op het spel gezet.
De vindplaats uit de oude steentijd werd in 1993 door toenmalig minister Johan Sauwens beschermd als monument, omwille van haar belangrijke historische en archeologische waarde. Het is het oudste beschermde monument van Vlaanderen. De locatie was een verblijfplaats van de eerste prehistorische jager-verzamelaars die op het einde van de laatste ijstijd in deze regio vertoefden. De site geniet bovendien internationale faam door opgravingen die er in de jaren 1960 en 1970 plaatsvonden (foto onder) én omwille van de nieuwe onderzoekstechnieken die er werden toegepast.
Toch heeft dit de bouwheer, het aluminiumverwerkend bedrijf Malvé, er niet van weerhouden een bouwput uit te graven voor een nieuwe loods. Een bindend advies van de Afdeling Monumenten en Landschappen van de Vlaamse Gemeenschap werd daarbij genegeerd. Intussen hebben graafmachines en tractoren de archeologische sporen onherroepelijk vernield. "Mits enig overleg en wat goede wil had een archeologische opgraving kunnen plaatsvinden, zonder de bouwwerkzaamheden te vertragen," zegt het FVA. Nu is andermaal een stuk Vlaams verleden ongedocumenteerd verdwenen.
Het FVA overweegt dan ook zich burgerlijke partij te stellen als door de bevoegde overheid proces verbaal wordt opgemaakt. Niet alleen werd het archeologiedecreet naast zich neergelegd, er werd tevens een flagrante bouwovertreding en een overtreding op de monumentenwetgeving gepleegd. Het FVA vraagt zich dan ook af waarom de werken nog niet zijn stilgelegd of zelfs nog maar stappen daartoe werden genomen?
Frappant is daarbij dat dit niet de eerste bouwovertreding is op de site Meirberg. Reeds in het verleden werd aan een vorige overtreding geen gevolg gegeven. Het FVA hoopt dat de zaak niet opnieuw in de doofpot terecht komt, maar door de bevoegde diensten zal worden opgevolgd. Daarom wil het FVA van de bevoegde overheid vernemen welke maatregelen er in dit dossier reeds zijn genomen, hoe deze zaak verder zal worden aangepakt, en in welke mate een handhaving van de wetgeving zal worden toegepast in een dossier waarbij Vlaams archeologisch erfgoed op een schandelijke manier is verloren gegaan.
Meer info: Lees het volledige persbericht (pdf). Volg de verwikkelingen op de voet op erfgoedhoogstraten.be.
door Jan | Beleid | Reacties (0)
Commissie Monumenten en Landschappen verhuist naar Tour&Taxis
De Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen (KCML) verhuist naar Tour&Taxis. Dat heeft de Brusselse regering gisteren bekendgemaakt. De commissie moet haar huidige vestiging in het Brugmann-herenhuis in de Brugmannlaan verlaten omdat het Brussels Gewest het gebouw verkoopt.
De KCML is een onafhankelijk organisme dat zich bezighoudt met het erfgoed. De nieuwe vestiging op de eerste verdieping van Tour&Taxis ligt op de hoek van de Picardstraat en de Havenlaan. De 385 vierkante meter grote ruimte is op dit moment nog leeg en de commissie kan de ruimte dus indelen zoals ze zelf wil. Op de oppervlakte komen de kantoren van de zes ambtenaren van het secretariaat, voorzieningen voor de vergaderingen van de achttien leden-deskundigen en de archiefruimte. De commissie neemt lokalen in gebruik op 1 juni 2006.
"De nieuwe vestiging heeft heel wat voordelen," zeggen Brussels minister-president Charles Picqué en staatssecretaris voor Monumenten en Landschappen Emir Kir. "Het gaat om een volledig gerenoveerd en ruim gebouw met een prestigieuze architectuur en een rijke geschiedenis. Het is gemakkelijk te bereiken met het openbaar vervoer en het ligt in een Zone van gewestelijke belang, die op initiatief en met steun van het gewest een grote ontwikkeling zal kennen."
"De komst van een prestigieus organisme als de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen zorgt ontegensprekelijk voor een bijkomende troef voor deze wijk in volle ontwikkeling en verandering," besluiten ze.
De Brusselse regering heeft overigens ook nog drie art-nouveaugebouwen van de architect Gustave Strauven beschermd verklaard. De gebouwen liggen in de Saint-Quentinstraat 30 en 32 en in de Troonafstandstraat 4 in Brussel. Strauven is een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de tweede generatie art-nouveau-architecten en is vooral bekend om het Huis Saint-Cyr in Brussel.
Bron: Belga
door Tijl | Varia | Reacties (0)
Pompeii: The Last Day
Op 24 augustus van het jaar 79 barstte de vulkaan Vesuvius uit. De stad werd door zijn as, lava en vuursteen bedekt en van de kaart geveegd. BBC reconstrueerde in 'Pompeii: The Last Day' de gebeurtenissen van toen. Deze avond kun je de documentaire om 22u bekijken op BBC 2.
'Pompeii: The Last Day' is een co-productie van de BBC, Discovery Channel en NDR, in samenwerking met France 2. Het vijftig minuten durende docudrama van Ailsa Orr laat de kijker de dag van 24 augustus van het jaar 79 herbeleven. Het is op die dag dat de Vesuvius, op ongeveer één uur ’s middags, uitbarstte en de stad bedolf onder tonnen lava en as.
Het docudrama reconstrueert het gebeuren aan de hand van een brief van Plinius de Jongere aan de historicus Tacitus waarin de ramp beschreven staat. De overblijfselen van Pompeii werden in 1594 ontdekt maar het duurde tot 1748 vooraleer de opgravingen begonnen.
Praktisch:: Vrijdag 31 maart om 22u op BBC 2.
Meer info: Pompeii: The Last Day (BBC)
Afbeelding: Afgietsel van een slachtoffer in Pompeii (© BBC)
door Tijl | Varia | Reacties (0)
30 maart 2006
Kiezen tussen cash en kunst
Het politieke gebakkelei rond de collectie precolumbiaanse kunst uit de erfenis van Paul Janssen houdt aan. Nadat federaal minister Reynders eerder deze week onverwacht een eigen voorstel lanceerde, reageerde Dirk Van Mechelen gisteren in het Vlaams Parlement: "Vlaanderen zal zich geen dictaat laten opleggen door de federale regering in dit dossier." Door de hele discussie dreigt de unieke verzameling binnenkort voorgoed naar het buitenland te verdwijnen.
Dora Janssen wil met haar precolumbiaanse schatten de successierechten betalen op de nalatenschap van haar man, farmapionier Paul Janssen, die in 2003 overleed. De collectie-Janssen is een indrukwekkende verzameling van ongeveer 350 precolumbiaanse kunstobjecten. Zowat alle culturen van het Amerikaanse continent zijn vertegenwoordigd in de collectie, die maar liefst 15 miljoen euro waard is. De erfgenamen van Paul Janssen willen de collectie graag in het land houden, en stelden daarom voor de successierechten ter waarde van 7,7 miljoen euro in natura te betalen.
Het dossier is echter een fiscaal en juridisch kluwen tussen de federale en de Vlaamse overheid. De federale wetgeving liet sinds 1985 toe om successierechten met kunst te betalen. Deze regelgeving kwam tot stand nadat 'De blijde intrede van Christus in Brussel' van James Ensor aan het Amerikaanse Getty Museum werd verkocht. Bedoeling was de eigen topstukken (Bruegel, Ensor, Rubens, Magritte, Permeke...) in het land te houden. De federale overheid kon in dergelijke gevallen eigenaar worden van de kunstwerken, maar Vlaanderen kreeg de successierechten doorgestort. De programmawet die vorig jaar werd goedgekeurd, zorgde echter voor een wijziging: de gewesten kunnen nu zelf beslissen om de betaling in natura te aanvaarden, en het gewest wordt ook zelf eigenaar. In dit geval zou Vlaanderen dus meer dan 7 miljoen euro mislopen. De Vlaamse regering vecht deze programmawet van 2005 echter aan bij het Arbitragehof.
Federaal minister Didier Reynders (MR) lanceerde dinsdag een voorstel aan de Vlaamse regering. Reynders ziet twee mogelijke denksporen: ofwel sluiten de federale en Vlaamse regeringen een begrotingsakkoord waarin ze bepalen hoeveel successierechten er maximaal in natura kunnen worden betaald, ofwel leveren zowel het Vlaams Gewest als de federale regering een financiele inspanning. De federale regering zou dit doen via een externe partner, namelijk de Nationale Loterij. Minister Reynders baseert zich daarvoor op de programmawet van 2005.
De Vlaamse minister van Begroting Dirk Van Mechelen (VLD) stelde gisteren het gebrek aan communicatie van zijn federale collega's aan de kaak. Hij deed dit nadat hij door verschillende parlementsleden was geinterpelleerd over het dossier. Van Mechelen stelde eerder al een compromis voor waarbij Vlaanderen de 7,7 miljoen zou aftrekken van zijn begrotingsoverschot: "Mijn compromisvoorstel aan de minister van Financiën is dus dat Vlaanderen de betaling van de successierechten niet in cash, zoals iedere Vlaming normaal verplicht is, maar, wegens het uitzonderlijke belang van de collectie, in natura aanvaardt." Over dit compromisvoorstel heeft hij van het federale niveau, ondanks herhaaldelijk aandringen, nog geen reactie gekregen. Ook het nieuwe voorstel van Reynders moest Van Mechelen uit de pers vernemen. "Vlaanderen is en blijft bereid om te onderhandelen, maar wij laten ons in dit dossier geen dictaat opleggen door de federale regering," reageerde Van Mechelen.
Een complexe situatie dus, die intussen min of meer tot een impasse heeft geleid. Terwijl de Belgische politici elkaar de zwartepiet doorspelen, krijgt de familie Janssen bijzonder aanlokkelijke aanbiedingen vanuit het buitenland, onder meer van het British Museum, het Parijse Musée de l'Homme, een reeks Italiaanse musea en de emir van Qatar, die er zelfs een speciaal museum aan wil wijden. Momenteel staat de collectie-Janssen centraal op een prestigieuze tentoonstelling in het Musee d'Art et d'Histoire in het Zwitserse Geneve (foto rechts). Het is dus wellicht enkel een kwestie van tijd voor Dora Janssen eieren voor haar geld kiest en de collectie definitief naar het buitenland verhuist.
Als de Vlaamse overheid de collectie-Janssen toch zou aanvaarden, moet ze echter ook de kosten dragen om de stukken voor het publiek toegankelijk te maken. Twee musea tonen alvast belangstelling: het federale (!) Jubelparkmuseum in Brussel en het Etnografisch Museum van de stad Antwerpen. Als de overheid voor het Jubelpark een financiële inspanning wil doen, zijn er echter andere prioriteiten dan een uitbreiding van de precolumbiaanse afdeling, stelt De Standaard vandaag terecht. Niet alleen voor de gebouwen is een pak geld nodig, ook voor een betere ontsluiting en presentatie van het huidige bezit. Het Etnografisch Museum heeft dan weer niet voldoende plaats voor de collectie.
Meer info: Handelingen plenaire vergadering
door Tijl | Beleid | Reacties (0)
Gestolen kunstvoorwerpen Universiteit Luik zijn terecht
Een vijftigtal Afrikaanse kunstobjecten en gravures die waren gestolen uit de Universiteit van Luik, zijn weer terecht. De voorwerpen zouden een verkoopwaarde hebben van 300.000 euro, maar zijn volgens de Luikse universiteit niet meer dan de helft waard. De teruggevonden objecten worden de volgende weken tentoongesteld in de Gallerie Wittert.
De voorwerpen zijn afkomstig van het fonds voor Afrikaanse kunst van de Universiteit van Luik, dat is samengesteld op basis van giften. Een studente maakte in het kader van een eindwerk in de kunstgeschiedenis en archeologie een inventaris op van het fonds en stelde daarbij vast dat er 183 voorwerpen ontbraken. In maart werd een klacht ingediend.
De federale politie ontdekte een vijftigtal stukken bij een Brusselse antiquair die in het jaar 2000 gestolen zouden zijn. "Voor de overige stukken loopt het onderzoek nog, maar de belangrijkste voorwerpen zijn terecht," aldus Jean-Patrick Duchesne, directeur van de kunstcollecties van de Luikse Universiteit.
De nog ontbrekende voorwerpen werden mogelijk al een hele tijd geleden gestolen en de onderzoekers hebben weinig hoop om deze nog terug te vinden. De kunstvoorwerpen waren gestolen door iemand buiten de universiteit die toegang had tot de archieven van het Prehistorisch Museum van de universiteit.
De objecten worden nog tot 28 april tentoongesteld in de Gallerie Wittert. Meer info vind je hier.
Bron: Belga
door Tijl | Tentoonstellingen | Reacties (0)
Westerstaketsel Oostende definitief beschermd
Het Westerstaketsel te Oostende is definitief beschermd als monument. Het beschermingsvoorstel gebeurde op initiatief van de afdeling Monumenten & Landschappen en kaderde in een globale evaluatie van het onroerend erfgoed aan de kust, waar ook de haveninfrastructuur deel van uitmaakt.
Na de eerdere definitieve bescherming door de minister in 2005 - begin 2006 van o.m. waardevolle belle-époque- en interbellumarchitectuur, residentiële appartementsbouw, winkelpanden, agrarisch erfgoed, openbare gebouwen, twee 19de-eeuwse stadsparken, beelden, een watertoren en het Zeewezengebouw, betekent de bescherming van het Westerstaketsel een afsluitende erkenning voor het waardevol bouwkundig erfgoed in de grootste kuststad van het land.
Het Westerstaketsel, opgetrokken in 1888-1889, is tot op vandaag een essentieel onderdeel van de havenuitrusting aan de Noordzee, in casu van de Oostendse havengeul, én een belangrijk restant van de historische uitbouw, ontsluiting en ontwikkeling van de kusthaven. Met zijn ca. 650 m lengte is het één van 's werelds langste en oudste houten staketsels. Het getuigt tevens van de mogelijkheden van de toenmalige houtbouw om dergelijke waterbouwkundige constructies, die onderhevig zijn aan grote mechanische krachten, te realiseren.
Het Westerstaketsel heeft zijn grote gekendheid vooral te danken als brede wandelweg, aangelegd ten behoeve van een optimale beleving van strand en zee voor zowel de eind 19de-eeuwse badgasten als de kustbewoners. Een functie die het tot op vandaag nog steeds vervult. De bescherming omvat het staketsel met inbegrip van het havenlicht op de kop, evenwel met uitzondering van de recentere gebouwen erop.
Bron & foto: www.belg.be - 27 maart 2006
door Bart | Erfgoed | Reacties (0)
Nieuwe archeologische vacatures in Nederland
De voorbije dagen zijn er in Nederland diverse nieuwe vacatures binnen de archeologische wereld bekendgemaakt: ArcheoMedia bv zoekt een fysisch geograaf, Rasenberg Milieutechniek een medior archeoloog, de Archeologische Monumentenzorg werft een monumentenwachter aan en Baac bv gaat op zoek naar een archeologisch adviseur. U kunt deze en andere vacatures nalezen in de SNA-vacaturebank.
door Johan | Vacatures | Reacties (0)
29 maart 2006
De Winckelmann Cup: voetbaltoernooi voor en door archeologen
Archeologen die pot(t)en breken, voor één keer kan het: op 14, 15 en 16 juli organiseert Miracolo Bernensis, het archeologisch team van het Berner Institut für Archäologie, een voetbalfestijn voor en door archeologen. De organisatoren hopen dit jaar op teams uit de Lage Landen om het internationale karakter van dit 15 jaar oude evenement te benadrukken. Een mooie kans dus om een nieuwe betekenis te geven aan de term 'veldarcheoloog' en te laten zien dat België wel degelijk thuishoort op een internationaal voetbaltoernooi.
De Winckelmann Cup is een van oorsprong Duits voetbaltoernooi onder archeologen en archeologiestudenten. Sinds 1991 treffen de oudheidkundigen elkander op de grasmat in der Heimat voor drie dagen vol sport, plezier, kennismaking en wederzien. De voorbije jaren heeft het toernooi zich ontwikkeld tot een internationaal evenement, met teams uit Wales, Italië, Zwitserland, Oostenrijk, Duitsland, Polen en Tsjechië. Het voorbije jaar waren maar liefst 40 teams aanwezig op het toernooi in het Duitse Halle a.d. Saale (foto linksonder). In 2006 wordt het toernooi voor het eerst in Zwitserland georganiseerd.
Er wordt gevoetbald op kleine veldjes, met teams tot 7 spelers (1 goalkeeper en 6 veldspelers), waarbij vanzelfsprekend teams met een mix van beide sexen, maar ook met een mix van diverse instituten mogelijk zijn. De speelduur varieert naargelang het aantal spelers tussen 2x10 min en 2x15 min. De teams worden aanvankelijk in poules ingedeeld. De ploegen die zich doorheen de voorrondes worstelen bekampen elkaar daarna volgens het KO-systeem tot in de finale.
Het toernooi begint op vrijdagavond 14 juli met de loting van de poules en de eerste matchen. Deze voorrondes gaan door tot zondagvoormiddag. Daarna volgen de rondes met directe uitschakeling tot de finale, die op zondagnamiddag wordt gespeeld. Aansluitend wordt de winnaar gevierd.
De overwinnaar van het toernooi keert naar huis terug met de Winckelmann Cup, die hij één jaar lang mag behouden. Buiten deze hoofdprijs kunnen nog diverse trofeeën behaald worden: de Copa Archeol gaat naar de rode lantaarn, de Lapis Impetus is voor het elftal dat het meeste volk op de been kreeg, de Uschi Cup en Willem Cup (foto rechts) worden respectievelijk gewonnen door de knapste mannelijke en vrouwelijke deelne(e)m(st)er en tenslotte gaat de Rob Cup, in naam van alle deelnemers, voor één jaar naar de toernooi-organisatie.
Het toernooi vindt plaats op een ruim sportcomplex in Biglen, nabij Bern, zodat kamperen, parkeren en douchen geen problemen geven. Voor de innerlijke mens is door de organisatie gezorgd voor dranken en spijzen aan studentvriendelijke prijzen. 's Morgens wordt er een hartig ontbijt voorbereid. Uiteraard kan men constant beschikken over een bierpaviljoen en een bar, die gedurende de nachten gereserveerd is voor fuiven.
Praktisch: Het Winckelmann Toernooi vindt plaats in het plaatsje Biglen, nabij Bern (Zwitserland) op 14, 15 en 16 juli 2006. U kunt zich hier online inschrijven.
Meer info: Winckelmann Cup 2006, Winckelmann Cup 2005, Winckelmann Discussieforum
Contactpersonen: Nederland: Edwin Hoven, Vlaanderen: Johan Claeys
door Johan | Varia | Reacties (0)
"Door het Verdrag van Malta gaat de stadsontwikkeling op slot"
In Nederland behandelt de Tweede Kamer deze week het wetsvoorstel tot wijziging van de Monumentenwet uit 1988. De wijzigingen zijn nodig in het kader van het Verdrag van Malta. De liberale VVD nam gisteren alvast een opmerkelijk standpunt in tegen het 'verstoorder betaalt'-principe: "We maken het de burger al zo lastig met regels, en nu zou deze ook voor het vinden van archeologisch erfgoed moeten betalen?"
"Wij zijn principieel tegen het feit dat de verstoorder betaalt. Men zegt: iemand verstoort het omdat hij de grond openlegt. Je zou echter ook kunnen zeggen: iemand geeft ons een extra stukje erfgoed omdat hij de grond openlegt. Dus de parallel met de vervuiler betaalt, gaat niet op." Dat zei VVD-Kamerlid Annette Nijs gisteren tijdens het debat in de Tweede Kamer over de aanpassing van de monumentenwet met het oog op de uitvoering van het Verdrag van Malta.
De VVD wil dus dat Nederland zich niet houdt aan het Verdrag van Malta, waarin bescherming van archeologische bodemschatten is geregeld. Volgens het verdrag betaalt een projectontwikkelaar voor archeologisch onderzoek in grond die hij wil bebouwen. De VVD vindt dat dit een rem zet op nieuwbouw en stadsontwikkeling. Nijs trok een parallel met Europese regels voor berschermde planten en dieren en fijnstof, die de aanleg van wegen en de bouw van huizen in de weg staat.
Tot nu toe steunde de VVD uitvoering van het Verdrag van Malta, ook in 1998 toen de Kamer instemde met ratificatie. Volgens Nijs waren destijds de gevolgen nog niet goed te overzien. Gemeentes mogen volgens de wet die de Tweede Kamer dinsdag besprak wel uitzonderingen maken op het uitgangspunt dat de graver voor de kosten van bodemonderzoek opdraait. Maar volgens Nijs gaat het erom dat dit principe van tafel gaat. "Waarom zouden mensen die Nederland een stukje erfgoed geven door dat gebied op te graven, daarvoor moeten betalen? Misschien zouden wij diegenen op onze blote knieën moeten bedanken omdat wij erfgoed erbij krijgen. Uit principiële overwegingen vinden wij dat niet goed."
De VVD zegt niets te willen afdoen aan de bescherming van bodemschatten. Maar het beleid van de overheid op dit terrein zou niet op het verdrag van Malta geschoeid moeten zijn. "Dit verdrag verdient niet onze naleving," klinkt het in een persmededeling van de VVD. Waarom willen we het braafste jongetje van de Europese klas zijn, als dit ten koste van de eigen burger gaat? We maken het de burger al lastig door alles te willen dichttimmeren met regels, nu zou deze ook voor het vinden van archeologisch erfgoed moeten betalen.’’
De plenaire behandeling van het wetsvoorstel tot wijziging van de Monumentenwet 1988 door de Tweede Kamer wordt morgenochtend (30 maart) hervat vanaf 10.15 uur. Staatssecretaris Van der Laan zal dan antwoord geven op de gestelde vragen. Je kunt het debat volgen via tweedekamer.nl.
Meer info: Stenogram van de plenaire zitting (.doc)
door Tijl | Internationaal | Reacties (0)
Romaanse grafsteen ontdekt in Mechels Minderbroedersklooster
Tijdens de laatste dagen van het onderzoek naast de Minderbroederskerk in Mechelen werd nog een mooie vondst gedaan. Ingemetseld in één van de muren van het klooster bevonden zich vele Romaanse architectuurfragmenten en een stuk van een grafsteen. Het opschrift is gedeeltelijk bewaard en leert dat het graf toebehoorde aan de echtgenote van een zekere Johannes.
"In de fundering van een vroeg 14de eeuwse bakstenen muur, die tot de onderbouw van de westelijke vleugel van het Minderbroedersklooster behoorde, hadden we een drietal fragmenten van zuiltjes in Doornikse kalksteen opgemerkt," vertelt projectarcheoloog Raf Ribbens. "Toen we op het einde van de opgraving een stuk van die muur afbraken om die elementen te kunnen recupereren, bleek dat er nog wel meer in zat. Uiteindelijk hebben we er zowat een kubieke meter architectuurelementen in Doornikse kalksteen uitgehaald."
Het ging hierbij om zuiltjes (met een diameter van ongeveer 10 centimeter), kapiteeltjes, tweelingkapiteeltjes, zuilbasisen, gesculpteerde blokken en een fragment van een grafsteen (afmetingen: ca. 80 x 40 x 20 cm). Op de grafzerk, ook in Doornikse kalksteen, is slechts een deel van de inscriptie nog leesbaar. "Een groot deel is immers afgesleten, waarschijnlijk door veelvuldige passage," vertelt Raf. "De tekst 'VXOR : IO' kon nog ontcijferd worden. Het enige dat we met zekerheid kunnen zeggen is dan ook dat de zerk bestemd was voor de vrouw (uxor) van ene Jo(hannes?). Het lettertype moet nog onderzocht worden door specialisten ter zake, maar het gaat in elk geval om een type schrift dat aan het Gotische schrift voorafgaat."
De architectuurelementen worden voorlopig geplaatst in de vroege 13de of zelfs 12de eeuw. Ook hier moet verder onderzoek meer duidelijkheid scheppen. Een cruciale vraag is immers of deze elementen afkomstig zijn van de vroeg 13de eeuwse fase van het Minderbroedersklooster, dan wel van een ander gebouw in de nabijheid. De grafsteen wordt momenteel verder onderzocht door Jean-Claude Ghislain, een specialist terzake.
Externe link: Archeoweb Mechelen
door Tijl | Opgravingen | Reacties (0)
28 maart 2006
De laatste Kelten
In april en mei organiseert de vzw Amarant opnieuw meerdaagse cursussen over allerhande historische thema's. Binnenkort brengt archeoloog Erwin Claes u het verhaal van de Picten en de Scotti, de laatste Keltische volkeren op de Britse eilanden.
Wanneer in de 5e eeuw n. Chr. het Romeinse Rijk bezwijkt onder de inval van de Germanen luidt dit een heuse renaissance in van de Keltische cultuur. Het Romeinse Rijk was er 4 eeuwen voordien bijna in geslaagd om de Keltische wereld te vernietigen. Enkel op de Britse eilanden, meer specifiek in het huidige Ierland en Schotland, behielden de Keltische stammen hun onafhankelijkheid, traditionele levenswijze en geloof. Naarmate het Romeinse bestuur verzwakte voelden stammen zoals de Schotse Picten en de Ierse Scotti zich verzekerd van makkelijke overwinningen en buit.
Wanneer Sint-Patrick in de vijfde eeuw n. Chr. het christendom naar Ierland brengt, had hij nooit kunnen vermoeden dat dit tot een ongekende culturele bloei zou leiden. De Ierse monniken en hun Keltische kerk zouden een onuitwisbare invloed hebben op gans Europa. Hiervan getuigen nog steeds de schitterende miniaturen in Ierse psalmenboeken en de ruïnes van ontelbare Ierse kloosters.
Aan de hand van uitgebreid beeldmateriaal probeert spreker Erwin Claes de unieke, geschiedenis en cultuur van de laatste Kelten te reconstrueren. Zo wordt er een uitgebreid historisch overzicht gegeven van de vaak tragische geschiedenis van Ieren en Schotten tot in de 20e eeuw. Je kan er kennis maken met de minder bekende geschiedenis achter bekende namen als Sint-Patrick, Bonifatius, William Wallace (Braveheart), Robert the Bruce, Bonnie Prince Charlie, de Schotse clans, Michael Collins, Eamon De Valera, het IRA en vele anderen. In het kunsthistorische luik worden vooral de mysterieuse Pictische symbolen en hun relatie tot de bloei van de Ierse miniatuurkunst onder de loep genomen. Verder kan er ook kennis gemaakt worden met een voor ons minder gekend architecturaal patrimonium zoals de brochs, dunns en crannogs.
Locatie & data:
Brussel: Gemeenschapscentrum De Markten (Oude Graanmarkt 5)
4 woensdagen van 19u30 tot 22u00
08/03 - 15/03 - 22/03 - 29/03/2006
Berchem: Huis van de Sport (Boomgaardstraat 22/1)
4 woensdagen van 19u00 tot 21u30
19/04 - 26/04 - 03/05 - 10/05/2006
Cursusgeld:
leden 39,00 EUR
-26/+60 44,00 EUR
niet-leden 46,00 EUR
Praktisch: voor verdere informatie en inschrijvingen kunt u terecht bij Amarant.
door Bart | Lezingen | Reacties (0)
Woonstalhuis in het centrum van Maldegem
Tussen 24 februari en 8 maart werd er onderzoek verricht langs de Kannunik Andrieslaan te Maldegem (O.-Vl.) door archeoloog Pedro Pype. Het onderzoek vond plaats naar aanleiding van de bouw van een ondergrondse parkeergarage en appartementscomplex. Anderhalve meter onder het huidige straatniveau werd een gedeelte van een goed bewaarde agrarische nederzetting uit de volle middeleeuwen (elfde-twaalfde eeuw) aangesneden.
De sporen van de site te Maldegem omvatten een OW-gerichte houtbouw met zware en diep aangelegde palen, ingeplant op een erf begrensd door afwateringsgreppels (erf A). Het gebouw met een langwerpige rechthoekige plattegrond (19m) was vrijwel zeker een woonstalhuis. In het oostelijke deel kon een tweebeukig stalgedeelte van 8 op 8,50m aangetoond worden. Binnenin de stal bleek een grote kuil (5m diameter) aangelegd met een vierkante houten bekisting (zijde 1,50m) (foto bovenaan, klik om te vergroten). De bekisting bleek opgebouwd uit takken en stukken boomstronk en was opgevuld met een humeuze vulling. Het westelijke, eenbeukige deel mat 5 op 10,50m en kan als woongedeelte geinterpreteerd worden. Een onmiddellijk aan de zuidelijke hoek gelegen afvalkuil, waarin vrij veel aardewerk werd aangetroffen, bevestigt dit. Door de aanwezigheid van een werfweg kon dit gedeelte echter niet nader onderzocht worden.
Onmiddellijk ten oosten werd de constructie begrensd door een smalle onderbroken afwateringsgreppel, en nog ten zuiden van het stalgedeelte wijzen enkele paalgaten op een mogelijke spijker. Ten oosten van het gebouw, gescheiden door een NZ-gerichte smalle perceelsgreppel, kon een gedeelte van een tweede erf onderzocht worden (erf B). De belangrijkste structuur aangetroffen op het erf was een kuil (diameter 2,50m) met een komvormig profiel (foto). De kuil was duidelijk gesitueerd binnen een lichte houten constructie van 5 op 9m. Ten zuidoosten van deze structuur werd nog een langwerpige kuil aangetroffen die mogelijk in verband kan gebracht worden met bepaalde artisanale activiteiten.
Uit de late middeleeuwen (13de eeuw) dateren een tweetal perceelsgreppels die een erf afbakenen. Eén ervan heeft een NZ-orientatie en werd aangelegd parallel met de scheidingsgreppel van de vorige fase en mondt uit in een poel, die ten dele werd aangelegd door de afwaterigsgreppel van erf A. De poel kon gedeeltelijk onderzocht worden en had een breedte van 7m en een maximale diepte van 1,20m. Blijkens de opvulling werd de poel gedempt in de loop van de 16de of 17de eeuw.
Bron & foto's: Pedro Pype
door Jan | Opgravingen | Reacties (0)
27 maart 2006
De Laatste Getuige - Het oorlogslandschap van de Ieperboog
In 2006 pakt het Ieperse In Flanders Fields Museum opnieuw uit met een tijdelijke tentoonstelling. “De Laatste Getuige - Het oorlogslandschap van de Ieperboog” trekt met de getuigen opnieuw door het oorlogslandschap. De expo projecteert de oude oorlogsbeelden op het decor dat er nu nog de littekens van draagt.
Na “Dead.Lines” in 2002 en “Vluchten voor de oorlog” in 2004 staat opnieuw een tweejaarlijkse tijdelijke tentoonstelling op het programma van IFFM. Deze expo is meteen het startschot van de vernieuwing van het museum. Tegen 2012 moet het IFFM een totaal andere opstelling krijgen.
Verschuiving
In zeven jaar tijd kende het bezoekersprofiel van het museum een ingrijpende evolutie. Het IFFM opende zijn deuren in april 1998. Op 11 november van dat jaar, tachtig jaar na het einde van de Eerste Wereldoorlog, kwamen nog twaalf veteranen over de vloer. Toen had ook nog een kleine 65% van het publiek persoonlijk contact (gehad) met de generatie van 1914-1918. Dat aantal is nu gezakt tot onder de 45%. Een verschuiving waarmee het IFFM rekening moet houden, want op de eerste verdieping van de Ieperse lakenhalle staat het persoonlijke getuigenis centraal.
Wie persoonlijk contact had met de WOI-generatie kan zich emotioneel beter in het frontleven van toen inleven. Voor jongere bezoekers geldt veel minder dat proces van persoonlijke betrokkenheid. De Eerste Wereldoorlog maakt voor hen gewoon deel uit van de geschiedenis, net als de legers van Caesar en Napoleon.
Te velde
Wie beweert dat er geen historisch besef meer bestaat, slaat de bal mis. De informatiewinning verloopt nu niet meer zo klassiek via het onderwijs, maar via het internet, historische musea, erfgoedprojecten, populair wetenschappelijke publicaties, toeristische gidsen … Het IFFM is er zich terdege van bewust dat het zijn verhaal moet aanpassen aan nieuwe trends.
Een volgende stap is dan ook de kennismaking met het landschap waar de oorlog zich afspeelde. Vandaag doen meer dan de helft van de IFFM-bezoekers ook een oorlogsrelict in de regio aan. Denk maar aan de nieuwe indoor pleisterplaatsen: het vernieuwde Talbot House in Poperinge en het Passchendaele Memorial Museum 1917 in Zonnebeke.
Ook te velde zijn er tal van sites bijgekomen: Yorkshire Trench, Bayern Wald, John McCrae, de Lettenberg, de Caterpillar-krater en de mijnkrater in Sint-Elooi. Voor de jongere bezoeker kan de ontdekking van het authentieke landschap even waarachtig en belangrijk zijn als voor de oudere generaties de persoonlijke ontmoeting met de getuigen uit ’14-’18. In het landschap van de Westhoek ligt de geschiedenis van de Eerste Wereldoorlog verankerd. Dat wil de tijdelijke tentoonstelling “De Laatste Getuige …” aantonen.
Echo
“De Laatste Getuige …” evoceert een van de meest dramatische slagvelden van de Westhoek: de Ieperboog. Deze Ieper Salient ontstond onmiddellijk na de eerste gasaanval van 22 april 1915 en bleef ongeveer identiek tot 31 juli 1917, toen de Derde Slag bij Ieper genadeloos losbarstte. De Ieperboog loopt van Boezinge over het Wieltje en ’t Hooge tot Hill 60 en Sint-Elooi.
De historisch wetenschappelijke aanpak van het IFFM stoelt op zoveel mogelijk op eerste bronnen en bodemvondsten. Veel objecten worden in “paren” getoond: naast de authentieke vondst is er ook een “echo”, het voorwerp zoals het ongeschonden overleeft in collecties. Deze duo’s geven dus een dubbele authenticiteit aan: die van de plek en die van de persoonlijke ervaring. De tentoonstelling trekt met de getuigen opnieuw door het oorlogslandschap. Zij projecteert de oude oorlogsbeelden op het decor dat er nu nog de littekens van draagt.
Parcours
Na een inleiding en situering van de Ieperboog volgt een parcours dat bestaat uit zes delen. Het begint met een verkenning en beschrijving van de samenstellende delen van de oorlog en het oorlogslandschap in de Westhoek. Deel twee projecteert de belangrijkste gebeurtenissen in de periode van 22 april 1915 tot 1 augustus 1917. Vooral persoonlijke getuigenissen beschrijven in het derde deel de confrontatie van de mens in dit oorlogslandschap. Het vierde deel omvat interactieve kiosken waar de bezoeker zelf de gebeurtenissen en locaties in detail kan bekijken. Een knappe film toont het huidige landschap en hoe het beladen is met de betekenissen die de oorlog eraan gaf. In het voorlaatste deel maakt de bezoeker kennis met de brandend actuele discussie over het behoud en veelvuldig medegebruik van het oorlogslandschap vandaag. Wat doen we met de nog niet beschermde relicten uit ’14-’18? Deel zes is de epiloog waar de hedendaagse landschapsschilder Frans Vercoutere in zestien nieuwe werken de confrontatie aangaat met het landschap van nu, in de wetenschap van wat voorafging.
Praktisch: De tentoonstelling “De Laatste Getuige - Het oorlogslandschap van de Ieperboog” loopt van zaterdag 8 april tot zondag 19 november 2006 in de Coomanszaal en Koninklijke Zaal van de Ieperse Lakenhalle. E-flyer (pdf)
Externe link: In Flanders Fields Museum
Bron: Toerisme Ieper
door Bart | Tentoonstellingen | Reacties (0)
26 maart 2006
MVSA presenteert jaarverslag 2005
Onlangs stelde de Mechelse Vereniging voor Stadsarcheologie (MVSA) haar jaarverslag 2005 voor. Het voorbije jaar concentreerde de vereniging zich op verder huizenonderzoek in het intussen gekende Paardenstraatje, en voerde ze noodonderzoek uit achter het zogenaamde Hooghuis in St.-Katelijne-Waver.
Huizenonderzoek Paardenstraatje
Na eerder huizenonderzoek in voorgaande jaren van de panden nrs. 11, 13, 15, 17, 23 en 25 in het Paardenstraatje werd in 2005 begonnen met het huizenonderzoek van de panden nrs. 1-3. Net zoals de andere onderzochte panden zullen deze huizen, die gedurende tientallen jaren dienst deden als opslagruimte voor Sanitair De Coninck, opnieuw omgevormd worden tot woonhuizen. Voorafgaand aan de renovatiewerken wordt door de Mechelse Vereniging voor Stadsarcheologie een grondig onderzoek van deze huizen uitgevoerd (op zaterdag). In een eerste fase spitste het onderzoek in de nrs. 1-3 zich voornamelijk toe op archiefonderzoek en muurarcheologisch onderzoek en het leegmaken van de met puin volgestorte kelder. Door het afkappen van bepleistering en het weghalen van dubbele plafonds krijgt men een beter beeld over de verschillende wijzigingen die de gebouwen in de loop der eeuwen heeft ondergaan. In een tweede fase (eind 2005-2006) zal ook een bodemarcheologisch onderzoek uitgevoerd worden. De bedoeling is om uiteindelijk een zo volledig mogelijk beeld te krijgen van de evolutie van deze straat gaande van de late middeleeuwen tot nu.
Noodopgraving Hooghuis in St.-Katelijne-Waver
De activiteiten in het Paardenstraatje 1-3 werden in juli en augustus onderbroken voor een noodgraving achter het zogenaamde 'Hooghuis' in St.-Katelijne-Waver. Dit indrukwekkende hoevegebouw dat vermoedelijk van omstreeks 1500 dateert, wordt momenteel gerestaureerd. Omdat op het achtererf ook een moderne achterbouw gepland is, waarbij een zone van ca. 9 x 6 meter anderhalve meter diep zal worden afgegraven, werd door de MVSA op aanvraag van Monumenten en Landschappen in deze bedreigde zone een noodopgraving uitgevoerd. Hierbij kwamen sporen aan het licht van een vroegere achterbouw, van een kasseiweg en van een mogelijke gracht die wellicht dateert van voor de bouw van het huis.
Andere activiteiten
De wekelijkse werkavonden op dinsdag werden besteed aan verwerking van de vondsten (samenpuzzelen, plakken, tekenen, inventariseren...) van de opgravingen in het Paardenstraatje nr. 25 en van het Hooghuis in St.-Katelijne. Met het oog op de publikatie van een uitgebreide monografie werd tegelijkertijd verdergewerkt aan het tekenen en inventariseren van de gigantische hoeveelheid 17de- en 18e-eeuwse drinkglazen en wijnflessen die in 1993-1994 in een beerput van het Hof Bauwens-Van der Boyen (Veemarkt 35) aangetroffen werd.
Ook dit jaar nam de MVSA in april deel aan de Erfgoeddag. In het Hof Bauwens-Van der Boyen werden drukstenen, glas, ceramiek en andere archeologica tentoongesteld die ter plaatse opgegraven waren. Bouwhistoricus Patrick De Greef gaf uitleg over de geschiedenis en de restauratie van het gebouw. In het Paardenstraatje 1-3 kon het publiek aan de hand van concrete voorbeelden vernemen wat er bij huizenonderzoek komt kijken.
In maart werd het derde Jaarboek van de MVSA, 'Opgetekend Verleden 3' officieel aan de leden voorgesteld. Bij deze gelegenheid werd door Wim Tiri ook een lezing gegeven over de stand van zaken van het huizenonderzoek in het Paardenstraatje. Jaarboek 3 bevat o.a. een voorlopig rapport over het onderzoek in het Paardenstraatje, bijdragen over medailles van O.L.V. van Hanswijk, over de kunst van het flessen maken, over Mechelse brouwerijen, glas van diverse sites, bloempotten, ...
Praktisch: Het Jaarboek 'Opgetekend Verleden 3' evenals 'Opgetekend Verleden 2' zijn nog te verkrijgen bij de MVSA (Paardenstraatje 15, 2800 Mechelen; info@mvsa.be; tel. 0496/277941). De prijs bedraagt 15 EUR (excl. verzendingskosten).
Bron: Mechelse Vereniging voor Stadsarcheologie
Foto: Het Hooghuys in het Mechelse Paardenstraatje (aanklikken om te vergroten)
door Bart | Publicaties | Reacties (0)
25 maart 2006
Enigmatische vogel in Sint-Pieters
De opgravingen voor de westgevel van de Onze-Lieve-Vrouw Sint-Pieterskerk brachten deze week een ‘versteende vogel’ aan het licht. Het gaat om een grote plaat van Doornikse steen waarop een afbeelding van een vogel ingegrift staat. Archeozoöloog dr. Anton Ervynck, verbonden aan het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed (VIOE), identificeerde de voorstelling als een kraanvogel.
De plaat (2,05m lang, 1,02m breed en 0,15m dik) werd gevonden in de voormalige monnikenkerk van de Sint-Pietersabdij waar hij als fundering voor een pijler hergebruikt werd (foto, klikken om te vergroten). De pijler behoorde tot een laatmiddeleeuwse bouwfase en is te zien op de plattegrond van de abdijkerk zoals het Rode Plan uit het Gentse Rijksarchief die weergeeft.
Eerder onderzoek maakte uit dat het Rode Plan een 15de-eeuwse situatie uitbeeldt, na de ingrijpende herstellings- en verbouwingswerken volgend op een felle brand die de abdij in 1378 teisterde. De plaat met vogelafbeelding is dus 15de-eeuws of ouder. Hoewel de plaat er op het eerste gezicht uitziet als een grafplaat, lijkt de voorstelling niet met een funeraire bestemming te maken te hebben.
Wat heeft een menshoge voorstelling van een kraanvogel met de Sint-Pietersabdij te maken? Een versneld onderzoekje door historicus Daniel Lievois wees uit dat er een link kan zijn, meer bepaald met het opperleenhof van Sint-Pieters. Het opperleenhof was een feodale instantie die de abt van Sint-Pieters vertegenwoordigde bij alle mogelijke aangelegenheden met betrekking tot de Sint-Pietersheerlijkheid. Daartoe behoorde ook de hoogste jurisdictie. Een dergelijk leenhof omvatte een baljuw en een aantal schepenen en beschikte doorgaans over een eigen gebouw. In de 14de eeuw bestond het opperleenhof van Sint-Pieters uit een hoogbaljuw, zes leenmannen, twee plaatsvervangers, een griffier, een procureur en een gerechtsambtenaar.
Ze vergaderden om de twee weken op woensdag, behalve tijdens het verlof van de door de graaf ingestelde Raad van Vlaanderen. Als wapenschild en zegel gebruikte het leenhof het wapenschild van de Sint-Pietersabdij, de bekende drie sleutels, aan beide zijden geflankeerd door een kraanvogel als schildhouder. De ontdekte steen is dus vermoedelijk afkomstig van een monumentaal gebouw uit de westsector van de Sint-Pietersabdij, dat misschien ook tijdens de brand van 1378 werd beschadigd. Waar de tweede kraanvogel en het bijbehorende centrale wapenschild gedumpt werden, is niet bekend.
Behalve deze merkwaardige stenen plaat legden de opgravingen nog meer gebouwsporen vrij, die verwijzen naar verschillende bouwfazen van de middeleeuwse monnikenkerk en te situeren zijn tussen de eerder opgegraven 10de-eeuwse Westbau en de gevel van de barokke monnikenkerk. Daartoe hoorden ook enkele vloerfragmenten en kistgraven (foto, klikken om te vergroten). Ten noorden van de kerkresten ontdekten de opgravers een aantal antropomorfe graven, afgebakend door een muur. Deze zone lijkt aan te sluiten bij het eerder opgegraven kerkhof van het atrium dat ruim tussen het midden van de 10de en het eind van de 12de eeuw kan worden gesitueerd. Ten zuiden van de kerkresten, voor de hoofdtoegang tot de Kunsthal Sint-Pietersabdij legden de opgravingen een aantal muren en vloeren vrij, die verwijzen naar middeleeuwse abdijgebouwen. Ze verdwenen wellicht bij de herbouw of aanpassing van de centrale abdijvleugels na de beeldenstormtijd, een bouwfase die thans nog het stadsbeeld van Sint-Pieters beheerst.
Bron & foto's: Dienst Stadsarcheologie Gent (stadsarcheologie@gent.be)
door Jeroen | Opgravingen | Reacties (0)
24 maart 2006
Brusselse regering wil meesterwerk art nouveau kopen
De Brusselse regering overweegt om het Huis Saint-Cyr aan de Ambiorixsquare in Brussel aan te kopen. Het huis is beroemd omwille van zijn art-nouveaustijl en is sinds 1988 beschermd. Brussels staatssecretaris Emir Kir heeft gisteren beslist om een expert aan te duiden die de juiste waarde van het huis moet bepalen. In de Leopoldwijk wordt ook één van de laatste oorspronkelijke burgerwoningen gedeeltelijk beschermd. Het gaat om een neoclassicistisch pand uit 1860.
Het Huis Saint-Cyr is een smal herenhuis dat in 1900 door de architect Gustave Strauven, een leerling van Victor Horta, werd ontworpen voor de schilder Georges de Saint-Cyr. Het huis staat in de wijk van de Squares, die eind 19de eeuw met meerdere kunstzinnige herenhuizen bebouwd was. Het huis is maar 4 meter breed, maar de extravagante decoratie maakt het tot een van de hoogtepunten van de Brusselse art nouveau.
De huidige eigenaars van het Huis Saint-Cyr beslisten onlangs om het huis openbaar te verkopen, omdat de renovatiekosten te hoog zijn. Ze legden daarmee het laatste voorstel van het gewest naast zich neer. Dat voorstel gaf hen volgens Kir de kans om levenslang in het huis te wonen zonder overdreven kosten te moeten dragen. De Brusselse regering overweegt nu zelf het huis aan te kopen. Er wordt een expert aangeduid om de waarde van het huis te bepalen. Vorig jaar bood een immobiliënagentschap het Saint-Cyrhuis al eens te koop aan. Toen toonde de Brusselse regering nog geen interesse.
De Brusselse regering besliste gisteren ook een huis in de Handelsstraat gedeeltelijk te beschermen. Het neoclassicistische pand werd in 1860 gebouwd door een van de officieren van Leopold I bij de aanleg van de Leopoldwijk. Het is een van de laatst overgebleven oorspronkelijke panden in dit deel van Brussel, dat fors onder druk staat van de vastgoedmarkt. Het huis heeft ook een belangrijke culturele waarde. De Brusselse kunstenaar en humanist Marcel Hastir heeft er sinds 1935 zijn atelier. Tijdens de oorlog kwam het verzet er samen en vonden joden er onderdak. Nadien organiseerde Hastir er concerten, lezingen en tentoonstellingen. Onder anderen Jacques Brel, Maurice Béjart, René Magritte en Paul Delvaux kwamen er over de vloer. De stad Brussel onderzoekt nu of ze het huis kan kopen.
door Tijl | Erfgoed | Reacties (0)
23 maart 2006
Herberg 't Klosken gered van de sloop
Een maand geleden berichtten we op deze website over de dreigende afbraak van de historische hoeveherberg 't Klosken in Sint-Martens-Lennik. De oproep van de actiegroep 'Red Klosken' tot het indienen van bezwaarschriften was met ruim 2000 inzendingen een groot succes, met een positieve afloop: de nieuwe eigenaar Jan Leyssens wil de herberg immers opnieuw laten uitbaten en de overige gebouwen restaureren.
De Antwerpse firma BBE, die eigenaar was van de hoeve met herberg (klik op de foto voor een grotere afbeelding), heeft haar eigendom verkocht aan de Lennikse investeerder Jan Leyssens, die tevens eigenaar is van de Meiseniershoeve in Lennik. Aanvankelijk dreigde het pand plaats te moeten ruimen voor de bouw van 24 appartementen. Het actiecomité 'Red Klosken' is dan ook zeer verheugd dat haar actie een constructief resultaat heeft opgebracht, waarbij iedereen zich gelukkig voelt.
Een tiental actievoerders uit Sint-Martens-Lennik en leden van de Culturele Kring Andreas Masius hadden eerder op het Lennikse gemeentehuis ongeveer 1500 bezwaarschriften tegen de afbraak van ’t Klosken overhandigd. Later arriveerden er nog 500 bezwaarschriften per post op het gemeentehuis.
De herberghoeve Klosken is een 200 jaar oude vierkantshoeve. Ze vormt een zeer waardevol historisch-architecturaal geheel dat niet officieel beschermd is maar wel in tal van bouwkundige inventarissen is opgenomen. De herberghoeve met haar schitterend interieur is één van de weinige resterende getuigen van het Pajottenlandse dorpsleven sinds het begin van de vorige eeuw.
Bron: Red Klosken; De Standaard online, 20 maart; Radio Ternat, 18 maart
Foto: Editie Pajot
door Johan | Erfgoed | Reacties (0)
Minister Van Mechelen kent subsidie toe aan vijf archeologische diensten
Vlaams minister Dirk Van Mechelen, bevoegd voor Monumenten en Landschappen, heeft vijf intergemeentelijke archeologische diensten in Vlaanderen een subsidie toegekend van elk 50.000 euro. Het gaat om de projectverenigingen Archeologische dienst Antwerpse Kempen, Archeologische Dienst Waasland, Zuid-Oost Limburgse Archeologische Dienst, Cultuuroverleg Zeven (Poperinge en omstreken) en de intergemeentelijke Archeologische Dienst Brugge en Ommeland.
Met de subsidie kunnen de diensten een archeoloog aanstellen, die moet instaan voor de archeologische monumentenzorg op lokaal vlak. Deze subsidie onderstreept het belang dat minister Van Mechelen hecht aan de betrokkenheid van het lokale niveau. "Omdat dit bestuursniveau zo toegankelijk is, kunnen we via deze weg de betrokkenheid van de burger vergroten", verduidelijkt minister Van Mechelen.
De intergemeentelijke archeologische diensten hebben tot doel een duurzame archeologische monumentenzorg op lokaal niveau te organiseren en te promoten. Ze zorgen voor het behoud en het beheer van de archeologische erfgoedwaarden op het grondgebied van de aangesloten gemeenten.
door Tijl | Beleid | Reacties (0)
Skelet teruggevonden in Loppem
Op 14 februari werden bij kleine werken aan een hoeve in de Rijsselsestraat te Loppem delen van een skelet teruggevonden. Via de politie en het parket kwamen de beenderresten terecht bij fysisch antropoloog Marit Vandenbruaene, consulent voor het Centrum Gerechtelijke Geneeskunde UZA en werkzaam bij het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed (VIOE).
Uit de analyse van de beenderen kon heel wat afgeleid worden. Alle beenderen behoren toe aan minstens 1 persoon. Het skelet is echter niet compleet bewaard: er zijn fragmenten teruggevonden van het schedeldak en bovenkaak, van de onderkaak en het gebit, van de wervelkolom, van de borstskas, van de linker heup, van de beide bovenarmen, van het rechter onderbeen en de rechter voet. M.a.w. er ontbreken vele beenderen van de schedel, tanden, enkele borst-en lendenwervels, vele ribben, het rechter heupbeen, beide schouders, beide onderarmen, beide handen, beide dijbenen, het linker onderbeen en praktisch beide voeten. Alle kleine beentjes zoals tongbeen, staartbeen en hand-en voetkootjes en tanden zijn niet aanwezig. Op basis van typische geslachtskenmerken aan het bekken (smal en kleine ingang) en de schedelresten (prominente wenbrauwbogen, hoekig kaaksbeen) kan worden afgeleid dat het gaat om een persoon van het mannelijke geslacht. De sterfteleeftijd ligt tussen 25-30 jaar, meer bepaald rond 27 jaar, zowel de beenderen als het gebit zijn volgroeid maar de groeilijnen van het ossificatieproces zijn nog duidelijk zichtbaar. De lichaamslengte ligt rond 1,66m (+/- 4cm), dit kon worden bepaald op basis van het rechter scheenbeen (lengte tibia 34,6 cm). Hij was normaal stevig gebouwd. De schedel is niet volledig, dus een gezichtsreconstructie is niet mogelijk. Op het rechter sleutelbeen is een letsel aanwezig dat verwijst naar chronische overbelasting van de schouderligamenten. Het volwassen gebit vertoont reeds hevige slijtagesporen en serieuze caries, de rechter bovenkaak bevat drie grote kaaksbot-abcessen met daarbij bijna weggerotte tanden. Er zijn ook sporen te zien van groeistoornissen aan het tandglazuur, welke verwijzen naar stress en ziekte in de kinderjaren.
Op basis van oude breuken, botverkleuringen en verweringsprocessen op het skelet en van een gebitstoestand (foto rechtsboven) die verwijst naar een vreselijk slechte mondhygiëne, gecombineerd met de nabijheid van een oude site, wordt het skelet als een archeologische vondst bekeken. De oude breuken (vnl. aan ribben en armen) en bepaalde verweringen wijzen op een verstoring in de bodem. Er zijn ook sporen aanwezig van plantenwortels die zich hebben vastgezet aan het bot. De bruine verkleuring van de beenderen komt door begraving in natte grond. Aanvankelijk dacht men dat het om een buik-lig positie ging omdat het bekken omgekeerd in de bodem lag. Maar bij nader inzien blijkt dat de eerste 7 borstwervels wel nog in hun originele positie liggen met hun uitsteeksels naar onder toe, dus in rug-lig positie. Lag het hoofd dan naar het westen? Zo ja, dan kan gesproken worden van een christelijke begraving. Zo niet, dan volgde het skelet de richting van de muur, wat nog steeds op een oude begraving kan wijzen.
Voor meer informatie zou de vindplaats archeologisch onderzocht moeten worden. Vondsten zoals potscherven, munten, speldekopjes, kistnagels, kostuumknopen of textielresten ed. en de stratigrafische opbouw van de bodem, kunnen iets vertellen over het begrafenisritueel en de datering.
Bron en foto's: Raakvlak
door Jeroen | Opgravingen | Reacties (0)
Poelberg in Tielt wordt toeristische site
Het stadsbestuur van Tielt maakt er werk van om het voormalige schooltje en klooster op de Poelberg te renoveren. Dit kadert in de uitbouw van de site tot een toeristische en recreatieve troef, die de aantrekkingskracht van Tielt moet vergroten. De omgeving van de Poelberg, en het Tieltse gehucht 'de Poelberg', één van Vlaanderens mooiste molengezichten, is sedert 1993 beschermd als dorpsgezicht.
Het schoolgebouw en klooster op de Poelberg werd samen met de naastgelegen boomgaard en landbouwgronden vorig jaar door het stadsbestuur aangekocht. Deze eigendom werd toen door de congregatie van de Zusters van 't Gelove, samen met het kloostergebouw in Aarsele, te koop gesteld en Tielt telde voor beiden samen 595.000 euro neer. Het gebouwencomplex op de Poelberg maakt deel uit van het waardevolle Poelberglandschap. Door de aankoop wordt het geheel voor de toekomst beschermd.
Het stadsbestuur wil de site een bestemming geven in het kader van het toeristisch en recreatief netwerk. Hiervoor werd op de raadszitting het architectencontract, geraamd op 40.000 euro, goedgekeurd.
In het voorjaar wordt er alvast werk gemaakt van een wandelparcours dat de Poelberg en Mulle de Terschueren (foto rechts) in het stadscentrum met elkaar verbindt. Burgemeester Michiel Van Daele (CD&V):"Het is onder meer de bedoeling dat de toeristische troeven van Tielt erdoor versterkt wordt en dat er een link komt naar het toekomstige bezoekerscentrum in Mulle de Terschueren zodat dit ook een rustpunt wordt voor wandelaars en fietsers. In een tentoonstelling willen we drie elementen, zowel audiovisueel als qua sfeer, benadrukken die voor de regio kenmerkend zijn: het wijkschooltje als herinnering zoals er vroeger veel dergelijke schooltjes waren, de landbouw en de kloostergemeenschap die op sociaal vlak een grote impact had. Op het vlak van uitbating is er eventueel een beperkte horecafunctie mogelijk, maar daarover zijn nog geen beslissingen genomen."
Bron: Het Nieuwsblad - 23 maart 2006
door Tijl | Erfgoed | Reacties (0)
22 maart 2006
Honderden activiteiten rond kleur op zesde Erfgoeddag
Op zondag 23 april wordt de zesde editie van de Erfgoeddag georganiseerd. Er nemen 174 steden en gemeenten aan deel. Musea, archiefinstellingen en cultuurdiensten in Vlaanderen en Brussel zetten hun deuren open om de bevolking met het culturele erfgoed te laten kennismaken. Het thema is dit jaar 'In kleur', zowel in de letterlijke als in de figuurlijke betekenis. Het moet de historische dimensie van onze omgang met kleur en het verschil in kleurgebruik tussen vroeger en nu belichten.
Zo stelt het ModeMuseum in Antwerpen objecten uit de eigen collectie tentoon waarvan de kleur het typerende kenmerk is. Het stadsarchief van Geel behandelt de symboliek van de kleur geel door de eeuwen heen in de tentoonstelling "Geel bekent kleur". En de erfgoedcel Leuven onderzocht in hoeverre kleuren nog bepalend zijn voor groepen zoals jeugdbewegingen, voetbalclubs en studentenverenigingen.
Speciale aandacht gaat naar kinderen. Zowat 200 van de meer dan 800 gratis activiteiten zijn op hen gericht. De bibliotheek van Brugge organiseert een workshop over middeleeuwse handschriften en in het stadsarchief van Brugge kunnen kinderen hun eigen wapenschild ontwerpen en inkleuren. Het Museum voor Dierkunde van de Universiteit Gent organiseert een kinderatelier waar de jeugd door het oog van een insect kan kijken of oefeningen kan doen rond kleurenblindheid. Voor en na de Erfgoeddag kunnen kinderen tussen 8 en 12 jaar een kleur-doe-boekje (pdf) voor thuis ophalen in de openbare bibliotheek. In het boekje staan tips, weetjes en spelletjes over kleur.
Brussel zet Roemenië in de kijker op de Erfgoeddag. Het Belgisch-Roemeense huis Arthis organiseert een tentoonstelling rond Roemeense keramiek, een concert met Roemeense dansen en volksmuziek. Het Sinte-Katelijneplein wordt voor de gelegenheid omgetoverd tot een Roemeens marktplein waar specifieke Roemeense producten geproefd en gekocht kunnen worden. Omdat de Erfgoeddag samenvalt met het orthodoxe paasfeest, wordt in de Sinte-Katelijnekerk een orthodoxe mis gehouden.
Praktisch: Alle activiteiten van Erfgoeddag op zondag 23 april zijn gratis en lopen van 10 tot 18 uur. Meer informatie is terug te vinden op www.erfgoeddag.be of in de programmabrochure (pdf - 6,5 megabyte).
door Tijl | Evenementen | Reacties (0)
Veel volk op Nacht van de Geschiedenis
Volgens de organisatoren hebben gisterenavond 20.000 mensen deelgenomen aan de vierde Nacht van de Geschiedenis, een initiatief van het Davidsfonds. Op meer dan 200 plaatsen over heel Vlaanderen organiseerden heemkringen, musea, gidsenverenigingen en lokale Davidsfondsafdelingen initiatieven om geschiedenis opnieuw tot leven te brengen.
Tot de grootste publiekstrekkers behoorden vooral de activiteiten die de plaatselijke geschiedenis in de kijker zetten. Het aanbod aan activiteiten ging van rondleidingen, evocaties, geanimeerde wandeltochten, historische diners, tentoonstellingen, films, lezingen en theater tot spel en sport. Daarnaast werden op tal van plaatsen oude films over het vroegere plaatselijke leven getoond of zetten kastelen en musea de deuren uitzonderlijk 's avonds open.
Samen met de Nacht van de Geschiedenis werd ook de Nacht van de Historische Film georganiseerd. In de zes Vlaamse Kinepolisbioscopen werden daarom topfilms over beruchte verleiders vertoond. Ook televisiezender Canvas werkte mee en zond de historische film "Monsieur Klein" van Alain Delon uit.
In het restaurant Cleyn Seelant in Antwerpen konden geïnteresseerden ervaren hoe een etentje in de 18e eeuw ten tijde van de Verenigde Oostindische Compagnie verliep. Over dit historisch verantwoorde diner vind je overigens een filmpje op vrtnieuws.net.
door Tijl | Evenementen | Reacties (0)
21 maart 2006
Archeologisch onderzoek op Zuidwest-Vlaamse cisterciënzersites
Op zondag 26 maart nodigt Ten Duinen 1138 Philippe Despriet uit voor een aperitieflezing over het archeologische onderzoek naar de verdwenen cisterciënzersites in Zuidwest-Vlaanderen. Despriet is werfleider van de ‘Archeologische Stichting voor Zuid West Vlaanderen’.
Deze vzw, opgericht in 1974, verricht in samenwerking met het VIOE op vrijwillige basis archeologisch onderzoek in de regio van Kortrijk. De resultaten van de verschillende opgravingen en prospecties neemt de vzw op in hun jaarverslag en worden verwerkt in thema-monografiëen. Op regelmatige tijdstippen organiseert de vzw ook uitstappen en lezingen.
Praktisch: De lezing is een organisatie van Familiares de Dunis, en vindt plaats op zondag 26 maart om 10.30u in Abdijhoeve Ten Bogaerde, Ten Bogaerdelaan 12, Koksijde. Toegang: € 5,00 / € 4,00 leden Familiares de Dunis / € 3,00 abonnement.
Externe link: www.tenduinen.be
door Bart | Lezingen | Reacties (0)
Opgravingen Catharinakerk in Eindhoven: studenten gezocht
In Eindhoven graven archeologen al geruime tijd naar de resten van de 13de-eeuwse Catharinakerk. De vondsten leverden al veel gegevens op over de bouwgeschiedenis, de demografie en christelijke rituelen. Tegelijk onderzoeken genetici de gevonden skeletten om meer te weten te komen over een gen dat in de middeleeuwen tegen de pest beschermde. Vlaming Bart Van Der Veken, als archeoloog aan de slag in Eindhoven, laat ons weten dat studenten archeologie welkom zijn op de opgravingen.
Sinds 1989 worden omvangrijke delen van de middeleeuwse stadskern van Eindhoven (het huidige centrum). opnieuw ingericht. Eind 2006 zal de gedaantewisseling van de stadskern worden voltooid met de aanleg van het nieuwe Catharinaplein. In 2002 werd al een kleinschalige opgraving uitgevoerd op het pleintje voor de huidige Catharinakerk. Daarbij werden niet alleen bakstenen funderingen van de middeleeuwse kerk aangetroffen, ook een grote hoeveelheid menselijke skeletresten kwam aan het licht.
Daarop werd besloten tot een volledige opgraving, die in april 2005 van start ging. Intussen werden al veel gegevens verzameld over de stedelijke bevolking tussen 1225 en 1860. De funderingen van de kerk, het menselijk botmateriaal en bovenal de overige archeologische vondsten leveren veel gegevens over gevarieerde aspecten zoals bouwgeschiedenis, demografie en christelijke rituelen.
Daarnaast speelt ook een medisch onderzoek een rol. Dit onderzoek betreft een mutatie in het menselijke DNA die nu beschermt tegen HIV/Aids, maar in vroegere eeuwen ook tegen pest en pokken beschermde. Aangezien het hier om vele honderden individuen gaat, die een tijdspanne van ruim zes eeuwen beslaan, zal het in kaart brengen van de DNA-gegevens een complexe, maar uitdagende aangelegenheid worden.
Praktisch: De opgraving zal in de zomer van 2006 worden afgerond. Studenten zijn van harte welkom in de periode april tot en met juli. Wie bereid is om minstens twee weken deel te nemen aan de opgravingen, kan een aanvraag indienen bij Vanessa Jolink.
Bron en foto's: Archeologisch Centrum Eindhoven
door Tijl | Internationaal | Reacties (0)
Game over! Games en geschiedenis
Computerspellen zijn op korte tijd een belangrijk onderdeel geworden van de hedendaagse populaire cultuur. Veel van deze spellen zijn bovendien historisch geïnspireerd: van de meest rechtlijnige 3D shooters tot ingewikkelde strategiespellen. Over de voorstelling van de geschiedenis in computerspellen wordt op vrijdag 31 maart in Leiden een studiedag georganiseerd.
Volgens sommige onderzoekers zal de invloed van de computergames de komende jaren alleen maar verder groeien. Wat in ieder geval buiten kijf staat is dat computerspellen de laatste tien jaar zijn uitgegroeid tot ware audiovisuele spektakelstukken. Daarbij zijn de spellen ook steeds realistischer geworden, dat is wat de meeste ontwikkelaars ons willen doen geloven.
De studiedag op 31 maart valt uiteen in twee delen: 's ochtend is er een workshop, 's middags een symposium. Gedurende de workshop is het voor een kleine groep geïnteresseerden mogelijk om verschillende computergames uit te proberen en te evalueren op historische context. Tijdens de studiemiddag wordt stilgestaan bij verschillende aspecten aan het thema computergames en geschiedenis: geschiedenis van én in games, de authenticiteit en educatieve waarde daarvan en tenslotte ook de overwegingen die spelen bij het ontwerp van een historisch spel.
14.00 - 14.30 Introductie Geschiedenis in Games & evaluatie ochtend workshop - Luuk Schreven (NIWI)
14.30 - 15.15 Wat doet de jongen achter de computer, spelen of leren? Over games, historie en educatie - Connie Veugen (Vrije Universiteit)
15.15 - 15.45 De Parthen zijn gesneuveld, de Brit is overwonnen, ga spelen, Romeinen. Authenticiteit en educatieve waarde van Rome: Total War - Sander van Dorst (IBM / Gemina Project)
15.45 - 16.00 Koffiepauze
16.00 - 16.30 Wat valt er nou te leren aan een computerspelletje? - Jeroen van der Vliet (SNA)
16.30 - 17.00 Truth and Beauty - Balancing Entertainment and Authenticity in Historical Game Development - Iain Howe (Guerilla Games)
17.00 Discussie
De studiedag wordt georganiseerd door de Vereniging voor Geschiedenis en Informatica en de Stichting Nederlandse Archeologie.
Praktisch: Vrijdag 31 maart 2006. Faculteit Letteren, Universiteit Leiden, Cleveringaplaats 1, zaal 028 (gebouw 1175). Deelname is gratis, aanmelden via e-mail.
Afbeelding: Middeleeuws kasteel uit Stronghold2
door Tijl | Congressen | Reacties (0)
20 maart 2006
'Hoe achterhaal je de geschiedenis van een woning?'
Nu woensdag 22 maart geeft Maarten Van den Moorter, bouwhistoricus bij de dienst Monumentenzorg Mechelen, enkele handige tips om de geschiedenis van een (uw) woning te achterhalen. Archeoloog Raf Ribbens past de theorie toe in de praktijk. De Mechelse Vereniging voor Stadsarcheologie puzzelt al jaren de geschiedenis van enkele panden in het Paardenstraatje in elkaar.
Praktisch: De lezing kadert in de archeologische veertiendaagse ‘De stad onder je voeten. Archeologie in Mechelen’, en gaat door aanstaande woensdag 22 maart om 20.00u in zaal Herten Aas van het Erfgoedcentrum Lamot (Mechelen). De toegang is gratis. Voor het volledige activiteitenprogramma van de archeologische veertiendaagse kan u terecht op Archeoweb Mechelen.
Foto: Het Hooghuys in het Mechelse Paardenstraatje
door Bart | Lezingen | Reacties (0)
Archeologen vinden eeuwenoude hanger in Sint-Oedenrode
Bij archeologisch onderzoek in het centrum van Sint-Oedenrode, niet zo ver over de Nederlandse grens, is een bijzonder sieraad opgegraven. Het gaat om een ovaal geslepen halfedelsteen (amethist) waarin een hoofd is uitgesneden, gezet in een gouden vatting. De steen dateert uit de Griekse oudheid (3de of 2de eeuw voor Christus) en is rond het jaar 1000 na Christus in een gouden montuur gezet. Wellicht stelt de steen de god Apollo voor.
De gouden hanger is een unicum. Het zou om een halssieraad kunnen gaan maar het is ook niet uitgesloten dat het deel heeft uitgemaakt van de kerkschat van Sint Oda.
Het sieraad is één van de vele vondsten die tijdens een grootschalig archeologisch onderzoek naast de Martinuskerk in Sint-Oedenrode zijn gedaan. De opgravingen, die totaal een half jaar hebben geduurd, zijn in opdracht van de gemeente Sint-Oedenrode uitgevoerd door bureau BAAC uit ’s-Hertogenbosch en worden half maart 2006 afgesloten. Daarna wordt op het terrein begonnen met de bouw van een appartementen- en winkelcomplex.
Tijdens het onderzoek zijn de resten gevonden van een omvangrijk burchtterrein waar rond 1100 de Heren van Rode resideerden. De versterking van deze lokale machthebbers bestond uit tenminste twee naast elkaar gelegen omgrachte terreinen. Hier stond onder meer de tufstenen Sint-Odakerk waarin het gebeente van de heilige Oda werd bewaard. Daarnaast zijn sporen aangetroffen van grote houten zaalgebouwen, boerderijen, schuren, een smidse, en opslagplaatsen voor graan. In de diepe grachten werden duizenden vondsten aangetroffen die ons een beeld geven van het leven op de burcht tussen 1000 en 1200 zoals huisraad, etensresten, gereedschap en enkele siervoorwerpen.
Externe link: Opgravingen Sint-Oedenrode
door Tijl | Internationaal | Reacties (0)
19 maart 2006
Noodopgraving in Erps-Kwerps zoekt vrijwilligers
Wie nog op zoek is naar een nuttige bezigheid voor de paasvakantie, kan misschien in het Vlaams-Brabantse Erps-Kwerps (Kortenberg) terecht. De Archeologische Werkgroep Kortenberg (AWK) voert immers gedurende enkele dagen in de paasvakantie een noodopgraving uit op een terrein vlakbij de Villershof-site. Voor deze opgraving is men nog op zoek naar een aantal vrijwilligers.
Het gaat om een terrein waarop vanaf augustus bouwwerken van start gaan. De plaats ligt op 100 meter ten westen van de site 'Villershof', waar in 2004 ook al archeologisch noodonderzoek werd uitgevoerd, onder leiding van Johan Hoorne. Daarbij werden sporen uit de ijzertijd, de vroege middeleeuwen en de volle middeleeuwen gevonden. De resultaten van dit onderzoek zijn overigens nog tot 9 april te bezichtigen op de tentoonstelling 'Leven en dood op het Villershof' in het gemeentehuis van Kortenberg.
Het geplande onderzoek loopt in principe tussen maandag 3 en maandag 17 april. De juiste dagen worden nog doorgegeven. Hou er wel rekening mee dat, wanneer in een vroeg stadium van het onderzoek geen archeologische sporen blijken aanwezig te zijn, de opgravingen voortijdig worden stopgezet.
Er wordt gegraven van 9 tot 17u. Er is geen mogelijkheid tot overnachting. De plaats van het gebeuren (Kammestraat 50) is gemakkelijk bereikbaar vanuit Leuven en Brussel via het openbaar vervoer:
- Trein : halte Kortenberg (15 minuten stappen)
- Bus (lijn 352) : halte Erps-Kwerps – Curegemstraat (5 minuten stappen)
Contact Walter Sevenants (02/759.25.41)
Deze en andere oproepen voor vrijwilligers en/of studenten vind je ook op de vrijwilligers-pagina van ArcheoNet.
door Tijl | Opgravingen | Reacties (0)
18 maart 2006
Leuvense opgravingen in Soedan werpen nieuw licht op Paleolithische economie
De Nijlvallei zou 200.000 jaar geleden al een complex systeem van economische specialisatie gekend hebben. Dat concluderen de Leuvense prehistorici Veerle Rots en Philip van Peer op basis van de gebruikssporen op Midden-Paleolithische werktuigen die ze vonden bij opgravingen in Soedan. Ze publiceerden hun bevindingen deze maand in het vaktijdschrift 'Journal of Archaeological Science'.
De Eenheid Prehistorische Archeologie van de K.U.Leuven voert al jaren opgravingen uit in Egypte en Soedan. In het kader van deze opgravingen concentreert post-doctoraal onderzoekster Veerle Rots zich op een functionele analyse van het lithisch materiaal van verschillende sites in Noordoost-Afrika. Een belangrijke methode om de functie van dergelijke lithische artefacten te bepalen is het microscopisch gebruikssporenonderzoek.
De nieuwe onderzoeksresultaten zijn gebaseerd op recente vondsten op de site 8-B-11 op het Sai eiland in het noorden van Soedan (klik op de kaart voor een grotere versie). De overgang van Oud- naar Midden-Paleolithicum kon op deze site gedateerd worden tussen 220.000 en 180.000 jaar geleden. De lithische artefacten kunnen toegeschreven worden aan de Sangoaan-complex.
Bij de opgravingen op de site werden verschillende goed bewaarde kernbijlen gevonden in een gesloten, primaire context. Deze kernbijlen, uit de vroegste periode van het Midden-Paleolithicum, verschillen zowel qua morfologie als productietechniek sterk van de vuistbijlen uit het Acheuliaan. Dergelijke kernbijlen worden door prehistorici vaak in verband gebracht met houtbewerking. Er bestaat echter maar weinig experimenteel onderzoek rond deze hypothese.
Voor haar onderzoek bestudeerde Veerle Rots de gebruikssporen op 48 kernbijlen. De meeste ervan werden uit kwarts vervaardigd, een ruwe en sterk reflecterende steensoort die de microscopische analyses enigszins bemoeilijkte. Toch was de bewaringstoestand van de artefacten goed genoeg om verschillende sporen van gebruik te onderzoeken. Ook konden de slijtagepatronen vergeleken worden met een referentiecollectie van zo'n 400 artefacten uit silex en kwarts, en met de experimentele resultaten van het gebruik van dergelijke bijlen om oker te exploiteren.
De analyse maakte een gedetailleerd inzicht in de levenscyclus van de werktuigen mogelijk. Het werd duidelijk dat de meerderheid van de kernbijlen nooit gebruikt was en reeds tijdens de vervaardiging waren weggegooid omwille van productiefouten. De meeste gebruikte bijlen waren gemaakt uit niet-lokale grondstoffen. Alle onafgewerkte bijlen daarentegen bestonden uit kwarts, dat in de omgeving van de site beschikbaar was. Deze vaststellingen wijzen duidelijk in de richting van een gespecialiseerde site voor de productie kernbijlen in kwarts. Ook de ruimtelijke verspreiding van het materiaal, zonder echte clusters van debitage-afval, ondersteunt deze hypothese. Buiten de kwartsbewerking blijkt op de site slechts een beperkt aantal andere activiteiten plaatsgevonden te hebben.
De studie van de slijtage maakte ook duidelijk dat de bijlen geschacht werden. Dit vormt een belangrijk verschilpunt tussen het Sangoan-complex en de gelijktijdige vuistbijlen van het late Acheuleaan. De idee dat schachting werd toegepast in het Midden-Paleolithicum is niet nieuw, maar de hypothese werd nog nooit bewezen door slijtagesporen. Pas door het doctoraatsonderzoek van Rots werd duidelijk dat schachting specifieke sporen achterlaat op de artefacten, en dat zo een onderscheid kan gemaakt worden met werktuigen die in de hand werden gehouden.
De slijtagesporen wijzen erop dat de kernbijlen gebruikt werden op vrij hard materiaal. Rots denkt hierbij bijvoorbeeld aan de ondergrondse exploitatie van lithisch materiaal of ijzeroxide, en niet, zoals vroeger werd aangenomen, houtbewerking. Er werden geen sporen van oker teruggevonden op de bijlen.
De productie, het schachten en de gebruikssporen van de bijlen wijzen op opmerkelijk verfijnde technologieën. De gegevens tonen aan dat het Sangoan-complex de archeologische reflectie is van een complex gedragssysteem met economische specialisatie dat in dit deel van Afrika voor het eerst rond 200.000 jaar geleden verscheen. Zo werd het duidelijk dat kernbijlen in andere materialen dan kwarts op andere gespecialiseerde sites werden vervaardigd, en dat de artefacten over relatief grote afstanden werden vervoerd. Hoe groot dit gebied precies was zou moeten blijken uit een meer gedetailleerd onderzoek naar de herkomst van de materialen.
Naast een economische specialisatie vond er mogelijk ook een verdeling van de arbeid plaats. Deze nieuwe gegevens tonen aan dat het verschijnen van een "moderne" ecoomische orginasatie in dit deel van Afrika veel vroeger is dan het Nubische complex en teruggaat tot zo'n 200.000 jaar geleden.
Bron: Veerle Rots & Philip Van Peer. 2006. Early evidence of complexity in lithic economy: core-axe production, hafting and use at Late Middle Pleistocene site 8-B-11, Sai Island (Sudan). Journal of Archaeological Science 33: 360-371.
Afbeeldingen: © Eenheid Prehistorische Archeologie K.U.Leuven
door Tijl | Internationaal | Reacties (0)
17 maart 2006
Vlaanderen en Nederland debatteren over cultureel erfgoed in Den Haag
Vlaamse en Nederlandse erfgoedorganisaties hebben vandaag in de Tweede Kamer in Den Haag een bijeenkomst gehouden over cultureel erfgoed en hoe op dat vlak concreter samen te werken. De conferentie vormde het sluitstuk van maanden bilateraal overleg, onder meer over de uitwisseling van erfgoed en de indemniteitsregeling. Een algemene kaderovereenkomst over de uitwisseling van bijvoorbeeld schilderijen is nog in de maak, maar bestaat al gedeeltelijk op bilateraal niveau.
Zo is er bijvoorbeeld al een concrete samenwerking tussen het KMSK (Museum voor Moderne Kunst) in Brussel en het Rijksmuseum in Amsterdam, zegt Hans Martens, raadgever Cultuur op het kabinet van minister Anciaux.
De indemniteitsregeling is een systeem van staatswaarborg bij grote tentoonstellingen, waarbij de staat zich bijvoorbeeld garant stelt bij schade. In Groot-Brittannië en Nederland is zo'n indemniteitsregeling al van kracht. Vlaanderen bestudeert wat de mogelijkheden hier zijn.
De conferentie van vandaag werd voorbereid door vier werkgroepen: Roerend Erfgoed, Onroerend Erfgoed, Onderwijs en Vorming en Publieksbereik en Ontsluiting. De werkgroepen toetsten hun bevindingen aan de visie van de aanwezige ambtenaren en erfgoedorganisaties. Deze punten worden vervolgens in kaart gebracht en als beleidsadviezen aan de bevoegde ministers overgemaakt, respectievelijk Vlaams minister van Cultuur Bert Anciaux en de Nederlandse minister Maria van der Hoeven. Nederland heeft ook nog een staatssecretaris voor Cultuur, Mark Rutte.
In het kader van het Vlaams-Nederlands Cultureel Verdrag kunnen overigens ook interregionale archeologische projecten gesubsidieerd worden.
Externe link: Commissie Cultureel Verdrag Vlaanderen-Nederland
Bron: Belga
door Tijl | Internationaal | Reacties (0)
Deklassering beschermd dorpsgezicht Hansbeke?
In de Oost-Vlaamse gemeente Nevele krijgt de bescherming van het dorpsgezicht van Hansbeke tegenwind. De liberale schepen van Patrimonium vindt dat de bescherming een negatief effect heeft op de verfraaiing van het dorp en stelt zich vragen bij de "baronie van Monumenten en Landschappen". De lokale erfgoedwerkgroep WENDE volgt de discussie rond een eventuele deklassering intussen met argusogen op.
Nevele wil de bescherming van het dorpsgezicht van deelgemeente Hansbeke laten onderzoeken. De volledige dorpskom is in 1981 beschermd. Dat zou vaak een negatief effect hebben op de verfraaiing van het dorp. "Er is heel wat vertraging voor mensen die willen renoveren," zegt schepen van Patrimonium Jef D'hondt (VLD). "Door de zone waarin ze vallen moeten ze heel strikt de adviezen van Monumenten en Landschappen volgen in de bouwvergunning, waarbij die adviezen bindend zijn. Ik stel de vraag of die baronie van Monumenten en Landschappen wel kan. Er is ook nog de gelijkberechtiging van de burger."
Volgens de afdeling Monumenten en Landschappen heeft de bescherming wel degelijk zin, om niet alleen de monumenten zelf maar ook hun omgeving te behouden. De dienst geeft wel toe dat dorpsgezichten nu nog maar zelden worden beschermd, omdat dat moeilijk werkbaar is. Alleen de minister kan de bescherming van de dorpskom ongedaan maken, maar dat is in heel Vlaanderen tot nu toe nog nooit gebeurd.
De Werkgroep Erfgoed Nevele en Deelgemeenten (WENDE) informeert zich momenteel over de mogelijke aanvraag tot deklassering van de dorpskom van Hansbeke. "Indien de aanvraag er komt, zullen wij de bevolking oproepen tot de nodige acties," luidt het. Ook wil WENDE samenwerken met zo veel mogelijk andere verenigingen om de deklassering tegen te gaan.
Externe link: WENDE
Bron: vrtnieuws.net
door Tijl | Erfgoed | Reacties (0)
Reis naar de prehistorie van de Balearen
Veel mensen kennen Mallorca slechts als een vakantiebestemming voor massatoerisme en associëren het eiland met zon, zee en strand. De Balearen hebben echter veel meer te bieden. In september neemt Mark Van Strydonck (KIK) u graag mee op een achtdaagse cultuurreis naar Mallorca, met speciale aandacht voor het monumentale verleden van het eiland.
Mark Van Strydonck is ingenieur bij het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium te Brussel waar hij gespecialiseerd is in dateringen. Hij is auteur van het boek 'Monumentaal & Mysterieus, een reis door de prehistorie van de Balearen'. Zowel vanuit zijn professionele activiteiten als vanuit zijn persoonlijke interesse, bezocht hij het eiland reeds tientallen keren.
Praktisch: De reis is gepland voor 13-20 september 2006. Voor het volledige programma en bijkomende informatie verwijzen we naar de website van het F.V.K. Rodenbachfonds (Gent) of dit pdf-document.
door Bart | Varia | Reacties (0)
16 maart 2006
Mummies uit de doeken
Een van de meest tot de verbeelding sprekende collecties van het Jubelparkmuseum in Brussel is ongetwijfeld de verzameling mummies uit het Oude Egypte. Op donderdag 23 maart ontrafelt Greet Van Deuren de fascinerende rituelen rond mummificatie en begraving tijdens Broodje Brussel.
Tijdens de lezing op 23 maart kom je alles te weten over amuletten, grafgiften, versierde sarcofagen en kanopenkruiken. Speciale aandacht is er voor de nieuwe scantechnieken die een schat aan unieke gegevens opleveren.
Praktisch: donderdag 23 maart om 12u30 in het Jubelparkmuseum, Jubelpark 10, 1000 Brussel. € 3. Vooraf inschrijven is noodzakelijk: 02 741 72 14 of via e-mail.
door Tijl | Lezingen | Reacties (0)
Junior archeoloog gezocht in Opwijk
De gemeente Opwijk (Vlaams-Brabant) is momenteel op zoek naar een junior archeoloog voor een kleinschalige opgraving. Het onderzoek kadert in de herinrichting van de zone rond het jeugdhuis Nijdrop, in het hart van Opwijk, waarbij het archeologisch bodemarchief zal aangetast worden. Het project zal twee maanden duren. Solliciteren kan nog tot 7 april.
De gemeente Opwijk levert sinds enige maanden de nodige inspanningen om het eventueel aanwezige archeologisch patrimonium bij de herinrichting te vrijwaren. Eind vorig jaar voerde de Afdeling Monumenten en Landschappen een prospectie uit op de terreinen. Daaruit bleek dat een kleinschalige opgraving noodzakelijk was.
Concreet werd enkel de sleuf die het dichtst bij de bestaande Nijdrop is gelegen, weerhouden als zijnde "historisch interessant". Zoals beschreven in het rapport "…werden oudere structuren teruggevonden in combinatie met grondsporen in verschillende gelaagdheden. Het gaat hierbij vrijwel zeker om een gracht, met daarin een kuil met houten beschoeiing. Uit de gracht kwam enkel gereduceerd gebakken aardewerk. Dit aardewerk komt voor van de 13de tot de 15de eeuw. Tegen de gracht aan staat een bakstenen structuur die er duidelijk verband mee houdt."
Bedoeling is om nu deze proefsleuf verder te onderzoeken: één maand wordt voorzien voor het terreinwerk, waarna nog één maand voor de rapportering is gepland. Het onderzoek zal plaatsvinden tussen half april en eind juni.
Meer info: download de volledige vacature (pdf).
door Tijl | Vacatures | Reacties (0)
15 maart 2006
Preserving Archaeological Remains in situ 3 (PARIS3)
In december 2006 zal het derde PARIS Symposium georganiseerd worden door het Instituut voor Geo- en Bioarcheologie (IGBA) aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. PARIS staat voor 'Preserving Archaeological Remains in situ'. Zeker sinds het Verdrag van Valetta is het bewaren en behouden van archeologische resten in situ is een belangrijke discipline binnen de archeologie geworden.
Dit betekent dat archeologische sites actief onderhouden moeten worden, in plaats van hen aan de natuur over te laten. Door deze nieuwe ontwikkelingen dringen zich ook nieuwe vragen zich op. Hoe snel degraderen archeologische resten en sporen in de bodem? Welke maatregelen kunnen we nemen om het duurzaam behoud van archeologische sites te promoten? In de afgelopen twee decennia is duidelijk geworden dat dergelijke vragen niet gemakkelijk te beantwoorden zijn.
Onderzoek over het behoud van archeologisch erfgoed in situ is voornamelijk gestart in Groot-Brittannië. Vele resultaten werden al gepresenteerd tijdens de eerste twee PARIS Symposia, georganiseerd door English Heritage, de Universiteit van Bradford en het Museum of London Archaeology Service.
Van 7 tot 9 december zal het derde PARIS Symposium nu dus georganiseerd worden aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.
Meer info: Alle informatie over de inhoud van het symposium en de registratie vind je op PARIS3-website. Contact opnemen met de organisatie kan ook per e-mail.
Aansluitend artikel: Nieuwe studie pleit voor "archeologie-vriendelijk" bodemgebruik
Foto: De conservatie van een Romeins schip in Vleuten - De Meern (Nederland)
door Tijl | Congressen | Reacties (0)
Houthulst huldigt Duitse V1-basis in als toeristische attractie
Gisterenavond werd in het West-Vlaamse Houthulst de Duitse V1-basis uit de Tweede Wereldoorlog ingehuldigd als toeristische attractie. De basis werd in 1944, kort voor de bevrijding, in opdracht van de Duitse bezetter gebouwd met het oog op de lancering van V1-bommen op Londen, maar geen enkele bom werd er ooit afgevuurd. De toeristische dienst vzw De Boot legde de basis helemaal bloot.
De lanceerbasis werd op het einde van WO II door Russische krijgsgevangenen gebouwd in het bos van Houthulst. Bedoeling was om er V1-bommen met een straalmotor en een bereik van 250 kilometer, op Londen af te vuren. De Duitse bezetter koos Houthulst als locatie omdat de basis in het Vrijbos in Houthulst makkelijk te camoufleren was.
Uiteindelijk werd er van de basis echter geen enkele bom afgevuurd, onder andere omdat het verzet de locatie van de basis vrij snel ontdekte. Daarop volgde een geallieerd bombardement, dat ook voor de nabijgelegen dorpskern van Houthulst dramatische gevolgen had.
In totaal wou de bezetter 36 dergelijke lanceerbasissen bouwen in Vlaanderen. Er zijn echter nog maar een viertal basissen bewaard. De lanceerbasis in Houthulst bleef zestig jaar onder de humus verborgen, tot vzw De Boot, een publiek-private samenwerking voor toeristische promotie, besloot om van de basis een toeristische attractie te maken.
Volgens vzw De Boot is geen enkele lanceerbasis zo makkelijk toegankelijk als die van Houthulst. Op de site is het betonnen plateau met gaten voor de lanceerconstructie duidelijk zichtbaar.
Foto's: © vzw De Boot
Bron: Belga
door Tijl | Varia | Reacties (0)
Nacht van de Geschiedenis
Op dinsdag 21 maart vindt de vierde editie van de Nacht van de Geschiedenis plaats. In heel Vlaanderen worden er uiteenlopende activiteiten (lezingen, tentoonstellingen, kwissen, wandelingen, filmvoorstellingen,...) georganiseerd die op één of andere manier verbonden zijn met 'geschiedenis'.
Het aanbod van meer dan 220 activiteiten bevat dan ook een aantal lezingen met specifiek archeologische inslag. Wij maakten een snelle selectie, maar bekijk zeker ook het volledige programma.
* IEPER: Ieper in de middeleeuwen (Marc Dewilde)
* INGOOIGEM: Veni, vidi, vici (Bernard Van Daele)
* KEMMEL: Heuvelland onder de grond 1914-1918 (Franky Bostyn)
* KUURNE: De vrouw in de prehistorie (Peter Van der Plaetsen)
* OOSTKAMP: De Oudegyptische piramiden (Marleen Reynders)
* BAZEL: De St.-Pieterskerk in Bazel (De Ghesellen van Sint-Pieter)
* KNESSELARE: Opgravingen uit de Romeinse tijd in Knesselare (Kale - Leie Archeologische Dienst)
* OUDENAARDE: Ottoonse kerk van Ename
* OUDENAARDE: Een middeleeuwse striptease (Isis Sturtewagen en Bertus Brokamp)
* ST.-GILLIS-WAAS: Bezoek aan fossielenmuseum ‘Huis van de evolutie’
* TEMSE: Archeologie. Een ontdekkingstocht (Inge Baetens)
* KAPELLEN: China, van oudheid tot nu (Jef Abbeel)
* KONTICH: De hospitaalridders van Malta (René della Faille)
* ST.-AMANDS: De Kaaiboer vertelt: 'de molen in de geschiedenis'. De historie van de steenoven (Filip Hooghe)
* ST.-KATELIJNE-WAVER: Katelijnse kastelen spreken (Sally Scherens en Jan vander Kuylen)
* BRUSSEL: Woelen in vergeten ondergrond
* LENNIK: Het Kasteel van Gaasbeek en de middeleeuwse ‘revival’ (Herman Cornelis)
* HASSELT: Kelten en de Lage Landen (Herman Clerinx)
* TONGEREN: De restauratie van de O.L.V.-Basiliek (Alain Vanderhoeven)
* ZONHOVEN: De Prehistorie in Zonhoven (Piet Vermeersch)
door Bart | Evenementen | Reacties (0)
14 maart 2006
Lezing 'Van Gasthuis tot Ziekenhuis'
Op dinsdag 21 maart 2006 geeft dr. Jaak Ockeley een voordracht over het Brugse Sint-Janshospitaal. In de causerie wordt ondermeer ingegaan op de evolutie van gasthuis naar ziekenhuis, en de infrastructuur van een hospitaal doorheen de eeuwen, inclusief het medisch personeel. De spreker heeft het dus naast de medische mogelijkheden en tekortkomingen ook over de zusters, chirurgijnen en geneesheren, maar anderzijds ook over de patiënten: arme zieken, barende vrouwen, leprozen, soldaten, ...
Jaak Ockeley is doctor in de letteren en wijsbegeerte (geschiedenis). Hij promoveerde in 1990 aan de KULeuven met het proefschrift “De gasthuiszusters en hun ziekenzorg in het aartsbisdom Mechelen in de 17de en 18de eeuw. Bijdrage tot de studie van de actieve vrouwelijke kloostercongregaties”. Deze oud-leraar geschiedenis aan het Koninklijk Atheneum te Assebroek en oud-lector geschiedenis en departementshoofd in de Erasmushogeschool Brussel is thans wetenschappelijk medewerker bij het Algemeen Rijksarchief te Brussel en voorzitter van de provinciale commissie cultureel erfgoed provincie Vlaams-Brabant.
Praktisch: De lezing is een organisatie van VSMB (Vrienden Musea Brugge) i.s.m. Musea Brugge. Ze vindt plaats op dinsdag 21 maart om 14.30u, in de Vriendenzaal, Dijver 12, 8000 Brugge. De toegang bedraagt € 2,50 (gratis voor leden Vrienden Musea Brugge).
door Bart | Lezingen | Reacties (0)
Netwerk van versterkte historische steden wint Gulliver 2006
Het project 'Versterkte Steden', dat de bewogen geschiedenis van de Westhoek reconstrueert voor wandelaars met en zonder handicap, heeft de Gulliver 2006 gewonnen. Met deze prijs wil Vlaams minister van Toerisme Geert Bourgeois een prijs voor toegankelijk toerisme toekennen. In het winnende project staan de versterkingen van negentien steden centraal. De steden liggen in het Engelse graafschap Kent, het noorden van Frankrijk en Vlaanderen.
De Gulliver, genoemd naar een romanpersonage van Jonathan Swift, wordt tweejaarlijks uitgereikt door het Infopunt Toegankelijk Reizen. Deze dienst van Toerisme Vlaanderen biedt reisinformatie voor personen met een handicap en toegankelijkheidsinformatie voor de toeristische sector in Vlaanderen. De prijs gaat telkens naar een inspirerend toeristisch initiatief dat toegankelijk is voor iedereen, met of zonder handicap.
Winnaar 'Versterkte Steden' is een grensoverschrijdend netwerk dat negentien historische, versterkte steden uit West-Vlaanderen, Nord/Pas-de-Calais (F) en Kent (GB) verenigt. In de Westhoek werken Ieper, Menen, Veurne, Lo en Nieuwpoort mee. Hierbij ontwikkelde de dienst Cultuur en Erfgoed van de provincie West-Vlaanderen 6 wandelingen voor het brede publiek. Westkans, een bureau voor toegankelijkheidsadvies, hielp om deze ook voor personen met een handicap toegankelijk te maken.
De wandelpaden leiden de bezoekers langs burchten, vestingen en verdedigingstorens die herinneren aan het roerige verleden van deze grenssteden. Elk parcours wordt beschreven in een fraaie brochure met extra nuttige informatie voor rolstoelgebruikers, gezinnen die met de kinderwagen op stap zijn of voor wie minder goed te been is. Op enkele plaatsen zijn bijkomende aanpassingen aangebracht voor blinden en slechtzienden.
"Nog te vaak worden maatregelen voor de fysieke toegankelijkheid voor personen met een handicap, als een extraatje of een optie beschouwd. Nochtans is het een basisvereiste voor elke toeristische uitbating. Dit staat dan ook centraal in mijn toerismebeleid. Ik ben blij te kunnen vaststellen dat steeds meer toeristische ondernemers de ban doorbreken en ook toegankelijk willen zijn voor personen met een handicap," aldus minister Bourgeois in een persmededeling.
Externe link: www.fortifications.org
door Tijl | Varia | Reacties (0)
Boesinghe: The Forgotten Battlefield
In de Westhoek worden er elk jaar nog vele lichamen teruggevonden van soldaten die sneuvelden in de Eerste Wereldoorlog. Deze avond laat wordt op Canvas nog eens de BBC-documentaire 'Boesinghe: The Forgotten Battlefield' getoond. De documentaire belicht het werk van De Diggers, een groep amateurarcheologen die in hun vrije tijd in de Westhoek overblijfselen uit De Groote Oorlog blootleggen.
De Diggers zijn al sinds de jaren tachtig bezig met het zoeken naar oorlogsrelicten, maar in 2000 legden ze zich toe op Duitse en Britse loopgraven op de uitbreiding van het industrieterrein Ieperleekanaal in Boezinge.
De Diggers kwamen in 2000 ook op een negatieve manier in het nieuws, na een documentaire van de Britse commerciële omroep ITV ('Battlefield Scavengers'), die gretig werd uitgesmeerd in de Britse tabloids. Ze werden er gebrandmerkt als lijkenpikkers en aasgieren die de persoonlijke bezittingen van gesneuvelde soldaten roofden en er handel in dreven. De Broadcasting Standards Commission, een instelling die waakt over de deontologie in radio- en tv-programma's in het Verenigd Koninkrijk, oordeelde later over deze documentaire dat ze ongegrond was.
Deze BBC-documentaire heeft echter niets te maken met die van de commerciële zender. De BBC maakte er een bijna militair-historisch detectiveverhaal van dat toont hoe De Diggers werken en met welke raadsels ze vaak te maken krijgen. Wat doet Russische munitie bijvoorbeeld in een gebied waar nooit Russische soldaten vochten? Vanwaar komen de Britse gasgranaten, terwijl het toch de Duitsers waren die er gas gebruikten? En hoe komt het dat er van de 123 gevonden lichamen slechts één geïdentificeerd kon worden?
Praktisch: Canvas, dinsdag 14 maart 2006, 23.55-0.45 uur.
Externe link: Boesinghe: The Forgotten Battlefield (BBC)
Bron: De Standaard - 14 maart 2006
door Tijl | Varia | Reacties (0)
13 maart 2006
Unieke grafkelders in Laken worden gerestaureerd
De ondergrondse gang met graven op het kerkhof van Laken wordt gerestaureerd. De stad Brussel trekt er vijf miljoen euro voor uit. Bedoeling is dat de galerij na de restauratie opnieuw toegankelijk wordt. Het kerkhof van Laken ligt rond de Onze-Lieve-Vrouwekerk met de koninklijke crypte en bevat heel wat monumentale graven.
Ondergrondse grafgalerijen zoals in Laken zijn zeldzaam in de hele wereld. In 1875 werden de plannen uitgewerkt door de latere burgemeester Emile Bockstael. Hij had dit soort bouwwerken gezien in Madrid, Brescia en in Portugal. Enkele grote Brusselaars liggen begraven in de galerij. Emile Bockstael rust in het monument dat hij zelf liet bouwen, naast andere bekende namen zoals Poelaert, Van Volxem of Vaxelaire.
Tot de Tweede Wereldoorlog werden de galerijen uitgebreid, maar vandaag zijn ze in zwaar verval en is de restauratie van dit beschermd monument nodig. De galerij wordt nu waterdicht gemaakt, de kapotte graven worden hersteld en ook de ramen worden vervangen. Zo kunnen de nabestaanden hun dierbare overledenen weer bezoeken, en kan het monument na twintig jaar weer open voor het publiek.
De kosten zijn voorlopig op ruim 4,3 miljoen euro geschat. De werken zouden in het najaar beginnen en zes maanden duren.
Bron en foto: © TV Brussel
door Tijl | Erfgoed | Reacties (0)
Ieper à la Carte
Vrijdag werd het boek Ieper à la Carte voorgesteld en tegelijkertijd opende de gelijknamige tentoonstelling in het Stedelijk Museum van Ieper. Het Stadsarchief en het Stedelijk Museum bezitten een unieke collectie historische kaarten en plannen uit de 16de, 17de, 18de en 19de eeuw. De verzameling is weinig gekend bij het grote publiek. Nochtans bevat het cartografisch materiaal een schat aan informatie over de geschiedenis van de stad en de kunst van het karteren. Ieper à la Carte laat u kennismaken met de vele grote en kleine geschiedenissen die in het kaartmateriaal besloten liggen.
Iedereen kent de vestingen van Ieper, maar weinig mensen zijn vertrouwd met het papieren erfgoed dat ermee verbonden is. In het Stadsarchief en het Stedelijk Museum wordt een unieke collectie historische kaarten en plannen uit de 16e, 17e, 18e en 19e eeuw bewaard. Met een boek en een tentoonstelling geeft de stad deze collectie de aandacht die ze verdient.
In het boek Ieper à la Carte komen verschillende verhaallijnen samen. Heel wat kaarten zijn gemaakt uit militair-strategische overwegingen, als hulpmiddel bij de uitwerking van een goed aanvals- of verdedigingsplan voor de stad. De evolutie in de uitbouw van de vestingstad is gemakkelijk te volgen aan de hand van opmerkelijke landschapselementen. De vestingmuur, de uterste veste, de grachtengordel, overstromingsgebieden, het glacis, naderingsloopgraven… Ooit zijn ze voor het eerst op de kaart verschenen maar de veranderingen die ze in de loop van de eeuwen hebben ondergaan zijn minstens even sprekend. Ieper à la Carte vat zo tien eeuwen Ieperse vestinggeschiedenis samen.
Toch documenteren de kaarten niet alleen vestingbouwkundige ingrepen en veldslagen. Er valt ook heel wat op te zien over het sociaal-economische, het religieuze of het culturele leven in de vestingstad. De groei en bloei van Ieper, het belang van religieuze ordes, de manier waarop de stad werd gepercipieerd… Het zijn allemaal thema’s die zijdelings worden aangeraakt. Het is immers niet toevallig dat cartografen zo vaak de neiging hadden om kerken en de lakenhalle te groot af te beelden en dat vraagt een woordje uitleg.
Maar Ieper à la Carte heeft het vooral ook over de kaarten zelf, over de kaartmakers en over de cartografie. Hoe evolueerde deze discipline? Wie was er betrokken bij het maken en het verspreiden van kaarten? Welke conventies werden er gehanteerd? Wanneer deden de typische kaartsymbolen als de windroos of de schaalstok hun intrede? Oude kaarten vragen een andere lezing dan de kaarten van vandaag. De ‘A la Carte’-stukken aan het einde van ieder hoofdstuk gaan verder in op zulke thema’s.
Praktisch:
ANN VANROLLEGHEM. 2006. Ieper à la Carte, de Ieperse vestingen in kaart gebracht. Ieper, Erfgoedcel Ieper, 256p.
Ieper à la Carte kost €20 en is te koop in het Stadsarchief, het Stedelijk Museum en de Dienst Toerisme van Ieper. Je kan het boek ook via de post bestellen bij de Erfgoedcel Ieper (+ €3,7 verzendingskosten).
Ieper a la carte - de tentoonstelling - 10/03/06 t.e.m. 14/05/06
Op de tentoonstelling kan je de authentieke stukken bekijken uit de collectie van het Stedelijk Museum: hele mooie exemplaren die maar zelden de depots verlaten.
door Jeroen | Publicaties | Reacties (0)
3D-technologie in de culturele sector
De nieuwste geavanceerde 3D-technologie biedt fascinerende perspectieven voor het documenteren van culturele objecten en communicatie naar het brede publiek. Daarom wordt op dinsdag 28 maart in Antwerpen een studienamiddag rond specifieke toepassingen van 3D-technologie in de culturele sector georganiseerd. Deze toepassingen worden geïllustreerd met voorbeelden uit binnen- en buitenland.
Tijdens deze namiddag krijgt u een schat aan informatie over de verschillende hands-on technieken voor het opnemen van 3D visuele data, bijvoorbeeld laserscanning of fotogrammetrie, modellering en meshing van de puntwolk, rendering van kleur en textuur, 3D-reconstructie (bijvoorbeeld in CAD), en 3D-presentatie die zowel realistisch als interactief kan genoemd worden. De sprekers behandelen concrete case studies, waaronder de Spaanse wallen aan de Leien in Antwerpen, de Ename-site in Oudenaarde (afbeelding), de site van Pompeii en de Carolus Borromeuskerk in Antwerpen.
Bovendien krijg je een unieke gelegenheid om contacten te leggen met “wie is wie” op het vlak van culturele toepassingen van 3D in Vlaanderen. Deze studienamiddag richt zich tot architecten, restauratiebedrijven, archeologen en culturele historici, alsook tot instellingen en kenniscentra actief in de culturele sector.
Praktisch: Dinsdag 28 maart 2006 van 13.30 uur tot 17.00 uur in de gebouwen van Voka - Kamer van Koophandel Antwerpen-Waasland, Markgravestraat 12, 2000 Antwerpen. Het volledige programma vind je hier. Inschrijven is gratis en kan via deze link.
Afbeelding: visualdimension.be
door Tijl | Congressen | Reacties (0)
12 maart 2006
IJzertijdboeren in Bilzen
Tijdens de archeologische opgravingen op de markt in Bilzen (Limburg) werden de voorbije weken sporen uit de IJzertijd aangetroffen. Het gaat om een afvalkuil waarin zich diverse archeologische vondsten bevonden. Dergelijke resten, die een licht kunnen werpen op de vroegste bewoningsgeschiedenis, werden in het stadscentrum van Bilzen nog nooit aangetroffen. Het zijn dus meteen de oudste vond
