HomeKalenderForumContactLinks

Vlaanderen en Nederland debatteren over cultureel erfgoed in Den Haag | Noodopgraving in Erps-Kwerps zoekt vrijwilligers

18 maart 2006

Leuvense opgravingen in Soedan werpen nieuw licht op Paleolithische economie

De Nijlvallei zou 200.000 jaar geleden al een complex systeem van economische specialisatie gekend hebben. Dat concluderen de Leuvense prehistorici Veerle Rots en Philip van Peer op basis van de gebruikssporen op Midden-Paleolithische werktuigen die ze vonden bij opgravingen in Soedan. Ze publiceerden hun bevindingen deze maand in het vaktijdschrift 'Journal of Archaeological Science'.

De Eenheid Prehistorische Archeologie van de K.U.Leuven voert al jaren opgravingen uit in Egypte en Soedan. In het kader van deze opgravingen concentreert post-doctoraal onderzoekster Veerle Rots zich op een functionele analyse van het lithisch materiaal van verschillende sites in Noordoost-Afrika. Een belangrijke methode om de functie van dergelijke lithische artefacten te bepalen is het microscopisch gebruikssporenonderzoek.

De nieuwe onderzoeksresultaten zijn gebaseerd op recente vondsten op de site 8-B-11 op het Sai eiland in het noorden van Soedan (klik op de kaart voor een grotere versie). De overgang van Oud- naar Midden-Paleolithicum kon op deze site gedateerd worden tussen 220.000 en 180.000 jaar geleden. De lithische artefacten kunnen toegeschreven worden aan de Sangoaan-complex.

Bij de opgravingen op de site werden verschillende goed bewaarde kernbijlen gevonden in een gesloten, primaire context. Deze kernbijlen, uit de vroegste periode van het Midden-Paleolithicum, verschillen zowel qua morfologie als productietechniek sterk van de vuistbijlen uit het Acheuliaan. Dergelijke kernbijlen worden door prehistorici vaak in verband gebracht met houtbewerking. Er bestaat echter maar weinig experimenteel onderzoek rond deze hypothese.

Voor haar onderzoek bestudeerde Veerle Rots de gebruikssporen op 48 kernbijlen. De meeste ervan werden uit kwarts vervaardigd, een ruwe en sterk reflecterende steensoort die de microscopische analyses enigszins bemoeilijkte. Toch was de bewaringstoestand van de artefacten goed genoeg om verschillende sporen van gebruik te onderzoeken. Ook konden de slijtagepatronen vergeleken worden met een referentiecollectie van zo'n 400 artefacten uit silex en kwarts, en met de experimentele resultaten van het gebruik van dergelijke bijlen om oker te exploiteren.

De analyse maakte een gedetailleerd inzicht in de levenscyclus van de werktuigen mogelijk. Het werd duidelijk dat de meerderheid van de kernbijlen nooit gebruikt was en reeds tijdens de vervaardiging waren weggegooid omwille van productiefouten. De meeste gebruikte bijlen waren gemaakt uit niet-lokale grondstoffen. Alle onafgewerkte bijlen daarentegen bestonden uit kwarts, dat in de omgeving van de site beschikbaar was. Deze vaststellingen wijzen duidelijk in de richting van een gespecialiseerde site voor de productie kernbijlen in kwarts. Ook de ruimtelijke verspreiding van het materiaal, zonder echte clusters van debitage-afval, ondersteunt deze hypothese. Buiten de kwartsbewerking blijkt op de site slechts een beperkt aantal andere activiteiten plaatsgevonden te hebben.

De studie van de slijtage maakte ook duidelijk dat de bijlen geschacht werden. Dit vormt een belangrijk verschilpunt tussen het Sangoan-complex en de gelijktijdige vuistbijlen van het late Acheuleaan. De idee dat schachting werd toegepast in het Midden-Paleolithicum is niet nieuw, maar de hypothese werd nog nooit bewezen door slijtagesporen. Pas door het doctoraatsonderzoek van Rots werd duidelijk dat schachting specifieke sporen achterlaat op de artefacten, en dat zo een onderscheid kan gemaakt worden met werktuigen die in de hand werden gehouden.

De slijtagesporen wijzen erop dat de kernbijlen gebruikt werden op vrij hard materiaal. Rots denkt hierbij bijvoorbeeld aan de ondergrondse exploitatie van lithisch materiaal of ijzeroxide, en niet, zoals vroeger werd aangenomen, houtbewerking. Er werden geen sporen van oker teruggevonden op de bijlen.

De productie, het schachten en de gebruikssporen van de bijlen wijzen op opmerkelijk verfijnde technologieën. De gegevens tonen aan dat het Sangoan-complex de archeologische reflectie is van een complex gedragssysteem met economische specialisatie dat in dit deel van Afrika voor het eerst rond 200.000 jaar geleden verscheen. Zo werd het duidelijk dat kernbijlen in andere materialen dan kwarts op andere gespecialiseerde sites werden vervaardigd, en dat de artefacten over relatief grote afstanden werden vervoerd. Hoe groot dit gebied precies was zou moeten blijken uit een meer gedetailleerd onderzoek naar de herkomst van de materialen.

Naast een economische specialisatie vond er mogelijk ook een verdeling van de arbeid plaats. Deze nieuwe gegevens tonen aan dat het verschijnen van een "moderne" ecoomische orginasatie in dit deel van Afrika veel vroeger is dan het Nubische complex en teruggaat tot zo'n 200.000 jaar geleden.

Bron: Veerle Rots & Philip Van Peer. 2006. Early evidence of complexity in lithic economy: core-axe production, hafting and use at Late Middle Pleistocene site 8-B-11, Sai Island (Sudan). Journal of Archaeological Science 33: 360-371.
Afbeeldingen: © Eenheid Prehistorische Archeologie K.U.Leuven

door Tijl | Internationaal | Reacties (0)

Reageer op dit bericht




Remember Me?

(you may use HTML tags for style)