
Home
Kalender
Forum
Contact
Links
Catharina Boullart (UGent) verdedigt doctoraat over Piceense nederzettingen | Studiedag 'Erfgoed en publieksontsluiting'
5 maart 2006
Het Spijker in Mechelen: de eerste opgravingscampagne
Van juni tot september 2005 voerden archeologen een eerste onderzoek uit op de terreinen van het voormalige Lorette-instituut in de Mechelse Begijnenstraat. Op deze locatie stond in de Middeleeuwen een groot zandstenen gebouw: het Spijker, dat op basis van zijn naam in verband gebracht wordt met graanopslag ('spica' is Latijn voor graan). De geplande bouw van appartementen met half-ondergrondse parking vormde hier een acute bedreiging voor het archeologische bodemarchief.
Het Spijker kent zijn oorsprong in de 14de eeuw. In een historische bron uit 1346 wordt het vermeld als een 'spiker'. In het middeleeuwse Mechelen bevonden zich vermoedelijk meerdere spijkers, maar geen van deze werd ooit onderzocht. “Historische bronnen leren ons dat het gebouw in de 16de eeuw in het bezit was van de Abdij van Heylissem of Helecine,” vertelt stadsarcheoloog Bart Robberechts. “Deze abdij maakte er een refugium van, een soort toevluchtsoord voor de monniken in de stad en tegelijk een statussymbool van de abdij. In 1561 werd het gebouw als twee woningen verkocht, en vanaf dan kunnen we de eigendomsoverdracht van het gebouw in grote lijnen volgen.” Hoewel alleen de zuidoostelijke gevel van het gebouw nog grotendeels overeind staat, duiden oude foto's erop dat het gebouw qua stijl sterke gelijkenissen had met het Schepenhuis, met een steil dak, trapgevels en hoektorentjes.
In juli begon de dienst Archeologie van de Stad Mechelen met de eerste fase van het onderzoek: het terrein rond het Spijker, op de voormalige speelplaats en het binnenkoertje van de school. De oudste sporen die werden blootgelegd, dateren uit de 13de eeuw: vlak tegen het latere Spijker werden lemen vloeren aangetroffen met een centrale haard in tegels en nog drie andere haardplaatsen. Muren werden niet gevonden; deze werden waarschijnlijk vernield bij latere bouwwerken. Naar het einde van de 13de eeuw toe wordt het lemen gebouw aan de Begijnenstraat vervangen door een bakstenen huis. Het stevig gebouwde huis bezat met zandsteen afgewerkte hoeken en lemen vloeren. In een van de vloeren werd een stuk van een aardewerken dakruiter aangetroffen.
Tijdens de 14de eeuw vinden er nogal wat veranderingen plaats. In eerste plaats wordt het zandstenen Spijker gebouwd. Het 13de eeuwse huis ernaast wordt afgebroken en vervangen door een rij van smallere gebouwtjes, vermoedelijk om plaats te maken voor een wegje dat naar het Spijker voert. Van dit pad zelf zijn geen sporen teruggevonden, als gevolg van de aanleg van een diepe, gemetselde 19de eeuwse riool op dezelfde plaats. Het huis aan de Begijnenstraat blijft bestaan, al vertoont een lemen vloer duidelijk brandsporen.
De 15de eeuw blijft grotendeels in duisternis gehuld. Over het uitzicht of de functie van het zandstenen gebouw tijdens deze periode is zo goed als niets bekend. De woning aan de Begijnenstraat krijgt een nieuwe bakstenen vloer met visgratenpatroon. De 16de eeuw brengt weer talkrijke veranderingen met zich mee. Het zandstenen gebouw krijgt een noordelijke uitbouw met traptoren, een grote beerput en twee perceelsmuren, waarvan eentje halverwege het oorspronkelijke gebouw. Deze 'nieuwbouw' heeft waarschijnlijk te maken met de nieuwe functie als refugium van de Abdij van Heylissem.
De beerput bleek een schat aan vondsten te bevatten: een puntgave tinnen kandelaar, rijk versierd glas, luxueus aardewerk... Een van de mooiste stukken is ongetwijfeld een tinnen pelgrimsinsigne dat in verrassend goede staat uit de beerput werd gehaald. De beerput werd in de loop van de 16de eeuw waarschijnlijk door verschillende eigenaars of huurders gebruikt. Zo wijst bijvoorbeeld een laag met opvallend veel glazen urinalen in de richting van de medische wereld.
Vlak voor of na de nieuwe aanbouw werd een vreemde structuur neergezet die bestaat uit zware, zeer onregelmatige funderingsmuren in een soort cellenpatroon. Het patroon doet onmiddellijk denken aan een soort opslagplaats maar het blijft voorlopig gissen naar de precieze functie. Het huis aan de Begijnenstraat wordt afgebroken en mogelijk vervangen door een smallere en slordigere constructie waarvan echter geen vloerniveaus zijn aangetroffen. In latere tijden komt er nog een zandstenen waterput bij op het terrein, evenals enkele kelders die tegen het zandstenen gebouw zijn aangebouwd. Een wat ongewone vondst is de grote kalkblusserskuil. Deze rechthoekige kuil werd gebruikt om ter plaatse, op de werf, kalk te blussen voor mortel en bepleistering. De kuil werd achteraf opgevuld met bouwafval.
Binnenkort verwachten we de resultaten van de tweede fase van het archeologische onderzoek in de Begijnenstraat. Deze zullen ongetwijfeld nog een heleboel vragen oplossen over de geschiedenis van dit merkwaardige gebouw.
Bron en foto's: Dienst Stadsarcheologie Mechelen
door Tijl | Opgravingen | Reacties (0)
Reageer op dit bericht |
