
Home
Kalender
Forum
Contact
Links
31 mei 2006
Romaanse kapel weer open na herstel van muurschilderingen
De Romaanse kapel van Spalbeek, in het Limburgse Kermt (Hasselt), is na twee jaar renovatie weer open. Vooral het herstel van de muurschilderingen was een delicate opdracht. In de middeleeuwen was Spalbeek een populair bedevaartsoord. Alles draaide rond de figuur van Elisabeth, een volksheilige die echter nooit door Rome werd erkend.
Restauratrice Karin Keutgens: ,,De verwijdering van de oude overschilderingen en de versteviging van de pleisterlaag namen heel wat tijd in beslag. Het koude winterweer strooide roet in het eten want door de lage temperaturen kon ik bepaalde producten niet gebruiken. De bedoeling was de oude tekeningen in hun oorspronkelijke staat te herstellen, er werd dus niets herschilderd of toegevoegd. Het resultaat weerspiegelt het belang van de middeleeuwse kapel in de volksdevotie van de regio.''
De muurschilderingen vertellen het verhaal van de vrouwenmystiek in de late middeleeuwen. Er zijn taferelen te zien met de paus van Rome, de bisschop van Luik, de graaf van Loon, de abt van Clairvaux, de abdis van Herkenrode en van de mystica Elisabeth (foto links), die tot ver buiten de grenzen van Spalbeek en Hasselt bekend was en in de abdij van Herkenrode woonde.
Zij werd geboren in 1247 maar niemand weet wanneer zij gestorven is, evenmin is er een grafsteen te vinden. Als zieneres voorspelde ze het verdachte overlijden van prins Louis, zoon van koning Filips III de Stoute. Zij was één van de volksheiligen van wie de hulp werd ingeroepen bij de bestrijding van allerlei ziekten en onheil maar ze werd nooit officieel heilig verklaard en dat is vreemd want zij was de eerste vrouw met stigmata. Vanaf 1279 werd het stil rond Elisabeth. Historici zoeken nog altijd uit wat precies de invloed van deze vrouw was op de plaatselijke clerus.
Bron: Het Nieuwsblad - 30 mei 2006
door Jeroen | Erfgoed | Reacties (0)
Dringend projectarcheoloog gezocht voor archeologisch onderzoek Hoeilaart
Voor een aanbesteding van archeologisch onderzoek in de gemeente Hoeilaart is de bouwonderneming CEI dringend op zoek naar een projectarcheoloog. Het gaat om een opdracht in het kader van het Gewestelijk Expresnet, waarbij de bedding van de lijn Schaarbeek-Namen wordt uitgebreid. Het onderzoek vindt plaats gedurende een maand en wordt, indien nodig, nog met twee maanden verlengd. Kandidaten dienen voor vrijdag 2 juni te reageren. Alle informatie vind je hier (pdf).
door Tijl | Vacatures | Reacties (0)
30 mei 2006
Romeinen in het Kluizendok
Archeologen hebben twee Romeinse nederzettingen gevonden op de terreinen van het Kluizendok in de Gentse haven. De aanleg van het Kluizendok in het havengebied gaat gepaard met een grondinname van circa 170 hectare. Archeologen van de Gentse Universiteit speuren in afwachting van de aanleg van de nieuwe bedrijventerreinen naar historische restanten.
Het kluizendokproject, waarvoor 136 miljoen euro wordt uitgetrokken, omvat de uitbouw van een nieuw dok op de linkeroever van het kanaal Gent-Terneuzen, de ophoging van de aanpalende industrieterreinen en de aanleg van de nodige toegangswegen. Het dok werd vorig jaar ingehuldigd en de eerste bedrijven zijn er al actief. Eens afgewerkt en volledig in gebruik, moet het een bijkomende maritieme goederenoverslag garanderen van minimaal 7,5 miljoen ton. De Evergemse wijk "Het Zandeken" zal dan van de kaart verdwenen zijn.
In het kader van het verplichte archeologische vooronderzoek hebben archeologen van de Gentse Universiteit al 60 hectare onderzocht. Dat gebeurt door sleuven te trekken in de bodem, van 1,80 meter breed en 50 cm diep, het niveau waarop archeologische resten zichtbaar worden. In afgedekte beekgebieden worden boringen uitgevoerd. Als blijkt dat daar nog interessant en behoorlijk bewaard materiaal in zit, wordt het terrein machinaal afgegraven.
Het is de eerste keer dat in Vlaanderen zo’n oppervlakte archeologisch onderzocht wordt. "De sites die aan het licht komen, zullen voor het eerst vrij volledig kunnen worden onderzocht. Het gaat niet om stukjes van nederzettingen, maar om hele bewoningssites en hun randstructuren", zegt professor Philippe Crombé van de Vakgroep Archeologie en Oude geschiedenis van Europa.
De onderzoekers zijn op twee landelijke nederzettingen uit de Romeinse tijd (tussen 57 voor Christus en 410 na Christus) gestoten. Eén ervan wordt volledig blootgelegd. Volgens Crombé gaat het om een boerderij bestaande uit houten gebouwen, houten opslagplaatsjes en waterputten. De nederzetting werd herhaaldelijk met grachten omgeven. Enkele crematiegraven en perceelsgrenzen bevinden zich in de onmiddellijke buurt. "Het is de eerste maal dat over een dergelijke oppervlakte een nederzetting uit de Romeinse tijd kan worden onderzocht in onze contreien", zegt professor Crombé. De site is geen Romeinse villa, maar een zogenaamde inheems-Romeinse nederzetting, een woonplaats van de lokale Gallische bevolking. De onderzoekers hopen dankzij de vondst meer te leren over de invloed van de Romanisering op de lokale plattelandsbevolking. Het onderzoek wordt de komende maanden voortgezet. De archeologen sluiten niet uit dat ze nog op nieuwe vindplaatsen stoten.
Externe Link: www.kluizendok.ugent.be
door Raf | Opgravingen | Reacties (0)
Paul Mellars en Wil Roebroeks te gast in Leuven
Nu vrijdag geven twee vooraanstaande prehistorici een lezing aan de K.U.Leuven. Professor Paul Mellars (University of Cambridge) zal bespreken waarom de moderne mens zo'n 60.000 jaar geleden het Afrikaanse continent verliet. Professor Wil Roebroeks van de Universiteit Leiden zal het in zijn lezing hebben over de lichaamsbouw en de daarmee samenhangende energiebehoefte van de Neanderthalers.
Beide professoren maken deel uit van de doctoraatsjury van Patrick Bringmans, die donderdag zijn doctoraat over Veldwezelt verdedigt. Een ideale gelegenheid voor de onderzoekseenheid Archeologie om beide steentijd-specialisten aan het woord te laten.
Paul Mellars (foto) is een van de belangrijkste aanhangers van de out-of-Africa-theorie. De hoogleraar van de universiteit van Cambridge is onder andere auteur van het boek The Neanderthal Legacy: an Archaeological Perspective from Western Europe. In een recent overzichtsartikel in Nature concludeerde Mellars dat het verdwijnen van de Neanderthalers in Europa onder meer te maken had met de meer complexe taal en andere vormen van symbolische communicatie die de moderne mens het cruciale voordeel gaven.
Wil Roebroeks, hoogleraar prehistorie aan de Leidense universiteit, deed recent onderzoek naar de energiebehoeften van bij de Neanderthalers. Volgens Roebroeks kunnen de verschillen tussen de archeologische resten van Neanderthalers en de moderne mens niet verklaard worden door een verschil in cognitie: "Het gaat gewoon om verschil in gedrag dat gebaseerd is op een soort onbewuste kosten-batenanalyse," stelde hij onlangs op een congres in Leipzig.
De Neanderthaler zou in koude omstandigheden 3.500 tot 5.000 kilocalorieën per dag nodig hebben gehad, het equivalent van twee kilogram vlees. Moderne jager-verzamelaars als de Inuït (eskimo's) hebben genoeg aan 3.000 tot 4.000 kilocalorieën. De moderne mens had een minder grote energiebehoefte en maakte verfijndere gereedschappen, richtte zijn verblijfplaatsen meer in en had een veel breder dieet, met kleiner wild, maar ook met schildpadden en vis.
Praktisch: de lezingen vinden plaats op 2 juni om 11u in de Justus-Lipsiuszaal van de Faculteit Letteren, Blijde Inkomststraat 21, Leuven. Iedereen is van harte welkom.
Aansluitend artikel: Steentijdhonger (Steentijd.be)
door Tijl | Lezingen | Reacties (0)
Resten abdissenkwartier Roosendael worden overdekt
De laatste fase in de herwaardering van het domein Roosendael in Sint-Katelijne-Waver is ingezet. De restanten van het abdissenkwartier van de voormalige abdij worden overdekt en omgevormd tot vergaderruimte. Sinds de opgraving van het abdissenkwartier enkele jaren geleden, hadden de muren sterk te lijden onder het vriesweer en begroeiing. De nieuwe maatregelen moeten de verwering stopzetten.
"De subsidies zijn toegekend en we hopen in het najaar met de werken te kunnen beginnen zodat het project volgend najaar klaar is," zegt Paul Van Schoors van de vzw Roosendael vandaag in het Nieuwsblad. "Het is niet de bedoeling de ruïne te restaureren. De halve muren en gewelven blijven halve muren en gewelven. We willen gewoon dat ze niet nog verder aangetast worden. Sinds het blootleggen enkele jaren geleden vriest er elk jaar wel meer kapot en ook de begroeiing tast de verweerde muren aan."
Boven de kelderrestanten wordt een betonnen plaat geplaatst en de open ruimtes binnenin worden opgevuld met glas. "Zo creëren we drie extra ruimtes voor vergaderingen of exposities. We kunnen er zelfs een tentoonstelling maken over de dingen die we ter plaatse gevonden hebben. Die artefacten gaan helemaal terug tot de 13de eeuw." Een deel van de ruïne blijft open omdat daar zeldzame mossen groeien.
In de 13de eeuw stichten de cisterciënzerinnen, volgelingen van Benedictus, een abdij in de Netevallei. Vijf eeuwen lang bloeit het kloosterleven er, tot de Franse Revolutie Roosendael definitief op een ander spoor zet. Alleen het monumentale Poortgebouw (foto), het Pesthuis, het Koetshuis, een deel van de ommuring, een deel van het abdissenkwartier, enkele bruggetjes, de ringgracht en de waterputten bleven bewaard en herinneren nog steeds aan de abdij.
Op de funderingen van het gastenkwartier van de abdij wordt in 1920 het Landhuis gebouwd dat sinds 1960 de kern van een Jeugdverblijfcentrum vormt. Het Koetshuis, het meest recent aangepakte gebouw, moet tegen september klaar zijn waarna er nog eens veertig jongeren extra kunnen overnachten. Tegen dan zou er ook moeten kunnen worden gestart met de bouw van de vergaderruimte.
Bron: Het Nieuwsblad - 30 mei 2006
door Tijl | Erfgoed | Reacties (0)
29 mei 2006
Komt het poolschip Belgica naar Hasselt?
De Belgica, het legendarische zeilschip van ontdekkingsreiziger Adrien de Gerlache (afbeelding rechts), ligt op 22 meter diepte in een Noors fjord. Dat nieuws is pas nu doorgesijpeld. De Hasseltse burgemeester Herman Reynders (SP.A) wil de Belgica naar Hasselt loodsen. Maar de concurrentie is niet gering.
"Het schip is al in 1990 ontdekt, maar pas later geïdentificeerd als de Belgica", vertelt Tony Van Autenboer professor geologie van de Universiteit van Hasselt en de leider van laatste Belgische-Nederlandse zuidpoolexpeditie. "Het is nog niet duidelijk in welke staat het schip zich nu bevindt. "Een duikersteam zou aan boord moeten gaan om dat te onderzoeken. Maar ik vermoed dat het in een redelijke staat verkeert." En de wetenschapper heeft daar zo zijn redenen voor. In 1940 voerde de Duitse luchtmacht een aanval uit op een nabijgelegen Noors oliedepot. "Het schip is toen gezonken door een bom die naast de boot viel, niet op het schip zelf". Van Autenboer maakt zich sterk dat de berging en restauratie perfect mogelijk zijn.
Hasselt eert zijn beroemde zonen en dochters. Zo kregen de arts Louis Willems, de middeleeuwse minnezanger Hendrik Van Veldeke en ,,het Heilig Paterke'' Valentinus Pacuay een passend monument. Ook de poolreiziger Adrien de Gerlache de Gomery, die in 1866 in Hasselt het levenslicht zag, is er vereeuwigd in de vorm van een bronzen beeld (foto links) en een straatnaam. Maar de Gerlache verdient meer, vindt burgemeester Herman Reynders. Hij wil daarom nagaan of de Belgica, het schip waarmee de Gerlache zijn zuidpoolavonturen beleefde, permanent in Hasselt kan aanmeren.
Verschillende instanties lieten al weten geïnteresseerd te zijn in de gezonken driemaster. Onder meer de stad Oostende, het Nationaal Scheepvaartmuseum te Antwerpen en de haven van Brussel willen het schip graag voor anker leggen. ,,Ik vind dat we verplicht zijn een poging te ondernemen om de Belgica naar onze stad te halen'', zegt Reynders.
Daarom neemt een stadsambtenaar de mogelijkheden en vooral het kostenplaatje van een mogelijke ,,repatriëring'' onder de loep. De Hasseltse burgervader beseft dat de berging, de restauratie en het transport van de Belgica wellicht een miljoenenoperatie wordt. ,,Het is duidelijk dat de Hasseltse stadskas dat niet kan ophoesten. We willen het schip graag in Hasselt, maar we maken er geen erezaak van. Omdat de Gerlache toch een klinkende naam is in ons land, verwacht ik dat het provinciebestuur en de Vlaamse en de federale regeringen een duit in het zakje doen'', zegt hij.
Zowel in Zweden als in het Verenigd Koninkrijk werden in het verleden gezonken schepen met succes in hun oude staat hersteld. Maar de grootste hindernis voor de toekomstplannen voor de Belgica is dat niet duidelijk is van wie het schip precies is. Zo zou de Noorse staat eigenaar zijn van de wrakken die zich in de Noorse wateren bevinden. Bovendien zou het schip, omdat het van Noorse makelij is, niet misstaan in het scheepvaartmuseum van Oslo.
Over welke Belgische gegadigde de Belgica zou moeten binnenrijven, spreekt Van Autenboer zich niet uit. ,,De link met Hasselt is uiteraard ontegensprekelijk, maar ook Oostende en Antwerpen kunnen mooie referenties van de Gerlache voorleggen'', zegt hij. ,,Zo was de Gerlache, als directeur- generaal van het Zeewezen, de initiatiefnemer voor de bouw van de Mercator, het opleidingsschip van de Belgische marine dat momenteel in Oostende voor anker ligt. Het Antwerpse scheepvaartmuseum beschikt dan weer over verschillende scheepsdocumenten van de Belgica.'' Het is maar de vraag of Hasselt tegen die adelbrieven kan opboksen. Per slot van rekening speelde de jonge Adrien niet lang op de Hasseltse straten. Toen hij zes jaar oud was, verhuisde het gezin de Gerlache definitief naar Brussel. Daar is de poolreiziger ook begraven.
De Belgica-missie (foto rechts) van Adrien de Gerlache was in 1898 de eerste wetenschappelijke expeditie naar Antarctica uit de geschiedenis en de eerste die in het zuidpoolgebied overwinterde. De Gerlache is ook de enige Belg met een zeestraat die zijn naam draagt. De Hasselaar kocht de Belgica toen het schip twaalf jaar oud was van een Noorse walvisjager. Na jaren trouwe dienst in de poolzeeën kwam de driemaster na de eeuwwisseling terug thuis in Noorwegen. Daar was het achtereenvolgens een kolenschip en een drijvende visfabriek. Tijdens de Tweede Wereldoorlog vorderde de Britse marine het schip op en maakte er een munitiedepot van. Tijdens een zeeslag op 19 mei 1940 zonk het schip, toen een Duitse bom net naast de romp insloeg. De Belgica rust 66 jaar al op de bodem van de Noorse wateren. Maar voor hoelang nog?
Bronnen: VRT Nieuws, De Standaard, RVi, Polar Record
door Jeroen | In de pers | Reacties (0)
Romeins aardewerk aan beide kanten van het Kanaal
De onderzoekseenheid Provinciaal-Romeinse Archeologie van de UGent is van vrijdag 30 juni tot en met zondag 2 juli gastheer voor het jaarlijkse congres van de Study Group for Roman Pottery (SGRP). De conferentie wil een synthese bieden van recent keramologisch onderzoek aan beide kanten van het Kanaal en de contacten tussen specialisten uit verschillende landen bevorderen.
Praktisch: SGRP 2006 vindt van 30 juni tot 2 juli plaats in Het Pand in Gent. Het volledige programma vind je in deze folder (pdf). Het inschrijvingsformulier kan je hier downloaden als word-document.
door Tijl | Congressen | Reacties (0)
Menselijke resten gevonden in Koolkerke
Bij graafwerken voor een waterput in Kapelstuk in Brugge (Koolkerke), werden begin mei menselijke resten aangetroffen. Na de gerechtelijke en politiediensten kon nu ook de archeologische dienst Raakvlak de site onderzoeken. De archeologische vaststellingen noch de historische gegevens maken echter een nauwkeurige datering mogelijk. Wel kon worden vastgesteld dat de bijzetting van de menselijke resten gebeurde voor het terrein werd opgehoogd.
De straatnaam 'Kapelstuk' verwijst naar een plaatselijk toponiem en werd na de aanleg van de verkaveling in 1976 gegeven. Het toponiem dat reeds in 1701 werd opgetekend, doet vermoeden dat hier ooit een kapel stond. Volgens A. Schouteet stond er in 1699 in dit gebied inderdaad een kapel maar de juiste lokalisatie is niet te achterhalen. Op de kaart van Pieter Pourbus (1562) staat ook een kapel maar opnieuw is het moeilijk om de juiste locatie ervan te bepalen. Over eventuele begravingen in de buurt van de eventuele kapel is niets bekend.
In de uitgegraven put bevond het (marien) kreekzand zich op ca 130 cm diepte; op dit zand lag een ca 30 cm dikke, zandige, gemengde laag, waarin vermoedelijk de menselijke resten werden aangetroffen. Waarschijnlijk gaat het hier om een oude laag. Helaas was er geen schervenmateriaal aanwezig om de laag te dateren. In de laag waren ook geen sporen van een kuil of andere vergravingen te zien. Op de gemengde laag bevond zich een zeer compact, eerder kleiig pakket, waarin materiaal uit de periode 15de eeuw tot 19de eeuw werd aangetroffen. Wellicht is dit een opgevoerde en aangereden laag, die bij de aanleg van de verkaveling in de jaren ’70 werd aangelegd. Ook in dit pakket werden geen sporen van een kuil of andere vergravingen vastgesteld.
De aangetroffen menselijke resten behoren tot twee onvolledige skeletten. Het eerste is het skelet van een volwassen, mannelijk persoon die waarschijnlijk tussen 1,70-1,75 m groot was. De persoon in kwestie was normaal stevig gebouwd. Hij vertoont tekenen van artrose aan de onderste borstwervels gepaard met indeukingen in het wervellichaam welke verwijzen naar chronische overbelasting van de wervelkolom. Het gebit vertoont reeds hevige slijtagesporen, dikke lagen tandsteen, groeistoornissen van het tandglazuur (die verwijzen naar stress en ziekte in de kinderjaren) en afwezigheid van de wijsheidskiezen. De sterfteleeftijd ligt rond 35 jaar, op basis van beginnende slijtageprocessen. Er zijn geen aanwijzingen die verwijzen naar een mogelijke doodsoorzaak.
Het tweede skelet behoort toe aan een volwassen vrouw, met een lichaamslengte van ongeveer 1,53m. Zij was normaal slank gebouwd. Het volwassen gebit is gaaf met weinig tandslijtage en één enkel gaatje (caries). De vrouw was ongeveer 25 jaar, de beenderen vertonen een jong aspect en er zijn nog vele groeilijnen zichtbaar. Vermoedelijk leed zij aan chronische bloedarmoede, waarbij het schedeldakbot gaat opzwellen. In hoeverre dit doodsoorzaak kan zijn is niet duidelijk.
Zoals uit het korte overzicht blijkt, kunnen de archeologische vaststellingen noch de historische gegevens aanknopingspunten bezorgen die een nauwkeurige datering mogelijk maken. Wel kon worden vastgesteld dat de bijzetting van de menselijke resten gebeurde voor het terrein werd opgehoogd. Met andere woorden de bijzetting kan ten vroegste in de vroege middeleeuwen en ten laatste in het begin van de jaren ’70 van de 20ste eeuw (toen de verkaveling werd aangelegd) worden gesitueerd. Om een meer preciese datering te bekomen zal een C14-datering worden uitgevoerd.
Bron: Raakvlak
door Tijl | Opgravingen | Reacties (0)
28 mei 2006
Opgravingen brengen drie eeuwen Antwerpse citadel aan het licht
Naar aanleiding van de bouw van een waterspiegel voor de ingang van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten aan de Leopold De Waelplaats in Antwerpen, voerde de stedelijke afdeling archeologie in april gedurende enkele weken archeologisch onderzoek uit. Het terreinonderzoek bracht zowat drie eeuwen citadel aan het licht. Een ontplofte mortiergranaat getuigde van de belegering van 1832.
Een groot deel van het huidige Zuid werd vroeger ingenomen door de citadel, ook wel het Zuidkasteel genoemd. Deze dwangburcht kwam kort na het midden van de 16de eeuw (1567-1572) tot stand naar een ontwerp van ingenieur Paciotto, in opdracht van de hertog van Alva. Eind 19de eeuw werd de citadel met de grond gelijk gemaakt voor de aanleg van een nieuwe stadswijk, waaronder ook het Museum voor Schone Kunsten. Gelukkig voor de archeologen bleven de ondergrondse delen bewaard.
De Antwerpse citadel kent een vijfhoekig grondplan met vijf bastions. Het Museum voor Schone Kunsten situeert zich ter hoogte van bastion Hernando. In de loop van de 17de en 18de eeuw werden bijkomende versterkingen aangelegd rond de citadel. Binnenin de citadel stonden tal van gebouwen met uiteenlopende functies: kazernes, kruitmagazijnen, bomvrije ruimten, een kapel, enz.
De citadel kent een bewogen geschiedenis. Meermaals vormde zij het middelpunt van het strijdtoneel. Een belangrijke slag was de belegering van de citadel in 1832. Het Hollands garnizoen onder leiding van generaal Chassé had zich teruggetrokken in de citadel. Franse troepen namen vanuit het zuiden en oosten de citadel zwaar onder vuur. De wekenlange beschieting dwong de uitgeputte Hollandse soldaten uiteindelijk in december 1832 tot de overgave. De Antwerpse citadel speelde bijgevolg een belangrijke rol in de wording van België.
Het voorbije terreinonderzoek bracht zowat drie eeuwen citadel aan het licht. Tal van bouw-, afbraak- en brandlagen herinneren aan de bewogen geschiedenis van de citadel. De oudste gebouwresten, in dit geval funderingen en uitbraaksporen, dateren uit de 16de eeuw. Het lijkt best mogelijk dat het gaat om de resten van een kapel die vermeld wordt in tal van archiefbronnen. De archeologen troffen ook een puinlaag aan met afval van een majolicabakker. Dit veelkleurige aardewerk werd vanaf de 16de eeuw ook in Antwerpen vervaardigd en uitgevoerd tot ver buiten de Scheldestad. De vondst geeft aan dat er tijdens de bouw of renovatie van de citadel bouwmateriaal vanuit de stad werd aangevoerd.
Het onderzoek bracht bovendien sporen van de belegering van 1832 aan het licht. Deze belegering ging gepaard met de verwoesting van de meeste citadelgebouwen. In de zuidoostelijke hoek van de bouwput werd een ontplofte mortiergranaat aangetroffen. De meest recente brandlaag geeft de afbraak van de citadel weer en leverde een schat aan vondstmateriaal op, gaande van industrieel wit aardewerk tot tientallen rijkelijk versierde pijpenkopjes.
Bron en foto's: Archeoweb Antwerpen
door Tijl | Opgravingen | Reacties (0)
Fietsen over oude Romeinse wegen
In juni opent het Gallo-Romeins Museum in Tongeren de tentoonstelling '145 kilometer verleden' over de Romeinse heirwegen. Om de tentoonstelling in te huldigen, fietst auteur Guy Raskin op zondag 4 juni een traject uit zijn fietsboek 'Fietsen op Romeinse heirwegen'. Vanuit Eghezée gaat de fietstocht naar Tongeren, 61 km lang de Romeinse legionairs achterna. Het aantal deelnemers is beperkt.
Op deze tocht passeren de fietsers talrijke getuigen van het Romeinse verleden: tumuli, Romeinse muren, musea, een Romeins park… De tocht eindigt in het Munthuis in Tongeren, waar de tentoonstelling '145 kilometer verleden: de Romeinse weg Bavay-Tongeren' loopt.
Samenkomst en laden fietsen om 08.00 uur in Tongeren, op de parking De Motten, recht tegenover de oude gevangenis. Vertrek rond 09.00 uur. Transport naar het startpunt in Eghezée gebeurt per bus met een gespecialiseerde fietsaanhangwagen. Onderweg ontvangt de gemeente Braives de deelnemers, die daar de gelegenheid krijgen tot picknicken.
Alle deelnemers ontvangen een routebeschrijving met kaart. Deelname is gratis, maar het aantal deelnemers is wel beperkt. Vlug inschrijven is dus de boodschap. Breng wel zelf een lunchpakket mee om te picknicken in Braives.
Praktisch: Inschrijven kan bij auteur Guy Raskin via fietscontreien@telenet.be of via GSM: 0474/83.67.78. Meer informatie over de fietsgids 'Fietsen op Romeinse heirwegen' vind je hier.
door Tijl | Evenementen | Reacties (0)
26 mei 2006
Onbekende muur Oratorianenklooster gevonden in Scherpenheuvel
In Scherpenheuvel is vandaag een archeologisch onderzoek gestart op een terrein vlakbij de basiliek. Op de eerste dag van de opgravingen is al een muur gevonden die het oude Oratorianenklooster blijkbaar helemaal omringde. Dat zo'n muur bestond, was nog niet geweten. De vondst werd deze avond gemeld door de VRT-nieuwsdienst.
Tot voor enkele jaren was het Oratorianenklooster een haast vergeten stukje Scherpenheuvel in het park achter de basiliek. Het terrein is er echter vervuild en zal worden gesaneerd. Maar voor de saneringswerken beginnen, laat de stad eerst een proefopgraving uitvoeren omdat op het terrein resten te vinden zijn van het oude Oratorianenklooster. De archeologen, onder leiding van Bas Bogaerts, hebben behalve de muur ook al een speciale kelderstructuur gevonden.
Op initiatief van de aartshertogen Albrecht en Isabella werd het klooster gebouwd. Hun geliefde bedevaartsoord had steeds meer nood aan geestelijken om kerkdiensten en de opvang van pelgrims en zieken te verzekeren. De congregatie werd gesticht in 1624 onder leiding van Joost Bouckaert en verdween bij de dood van de laatste oratoriaan-priester in 1828.
Externe link: een fotoreportage van de opgravingen vind je op de website van Scherpenheuvel-Zichem
door Tijl | Opgravingen | Reacties (0)
Noodopgraving Karolingische waterput en afvalkuilen in Roeselare
Enkele weken geleden konden we hier al de vondst melden van een meer dan 4000 jaar oude nederzetting in Roeselare. Vorig jaar vond de Werkgroep Archeologie Roeselare (WAR) bij de aanleg van een nieuwe ringweg ten noorden van Roeselare ook al een Karolingische waterput. Op hetzelfde terrein werden ook drie afvalkuilen uit de 12de-13de eeuw blootgelegd.
De waterput en de afvalkuilen werden aangetroffen bij wegenwerken in Beveren-Roeselare, tussen de Onledegoedstraat en de Beversesteenweg. Het archeologisch onderzoek werd tussen mei en augustus 2005 uitgevoerd door WAR en V.O.B.o.W, met een opgravingsvergunning van de Afdeling Monumenten en Landschappen.
Bij het bekijken van grondlagen vonden geograaf Christ Naert en zijn zoon Pieter een houten balkconstructie in de schuine wand van de rijksweg in aanleg. Jozef Goderis (WAR) werd hiervan op de hoogte gebracht, waarna een deel van een eikenhouten waterput werd vrijgelegd: “De put was al gedeeltelijk ingestort na gebruik in de middeleeuwen en werd ook recent door de kraanman in profiel gehalveerd.” De waterput, die ongeveer vier meter diep bleek, bestond uit een vierkantige constructie van eikenhouten balkjes van 70 bij 70 cm. De planken hadden een dikte van 3 à 4 cm. De vulling van de put bestond bovenaan uit donkergrijze humeuze leem.
“De scherven uit de graafsleuf van de aanlegtrechter leken jonger dan de scherven onderaan in de schacht van de waterput, bestaande uit een ton in rode beuk,” vertelt Jozef. “Doorgaans zou dat natuurlijk omgekeerd moeten zijn, en daarom besloten we een C14-datering op het hout van de waterput te laten uitvoeren.” Hiervoor bemonsterde Marc Van Strydonck (Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium) een deel van een aangepunte eikenhouten paal uit de waterput en een fragment van de ton in rode beuk. De eiken constructie bleek iets ouder (Karolingsch) dan de beuken (10de-11de eeuw). Een datering de Karolingische periode werd overigens bevestigd door de vondst van een Karolingische potscherf met rolstempelversiering in een humeuze laag, onderaan in de waterput.
De vulling van de afvalkuilen werden aanvankelijk onaangeroerd gelaten om instortingsgevaar te vermijden. Door hevige stortvlagen in de eerste helft van juli 2005 werd een groot deel van de vulling echter naar beneden gespoeld. Daarbij konden verschillende potscherven van minstens drie verschillende recipiënten worden ingezameld, zowel van reducerend als oxiderend gebakken aardewerk. Ze kunnen gedateerd worden in de 12de tot 13de eeuw. “In augustus konden we ook nog een aantal scherven recupereren uit de middeleeuwse kuilen, nog gedeeltelijk in situ,” vertelt Jozef. “Naast aardewerk dook hier een silex-artefact op: een brokstuk met verbrijzelde boord. Mogelijk was dit een vuurslag uit de middeleeuwen. Zo'n vuurslag diende om vuur te maken door met silex een stuk metaal aan te slaan.”
Christ Naert analyseerde ook de geologische context van de vindplaats. Daaruit bleek onder andere dat de bodem op talrijke plaatsen ondiep verstoord was door menselijke activiteiten. Uit boringen naar aanleiding van het graven van de tunnel onder de nieuwe ring bleek ook dat de quartaire lagen in het gebied bijzonder dik zijn (10 tot 12 meter).
Meer info: Download het volledige rapport (pdf)
door Tijl | Opgravingen | Reacties (0)
Vacature projectarcheoloog Militair Hospitaal Antwerpen-Berchem
In het kader van de herontwikkeling van het Militair Hospitaal in Antwerpen-Berchem zal vanaf juli 2006 gedurende vier maanden archeologisch vooronderzoek worden uitgevoerd (drie maanden veldwerk, 1 maand verwerking). Voor het terreinwerk en de verwerking zal een tijdelijke projectploeg aangeworven worden door het gemeentebedrijf AG Vespa.
Het projectgebied situeert zich op Fort 4, opgericht in het midden van de 19de eeuw. Nadien fungeerde het vestingwerk als opslagplaats en militair hospitaal (klik op de foto linksonder om te vergroten). Gezien de ligging van het projectgebied is de kans groot dat er archeologische resten aanwezig zijn in de ondergrond. De bodemingrepen die gepaard gaan met de herontwikkeling zullen deze resten gedeeltelijk vernietigen. Daarom zal een preventief archeologisch onderzoek worden uitgevoerd.
De voorbereiding op de werkzaamheden gaat uit van de stedelijke afdeling archeologie. Het veldwerk zelf bestaat in eerste instantie uit een verkennend proefsleuvenonderzoek. Op basis van die resultaten kan er dan in bepaalde zones een meer uitgebreid onderzoek plaatsvinden. De archeologische resten en/of sporen worden hierbij onderzocht, bestudeerd en gedocumenteerd. Tijdens de verwerkingsfase worden de opgravingsresultaten verwerkt en ondergebracht in een opgravingsarchief. De onderzoeksgegevens dienen te worden geanalyseerd en geïnterpreteerd om zo tot een synthetiserend opgravingsverslag te komen.
Voor de uitvoering van het onderzoek is de afdeling archeologie van de Stad Antwerpen en het gemeentebedrijf AG Vespa op zoek naar een projectarcheoloog. Je moet houder zijn van een licentiaat- of masterdiploma in de:
- archeologie
- oudheidkunde of geschiedenis met specialisatie in de archeologie
- kunstwetenschappen en archeologie met specialisatie in de archeologie
- geschiedenis met specialisatie in de archeologie
of een gelijkgesteld diploma. Relevante projectervaring strekt tot aanbeveling.
Jouw profiel:
- je kan zelfstandig werken en mensen motiveren
- je werkt nauwgezet met respect voor deadlines
- je bent sterk in mondelinge en schriftelijke communicatie en rapportering
- je kan een opgraving leiden en weet het project goed te organiseren
- je hebt verantwoordelijkheidszin en beschikt over onderhandelingskwaliteiten.
De aanwerving gebeurt op voltijdse basis. De totale duurtijd van het project bedraagt 4 maanden (ononderbroken). Het contract zal ingaan op 3 juli 2006. Alle in aanmerking komende kandidaten zullen uitgenodigd worden voor een interview met praktische proef op dinsdag 20 juni 2006. Indien deze functie je aanspreekt, stuur dan vóór 14 juni 2006 je sollicitatiebrief, curriculum vitae en een kopie van je diploma naar:
Stad Antwerpen afdeling archeologie
Kloosterstraat 15
2000 Antwerpen
Meer info: Tim Bellens of Anne Schryvers van de stedelijke afdeling archeologie (Tel. 03 232 92 08).
Bron: Archeoweb Antwerpen
Foto's: Militair Hospitaal Antwerpen Werkgroep
door Johan | Vacatures | Reacties (0)
Win een paleotrip naar Rusland
Wegens het grote succes van vorig jaar organiseert het Museum voor Natuurwetenschappen in de zomer van 2006 opnieuw een 'paleotrip' in Rusland. Deelname kost normaal gezien zo'n 2500 euro, maar dankzij Triodos Bank en De Standaard kunnen twee gelukkigen ook gratis op zoek naar fossielen van dinosauriërs. Wil je hiervoor in aanmerking komen, dan kan je nog tot 1 juni deelnemen aan een prijsvraag.
Je maakt deel uit van een groep van 20 reizigers: échte paleontologen van het Museum voor Natuurwetenschappen en pure amateurs. Voorkennis is niet vereist, zin voor avontuurlijk reizen in groep des te meer. Zegt dit je wel iets? Surf dan snel naar deze pagina en antwoord op drie eenvoudige meerkeuzevragen en een schiftingsvraag. De winnaars worden bekend gemaakt op 2 juni.
Externe link: Paleotrip
door Tijl | Internationaal | Reacties (0)
25 mei 2006
Wie graaft er mee naar de oorsprong van Dilbeek?
Op 1 juni gaat voor maximaal drie maanden een archeologische opgraving van start te Dilbeek, op de nieuwe Haviland-verkaveling ‘Wolsemveld’. Aanleiding van de opgraving is het proefsleuvenonderzoek, uitgevoerd door de Afdeling Monumenten en Landschappen (AML) begin april. Bij dit onderzoek werd vastgesteld dat er zich op het terrein een IJzertijdsite bevond.
Het proefsleuvenonderzoek kwam er n.a.v. de voorwaarden die AML oplegde op de verkavelingsaanvraag van Haviland. Haviland financierde vervolgens een kraan om gedurende een dag het terrein d.m.v. twee lange proefsleuven te laten evalueren. In de sleuven werden er een aantal paalkuilen aangetroffen, één kuil met verbrande huttenleem en een aantal IJzertijdscherven, waaronder één randscherf. Daarnaast werd er ook een puinlaag met Romeinse tegulae of dakpannen aangetroffen, die waarschijnlijk door erosie op het hellend terrein bovenop de IJzertijdsite is geschoven.
AML, het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed (VIOE), de gemeente Dilbeek en Haviland bundelen de krachten om gedurende maximum drie maand het terrein op te graven. Dirk Pauwels van het VIOE zal de opgraving op terrein leiden. Aangezien de archeologische opgraving gedurende de maanden juni, juli en augustus zal lopen, is de aanwezigheid van stagestudenten of vrijwilligers wenselijk, mits contact te nemen met de uitvoerder van de opgraving.
Meer info: neem contact op met Dirk Pauwels (VIOE), Katrien Van Iseghem (AML) of Jan Haesaerts (gemeente Dilbeek)
door Johan | Opgravingen | Reacties (0)
Middeleeuwse Kipdorppoort in Antwerpen gelokaliseerd?
Na de vondst van metselwerk bij de uitgraving van de huidige Kipdorpbrug in Antwerpen, kregen archeologen de kans om de restanten te documenteren. Bij het onderzoek kwamen verschillende structuren aan het licht die wellicht in verband staan met de 14de-eeuwse Kipdorppoort, waarvan een gedeelte later geïntegreerd werd in de 16de-eeuwse omwalling.
Naar aanleiding van de geplande afbraak van de Ijzeren Brug ter hoogte van de Rooseveltplaats worden op dit ogenblik de voorbereidende wegwerkzaamheden uitgevoerd. Op vraag van de hogere overheid en in overleg met de bouwheer (BAM nv) en de aannemer, werd afgesproken dat de werken begeleid worden door de stedelijke afdeling archeologie en het projectteam leien fase 1. De hele zone is namelijk aangelegd op een belangrijk stuk van de 16de-eeuwse gebastioneerde omwalling rond de Kipdorppoort. Na het aantreffen van metselwerk bij de uitgraving van de huidige Kipdorpbrug kregen de archeologen één dag tijd om de restanten te documenteren.
Na een grondige opkuis van de wegkoffer waren verschillende structuren zichtbaar die vermoedelijk kunnen worden verbonden met de 14de-eeuwse Kipdorppoort. Een gedeelte van deze poort werd nadien geïntegreerd in de 16de-eeuwse omwalling met een nieuwe Kipdorppoort. Op het tracé was oostelijk, ondanks recente verstoringen, duidelijk de plattegrond van de ronde toren te zien. De muur was aan de buitenzijde bekleed met regelmatige, solide blokken natuursteen. Meer westelijk op het tracé werden enkele structuren opgetekend die vermoedelijk in verband staan met de poort, maar nog verder archiefonderzoek vergen. Van drie van deze vertrekken kon het vloerniveau worden vastgesteld.
Deze vaststellingen bevestigen de algemene verwachting dat nog steeds aanzienlijke onderdelen van de stadsomwalling bewaard zijn gebleven, dit ondanks de grootschalige ondergrondse werken van de premetro en de tunnels in de jaren '70-'80. Het doel van de archeologische begeleiding is dan ook tweeërlei: enerzijds gebruik maken van de huidige werken in functie van documentatie en inventarisatie van het archeologisch patrimonium. Anderzijds deze informatie toe te voegen aan de voorbereiding van de heraanleg van de leien fase 2, voorzien vanaf 2007. Op deze wijze kan al in de ontwerpfase rekening worden gehouden met de ligging en de bewaringstoestand van de aanwezige restanten.
Bij de aanleg van de volgende rijstrook van de huidige Kipdorpbrug hopen de archeologen de aansluitende resten van de poort te kunnen documenteren. In juni volgt preventief onderzoek ter hoogte van de Ijzeren Brug, waar nog verschillende onderdelen van de 16de-eeuwse omwalling te verwachten zijn: het Kipdorpbastion, de Kipdorpbrug en meer zuidelijk het oreillon (ronding) van de aansluitende stadsmuur.
Bron en foto's: Archeoweb Antwerpen
door Tijl | Opgravingen | Reacties (0)
24 mei 2006
Een zilvertijd. De eerste metaalbewerkers in Spanje
In de afdeling prehistorie van het Brusselse Jubelparkmuseum werd vandaag een een nieuwe zaal geopend. In de Siret-zaal wordt de rijkdom van de cultuur van El Argar in Spanje getoond, de enige beschaving in Europa die een echte 'zilvertijd' heeft gekend. Bij opgravingen in de 19de eeuw vonden Belgische geologen in het El Argar-gebied belangrijke getuigenissen van de vroegste metaalbewerking in Europa.
Omstreeks het begin van de zestiende eeuw voor Christus (Bronstijd) stond het zuidoosten van Spanje onder invloed van een cultuurgroep die 'El Argar' genoemd wordt. Dit volk woonde in ommuurde nederzettingen op berghellingen en kleine plateaus. Op de archeologische sites werd een duizendtal graven met rijke grafgiften gevonden, waaronder wapens, vaatwerk van terracotta en sieraden van goud en zilver. Dat alles wijst op de belangrijke positie van krijgers. Voorwerpen uit Egypte wijzen op langeafstandscontacten, vermoedelijk in verband te brengen met de (ruil)handel in koper en tin.
De broers Henri en Louis Siret, twee Belgische geologen, waren op het einde van de 19de eeuw zeer actief in deze regio. In het oosten van Andalusië en de streek van Murcia ondernamen ze tussen 1880 en 1887 een hele reeks opgravingen. Ze vonden er niet alleen voorwerpen van hoge kwaliteit, maar ook de belangrijkste getuigenissen van de eerste metaalbewerking in West-Europa. El Argar heeft zonder twijfel als enige beschaving in Europa een 'zilvertijd' gekend.
In de nieuwe zaal Siret in het Jubelparkmuseum wordt vanaf heden de rijkdom van deze El Argar-cultuur voorgesteld. Praktische informatie vind je hier.
Externe link: Bronce Medio en la Peninsula Iberica (Spaans)
door Tijl | Tentoonstellingen | Reacties (0)
23 mei 2006
Noodonderzoek Munsterbilzen levert meteen resultaten op
Een week geleden begon de archeologische opvolging bij de zogenaamde 'doortocht N730' in Munsterbilzen (Bilzen). De aanleg van een nieuwe riolering ter hoogte van het vroegere kloosterdomein wordt archeologisch begeleid door ARON bvba. Niet geheel onverwacht leverden de opgravingen al meteen verscheidene muurresten en kuilen op.
De Afdeling Wegen en Verkeer (AWV) van de Vlaamse Gemeenschap laat ter hoogte van de Waterstraat en de Abdijstraat in Munsterbilzen een nieuwe riolering aanleggen. Beide straten lopen langs het vroegere kloosterdomein, dat volgens de overlevering in de 7de eeuw gesticht zou zijn door de heilige Landrada. Naar aanleiding van werken vlakbij de abdijkerk werden een aantal jaren geleden door ARON bvba uit Tongeren onder andere sporen uit de vroege Middeleeuwen aangetroffen.
Op basis van het advies afgeleverd door de Afdeling Monumenten en Landschappen van de Vlaamse Gemeenschap en de Zuid-Oost-Limburgse Archeologische Dienst (ZOLAD) werd door AWV een archeologische clausule in het bestek opgenomen. Deze voorziet in werkuren voor een begeleiding met een optie op een noodopgraving. De begeleiding wordt uitgevoerd door ARON bvba.
De begeleiding ging van start op maandag 15 mei en leverde al dadelijk verscheidene muurresten en kuilen op. Dit was echter niet geheel onverwacht: de Waterstraat is immers een verkeersader die, in het licht van de geschiedenis van de abdijsite, tamelijk recent is. Het is dus niet verwonderlijk dat er onder het wegtracé sporen uit het verleden opduiken. Eén van deze muurresten zou mogelijk zelfs teruggaan tot een vroegere fase van de oude abdijkerk of één van de bijgebouwen ervan.
Omdat de archeologische sporen tegen alle verwachting goed bewaard waren, maar door de aanleg van de riolering zullen worden vernietigd, werd beslist, in overleg met de AWV en de stad Bilzen, middelen vrij te maken voor een noodopgraving. Om de werken niet te vertragen werd beslist met twee veldteams te werken. De ploegen van de aannemer worden intussen elders ingezet.
Wordt ongetwijfeld vervolgd…
Foto's: ZOLAD
door Tijl | Opgravingen | Reacties (3)
Patrick Bringmans verdedigt doctoraat over de midden-paleoltihische sites te Veldwezelt
Op donderdag 1 juni verdedigt Patrick Bringmans (K.U.Leuven) zijn doctoraat over 'Meerdere Midden-Paleolithische Bewoningsfasen in een Loess-bodem Sequentie te Veldwezelt-Hezerwater, Limburg, België'. De opgravingen in Veldwezelt leverden de voorbije jaren archeologische resten op van minstens vijf verschillende kampen van de Neanderthaler in de vallei van het Hezerwater, een bijriviertje van de Maas.
Zo'n tien jaar geleden startte het Laboratorium voor Prehistorie van de K.U.Leuven een geo-archeologisch project op om in de loess-groeves van Limburgs-Haspengouw naar sporen van de Pleistocene mens te gaan prospecteren. Uit deze prospecties bleek dat vooral de loess-groeve in Veldwezelt-Hezerwater de beste perspectieven bood. De leemgroeve 'Vandersanden' in Veldwezelt-Hezerwater lag in een beekdal aan de rand van een oud terras van de Maas. In deze groeve waren er vooral loess-afzettingen en bodems uit het Laat-Pleistoceen ontsloten.
Aangezien het onderzoek in het nabije Maastricht-Belvédère zich vooral op het Saale had toegespitst, bood de groeve te Veldwezelt-Hezerwater uitstekende perspectieven om de kennis van de Midden-Paleolithische bewoning gedurende het Laatste Interglaciaal en de Weichsel-ijstijd gevoelig uit te breiden. Tussen 1995 en 2003 werden er te Veldwezelt-Hezerwater 24 archeologische loci (plaatsen met archeologische vondsten) ontdekt en opgegraven. Na grondige analyse konden 7 van deze 24 loci als volwaardige “Midden-Paleolithische” sites geïnterpreteerd worden.
Praktisch: Patrick Bringmans verdedigt zijn doctoraat op donderdag 1 juni, om 14.00 u, in de Justus-Lipsiuszaal (faculteit Letteren). Een doctoraatsverdediging is openbaar, alleen de beraadslaging is geheim.
Externe link: Korte inhoud van het doctoraat van Patrick Bringmans
door Bart | Varia | Reacties (0)
Het geheim van het Grijpenveld
Met 'Het geheim van het Grijpenveld' presenteerde de dienst cultuur van de provincie Vlaams-Brabant vorige week een vakoverschrijdendende cd-rom over archeologie . Met de cd-rom kruipen leerlingen van de eerste graad secundair onderwijs in de huid van een archeoloog. Ze graven virtueel het Grijpenveld in Tienen op, een kennismaking met een echte archeologische site.
Deze cd-rom is geschikt als introductie tot archeologie, om te integreren in een projectweek of als vakoverschrijdend project. Ze geeft de leerlingen van de eerste graad secundair onderwijs een idee over wat het werk van een archeoloog inhoudt en toont dat ook in de Vlaamse bodem interessante vondsten mogelijk zijn. De oefeningen op de cd-rom passen binnen het eindtermen van geschiedenis, wiskunde, Nederlands en aardrijkskunde. Voor elk van deze vakken staat één oefening op het schijfje. Bij elke oefening is het de bedoeling om een archeologische vondst te ontdekken, die mee te nemen naar de evaluatieles om zo het geheim van het Grijpenveld te ontdekken. Elke secundaire school en openbare bibliotheek in Vlaams-Brabant ontvangt gratis de cd-rom.
De cd-rom maakt deel uit van een educatief pakket voor het secundair onderwijs. Eerder werd het educatief spel 'De overlevers' voor de leerlingen van de derde graad secundair onderwijs boven de doopvont gehouden. Dit spel schetst de evolutie van primitieve cel tot grote complexe en gespecialiseerde dieren. In september brengt de provincie Vlaams-Brabant het educatief spel 'Cold case' uit voor de tweede graad van het secundair onderwijs. Spelenderwijs leren de jongeren hoe je met een bepaalde selectie en interpretatie van beschikbare feiten tot een vertekend beeld van de geschiedenis kan komen.
Praktisch: de cd-rom is te bestellen voor 10 euro (exclusief 1,50 euro verzendkosten) in de mediatheek van de provincie Vlaams-Brabant
Meer info: dienst cultuur: Sam Alloing (016/26.76.16)
door Tijl | Jeugd | Reacties (0)
22 mei 2006
Over vissers, handelaars en piraten...
Van 11 tot 13 mei vond in Tammisaari ‘The Second International Colloquium of Fishery, Trade and Piracy’ plaats. Net als Walraversijde, waar eind 2003 de eerste editie doorging, heeft deze zestiende-eeuwse handelshaven in Zuidwest-Finland een belangrijk maritiem verleden. Archeoloog Pieterjan Deckers, die in Tammisaari zijn thesisonderzoek voorstelde, schreef voor ArcheoNet een verslag van het congres.
De lezingen op 11 en 12 mei waren georganiseerd in drie sessies, die respectievelijk het milieu en de geschiedenis van de menselijke activiteit in het maritieme landschap, menselijke activiteiten en overzeese connecties, en de materiële cultuur van kustgebieden behandelden. De meer dan vijftien lezingen door vooral Finse, maar ook Zweedse, Noorse, Estse, Litouwse, Britse en Belgische onderzoekers waren echter diverser dan deze indeling doet vermoeden.
In de eerste plaats kwamen natuurlijk lezingen rond materiële cultuur en economie aan bod. Marnix Pieters (Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed had het in zijn lezing bijvoorbeeld over de sterke gelijkenissen tussen de materiële cultuur en de organisatie van Walraversijde en die van andere middeleeuwse vissersnederzettingen in Noordwest-Europa. Volgens hem kan er van een echte visserscultuur gesproken worden, die duidelijk verschilt van de gelijktijdige landbouwerscultuur.
Henrik Jansson en Georg Haggrèn (Universiteit Helsinki, Finland), mede-organisatoren van het congres, kwamen vertellen over hun onderzoek naar de nederzettingsgeschiedenis en economie van Nyland. Voor de kust van deze zuidwestelijke provincie ligt een brede gordel eilandjes, die van dit gebied bij een uitstek een maritieme omgeving maken.
Een casestudie over een veertiende-eeuws scheepswrak bij Egelskär in deze archipel werd gepresenteerd door Stefan Wessman (Maritiem Museum, Finland). Het belang van deze vondst ligt in zijn ouderdom; geschreven bronnen voor Finland in deze periode zijn erg schaars.
Ian Riddler (Groot-Brittannië) lichtte aan de hand van archeologische bronnen het gebruik van walvis- en walrusbot in vroeg-middeleeuws Engeland toe, waaruit vooral bleek hoe weinig we eigenlijk weten over de exploitatie en het belang van zeezoogdieren in de middeleeuwse economie.
Ook de minder tastbare aspecten van het leven in een maritieme omgeving kregen echter ruime aandacht. Volgens Yrjö Kaukianen (Universiteit Helsinki) vallen de conflicten tussen autoriteiten en kustbewoners die zich bezondigden aan het plunderen van gestrande scheepswrakken niet alleen te verklaren vanuit een economisch standpunt, maar ook door de morele verschillen tussen beide groepen. De strandjutters werden door het gezag afgeschilderd als onderontwikkelde criminelen. Kaukianens onderzoek toont echter aan dat ze een gemeenschap vormden gekenmerkt door een sterke solidariteit en een eigen morele code, waarbinnen het plunderen van wrakken niet als een misdaad werd beschouwd.
Christer Westerdahl (Universiteit Trondheim, Noorwegen) zette uiteen hoe de dichotomie water-land allesbepalend is in een maritieme context, en hoe een geheel van verhalen, rituelen en taboes geconstrueerd wordt om de potentieel gevaarlijke overgang tussen beide elementen te trotseren. De lezingen van Mindaugas Bertasius (Universiteit Kaunas, Litouwen) en Mira Karjalainen (Universiteit Helsinki) konden beschouwd worden als illustraties bij Westerdahls theorie, vanuit een resp. archeologische en etnografische invalshoek.
Op de laatste dag was er keuze tussen twee excursies, waarbij ofwel een aantal archeologische sites langs de kust belicht werd (zoals het kasteel van Raseborg), of enkele eilandjes met een opmerkelijk maritiem verleden aangedaan werden.
Dit congres was voor maritieme archeologen uit het Baltische en Noordzeegebied een belangrijke gelegenheid om contacten te leggen en ideeën uit te wisselen. Opvallend was het multidisciplinaire karakter van het voorgestelde onderzoek: uiteenlopende disciplines als palynologie, archeozoölogie, biogeografie, geschiedenis en antropologie kwamen aan bod, hetzij als ondersteuning van archeologisch onderzoek, hetzij met een zelfstandige inbreng. Op dit congres werd bovenal duidelijk dat maritieme archeologie meer moet behelzen dan het duiken naar scheepswrakken; het is het interdisciplinaire onderzoek naar de ‘parallelle’ leefwereld van vissers, handelaars en piraten in het verleden, die zowel op materieel als op geestelijk vlak gelijkenissen, maar ook grote verschillen vertoont met de wereld van de ‘landrotten’.
Tekst en foto's: Pieterjan Deckers
door Tijl | Congressen | Reacties (0)
Opgravingen op Colruyt-site in Tongeren volgende week van start
Komende maandag gaat in Tongeren een onderzoek van start op een terrein waar een nieuwe winkel van Colruyt wordt ingeplant. De site ligt binnen de tweede-eeuwse Romeinse omwalling, in een zone met een belangrijke archeologische potentie. Voor de uitvoering van het onderzoek heeft Colruyt het Nederlandse studiebureau ADC onder de arm genomen, in samenwerking met ARON bvba.
Het onderzoek gebeurt in opdracht van Colruyt en is noodzakelijk doordat er een ondergrondse parkeergarage onder een deel van het winkelcomplex wordt aangelegd, waardoor het aanwezige archeologische bodemarchief zal worden vernield.
Het Nederlandse Archeologische Diensten Centrum (ADC) en de Vlaamse Archeologische Onderneming ARON bvba zullen gedurende de komende 8 weken het terrein onderzoeken. Hiervoor hebben ze een opgravingsvergunning verkregen van de Afdeling Monumenten en Landschappen (AML). Het ADC-team, onder leiding van de Vlaamse archeologe Sofie Wyns, zal er conform de Nederlandse kwaliteitsnormen voor de archeologie werken, onder toezicht van de AML. Onmiddellijk na de voltooiing van de opgravingen kunnen de bouwwerken starten.
door Tijl | Opgravingen | Reacties (0)
Open-sleufdag in Evergem op 29 mei
De uitbreiding van de Gentse haven vormt momenteel de aanleiding voor een preventief archeologisch onderzoek ter hoogte van Kluizen in Evergem. Een gebied van zo'n 170 hectare moet binnen een periode van ongeveer negen maand worden onderzocht. Op maandag 29 mei kunnen geïnteresseerden het opgravingsproject Kluizendokken bezoeken. De Universiteit Gent nodigt je uit om 14u aan de Hoogstraat 97 in Evergem. Wie aanwezig wil zijn op de open-sleufdag in Evergem, geeft liefst op voorhand een seintje aan Wim Declercq.
door Tijl | Evenementen | Reacties (0)
21 mei 2006
Mechelse archeologen zetten deuren open
Op zondag 28 mei, ter gelegenheid van de Dag van het Park, stelt de stedelijke dienst Archeologie in Mechelen zijn deuren open voor het publiek. Als je benieuwd bent naar wat er gebeurt met al die kleine en grote vondsten nadat de opgravingen zijn afgelopen en de put weer dicht is, dan ben je zondag in Mechelen aan het juiste adres.
Doorlopend zijn er demonstraties: van het determineren van vondsten, het puzzelen en lijmen van scherven, het zeven van bodemstalen en het digitaliseren van historische kaarten tot het maken van virtuele 3D-reconstructies. De dienst Archeologie vind je in de Kruidtuin, ter hoogte van de speeltuin.
Aan de overkant van de Kruidtuin, in 't Arsenaal, krijg je die dag onder meer informatie over de opmaak van een beheerplan voor de Kruidtuin, het onderzoek naar de geschiedenis van deze tuin, het restauratieproject Volmolen, de principes van Harmonisch Park- en Groenbeheer, het programma van theater 't Arsenaal, de kunst van het composteren en diverse tuinprojecten in de stad Mechelen.
Overigens kan je sinds kort alle nieuwsbrieven van de archeologische dienst van Mechelen downloaden op mechelen.be. Het volgende nummer verschijnt eind juni. Veel leesplezier!
Praktisch: zondag 28 mei, doorlopend van 10.00 tot 18.00 uur, in de Kruidtuin, Pitsemburgstraat 8 (ook via Zandpoortvest en Bruul)
Externe link: Dag van het Park
door Tijl | Evenementen | Reacties (0)
Zuid-Limburgs bodemarchief onder druk door geplande leemontginningen
De Vlaamse regering heeft een ontwerp klaar voor de afgraving van leem in Zuid-Limburg door vijf steenbakkerijen. Riemst vreest dat de archeologisch rijke ondergrond daardoor schade kan oplopen en dient bezwaar in. "Het gebied is historisch te belangrijk om het zomaar te laten doorklieven", zegt schepen van Ruimtelijke Ordening Ivo Thys (CD&V).
Het plan werd opgesteld om tegemoet te komen aan een dringende vraag vanuit de sector. In Haspengouw zijn er vijf steenbakkerijen, waaronder enkele marktleiders: Vandersanden (Kleine-Spouwen), Nelissen en Heylen (Lanaken), Steenbakkerij Membruggen en de ambachtelijke steenbakkerij Wagemans (Hoeselt-Werm). Samen hebben ze een jaarlijkse behoefde van 256.000 kubieke meter rood- en 222.000 kubieke meter geelbakkende leem. In de vergunde ontginningsgebieden is de voorraad beperkt tot een vijftal jaren. Omwille van de zware investeringen hebben steenbakkerijen echter een voorraad van op zijn minst twaalf jaar nodig. Door het ontwerp van de Vlaamse Regering zullen de bestaande voorraden verdubbelen.
De betrokken gemeenten dienden reeds bij het voorontwerp van het GRUP (gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan) 'Leem in Zuid-Limburg' heel wat bezwaren in. In Riemst was men bijvoorbeeld niet te vinden voor een ontginning tot tegen de woonkern Lafelt. Er werd rekening gehouden met dit bezwaar: de zone werd sterk ingeperkt. "Het is echter niet uitgesloten dat deze voorraden in de langetermijnvisie weer worden ingekleurd als ontginningsgebied", waarschuwt Ivo Thys. "In ons bezwaar legden we de klemtoon op het behoud van de Romeinse weg, het slagveld van de Slag van Lafelt, de Neanderthalersite en het landbedrijf Moors in de Helleweg. Het is helemaal niet onze bedoeling de leemontginning te verhinderen, maar we vragen wel respect voor de bodemrijkdom", aldus Thys. Uit de toelichtingsnota (pdf) bij het GRUP blijkt inderdaad duidelijk dat diverse van de geplande zones binnen archeologisch waardevolle gebieden vallen. Zowel voor de zones te Membruggen, te Kesselt, bij grenspaal 84 en grenspaal 93-96 geldt dat "omwille van de hoge archeologische potentie – de stelselmatige aanwezigheid van nederzettingen uit het Neolithicum, de Bronstijd, de IJzertijd de Romeinse en middeleeuwse periode en de aanwezigheid van Paleolithische sites - van het gebied er een archeologisch opvolging van de ontginning is aangewezen."
Riemst koestert vooral de site van de Slag van Lafelt (1747) (foto links - klik op de foto om te vergroten). Deze heftige strijd tussen Frankrijk en Oostenrijk kaderde in de Oostenrijkse Successieoorlog en kostte bijna twintigduizend mensen het leven. Het is de bloedigste veldslag uit de geschiedenis van Belgisch-Limburg. Vermoed wordt dat de ondergrond nog talloze waardevolle overblijfselen bevat. "Het is bovendien een van de weinige vrij liggende archeologische gebieden in Vlaanderen", benadrukt Thys.
Volgend jaar is het trouwens 260 jaar geleden dat de Slag Van Lafelt plaatsvond. Er werd een werkgroep opgericht om deze verjaardag te herdenken. Er wordt gedacht aan een historische wandeling en fietsroute met de Slag als thema. Een samenwerking met de organisatie van een tentoonstelling in Alden Biesen rond de geschiedenis van het Land van Loon is eveneens een denkpiste.
Bron: Het Nieuwsblad, 20 mei, auteur Rudi Smeets
Extra info: grafisch plan (pdf) en de toelichtingsnota (pdf) van het GRUP 'Leem in Limburg' (december 2005)
door Johan | In de pers | Reacties (0)
20 mei 2006
Oostende voor anker
Van 25 tot 28 mei loopt in Oostende de zevende editie van Oostende voor Anker. Dit evenement is een feest van historische schepen, van bemanningen en schippers, van Keltische muziek, scheepvaart en de maritieme wereld, waarbij Ierland deze maal optreedt als gastland. Oostende voor Anker is de grootste reünie van het levend maritiem erfgoed van onze kust en de hele Noordzee.
Het festival is bedoeld voor alle types historische schepen. Daarnaast staat Oostende voor Anker open voor alle behoudsverenigingen van het varende en ander maritiem erfgoed: scheepvaartmusea, werven, ambachten tot particuliere eigenaren. Dit festival bewees al zes keer dat het hét grootste jaarlijks maritiem festival voor de authentieke scheepvaart en de Noordzee is.
Dit jaar staat Ierland centraal. In samenwerking met de Ierse Ambassade te Brussel worden speciale gastschepen verwacht, waaronder de driemastbark Jeanie Johnston (foto) en het kustpatrouilleschip van de Ierse Marine: de L.é. Ciara. Op diverse plaatsen op de Oostende voor Anker site kan je kennis maken met de Ierse traditionele scheepsbouw, de toeristische aantrekkingskracht en natuurlijk de Ierse gastronomische specialiteiten.
Externe link: Oostende voor Anker 2006
door Jeroen | Evenementen | Reacties (0)
19 mei 2006
Steentijd.be: nieuwe website over prehistorische archeologie
Tot op heden bestond er in Vlaanderen nog geen portaalsite over prehistorische archeologie. Enkele studenten archeologie van de K.U.Leuven besloten daar iets aan te doen en creëerden de website Steentijd.be. Op de website vind je niet alleen achtergrondinformatie, maar ook artikels over de nieuwste onderzoeksresultaten. Voor de verdere uitbouw van de website is men nog op zoek naar extra medewerkers.
"De bedoeling van deze site is om iedereen - zowel de ervaren student als de leek - een boeiend overzicht te bieden van de Steentijd in al zijn facetten," vertelt initiatiefnemer Dries Cnuts. "We doen dit aan de hand van gespecialiseerde literatuur die we verwerken tot een interessant geheel dat toegankelijk is voor iedereen. We doen dit in samenwerking met verschillende personen die vanuit hun invalshoek hun blik werpen op de Steentijd."
Naast de overzichten van de periodes vind je ook meer specifieke thema's met bijhorende links en de belangrijkste en invloedrijkste publicaties. Steentijd.be probeert snel op de bal te spelen. Zo vind je op de website nu al een artikel over een onderzoek naar het DNA van neanderthalers, waarvan de resultaten pas deze week in het tijdschrift Nature werden gepubliceerd.
Behalve webmaster Dries Cnuts, werken ook Mark Willems en Bert Flossie mee aan de nieuwe website. Er worden echter nog enkele redacteurs gezocht. Wie geinteresseerd is om het Steentijd.be-team te versterken, kan mailen naar dries@steentijd.be.
Externe link: Steentijd.be
door Tijl | Websites | Reacties (0)
Dendermondse vestingen worden in ere hersteld
Dendermonde gaat haar militair patrimonium herwaarderen. De gemeenteraad zette het licht op groen voor de restauratie en instandhouding van de restanten van de vestingsgordel. Ondertussen is in Oost-Vlaanderen ook de reizende tentoonstelling 'Bastions voor Koning, God en Bibliotheek' van start gegaan. Deze focust op de forten en verdedigingswerken in het grensgebied met Nederland.
Patrick De Landtsheer, lid van de werkgroep Cultureel Patrimonium van de stedelijke cultuurraad, legde twee jaar geleden de laatste hand aan een stappenplan voor het beheer en de bescherming van de restanten van de vroegere Dendermondse vestingsgordel. Het stadsbestuur zal dit plan nu als leidraad gebruiken om haar militair patrimonium te herwaarderen. "De toestand van de meeste restanten is, na decennia van totale verwaarlozing, stilaan problematisch maar niet onherstelbaar," stelt De Landtsheer vandaag in het Nieuwsblad.
In eerste instantie worden de militaire bouwkundige overblijfselen tussen de Brusselse Poort en de Mechelse Poort (foto) aangepakt. De stadspoorten zelf werden enkele jaren geleden al gerestaureerd. Hoog op de prioriteitenlijst staat ook het kruitmagazijn achter de Mechelse Poort. Het magazijn is gehavend door erosie en vandalisme, maar kan nog in de oorspronkelijke staat worden hersteld. De pijlers van de binnenbrug van de Mechelse Poort vallen uit elkaar door de groei van ingewortelde planten en moeten ook dringend worden aangepakt. Ook de binnenbrug van de Brusselse Poort moet ook worden nagekeken.
De reizende mini-tentoonstelling 'Bastions voor Koning, God en Bibliotheek', die momenteel in Sint-Gillis-Waas loopt, focust op hetzelfde thema. Met de tentoonstelling wil het provinciebestuur het ruime publiek bewust maken van de erfgoedwaarden van de forten en verdedigingswerken in het grensgebied en de integratie in de diverse aspecten van de samenleving op het platteland. Het vertrekpunt van de tentoonstelling is de in 2004 verschenen Kleine Cultuurgids 'Bastions voor koning en God'. Hierin wordt een overzicht gegeven van de geschiedenis van het grensgebied en de materiële getuigen daarvan: de resten van de aarden verdedigingswerken en forten.
De tentoonstelling doet verschillende bibliotheken in het Waasland en het Meetjesland aan, telkens voor een periode van drie weken tot een maand. Je vindt meer informatie in dit persbericht (pdf).
Foto: © Stad Dendermonde
door Tijl | Erfgoed | Reacties (0)
Vacature projectarcheoloog Antwerpen-Berchem
In het kader van de herontwikkeling van het Militair Hospitaal in Antwerpen-Berchem zal vanaf begin juli gedurende vier maanden archeologisch vooronderzoek worden uitgevoerd. Voor het terreinwerk (3 maanden) en de verwerking (1 maand) is de afdeling archeologie van de Stad Antwerpen momenteel op zoek naar een projectarcheoloog. Solliciteren kan nog tot 14 juni.
Het projectgebied situeert zich op Fort 4 (afbeelding), opgericht in het midden van de 19de eeuw. Nadien fungeerde het vestingwerk als opslagplaats en militair hospitaal. Gezien de ligging van het projectgebied is de kans groot dat er archeologische resten aanwezig zijn in de ondergrond. De bodemingrepen die gepaard gaan met de herontwikkeling zullen deze resten gedeeltelijk vernietigen. Daarom zal een preventief archeologisch onderzoek worden uitgevoerd.
Het onderzoek wordt opgedeeld in 3 fasen: voorbereiding, veldwerk en verwerking. De voorbereidende fase wordt uitgevoerd door de stedelijke afdeling archeologie. Voor het terreinwerk en de verwerking zal een tijdelijke projectploeg aangeworven worden door het gemeentebedrijf AG Vespa. In eerste instantie zal een proefsleuvenonderzoek worden uitgevoerd. Op basis van die resultaten zal dan in bepaalde zones een meer uitgebreid onderzoek plaatsvinden.
Meer info: download de volledige vacature (pdf)
Externe link: Militair Hospitaal Antwerpen
door Tijl | Vacatures | Reacties (0)
Doodgewoon! Rituelen van leven en dood in de Romeinse tijd
Na een periode van ogenschijnlijke rust opende het museum 'het Toreke' in Tienen gisterenavond opnieuw zijn deuren voor een tentoonstelling over Romeinse begrafenisrituelen. Blikvanger op de tentoonstelling 'Doodgewoon! Rituelen van leven en dood in de Romeinse tijd' is een levensgrote reconstructie van de recent ontdekte grafkamer van de tumulus van Grijpen. Ook enkele graven van het grafveld van het Grijpenveld worden voor het eerst tentoongesteld.
De tentoonstelling is het resultaat van jarenlang archeologisch onderzoek op het grootste opgegraven grafveld van de Benelux onder leiding van het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed. De bezoeker kan er de magische wereld van de dodenrituelen in de Romeinse tijd ontdekken.
Uniek aan de nieuwe museale opstelling is dat ze voornamelijk de geloofswereld belicht, een zo goed als onbekend aspect van de Gallo-Romeinse samenleving. De mentaliteit van een volk kan men immers het best leren kennen door zijn religieuze opvattingen en rituele praktijken te bestuderen. Dat geldt des te meer voor de Gallo-Romeinen die vasthielden aan de overtuiging dat alle aspecten van het dagelijkse leven beïnvloed worden door goden en geesten.
Op de tentoonstelling worden enkele graven van het Romeinse grafveld van het Grijpenveld voor het eerst tentoongesteld. De studie hiervan leverde nieuwe gegevens over regionale grafrituelen op. De meeste graven op het Grijpenveld bevatten crematieresten van de overledene die in een urne geplaatst of in een doek gewikkeld werden. Daarnaast werden voorwerpen meegegeven. Meestal betrof het parfumflesjes, juwelen, speelgoed en potten met voedsel en drank. Die voorwerpen kregen hierdoor een speciale, magische functie.
Het offeren van dieren speelde een zeer belangrijke rol bij Gallo-Romeinse begrafenisrituelen. Dieren werden vaak geofferd om als voedsel mee te geven in het graf of om de welwillendheid van de goden en de geesten van de onderwereld af te smeken.
In sommige gevallen werden mensen in heel bijzondere houdingen begraven. In sommige graven ontbraken bepaalde lichaamsdelen of waren meerdere lichamen in hetzelfde graf bijgezet. In enkele gevallen is er zelfs sprake van mogelijke mensenoffers. Dat vermoeden wordt versterkt door het skelet van een vrouw, dat werd bijgezet op het deksel van het tumulusgraf.
De levensgrote reconstructie van de recent ontdekte grafkamer van de tumulus van Grijpen geeft een spectaculair beeld van de offerrituelen die met sommige begrafenissen gepaard gingen. De houten grafkamer (3,7 m bij 3,1 m) werd aangelegd in een schacht met een diameter van 5 m en een diepte van 3,80 m. Over de bodem van de grafkamer waren brandstapelresten uitgestrooid. De grafkamer werd afgedekt met een houten deksel. Hierop bevonden zich de skeletten van een vrouw, een paard, vier honden en tientallen hondenfoetussen, als begeleiders of vermoedelijke offers voor de goden van de onderwereld. De schacht boven de grafkamer was opgevuld met 'afval' van funeraire maaltijden en offers. Daarboven werd de tumulusheuvel opgeworpen.
Praktisch: de tentoonstelling loopt vanaf 19 mei in het Toreke, Grote Markt 6, Tienen
door Tijl | Tentoonstellingen | Reacties (0)
18 mei 2006
Houtlandse milieuvereniging voert actie voor behoud historische voetweg
In het West-Vlaamse Ichtegem wil het gemeentebestuur de historisch waardevolle Fonteinwegel afschaffen. Door deze beslissing dreigt ook de Roopijpfontein, een beschermd monument, en de unieke omgeving errond definitief onbereikbaar te worden. De Houtlandse Milieuvereniging vindt de beslissing onbegrijpelijk en voert op zondag 21 mei actie met een wandeltocht langs de bedreigde voetweg.
In november 2005 nam de gemeente Ichtegem, op vraag van Westtoer, de principiële beslissing om een stuk van voetweg 21 (de Fonteinwegel) af te schaffen. Volgens de Houtlandse Milieuvereniging kadert dit in een onrechtvaardige ruil: "Door deze eeuwenoude, landschappelijk erg waardevolle voetweg af te schaffen, zou het provinciale fietsroutenetwerk een nabijgelegen betonweg mogen gebruiken. Deze betonweg wordt echter sinds mensenheugenis gebruikt door aangelanden én door passanten per fiets en te voet. Het is dus, het algemeen belang in acht genomen, niet redelijk een openbaar wandelpad af te schaffen in ruil voor een reeds bestaande en gebruikte betonweg."
Door deze 'ruil' zouden de Roopijpfontein, een beschermd monument dat onlangs met gemeenschapsgeld fraai werd gerestaureerd en de unieke omgeving eromheen definitief onbereikbaar worden. "Dit zou onvergeeflijk zijn, zeker als je weet dat het perfect mogelijk is langs deze voetweg een prachtig wandelparcours in te richten. Wij blijven dan ook ijveren voor een oplossing waarbij deze voetweg behouden blijft, het provinciale fietsroutenetwerk over de betonbaan gerealiseerd kan worden én er voldoende rekening wordt gehouden met de rechten van de eigenaar," stelt de milieuvereniging.
De voetweg en de fontein zijn volgens de vereniging om verschillende redenen bijzonder waardevol: "Het fonteingebouw met kenmerkend torentje werd door Jonkheer Matthieu in de 19e eeuw opgetrokken. De fontein komt voor op de oudste kaarten van het Brugse Vrije, op de Oostenrijkse Ferrariskaarten en zonder uitzondering staat de Fonteinewegel op alle detailkaarten die sinds de Belgische onafhankelijkheid werden gepubliceerd. Daarenboven is de omgeving van de Roopijpfontein nauw verbonden met de geschiedenis van Baekelandt omdat bendelid Barbara Bruneel in de onmiddellijke omgeving langs voetweg 21 woonde."
Om haar protest kracht bij te zetten, nodigt de Houtlandse Milieuvereniging iedereen uit op zondag 21 mei om een wandeling te maken langs de vele voetwegjes doorheen het uitgestrekte Wijnendaledomein. Men verzamelt op de parking nabij het kasteel om 14h30.
Externe link: Houtlandse Milieuvereniging
door Tijl | Erfgoed | Reacties (0)
17 mei 2006
Siersteen van oude draaibrug gevonden in Lanklaar
Bij werkzaamheden aan de oude Zuid-Willemsvaart in Lanklaar, een deelgemeente van Dilsen-Stokkem, hebben arbeiders een siersteen van de vroegere draaibrug over de vaart teruggevonden. Het gaat om een sierlijk afgewerkte arduinsteen van tweeduizend kilogram die vroeger deel uitmaakte van de brugpijlers.
De vondst werd vandaag gemeld door de VRT-nieuwsdienst.
In de oever van de vaart is ook een kaaimuur van twaalf meter gevonden. De muur zal worden vrijgemaakt en de siersteen krijgt een plaats langs de dijk. De kaaimuur en de draaibrug zijn in 1841 gebouwd. Momenteel wordt gewerkt om de omgeving van oude Zuid-Willemsvaart in Lanklaar weer de uitstraling van honderd jaar geleden te geven.
De Zuid-Willemsvaart is een kanaal dat als by-pass dient tussen het Belgische en Brabantse/Gelderse deel van rivier de Maas. De vaart heeft haar naam te danken aan koning Willem I, die in 1822 besloot een verbindingskanaal te graven tussen Maastricht en 's-Hertogenbosch. Omdat er later ook een Willemsvaart in Drenthe werd aangelegd, werd het woordje Zuid aan de naam toegevoegd. Het kanaal loopt over een gedeelte van zijn traject door Belgisch-Limburg.
Foto: Michiel Minderhoud (GNU/GFDL licentie)
door Tijl | In de pers | Reacties (0)
Archeologie versus moderne kunst op Ten Duinen-site
Het gemeentebestuur van Koksijde onderzoekt de mogelijkheden om het in 2002 opgegraven gastenverblijf op de site van de abdij Ten Duinen te bewaren en voor het publiek te ontsluiten. Naar aanleiding van deze plannen werd vorige maand nog een beperkte opgraving uitgevoerd. In het kader van Beaufort 2006 kun je op de site momenteel ook een installatie van een Italiaanse kunstenaar bewonderen.
Voor de ontsluiting van het gastverblijf gaat de voorkeur uit naar een overkapping van de bouwsite door middel van een tentconstructie. Om de plaatsing van de pijlers van deze tent te kunnen bepalen, voerde archeologe Evy Vandevoorde in samenwerking met het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed (VIOE) in de maand april een beperkt archeologisch onderzoek uit. Proefsleuven moesten aangeven waar de pijlers mogen worden geplaatst.
Nog tot 1 september kun je op de archeologische site de ingetogen installatie ‘I Dormienti’ van de Italiaanse kunstenaar Mimmo Paladino bewonderen. De installatie maakt deel uit van Beaufort 2006. De wisselwerking tussen de archeologische resten van de abdijsite en de 33 liggende beelden nodigt uit om even de tijd buiten te sluiten. Voor de vele mensen die speciaal voor Beaufort naar de Vlaamse Kust afzakken, biedt dit de kans om kennis te maken met de archeologische site en het vernieuwde abdijmuseum.
In het museum kan je nu ook de pas aangekochte eerste uitgave van de ‘Flandria Illustrata’ (1641-44), het opus magnum van de in Antwerpen geboren Antoon Sanders (1586-1664), bewonderen. Zoals gebruikelijk in die tijd latiniseerde de schrijver zijn naam tot Antonius Sanderus. In de rijkelijk geïllustreerde Illustrata
schonk de auteur in het luik over Brugge uitgebreid aandacht aan de cisterciënzerabdij OLV Ten Duinen. Brugge was sedert de translatie in 1628 de nieuwe thuisbasis voor de cisterciënzergemeenschap.
Nu zondag wordt in het museum ook nog een aperitieflezing georganiseerd over de Tempeliers in Vlaanderen. Dr. Michel Nuyttens van het Rijksarchief in Brugge is een verwoed onderzoeksliefhebber van de Tempeliers. De lezing vindt plaats op zondag 21 mei, om 10.30 uur, in de filmzaal van het Abdijmuseum. De toegang bedraagt 4 euro voor leden van de Familiares en 5 euro voor niet-leden.
Externe link: Ten Duinen 1138
door Tijl | Varia | Reacties (0)
Erf-goed.be in de media
Onze nieuwe website Erf-goed.be krijgt vandaag enige aandacht in de Vlaamse pers. Het Nieuwsblad en Het Volk publiceerden vandaag een vrij uitgebreid artikel over het nieuwe initiatief. Mensen uit Oost-Brabant kunnen deze avond zelfs een reportage over de website bekijken op de regionale TV-zender ROB. Intussen blijven al je erfgoedfoto's natuurlijk nog steeds welkom op Erf-goed.be.
door Tijl | Websites | Reacties (0)
16 mei 2006
Echnaton en Aton: de crisis van het polytheïsme
Er zijn maar weinig figuren die zo tot de verbeelding spreken als Echnaton en zijn mooie koningin Nefertiti. Rond deze koning en zijn controversiële religieuze opvattingen heeft er altijd al een gheimzinnige sfeer gehangen. Wie was de historische figuur Echnaton? Wat waren zijn beweegredenen om aan de traditionele goden van Egypte te vezaken en die ene god Aton te aanbidden? Rond deze vragen organiseert Egyptologica Vlaanderen op donderdag 18 mei een lezing in Gent.
Sommigen zagen Echnaton als een genie en een bevlogen man die zijn ideaal kon realiseren, een dromerige filosoof, de stichter van het monotheïsme en 'het eerste individu in de wereldgeschiedenis'. In de ogen van anderen vond hij geen genade en werd hij bestempeld als een ketter, een valse profeet en een meedogenloze dictator.
Waarom neemt hij de beslissing om een nieuwe hoofdstad Achet-Aton te bouwen en Thebe te verlaten? Was het uit religieuze overtuiging og was het een berekend politiek manoeuver? En waarom laat hij zichzelf en zijn familie op een uitermate provocerende manier afbeelden? Op deze en andere vragen krijg je donderdag een antwoord van egyptologe Marleen Reynders.
Praktisch: donderdag 18 mei om 20u. St.-Bavo Humaniora, Reep 4, Gent.
Externe link: Egyptologica Vlaanderen
door Tijl | Lezingen | Reacties (0)
Canvas pakt uit met Monumentenstrijd
Begin volgend jaar pakt Canvas uit met 'Monumentenstrijd', de Vlaamse versie van het succesvolle BBC-programma 'Restoration'. Dat maakte de VRT zonet bekend op een persconferentie. In de 'Monumentenstrijd' mag het publiek oordelen welk waardevol historisch Vlaams gebouw gerestaureerd zou moeten worden of een herbestemming zou moeten krijgen. Het crossmediale project komt er in samenwerking met minister voor Monumenten en Landschappen Dirk Van Mechelen.
Het verkiezingstraject van 'Monumentenstrijd' is een combinatie van een professioneel gefundeerde selectie met een grote populariteitspoll.
Kijkers en luisteraars kunnen nog tot 20 juni een object voordragen. Na een eerste selectie door een comité van deskundigen, stelt de VRT in augustus 2006, 25 restauratie-of herstelprojecten voor aan het publiek. Deze projecten krijgen tijdens de Open Monumentendag op 10 september extra aandacht. Zo kan het publiek ze zelf ontdekken.
Uit die projecten kiest kijkend, luisterend en lezend Vlaanderen de finalisten. Nadien worden gedurende enkele weken de geselecteerde erfgoedprojecten uitgebreid voorgesteld. In die periode kan het publiek opnieuw stemmen. De winnaar van Monumentenstrijd wordt tijdens de finale in februari 2006 bekendgemaakt.
Niet alleen gebouwen kunnen worden voorgedragen, alle onroerend erfgoed in Vlaanderen komt in aanmerking voor de titel en de restauratiepremie, ook rollend, varend, rijdend en zelfs vliegend erfgoed. De uiteindelijke winnaar(s) krijgen extra financiële middelen. Speciaal voor dit programma wordt een prijzenpot van minimum 500.000 euro bijeengebracht. Daaraan plant de Nationale Loterij - in afspraak met staatssecretaris Bruno Tuybens - een bijdrage van 250.000 euro.
"De geselecteerde restauratie- en herstelprojecten zullen niet alleen de veelzijdigheid van het Vlaams erfgoed in beeld brengen, maar het publiek ook op een attractieve manier tonen wat onderzoek, vakmanschap, openstelling,... in de dagelijkse praktijk van de erfgoedzorg precies betekenen," zegt Vlaams minister Dirk Van Mechelen. "Ik kijk er nu al naar uit hoe de verschillende initiatiefnemers zullen proberen om het publiek te overtuigen voor hun project te stemmen. Daarbij is de titel van het programma een uitdrukking van de vastberadenheid waarmee velen zich, vaak al jarenlang en belangeloos, inzetten en strijden voor het behoud van ons erfgoed."
De openingsshow op tv is gepland op 15 januari 2007 met de bekendmaking van 10 door het publiek genomineerde projecten.
Praktisch: Kandidaturen kunnen tot 20 juni ingediend worden via onroerenderfgoed.be. De criteria vind je hier. Je kunt ook deze folder downloaden (pdf). Op de VRT-nieuwssite vind je een interview met Dirk Van Mechelen.
door Tijl | Varia | Reacties (0)
15 mei 2006
Diplodocus Deks. Triomf der archeologie
Wie de zwoele zomeravonden op een aangename manier wil doorbrengen, kan tussen 19 juni en 2 juli in Ename terecht. Voor het eerst sinds twaalf jaar doet de archeologische site van Ename weer dienst als openluchttheater. Met het stuk 'Diplodocus Deks' van Tom Lanoye staat er een eigentijds theaterstuk van de bovenste plank op het programma.
Wie zich de succesvolle opvoeringen van 'Beatrijs' en 'Don Quichote' op de archeologische site nog herinnert, zal er ook deze keer zeker bij willen zijn. 'Diplodocus Deks', een co-productie van NTGent en KVS Brussel, wordt geregiseerd door Domien Van Der Meiren, die zelf nog zijn stage heeft gedaan op de site van Ename.
Het verhaal speelt zich af ergens in een grensgebied niet ver van Frans-Vlaanderen, waar de tijd is blijven stilstaan. Een kabellift draait doelloos toertjes tussen de Bruineberg en de Groeneberg, in een landschap dat hoogstens heuvels kent. Onder de grond zijn, door een amateur-archeoloog genaamd Deks, beenderen gevonden van een voorhistorisch beest — allicht een diplodocus. Maar de kleine gemeenschap die het gebied bewoont, ligt daar niet van wakker.
Tot een vreemde snuiter met een buitenissig plan op de proppen komt: de potsierlijke kabellift afbreken en een dino-park beginnen. De man in kwestie – bruin van buiten, wit van binnen - zwaait met oliedollars en kent behalve perfect beschaafd West-Vlaams ook de knepen van de geglobaliseerde economie. Hij voorspelt de gemeenschap een nieuw elan en grote winsten, zolang alles maar bij het oude blijft. Dat geconserveerde, tot fossiel geworden Vlaanderen heeft volgens hem alles om een toeristische trekpleister van wereldformaat te worden.
Zijn plannen schudden de kleine gemeenschap dooreen. Het dino-park is weliswaar geen lang leven beschoren, maar de naschokken sparen niemand...
Praktisch: Van 21 juni tot 2 juli telkens om 21u op de archeologische site in Ename. Meer info op enamecenter.org
Aansluitend artikel: Interview met Tom Lanoye en Domien Van der Meiren (pdf)
door Tijl | Evenementen | Reacties (0)
Archeologie onder de loep
Heb je ooit een steen gevonden, die verdacht veel lijkt op een prehistorisch werktuig? Liggen er bij jou op zolder potscherven die tijdens verbouwingswerken werden gevonden? Heb je op een rommelmarkt ooit een “middeleeuwse” kruik gevonden, waarover je meer wil weten? Op 22 mei krijg je in Brugge de kans om archeologische vondsten te tonen aan een team van vakspecialisten. Het is een unieke kans om meer te weten over de datering, herkomst en functie van voorwerpen uit aardewerk, glas, metaal, silex...
Het evenement wordt georganiseerd door de Werkgroep Archeologie Brugs Ommeland (WABO), een onderdeel van de Heemkundige Kring Maurits Van Coppenolle. WABO vormt in de Brugse regio één van de schakels tussen een publiek dat in archeologie is geïnteresseerd en de beroepsarcheologen. Dit gebeurt vooral door het organiseren van bijvoorbeeld opendeurdagen, lezingen en andere publieksgerichte activiteiten.
Praktisch: maandag 22 mei van 19.00 tot 22.00 uur in De Zorghe, Moerkerkesteenweg 194, Brugge
Meer info: Bieke Hillewaert (0494/21.38.50)
door Tijl | Evenementen | Reacties (0)
Het land van de Eburonen op het snijpunt der tijden
Op woensdag 17 mei organiseert de Antwerpse Vereniging voor Romeinse Archeologie een lezing door Guido Creemers over 'Het land van de Eburonen op het snijpunt der tijden'. Deze lezing is een geschiedenis van het Limburgse gebied vanaf de vroege ijzertijd tot de komst van de Romeinen. Niet alleen Tongeren komt aan bod, ook de landelijke bewoning in Haspengouw, de Maasvallei, de Kempen.
Praktisch: lezing op woensdag 17 mei om 20.00 u. Ufsia, Rodestraat 14, 2000 Antwerpen. De toegang is gratis.
door Tijl | Lezingen | Reacties (0)
14 mei 2006
Archeologie in de Zeebrugse achterhaven
Raakvlak zal tijdens de volgende maanden het archeologisch onderzoek in de Zeebrugse achterhaven verder zetten. In het kader van geplande uitbreidingen, moet er proefonderzoek gebeuren en moet er een middeleeuwse site met walgracht worden opgegraven. Vroegere opgravingen brachten in Zeebrugge, naast Romeinse sporen, al bewijzen voor middeleeuwse bewoning en baksteenproductie aan het licht.
Tot voor het begin van de jaren zeventig strekte zich ten zuiden van het dorpje Zeebrugge, tussen het Boudewijnkanaal en het kanaal van Schipdonk tot aan de dorpskern van Dudzele een vanuit cultuurhistorisch, maar ook biologisch standpunt, uniek poldergebied uit, dat gekenmerkt werd door een aaneenschakeling van statige hoeven, hoog gelegen akkercomplexen en zompige weiden met soms zeer uitgesproken niveauverschillen. Deze vormden de relicten van wat eens de rijkdom was van deze streek, namelijk de veenwinningen. Vanaf 1970, toen beslist werd tot de uitbouw van een ca. 1300 ha groot havencomplex, veranderde er heel wat in dit gebied. Waar eens koeien graasden, verrezen dokken en industrieterreinen. Nieuwe wegen en spoorweglijnen werden aangelegd.
Dat bij de uitvoering van deze grootschalige infrastructuurwerken een schat aan archeologische informatie zou verloren gaan, werd aanvankelijk nauwelijks onderkend. Men beperkte zich tot de gedeeltelijke opgraving, in 1970, van een verdwenen middeleeuwse bewoningskern, de zogenaamde Cathemmote te Dudzele. Pas vanaf 1985 werd door Bieke Hillewaert en Yann Hollevoet een systematisch nazicht van de graafwerken voor de bouw van een diepwaterkade en van de afgravingen in functie van de aanleg van perskaden voor de opspuitingen gestart. Plaatselijk werd een beperkte opgraving uitgevoerd. Hierbij werd heel wat waardevolle informatie verzameld op archeologisch en geologisch vlak. Dit pionierswerk legde de basis voor de preventieve archeologie die later zou volgen. In 1999 werd een aanvang genomen met systematisch proefsleuvenonderzoek in de op te spuiten zones. Dit onderzoek gebeurde door Els Patrouille van het toenmalige IAP. Aansluitend bij dit verkennend onderzoek kon op enkele plaatsen een opgraving worden uitgevoerd.
In de eerste plaats werden interessante waarnemingen verricht wat de inheems-Romeinse occupatie van het gebied betreft. Het groot aantal vondsten wijst op het belang en de intensiteit van de bewoning tijdens de Romeinse periode. Plaatselijk werden op pleistocene opduikingen Romeinse sporen in situ aangetroffen, die nauwelijks door post-Romeinse afzettingen bedekt waren. Heel wat vondsten wijzen op het belang dat de zoutwinning toen moet hebben gehad. In dit verband zal de aanwezigheid van een bijzonder wijd vertakt getijdengeulsysteem een dooslaggevende rol gespeeld hebben. Bij de werfcontroles tijdens de tweede helft van de jaren '80 werd dit geulsysteem gekarteerd. Mogelijk had de bewoning in het gebied geen uitgesproken permanent karakter, te meer daar zoutwinning in onze gewesten meestal als een seizoensgebonden activiteit wordt beschouwd.
Bij het graven van proefsleuven door het IAP werden achter de piekbesnoeiingsinstallatie van Fluxys sporen van een laatmiddeleeuwse site met walgracht aangetroffen. Er werden opgravingen uitgevoerd, waaruit kon worden afgeleid dat de site een voorloper had tijdens de volle Middeleeuwen.
De proefsleuven brachten eveneens resten van middeleeuwse baksteenovens aan het licht (foto rechts). De ovens werden in de onmiddellijke omgeving van de Noordwatergang aangetroffen, langs waar de afgewerkte bakstenen vermoedelijk vervoerd werden. Het betreft veldovens waarbij de te bakken bakstenen op hun zijde in rijen gestapeld opgestapeld werden. Tussen de rijen werden smalle gangen als stookgang uitgespaard, aansluitend op de vuurmonden, en opgevuld met brandstof. Resten van de opgestapelde stenen, stookgangen en door de hitte van het bakken roodverkleurde klei werden aangetroffen.
Raakvlak zal tijdens de eerstkomende maanden het archeologisch onderzoek in de Zeebrugse achterhaven verder zetten. In de eerste plaats zal op de plaats waar de proefsleuven, die in 2001 door het IAP werden getrokken, een laatmiddeleeuwse site aan het licht brachten, een opgraving plaatsgrijpen. Vermoedelijk gaat het om een boerderij met walgracht. In een tweede fase zal in het gedeelte ten zuiden van de Noord- en Zuidwatergang, dat nog niet werd onderzocht, proefsleuvenonderzoek plaats vinden. Het onderzoek wordt gefinancierd door de MBZ en het Vlaamse Gewest.
Bron: Raakvlak
door Tijl | Opgravingen | Reacties (0)
Romeinse cavalerie ondermaats?
Op dinsdag 16 mei organiseert de Archeologische Werkgroep van de UGent zijn laatste lezing van dit academiejaar: 'Romeinse cavalerie ondermaats? Rechtzetting van een historische flater door het Corpus Equitum Legionis X EQ en de (experimentele) archeologie!' Het belooft een spectaculaire avond te worden...
Uitgedost in de volledige uitrusting van een Romeinse ruiter zal de spreker de kwaliteiten in het licht stellen van de Romeinse cavalerie uit de 1ste eeuw na Christus.
Praktisch: lezing door G. Clerens & E. Mathij, op dinsdag 16 mei om 20u in Auditorium C van de Blandijn (Gent). Toegang gratis.
door Tijl | Lezingen | Reacties (0)
12 mei 2006
Graven om te Weten
Enkele jonge wetenschappers van de K.U.Leuven hebben rond het thema archeologie een workshop voor 12-15 jarigen uitgewerkt. In de workshop Graven om te Weten wordt een opgraving in het Midden-Oosten gesimuleerd, waarbij de deelnemers interactief aan allerhande onderzoeken kunnen deelnemen. Het project kadert in de promotie van de Vlaamse Gemeenschap rond Wetenschapsinformatie.
De initiatiefnemers van het project, archeoloog Klaas Vansteenhuyse en spijkerschrift-deskundige Hendrik Hameeuw, zijn al enkele jaren actief op de Syrisch-Belgische opgravingen van Tell Tweini in Syrië, onder leiding van Karel Van Lerberghe en Joachim Bretschneider. Vanuit deze achtergrond werd een workshop uitgewerkt waarin 12-15 jarigen kennis kunnen maken met de archeologie en haar aanverwante wetenschappen. De jongeren kunnen zelf de stappen zetten die ook in een effectief wetenschappelijk onderzoek gebruikt worden en zo mee het proces van ontdekking en studie tot aan de presentatie van een coherente conclusie uitwerken.
"Wetenschap wordt via deze weg niet alleen toegankelijk maar ook aantrekkelijk gemaakt," vertelt Hendrik Hameeuw. "Archeologie leent er zich ideaal toe om de interdisciplinariteit van het moderne wetenschappelijke onderzoek te illustreren. Wanneer verschillende disciplines de handen in elkaar slaan, komen nieuwe conclusies sneller en gemakkelijker bovendrijven. Het enthousiasmeren van jongeren voor deze dynamiek, waarin verschillende wetenschappers op een constructieve en kritische manier samenwerken, is zo een belangrijke uitdaging voor de workshop."
Concreet worden enkele basisprincipes van de archeologie aangebracht. Deze archeologische ‘wetten’ kunnen de deelnemers meteen toepassen wanneer stap voor stap een concrete opgravingssituatie wordt gesimuleerd. Dat gebeurt met behulp van moderne media en wordt ook samen met de deelnemers, in real-time, nagebootst. Bij deze opgraving ontdekken de jongeren een aantal archeologische voorwerpen die kenmerkend zijn voor een opgraving in het Midden-Oosten: aardewerk en tabletten. De deelnemers worden aangezet om met dit materiaal de vroegere leefcontext te reconstrueren. Zo ontdekken ze wat je aan de hand van aardewerk te weten kan komen over de gebruikers.
"Door bijvoorbeeld het aardewerk onder de microscoop te bekijken, kunnen ze zelfs achterhalen wat de functie was van de potten die ze reconstrueren," zegt Hendrik. "Ze worden ook ingeleid in de geheimen van het spijkerschrift, het oudste schrift ter wereld, en komen er zo zelf toe om een spijkerschrifttablet te vertalen. In dit volledige proces ervaren ze dat nauwkeurige registratie en het bereiken van een gefundeerde consensus met de andere deelnemers essentiële onderdelen zijn van een wetenschappelijk onderzoek."
De workshop 'Graven om te Weten' spitst zich speciaal toe op lokale jeugdwerkingen of verenigingen die jongeren de kans willen bieden hun horizon te verbreden. Het is de expliciete doelstelling van het Graven om te Weten-team en de Vlaamse Gemeenschap om jongeren ook buiten de schooluren warm te maken voor wetenschap in al haar facetten. De Graven om te Weten-wetenschappers van de KULeuven verlaten daarom hun bibliotheek, labo of opgravingssleuf en trekken hiervoor Vlaanderen rond. Op uitnodiging van lokale overheden of verenigingen gaan zij naar de jongeren toe.
Praktisch: de workshop kan geboekt worden vanaf 1 juli 2006 tot en met januari 2008. Verdere praktische informatie over deze workshop kan gevonden worden op de website www.gravenomteweten.be. Je kunt contact opnemen met het team via info@gravenomteweten.be.
door Tijl | Jeugd | Reacties (0)
11 mei 2006
Oudste nederzetting ooit in Roeselare blootgelegd
Eind vorige maand viel het doek over de archeologische opgravingen op De Zilverberg in Rumbeke (Roeselare). Op het terrein langs de Bergstraat legden de amateur-archeologen van de Werkgroep Archeologie Roeselare (WAR) paalsporen bloot van een nederzetting tussen de 4.290 en 4.130 jaar oud. Het gaat om de oudste nederzetting ooit in Roeselare gevonden.
De Vereniging Oudheidkundig Bomdemonderzoek West-Vlaanderen (V.O.B.o.W.) en WAR waren al sinds 2002 met opgravingen bezig op de noorderflank van de Zilverberg, op gronden van NV ’t Eksternest. "De eigenaars verleenden ons welwillend toelating om archeologische opgravingen uit te voeren," vertelt Jozef Goderis. "Bovenden kregen we van de afdeling Monumenten en Landschappen ieder jaar de noodzakelijke vergunning met het oog op een archeologisch noodonderzoek. De opgravingen werden ondernomen met projectsubsidie van de Provincie West-Vlaanderen."
In 2002 en 2003 werden twee lange proefsleuven getrokken op de helling. Aansluitend bij die proefsleuven werd in 2004 een vlak onderzocht van 80 vierkante meter. Daarin werden een grachtje en twaalf paalsporen ontdekt. "In 2005 vonden we in een tweede vlak nog zestien andere paalsporen. Het gaat hier om een gebouw van hout, palen en leem, waarvan alleen nog de grondverkleuringen in zijn overgebleven."
"Op basis van een aantal gevonden Romeinse potscherven dachten we die houtbouwconstructie aanvankelijk te kunnen dateren in de Gallo-Romeinse periode," vertelt Jozef. "Archeologische Info dient achteraf vaak verfijnd of bijgestuurd te worden. Nu is immers gebleken dat de constructie verwijst naar de oudste nederzetting ooit in Roeselare gevonden, tussen 4290 en 4130 jaar oud." Het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium voerde onlangs een C14-datering uit op houtskool uit de paalsporen. Daaruit bleek dat de nederzetting te situeren is tussen 2290 en 2130 vóór Christus. Dat is ongeveer twee tot drie eeuwen ouder dan de nederzetting uit de Midden-Bronstijd in de Mandelstraat (2000-1500 voor Chr.). De nederzetting op de Zilverberg zou dus te dateren in de overgang van het einde van de Nieuwe Steentijd (Neolithicum) naar de Bronstijd.
Enkele schaarse en verweerde scherven in prehistorische techniek bevestigen de aanwezigheid van bewoning in het Neolithicum. Ook een aantal werktuigen in vuursteen, gedetermineerd door professor Philippe Crombé (UGent), bevestigen de datering van de paalsporen, hoewel het merendeel van de silexvondsten eerder verwijst naar het Mesolithicum (9000-4500 voor Chr.). "Voorheen trokken nomaden en zwervers blijkbaar al eeuwen lang over de Zilverberg. Maar nu hebben we dus ook het bewijs dat mensen zich hier permanent hebben gevestigd vanaf het einde van de Nieuwe Steentijd," stelt Jozef.
Vermoedelijk liep deze bewoning door in de Gallo-Romeinse tijd, in de Karolingische periode over de vroege en late middeleeuwen. Daarvoor baseren de archeologen zich op aardewerk uit deze verschillende periodes. Eind februari vond Jozef Goderis nog een Karolingische scherf met rolstempelversiering. Een C14-datering op houtskool uit het eerste vlak verwijst ook naar de Karolingische periode (9de-10de eeuw). Uit deze latere periodes zijn echter geen grondsporen gevonden.
Meer info: Jozef Goderis
door Tijl | Opgravingen | Reacties (0)
Romeinse munten, getuigen van hun tijd
Op donderdag 18 mei vindt in Grobbendonk een lezing plaats over Romeinse munten. Naast een wandeling doorheen de geschiedenis van het Romeinse geld, zal getracht worden meer inzicht te verschaffen in de getuigenissen die de munten brengen van de tijd waarin ze werden geslagen. Spreker van dienst is Ludo Giebens.
Bij de Romeinen waren munten niet alleen een betaalmiddel, maar ook een middel om de herinnering aan bepaalde gebeurtenissen of personen door te geven en te bewaren. Vermits de muntstukken van hand tot hand gingen, in een tijd zonder moderne communicatiemiddelen, behoorden de geldtransacties tot de weinige mogelijkheden om bepaalde gebeurtenissen wereldkundig te maken. De keizers maakten van dit medium gretig gebruik om zichzelf en hun verwezenlijkingen aan hun onderdanen voor te stellen. De Romeinse munten hebben dan ook een grote documentaire waarde.
Gastspreker is Ludo Giebens, penningmeester van de Antwerpse Vereniging voor Romeinse Archeologie (AVRA). De voordracht vindt plaats op donderdag 18 mei 2006 om 19.30 u in de polyvalente ruimte van de bibliotheek, Astridplein 3 te Grobbendonk. Vanaf 19.00 u bent u welkom in het archeologisch museum boven de bibliotheek. Iedereen is van harte welkom en de deelname is kosteloos.
Praktisch: graag een bevestiging vooraf bij Danielle Horemans (014/50.74.95)
door Tijl | Lezingen | Reacties (0)
Erf-goed.be
Graag stellen we vandaag ons nieuwe project voor: zonet hebben we de website Erf-goed.be gelanceerd. Deze website verzamelt foto's van beschermde monumenten, landschappen en dorpsgezichten in Vlaanderen. Om de website uit te bouwen, rekenen we op alle liefhebbers van het Vlaamse erfgoed. Iedereen kan ons zijn of haar mooiste erfgoed-foto's bezorgen. Wij zetten de foto's dan op de kaart van Vlaanderen.
Eind 2005 telde de lijst van beschermde monumenten, stads- en dorpsgezichten en landschappen in Vlaanderen bijna 12.000 items. De bedoeling van Erf-goed.be is het waardevol erfgoed in Vlaanderen te documenteren, in kaart te brengen en te ontsluiten via het internet. Zo hopen we niet alleen ons Vlaamse erfgoed bekender te maken bij een breed publiek, maar onrechtstreeks ook het maatschappelijke draagvlak ervoor te vergroten.
Erf-goed.be maakt gebruik van de mogelijkheden van Flickr, een populaire service om foto's on-line te zetten en te delen met andere internetgebruikers. ArcheoNet heeft een eigen Flickr-account gecreëerd om alle foto's van het Vlaamse erfgoed te verzamelen.
Een van de mogelijkheden die Flickr biedt, is het 'taggen' van foto's. Tags zijn trefwoorden die aan een foto worden toegekend. Ook geografische coördinaten kunnen op deze manier aan een foto toegekend worden. Deze coördinaten maken het mogelijk alle foto's precies te situeren op een kaart. Voor de uiteindelijke weergave op de kaart van Vlaanderen maakt Erf-goed.be gebruik van het speciaal daarvoor ontwikkelde programma Flickrmap.
Zelf meewerken?
Graag! We kunnen je hulp zeker gebruiken om de website uit te breiden. Je kan ons je mooiste erfgoed-foto's bezorgen via het formulier op deze pagina. Verklein de foto's niet te veel; de afmetingen moeten minstens 1024x768 pixels zijn. Je mag ons uiteraard steeds de originele foto's bezorgen. Vergeet zeker het onderwerp van de foto's niet te vermelden. Het precieze adres is van de genomen foto's is ook welkom. Je mag natuurlijk zelf al de geografische coordinaten opzoeken; dit kan bijvoorbeeld via de website
