HomeKalenderForumContactLinks

Romeinse cavalerie ondermaats? | Het land van de Eburonen op het snijpunt der tijden

14 mei 2006

Archeologie in de Zeebrugse achterhaven

Raakvlak zal tijdens de volgende maanden het archeologisch onderzoek in de Zeebrugse achterhaven verder zetten. In het kader van geplande uitbreidingen, moet er proefonderzoek gebeuren en moet er een middeleeuwse site met walgracht worden opgegraven. Vroegere opgravingen brachten in Zeebrugge, naast Romeinse sporen, al bewijzen voor middeleeuwse bewoning en baksteenproductie aan het licht.

Tot voor het begin van de jaren zeventig strekte zich ten zuiden van het dorpje Zeebrugge, tussen het Boudewijnkanaal en het kanaal van Schipdonk tot aan de dorpskern van Dudzele een vanuit cultuurhistorisch, maar ook biologisch standpunt, uniek poldergebied uit, dat gekenmerkt werd door een aaneenschakeling van statige hoeven, hoog gelegen akkercomplexen en zompige weiden met soms zeer uitgesproken niveauverschillen. Deze vormden de relicten van wat eens de rijkdom was van deze streek, namelijk de veenwinningen. Vanaf 1970, toen beslist werd tot de uitbouw van een ca. 1300 ha groot havencomplex, veranderde er heel wat in dit gebied. Waar eens koeien graasden, verrezen dokken en industrieterreinen. Nieuwe wegen en spoorweglijnen werden aangelegd.

Dat bij de uitvoering van deze grootschalige infrastructuurwerken een schat aan archeologische informatie zou verloren gaan, werd aanvankelijk nauwelijks onderkend. Men beperkte zich tot de gedeeltelijke opgraving, in 1970, van een verdwenen middeleeuwse bewoningskern, de zogenaamde Cathemmote te Dudzele. Pas vanaf 1985 werd door Bieke Hillewaert en Yann Hollevoet een systematisch nazicht van de graafwerken voor de bouw van een diepwaterkade en van de afgravingen in functie van de aanleg van perskaden voor de opspuitingen gestart. Plaatselijk werd een beperkte opgraving uitgevoerd. Hierbij werd heel wat waardevolle informatie verzameld op archeologisch en geologisch vlak. Dit pionierswerk legde de basis voor de preventieve archeologie die later zou volgen. In 1999 werd een aanvang genomen met systematisch proefsleuvenonderzoek in de op te spuiten zones. Dit onderzoek gebeurde door Els Patrouille van het toenmalige IAP. Aansluitend bij dit verkennend onderzoek kon op enkele plaatsen een opgraving worden uitgevoerd.

In de eerste plaats werden interessante waarnemingen verricht wat de inheems-Romeinse occupatie van het gebied betreft. Het groot aantal vondsten wijst op het belang en de intensiteit van de bewoning tijdens de Romeinse periode. Plaatselijk werden op pleistocene opduikingen Romeinse sporen in situ aangetroffen, die nauwelijks door post-Romeinse afzettingen bedekt waren. Heel wat vondsten wijzen op het belang dat de zoutwinning toen moet hebben gehad. In dit verband zal de aanwezigheid van een bijzonder wijd vertakt getijdengeulsysteem een dooslaggevende rol gespeeld hebben. Bij de werfcontroles tijdens de tweede helft van de jaren '80 werd dit geulsysteem gekarteerd. Mogelijk had de bewoning in het gebied geen uitgesproken permanent karakter, te meer daar zoutwinning in onze gewesten meestal als een seizoensgebonden activiteit wordt beschouwd.

Bij het graven van proefsleuven door het IAP werden achter de piekbesnoeiingsinstallatie van Fluxys sporen van een laatmiddeleeuwse site met walgracht aangetroffen. Er werden opgravingen uitgevoerd, waaruit kon worden afgeleid dat de site een voorloper had tijdens de volle Middeleeuwen.

De proefsleuven brachten eveneens resten van middeleeuwse baksteenovens aan het licht (foto rechts). De ovens werden in de onmiddellijke omgeving van de Noordwatergang aangetroffen, langs waar de afgewerkte bakstenen vermoedelijk vervoerd werden. Het betreft veldovens waarbij de te bakken bakstenen op hun zijde in rijen gestapeld opgestapeld werden. Tussen de rijen werden smalle gangen als stookgang uitgespaard, aansluitend op de vuurmonden, en opgevuld met brandstof. Resten van de opgestapelde stenen, stookgangen en door de hitte van het bakken roodverkleurde klei werden aangetroffen.

Raakvlak zal tijdens de eerstkomende maanden het archeologisch onderzoek in de Zeebrugse achterhaven verder zetten. In de eerste plaats zal op de plaats waar de proefsleuven, die in 2001 door het IAP werden getrokken, een laatmiddeleeuwse site aan het licht brachten, een opgraving plaatsgrijpen. Vermoedelijk gaat het om een boerderij met walgracht. In een tweede fase zal in het gedeelte ten zuiden van de Noord- en Zuidwatergang, dat nog niet werd onderzocht, proefsleuvenonderzoek plaats vinden. Het onderzoek wordt gefinancierd door de MBZ en het Vlaamse Gewest.

Bron: Raakvlak

door Tijl | Opgravingen | Reacties (0)

Reageer op dit bericht




Remember Me?

(you may use HTML tags for style)