
Home
Kalender
Forum
Contact
Links
Opgravingen brengen drie eeuwen Antwerpse citadel aan het licht | Romeins aardewerk aan beide kanten van het Kanaal
29 mei 2006
Menselijke resten gevonden in Koolkerke
Bij graafwerken voor een waterput in Kapelstuk in Brugge (Koolkerke), werden begin mei menselijke resten aangetroffen. Na de gerechtelijke en politiediensten kon nu ook de archeologische dienst Raakvlak de site onderzoeken. De archeologische vaststellingen noch de historische gegevens maken echter een nauwkeurige datering mogelijk. Wel kon worden vastgesteld dat de bijzetting van de menselijke resten gebeurde voor het terrein werd opgehoogd.
De straatnaam 'Kapelstuk' verwijst naar een plaatselijk toponiem en werd na de aanleg van de verkaveling in 1976 gegeven. Het toponiem dat reeds in 1701 werd opgetekend, doet vermoeden dat hier ooit een kapel stond. Volgens A. Schouteet stond er in 1699 in dit gebied inderdaad een kapel maar de juiste lokalisatie is niet te achterhalen. Op de kaart van Pieter Pourbus (1562) staat ook een kapel maar opnieuw is het moeilijk om de juiste locatie ervan te bepalen. Over eventuele begravingen in de buurt van de eventuele kapel is niets bekend.
In de uitgegraven put bevond het (marien) kreekzand zich op ca 130 cm diepte; op dit zand lag een ca 30 cm dikke, zandige, gemengde laag, waarin vermoedelijk de menselijke resten werden aangetroffen. Waarschijnlijk gaat het hier om een oude laag. Helaas was er geen schervenmateriaal aanwezig om de laag te dateren. In de laag waren ook geen sporen van een kuil of andere vergravingen te zien. Op de gemengde laag bevond zich een zeer compact, eerder kleiig pakket, waarin materiaal uit de periode 15de eeuw tot 19de eeuw werd aangetroffen. Wellicht is dit een opgevoerde en aangereden laag, die bij de aanleg van de verkaveling in de jaren ’70 werd aangelegd. Ook in dit pakket werden geen sporen van een kuil of andere vergravingen vastgesteld.
De aangetroffen menselijke resten behoren tot twee onvolledige skeletten. Het eerste is het skelet van een volwassen, mannelijk persoon die waarschijnlijk tussen 1,70-1,75 m groot was. De persoon in kwestie was normaal stevig gebouwd. Hij vertoont tekenen van artrose aan de onderste borstwervels gepaard met indeukingen in het wervellichaam welke verwijzen naar chronische overbelasting van de wervelkolom. Het gebit vertoont reeds hevige slijtagesporen, dikke lagen tandsteen, groeistoornissen van het tandglazuur (die verwijzen naar stress en ziekte in de kinderjaren) en afwezigheid van de wijsheidskiezen. De sterfteleeftijd ligt rond 35 jaar, op basis van beginnende slijtageprocessen. Er zijn geen aanwijzingen die verwijzen naar een mogelijke doodsoorzaak.
Het tweede skelet behoort toe aan een volwassen vrouw, met een lichaamslengte van ongeveer 1,53m. Zij was normaal slank gebouwd. Het volwassen gebit is gaaf met weinig tandslijtage en één enkel gaatje (caries). De vrouw was ongeveer 25 jaar, de beenderen vertonen een jong aspect en er zijn nog vele groeilijnen zichtbaar. Vermoedelijk leed zij aan chronische bloedarmoede, waarbij het schedeldakbot gaat opzwellen. In hoeverre dit doodsoorzaak kan zijn is niet duidelijk.
Zoals uit het korte overzicht blijkt, kunnen de archeologische vaststellingen noch de historische gegevens aanknopingspunten bezorgen die een nauwkeurige datering mogelijk maken. Wel kon worden vastgesteld dat de bijzetting van de menselijke resten gebeurde voor het terrein werd opgehoogd. Met andere woorden de bijzetting kan ten vroegste in de vroege middeleeuwen en ten laatste in het begin van de jaren ’70 van de 20ste eeuw (toen de verkaveling werd aangelegd) worden gesitueerd. Om een meer preciese datering te bekomen zal een C14-datering worden uitgevoerd.
Bron: Raakvlak
door Tijl | Opgravingen | Reacties (0)
Reageer op dit bericht |
