
Home
Kalender
Forum
Contact
Links
Vacature projectarcheoloog Militair Hospitaal Antwerpen-Berchem | Onbekende muur Oratorianenklooster gevonden in Scherpenheuvel
26 mei 2006
Noodopgraving Karolingische waterput en afvalkuilen in Roeselare
Enkele weken geleden konden we hier al de vondst melden van een meer dan 4000 jaar oude nederzetting in Roeselare. Vorig jaar vond de Werkgroep Archeologie Roeselare (WAR) bij de aanleg van een nieuwe ringweg ten noorden van Roeselare ook al een Karolingische waterput. Op hetzelfde terrein werden ook drie afvalkuilen uit de 12de-13de eeuw blootgelegd.
De waterput en de afvalkuilen werden aangetroffen bij wegenwerken in Beveren-Roeselare, tussen de Onledegoedstraat en de Beversesteenweg. Het archeologisch onderzoek werd tussen mei en augustus 2005 uitgevoerd door WAR en V.O.B.o.W, met een opgravingsvergunning van de Afdeling Monumenten en Landschappen.
Bij het bekijken van grondlagen vonden geograaf Christ Naert en zijn zoon Pieter een houten balkconstructie in de schuine wand van de rijksweg in aanleg. Jozef Goderis (WAR) werd hiervan op de hoogte gebracht, waarna een deel van een eikenhouten waterput werd vrijgelegd: “De put was al gedeeltelijk ingestort na gebruik in de middeleeuwen en werd ook recent door de kraanman in profiel gehalveerd.” De waterput, die ongeveer vier meter diep bleek, bestond uit een vierkantige constructie van eikenhouten balkjes van 70 bij 70 cm. De planken hadden een dikte van 3 à 4 cm. De vulling van de put bestond bovenaan uit donkergrijze humeuze leem.
“De scherven uit de graafsleuf van de aanlegtrechter leken jonger dan de scherven onderaan in de schacht van de waterput, bestaande uit een ton in rode beuk,” vertelt Jozef. “Doorgaans zou dat natuurlijk omgekeerd moeten zijn, en daarom besloten we een C14-datering op het hout van de waterput te laten uitvoeren.” Hiervoor bemonsterde Marc Van Strydonck (Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium) een deel van een aangepunte eikenhouten paal uit de waterput en een fragment van de ton in rode beuk. De eiken constructie bleek iets ouder (Karolingsch) dan de beuken (10de-11de eeuw). Een datering de Karolingische periode werd overigens bevestigd door de vondst van een Karolingische potscherf met rolstempelversiering in een humeuze laag, onderaan in de waterput.
De vulling van de afvalkuilen werden aanvankelijk onaangeroerd gelaten om instortingsgevaar te vermijden. Door hevige stortvlagen in de eerste helft van juli 2005 werd een groot deel van de vulling echter naar beneden gespoeld. Daarbij konden verschillende potscherven van minstens drie verschillende recipiënten worden ingezameld, zowel van reducerend als oxiderend gebakken aardewerk. Ze kunnen gedateerd worden in de 12de tot 13de eeuw. “In augustus konden we ook nog een aantal scherven recupereren uit de middeleeuwse kuilen, nog gedeeltelijk in situ,” vertelt Jozef. “Naast aardewerk dook hier een silex-artefact op: een brokstuk met verbrijzelde boord. Mogelijk was dit een vuurslag uit de middeleeuwen. Zo'n vuurslag diende om vuur te maken door met silex een stuk metaal aan te slaan.”
Christ Naert analyseerde ook de geologische context van de vindplaats. Daaruit bleek onder andere dat de bodem op talrijke plaatsen ondiep verstoord was door menselijke activiteiten. Uit boringen naar aanleiding van het graven van de tunnel onder de nieuwe ring bleek ook dat de quartaire lagen in het gebied bijzonder dik zijn (10 tot 12 meter).
Meer info: Download het volledige rapport (pdf)
door Tijl | Opgravingen | Reacties (0)
Reageer op dit bericht |
