HomeKalenderForumContactLinks

Opgravingen op Colruyt-site in Tongeren volgende week van start | Het geheim van het Grijpenveld

22 mei 2006

Over vissers, handelaars en piraten...

Van 11 tot 13 mei vond in Tammisaari ‘The Second International Colloquium of Fishery, Trade and Piracy’ plaats. Net als Walraversijde, waar eind 2003 de eerste editie doorging, heeft deze zestiende-eeuwse handelshaven in Zuidwest-Finland een belangrijk maritiem verleden. Archeoloog Pieterjan Deckers, die in Tammisaari zijn thesisonderzoek voorstelde, schreef voor ArcheoNet een verslag van het congres.

De lezingen op 11 en 12 mei waren georganiseerd in drie sessies, die respectievelijk het milieu en de geschiedenis van de menselijke activiteit in het maritieme landschap, menselijke activiteiten en overzeese connecties, en de materiële cultuur van kustgebieden behandelden. De meer dan vijftien lezingen door vooral Finse, maar ook Zweedse, Noorse, Estse, Litouwse, Britse en Belgische onderzoekers waren echter diverser dan deze indeling doet vermoeden.

In de eerste plaats kwamen natuurlijk lezingen rond materiële cultuur en economie aan bod. Marnix Pieters (Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed had het in zijn lezing bijvoorbeeld over de sterke gelijkenissen tussen de materiële cultuur en de organisatie van Walraversijde en die van andere middeleeuwse vissersnederzettingen in Noordwest-Europa. Volgens hem kan er van een echte visserscultuur gesproken worden, die duidelijk verschilt van de gelijktijdige landbouwerscultuur.

Henrik Jansson en Georg Haggrèn (Universiteit Helsinki, Finland), mede-organisatoren van het congres, kwamen vertellen over hun onderzoek naar de nederzettingsgeschiedenis en economie van Nyland. Voor de kust van deze zuidwestelijke provincie ligt een brede gordel eilandjes, die van dit gebied bij een uitstek een maritieme omgeving maken.

Een casestudie over een veertiende-eeuws scheepswrak bij Egelskär in deze archipel werd gepresenteerd door Stefan Wessman (Maritiem Museum, Finland). Het belang van deze vondst ligt in zijn ouderdom; geschreven bronnen voor Finland in deze periode zijn erg schaars.

Ian Riddler (Groot-Brittannië) lichtte aan de hand van archeologische bronnen het gebruik van walvis- en walrusbot in vroeg-middeleeuws Engeland toe, waaruit vooral bleek hoe weinig we eigenlijk weten over de exploitatie en het belang van zeezoogdieren in de middeleeuwse economie.

Ook de minder tastbare aspecten van het leven in een maritieme omgeving kregen echter ruime aandacht. Volgens Yrjö Kaukianen (Universiteit Helsinki) vallen de conflicten tussen autoriteiten en kustbewoners die zich bezondigden aan het plunderen van gestrande scheepswrakken niet alleen te verklaren vanuit een economisch standpunt, maar ook door de morele verschillen tussen beide groepen. De strandjutters werden door het gezag afgeschilderd als onderontwikkelde criminelen. Kaukianens onderzoek toont echter aan dat ze een gemeenschap vormden gekenmerkt door een sterke solidariteit en een eigen morele code, waarbinnen het plunderen van wrakken niet als een misdaad werd beschouwd.

Christer Westerdahl (Universiteit Trondheim, Noorwegen) zette uiteen hoe de dichotomie water-land allesbepalend is in een maritieme context, en hoe een geheel van verhalen, rituelen en taboes geconstrueerd wordt om de potentieel gevaarlijke overgang tussen beide elementen te trotseren. De lezingen van Mindaugas Bertasius (Universiteit Kaunas, Litouwen) en Mira Karjalainen (Universiteit Helsinki) konden beschouwd worden als illustraties bij Westerdahls theorie, vanuit een resp. archeologische en etnografische invalshoek.

Op de laatste dag was er keuze tussen twee excursies, waarbij ofwel een aantal archeologische sites langs de kust belicht werd (zoals het kasteel van Raseborg), of enkele eilandjes met een opmerkelijk maritiem verleden aangedaan werden.

Dit congres was voor maritieme archeologen uit het Baltische en Noordzeegebied een belangrijke gelegenheid om contacten te leggen en ideeën uit te wisselen. Opvallend was het multidisciplinaire karakter van het voorgestelde onderzoek: uiteenlopende disciplines als palynologie, archeozoölogie, biogeografie, geschiedenis en antropologie kwamen aan bod, hetzij als ondersteuning van archeologisch onderzoek, hetzij met een zelfstandige inbreng. Op dit congres werd bovenal duidelijk dat maritieme archeologie meer moet behelzen dan het duiken naar scheepswrakken; het is het interdisciplinaire onderzoek naar de ‘parallelle’ leefwereld van vissers, handelaars en piraten in het verleden, die zowel op materieel als op geestelijk vlak gelijkenissen, maar ook grote verschillen vertoont met de wereld van de ‘landrotten’.

Tekst en foto's: Pieterjan Deckers

door Tijl | Congressen | Reacties (0)

Reageer op dit bericht




Remember Me?

(you may use HTML tags for style)