HomeKalenderForumContactLinks

Lancaster uit WOII opgegraven in Poelkapelle | Sicilië, veel betwiste parel van de Middellandse Zee

18 juni 2006

Nieuwe opgravingen in Edegem-Buizegem

Sinds half mei is het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed (VIOE) opnieuw gestart met de opgravingen op de site Edegem-Buizegem (provincie Antwerpen). Ondertussen is reeds een groot stuk van het terrein onderzocht en kunnen de archeologen een aantal voorlopige vaststellingen doen.

De site, een toekomstige verkaveling tussen de Boniverlei en de J.Verbertlei, is reeds lang gekend als archeologische vindplaats. In 1933 en opnieuw in de jaren ’60 en ’70 werden onder andere de resten van de oorspronkelijke parochiekerk en bijhorende begraafplaats van Buizegem aangetroffen, naast sporen van Gallo-Romeinse bewoning. De Afdeling Monumenten en Landschappen adviseerde bijgevolg een voorafgaand onderzoek naar aanleiding van de verkavelingsaanvraag in 2005.

Van juni tot oktober vorig jaar werd de zone rond de gekende archeologische site vlakdekkend onderzocht door het VIOE, en de rest van het 4,5 ha. grote terrein werd verder afgetast door middel van proefsleuven. Het vlakdekkend onderzoek leverde niet alleen meer gegevens op over de middeleeuwse kern, maar ook een laat-neolithische grafheuvel met palenkrans, met daarrond een tweede circulair grafmonument, vermoedelijk daterend uit de vroege IJzertijd. Ten westen hiervan, in het middendeel van de toekomstige verkaveling, werden in de proefsleuven een tweetal Romeinse brandrestengraven aangetroffen uit het eind van de 2de eeuw, en nederzettingssporen uit de IJzertijd.

Het is deze zone die nu eveneens vlakdekkend opgegraven wordt, onder leiding van projectarcheoloog Jessica Vandevelde en onder wetenschappelijke begeleiding van Rica Annaert (VIOE). De gemeente Edegem verleende het VIOE een aanzienlijke financiële bijdrage voor het veldonderzoek en de basisrapportage.

Naast de twee brandrestengraven die in de proefsleuven aan het licht kwamen, werden geen verdere Romeinse sporen aangetroffen. Enkel een tweetal zwaar verstoorde en zeer ondiepe verbrande vlekken dichtbij deze brandrestengraven (waarvan één trouwens eveneens bijna volledig weggeploegd was) kunnen misschien geïnterpreteerd worden als het onderste restje van crematiegraven. Het Romeinse begravingsareaal strekte zich dus blijkbaar niet verder uit in zuidelijke of westelijke richting. Mogelijk bevinden zich wel nog - ontoegankelijke - resten in noordelijke richting, in de tuinen van de villa’s langs de Leopold III-lei.

Sporen uit de IJzertijd zijn wel ruim aanwezig, hoewel de meeste sporen ver uit elkaar liggen en verspreid over het hele terrein. Het gaat onder andere om een rechtlijnige gracht in het noordoosten van het terrein, her en der verspreide ondiepe kuilen, heel wat losse paalkuilen, en een tweetal éénschepige bijgebouwtjes, ± 6 op 3 meter en 4 op 3 meter. Sporen van een hoofdgebouw werden voorlopig niet aangetroffen; mogelijk bevinden zich ook hier nog veel sporen onder de reeds bebouwde percelen aan de noordzijde.

In de komende weken wordt het onderzoek van dit middendeel afgerond, en daarna zal ook nog bijkomend onderzoek verricht worden aansluitend op de vlakdekkende opgraving uit 2005.

Meer info: Jessica Vandevelde

door Tijl | Opgravingen | Reacties (0)

Reageer op dit bericht




Remember Me?

(you may use HTML tags for style)