HomeKalenderForumContactLinks

VIOE dringend op zoek naar tijdelijke webmaster | Dringend student archeologie gezocht voor opgravingen Kelemantia

22 juni 2006

Sporen van landelijke bewoning uit de late middeleeuwen in Puurs

Recent archeologisch onderzoek in Puurs (prov. Antwerpen) heeft over een oppervlakte van ongeveer 1,2 ha een complex grachtensysteem, twee waterkuilen en meerdere tientallen kuilen en paalsporen aan het licht gebracht. Alle vondsten dateren uit de 12de tot de 16de eeuw. Hoewel de uitwerking van de gegevens nog moet beginnen, is nu al duidelijk dat met deze opgraving een minder gekend aspect van de laatmiddeleeuwse landelijke bewoning aan het licht is gekomen.

Sinds enkele jaren zijn de provinciale archeologen betrokken in het planningsproces rond het nieuwe bedrijventerrein Puurs-Pullaer II (30 ha; PRUP; hoofdontwikkelaar POM-Antwerpen). Begin februari heeft dit geleid tot een systematisch proefsleuvenonderzoek. Na evaluatie werd een archeologisch waardevolle zone van ca. 1,2 ha weerhouden. Met de financiering van de kraankosten, de lonen van een projectarcheoloog en een -arbeider (2 maanden) en de kosten van de landmeters werd door de veroorzaker alvast deels gehandeld in de geest van het Verdrag van Malta. De geselecteerde zone werd met de steun van de provinciale archeologen in april-mei opgegraven onder leiding van Wouter De Maeyer.

Nu al is duidelijk dat men hier te maken heeft met off-site-elementen van middeleeuwse landelijke bewoning. Het meest in het oog springend is een systematisch, maar complex grachtensysteem (foto links). Hoewel deze grachten grotendeels dezelfde oriëntatie, kleur en opvullingsstructuur hebben (één gehomogeniseerd grijs zandlemig pakket), dateert het aardewerk ze in verschillende perioden van de Late Middeleeuwen (12de tot en met 15de eeuw; determinatie door Koen De Groote van het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed). De afwezigheid van grachten ten noorden van de opgraving, suggereert een begrenzings-/afbakeningsfunctie maar o.a. ontwatering kan ook niet uitgesloten worden.

Resten van gebouwsporen ontbreken volledig en de informatie uit de talloze kleinere kuilen is beperkt. Op het terrein zijn eveneens twee ‘waterputachtige’ structuren aangetroffen uit de 15e-16e eeuw. In beide gevallen gaan de formele kenmerken in de richting van waterputten. Het ontbreken van enige vorm van structuur in de ‘put’ maakt een dergelijke interpretatie evenwel ietwat voorbarig. Nader, vooral natuurwetenschappelijk, onderzoek moet hierop een antwoord bieden.

Een laatste opmerkelijke structuur is een vrij grote, rechthoekige kuil (13 bij 3 meter, zo'n 1,2 meter diep). Wat de oorspronkelijke functie ervan moet geweest zijn, is niet duidelijk. Vast staat dat de opvulling met een grote hoeveelheid gebruiksaardewerk en botmateriaal in een vrij korte tijdspanne gebeurd is. Curiosa-vondsten betreffen een versierde mesheft, een zilveren munt en twee spinschijfjes. Deze structuur dateert uit de 14de-15de eeuw.

Het is dus nu al duidelijk dat de archeologen hier geconfronteerd worden met een minder gekend aspect van laatmiddeleeuwse landelijke bewoning. Het systematische, maar complexe grachtensysteem, de twee ‘waterkuilen’ en de vele kuilen wijzen op een intensief landgebruik aan de vermoedelijke rand van de toenmalige bewoning. De interdisciplinaire uitwerking van de opgraving en bijkomend historisch onderzoek zullen hoe dan ook meer duidelijkheid scheppen.

Meer info: Ignace Bourgeois of Bart Jacobs (Provincie Antwerpen / Dienst Cultureel Erfgoed)

door Tijl | Opgravingen | Reacties (0)

Reageer op dit bericht




Remember Me?

(you may use HTML tags for style)