HomeKalenderForumContactLinks

« juni 2006 | augustus 2006 »

31 juli 2006

Archeologen onderzoeken inheems-Romeinse nederzettingen in Menen

Sinds begin april graven archeologen van het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed (VIOE) op aan de Kortewaagstraat in Menen, waar een uitbreiding van het bedrijventerrein Menen-Oost is gepland. De archeologen onderzoeken er twee inheems-Romeinse nederzettingen, die bij een eerder proefsleuvenonderzoek aan het licht kwamen. Andere sporen zijn te dateren in de volle middeleeuwen.

De opgravingen in Menen worden gefinancierd door het WVI, de bouwheer van het project, en uitgevoerd door Wouter Dhaeze en Arne Verbrugge. Eerder werden door Sam Dedecker (AML), Nancy Lemay (AML) en Sofie Vanhoutte (VIOE) proefsleuven getrokken. Dit onderzoek lokaliseerde twee inheems-Romeinse landelijke nederzettingen. De eerste site bevindt zich in het zuidelijk deel van het bedrijventerrein en wordt in zijn totaliteit onderzocht. De tweede site bevindt zich in het noordelijk deel van het terrein en zal slechts deels kunnen onderzocht worden. Op het terrein bevindt zich tevens ‘Te Roo Poorte’, een hoeve met walgracht, die vanuit bouwhistorisch en archeologisch perspectief echter minder belangrijk is als de twee Romeinse nederzettingen.

Tijdens de maanden april, mei en juni werd de oostelijke sector van het bedrijventerrein onderzocht, waarin dus de oostelijke periferie van de zuidelijke inheems-Romeinse nederzetting lag. Naast twee perceelsgrachten met ingang, werd een grafveld en een artisanale zone aangesneden. De eerste perceelsgracht met oost-west verloop vormde vermoedelijk de noordelijke limiet van de nederzetting. De tweede gracht met noord-zuid verloop vormde de oostelijke grens van de nederzetting. Waar de twee perceelsgrachten elkaar in een rechte hoek raken, was er een opening voorzien voor een toegang. Deze opening werd afgezoomd door twee zware paalkuilen, vermoedelijk elementen van een eenvoudige toegangspoort.

Het grafveld bevindt zich grotendeels ten noorden van de eerste perceelsgracht. Dit grafveld bestaat uit 10 brandrestengraven. Het grafveld spreidt zich uit over een zone van ongeveer 750m2. Alle graven zijn rechthoekig in grondplan en slechts één is voorzien van een nis. Interessant is dat de oriëntatie van de graven toelaat het grafveld nog eens in drie clusters op te delen. Een twaalfde geïsoleerd brandrestengraf bevindt zich op ongeveer 7,5m van de zone die als artisanale zone wordt geïnterpreteerd.

Er werden ook twee zijden van een greppel die een vierkant omsluit, aangetroffen. Binnenin de door de greppel omzoomde zone bevonden zich een hele reeks kuilen (foto rechtsboven). De meeste kuilen in deze zone zijn vermoedelijk te interpreteren als leemwinningskuilen, die naderhand opgevuld werden met nederzettingsafval. Opvallend is dat in elke kuil één of meerdere smidseslakken en kleinere brokken geoxideerd ijzer werden aangetroffen. De aanwezigheid van smidseslakken wijst op de aanwezigheid van smederij. De oostelijke zijde van de greppel werd gesneden door een werkkuil waar vuur werd gestookt. Misschien is ook deze kuil in verband te brengen met smederij.

Sinds enkele weken wordt er ook op de noordelijke inheems-Romeinse nederzetting gegraven. Tot nu toe werden paalgaten, paalkuilen, enkele grachten en een grote vlek – vermoedelijk een poel – aangetroffen. De aard van het vondstenmateriaal geeft aan dat er op de plaats zelf, of alleszins vlakbij, bewoning kan verwacht worden. Van deze nederzetting is enkel de westelijke rand bewaard gebleven. De kern ervan werd vermoedelijk vernield tijdens de bouw van het opjaagstation van de Vlaamse Watermaatschappij vernield.

In de zuidoostelijke hoek van het bedrijventerrein werd een kijkvenster geopend rond een houtskoolrijke kuil die was aangesneden tijdens het proefsleuvenonderzoek. In een zone van ongeveer 25 op 25 m vonden de archeologen een groot aantal grachten, paalkuilen die een rechthoekige configuratie van 2,75 x 5,5m beslaan en een tweetal zeer grote, ondiepe kuilen met houtskoolbrokken en verbrande leem. De sporen zijn toe te schrijven aan op zijn minst vier verschillende fasen. De jongste twee fasen leverden aardewerk uit de volle middeleeuwen op. In één van de kuilen werd een Karolingische gelijkarmige mantelspeld aangetroffen, wat aangeeft dat een deel van sporen uit de vroege middeleeuwen zou kunnen stammen.

door Tijl | Opgravingen | Reacties (0)

30 juli 2006

Opgraving op het voorplein van het kasteel van Olsene

Nog tot half augustus vinden er opgravingen plaats op het voorplein van het kasteel van Olsene (Zulte, Oost-Vlaanderen). Aangezien er een ondergrondse parkeergarage wordt aangelegd, was de eigenaar verplicht een archeologisch onderzoek te laten uitvoeren. Hiervoor doet hij een beroep op het onderzoeksbureau Examino. De opraving wordt uitgevoerd door Marjolein Deceuninck en Nele Vanholme. Op dit moment liggen de fundamenten en een groot stuk van de kelder bloot van het vorige kasteel, het zgn. 'Hof ter Walle'.

Het huidige kasteel van Olsene werd in het midden van de 19de eeuw (1854) ontworpen door de Gentse architect L. Minard. Het waterkasteel kreeg een vierkante plattegrond met een vierkant plein ervoor. Dit kasteel werd gebouwd op de funderingen van het voormalige ‘Hof ter Wallen’, de zetel van de dorpsheerlijkheid van Olsene, waarvan de geschiedenis zou teruggaan tot het einde van de 11de eeuw. Tot zover de historische data omtrent de gebouwen die momenteel voorhanden is. Mogelijk brengt verder archiefonderzoek nog meer gegevens aan het licht.

Gezien de huidige eigenaar een ondergrondse parkeergarage onder het voorplein wil aanleggen, diende een archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd met als voornaamste doel de situering en registratie van het vorige kasteel. De opgraving wordt uitgevoerd door het onderzoeksbureau Examino cvba met Marjolein Deceuninck en Nele Vanholme als archeologen en Ann Verdonck als tekenaar. De opgraving is gestart op 10 juli en duurt tot 18 augustus.

Uit kadastergegevens blijkt dat het vorige kasteel een U-vormige plattegrond had waarbij de twee vleugels van de U zich onder het voorplein zouden bevinden. De bovenste laag van het plein werd machinaal weggehaald en 60 cm onder het niveau van het plein kwamen de eerste muren al te voorschijn.

Aan de noordzijde (links op de overzichtsfoto) van het terrein werd een muur aangetroffen die van west naar oost over het totale opgravinsareaal loopt. Haaks op deze muur werden twee muren gevonden die dit gebouw in drie delen. Al deze muren zijn bewaard tot net aan het funderingsniveau; vloeren werden niet gevonden, materiaal evenmin. In twee van de drie zones zijn reeds verdere uitgravingen gebeurd, deels machinaal, deels manueel. Onder de muren bevindt zich een donkere, drassige laag die momenteel nog niet geduid kan worden. Daaronder bevindt zich de moederbodem.

Aan de zuidzijde (rechts op de foto) bevindt zich eveneens een west-oost lopende muur die het terrein volledig doorsnijdt. Hier blijkt het om de muur van een kelderverdieping te gaan. In de muur zijn diverse sporen aanwezig: een dichtgemaakte deuropening met de restanten van een trap, een stortgat, de aanzet van het gewelf, een nis en een haardplaats. In de zuidoosthoek van de kelder bevindt zich de vloer van een vuurplaats en in het midden een deel van het mortelbed van de tegelvloer. Tegels in situ waren niet aanwezig.

Zowel in het midden van het terrein als in het midden van de kelder bevindt zich een gemetste waterput, beide horend bij het huidige kasteel maar niet langer in gebruik. Aan de oostzijde van het voorplein zijn restanten gevonden, vermoedelijk van een poortgebouw en een hekkenpijler.

Met de huidige stand van zaken blijkt dat er zich onder de aangetroffen muren geen oudere sporen bevinden en dat de geschiedenis voorlopig niet verder dan de 16de eeuw kan worden getraceerd. In de komende weken zal het middendeel van het terrein verder worden onderzocht.

door Tijl | Opgravingen | Reacties (0)

29 juli 2006

Subsidie voor restauratie burchtruïne Lanaken en Antwerpse kathedraal

Vlaams minister Dirk Van Mechelen heeft een eerste subsidie van 40.000 euro voor de restauratie van de burchtruïne in het Domein Pietersheim in Lanaken goedgekeurd. Het totale dossier omvat de stabilisatie van de ringvormige weermuren, de restauratie van het poortgebouw, de restauratie van de kapel of ridderzaal en een nieuwbouw die dienst zal doen als archeologische tentoonstellingsruimte.

Deze eerste subsidie is een relatief klein bedrag voor twee kleinere dossiers, meer bepaald voor de installatie van verluchtingsapparatuur, het sanitair en de elekriciteit in de bestaande gebouwen van de ruïnesite. Het goedgekeurde subsidiedossier is maar een klein onderdeel van het grote restauratiedossier dat door de gemeente is opgesteld. Het grote dossier is inhoudelijk en administratief afgerond en gaat nu naar de Inspectie van Financiën. Begin september hoopt men groen licht te krijgen.

De Onze-Lieve-Vrouwkathedraal van Antwerpen krijgt dan weer een renovatiepremie van 1 miljoen. De kathedraal wordt al sinds 1961 integraal gerestaureerd. Met het oog op de uiteindelijke voltooiing van deze restauratie in 2012 - meer dan 50 jaar na de aanvang - werd in 2002 een meerjarenplanning opgesteld. Om deze planning ook financieel hard en haalbaar te maken sloten Vlaams minister Van Mechelen en de provincie Antwerpen in 2006 een protocol af. In dit protocol engageert de minister zich om tijdens deze legislatuur jaarlijks een restauratiepremie te voorzien voor dit topmonument, op voorwaarde dat een officieel goedgekeurd restauratiedossier kan worden voorgelegd.

In 2006 wordt in het kader van de meerjarenplanning de restauratie gepland van de transeptgevels, de luchtbogen van het hoogkoor en de gevels en daken van de kranskapellen. In uitvoering van het protocol verleende Minister Van Mechelen deze week dan ook een premie van 1.014.700,44 euro voor deze restauratiefase. Voor de komende jaren wordt de restauratie voorzien van de midden- en zijbeukgevels en het interieur van de koorkapellen.

Foto: Waterburcht Pietersheim (Elke Wesemael - Erf-goed.be)

door Tijl | Erfgoed | Reacties (0)

28 juli 2006

145 km verleden: de Romeinse weg Bavay-Tongeren

De Romseine weg tussen Bavay en Tongeren, die de Noordzeekust met de Romeinse legerkampen aan de Rijn verbond, is na meer dan 2000 jaar nog steeds uitstekend bewaard. Tot eind oktober kan je op vijf belangrijke archeologische sites langs het traject de opmerkelijke fototentoonstelling '145 km verleden' bezoeken. Artistieke beelden tonen je de Romeinse weg zoals die vandaag de dag bewaard is: nu eens als landbouwweg of lokale weg, dan weer als hoofdverkeersweg.

de weg van Boulogne-Sur-Mer naar Keulen – waarvan het traject tussen Bavay en Tongeren deel uitmaakt - was in de Romeinse tijd een zeer belangrijke weg. Ook vandaag nog is het een 'Europese weg' die - via Bavay, de regio Charleroi, Tongeren, Maastricht en Keulen - door vier landen loopt. Het is het meest imposante overblijfsel van ruimtelijke ordening uit de Oudheid dat in onze streken bewaard is gebleven. Langs de weg getuigen het landschap, talrijke tumuli (Romeinse grafheuvels) en archeologische sites van het leven in de Romeinse tijd.

Vijf belangrijke archeologische sites nodigen je uit een bezoek te brengen:

Bavay (F): hoofdstad van de civitas van de Nerviërs; hier kan je het best bewaarde forum van onze streken bezoeken
Waudrez: in de Romeinse tijd een agglomeratie langs de weg met accommodaties voor reizigers (hotel en badhuis); nu bezoekerscentrum Statio Romana
Liberchies: in de Romeinse tijd een agglomeratie langs de weg met een eigen tempelcomplex, in de 4de eeuw bouwden de Romeinen hier een militair fort; de site is ontsloten d.m.v. infoborden
Braives: in de Romeinse tijd een agglomeratie langs de weg met pottebakkersovens; nu is een tumulus nog te bezichtigen (‘tombe d’Avennes’).
Tongeren: hoofdstad van de civitas van de Tungri; enkele blikvangers: de omwalling uit de 2de eeuw, een stuk van de omwalling uit de 4de eeuw, de tumuli, het aquaduct

Op deze 5 plaatsen kan je telkens een opmerkelijke fototentoonstelling bezoeken. Fotograaf Guy Focant (Région Wallonne) maakte geen inventarisatie, maar ging op zoek naar ‘het leven zoals het is’ langs de weg. Kapellen, monumenten en archeologische vindplaatsen, maar ook fabriekssites, akkers en markten getuigen van menselijke aanwezigheid en activiteit. Het gebruik van zwart-wit fotografie versterkt het onvergankelijke karakter van de weg. De fototentoonstellingen worden telkens aangevuld door kleinschalige tentoonstellingen rond archeologische thema’s.

Meer info: 145km.wallonie.be

door Tijl | Tentoonstellingen | Reacties (0)

22 juli 2006

Riemst bekostigt zelf archeologisch onderzoek bij bouwers

De gemeente Riemst heeft een samenwerkingsovereenkomst afgesloten met de Zuid-Oost-Limburgse Archeologische Dienst (ZOLAD), waarbij de gemeente zich engageert om de kosten van het archeologische vooronderzoek bij individuele bouwers en bij landbouwbedrijven zelf te dragen. Dat meldt de Riemsterse schepen Ivo Thys, bevoegd voor monumentenzorg. ZOLAD krijgt hiervoor een bijdrage van 500 tot 1000 euro per vooronderzoek.

Individuele bouwheren zijn verplicht om archeologische vooronderzoeken toe te laten en te bekostigen wanneer bouwsels in historische kernen of archeologische zones liggen. Bovendien moet elke archeologische vondst gemeld worden aan de bevoegde diensten.

Maar omdat de toevallige vinder een archeologische vondst niet altijd als dusdanig herkent en dikwijls ook verzaakt aan de meldingsplicht uit vrees dat de bouwwerken vertraging zullen oplopen, gaat er heel wat archeologische kennis en erfgoed verloren, zo zegt Thys. Om aan dat probleem te verhelpen, gaat de gemeente Riemst de verplichte archeologische vooronderzoeken nu zelf bekostigen.

Concreet houdt de overeenkomst in dat ZOLAD van de gemeente een bijdrage van 500 euro krijgt voor archeologische vooronderzoeken bij particuliere woningen en één van 1.000 euro voor onderzoeken in het kader van de bouw van een landbouwbedrijf.

Indien uit het vooronderzoek blijkt dat er een grondig archeologisch onderzoek nodig is, zal ZOLAD dat onderzoek ook zelf uitvoeren. De gemeente Riemst en ZOLAD sloten daarnaast een aparte overeenkomst af voor de bekostiging van archeologische onderzoeken bij projecten met een maatschappelijk doel, zoals sociale huisvesting, rustoorden of de aanleg van sportinfrastructuur, zo meldt de schepen nog.

De gemeente Riemst richtte enkele jaren geleden samen met de gemeenten Lanaken en Bilzen ZOLAD op om bouwprojecten archeologisch te begeleiden.

Bron: Belga

door Tijl | Beleid | Reacties (0)

"Nieuw ontwerp holt Brussels erfgoedbeleid uit"

Dreigt er gevaar voor het Brusselse erfgoed? Volgens het Atelier de Recherche et d'Action Urbaines (Arau) wel. De stedelijke denktank heeft het nieuwe voorontwerp van staatssecretaris Emir Kir (PS) onder de loep genomen en stelt vast dat heel wat garanties voor de bescherming van het Brusselse erfgoed worden ondergraven.

Al in 2005 bleek dat Emir Kir een grondige hervorming van het erfgoedbeleid vooropstelde. Zijn voorontwerp haalde toen geen meerderheid binnen de regering, onder meer na protest van Ecolo. Kir heeft zopas een nieuw voorontwerp voorgesteld. Het Atelier de Recherche et d’Action Urbaines (Arau) heeft daar de hand op kunnen leggen. De leden van de denktank zijn niet te spreken over wat zij een verregaande uitholling van het erfgoedbeleid noemen.

“Het voornaamste doel van de wetswijziging is de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen (KCML) de mond te snoeren,” stelt Arau. Zo zal de KCML, die bestaat uit experts, alleen nog een bindend advies afleveren over ‘exceptionele beschermde monumenten’. Het zou gaan over een honderdtal gebouwen.

Voor de rest van de beschermde monumenten en landschappen zal de KCML volgens de wetswijziging alleen maar een adviserende stem kunnen uitbrengen en neemt de gemachtigde ambtenaar de beslissingen. Arau is gekant tegen deze bureaucratisering van het erfgoedbeleid: “De argumenten van Kir zijn duidelijk. Hij vindt dat de KCML renovaties vertraagt en de kosten opdrijft, maar als je de tekst goed leest, vindt Kir eigenlijk dat het Brussels Gewest al genoeg gebouwen heeft beschermd.”

Arau vindt dat de onafhankelijkheid van de KCML juist voorop moet staan in een stad waar voor heel wat projecten de economische rentabiliteit belangrijker is dan het erfgoed. Arau neemt het ook niet dat de filosofie van het erfgoedbeleid in Brussel ondergraven wordt. Die gaat uit van het publieke karakter. Beslissingen over bouwvergunningen worden vandaag genomen in een (openbare) overlegcommissie. Kir wil die beslissing voor beschermde monumenten voortaan laten voorafgaan door een fase waarin de werkzaamheden door een begeleidingscomité worden gevolgd, bevolkt door ambtenaren van het Brussels Gewest. Pas daarna kunnen de Brusselaars er hun zeg over doen, “maar dan zijn alle beslissingen al genomen,” aldus Arau.

Tot slot zijn er nog de erfgoedpetities. Kir zwakt die af. Zo zullen de erfgoedpetities in de toekomst de regering niet meer verplichten om de gevraagde bescherming te onderzoeken. De Brusselse regering zal volledig vrij zijn om die vraag naast zich neer te leggen. Bovendien wordt het aantal nodige handtekeningen opgetrokken van honderd vijftig naar zeshonderd, waarvan de helft moet bestaan uit mensen die in de betrokken gemeente wonen. Vooral dat laatste kan voor Arau niet door de beugel: “Het gaat niet op om erfgoedbescherming te beschouwen als een lokale aangelegenheid. De Unesco-conventie in verband met erfgoed gaat juist uit van het universele, het supraterritoriale. We weten wat de gevolgen van deze kerktorenpolitiek kunnen zijn. Het protest tegen de afbraak van het Volkshuis van Victor Horta bleef beperkt tot het professionele milieu. Dat verklaart waarom de Belgische Werkliedenpartij het zonder pardon heeft kunnen afbreken. Dat is een verschil met Thurn & Taxis: daar is een hele protestbeweging op gang gekomen met tussenkomst van internationale organisaties als de Unesco. Daardoor zijn de gebouwen bewaard gebleven.”

Bron: Brussel Deze Week

door Tijl | Erfgoed | Reacties (0)

Sterk gebouwd & makkelijk in onderhoud

Tussen 1834 en 1970 waren er bij het bestuur van de provincie Antwerpen een twintigtal zogenaamde "provinciale bouwmeesters" werkzaam. Zij drukten gedurende méér dan een eeuw op onnavolgbare wijze hun stempel op de architectuur in de provincie. Over deze architecten in provinciedienst organiseert de provincie Antwerpen binnenkort de tentoonstelling 'Sterk gebouwd & makkelijk in onderhoud'.

In opdracht van het provinciebestuur en van lokale besturen gaven de provinciale bouwmeesters, door de bouw van gemeentehuizen, scholen, kerken, pastorieën, rijkswachtkazernes en zelfs dorpspompen vorm aan het uitzicht van vele dorpen en gehuchten en bepaalden zij tot op vandaag ons beeld van het dorp.

Deze tentoonstelling belicht ook de nog te weinig gekende, “banale” architectuur van onze dagelijkse woonomgeving. Het uitzicht van vele dorpen en gemeenten zou door het werk van deze ambtenaren voorgoed veranderen. Gemeentehuizen, gemeentescholen, pastorieën, parochiekerken, gasthuizen, rijkswachtkazernes tot zelfs dorpspompen waren doorgaans realisaties van provinciale architecten, in hun eigen kenmerkende stijl. In de tentoonstelling en de publicatie staat deze diversiteit aan deze gebouwentypes die tot in de verste uithoeken en kleinste gemeenten van de provincie letterlijk vorm gaven aan het maatschappelijke leven, dan ook centraal.

Ook vier prestigewerven van het Antwerpse provinciebestuur zelf komen aan bod. De restauratie van het paleis van Margaretha van Oostenrijk te Mechelen en het kasteel te Turnhout, de voormalige provincieraadzaal in Antwerpen en het openluchttheater in het Rivierenhof in Deurne waren eigen werven van het bestuur waar de provinciale architecten, minder beperkt door een gebrek aan financiën, ten volle hun talenten konden tentoonspreiden.

Naar aanleiding van de tentoonstelling verschijnt een ruim geïllustreerde publicatie, een uitgave van het provinciebestuur in samenwerking met uitgeverij Marc Van De Wiele. Het boek is verkrijgbaar bij de boekhandel. U kan het ook bestellen bij het provinciebestuur van Antwerpen op het tel. nr. 03/240.51.31 of frans.de.poorter@admin.provant.be.

Praktisch: De tentoonstelling 'Sterk gebouwd & makkelijk in onderhoud. Ambt en bouwpraktijk van de provinciale architecten van de provincie Antwerpen (1834-1970)' loopt van 24 september tot 29 oktober in de Koningin Fabiolazaal, Jezusstraat 28, 2000 Antwerpen.

door Tijl | Tentoonstellingen | Reacties (0)

21 juli 2006

Opgraving nieuw museum Tongeren van start

De opgraving voorafgaand aan de bouw van de nieuwe vleugel van het Gallo-Romeins Museum in Tongeren is vorige week van start gegaan. Na het documenteren van enkele post-middeleeuwse muurresten, sporen en vondsten, stootten de archeologen op de eerste resten van Romeinse vloertjes uit roze mortel. Erbij werden tientallen fragmenten van Romeinse muurschilderingen aangetroffen.

Vooraleer de bouwwerken aan het nieuwe museum van start kunnen gaan, zal het terrein eerst archeologisch onderzocht worden. Hiervoor doet men beroep op archeologen van het Tongerse projectbureau ARON bvba. De opgravingsploeg bestaat verder uit medewerkers van het Vlaams Instituut voor Onroerend Erfgoed (VIOE) en de provincie Limburg. Het VIOE heeft de wetenschappelijke leiding over het project en coördineert samen met de provinciaal archeoloog de onderzoekswerken.

Het terrein bevindt zich in het hart van de Romeinse stad (1ste-4de eeuw n.Chr.), vlakbij de toenmalige hoofdstraat (de huidige Maastrichterstraat) en net buiten de 4de eeuwse stadsmuur. Ook het middeleeuwse monasterium (munster) is vlakbij. De opgraving is een nieuwe schakel in het onderzoek van de Tongerse historische stadskern. Wellicht zal het onderzoek een beter beeld geven van de oprichtingsfase van de Romeinse stad Tongeren (ca. 10 v.C.) en van de romanisering van Tongeren.

Tijdens de eerste week van de opgraving legden de archeologen het eerste opgravingsvlak aan. Onmiddellijk stootten ze op de onderste resten van muren, opgebouwd uit silex, mergel en/of baksteen. Deze muurresten behoren waarschijnlijk tot de 17de eeuwse tot 19de eeuwse bewoning op deze plaats (o.m. beerput en kelder). De structuren worden nauwkeurig ingemeten, getekend en gefotografeerd. Tussen de muren worden voornamelijk scherven van huisraad uit aardewerk uit deze periode - gevonden.

Na het documenteren van de post-middeleeuwse muurresten, sporen en vondsten, kon werkput 1 (voormalig huis Aerden) de afgelopen dagen verdiept worden. Vrij snel stootten de archeologen op de eerste resten van Romeinse vloertjes uit roze morte en tientallen fragmenten van Romeinse muurschilderingen...

Meer info: kunt de opgravingen op de voet volgen via www.galloromeinsmuseum.be. Vanaf half augustus kunnen de bouwwerken ook gevolgd worden met een webcam op de werf.

door Tijl | Opgravingen | Reacties (0)

Studenten en vrijwilligers gezocht voor opgravingen in Geel

Het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed (VIOE) zal in augustus een archeologisch noodonderzoek uitvoeren in de zone waar eerder proefsleuvenonderzoek van de Afdeling Monumenten en Landschappen archeologische sporen uit een nog niet nader te bepalen periode aan het licht bracht. Het VIOE doet bij deze ook een oproep aan vrijwilligers en stage-studenten om hun steentje bij te dragen aan het terreinwerk.

Het archeologisch noodonderzoek zal plaatsvinden aan de J.B. Stessenstraat in Geel (provincie Antwerpen), op de voormalige voetbalterreinen van het Sint-Dympnaziekenhuis. Twee projectarcheologen, een veldtechnicus/tekenaar en zes arbeiders zullen dagelijks op het terrein ingezet worden. Het onderzoek wordt gefinancierd door het OCMW-Geel.

Praktisch: de opgraving loopt van 1 tot 31 augustus. Er wordt gewerkt op weekdagen van 8u tot 16u.
Meer info: Rica Annaert (0477/56.03.62) (tot 21/07/06) of Rob Vanschoubroek (vanaf 24/07/06).

door Tijl | Opgravingen | Reacties (0)

Neanderthalers reizen van Tongeren naar Assen en Salzburg

Vorige week opende de tentoonstelling Neanderthalers in Europa zijn deuren in het Drents Museum in het Nederlandse Assen. De tentoonstelling was enkele jaren geleden te zien in Tongeren en werd vervolgens door het Gallo-Romeins Museum als reizende tentoonstelling opgezet. De tentoonstelling verhuisde eerst naar het Helms Museum in Hamburg. Nu is het de beurt aan Assen, waar de Neanderthalers nog tot 29 oktober te bezichtigen zijn.

Het Provinciaal Gallo-Romeins Museum in Tongeren is de voorbije tien jaar uitgegroeid tot een museum met (inter)nationale uitstraling met spraakmakende tentoonstellingen en een goed uitgebouwde educatieve werking.

"Neanderthalers in Europa is dé exponent van dit succes," zegt gedeputeerde van Cultuur Jos Claessens. De tentoonstelling veroorzaakte enkele jaren geleden in heel België een ware hype Vooral de gedurfde opstelling en het hyperrealisme van de personages sprak aan. "De tentoonstelling mocht maar liefst 145.000 bezoekers verwelkomen," weet Carmen Willems.

In oktober 2008 verhuizen de Neanderthalers naar het Haus der Natur in Salzburg.

Externe link: Neanderthalers in Europa

door Tijl | Tentoonstellingen | Reacties (0)

20 juli 2006

Meer-Meirberg: een stand van zaken

Onlangs werden de antwoorden van minister Dirk Van Mechelen op twee schriftelijke parlementaire vragen omtrent het dossier Meer-Meirberg gepubliceerd. Een werkgroep binnen het Forum Vlaamse Archeologie volgt de zaak nog steeds op de voet. In haar recentste Nieuwsflits, reageert het FVA op de standpunten van Van Mechelen. Het FVA vraagt onder andere dat de werken op de site worden stilgelegd, iets wat voorlopig nog niet gebeurde.

Op 31 maart 2006 organiseerde het Forum Vlaamse Archeologie een persactie naar aanleiding van de voor Vlaanderen beschamende vernieling van de beschermde archeologische site van Meer-Meirberg (gemeente Hoogstraten, provincie Antwerpen). Naar aanleiding van deze actie werden vier parlementaire vragen aan de minister voorgelegd. Twee vragen om uitleg van parlementsleden Hilde Crevits (CD&V) en Dany Vandenbossche (SP.A) leidden tot een politiek debat over het dossier Meer-Meirberg in de bevoegde commissie van het Vlaams Parlement op donderdag 4 mei. Het antwoord op twee schriftelijke vragen van parlementsleden Miet Smet (CD&V) en Jos Stassen (Groen!) werd zonet gepubliceerd op de website van het Vlaams Parlement.

Van Mehcelen nuanceert in zijn antwoord de berichtgeving dat een aanzienlijk deel van de site werd vernield en verwijst hiervoor naar de totale oppervlakte (citaat: “de schade aan het beschermde monument, hoewel onmiskenbaar aanwezig en in de toekomst te vermijden, bleef dus al met al beperkt”). De vernielde zone neemt inderdaad een beperkt percentage van de beschermde site in, maar volgens het FVA reflecteert dit gegeven eerder de uitzonderlijke omvang van de site dan het beperkte belang van het vernielde deel: "Het steentijdmonument is immers een aaneenschakeling van individuele jager-verzamelaar kampementen van veel kleinere omvang, wat de gegevens uit het vernielde deel per definitie uniek maakt ten opzichte van de rest van het monument. Bovendien correspondeert de oppervlakte van het “zeer beperkt deel in de meest waardevolle zone” met de totale oppervlakte die tijdens alle opgravingcampagnes van de jaren 1960 tot de jaren 1990 samen reeds archeologisch is onderzocht. De site verwierf haar internationale faam onder meer op basis van deze opgravingen, wat het belang van zelfs 'beperkte zones' onderstreept."

Ondertussen gaat de bouw van de loods boven op het vernielde stuk van de Meirberg verder. In zijn antwoord op de recente parlementaire vragen geeft de Minister aan dat dit ook geen enkele meerwaarde bood. Het FVA is het met deze stelling echter niet eens: "Voor de signaalfunctie van dit dossier, door de Minister zelf onderkend, biedt een dergelijk stilleggen wel degelijk een meerwaarde. Het zou aangeven dat de regelgeving inzake beschermde monumenten of inzake archeologisch erfgoed wel degelijk op het terrein wordt gehandhaafd. Dit zou resulteren in een ontradingseffect voor toekomstige vergrijpen. Het niet stilleggen van de werken, daarentegen, vergroot de kwetsbaarheid en bedreiging van het archeologisch erfgoed. Het FVA heeft de bevoegde administraties ‘Monumenten en Landschappen’ en de bouwinspectie van de administratie Ruimtelijke Ordening dan ook gevraagd alsnog de werken stil te laten leggen."

door Tijl | Beleid | Reacties (0)

19 juli 2006

Congres over militaire luchtfotografie en archeologie in Ieper

Van 19 tot 21 oktober vindt in het In Flanders Field Museum in Ieper een internationaal congres plaats over militaire luchtfotografie en archeologie. Het volledige programma van deze conferentie en alle praktische informatie is te vinden in deze folder (pdf).

Aansluitend artikel:
Militaire luchtfotografie in WO I (Birger Stichelbaut)

door Tijl | Congressen | Reacties (0)

Nieuw AVRA-Bulletin gepubliceerd

De Antwerpse Vereniging voor Romeinse Archeologie (AVRA) publiceert elk jaar een Bulletin dat het leven van de vereniging weerspiegelt. Sinds kort is het nieuwe Bulletin beschikbaar. Het biedt een overzicht van de activiteiten van de vereniging gedurende het voorbije jaar: verslagen van voordrachten, artikels allerhande, reisverslagen, archeologische verslagen, gevarieerd nieuws, ledenlijst...

Dit nieuwste nummer (AVRA Bulletin 6, 2005), onder redactie van Guido Cuyt, Kathy Sas en Rica Annaert, telt 108 bladzijden en bevat tientallen zwart-wit figuren. Het kan besteld worden door storting van 8 € [+ 2,30 € verzendingskosten, (€ 4,50 voor Nederland)] op het nummer 001-1774629-90 van AVRA, met vermelding “Bulletin AVRA”. Het boek kan ook bekomen worden op de maandelijkse voordrachten van AVRA, of bij Guido Cuyt, Kruishofstraat 219, 2610 Wilrijk (03-828 08 52), of bij secretaris Lea Diricx, Groenenborgerlaan 35, 2610 Wilrijk (03-827 62 21).

De leden van AVRA krijgen het boek gratis.

Inhoud:

- Guido Cuyt: Woord vooraf

- Sofie Vanhoutte: Het Romeinse castellum in Oudenburg. Nieuw onderzoek, nieuwe inzichten, nieuwe vragen
De opgravingen leidden tot nieuwe inzichten over de wal van het castellum en de binnenbebouwing. Deze laatste getuigt van een heel gamma van gevarieerde activiteiten.

- Elly Heirbaut: Bernheze-Nistelrode. Bewoningsgeschiedenis vanaf het Neolithicum tot het heden
In de nederzetting van Menzel bevonden zich plattegronden van huistypes die minder normaal zijn voor een doorsnee rurale nederzetting. De bewoners wilden zich een bepaalde status aanmeten. Getuige daarvan het indrukwekkende bronsdepot bestaande uit 32 stuks, gevonden op de vindplaats Mortel.

- Michiel H. Bartels: De vroegmiddeleeuwse ruimtelijke ontwikkeling van de handelsnederzetting Deventer, Oost-Nederland
De opgravingen in Deventer werpen een duidelijk licht op de evolutie van de stad vóór de inval van de Vikingen in 882 en erna. De verwoesting van de stad door de Vikingen is ondubbelzinnig archeologisch vastgesteld.

- Edwin Blom, Tom Hazenberg en Wouter Vos: Het geroeide Nederlandse vrachtschip de ‘Woerden 7’. Onderzoeksresultaten van de opgraving van een Romeinse platbodem aan de Nieuwe Markt in Woerden (Hoochwoert).
Woerden ligt op de plaats van een Romeins castellum aan de Nederlandse Rijn-limes. Onlangs kwam het in het nieuws door de spectaculaire vondst van een goed bewaard Romeins schip dat mogelijk voortbewogen werd met roeiriemen.

- Ludo Giebens: Romeinse munten, getuigen van hun tijd : een kennismaking
Naast een wandeling doorheen de geschiedenis van het Romeinse geld wordt getracht meer inzicht te verschaffen in de getuigenissen die de munten brengen van de tijd waarin ze werden geslagen.

- Gauthier Clerens & Eddy Mathy: De 1ste-eeuwse Romeinse militaire ruiterij: onbemind wegens onbekend?
Door experimentele archeologie (reconstructie wapenrusting en paardentuig, uittesten wapens in het archeologische park van Malagne…) wordt getracht de waarde aan te tonen van de Romeinse legioenscavalerie.

- Hugo Thoen en Henri Verbeeck: De terra sigillata uit de vicus van Kontich-Kazerne. Typologie, chronologie en herkomst.
Hoewel er zich reeds vroege (pre-Flavische) exemplaren voordoen, dateert het merendeel van de Kontichse terra sigillata uit het einde van de 2de eeuw en de eerste helft van de 3de eeuw na Chr.

- Henri Verbeeck: Nederzettingssporen uit de vroege ijzertijd en een middeleeuwse put te Kontich, site Nachtegaalhoeve
Verslag van de opgravingscampagne van juli 2005 in Kontich. Het meest belangwekkende resultaat is een volledige huisplattegrond uit de vroege ijzertijd.

- Rica Annaert en Jan Willems: Nederzettingssporen uit de ijzertijd en de Romeinse periode in de verkaveling Krabbershoek te Wijnegem (Antwerpen)
Verslag van opeenvolgende opgravingscampagnes met als resultaat houtbouw uit de ijzertijd, Romeinse waterputten en een grote Romeinse woonstalhoeve.

- Guido Cuyt: Met de herten als gezelschap, Kortstondig noodonderzoek in Wijnegem
Verslag van een noodonderzoek op het terrein van het OCMW in Wijnegem, dat echter geen resultaten opleverde.

- Henri Verbeeck en Ludo Giebens: A.V.R.A.-reis nr. 130 naar Sicilië van 29 maart tot 8 april 2005

- Guido Cuyt: A.V.R.A.-daguitstap 131 naar Rochefort en Malagne op 26 juni 2005

- Guido Cuyt: A.V.R.A.-daguitstap 132 naar Destelbergen en Gent op 16 oktober 2005

- VARIAVRA, Gevarieerd verenigingsnieuws 2005

- Lijst van AVRA-vergaderingen in 2005

- AVRA-Ledenlijst

door Tijl | Publicaties | Reacties (1)

15 juli 2006

Opgraving van Federmesser-sites op de Lommelse Maatheide

Voor het vierde opeenvolgende jaar zal er tijdens de zomer worden opgegraven op de prehistorische vindplaats van Lommel-Maatheide. Van 17 juli tot 4 augustus wordt aan prospectie gedaan en graaft men enkele concentraties van artefacten op. Wie als vrijwilliger de 'Sahara-sfeer' op de Lommelse Maatheide wil meemaken, is van harte welkom.

De vindplaats Lommel Maatheide werd reeds in de jaren dertig van van vorige eeuw ontdekt. Het betreft een uitgestrekte en zeer rijke vindplaats waarvan in het verleden zeer veel archeologisch materiaal (vooral finaal-paleolithisch, maar ook mesolithisch en zelfs neolithisch) ingezameld werd, dat nog grotendeels toegankelijk is in verschillende musea.

De campagnes van 2003, 2004 en 2005 tonen aan dat er zich nog Federmesser-materiaal in situ en in een uitzonderlijke staat van bewaring bevindt, gegarandeerd door de begraven toestand van de artefacten in een paleobodem. Niet alleen archeologen, maar ook bodemkundigen en paleo-ecologen hebben op Lommel Maatheide een boeiend onderzoeksterrein gevonden.

De campagnes van de voorbije drie jaren hadden tot doel het terrein grondig te evalueren en opgravingswerk te verrichten, aangezien de site volledig zal verdwijnen ingevolge zandwinning.

Dit jaar is het de bedoeling om gedurende drie weken, namelijk van 17 juli tot en met 4 augustus, nog wat oppervlakteprospectie uit te voeren en enkele artefactenconcentraties op te graven om zoveel mogelijk archeologisch materiaal te recupereren als bron voor het verdere onderzoek van de vindplaats.

De opgraving gebeurt door vrijwilligers o.l.v. van Ferdi Geerts van Museum Kempenland, Lommel, en onder supervisie van prof. dr. Marc De Bie (VIOE, Eenheid Prehistorische Archeologie KU Leuven, VUB) en van Marijn Van Gils (VIOE, Eenheid Prehistorische Archeologie KU Leuven, en in nauwe samenwerking met SCR-SIBELCO nv en de Stad Lommel.

Het archeologisch onderzoek kan worden gevolgd op de website www.museum-kempenland.be onder de rubriek "Opgravingen Maatheide". Mocht je als vrijwilliger de unieke "Sahara"-sfeer op Lommel Maatheide eens willen proeven, dan ben je uiteraard welkom.

Meer info: vrijwilligers geven liefst op voorhand een seintje aan Ferdi Geerts.

door Tijl | Opgravingen | Reacties (0)

ARCHEO7 zoekt vrijwilligers voor opgraving in Woesten

In de eerste helft van juli heeft de Intergemeentelijke Archeologische Dienst van de Zuidelijke Westhoek (ARCHEO7) een archeologisch onderzoek uitgevoerd door middel van proefsleuven in Woesten (Vleteren). Daarbij kwamen onder andere grondsporen uit de Romeinse tijd aan het licht. In augustus wil men deze zone verder onderzoeken. Hiervoor zoekt ARCHEO7 gemotiveerde studenten en vrijwilligers.

Aanleiding tot het onderzoek vormt de geplande aanleg van twee voetbalvelden en bijbehorende parking en kantine langs de Warandestraat, net buiten de dorpskern van Woesten (circa 3,6 hectare).

Tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn resten uit de Eerste Wereldoorlog (een smalspoor, verschillende loopgraven en afvalkuilen) en sporen uit de Romeinse tijd (verschillende kuilen met daarin handgevormd inheems-Romeins aardewerk) herkend.

ARCHEO7 is voornemens in de loop van de maand augustus de zone met de grondsporen uit de Romeinse tijd nader te onderzoeken. Hiervoor zoekt ARCHEO7 gemotiveerde studenten en vrijwilligers. Geïnteresseerden kunnen contact opnemen met de intergemeentelijke archeologische dienst:

Meer info: intergemeentelijke archeologische dienst ARCHEO7: Dieter Demey (0473/46.01.78)

door Tijl | Opgravingen | Reacties (0)

Expeditie Archeologie: demonstraties op zaterdagen

Sinds het begin van deze maand loopt in de Minderbroederskerk in Maaseik de tentoonstelling ‘Expeditie Archeologie!’. Op deze bijzondere expo kunnen de bezoekers door middel van 21 experimenten zélf ervaren hoeveel moeite het in de prehistorie, Romeinse tijd en Middeleeuwen kostte om bepaalde voorwerpen te vervaardigen. Iedere zaterdag zijn er ook demonstraties voorzien. Een lijst van de onderwerpen van deze demonstraties vind je hier.

door Tijl | Tentoonstellingen | Reacties (0)

12 juli 2006

Vacatures bij de ADAK en in Nederland

ADAK.jpgDe Archeologische Dienst voor de Antwerpse Kempen (ADAK) is naar aanleiding van een geplande opgraving in Vosselaar dringend op zoek naar een projectarcheoloog. Lees de jobomschrijving hier (pdf).
Ook in Nederland zijn er een aantal vacatures, deze kan je nalezen op de website van de SNA.

door Jeroen | Vacatures | Reacties (0)

Pottenbakkers langs de Spinolarei

spinola1.jpgTijdens het archeologisch onderzoek in de tuin van Spinolarei nr. 16 kwam een bakstenen vloer aan het licht (foto). De constructie bestond uit een sleutelgatvormig binnenlichaam, opgetrokken uit volledige bakstenen, en een hoefijzervormig buitenlichaam, opgetrokken uit halve bakstenen.

Het stookkanaal maakt deel uit van het binnenlichaam en bevond zich in het noorden. Vooral in het binnenlichaam vertoonden de bakstenen zware brandsporen: het oppervlak van de meeste stenen bleek zelfs paars verkleurd te zijn door de hitte. Op de vloer van het binnenlichaam werd een fijn laagje houtskool aangetroffen, dat voor archeobotanisch onderzoek bemonsterd werd. Opmerkelijk evenwel was de vaststelling dat de grootste concentratie houtskool zich net buiten het stookkanaal bevond. Tussen de voegen van de baksteenfragmenten van het buitenlichaam werd plastische groene klei aangetroffen.

Vermoedelijk moet het buitenlichaam geïnterpreteerd worden als de onderbouw van een bakstenen koepel.
Aanvankelijk was er heel wat verwarring rond deze structuur, omdat er heel wat gelijkenissen waren (zowel in vorm als in opbouw) met de reeds eerder opgegraven verversstookplaatsen. Bovendien bevond het opgravingsterrein zich in de onmiddellijke omgeving van het laatmiddeleeuwse ververskwartier. Verder onderzoek doet echter vermoeden dat we met een laatmiddeleeuwse pottenbakkersoven te maken hebben. De bakstenen vloer bevindt zich namelijk boven twee kuilen, die met zekerheid als pottenbakkersovens moeten geïdentificeerd worden.

spinola.jpgBij het couperen van de hierboven beschreven constructie (foto links), kwam op een dieper niveau een kuil met verschillende lagen gebakken klei aan het licht. Vermoedelijk gaat het om een cirkelvormige constructie, waarvan nu nog slechts een kwadrant bewaard is. Uit de doorsnede blijkt dat deze kuil heel wat opeenvolgende gebruiksfasen gekend heeft: telkens opnieuw blijken de wand en gedeeltelijk ook de bodem bestreken te zijn met een laag klei. Verschillende elementen wijzen erop dat we hier met een 13de-eeuwse pottenbakkersoven te maken hebben. Deze interpretatie was verrassend, omdat dergelijke - eerder primitieve - pottenbakkerskuilen doorgaans niet meer voorkomen in de late Middeleeuwen. Bovendien waren er totnogtoe geen gegevens over de aanwezigheid van pottenbakkers langs de Spinolarei.

De pottenbakkersoven werd in de zuidelijke zone oversneden door een kuil, volgestort met laatmiddeleeuws aardewerk. Daarboven blijkt een nieuwe pottenbakkersoven aangelegd te zijn, waarin nog in situ een braadpan met korte holle steel aangetroffen werd. In deze stelen kon een houten stok gepast worden om de braadpan boven het vuur te houden.

spinola4.jpgTijdens het archeologisch onderzoek kwam een onvoorstelbare hoeveelheid schervenmateriaal naar boven (foto rechts). Het gaat om echte stortlagen aardewerk uit de late Middeleeuwen. De drassige gronden langs de Spinolarei blijken in de 13de eeuw plaatselijk geëgaliseerd te zijn met pottenbakkersafval. Sommige fragmenten waren immers duidelijk misbaksels: gebarsten oren, fragmenten die aan mekaar gebakken waren... Het gaat hierbij in hoofdzaak om rood aardewerk, grijs aardewerk werd niet of nauwelijks aangetroffen. Verder onderzoek zal moeten uitwijzen welke types vertegenwoordigd zijn en hoe precies de aardewerkvondsten gedateerd kunnen worden.

Externe link: Raakvlak

door Jeroen | Opgravingen | Reacties (0)

9 juli 2006

Agilas zoekt vrijwilligers te Asse

asse.jpgNaar aanleiding van de geplande bouw van een appartementsgebouw op een perceel dat zich in de zone van de Gallo-Romeinse nederzetting van Asse bevindt, is de archeologische vereniging van Asse, Agilas v.z.w. deze week gestart met een kleinschalig archeologisch onderzoek. Omdat in het verleden op naburige percelen reeds heel wat sporen uit de Romeinse periode aan het licht kwamen, zijn de verwachtingen hoog gespannen.

De onderzoekers dienen de beperkte diepte, voorgesteld door de architect van het project, echter wel te respecteren. Daardoor bestaat de kans dat er weinig of geen archeologische sporen aan het licht zullen komen. De archeologen hebben nog tot 31 augustus tijd om de bedreigde zone te onderzoeken.Voor haar onderzoek is Agilas nog op zoek naar een paar gemotiveerde studenten archeologie. Indien je interesse hebt, kan je voor verdere informatie contact opnemen met de leidinggevende archeologe Kristine Magerman op 0474/29.95.67.

door Jeroen | Vrijwilligers | Reacties (0)

Kerktoren Meldert stort in

meldert.jpgEen groot deel van de monumentale Sint-Willebrorduskerk van Meldert-Lummen is gistermiddag ingestort. Arbeiders waren bezig met het verstevigen van de toren en zouden de hoofdingang dicht maken. Uit veiligheidsoverwegingen moesten kerkbezoekers voorlopig via een zij-ingang naar binnen gaan. Nu moet de kerk helemaal dicht. De voorzitter van de kerkfabriek wijt de instorting aan erosie en mogelijk een structuurwijziging in de grondlaag. Dat zou dan weer te maken hebben met de loop van de Zwarte Beek.

De Sint-Willebrorduskerk van Meldert dateert van 1365. In 1971 werd het gebouw beschermd als monument. Wegens een verzakking kwam de toren van de kerk eind 2004 al in het nieuws en tien jaar eerder in 1994 maakte de Monumentenwacht al melding dat er problemen met de toren waren. In 1995 begonnen verschillende muren te scheuren. Volgens professor Van Gemert van de KULeuven, onder wiens leiding de stabiliteitswerken werden uitgevoerd, heeft de instorting te maken met de geschiedenis van de kerk. Die is immers in de loop der eeuwen dikwijls verbouwd.

Wat er nu met de kerk zal gebeuren, wordt beslist door Monumentenzorg.

Externe bronnen: vrtnieuws.net; De Standaard; Het Nieuwsblad

door Jeroen | Erfgoed | Reacties (0)

Opgravingen in de Sint-Bavokerk in Boechout

Sinds 26 juni voeren archeologen van het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed (VIOE) een noodopgraving uit in de Sint-Bavokerk in Boechout (provincie Antwerpen). Naast een opvallende massieve muur in witte zandsteen, werden ook al verschillende graven ontdekt. Een van de graven bevatte nog twee goed bewaarde schoenen. De opgravingen zijn op zondag 16 juli te bezoeken.

Kaderend in een restauratieproject dat reeds jaren lang aan de gang is, is ook een uitbreiding voorzien van de vloerverwarming in de St.-Bavokerk te Boechout. Toen de aannemer enkele weken geleden begon met het wegnemen van de vloertegels voor een nieuw uit te graven kanaal aan de oostkant van de zuidelijke zijbeuk en de kruisbeuk, kwamen onmiddellijk skelet- en muurresten tevoorschijn. De Afdeling Monumenten en Landschappen (AML) legde de werken voorlopig stil en na enkele constructieve gesprekken tussen kerkfabriek, architect, aannemer, AML en het VIOE, kwam men tot een vergelijk voor de uitvoering van een archeologisch noodonderzoek van de bedreigde zone. Het VIOE vatte het onderzoek aan op 26 juni met de steun van de kerkfabriek die financiële middelen voorziet en van de aannemer die logistieke steun biedt. Gedurende het bouwverlof zal de zone waar de nieuwe kanalen gepland zijn tot op een diepte van 1,40 m onderzocht en geregistreerd worden.

De beperkte oppervlakte van de kanalen maken het onmogelijk de volledige bouwgeschiedenis van de kerk te reconstrueren. Momenteel is op de vastgestelde diepte, de maagdelijke bodem bereikt en kan een eerste – voorzichtig – beeld gevormd worden van de blootgestelde resten.

Een opvallend massieve muur uit blokken witte zandsteen markeert zowel het kanaal in de zuidelijke zijbeuk als dat in de kruisbeuk. In deze muur zijn verschillende verbouwingen in verschillende soorten natuursteen waar te nemen. De oudste bouwfase is uitgevoerd in grote blokken Doornikse kalksteen en lijkt vroegmiddeleeuws van oorsprong. Deze muur oversnijdt nog een uitgebroken muur met brokken limoniet en enkele graven waaronder een goed bewaard kindergraf met west-oost-oriëntering. Nog ouder zijn een drietal graven met een totaal andere (noordoost-zuidwest) oriëntering. De kuilen van deze graven tekenen zich duidelijk af in de leembodem. Binnen elke kuil was een rechthoekige kist geplaatst. Deze graven zijn duidelijk vroegmiddeleeuws van oorsprong.

Ter hoogte van de kruisbeuk, tegenover het koor werd de muur op verschillende plaatsen en niveaus nisvormig doorbroken voor de aanleg van jongere graven. Eén graf is vermeldenswaard: aan het hoofdeinde van de kist stond in elke hoek een rechtop geplaatste schoen (foto links). De schoenen zijn nog goed bewaard en een ervan bevatte nog een stuk textiel van een sok of schoenbekleding.

Markant is het feit dat geen sporen zijn teruggevonden van een koor- of transeptaanzet. Ook de oorspronkelijke dikte van de massieve muur is wegens de smalle kanalen onmogelijk vast te stellen.

Een oorkonde uit 974 is de oudste historisch bron voor het kerkgebouw: Keizer Otto II van Duitsland schonk op aanvraag van de monniken van de Sint-Baafsabdij in Gent de hun ontnomen bezittingen terug, gelegen in Noorderwijk, Zellik en Boechout (“…in pago quoque Rien Buocholt eque cum ecclesia et reliquis appendiciis…”).
Bronnen uit de 15de eeuw melden de bouw van een toren en een stenen kerkgebouw. Het huidige koor dateert nog uit deze periode. Verschillende vernielingen en verbouwingen volgden. Pas in 1842 werd de kerk vergroot door het toevoegen van twee zijbeuken. Deze kerk werd in 1897 volledig afgebroken voor de bouw van de nieuwe en grotere huidige kerk.

Meer info: Rica Annaert (0477/560-362). De opgravingen zijn te bezoeken op zondag 16 juli tussen 11.45u en 13u (na de misviering van 11u).

door Tijl | Opgravingen | Reacties (0)

7 juli 2006

Dienstmededeling

Aangezien de volledige ArcheoNet-redactie de volgende weken actief is op opgravingen in binnen- en buitenland, zien we ons genoodzaakt om het werk aan de website tijdelijk een beetje terug te schroeven. Tot half augustus zullen de nieuwsberichten op ArcheoNet op minder regelmatige basis verschijnen. Nieuwe artikels zullen in die periode hoofdzakelijk in het weekend geplaatst worden.

We doen evenwel ons best om dringende berichten ook nog op weekdagen te posten. Wie de volgende weken iets wil aankondigen via ArcheoNet, wordt gevraagd ons een kant-en-klaar tekstje te bezorgen.

Wij vragen om begrip voor deze tijdelijke maatregel.

Foto: het Kozha Akhmed Yasaui Mausoleum in Kazakhstan (Bart Lauwers)

door Tijl

6 juli 2006

Nieuwe opgravingscampagne in Sagalassos van start

Op 10 juli starten archeologen van de K.U.Leuven opnieuw grootschalige opgravingen in de Turkse antieke stad Sagalassos. In de nieuwe Sagalassos E-Update vind je een korte voorstelling van de belangrijkste opgravingsprojecten van dit jaar. Ook deze zomer kan iedereen via Internet de vorderingen van de archeologische expeditie volgen. Nieuw op de interactieve website is de mogelijkheid om in Google Earth virtueel naar Sagalassos te "vliegen".

Vanaf 8 juli trekt een internationaal team van wetenschappers, geleid door professor archeologie Marc Waelkens van de K.U.Leuven, weer naar Turkije voor de jaarlijkse opgravingen in Sagalassos. De vorig jaar ontdekte voorloper van het antieke Sagalassos zal deze zomer in detail bestudeerd worden, onder meer door middel van geofysische prospectie. In de stad zelf graven de archeologen verder naar de resten van het Romeinse badcomplex en de laat-antieke stadsvilla. Ook zal men de opgravingen van de voedselmarkt en het prachtig bewaarde concertgebouw verderzetten.

Ook deze zomer kan iedereen via Internet de vorderingen van de archeologische expeditie in Sagalassos volgen op de Sagalassos Interactive Dig. Nieuw is de mogelijkheid om in Google Earth virtueel naar Sagalassos te "vliegen". De satellietbeelden in hoge resolutie laten toe om de site en haar omgeving in detail (en in 3D) te verkennen. Icoontjes tonen de ligging van de verschillende gebouwen in Sagalassos, en zijn gekoppeld aan foto's, tekst en panorama's. Om deze toepassing te kunnen bekijken, moet je Google Earth installeren.

De laatste jaren is Sagalassos uitgegroeid tot een van de grootste archeologische projecten in het Middellandse-Zeegebied. Tijdens de zomermaanden werken ieder jaar een 150-tal wetenschappers van diverse nationaliteiten en uiteenlopende disciplines mee aan het project. Sagalassos was tijdens de Romeinse overheersing de belangrijkste stad van de provincie Pisidië. In de 7de eeuw werd de stad definitief verwoest door een aardbeving. De ruïnes van de stad liggen in het Taurusgebergte, zo’n 100 kilometer ten noorden van de populaire vakantieplaats Antalya. Heel wat Vlamingen hebben tijdens hun vakantie in Turkije al een uitstap naar de site gemaakt.

Voor de website wordt samengewerkt met Archaeology Magazine, een internationaal gerenommeerd tijdschrift, dat op haar website ook nog een aantal andere ‘Interactive Digs’ aanbiedt. Het grote publiek kan zo op een op een toegankelijke manier kennismaken met het reilen en zeilen tijdens een opgravingscampagne.

Meer info: Sagalassos E-Update (juli 2006)
Externe link: Sagalassos Interactive Dig
Aansluitend artikel: KMZ of Dig at Sagalassos: Archaeology in Google Earth (gisarch.com)

door Tijl | Internationaal | Reacties (0)

5 juli 2006

Publiek kan boomstamgraven Munsterbilzen vrijdag bezichtigen

Naar aanleiding van de vondst van de ondertussen bekende 'boomstamgraven van Munsterbilzen’ zijn een aantal initiatieven genomen door de bevoegde administraties en de gemeente Bilzen. Zo is er ondertussen duidelijkheid omtrent de te hanteren bergingsmethode en de dateringstechnieken. Op vrijdag 7 juli zal de vondst ook aan het brede publiek worden voorgesteld door middel van geleide bezoeken.

Vorige week werd een vergadering georganiseerd met de Afdeling Monumenten en Landschappen, de Afdeling wegen en verkeer, de Zuid-Oost-Limburgse Archeologische Dienst (ZOLAD), ARON bvba en de stad Bilzen. Op deze vergadering werd beslist de archeologen verder te laten werken tijdens het bouwverlof zodat begin augustus, na het bouwverlof, de infrastructuurwerken gewoon terug van start kunnen gaan. Deze termijn is voldoende om én de archeologen én de waaier aan specialisten toe te laten ter plaatse de nodige vaststellingen te laten doen. Ondertussen blijft de vondst wel afgedekt met vochtige doeken en zonwerend materiaal.

Dit laatste leidde echter tot groot ongenoegen van de tientallen bezoekers die het graf eens van dichtbij willen zien. Daarom neemt de stad Bilzen, in samenwerking met de ZOLAD, het initiatief om op vrijdag 7 juli de werf tussen 10u en 15u voor het publiek open te stellen. Hierdoor is het mogelijk om de vondsten, weliswaar van op een respectabele afstand, te bewonderen met een woordje uitleg van de archeologen.

Vanaf volgende week wordt overigens gestart met de eerste fase van de berging van de boomstamgraven. De eerste fase bestaat uit het vrijleggen van de omgeving van de graven, een tweede uit het uitgraven van de grond rondom het graf zodat, in een derde en laatste fase, de boomstamgraven in blok kunnen worden opgetild en vervoerd. In een laboratorium worden ze dan behandeld tegen verdere rotting. Op termijn worden ze dan ook tentoongesteld in Munsterbilzen, de plaats waar ze thuishoren.

Externe link: Dienst toerisme Bilzen

door Tijl | Opgravingen | Reacties (0)

Nieuwe opgravingscampagne in de Gentse Bijloke

Voorafgaand aan de herinrichtings- en aanpassingswerken in het Bijlokemuseum en het 17de-eeuwse Bijlokeklooster dient de stad Gent in te staan voor verder archeologisch onderzoek op de site. De werkzaamheden kaderen in het STAM-project. Voor de opgravingen, die worden uitgevoerd tussen 31 juli en 31 oktober, is men nog op zoek naar vrijwilligers.

Te westen van de gebouwen die door de kantoren en het bespreekbureau van de v.z.w. Bijlokeconcerten in gebruik zijn, bestaat het archeologisch vooronderzoek uit opgravingen. Ze zitten gevat tussen het wegnemen en afvoeren van het groenafval dat daar gestapeld ligt en waarvoor de Dienst Stadsarcheologie samenwerkt met de Groendienst, en de heraanleg van de binnenareaal. In voorontwerp voorziet de Groendienst daar de creatie van een zogenoemde muzentuin.

De opgravingen worden uitgevoerd tussen 31 juli en 28 september. Terzelfdertijd zal de Dienst Stadsarcheologie instaan voor de uitvoering van bouwarcheologie en bijkomende archeologische vaststellingen bij de restauratie- en aanpassingswerken aan de middeleeuwse abdijgebouwen en het 17de-eeuwse klooster. Deze bouwwerken die door de hogere overheden goedgekeurd en gesubsidieerd werden, starten op 7 augustus en werden toegewezen aan het aannemersbedrijf Corvers.

Vrijwilligers die willen meewerken aan de Bijloke-opgravingen, dienen zich hiervoor in te schrijven. De minimumleeftijd hiervoor is 16 jaar. Het aantal vrijwillige medewerkers is beperkt: maximum 8 per week in augustus, maximum 10 per week in september. De inschrijvingen zijn per week. De Dienst Stadsarcheologie werkt vanaf 1 augustus 2006 conform de wet- en regelgeving op het vrijwilligerswerk. De werktijden voor vrijwilligers zijn van 8u30 tot 16u30 met een middagpauze van 12 tot 13 uur.

Meer info: vrijwilligers kunnen mailen naar stadsarcheologie@gent.be. Voor meer informatie kan je contact opnemen met Kathleen De Vos op het telefoonnummer 09/266.57.65.
Aansluitend artikel: De Gentse archeologen in de Bijloke (15 september 2005)

door Tijl | Opgravingen | Reacties (0)

4 juli 2006

Archeologische vondsten onder voetbalveld in Geel

In het kader van de nieuwbouw van een rustoord werden op de terreinen van het ziekenhuis Sint-Dympna in Geel onlangs een aantal proefsleuven getrokken. Verspreid over een oppervlakte van ongeveer 6000 vierkante meter werden archeologische sporen aangetroffen. Behalve paalkuilen vonden de archeologen ook greppels en een zeer grote kuil, die misschien als een waterput te interpreteren is.

De afdeling Monumenten en Landschappen (AML) werd om advies gevraagd in het kader van de vergunningsaanvraag van de nieuwbouw in Geel. In januari werd een eerste deel van het terrein onderzocht door middel van proefsleuven. Hierbij werden geen positieve resultaten geboekt, op uitzondering van twee greppels, die tien centimeter diep bewaard waren, en enkele losse scherven. Een deel van het terrein was verstoord.

Onlangs werd dan het tweede deel van het terrein, ter hoogte van het voetbalveld van het ziekenhuis, onderzocht door middel van proefsleuven. Verspreid over een oppervlakte van ca. 5000-6000 m² werden archeologische sporen aangetroffen. De archeologische sporen bestonden in hoofdzaak uit kleine paalkuilen die verspreid over het terrein worden aangetroffen. Ze bevonden zich vlak onder de teelaarde.

Gelet op het aantal sporen is de kans groot dat tijdens de opgraving één of meerdere plattegronden van een woning/boerderij kunnen opgetekend worden. In het zuidwestelijk deel van het terrein bevonden zich bovendien grote paalkuilen die met zekerheid kunnen toegeschreven worden aan een gebouw. De opgraving zal uitwijzen of de volledige plattegrond kan ingetekend worden.

Behalve paalkuilen werden eveneens een aantal greppels aangetroffen waarvan de archeologen op dit ogenblik nog niet kunnen zeggen wat hun functie is geweest. Tot slot werd in het noordoostelijk deel van het voetbalplein een zeer grote kuil aangetroffen, mogelijk een waterput.

"Over de datering van de sporen tasten we momenteel nog in het duister," zegt archeologe Alde Verhaert (AML). "Tijdens het graven van de proefsleuven werden slechts enkele aardewerkscherven aangetroffen die met de hand gevormd zijn. Wanneer de archeologische grondsporen onderzocht worden zal er ongetwijfeld meer aardewerk aangetroffen worden dat een licht kan werden op de datering van de sporen. Dat het hier gaat om archeologische sporen en geen restanten van recente omheiningspalen of vergravingen staat buiten kijf."

In samenspraak met de bouwheer zal de afdeling Monumenten en Landschappen bekijken op welke manier het archeologisch onderzoek kan ingepast worden in de werken zodat deze geen vertraging oplopen én het archeologische erfgoed kan gevrijwaard worden van vernieling.

Meer info: Alde Verhaert

door Tijl | Opgravingen | Reacties (0)

Het verhaal van de Brugse stadsomwalling

In Brugge wordt de gerestaureerde Gentpoort voortaan ingericht als educatief en interactief museum en maakt in die hoedanigheid deel uit van het Bruggemuseum. Nog tot 14 oktober loopt in de stadspoort de kleine tentoonstelling 'Op het randje van de stad, het verhaal van de Brugse stadsomwalling'. Hierin wordt de geschiedenis van de verschillende Brugse poorten verteld aan de hand van het Gruuthusehandschrift.

De totale kostprijs van de restauratie werd begroot op een kleine 300.000 euro. De Vlaamse Gemeenschap draagt zestig procent van de kosten, de provincie West-Vlaanderen en de stad Brugge elk twintig procent. Het Bruggemuseum ontwikkelde voor de inrichting als atelier en museum een concept, dat in samenwerking met het bureau 'Monument in Ontwikkeling' wordt gerealiseerd. Ook de Koning Boudewijnstichting kwam met 150.000 euro over de brug voor de inrichting van het museum.

Op dit moment organiseert het Bruggemuseum in de Gentpoort een tijdelijke en bescheiden tentoonstelling die de geschiedenis vertelt van de verschillende stadspoorten aan de hand van het Gruuthuse-handschrift. In dat handschrift is immers een tekst te vinden waarin een kluizenaar een maquette van de stad aanbiedt aan een toernooikoning en de lof zingt op de zeven poorten van de stad.

Ook de geschiedenis van de andere delen van de omwalling krijgt in de opstelling de nodige aandacht: van de eerste omwalling in 1127, de tweede omwalling van 1300, de bouw van de Gentpoort in 1363 door Mathias Saghen, de bastions van 1614 tot de molens en de omvorming tot groene wandelzone in de tweede helft van de negentiende eeuw.

Meer info: download de persmap van de tentoonstelling (pdf)
Praktisch: Open op dinsdag en zaterdag van 9.30 uur tot 12.30 uur en van 13.30 uur tot 17 uur. Gratis voor Bruggelingen.

door Tijl | Tentoonstellingen | Reacties (0)

3 juli 2006

Opgravingen in Opwijk brengen structuren uit Nieuwe Tijd aan het licht

Van 2 mei tot 9 juni werd een archeologische opgraving uitgevoerd in het centrum van Opwijk (Vlaams-Brabant), ter hoogte van het jeugdhuis de Nijdrop. Op basis van het voorafgaandelijk proefonderzoek vermoedde men dat bij de opgravingen middeleeuwse resten aan het licht zouden komen. Dit bleek uiteindelijk niet het geval; wel werden tal van gebouwstructuren en grondsporen uit de Nieuwe Tijd aangesneden.

Het onderzoek in Opwijk werd geleid doorprojectarcheoloog Kristof Verelst. "Volgens de eerste onderzoeksresultaten kan het gros van de aangetroffen archaeologica gedateerd worden tussen het einde van de 16de eeuw en de 19de/20ste eeuw. Hoewel dit echter volledig in tegenspraak is met de oorspronkelijke verwachting, is er absoluut géén sprake van een regelrechte teleurstelling en/of tegenvallend resultaat."

Het opgravingsteam vond namelijk muurwerk terug van vermoedelijk drie verschillende bakstenen gebouwen. Daarnaast werd een voor Vlaanderen vrij uitzonderlijke (zand?)stenen structuur aangetroffen, die op dit moment als onderbouw van een lichter gebouw wordt beschouwd (midden bovenaan op de luchtfoto). Het is mogelijk dat de archeologen hier te maken hebben met één van de woonvertrekken en/of leefruimten, die afgebeeld staan op de Ferrariskaart.

Bovendien kwam tijdens het archeologisch onderzoek een houten structuur te voorschijn. Het doel en de functie ervan zijn op dit moment een open vraag. Daarenboven is er geen enkele zekerheid omtrent het in relatie staan met andere nabijgelegen gebouwstructuren. De houten balk staat immers noch in verbinding met de eerder aangetroffen (zand?)stenen structuur, noch in verbinding met de verderop liggende bakstenen structuur. Kristof Verhelst hoopt dan ook dat een dendrochronologisch onderzoek van de genomen houtmonsters uitsluitsel kan brengen.

Op een bepaals niveau kwamen tal van ‘middeleeuws’ aandoende kuilen tevoorschijn. Evenwel werden deze kuilen steeds samen met andere - meer amorfe en uiterst dubieuze - grondsporen ontdekt, zonder dat er hierbij een duidelijk samenhangend verband kon worden gelegd. Onderzoek van de aanwezige grondsporen leverde een enorm ingewikkeld patroon aan grondsporen en oversnijdingen op. De complexiteit was hierbij dermate hoog, dat het opstellen van een overkoepelende Harris Matrix quasi onbegonnen werk was.

Het is duidelijk dat de bodem van de onderzoekslocatie in de loop der tijd serieus vergraven werd. Hieruit vloeit voort dat het aangetroffen vondstmateriaal telkens in niet-zuivere contexten vervat zit, waardoor geen enkele definitieve uitspraak kan gedaan worden omtrent de aard en datering van de diepst gelegen grondsporen. Meermaals werden grote aantallen geglazuurd aardewerk in combinatie met enkele fragmenten gereduceerd gebakken aardewerk aangetroffen, waardoor een datering richting Middeleeuwen volledig geblokkeerd wordt.

Hoewel enkele dieper gelegen kuilen, met daarin fragmenten pijpaardewerk, de datering richting 17de en zelfs 18de eeuw duwen, werden effectieve 13de tot 15de eeuwse getuigenissen onder de vorm van gereduceerd gebakken aardewerk aangetroffen. Maar waar deze fragmenten gereduceerd gebakken aardewerk dan precies vandaan komen, blijft op dit moment nog een raadsel...

Meer info: Kristof Verelst

door Tijl | Opgravingen | Reacties (0)

In memoriam Adelbert Van de Walle

We hebben de droeve plicht het overlijden mee te delen van Adelbert Van de Walle. Hij voerde als eerste opgravingen uit op de archeologische site van Ename, en leidde één van de grootste opgravingen in Antwerpen. Daar onderzocht hij de bewoningsstructuur van een Merovingische site. Van de Walle was architect, doctor in de kunstgeschiedenis, professor aan de Universiteit Gent en conservator van verschillende musea.

Adelbert Van de Walle overleed vorige week op 84-jarige leeftijd.

Bron: De Morgen - 1 juli 2006
Foto: de archeologische site van Ename (Lars De Jaegher)

door Tijl | Varia | Reacties (0)

2 juli 2006

Omstreden publicatie over Caesar in België

De tot nu toe onvindbaar geachte reisweg in België die Julius Caesar beschreef in zijn De Bello Gallico is wel degelijk te vinden. Tot die conclusie komt historisch geograaf Hans Rombaut. In zijn nieuwe boek 'Julius Caesar in België' pretendeert hij een aantal locaties uit De Bello Gallico in ons land te kunnen identificeren. "Onzin," stelt Guido Cuyt in een reactie. "Het boek is één aaneenschakeling van wilde fantasieën, onwetendheid over de recente wetenschappelijke (archeologische) bevindingen en leugenachtige bronvervalsing."

Zelf noemt Rombaut de resultaten van zijn onderzoek "een wereldprimeur". Grosso modo beweert hij dat de aantekeningen van de Romein, zoals die vanaf 58 voor Christus werden opgetekend, wel degelijk exact zijn. Rombaut, die als bibliothecaris verbonden is aan de Koninklijke Belgische Academie voor Wetenschappen, heeft De Bello Gallico herlezen vanuit het perspectief van de historische geografie. "Ik toon onder meer aan waar precies hij gelegerd was aan de rivier de Aisne," zegt Rombaut in De Morgen (15-06-06). "Hij verslaat er de Remi, een Gallische stam, en maakt ze tot bondgenoten. Hun oppidum Bibrax is zonder enige twijfel het huidige Bièvres. Daar hoef je zelfs geen opgravingen voor te doen."

Guido Cuyt (AVRA) heeft ernstige bedenkingen bij het boek: "In de inleiding is er sprake van "vernieuwend karakter van het onderzoek" en "hoog wetenschappelijk niveau". Nochtans is het één aaneenschakeling van wilde fantasieën, onwetendheid over de recente wetenschappelijke (archeologische) bevindingen en leugenachtige bronvervalsing. Argumenten aanbrengen die stoelen op onwetendheid over de resultaten van recent archeologisch onderzoek en op vervalsing van de bronnen is een brug te ver. Met die methode kan je uiteraard altijd met om het even welke stelling gelijk halen, maar ze druist wel in tegen de basisprincipes van de historische kritiek en wetenschappelijk onderzoek."

"Het boek mag dus gerust verwezen worden naar de pseudo-wetenschappelijke literatuur waar de bibliotheken helaas van uitpuilen," stelt Cuyt. "Het ultieme bewijs voor alle pogingen om Caesars exploten te lokaliseren, kan alleen maar van de archeologie komen."

Lees meer: de uitgebreide reactie van Guido Cuyt kun je hier lezen (pdf). Meer informatie over het boek 'Julius Caesar in België' vind je op deze website.

door Tijl

Kasteel Wijnendale opent opnieuw de deuren

Vandaag opende het kasteel van Wijnendale in Torhout opnieuw de deuren voor het grote publiek. De indrukwekkende geschiedenis van het kasteel wordt weer tot leven gewekt met moderne multimediatechnieken. De renovatie van het kasteel kost 1,25 miljoen euro. Dankzij subsidies van Europa, Vlaanderen en provincie moet Torhout slechts 200.000 euro inbrengen.

Westtoer voerde onlangs een onderzoek uit naar de toeristische troeven van Torhou. Het kasteel van Wijnendale werd door de meeste ondervraagden als grootste troef naar voren geschoven.'

"De duizendjarige geschiedenis van het kasteel is erg bewogen," zegt schepen van Toerisme Bart Naeyaert (CD&V) in het Nieuwsblad. "Tot op vandaag is men voor de geschiedenis altijd teruggevallen op oude bronnen. Bijkomende moeilijkheid was dat door de vele plunderingen praktisch geen van de oorspronkelijke documenten, voorwerpen of meubels in het kasteel zijn overgebleven. Historicus Guy Dupont en kunsthistorica Hilde Lobelle voerden een volledig nieuw onderzoek. Voor de recente geschiedenis hebben zij uiteraard kunnen terugvallen op kasteelheer Jean-Jacques Matthieu de Wynendale, wiens familie het kasteel sinds 1833 in handen heeft."

"Onze evocatie is geen droge aaneenschakeling van data en feiten geworden," benadrukt Hilde Lobelle. "We gebruiken in de eerste plaats historisch correcte verhalen om duizend jaar Wijnendale aan elkaar te breien. De tocht begint bij de familie Matthieu de Wynendale en eindigt bij de figuur van Robrecht de Fries, die het kasteel in de elfde eeuw heeft gebouwd. In elke zaal wordt een bepaalde periode uit de geschiedenis belicht."

Historicus Guy Dupont: "Het kasteel is verschillende keren belegerd en in puin geschoten. Telkens werd het opnieuw opgebouwd. We hebben geprobeerd om het uitzicht van het kasteel door de eeuwen heen te reconstrueren. In 1994 werd een schilderij teruggebracht door de nazaten van een Duitser die tijdens de Eerste Wereldoorlog deelgenomen had aan de plunderingen. Op zijn sterfbed kreeg hij wroeging en eiste dat De Koning drinkt naar het kasteel zou worden teruggebracht. In de Tweede Wereldoorlog verbleef koning Leopold III in het kasteel met zijn kernkabinet. Op 25 mei 1940 vertelde hij hen in het kasteel van Wijnendale niet in ballingschap te willen gaan, wat de aanzet is geweest voor de latere koningskwestie."

Bron: Het Nieuwsblad - 30 juni 2006

door Tijl | Erfgoed | Reacties (0)

België mag erfgoed mee sturen bij Unesco

België heeft een zitje verworven in het comité dat de nieuwe conventie van de Unesco over cultureel immaterieel erfgoed moet uitwerken. De twee vertegenwoordigers (Vlaams en Franstalig) hopen mee te kunnen aansturen welk soort volkscultuur de Unesco in de volgende decennia zal steunen. België is één van de 24 leden van het comité en kan ten langste vier jaar zitting hebben.

Zal de Unesco vooral grote feesten en evenementen ondersteunen die de nationale identiteit van een lidstaat bevestigen, zoals het carnaval van Binche, of kan er meer geld en aandacht gaan naar mondeling erfgoed, naar lokale gebruiken en gewoonten? Dat is de keuze die het Intergouvernementeel comité van de Unesco in de komende maanden moet maken.

De conventie over het immateriële erfgoed, zeg maar de volkscultuur, is pas sinds april in werking, maar wordt erg belangrijk. Het is de tegenhanger van de conventie over monumenten en landschappen uit de jaren zeventig, die overal ter wereld de aandacht voor monumenten fors heeft aangescherpt en ze heeft helpen beschermen. Hetzelfde zal nu gebeuren voor lokale talen, theatervormen, verhalen, klederdrachten of optochten.

Landen nemen in recordtempo de conventie aan, al over enkele jaren zal ze wereldwijd zijn geratificeerd. Voor de monumentenconventie duurde dat dertig jaar. Lokale volkscultuur geldt overal ter wereld als belangrijk en als een tegengewicht tegen de mondialisering.

"Veel landen willen van de volkscultuur een uitstalraam maken voor hun nationale identiteit," zegt Marc Jacobs, de directeur van het Vlaams Centrum voor Volkscultuur en de Vlaamse vertegenwoordiger, dit weekend in De Standaard. "Wij vinden het mondelinge erfgoed veel belangrijker, in Afrika en Latijns-Amerika moeten lokaal antropologen opgeleid worden die plaatselijke gebruiken in kaart brengen. We hopen daar een accent bij te kunnen zetten." Unesco zal over enkele jaren een stevig budget ter beschikking hebben voor erfgoed.

Meer info: op de website van Unesco Vlaanderen vind je een dossier over de conventie immaterieel erfgoed
Bron: De Standaard - 1 juli 2006

door Tijl | Beleid | Reacties (0)