
Home
Kalender
Forum
Contact
Links
« september 2006 | november 2006 »
31 oktober 2006
Horta-Lambeauxpaviljoen wordt in 2007 gerenoveerd
Het Horta-Lambeauxpaviljoen in het Brusselse Jubelpark wordt in de loop van volgend jaar gerenoveerd. Het geld voor de renovatie, zo'n 636.000 euro, komt van Beliris, het samenwerkingsakkoord tussen de federale staat en het Brussels Gewest. Het zal vooral gebruikt worden voor de renovatie van het paviljoen zelf. Het kunstwerk in het paviljoen verkeert namelijk nog in relatief goede staat.
Het Horta-Lambeauxpaviljoen of het Paviljoen van de Menselijke Driften staat al een hele tijd te verkommeren. Het bleef jarenlang gesloten voor het publiek en is ook nu slechts een uur per weekdag toegankelijk voor het grote publiek. Wie het werk wil zien, moet bovendien eerst naar het Jubelparkmuseum wandelen om een suppoost te halen die de tempel opent en daar twee euro voor betalen.
Voogdijminister Marc Verwilghen maakte de restauratieplannen bekend als antwoord op een vraag van volksvertegenwoordigers Carla Dejonghe en Luk Van Biesen. Zij toonden zich vandaag bijzonder tevreden dat het paviljoen van architect Victor Horta, met daarin het grote bas-reliëf van de Antwerpse kunstenaar Jef Lambeaux, een grondige opknapbeurt krijgt. Maar ze willen er tegelijk over waken dat het paviljoen en zijn kunstwerk na de renovatie veel toegankelijker worden voor het publiek, zonder dat vandalen daarbij vrij spel krijgen.
Volgens Van Biesen blijft wel nog een aantal zaken onduidelijk. "Zo staat de tempel op het terrein van de grote moskee van Brussel, een stuk grond dat in erfpacht is toegekend aan Saudie- Arabië. De concessie loopt tot 2068 en voorziet dat de moskee er een islamitisch kunstmuseum kan oprichten. De vrees bestaat dus dat we hier bijzonder veel geld gaan uitgeven, maar dat het kunstwerk van Lambeaux toch niet meer te zien zal zijn. Er bestaat geen specifieke overeenkomst tussen Saudi-Arabië en België over het paviljoen."
Het paviljoen in het Jubelpark dateert van 1890 en raakte vooral bekend door het schandaal dat ontstond rond de "Menselijke driften", het enorme reliëf van Lambeaux dat de zonden en het geluk van de mensheid uitbeeldt. Het paviljoen dankt zijn reputatie niet aan de wulpse taferelen in het werk, maar aan een ruzie tussen Horta en Lambeaux. Lambeaux wilde in die tijd namelijk plots een gesloten paviljoen in plaats van het oorspronkelijke open ontwerp. Horta weigerde, waardoor de kunstenaar het gebouw enkele dagen later liet afsluiten. Hij begon zijn eigen werk tegelijk in diskrediet te brengen om er een echte muur ervoor te krijgen. Na de dood van Lambeux in 1908 gaf Horta toe en kwam er een muur. Sindsdien is het werk nog nauwelijks te zien geweest.
Bron: Belga
door Tijl | Erfgoed | Reacties (0)
30 oktober 2006
Rotselaar en Holsbeek willen samenwerken rond archeologie
Nauwelijks één week nadat Portiva officieel werd erkend als de eerste intergemeentelijke archeologische dienst (IAD) in Vlaams-Brabant, staat er in de provincie een tweede IAD in de steigers. De gemeenteraden van Rotselaar en Holsbeek hebben zich immers principieel akkoord verklaard mee te werken aan de mogelijke oprichting van een IAD. Ook de gemeente Lubbeek zou zich willen aansluiten, terwijl Tielt-Winge nog afwacht.
Het Regionaal Landschap Noord Hageland is bereid als coördinator van de nieuw op te richten dienst te fungeren. De diensten krijgen een startpremie van vijftigduizend euro van het Vlaams Gewest voor een dienst van minimum drie gemeenten.
Foto: Kroes in grijs steengoed, gevonden bij de opgravingen van het kasteel van Attenhoven (Holsbeek)
Bron: Gemeente Rotselaar
door Tijl | Varia | Reacties (0)
Nieuw beleid in Oostende strenger tegen afbraak bouwkundig erfgoed
In Oostende moet een nieuw actieplan rond bouwkundig erfgoed verhinderen dat nog historisch waardevolle panden worden gesloopt. Schepen van Ruimtelijke Ordening Bart Bronders geeft vandaag het startschot van dat nieuwe beleid. Een oude villa aan het Prinses Stephanieplein is zijn testcase. "Monumenten en Landschappen wil het pand niet beschermen, maar toch wil ik de afbraak tegenhouden."
IN Oostende zijn er de jongste decennia veel panden afgebroken die onvoldoende waardevol waren om beschermd te worden als monument, maar die minstens konden bestempeld worden als belangrijk voor het bouwkundig erfgoed van de badstad. De schepen van Ruimtelijke Ordening, Bart Bronders (sp.a), begon afgelopen jaar een actieplan bouwkundig erfgoed.
"Behalve de klassieke bescherming door panden te erkennen als monument werken we aan een ruimtelijk uitvoeringsplan," zegt hij vandaag in De Standaard. "Daardoor zal voor eens en voor altijd duidelijk zijn welk gebouw we volledig willen beschermen en bewaren voor het nageslacht, welk pand kan gerenoveerd worden of welk pand kan afgebroken worden onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat er iets in de plaats komt dat architecturaal minstens even waardevol is.'' De Vlaamse bouwmeester Marcel Smets is bezig aan de opstelling van een lijst waarop het volledige Oostendse erfgoed zal staan. Hij werd gevraagd omdat hij als onafhankelijk specialist geen banden heeft met gelijk welk pand of eigenaar.
Bronders wil meteen na de verkiezingen aantonen dat het wat hem betreft menens is. Vandaag bespreekt het schepencollege de sloopvergunning van een pand op het Prinses Stephanieplein 45. "Een typische oude Oostendse villa die bovendien nog in uitstekende staat is. Monumenten en Landschappen wil het niet beschermen, maar ik wil toch de afbraak tegenhouden, in de geest van het actieplan en omdat het waardevol is voor ons bouwkundig erfgoed. Ja, het is een testcase. Bovendien wil ik verhinderen dat sommige projectontwikkelaars nog snel waardevolle panden slopen voor het actieplan uitgevoerd kan worden." Bronders maakt er geen geheim van dat hij streng zal waken over de toepassing van zijn beleidsplan. Hij wordt ook genoemd als schepen van Monumentenzorg.
Foto: de bescherming als monument redde dit arbeidershuisje uit 1741 in de Christinastraat in Oostende van de sloophamer (Bart De Graeve - Erf-goed.be)
Bron: De Standaard - 30 oktober 2006
door Tijl | Erfgoed | Reacties (0)
Lezing over opgravingen Sagalassos in Eeklo
Op maandag 6 november organiseert Cultuurcentrum De Herbakker in Eeklo een voordracht over het interdisciplinaire opgravingsproject in Sagalassos (Turkije). De lezing van professor Marc Waelkens neemt je mee op een wandeling doorheen een middelgrote provinciestad in het antieke Pisidië. Daarbij komen honderden jaren geschiedenis van de stad en haar uitgestrekte territorium aan bod.
Sinds 1990 organiseert de K.U.Leuven onder leiding van professor Waelkens een opgravingproject in Sagalassos (Zuid-Turkije), waarbij meer dan 90 wetenschappers uit een tiental disciplines betrokken zijn. Sagalassos is één van de grootste opgravingprojecten in het Middellandse-Zeegebied. Sinds 1990 leidde de uitzonderlijke bewaringstoestand tot spectaculaire onderzoeksresultaten en vondsten, die met grote belangstelling in binnen- en buitenland worden gevolgd.
Praktisch: maandag 6 november om 20.30 uur in Cultuurcentrum De Herbakker (Pastoor de Nevestraat 10, Eeklo). Inkom € 5 (de opbrengst gaat integraal naar het project). Reserven kan op het nummer 09/378.40.90
door Tijl | Lezingen | Reacties (0)
29 oktober 2006
Oudste archeologische site van Vlaanderen ontdekt in Limburgse leem
Vrijetijdsarcheoloog Jean-Pierre de Warrimont deed in juni de vondst van zijn leven, toen hij in een leemgroeve in Zuid- Limburg enkele paleolithische artefacten aantrof. De Zuid-Oost- Limburgse Archeologische Dienst liet zonet in een persbericht weten dat deze vondsten van minstens 300.000 jaar BP de oudste voorwerpen zijn die Vlaanderen rijk is. Dit bewijst nog maar eens het belang van dit door leemontginningen bedreigde gebied voor de Europese archeologie.
In een leemgroeve in ZO-Limburg werden enkele maanden geleden door amateurarcheoloog J.-P. de Warrimont enkele paleolithische artefacten aangetroffen. Het gaat o.a. om een levalloisafslag en een werktuig, een zogenaamde racloir double convexe-concave. Uit de meest recente stratigrafische waarnemingen zijn dit naar de huidige inzichten zelfs de oudste archeologische vondsten in Vlaanderen. De voor archeologie bevoegde administratie, de Entiteit Onroerend Erfgoed (RWO) en de gemeente zijn intussen op de hoogte gebracht van de vondsten.
In de groeves in ZO-Limburg kwamen al eerder paleolithische vondsten aan het licht. Eén van de recente vondsten gaf zelfs aanleiding tot een kleine opgraving in de zomer van 2005. Deze vondsten werden geassocieerd met het Rocourtbodemcomplex (ca. 130.000-80.000 jaar oud). Een artikel hieromtrent is op dit moment in voorbereiding.
De huidige vondsten, waaronder een onbewerkte Levalloisafslag (foto rechtsboven) en een zogenaamde racloir of schaaf (foto links), werden in een leemgroeve op een diepte van 10 meter onder het maaiveld aangetroffen. Speciaal aan deze vondsten is dat ze geassocieerd zijn met een bodem én met houtskool. Of deze houtskool daadwerkelijk van haarden afkomstig is, zal nog moeten blijken. Wat de ouderdom betreft, is het zo dat de laatste stratigrafische analyses aantonen dat de vondsten dateren uit OIS1 9 of OIS 11 (ca. 300 tot 400 duizend jaar geleden). Deze conclusie is ondertussen bevestigd door Dr. Paul Haesaerts van het KBIN te Brussel die op 19 oktober jongstleden een plaatsbezoek aflegde.
Een labo van de Universiteit van Gent nam in de loop van september 2006 ook op enkele strategisch gekozen plaatsen monsters voor een natuurwetenschappelijke datering. De uitslag van de datering wordt niet in de eerstkomende maanden verwacht.
Het is nu al duidelijk dat de wetenschappelijke waarde én het potentieel van de vindplaats in Europees perspectief uitzonderlijk groot is, en daarenboven voor Vlaanderen ongekend. Aangezien de archeologische site op de bodem van de groeve gelegen is (foto rechts), hindert dit de verdere ontginning niet. Dit laat dus genoeg ruimte voor een gedegen wetenschappelijk onderzoek. Onderzoek dat, net als de voorgaande archeologische campagnes in de Limburgse groeves, ongetwijfeld vanuit het buitenland met veel belangstelling zal worden gevolgd. Bovendien tonen de vondsten eens te meer aan dat de archeologische problematiek van de leemontginningen door de bevoegde instanties danig wordt onderschat.
De ZOLAD dringt dan ook bij de bovenlokale overheden aan om in dit dossier van hoog wetenschappelijk niveau hun verantwoordelijkheid te nemen. Ten eerste wat de wetenschappelijke opgraving en verwerking van deze site aangaat, ten tweede om in overleg met de ontginners in de streek nu eens eindelijk een regeling uit te werken om de archeologische opvolging van vindplaatsen in ontginningsgebied te garanderen. In die zin liet de Vlaamse administratie de archeologen in de steek. Getuige daarvan het recent goedgekeurde gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP) 'Oppervlaktedelfstoffenzone Leem in Zuid-Limburg' waar amper met een woord gerept wordt over archeologie, laat staan dat er bindende bepalingen opgenomen zijn ten aanzien van de archeologische opvolging van de ontginningsgebieden. Dit ondanks de talrijke bezwaren hieromtrent geformuleerd door de bij de ZOLAD aangesloten gemeenten Bilzen, Riemst en Lanaken. Op zich een verontrustende evolutie, want hoe wil de Vlaamse regering het Verdrag van Malta implementeren als ze in haar eigen dossiers ten aanzien van archeologie zelf geen structurele maatregelen treft? De recente vondsten in de leemgroeves tonen aan dat dringende maatregelen dan ook vereist zijn.
Meer info:
* Tim Vanderbeken, intergemeentelijke archeoloog ZOLAD, + 32 473 96 48 80
Beleid, archeologie en algemene info
* Erik Meijs, kwartairgeoloog, +31 43 3471976
Chronologie, stratigrafie en info over de groeve
Bron: tekst, foto’s en tekening: ZOLAD
door Johan | Opgravingen | Reacties (0)
Nieuwe resultaten op website Kluizendok
In mei vonden archeologen twee Romeinse nederzettingen op de terreinen van het Kluizendok in de Gentse haven. In afwachting van de aanleg van de nieuwe bedrijventerreinen speurden archeologen van de Gentse universiteit de voorbije maanden verder naar historische restanten. Het team laat ons weten dat de Kluizendok-website onlangs grondig werd geüpdatet met een aantal nieuwe resultaten. Meer weten?
Surf dan naar www.kluizendok.ugent.be.
door Tijl | Websites | Reacties (0)
28 oktober 2006
Archeoweb verwelkomt haar jongste telg Breda
Archeoweb, het format van een stedelijk/regionaal virtueel archeologisch museum, ontwikkeld door de Dienst Archeologie Stad Antwerpen en de Erfgoedcel Antwerpen (met steun van Culturele Biografie Vlaanderen vzw), heeft er een lid bij. De Nederlandse stad Breda vervoegt Antwerpen, Gent en Mechelen. Van nu af aan kunnen erfgoedfanaten terecht op de website archeologie.breda.nl, die als eerste het nieuwe Archeoweb-format mag uitdragen.
door Johan | Websites | Reacties (0)
27 oktober 2006
Internationale conferentie over Scythische archeologie in de Altaj
De Universiteit Gent en UNESCO Vlaanderen nodigen u uit op de 'International Conference on Scythian Archaeology and the Archaeology of the Altai Mountains', van 4 tot 6 december in Gent. Sinds 1995 bestuderen onderzoekers aan de UGent het culturele erfgoed van het Altaj-gebergte. Tijdens de conferentie wordt o.a. dieper ingegaan op de problematiek die het broeikaseffect met zich meebrengt voor de permafrost graven.
Het programma behandelt drie items: de archeologie van de Scythen, het culturele landschap van het Altaj gebergte en de bevroren graven van de Altaj. Drie workshops zullen dieper ingaan op de specifieke problemen van de permafrost graven, met interdisciplinaire discussies:
* Workshop 1: karteertechnieken van de Altai-graven;
* Workshop 2: permafrost in het verleden, heden en de toekomst;
* Workshop 3: bestuderen en preseveren van de permafrost.
Op de tweede dag van de conferentie opent de tentoonstelling “De Bevroren Graven van het Altaj Gebergte” in het Hof van Ryhove, Onderstraat 20-22, Gent. De tentoonstelling presenteert de archeologie van het Altaj gebergte en de beroemde bevroren graven van de Scythen aan een breder publiek, en is vrij te bezoeken van 6 tot 28 december. Deelnemers aan de conferentie zullen uitgenodigd worden op de officiële opening van de tentoonstelling op 5 december.
Indien u interesse hebt om uw onderzoek in één van de sessies voor te stellen, neemt u best contact op met de organisatoren van de conferentie. De officiële talen van de conferentie zijn Engels en Russisch. Professionele vertalers zullen alles in goede banen leiden.
Meer info: het voorlopige programma kunt u hier downloaden (pdf). Inschrijven kan tot 15 november via het registratieformulier op de conferentie website. Deelnameprijs voor de drie dagen bedraagt 50 euro.
Foto: Bronstijd stèle in de Altaj (Yustyd), UGent
door Johan | Congressen | Reacties (0)
Half miljoen voor renovatie directeurswoning Zwartberg
Het Genkse stadsbestuur heeft het licht op groen gezet voor de renovatie van de oude directeurswoning in de mijncité van Zwartberg. De directeurswoning, in de volksmond ook wel Kasteel van de Mijnen of de Villa van Zwartberg, dateert uit 1925 en wordt al meer dan een kwarteeuw bewoond door de familie Wauters, de familie die tot 2002 de inmiddels legendarische, verdwenen zoo van Zwartberg uitbaatte.
De woning is de grootste in het Limburgse mijnbekken, maar ze heeft haar beste tijd wat gehad. Bij regenval lekken het dak en de goten, de houten ramen vertonen tekenen van slijt en de prachtige ornamenten die de gevel sieren, gaan onvermijdelijk gebukt onder de tand des tijds. "Renovatiewerken zijn hoognodig. De villa is de enige beschermde directeurswoning in de Euregio en moet absoluut bewaard blijven voor het nageslacht. Daarom wordt het hele dak hersteld, worden de ramen vervangen door nieuwe exemplaren die dezelfde sfeer uitademen als de bestaande, worden de stenen ornamenten opgefrist en wordt de hele gevel gereinigd. We kiezen voor een respectvolle zachte renovatie die het gebouw in zijn oude glorie herstelt," zegt Wim Dries, de Genkse schepen voor Ruimtelijke Ordening, vandaag in De Standaard. Aan het interieur van de directeurswoning wordt niet geraakt. "Dat is nog waardevoller dan de buitenkant. Daarom is het allesbehalve vanzelfsprekend om te raken aan de verwarming, de trappen en de airconditioning in het gebouw."
Het Genkse stadsbestuur kocht de villa en het achterliggende park voor een miljoen euro. Isabelle Wauters, de weduwe van de directeur van de voormalige zoo, woont nog steeds op de gelijkvloerse verdieping van het gebouw. "En dat blijft ook zo tot we een nieuwe bestemming hebben gevonden voor de site. Op die manier zijn we er ook zeker van dat het historische interieur goed wordt onderhouden," vertelt Dries. Na zeven jaar zoeken is een nieuwe functie nog steeds niet gevonden. "Het gewestplan laat in het gebied uitsluitend recreatieve projecten toe. Er hebben zich in de loop van de jaren wel wat kandidaten aangeboden, maar een goed project hebben we nog niet gevonden. Zelf een project beginnen, is geen optie. Het stadsbestuur is betrokken in voldoende initiatieven in Genk. Daarom kiezen we bewust voor een privaat-publieke samenwerking." Dries rekent erop dat de stad aanspraak kan maken op een Vlaamse subsidie van ongeveer 300.000 euro. Als die er komt, kunnen de renovatiewerken in april of mei van 2007 beginnen. In totaal wil de gemeente 470.000 euro besteden aan de renovatie.
Bron: De Standaard - 27 oktober 2006
Afbeelding: fototheek heemkring Heidebloemke Genk
door Tijl | Erfgoed | Reacties (0)
26 oktober 2006
Verdwijnt het Limburgse bodemarchief voorgoed in bakstenen?
Eind september werd het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP) 'Leemontginningen in Zuid-Limburg' definitief vastgelegd. Hoewel honderden bedreigde hectaren historisch bijzonder waardevol zijn, is er in het GRUP geen ruimte gelaten voor archeologie. "Minister Van Mechelen komt zijn beloftes niet na," stelt het Forum Vlaamse Archeologie vandaag in een nieuwsbericht. Het FVA moet steeds vaker de alarmklok luiden, maar het gerinkel lijkt telkens weer in dovemansoren te vallen.
Op 21 mei berichtte ArcheoNet over de dreiging die de geplande leemontginningen in Zuid-Limburg met zich meebrachten voor het bodemarchief. Op dat moment was er niet alleen het FVA die in de bres sprong voor de archeologie; er waren immers diverse bezwaren ingediend door de gemeentes Lanaken, Riemst en Bilzen waarin hun bezorgdheid met aandrang geuit werd. Deze bezwaren bleven echter zonder gevolg. Voor het FVA is het duidelijk: "Nergens in het GRUP zijn er duurzame randvoorwaarden of bindende bepalingen rond archeologie in de voorschriften opgenomen. De korte zinsnede in de aanvang van het GRUP die zegt dat een archeologische opvolging van de ontginning is aangewezen getuigt van een vreemde vorm van humor. In de uiteindelijke planning wordt die nergens hardgemaakt. Dankzij het nieuwe GRUP zal dit collectief verleden van Vlaanderen - naar schatting honderden hectaren - weldra ongedocumenteerd kunnen verdwijnen in baksteenproducten."
Het Forum Vlaamse Archeologie benadrukt dat deze onheilstijding niet alleen een schandvlek vormt voor de erfgoedzorg in Vlaanderen, maar voor het ganse Europese gedachtengoed. Het gebied in Zuid-Limburg bezit een schat aan archeologische informatie: van de 100.000 jaar oude Neanderthalers in de ondergrond van Veldwezelt tot Oostenrijkse massagraven daterend van de Slag bij Lafelt (1747). Het FVA heeft dan ook niet nagelaten haar bezorgdheid over te maken aan de ambassades van landen die nauw en rechtstreeks verbonden zijn met dit verleden, zoals Frankrijk, Ierland, Oostenrijk, Engeland en Nederland.
Dat het archeologische potentieel van de regio reeds was doorgedrongen bij de plannenmakers, kan worden opgemaakt uit het GRUP zelf. Bij diverse voorgestelde locaties voor leemontginning kan men lezen over "de hoge archeologische potentie – de stelselmatige aanwezigheid van nederzettingen uit het Neolithicum, de Bronstijd, de IJzertijd de Romeinse en middeleeuwse periode en de aanwezigheid van Paleolithische sites". Dat met deze kennis echter niets wordt aangevangen, is niet minder dan een gemiste kans voor alle betrokken partijen. Door het gebrek aan afspraken zullen archeologen enerzijds voor voldongen feiten komen te staan, terwijl de projectontwikkelaars pas op het allerlaatste moment met de archeologische wetgeving geconfronteerd worden.
Het FVA neemt ook de minister van Ruimtelijke Ordening op de korrel: "Het beleid van Minister Van Mechelen inzake archeologische erfgoedzorg lijkt er een te worden van holle woorden zonder de minste daden." Dat de overheid lessen zou trekken uit eerder pijnlijke aanvaringen, zoals op de Antwerpse Leien, is blijkbaar een utopie. Of om het met de woorden van minister Van Mechelen zelf te stellen: "We zijn er toen als een dom kuiken op feiten gestoten die elke historicus van mijlenver kon ruiken." Stoten kuikens zich wel tweemaal aan dezelfde (bak)steen?
Update: reactie kabinet (28 oktober)
Volgens Ingo Luypaert, de raadgever voor monumenten en landschappen op het kabinet van Van Mechelen, zal het zo'n vaart niet lopen. "Je mag niet vergeten dat er, voor er effectief ontgonnen wordt, nog heel wat water naar de zee moet vloeien. Het GRUP bepaalt dat er op die plaatsen leem ontgonnen mag worden, maar aan een ontginning gaan nog procedures zoals stedenbouwkundige vergunningen vooraf. Het spreekt voor zich dat de archeologie in dat proces een voldoende grote inbreng krijgt. In dat verband is een grote rol weggelegd voor de Zuidoostlimburgse Archeologische Dienst," vertelt Luypaert vandaag in De Standaard.
Meer info: lees het volledige persbericht op de FVA website
Foto's: FVA en Erik Meijs
door Johan | Beleid | Reacties (0)
De Atlantikwall, een toekomst voor ons verleden?
In het Domein Raversijde wordt van 16 tot en met 19 november een internationaal congres over de 'Atlantikwall' ingericht. De Atlantikwall was een 2685 kilometer lange verdedigingslinie, die de Duitsers tijdens de Tweede Wereldoorlog aanlegden om een geallieerde invasie te voorkomen. Het congres bestaat uit twee delen: een colloquium met internationale sprekers en een aantal bezoeken aan sites in binnen- en buitenland.
De Atlantikwall liep van Noorwegen, via Denemarken, Duitsland, Nederland en België naar Frankrijk tot aan grens met Spanje. De verdedigingslinie, die overigens nooit geheel werd voltooid, bestond uit bunkers, kanonnen en mijnenvelden. Op sommige plaatsen zijn de bunkers bewaard gebleven, onder meer in Zandvoort, Scheveningen, Oostende, en in Normandië.
De Atlantikwall is een uniek Europees gegeven. Nooit voorheen in de geschiedenis van West-Europa kwam een dergelijk complex verdedigingsstelsel van een dergelijke omvang tot stand. De Atlantikwall kan dus niet binnen de verschillende landsgrenzen telkens op een andere manier benaderd worden. Over de ganse kuststrook van Europa, vanaf Noorwegen tot aan de Spaanse en Italiaanse grens heerst er een tactische en bouwfysische eenheid. Het congres wil laten inzien dat de Atlantikwall, als getuige van een somber verleden, een rol te vervullen heeft in de geschiedenisbeleving van West-Europa. Reeds veel is verloren gegaan of wordt momenteel bedreigd. Het is de hoogste tijd dat dit historisch en architecturaal patrimonium de plaats krijgt dat het verdient. Met behulp van Europese steun wil het congres hieraan bijdragen.
Op 16 november zal de Atlantikwall vanuit een historisch en technisch oogpunt belicht worden. Op 17 november zullen een aantal toonaangevende Europese Atlantikwall-museumconservatoren hun kennis met betrekking tot het tentoonstellen en conserveren van dit oorlogserfgoed toelichten en ervaringen uitwisselen. In dit kader zal ook een uitgebreid bezoek aan het Atlantikwallmuseum Raversijde worden gebracht. Op zaterdag 18 november en zondag 19 november wordt telkens een uitstap voorzien waarin bijzondere realisaties getoond worden. Op het programma staan Noord-Frankrijk (met o.a. La Coupole) en Engeland (Hellfire corner in Dover).
Het congres is een organisatie van de provincie West-Vlaanderen , Domein Raversijde en Dienst Cultuur, met steun van het Europees programma Interreg III “Netwerk van Versterkte Steden”.
Praktisch: het volledige programma van het congres en een inschrijvingsformulier vind je op domeinraversijde.be
Foto: geschutsbedding met origineel artilleriestuk in het Provinciaal Domein van Raversijde
door Tijl | Congressen | Reacties (0)
Bernard Van Daele publiceert nieuw boek over de Romeinse marine
Na zijn succesvolle boek over het Romeinse leger heeft archeoloog Bernard Van Daele nu een tweede boek gepubliceerd. 'De Romeinse marine' is een levendige kennismaking met de Romeinse zeestrijdkrachten, vanaf de Republiek tot de late Keizertijd. Discipline, bekwame leiding, doeltreffende uitrusting en efficiente logistiek vanuit diverse zeehavens maakten de Romeinse vloot succesvol.
Hoe werkte de Romeinse marine? Roeiers, matrozen,legioensoldaten, scheepskapiteins: wie vervulde welke rol? Hoe verliep het dagelijkse leven van een marinier? Hoe werden katapulten, vlammenwerpers en potten met schorpioenen ingezet? Rammen, enteren, beschieten... welke gevechtstactieken waren populair? En welke zeeslagen heeft Rome op zijn palmares?
De Romein was geen geboren zeevaarder en legerdienst aan boord van een schip was veeleer minderwaardig. Maar Rome slaagde erin de troeven van het landleger over te dragen op zijn marine. Kusten beschermen, zee-engten en toegangen controleren, zeeslagen uitvechten of afwenden, langs rivieren binnendringen in vijandelijk gebied: zonder een permanent gevechtsklare zeemacht had Rome nooit zijn grote imperium kunnen inpalmen en behouden. Met wendbare galeien, voortgestuwd door getrainde roeiers en volgestouwd met zware infanteristen, wist Rome zelfs Carthago te overtreffen...
Praktisch: 'De Romeinse marine' is verschenen bij het Davidsfonds en kost 24,95 euro. Op 2 november is er op de boekenbeurs in Antwerpen een signeersessie met auteur Bernard Van Daele(17u30 tot 19u, stand Davidsfonds)
door Tijl | Publicaties | Reacties (0)
25 oktober 2006
Herkomst skeletten uit bouwput Veldwezelt blijft onduidelijk
Het blijft gissen naar de herkomst van de vier skeletten die vorige week werden gevonden in een bouwput in Veldwezelt (Lanaken). "Ik vermoed nu toch dat de skeletten dateren uit de middeleeuwen tot de post-middeleeuwen," zegt archeoloog Tim Vanderbeken. "Ik denk aan de slag van Lafelt in juli 1747 of het beleg van Maastricht." Een C14-datering moet nu uitsluitsel geven over de ouderdom van de skeletten.
Eerst kwam bij de graafwerken een skelet bloot te liggen. Een paar dagen later werden na voorzichtige uitgravingen nog twee menselijke overblijfselen gevonden. Het eerste skelet lag op zijn zij, het tweede op zijn buik eronder en het derde ernaast. Bij verdere opgravingen kwam nog een menselijk dijbeen boven zodat het duidelijk om vier verschillende resten gaat. In de eerder uitgegraven hoop grond werden nog wat menselijke beenderen aangetroffen die waarschijnlijk bij het dijbeen horen. "Vermoedelijk werden de beenderen tijdens de graafwerken verspreid," veronderstelt archeoloog Tim Verbeken van de Zuid-Oost-Limburgse Archeologische Dienst (ZOLAD) vandaag in De Standaard.
Fysisch antropologe Marit Vandenbruane van het Vlaams Instituut voor Onroerend Erfgoed (VIOE) verleende in Veldwezelt assistentie aan de civiele bescherming van Brasschaat en het DVI-team (Disaster Victim Identification) van de federale politie. "Er zijn geen vermoedens van geweld op de geraamtes. Vermoedelijk gaat het om drie mannen, jongvolwassenen, die boven elkaar lagen. De drie lagen niet op een christelijke wijze begraven. Het eerste skelet lag op zijn zij, de tweede lag op zijn buik eronder en het derde ernaast," zei de antropologe vorige week al in De Standaard. "In de buurt zijn geen stukken textiel of schoenen of knopen gevonden. Aan de hand van de mondpathologie, de slechte mondhygiëne, leid ik af dat de lichamen misschien van de achttiende of negentiende eeuw kunnen zijn. Er zijn sporen van tandsteen, kaaksteen en abcessen."
Tim Vanderbeken: "Toen ik het eerste skelet te zien kreeg, dacht ik onmiddellijk aan een oorlogsslachtoffer. maar dit werd tot nu toe niet bevestigd. Daarbij denk ik aan de slag van Lafelt (juli 1747) of het beleg van Maastricht. Bij de slag van Lafelt sneuvelden vijftienduizend mensen en het zou wel eens kunnen dat er enkele in de nabijheid begraven werden. Om de juiste ouderdom van de skeletten te bepalen laten wij een datering aan de hand van koolstof doen. Omdat dit maar in twee labo's kan gebeuren, verwachten wij de uitslag pas binnen een maand of vijf.''
Bron: De Standaard - 17 & 25 oktober 2006
door Tijl | In de pers | Reacties (0)
Ename Expertisecentrum vestigt aandacht op joodse archeologie
Het Ename Expertisecentrum voor Erfgoedontsluiting vzw startte onlangs met het Yesod-project. Het kreeg daarbij de finaniële hulp en steun van andere instellingen in binnen- en buitenland. Het project focust op onderzoek en bescherming van joodse archeologische sites in Europa, en wil tegelijk het publiek bewust maken van hun belang in de ontwikkeling van een bredere Europese beschaving.
Het Yesod-project is ontworpen als een prototype voor “archeologie voor minderheden”. Op die manier wil men het publiek laten inzien dat religieuze verschillen en culturele diversiteit al heel lang de basisonderdelen vormen van het Europees erfgoed.
De hoofdactiviteiten van het Yesod-project bestaan uit het verzamelen, het verspreiden en het updaten van informatie over de huidige status van de joodse archeologie in Europa via een online databank van sites, opgravingen, onderzoekers, instellingen en een bibliografie.
Er is een officiële website ontworpen die dient als een online bron voor verzamelde data, verwijzingen naar onderzoeksmateriaal, opleidingsprogramma's en informatie over joodse erfgoedsites en activiteiten in Europa. Een bijkomend aspect is het opstellen van opleidingsprogramma's en informatiesessies in samenwerking met de lokale authoriteiten, scholen, studentengroepen, en lokale joodse en niet-joodse gemeenschappen. Archeologische opgravingen en de materieel-culturele studie van de fysische overblijfselen van joodse nederzettingen, woonwijken en gemeenschapsstructuren zullen de belangrijkste doelen zijn. Ondermeer in Tienen werden veelbelovende aanwijzingen gevonden van een middeleeuwse joodse aanwezigheid. Zo is er o.a. een Hebreeuwse grafsteen met inscripties, wordt Tienen vermeld in joodse geschreven bronnen uit de 13de eeuw en kent de stad joodse plaatsnamen. Daarop werden plannen opgemaakt om veldwerk voor te bereiden in de zomer van 2007 en om opleidingsprogramma's en programma's voor gemeenschapserfgoed op te stellen voor Tienen.
Info: Meer info omtrent het Yesod-project kan je vinden op enamecenter.org
Foto: Archeologisch onderzoek in de joodse wijk van Oswiecim (Auschwitz), Polen, in samenwerking met het Auschwitz Jewish Center (foto: Carmel Schrire. Ename Expertisecentrum voor Erfgoedontsluiting vzw)
door Bart | Internationaal | Reacties (0)
De quipu’s: een mysterieus schriftsysteem?
In het kader van de tentoonstelling ‘Meesters van de precolumbiaanse kunst’ organiseert het Jubelparkmuseum een lezingenreeks. Maandelijks diept een wetenschapper een onderwerp uit dat aansluit bij de verzameling van Dora Janssen. Morgen donderdag vindt de eerste lezing plaats. Annelies Valgaeren voert haar toehoorders naar het Inca-rijk en spreekt over ‘De quipu’s: een mysterieus schriftsysteem?’.
Reeds voor er in Europa grote imperia ontstonden, bestond er in Peru een tot dan toe ongeëvenaard groot rijk dat werd geregeerd door de Inca's. Een van hun hulpmiddelen hierbij was de quipu. 'Quipu' betekent 'knoop' en is een systeem van koorden met knopen in verschillende kleuren. Men weet al langer dat dit koordsysteem gebruikt werd om informatie over betalingen door te geven, maar op basis van een aantal vrij recent ontdekte documenten in Italië zou wel eens kunnen blijken dat de quipu's gelezen konden worden als een heus schrift. Hoewel deze Italiaanse documenten een Rosetta-steen voor de quipu's zouden kunnen zijn, is de authenticiteit ervan erg omstreden. Te mooi om waar te zijn?
Spreker Annelies Valgaeren studeerde archeologie aan de K.U.Leuven, specialiseerde zich aan de Universiteit van Leiden in de geschiedenis en de archeologie van precolumbiaans Midden- en Zuid-Amerika en concentreerde haar onderzoek op de materiële cultuur van het Andes-gebied. Ze is momenteel werkzaam in het SieboldHuis in Leiden.
De lezingen in deze reeks vallen telkens samen met de publieksnocturnes, op de laatste donderdag van elke maand (behalve in december). De tentoonstellingen zijn dan geopend tot 22u00.
Praktisch: donderdag oktober om 19u00 in het Jubelparkmuseum (Jubelpark 10, 1000 Brussel). € 6 / € 5. Combiticket lezing + tentoonstelling Meesters van de precolumbiaanse kunst: € 12,20 / € 11,50.
Foto: Hughes Dubois (© KMKG)
door Tijl | Lezingen | Reacties (0)
24 oktober 2006
Skeletten van paters in Sint-Pietersabdij Oudenburg (update)
Bij restauratie- en verbouwingswerken aan het abtsgebouw van de Sint-Pietersabdij in Oudenburg (West-Vlaanderen) werden vijf menselijke skeletten gevonden. Het gaat wellicht om de overblijfselen van paters die er in in de 16de eeuw leefden. Een tweetal weken geleden werden tijdens de opgraving al een 16de-eeuwse grafsteen blootgelegd. De abdij werd tijdens de Beeldenstorm, in 1578, met de grond gelijk gemaakt.
De opgraving, die startte op 22 september onder leiding van projectarcheoloog Jan Decorte, breit een vervolg aan de opgraving door Jessica Vandevelde in 2005. Nu werd echter verwacht meer restanten van de oude abdij terug te vinden, aangezien ook aan de voorzijde van het abtsgebouw zou worden opgegraven. Aan deze zijde werd de pandgang van de oude abdij verwacht en ook teruggevonden.
Het op te graven terrein heeft aan de voorzijde een oppervlakte van 42m². In het midden van de site ligt een west-oost georiënteerde muur van 95cm dikte. Het baksteenformaat bedraagt 30 x 14,5 x 8cm. Het gaat hier dus om een oude muur, die misschien teruggaat tot in de 13de eeuw. Ten zuiden van deze muur, en tevens op de rand van het vlak komt terug een muur voor met bakstenen in groot formaat. De dikte van deze muur kon evenwel niet nagegaan worden. Verondersteld wordt dat het hier gaat om de muur van de pandgang aan de zijde van de binnentuin. Dit vermoeden wordt gesteund door het aantreffen van een volledige grafsteen (foto links) en een deel van een tweede grafsteen precies in het midden tussen de 2 muren.
Op de volledige grafsteen is een monnik afgebeeld. Daarrond vinden we gegevens terug in verband met de monnik. Voorlopig zijn de sterfdatum en de voornaam van de overleden monnik ontcijferd: het gaat om een zekere Willem, die stierf in januari 1504. De restanten van de tweede grafsteen, die nog voor een deel in het oostelijke profiel zit, laten geen identificatie toe.
Met de aanwezigheid van de 2 oude abdijmuren en de 2 grafstenen lijkt het ons zeker dat we de noordelijke vleugel van de pandgang van de abdij hebben aangesneden. Daarnaast werden eind vorige week en gisterenmorgen zowel onder de grafstenen als ernaast een 5-tal skeletten blootgelegd (foto rechts). Deze 5 skeletten liggen in situ en zijn allen west-oost georiënteerd. Door de datum op de grafsteen denkt men dat de skeletten ook in het begin van de 16de eeuw te dateren zijn. Bij later onderzoek zal er meer aandacht aan de skeletten worden geschonken en nagegaan of het skelet dat onder de grafsteen werd aangetroffen ook wel degelijk in die periode stierf.
Daarnaast werd ook aan de achterzijde van het abtsgebouw opgegraven. Daar werden enkel recente muren, citernes, gootjes en een kasseien koertje aangetroffen. Onder deze sporen was een dikke puinlaag aanwezig, die niet volledig werd uitgegraven om de stabiliteit van de recente gebouwen te vrijwaren en door het opkomende grondwater. De lagere frequentie aan oude sporen lag in de lijn der verwachtingen na het onderzoek van Jessica Vandevelde en de koppeling van dit onderzoek aan de kaart van Sanderus.
Wel werden de recente muren gefundeerd op blokken in ijzerzandsteen en kalksteen en werd ook een deel van de grafsteen van abt Van der Hulst (sterfdatum: 5 december 1568) gevonden (foto links boven). Op de grafsteen zijn zowel het wapenschild, de sterfdatum als een deel van de staf van de abt afgebeeld.
Eind deze week wordt de opgraving vooraan aan het abtsgebouw afgerond en wordt er hard verdergewerkt aan de restauratie van het abtsgebouw voor de vernieuwing van het archeologisch museum.
door Jan | Opgravingen | Reacties (0)
Dirk Van Mechelen toetst archeologisch beleid aan de praktijk in Tienen
Minister Dirk Van Mechelen heeft gisteren de tumuli van Grimde en het museum Toreke in Tienen bezocht. Hij bekrachtigde er de erkenning en betoelaging van de nieuwe intergemeentelijke archeologische dienst Portiva. Op een vergadering met het werkveld besprak de minister ten slotte het opstellen van archeologische potentiekaarten en de mogelijkheden tot het aanwenden van luchtfotografie voor archeologie.
Het programma startte met een bezoek aan de 3 tumuli van Grimde. De tumuli zijn sinds 1978 beschermd, maar dat belette niet dat ze de laatste decennia ernstig verwaarloosd werden. Recent is de stad Tienen begonnen met een herwaarderingsplan en kregen de tumuli ook heel wat aandacht in de Monumentenstrijd. Van Mechelen stelt te willen streven naar een beheersplan voor alle beschermde monumenten, op basis van gedegen onderzoek en monitoring. In functie van de monitoring zal de minister laten nagaan of Monumentenwacht zijn dienstverlening voor het bouwkundig erfgoed ook kan uitbreiden naar archeologische relicten.
Een belangrijk onderdeel van dit werkbezoek was de officiële ondertekening van het Ministerieel Besluit voor de erkenning en betoelaging van Portiva als intergemeentelijke archeologische dienst. Portiva is de zevende Intergemeentelijke archeologische dienst (IAD) en zal actief zijn op het grondgebied van Tienen, Glabbeek, Linter en Hoegaarden. Net zoals de andere IAD's krijgt Portiva vanaf 2007 een toelage van 50.000 euro. Deze toelage dekt de loonkosten van een verplicht aan te werven archeoloog. De rest van de werkingsmiddelen wordt door de verschillende deelnemende gemeenten ter beschikking gesteld via een bijdrage van 0,40 euro per inwoner. Voor de werking in het oprichtingsjaar 2006 wordt een toelage van 25.000 euro in het vooruitzicht gesteld.
In de toekomst wil Van Mechelen de werking van de IAD's, van de Regionale Landschappen en van andere samenwerkingsverbanden inzake erfgoedzorg verankeren in het basisdecreet onroerend erfgoed dat momenteel wordt voorbereid. Tegelijkertijd wil hij ook nadenken over de manier waarop voor de centrumsteden ook een ondersteuning voor de archeologische werking op stedelijk niveau kan worden gegenereerd. Omwille van hun omvang en/of de grote archeologische potentie van een grondgebied is intergemeentelijke samenwerking daar immers niet altijd makkelijk te verwezenlijken.
Tenslotte leidde Van Mechelen twee werkvergaderingen waarin een aantal nieuwe mogelijkheden voor de archeologische erfgoedzorg in Vlaanderen werden voorgesteld en geëvalueerd. In een eerste werkvergadering werden de mogelijkheden van de luchtfotografie voor het onroerend erfgoed bekeken. De minister onderzoekt of de oprichting van een cel luchtfotografie en onroerend erfgoed binnen het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed een meerwaarde kan betekenen.
Een tweede werkvergadering ging dieper in op de uitdaging om archeologische evaluatie- of potentiekaarten te ontwikkelen. Op dit soort kaarten kunnen in eerste instantie alle gekende sites worden aangeduid, maar tegelijkertijd ook alle zones waar er zich omwille van gekende graafwerken geen archeologisch erfgoed meer bevindt. Algemeen wordt geschat dat ongeveer 10 procent van alle archeologische sites in Vlaanderen gekend, gesitueerd of onderzocht zijn. Dit alleen al maakt duidelijk dat het voornemen om reeds in een planningsfase met archeologisch erfgoed rekening te houden niet altijd even makkelijk in de praktijk is om te zetten.
Van Mechelen wil er ook voor zorgen dat alle betrokkenen gestimuleerd worden om een aangepast beheer uit te voeren dat het archeologisch bodemarchief wel vrijwaart. In zijn begroting 2007 voorziet hij bijvoorbeeld de nodige middelen voor een aantal cultuurhistorische beheersovereenkomsten met landbouwers. Landbouwers kunnen op die manier een substantiële financiële vergoeding krijgen wanneer ze bijvoorbeeld in zones met archeologische potentie, hun akkerland als grasland gaan beheren.
Meer info: lees meer over het bezoek van minister Van Mechelen aan Tienen op onroerenderfgoed.be
Foto tumuli: Ontwerpbureau Pauwels, Leuven
door Tijl | Beleid | Reacties (0)
23 oktober 2006
Let op uw woorden
In samenwerking met de Denkgroep Archeologische Collecties organiseert Culturele Biografie Vlaanderen op 6 november de studiedag 'Let op uw woorden'. De studiedag verkent de mogelijkheden en grenzen van het gebruik van thesauri bij object- en collectieregistratie. Ook archeologische collecties komen aan bod, met een presentatie over het gebruik van thesauri in de CAI en het Gallo-Romeins Museum in Tongeren.
De musea zijn al een tijdje af van het idee dat een thesaurus – een hiërarchisch geordende
trefwoordenlijst – een wondermiddel is waarmee registratie een peulschil wordt. Tegelijk is men er zich van bewust dat afspraken en standaardisering onontbeerlijk zijn. Deze studiedag verkent de mogelijkheden en grenzen van het gebruik van thesauri bij object- en collectieregistratie.
Vooreerst wordt ingegaan op het idee van thesauri: hoe zijn ze ontstaan, waarom zijn ze zo belangrijk en in welke richting evolueren ze? Zonder al te technisch te worden zal ook uiteengezet waarom thesauri zo moeilijk te implementeren zijn. Naast de bekende Art and Architecture Thesaurus werden en worden nog andere terminologiebronnen ontwikkeld. De meeste ervan zijn on line beschikbaar en kunnen vrij worden gebruikt. Vijf praktijkvoorbeelden worden voorgesteld.
Tenslotte wordt aan de hand van drie courante museumapplicaties gedemonstreerd hoe het gebruik van thesauri door registratiesoftware wordt ondersteund. Deze studiedag richt zich tot objectregistratoren, collectiebeheerders, wetenschappelijk medewerkers, conservatoren…
Praktisch: 'Let op uw woorden' op maandag 6 november in het Boudewijngebouw in Brussel. Het programma en een inschrijvingsformulier vind je culturelebiografie.be. Inschrijven kan tot 27 oktober, maar het aantal plaatsen is beperkt tot 100. De kostprijs voor deelname bedraagt 50 euro, inclusief broodjeslunch.
Lees meer over dit onderwerp:
Katrien Slechten. Namen noemen. Het CAI-thesaurusproject (pdf)
Standaarden voor de registratie van archeologische objecten in een museale context
door Tijl | Congressen | Reacties (0)
VIOE zoekt tijdelijk wetenschappelijk redacteur
Voor de tijdelijke vervanging van één van zijn medewerkers is het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed (VIOE) op zoek naar een wetenschappelijk redacteur (A1, halftijds). De redacteur staat in voor de inhoudelijke en vormelijke redactie van de wetenschappelijke publicaties van het VIOE, volgt het layout- en drukproces op, zorgt voor de terugkoppeling naar de auteurs en actualiseert de klantendatabank.
Het VIOE biedt een voltijds contract van 1 maand (december 2006) als inwerkperiode, gevolgd door een halftijds vervangingscontract van 6 maanden. Spreekt deze functie je aan? Stuur dan snel je CV met bijhorende motivatiebrief via e-mail naar Heidi Berckmans (02/553.16.99). Solliciteren kan tot en met 12 november 2006.
Meer info: de volledige vacature vind je op vioe.be
door Tijl | Vacatures | Reacties (0)
22 oktober 2006
Bijzonder Romeins zwaard ontdekt in Woerden (Nederland)
Bij de aanleg van de Castellumgarage in het Nederlandse Woerden is een bijzonder Romeins wapen ontdekt: een Spaans falcata zwaard uit de Flavische periode (1ste eeuw na Chr.). Het gaat om een zeer zeldzame vondst: een dergelijk wapen is nog nooit eerder in Nederland ontdekt. De vondst werd deze week bekendgemaakt op een symposium over het Romeinse verleden van Woerden.
Falcata zwaarden zijn bekend uit Spanje en worden in noordwest-Europa vrijwel niet aangetroffen. Deze zwaarden werden gebruikt door Kelto-Iberische stammen, die Spanje bevolkten tijdens de Romeinse Tijd. Falcata zwaarden hadden een relatief kort, krom zwaardblad en waren gemaakt van een vroeg soort staal. Door de voor die tijd enorme hardheid was een falcata zwaard een vervaarlijk wapen: je kon er namelijk mee door harnassen en schilden steken.
Het zwaard uit Woerden dateert uit de eerste eeuw na Christus, waarschijnlijk uit de Flavische periode (3e kwart 1de eeuw). Het vormt een belangrijke aanwijzing voor de aanwezigheid van Spaanse hulptroepen in het castellum Laurium van Woerden. Van de naburige castella bij Utrecht, Maurik en Vechten was reeds bekend dat er Spaanse troepen gelegerd waren. Deze troepen werden naar Nederland gehaald om de noordgrens van het Romeinse Rijk te verdedigen na het neerslaan van de Bataafse Opstand in 69/70 na Christus. Nu blijkt dit dus ook in Woerden mogelijk het geval te zijn geweest. De ontdekking van het zwaard is daarom van grote betekenis voor de geschiedenis van Romeins Woerden.

Bij de opening van het symposium Laurium, een archeologisch congres over de Romeinen in Woerden, is het Spaanse zwaard aan wethouder Manfred van der Heijde van de gemeente Woerden gepresenteerd. Daarna is het teruggegaan naar het laboratorium. De komende 9 maanden wordt het ontzout, waarna het kan worden gerestaureerd. Over ruim een jaar zal het zwaard in het Stadsmuseum van Woerden te zien zijn.
Bron: Hazenberg Archeologie
door Tijl | Internationaal | Reacties (0)
Janssen Pharmaceutica richt archeologisch lab op
Janssen Pharmaceutica gaat in het Chinese Xian een onderzoekslaboratorium oprichten voor de conservatie en restauratie van historische vondsten. Het heeft daarover deze week een nieuwe samenwerkingsovereenkomst getekend met Xian-Janssen Pharmaceutical en het Qinshihuang Museum. De overeenkomst, die loopt van 2007 tot 2011, heeft een waarde van ongeveer 2 miljoen dollar (1,6 miljoen euro).
Er zullen laboratoria worden opgericht om historische vondsten te restaureren, om materialen die bij die vondsten horen, te analyseren, en om bewaringsmethoden voor de vondsten te onderzoeken.
Het huidige museumlaboratorium krijgt een "upgrade", zo luidt het, en zal "zich toeleggen op onderzoek naar oud-polychroom aardewerk en uitgroeien tot een wetenschappelijk-technisch onderzoekscentrum voor de conservatie van historische vondsten en een opleidingscentrum voor die conservatie". Het project wordt volledig gefinancierd door Janssen in de vorm van geld, instrumenten en uitrusting, en de opleiding van personeel.
Het nieuwe contract is een vervolg op een contract van drie jaar, dat in september 2000 werd ondertekend. Dat contract had tot doel te achterhalen welke schimmels schade hadden aangebracht aan het wereldberoemde terracotta leger van de eerste Chinese Han-keizer. Dat leger is sindsdien officieel schimmelvrij verklaard.
Meer info: website Janssen Pharmaceutica
Aansluitend artikel: Janssen Pharmaceutica helpt Indiase monumenten (17 maart 2005)
door Tijl | Internationaal | Reacties (0)
Sfinx, de wachters van Egypte
In het ING Cultuurcentrum in Brussel is deze week de tentoonstelling 'Sfinx, de wachters van Egypte' geopend. De expo brengt reliëfs, beelden en amuletten uit de grote Europese en Amerikaanse collecties samen. Zo krijg je een beeld van hoe de sfinx evolueerde doorheen de Egyptische dynastieën en welke verschillende verschijningsvormen hij aannam. Nooit eerder werd de sfinx op deze manier getoond.
Een sfinx is een hybride wezen: een leeuw met mensenhoofd, soms met vleugels. Volgens de organisatoren is deze tentoonstelling is een wereldprimeur. Nooit eerder werd een volledige tentoonstelling aan dit klassieke thema van de egyptologie gewijd. Bij de tentoonstelling gaat men op zoek naar de oorsprong van dit hybride wezen en hoe het evolueerde doorheen de Egyptische dynastieën. De verschillende verschijningsvormen worden aangekaart. Zo is er bijvoorbeeld de sfinx met leeuwenmanen, de sfinx met valkenhoofd, de offeraar, de sfinx met hoofd van een ram, de mysterieuze vrouwelijke sfinxen, ...
Het Louvre, het British Museum, het Fitzwilliam Museum uit Cambridge, het Brooklyn en Metropolitan Museum uit New York, de Musea van Oudheidkunde van Turijn, Leiden, Berlijn en Leipzig en de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis van Brussel werkten intens mee aan het project en leenden hun beste stukken uit om dit veelzijdige thema te illustreren. Meer dan 200 werken worden getoond waarbij de stilistische evolutie van de sfinx gevolgd wordt en men zijn rol in de Egyptische oudheid ontsluiert aan de hand van beelden, stèles, amuletten, juwelen, keramiek, meubelen, rituele voorwerpen...
De tentoonstelling focust op 7 facetten van de sfinx:
1. De sfinx en de geboorte van de wereld
2. De koning, de leeuw en de sfinx
3. De Egyptische sfinx
4. De stierenstaart en andere accessoires
5. Andere lichamen, andere hoofden, een vreemde fauna
6. De vrouwelijke sfinx
7. De sfinx elders: van oost tot west
Als ondersteunend materiaal werd een film gedraaid die toont hoe de sfinx in de loop der tijden buiten Egypte terrein wint en doordringt in alle westerse kunstvormen. Verschillende aanpassingen hebben het originele beeld van de sfinx gewijzigd. Zijn algemeen voorkomen verandert of volgt de mode en de nieuwe stijlen. Zo ontstaan er verschillende betekenisverschuivingen die typisch zijn voor de artistieke vrijheid van onze cultuur. Vandaag kunnen de egyptologen terugkeren naar de oorspronkelijke betekenissen van de sfinx, maar de egyptomanie droeg bij tot de verwarring en uiteenlopende interpretaties over dit hybride wezen.
Praktisch: 'Sfinx, de wachters van Egypte' loopt nog tot 25 februari in het ING-cultuurcentrum, Koningsplein 6, 1000 Brussel. Meer informatie vind je op de tentoonstellingswebsite
door Tijl | Tentoonstellingen | Reacties (1)
21 oktober 2006
KLAD zoekt tijdelijke projectmedewerker
De Kale-Leie Archeologische Dienst (KLAD) is op zoek naar een tijdelijke projectmedewerker. Hij of zij zal instaan voor de inhoudelijke uitwerking van een tentoonstelling over de activiteiten van de dienst in het Meetjesland, en voor het ontwikkelen van een educatief project voor jonge scholieren. De volledige vacature is terug te vinden op de website van de KLAD.
door Bart | Vacatures | Reacties (0)
19 oktober 2006
Studiedag 'Bouwblokinventarisatie in de Lage Landen, 6 jaar later'
Op vrijdag 24 november wordt in Mechelen een studiedag georganiseerd omtrent bouwblokonderzoek. Hierop zal worden teruggeblikt op de inventarisatie van bouwblokken in Nederland en Vlaanderen gedurende de afgelopen zes jaar, en een evaluatie worden gemaakt van het tot nu toe uitgevoerde onderzoek. Verschillende sprekers uit binnen- en buitenland zullen er hun eigen onderzoek a.h.v. een casus voorstellen.
Bouwblokinventarisatie slaagt erin aan te tonen dat reeds lang verdwenen kloosters, stadspaleizen, grote koopmanswoningen en openbare gebouwen ooit de ruggengraat vormden van hele bouwblokken. Hoewel veel van deze gebouwen de dag van vandaag uit het straatbeeld verdwenen zijn, maken hun kelders, scheimuren en andere belangrijke constructieonderdelen nog steeds deel uit van de basisstructuur waarop ons stedelijke weefsel geëvolueerd is.
Onder een bouwblok wordt verstaan een aaneengesloten rij gebouwen die wordt begrensd door de rooilijnen van de omringende openbare ruimten. Tot een bouwblok behoren ook de particuliere binnenterreinen met bebouwing, de ondergrond en percelering. Essentieel voor het bouwblokonderzoek is dat niet de afzonderlijke gebouwen, maar hun onderlinge samenhang in relatie met de ondergrond en percelering centraal staan.
In 2000 vond een eerste studiedag over bouwblokkeninventarisatie plaats. Zes jaar later pakt men de draad weer op met een nieuwe studiedag. Een status questionis van het onderzoek naar bouwblokken in de Lage Landen wordt opgemaakt. Grote steden als Gent, Antwerpen en ‘s-Hertogenbosch waren toen de voortrekkers in het onderzoek. Het enthousiasme was groot, zo ook de problemen. Zes jaar later, hoe ver staan we nu? Staat het oorspronkelijke idee om cultureel-historische zones een gepaste invulling te geven op basis van huizenonderzoek en bouwblokkeninventarisatie nog overeind?
Nieuwe spelers roeren zich: kleinere en middelgrote steden als Mechelen, Oudenaarde, Venlo, Maaseik. Nieuwe uitvoerders gooien zich op bouwblokonderzoek zoals privé-onderzoeksbureau’s en vrijwilligers. Hoe wordt bouwblokonderzoek in kleinere gemeenten toegepast en hoe gaan de privé-sector en de overheid om met bouwblokonderzoek? Haken grote steden zoals Amsterdam af wegens de te grote omvang van het bouwkundig patrimonium of net niet?
Ook de onderzoekstechnieken zijn intussen geëvolueerd. Digitalisering van kaart- en planmateriaal doet efficiënter werken. Nochtans is de methode in essentie ongewijzigd gebleven. Bouwblokonderzoek vereist een multidisciplinaire aanpak. Bouwhistorische bronnen worden gekoppeld aan archivalische en archeologische bronnen wat leidt tot een optimalisatie van een inter-disciplinair historisch onderzoek van de stad. Al blijf het een moeilijke oefening onder vakspecialisten.
Bouwblokonderzoek is in de eerste plaats gericht op toepassingsdoeleinden. In de praktijk levert het echter ook een bijdrage aan het wetenschappelijk onderzoek van de bouw- en bewoningsgeschiedenis van de stad. Het geeft aan wat waardevol is en kan bij nieuwbouw richtinggevend zijn. Het resultaat dient opgenomen te worden door beleidsmakers in hun ruimtelijke planning. Daarnaast zijn bouwblokinventarisaties bruikbaar voor het opstellen van monumentenlijsten en het vastleggen van beschermde stadsgezichten.
Praktisch: Vrijdag 24 november, in het congres- en erfgoedcentrum Lamot, Mechelen. U kan het volledige programma hier nalezen (pdf). Inschrijven kan tot en met 10 november.
Foto: Daniel Theunynck - Erf-goed.be
door Bart | Congressen | Reacties (0)
18 oktober 2006
Lezing over Romeins kamp te Kelemantia in Gent
Op woensdag 25 oktober wordt de aftrap gegeven van het lezingenseizoen van de Archeologische Werkgroep van de UGent. De titel van de lezing luidt 'Opgravingen & conservatie in het Romeins legerkamp Kelemantia in Slowakije'. De lezing start om 20u in het HIKO, lokaal b.0.11 (Sint Hubertusstraat 2 Gent, bij boekentoren en Blandijn). Naar goede gewoonte kan iedereen de lezing gratis bijwonen.
door Jan | Lezingen | Reacties (0)
16 oktober 2006
Archeologisch onderzoek te Landen succesvol afgerond
Vanaf augustus tot begin oktober van dit jaar werd er archeologisch onderzoek uitgevoerd op een terrein aan de rand van de stad Landen, plaatselijk Betsveld genaamd. De directe aanleiding voor het archeologisch onderzoek op het Betsveld was een vierkante structuur die in juni 2005 aan het licht kwam bij archeologische luchtprospectie. De structuren en vondsten zijn te dateren vanaf de Vroege IJzertijd tot recente perioden.
Het grootschalige onderzoek werd uitgevoerd door de Onderzoekseenheid Archeologie van de K.U.Leuven. "In juni 2005 ontdekten we bij luchtprospectie de vierkante structuur op een terrein waar een woonuitbreidingsgebied werd gepland," legt professor Marc Lodewijckx (K.U.Leuven) uit. "Gelet op de toen al aanwezige machines voor bouwwerken op het terrein en concrete plannen om er een woonwijk in te planten, werden er onmiddellijk initiatieven genomen om eventuele verstoringen van het bodemarchief te voorkomen en ter plaatse een archeologisch onderzoek te starten."
Dankzij de persoonlijke inzet van burgemeester Pierre Cartuyvels van Landen en de bereidwilligheid van Raymond Geerts, gedelegeerd bestuurder van bouwpromotor Promabo N.V., werden de basisvoorwaarden gecreëerd voor dit archeologisch onderzoek. De Provincie Vlaams-Brabant was bereid om een substantiële subsidie toe te kennen aan het project. Voor de uitvoering van het onderzoek nam de K.U. Leuven Kristine Magerman als projectarcheologe in dienst. Voor het praktische werk werden de studenten Archeologie van de K.U. Leuven ingezet. Het project kreeg verder de steun van de Geschied- en Heemkundige Kring van Landen.
"Het archeologisch project op het Betsveld bestond uit een prospectiefaze, een opgravingsfaze en een verwerkingsfaze," vertelt projectarcheoge Kristine Magerman. "Tijdens de archeologische prospectie met ingreep in de bodem hebben we het terrein aan de hand van dertig proefsleuven onderzocht op de aanwezigheid en de densiteit van archeologische sporen. Met dit proefsleuvenonderzoek probeerden we een zo volledig mogelijk beeld te krijgen van alle archeologisch waardevolle zones op deze percelen teneinde deze in de tweede faze van het onderzoek te kunnen opgraven. We kozen voor een systeem van ononderbroken sleuven van 1,80 m en 2 m breed vóór en achter de geplande huizen zodat geen schade werd aangericht aan de bouwpercelen."
Prospectie met de metaaldetector bracht talrijke metalen voorwerpen aan het licht waaronder enkele kogels, bronzen ringetjes, lepels, kleine medaillons, knopen en fabrieksloodjes… Het meest talrijk waren de munten. In totaal kwamen er 75 munten aan het licht met een datering tussen de 16de en de 21ste eeuw. Het proefsleuvenonderzoek bracht verder aan het licht dat de ondergrond bestaat uit lagen van tuffeau de Lincent die op de lager gelegen percelen reeds vlak onder de bouwlaag aanwezig zijn. Hogerop de hellingen zijn ze overdekt door kleirijke leem. Het hoogteverschil op de onderzochte percelen bedraagt meer dan 14 m.
In deze prospectiefaze werd duidelijk dat de eerder ontdekte vierkante structuur het gevolg was van oude perceelsafbakeningen. Ook elders op het terrein werden oude grachtsystemen aangetroffen die grotendeels overeenkomen met de perceelsindelingen die op oude kadasterkaarten kan worden teruggevonden. Ook andere verstoringen van erg recente datum werden aangetroffen. Het archeologisch materiaal uit de bouwlaag toont aan dat de gronden nagenoeg continu als landbouwgrond in gebruik geweest zijn vanaf de Middeleeuwen. Aanduidingen voor de aanwezigheid van constructies uit deze periode werden niet aangetroffen. In de proefsleuven werden verder enkele onduidelijke sporen waargenomen die blijkbaar van oudere datum waren en in de volgende faze verder werden vrijgelegd.
Tijdens de opgravingsfaze werd overgegaan tot het vrijleggen van grotere oppervlakten die volledig en herhaaldelijk werden opgeschaafd teneinde een zo duidelijk mogelijk beeld te verkrijgen van de ondergrond. Diverse sporen werden aangetroffen hoewel hun betekenis en functie door het ontbreken van dateerbaar archeologisch materiaal in vele gevallen onduidelijk blijft.
Niettemin werden enkele duidelijke kuilen uit de Vroege IJzertijd ontdekt en grondig onderzocht. Hun onderlinge relatie en hun relatie tot een duidelijke woonstructuur kon echter niet achterhaald worden. De zichtbaarheid en aflijning van de sporen bleef erg ondermaats, ondanks de grote zorg die besteed werd aan een ideale vochtigheidsgraad. Het archeologisch materiaal, voornamelijk aardewerk, is beperkt en erg gefragmenteerd.
Momenteel is de opgraving in de eindfaze gekomen en wordt het archeologisch materiaal gewassen en getekend zodat een nauwkeuriger datering en betere interpretatie van de sporen mogelijk wordt. Het verloop en de resultaten van dit onderzoeksproject zullen aan het publiek bekend gemaakt worden op de tentoonstelling ‘Door het oog van de archeoloog’ die vanaf 28 oktober 2006 kan bezocht worden in het bezoekerscentrum Rufferdinge, Molenberg 4 te Landen.
Deze tentoonstelling zal een overzicht geven van de verschillende fazen van het onderzoeksproject: de aanleiding, de prospectie- en opgravingsfaze en de verwerking van de onderzoeksresultaten. De tentoonstelling loopt tot 1 december en kan bezocht worden op zaterdag 28 en zondag 29 oktober van 13-17 uur en elke werkdag tussen 30 oktober en 1 december van 13 tot 16 uur. Gesloten op maandag en van 1 tot 3 november.
Foto's: Onderzoekseenheid Archeologie, K.U. Leuven (luchtfoto: Rene Pelegrin)
Meer info: Marc Lodewijckx - Kristine Magerman
door Bart | Opgravingen | Reacties (1)
Belgisch-Nederlandse contactdagen voor middeleeuwse archeologen
Na Zwolle, Eindhoven, Antwerpen en Venlo vinden de Contactdagen voor Belgisch-Nederlandse middeleeuwse archeologen en bouwhistorici (BNA) in 2007 plaats in Brugge. Naar goede gewoonte wordt het een tweedaagse aangelegenheid, op 1 en 2 februari 2007. Op beide dagen komt recent onderzoek aan bod, met daarbij speciale aandacht voor de bouwhistorie en de resultaten uit de Brugse regio.
Het bijna volledige programma van de contactdagen ziet eruit als volgt:
Donderdag 1 februari
10.30–11.00 Koffie
11.00–11.15 Welkom
11.15–11.45 Wolververs te Brugge (Jessica Vandevelde)
11.45–12.15 Een vroege pottenbakkersoven te Brugge (Janiek De Gryse)
12.15–12.45 Opgraving Middelburg berghuis Kazerne (Sebastiaan Ostkamp en Jouke Dijkstra)
12.45–13.30 Lunch
13.30–14.15 Bouwhistorisch onderzoek te Brugge (Dirk Van Eenhooge)
14.45–15.15 Historisch onderzoek met raakpunten aan bouwhistorie en archeologie (Heidi Deneweth)
15.15–15.45 Het Brugse Prinsenhof (Bieke Hillewaert)
15.45–16.15 Thee
16.15–18.30 Monumentenwandeling (Brigitte Beernaert e.a.)
18.30 Ontvangst op het Stadhuis met aansluitend receptie
Vrijdag 2 februari
9.30–10.00 Koffie
10.00–10.30 Landelijke bewoning uit de volle en late middeleeuwen in de Zeebrugse achterhaven (Wouter De Maeyer, Jan Huyghe)
10.30–11.00 Vroegmiddeleeuwse bewoning in de Brugse regio (Yann Hollevoet)
11.00–11.30 Geofysische prospectie van een middeleeuws landelijk site in Jabbeke (Dries Tys)
11.30–12.30 ?
12.30–13.30 Lunch
13.30–14.00 Laatmiddeleeuws riembeslag uit het verdronken land. (Annemieke Willemsen)
14.00–14.30 ?
14.30–15.00 ?
15.00–15.30 Thee
Aansluitend hebben de deelnemers van het congres de gelegenheid een bezoek te brengen aan de tentoonstellingen 'Geloof en geluk. De middeleeuwse pin: laat u (n)iets op de mouw spelden' en 'De Schoonheid en De Waanzin - Filips de Schone. Koning van Castilië en laatste Hertog van Bourgondië (Brugge, 1478 – Burgos, 1506)'.
Praktisch: de contactdagen vinden plaats in het Grootseminarie (Potterierei 71, Brugge). Inschrijven kan door overschrijving van het verschuldigde bedrag (donderdag 1/2: 25€ - vrijdag 2/2: 20€) met vermelding van naam + adres + bna + datum/data op de Belgische girorekening van de Stichting Promotie Archeologie: 000-1648363-42. Sprekers betalen geen inschrijvingskosten.
door Tijl | Congressen | Reacties (0)
15 oktober 2006
Een 12de-eeuwse kapel op het burchtdomein te Pietersheim (Lanaken)
Het archeologisch onderzoek op het burchteiland Pietersheim te Lanaken is intussen een maand ver. In deze tijdspanne werden alvast de funderingen van de voormalige rentmeesterij blootgelegd, werd de poorttoegang onderzocht én kon een kelderruimte als voorloper van de latere burchtkapel geïdentificeerd worden. Van de 12de-eeuwse donjon van de burcht vonden de archeologen voorlopig nog geen sporen.
De tweeledige kelderruimte bevindt zich onder de ruïneuze (17de-eeuwse ?) kapel. Grote gedeelten van de muren van deze halfondergrondse ruimte zijn opgebouwd uit zgn. carboonzandsteen, wat al vroeger deed vermoeden dat ze tot de vroegste burchtfasen behoren. Tot nu toe ging men ervan uit dat tenminste de grootste ruimte deel had uitgemaakt van een 12de-eeuwse donjon of woontoren, terwijl de kleinere ruimte een bijbouw was die mogelijk als niskapel had dienst gedaan.
Uit het archeologisch onderzoek, uitgevoerd door projectbureau ARON bvba uit Tongeren, bleek echter dat beide ruimtes in één tijd zijn opgetrokken, en dat ze oorspronkelijk slechts van elkaar waren gescheiden door een boog rustend op twee hoekanten. Met een nog bewaard gebleven abside en een muurnis die als tabernakel zou kunnen worden geïnterpreteerd, leek een identificatie van de ruimtes als respectievelijk schip en koor van een kapel voor de hand liggend. Na het verwijderen van de vloer kwamen ook de restanten van een altaarfundament uit mergel aan het licht.
De archeologische gegevens konden alvast worden aangevuld met de resultaten van nieuw historisch onderzoek, waaruit blijkt dat de heren van Pietersheim in de loop van de 14de eeuw een schrijn van de heilige Nicolaas naar de parochiekerk van Lanaken lieten overbrengen. Daar zou het drie eeuwen worden bewaard alvorens het in de 17de eeuw naar het kasteel terugkwam. Op basis van dit alles lijdt het weinig twijfel dat de huidige kelderruimte overeenstemt met de voormalige Sint-Nicolaaskapel, die in de loop van de 14de eeuw werd ontwijd en waarboven enkele eeuwen later een nieuwe kapel werd gebouwd.
Het blijft dan wel nog zoeken naar de 12de-eeuwse donjon. Mogelijk is die te vinden in de bedding van de recent verbrede ringgracht. Toekomstig onderzoek zal dit moeten uitwijzen.
Bron: ZOLAD
Foto’s: Het schip van de kapel vanuit het westen gezien; de zuidelijke hoekant in het koor van de kapel (foto's: ARON bvba & ZOLAD)
door Bart | Opgravingen | Reacties (0)
Hannibal, Rome's worst nightmare
Op de valreep nog een televisietip voor deze avond: op Canvas kun je vanavond, omstreeks 21u00, de eerste episode van 'Hannibal, Rome's worst nightmare' bekijken. Dit is een tweedelige documentaire over de epische veldtocht van de Carthaagse generaal tegen Rome en zijn persoonlijke vete met Scipio Africanus. Hannibals veldtocht was ongetwijfeld één van de meest gedurfde militaire campagnes aller tijden.
200 jaar voor Christus is Rome de nieuwe supermacht van de Oude Wereld geworden. Met elke nieuwe veldslag groeit het rijk en Rome waant zich onoverwinnelijk. Vooral de overwinning op het Noord-Afrikaanse rijk Carthago heeft de strategische positie van Rome versterkt. Niemand kan het exploderende wereldrijk tot stilstand dwingen. Maar één man is voorbestemd om dit voorgoed te veranderen. Hannibal Barca heeft een dure eed gezworen: hij zal de ondergang van Carthago wreken.
De tweedelige reeks 'Hannibal, Rome's worst nightmare' combineert drama en computer gegenereerde beelden met nieuwe historische inzichten. Je zit op de eerste rij als Hannibal zijn manschappen over de imposante Rhone leidt en wanneer Hannibal zijn olifanten over de Alpen voert in het hartje van de winter. Gaandeweg krijg je inzicht in Hannibals gedachten én daden. Je wordt geconfronteerd met de dagelijkse beslommeringen van de legeraanvoerder van een oprukkend leger, maar evengoed met Hannibals haast pathologische haat tegen Rome. Ooit zwoer Hannibal een eed van wraak tegen Scipio Africanus, de enige tegenstander die hem ooit een nederlaag bezorgde. Was haat misschien de drijfveer van dit militaire genie?
Praktisch: Hannibal, Rome's worst nightmare, op zondag 15 en 22 oktober, omstreeks 21u00 op Canvas
door Tijl | Varia | Reacties (0)
14 oktober 2006
Relieken. Echt of vals?
Het bot van de Heilige Bavo, dat vandaag in een schrijn rust in de Gentse Sint-Baafskathedraal, kan best wel eens echt zijn. Het 'mutsje van Petrus' uit Namen is dan weer een Koptisch hoofddeksel uit de negende eeuw. Dat zijn maar enkele van de conclusies uit het nieuwe boek 'Relieken. Echt of vals?'. Daarin beschrijven wetenschappers van verschillende disciplines de resultaten van hun onderzoek naar de authenticiteit van relieken.
Relieken kunnen binnen het rooms-katholieke geloof zowel de stoffelijke resten van heiligen zijn, als zaken die met de heilige, of met zijn of haar overblijfselen, in contact zijn geweest. Dergelijke relieken worden ook vandaag nog op vele plaatsen bewaard in schrijnen. De laatste tijd neemt de volksdevotie rond de relieken van (vaak zeer lokale) heiligen serieus af, en men durft zich dus al eens de vraag naar de echtheid ervan te stellen.
Mark Van Strydonck en Mathieu Boudin van het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium (KIK) en Anton Ervynck en Marit Vandenbruaene van het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed (VIOE) namen deze uitdaging aan. De voorbije jaren openden ze verschillende reliekschrijnen en ontmantelden ze omzichtig de inhoud. De relieken, van skeletten tot minuscule stukjes texiel, werden met de recentste wetenschappelijke methodes onderzocht. In 'Relieken. Echt of vals?' bespreken de wetenschappers de resultaten van 13 analyses, waaruit blijkt dat de meeste dossiers over relieken een mengeling van waarheid en fictie bevatten.
Na een korte inleiding over heiligen en lokalen volgt een bespreking van de natuurwetenschappelijke technieken die bij het onderzoek werden gebruikt. Dit overzicht moet ervoor zorgen dat de resultaten van het onderzoek ook voor de leek begrijpelijk zijn. In deze methodologische hoofdstukken komt de lezer te weten hoe radioactieve koolstof kan gebruikt worden om de ouderdom van beenderen en textiel te bepalen en hoe fysisch antropologen heel wat nuttige gegevens kunnen afleiden uit het beendermateriaal.
Daarna volgen een hele resem voorbeelden van recent onderzoek op de relieken van - hoofdzakelijk lokale - heiligen. Uit het dateringsonderzoek blijkt dat er, zoals kon worden verwacht, in verschillende gevallen iets niet pluis is met de relieken.
Zo tonen de auteurs aan dat het zogenaamde 'mutsje van Petrus' uit Namen nooit het hoofd van de eerste paus heeft gesierd en dat de schedel van de heilige Donatus uit het Linmburgse Schulen te oud is voor zijn eigenaar. De patroonheiligen van Dendermonde, Hilduardus en Christiana, bleken dan weer te beschikken over niet minder dan vijf skeletten.
Aan de andere kant vallen de dateringen soms verrassend goed samen met de verwachtingen gebaseerd op de historische gegevens. Dat was bijvoorbeeld het geval bij het beendermateriaal van Sint-Bavo en Gent, en bij het textiel uit de schrijnen van twee Merovingische prinsessen, Bathilde en Bertille. In de meeste gevallen wordt de interpretatie ook ondersteund door het antropologisch onderzoek. In een aantal gevallen kon de radiokoolstofdatering ook de historisch overgeleverde sterfdatum van een heilige bijstellen. Zo blijkt Rumoldus van Mechelen vroeger geleefd te hebben dan in zijn vita werd beschreven; Ermelindis van Meldert schijnt dan weer later gestorven te zijn dan de teksten aangeven.
Of de relieken echt of vals zijn, is volgens de auteurs echter niet het belangrijkste. De traditie van de relieken, met al zijn uitwassen en absurditeiten, wordt door de auteurs beschouwd als een historisch fenomeen, een teken des tijds. Het onderzoek van de relieken kan ons dan ook bijzonder veel leren over het geloof, de volksdevotie en de middeleeuwse geschiedenis.
'Relieken. Echt of vals?' is de neerslag van vele jaren van interdisciplinair onderzoek. Het is niet alleen een zeer leerrijk, maar ook een bijzonder leesbaar boek geworden, dat duidelijk aantoont dat zelfs de toepassing van de modernste onderzoekstechnieken niet op alle vragen een antwoord kan bieden. De teksten worden ook nog eens aangevuld met een overvloed van foto's en afbeeldingen, die het leesplezier alleen maar verhogen.
Praktisch: 'Relieken. Echt of vals?' is uitgegeven door het Davidsfonds (197 p., 24,95 euro) en kan besteld worden via boekhandel.infodok@davidsfonds.be
Meer info: lees meer over het samenwerkingsproject tussen het KIK en het VIOE op vioe.be
Foto: de Sint-Ermelindiskapel in Meldert (Luc Desager - Erf-goed.be)
door Tijl | Publicaties | Reacties (0)
13 oktober 2006
Duitse schuilhut uit Eerste Wereldoorlog blootgelegd
In Zonnebeke bij Ieper is een Duitse schuilhut uit de Eerste Wereldoorlog gevonden. De schuilplaats meet zes bij drie meter, heeft een intacte vloer en wanden van hout en een dak van stalen golfplaten dat kapotgeschoten bleek. De constructie kwam aan het licht bij ontginningswerken voor de steenbakkerij Terca in Zonnebeke. Het is erg uitzonderlijk dat een schuilplaats zo goed bewaard blijft.
Binnen lagen nog allerlei voorwerpen uit de oorlog, zoals gasmaskers, patronen, bestekken en wijnflessen. De schuilplaats dateert van augustus-september 1917. Op dat moment vochten de Duitse troepen in Zonnebeke een veldslag uit met de Schotten.
De locatie van de schuilplaats is erg interessant: tussen Borry Farm - die in handen was van de Schotten die oprukten vanuit Ieper - en de Hanebeek enkele honderden meter verderop. Tijdens de opmars na de Mijnenslag van 7 juni 1917 hebben de Duitsers hier ongeveer een maand standgehouden tijdens de Slag van Passendale.
"We hebben hier vlakbij ook communicatiekabels voor telefoonlijnen gevonden. Wat verder hebben we weet van een onderaardse gang op een diepte van minstens tien meter. Hoe ver die loopt, moet nog onderzocht worden," aldus Franky Bostyn, conservator van het Memorial Museum Passchendaele 1917.
Gisteren was Bostyn met een aantal museummedewerkers de hele dag in de weer om de Duitse schuilplaats en zijn schatten bloot te leggen. De werken gebeuren in samenwerking met Archeo7, de intergemeentelijke archeologische dienst van de zuidelijke Westhoek.
Bron: vrtnieuws.net; De Standaard - 13 oktober 2006; Het Nieuwsblad - 14 oktober 2006
door Bart | In de pers | Reacties (1)
Oorlogsrestanten in de Westhoek worden geconsolideerd
Na een doorgedreven inventarisatie heeft het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed (VIOE) een consolidatievoorstel voor de oorlogsrestanten in het landinrichtingsproject 'De Westhoek' opgesteld. Het voorstel omvat verschillende restanten van de IJzerlinie langs de Frontzate. Bunkers, mitrailleursposten en schuilplaatsen uit de Eerste Wereldoorlog worden geconsolideerd en toegankelijk gemaakt.
Het consolidatieproject kadert in het landinrichtingsproject 'De Westhoek'. De goedgekeurde inrichtingsplannen 'oude spoorwegbedding Nieuwpoort-Diksmuide' en 'Kom van Lampernisse' (foto onder) omvatten beide een afzonderlijke uitvoeringseenheid voor het consolideren van oorlogsrestanten. Voor de 'Frontzate' (spoorwegbedding), die uitgebouwd werd als toeristisch-recreatief fietspad, heeft dit betrekking op de verschillende restanten van de IJzerlinie: bunkers, mitrailleurposten en schuilplaatsen en het oud stationsgebouw van Ramskapelle (foto rechtsboven); voor Lampernisse op de als monument beschermde bunker in de Groigne (Oudekapelle).
Na een doorgedreven inventarisatie werd door het VIOE een consolidatievoorstel voor de oorlogsrestanten opgesteld. Er werd een begeleidingsgroep opgericht met vertegenwoordigers van de Provincie West-Vlaanderen (Minawa, COOP, dienst Cultuur en Oorlog en Vrede Westhoek), Westtoer, Monumenten en Landschappen en Vlaamse Landmaatschappij (VLM). De VLM stond in voor de algemene projectcoördinatie.
Diverse markante objecten, zoals het voormalig station van Ramskapelle en de Rode Kruisbunker, worden geconsolideerd om verder verval te voorkomen en ze toegankelijk te maken voor geleid bezoek. Langsheen de spoorwegbedding is eveneens een beperkt evocatievoorstel uitgewerkt. Enkele bakstenen schuilplaatsen worden gereconstrueerd zodat de bezoeker zich een beeld kan vormen hoe de linie er in de 'Groote Oorlog' uitzag.
De financiering van het consolidatieproject gebeurt met middelen van het Vlaams Gewest en het Provinciebestuur West-Vlaanderen.
Meer info: op vioe.be vind je meer details over dit consolidatieproject
Foto's: Daniel Theunynck - Erf-goed.be
door Tijl | Erfgoed | Reacties (0)
12 oktober 2006
Van Mechelen tekent intentieverklaring rond kunstcollectie Janssen
Vlaams minister Dirk Van Mechelen en Dora Janssen hebben dinsdagavond een intentieverklaring rond de overdracht van de collectie precolumbiaanse kunst van Dora en Paul Janssen aan de Vlaamse overheid ondertekend. Dat meldde minister Van Mechelen gisteren. Eind september besliste de Vlaamse regering dat de weduwe van Paul Janssen haar collectie mag gebruiken om de successierechten op de erfenis van haar man te betalen.
Dinsdag bracht Vlaams minister Van Mechelen een bezoek aan de tentoonstelling van de collectie in de Koninklijke Musea en Geschiedenis in het Brusselse Jubelpark. Later op de avond ondertekenden Van Mechelen en Dora Janssen een intentieverklaring.
Die verklaring bepaalt dat de Vlaamse overheid eigenaar wordt van de globale collectie Janssen en dat het grootste deel van de collectie wordt aanvaard als betalingsmiddel voor de successierechten en het resterende deel door Dora Janssen aan de Vlaamse overheid geschonken wordt.
De verklaring regelt ook dat de collectie "één en ondeelbaar blijft" en dat Dora Janssen het recht heeft enkele stukken in bruikleen te houden. Voorts is ook afgesproken dat de collectie in samenspraak met Janssen een definitieve bestemming moet krijgen in een museum in Antwerpen of Brussel.
De verklaring voorziet ook een clausule die de Vlaamse overheid vrijwaart ten opzichte van mogelijke vordering van de Mexicaanse autoriteiten. Die autoriteiten voeren een onderzoek naar de herkomst van bepaalde precolumbiaanse stukken in de collectie.
"Het is goed dat deze collectie één en ondeelbeer blijft en dat de Vlaamse overheid hier verder zorg zal voor dragen. Op deze wijze kunnen we niet alleen een belangrijke bron van cultureel erfgoed en een boeiende geschiedenis heel aanschouwelijk maken, het zal ongetwijfeld ook een toeristische topper worden," zo besluit minister Van Mechelen.
Bron: Belga
door Tijl | Internationaal | Reacties (0)
Lezingencyclus 'Spraakwater' van start met lezing over Romeinse villa's
Volgende week gaat in Tongeren de derde editie van de lezingenreeks 'Spraakwater' van start: een boeiende mix van thema’s uit de internationale archeologie, antropologie en klassieke geschiedenis. De aftrap wordt op donderdag 19 oktober gegeven met een lezing door professor Jan Slofstra (Vrije Universiteit Amsterdam) over de rol van de Romeinse villa in het gebied tussen Rijn en Schelde.
In de Romeinse archeologie is recentelijk een hernieuwde belangstelling voor de Romeinse villa te bespeuren, ook in Nederland en Belgie. Het aantal opgravingen en publicaties zit in stijgende lijn, maar vooralsnog blijft het gebrek aan theorievorming problematisch. Wanneer mag je een opgegraven steenbouw uit de Romeinse tijd een villa noemen? Hoe is het villasysteem ontstaan? Wat zijn de economische functies van een villa? Hoe is de villa-economie georganiseerd en in welke context functioneert een villa? Precieze antwoorden ontbreken vaak nog, maar onze kennis groeit gestaag.
Centraal in de lezing van Jan Slofstra staat de vraag welke rol de villa speelt in de relaties tussen de Romeinse stad en het omringende platteland.
Daarbij zal niet alleen aandacht worden geschonken aan de economische bindingen, maar vooral ook aan de participatie van de villa in de politieke en de culturele orde van de stad. Deze problematiek zal worden geïllustreerd door de situatie in het noordwesten van het Romeinse imperium, met name in het ons vertrouwde gebied tussen de Rijn en de Schelde. De belangrijke steden in dit gebied waren destijds Keulen, Xanten, Nijmegen en Tongeren. Binnen de territoria van deze steden lagen tientallen villa's. Samen leveren die de archeologische informatie, aan de hand waarvan we uitspraken kunnen doen over de relaties tussen stad en land, alsmede over de dynamiek die deze relaties heeft gekenmerkt.
De lezingencyclus 'Spraakwater' is een initiatief van het Gallo-Romeins Museum in Tongeren en het Nederlands Klassiek Verbond (NKV), in samenwerking met het Davidsfonds en het Koninklijk Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genootschap (KLGOG). Informatie over alle lezingen in de cyclus vind je hier (pdf).
Praktisch: de lezing vindt plaats op donderdag 19 oktober om 20.00u, in de feestzaal van het Stadhuis van Tongeren (Stadhuisplein 9). Inkom: € 3 - leden NKV: gratis - leden Davidsfonds en KLGOG: € 2,25
door Tijl | Lezingen | Reacties (0)
11 oktober 2006
Romeinse en middeleeuwse sporen in de Zeebrugse achterhaven
Wegens de geplande uitbreiding van het Zuidelijk dok startte Raakvlak in de maand mei met een archeologisch onderzoek in de achterhaven van Zeebrugge. De opdracht bestond uit twee delen: de opgraving van een middeleeuwse site met walgracht en een proefsleuven- en booronderzoek. Bij de opgravingen kwamen een Romeinse site en middeleeuwse structuren met sporen van veenwinning en wolbewerking aan het licht.
Tijdens de eerste fase werd een hoeve met walgracht opgegraven, die al sinds 2001 gekend was. Het gaat hier om een boerderij bestaande uit een rechthoekig woonareaal omgeven met een gracht. Op het centrale woongedeelte kon op basis van bakstenen uitbraaksporen een deel van het hoofdgebouw gesitueerd worden. Tevens was een fragment van een bakstenen vloertje bewaard gebleven. In de omgeving van de gebouwsporen werden heel wat kuilen en zes kadaverbegravingen (vijf runderen en één hond) aangetroffen (foto rechtsboven). Deze hoeve is te dateren in de 2de helft van de 14de en in de eerste helft van de 15de eeuw.
In een tweede fase vond in het gedeelte ten zuiden van de Noord- en Zuidwatergang onderzoek door middel van proefsleuven plaats. In deze zone van circa 30 hectare groot werd iedere 15 meter een proefsleuf gegraven. Over een oppervlakte van circa 1 hectare werden sporen aangetroffen van de volle middeleeuwen (12de eeuw) tot de late middeleeuwen (eind 14de eeuw). Op een hoger gelegen zandrug werd eveneens een Romeinse site aangesneden. In elke proefsleuf werd tenslotte één boring gedaan om de opbouw van het landschap te kunnen reconstrueren.
Wegens de directe bedreiging van de middeleeuwse sites door de nabije uitbreiding van de haven werd besloten een opgraving te starten over een gebied van circa 1 hectare. De Romeinse site wordt nog niet ogenblikkelijk bedreigd en zal in de toekomst onderzocht worden.
In deze zone werd een ovale site met walgracht uit de 12de eeuw aangesneden. De gracht kon over het hele traject worden vrij gelegd. Bij een walgracht werd de aarde afkomstig uit de grachten op het centrale woonareaal opgeworpen waardoor dit hoger en droger kwam te liggen in deze drassige omgeving. Op dit verhoogde wooneiland werden vervolgens houten gebouwen opgetrokken. Door de latere nivellering van deze gronden en de heropvulling van de grachten waren er geen sporen van de houtbouw meer bewaard. Ten oosten van de walgracht werden wel vele, meestal rechthoekige, veenwinningskuilen aangetroffen. Veen werd gewonnen om op te koken en als verwarming. Vermoedelijk was veenwinning één van de economische activiteiten die door de bewoners van deze site gebeurden. De veenwinningskuilen die nabij het woonerf waren gelegen werden eveneens als dumpplaats gebruikt voor huishoudelijk afval.
Eind 13de - begin 14de eeuw werd deze site opgegeven en verplaatste de bewoning zich in westelijke richting. Er verschijnen enkele bakstenen constructies; deze waren op het terrein te herkennen als uitbraaksporen. Sommige oudere 12de-eeuwse grachten bleven in gebruik, terwijl nog andere nieuwe grachten werden gegraven. Enkele grachten hadden een vondstrijke vulling te dateren in de eerste helft van de 14de eeuw, o.a. deksels in baksteengoed (foto onder), een voet van een kandelaar, armenpenningen en duizenden scherven werden aangetroffen. De vondst van lakenloodjes wijst erop dat er aan wolbewerking werd gedaan.

Het archeologisch onderzoek in de Zeebrugse achterhaven gebeurde in samenwerking met de Maatschappij van de Brugse Zeevaartinrichtingen (MBZ) en het Vlaams Gewest. Voor de uitvoering werden twee projectarcheologen aangeworven. Het archeologisch onderzoek in dit deel van de achterhaven is echter nog niet afgerond. Van de oorspronkelijke dertig hectare moet nog ongeveer een derde met proefsleuven onderzocht worden. Ook de Romeinse site dient nog opgegraven te worden.
Aansluitend artikel: Archeologie in de Zeebrugse achterhaven (14 mei 2006)
Bron: Raakvlak
door Tijl | Opgravingen | Reacties (0)
Restauratie Sevensmolen in Kaulille na jaren rond
De derde en tevens laatste fase van de restauratie van de Sevensmolen in Kaulille, een deelgemeente van het Limburgse Bocholt, is afgerond. Na het binnenwerk werd de buitenkant en de molenromp aangepakt. Het dossier heeft heel wat jaren aangesleept, aangezien de restauratie voor de gemeente te duur bleek. Het molenhuisje werd volledig opgeknapt door de heemkundige kring van Kaulille.
De windmolen van Kaulille is een kleine grondzeiler uit 1894. Twaalf jaar geleden werden de molen en de omgeving geklasseerd als beschermd monument en dorpsgezicht. "We hebben de windmolen in fases opgeknapt, omdat het te duur was om de hele molen door een gespecialiseerd bedrijf te laten restaureren," zegt de schepen van Cultuur en Financiën, Eddie Brebels (SP.A), vandaag in De Standaard.
"In een eerste fase werden de werkzaamheden aan de wieken en de kop, samen met het hele molentechnisch gedeelte, uitgevoerd door een gespecialiseerd bedrijf," zegt Brebels. De elektriciteitswerken en de opknapbeurt voor omgeving werden door de eigen diensten gedaan. Het derde gedeelte, de voegwerken van de betonnen buitenzijde, werd door een bouwbedrijf uitgevoerd. Deze aanpak heeft het gemeentebestuur heel wat kosten bespaard.
"Het geheel heeft 195.125 euro gekost, waarvan we 143.736 euro aan subsidies hebben ontvangen." Na een berekening kwam de schepen aan de weet dat het de gemeente 86.521 euro minder heeft gekost dan wanneer een gespecialiseerd bedrijf alle werkzaamheden had uitgevoerd. "De werkzaamheden hebben langer geduurd, maar de molen is nu perfect in orde."
Nadat de windmolen zo'n dertig jaar stil heeft gelegen, zal molenaar Willy Reumers de molen zo vaak mogelijk laten draaien en zelfs af en toe nog eens graan malen.
Foto's: Rob Simons - vzw Levende Molens Noord-Limburg
Bron: De Standaard - 11 oktober 2006
door Tijl | Erfgoed | Reacties (0)
Gedateerde heiligen
Heiligen en heiligenlevens hebben een enorme invloed gehad op onze Westerse maatschappij. Maar wie waren die heiligen? Gaat het hier om echte mensen of hebben we enkel te maken met mythische verhalen? Tijdens een lezing op woensdag 18 oktober in Antwerpen bespreekt Mark Van Strydonck (Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium) de - soms verrassende - resultaten van een onderzoek naar relieken en heiligen.
Tot op heden beperkte het onderzoek naar heiligenlevens zich voornamelijk tot tekstbronnen. Een team van het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium (KIK) en het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed (VIOE) volgde een andere benadering en vergeleek de resultaten van een absolute datering op de relieken en een antropologisch onderzoek van het skeletmateriaal met het historisch onderzoek.
De lezing op 18 oktober wordt georganiseerd door de Antwerpse Vereniging voor Romeinse Archeologie (AVRA). Spreker is ir. Mark Van Strydonck, verantwoordelijk voor het radiokoolstof-dateringslaboratorium van het KIK. Eerstdaags verschijnt van zijn hand ook het boek 'Relieken. Echt of Vals'. Over deze publicatie vind je binnenkort meer informatie op ArcheoNet.
Praktisch: lezing op woensdag 18 oktober om 20u, in de UA-Stadscampus, Rodestraat 14, Antwerpen
Foto: een botfragment van de heilige Bonifatius in het schrijn van de kluiskerk in het Nederlandse Warfhuizen (Wikipedia)
door Tijl | Lezingen | Reacties (0)
10 oktober 2006
Onderzoek aan de Wilgehoevestraat in Ekeren in eindfase
Deze maand start de Afdeling archeologie van de Stad Antwerpen opnieuw met opgravingen op een verkaveling aan de Wilgehoevestraat in Ekeren. Het terreinwerk vormt de slotfase van een gefaseerd archeologisch onderzoek, dat het voorbije anderhalf jaar al belangrijke resultaten opleverde. De archeologen verwachten dat nog meer sporen en structuren uit de Metaaltijden aan het licht zullen komen.
In het voorjaar en de zomer van 2005 voerde de afdeling archeologie een archeologisch onderzoek uit op een toekomstige verkaveling aan de Wilgehoevestraat in Ekeren. Hierbij kwamen sporen uit de Metaaltijden en de Romeinse periode aan het licht. In een eerste opgravingszone werden toen twee tweeschepige woonstalhoeven en twee waterputten uit de Gallo-Romeinse periode ontdekt.
Enkele maanden later werd bij het graven van een nieuwe weg een deel van een huisplattegrond blootgelegd, vermoedelijk uit de Late Bronstijd/Vroege IJzertijd. Aansluitend op deze tweede zone, werd in april 2006 verder onderzoek uitgevoerd. Hierbij kwamen opnieuw paalsporen aan het licht.
Deze maand start op basis van de resultaten van het proefsleuvenonderzoek een archeologisch vervolgonderzoek in de noordoostelijke zone van de verkaveling. Hierbij zullen ongetwijfeld nog meer sporen en structuren uit de Metaaltijden aan het licht komen. Het resterende terreinwerk vormt zo de slotfase van een gefaseerd archeologisch onderzoek op de verkaveling aan de Wilgehoevestraat met belangrijke resultaten. De verwerking van het onderzoek is voorzien in 2007.
Meer info: geïnteresseerden kunnen altijd contact opnemen met de Afdeling archeologie van de Stad Antwerpen op 03/232.92.08 (Anne Schryvers)
Bron en foto: Archeoweb Antwerpen
door Tijl | Opgravingen | Reacties (0)
Congres over middeleeuwse insignes in Brugge
In de marge van de tentoonstelling 'Geloof & Geluk' organiseren het Bruggemuseum, de Nederlandse Stichting Middeleeuwse Religieuze en Profane Insignes en de Vrienden van Musea Brugge van 26 tot 28 oktober een congres over middeleeuwse insignes. De derde dag van het congres, dat plaatsvindt in het Brugse Groeningemuseum, wordt in het bijzonder georganiseerd voor amateurarcheologen.
Op het congres wordt zowel inhoudelijk ingegaan op het fenomeen 'middeleeuwse insignes' en aandacht geschonken aan concreet vondstmateriaal, als aandacht geschonken aan de vondstpraktijk: archeologisch onderzoek, toevalsvondsten, insignes uit oude collecties en niet-archeologisch overgeleverde insignes, en amateurarcheologie.
Bijzonder interessant voor (amateur)archeologen is het programma op zaterdag 28 oktober. Op deze dag wordt onder meer de rol van amateurarcheologen en detectoramateurs besproken. In de loop van de dag kan iedereen terecht bij de organisatoren voor vragen in verband met eigen insignevondsten en voor melding van nieuwe vondsten.
Praktisch: het programma en het inschrijvingsformulier zijn te bekijken en te downloaden op >geloofengeluk.be
Aansluitend artikel: De middeleeuwse pin: laat u (n)iets op de mouw spelden (27 september 2006)
door Tijl | Congressen | Reacties (0)
9 oktober 2006
Archeologische resten van Fort 4 in het Militair Hospitaal in Berchem
Tijdens het archeologisch onderzoek dat sinds begin augustus wordt uitgevoerd op enkele zones in het Militair Hospitaal in Berchem, zijn sporen en resten van het voormalige Fort 4 aan het licht gekomen. Dit fort, een vierkant van 150 bij 150 meter met bastions, was een van de zeven hulpforten die in het midden van de 19de eeuw werden aangelegd op 2 à 3 km van de Spaanse omwalling rond Antwerpen.
In de Stad Antwerpen is de archeologische en historische studie van vestingwerken momenteel een prioriteit. Zowel bij publieke als private bouwprojecten worden historische omwallingen en vestingwerken onderzocht. Het onderzoek op het site Militair Hospitaal past in dit beleid en wordt uitgevoerd door de afdeling archeologie van de Stad Antwerpen, in samenwerking met bouwheer AG Vespa en projectontwikkelaar Wilma.
Rond 1845 bestond de verdediging van de stad Antwerpen uit de Spaanse omwalling met bijgevoegde buitenwerken, de citadel en enkele forten op de linkeroever. In de tweede helft van de 19de eeuw ontstond een nieuw defensief concept waarbij de stad als één groot fortificatiesysteem werd beschouwd. In 1847 werd besloten tot de aanleg van zeven hulpforten die werden aangelegd op 2 à 3 km van de Spaanse omwalling. Zo ook Fort 4, of het Fort van Berchem, dat werd aangelegd als een gebastioneerde vierhoek van 150 x 150 m.
Al tijdens de bouw was duidelijk dat ook deze zeven forten niet voldeden voor de verdediging van de stad Antwerpen. Daarenboven werden de forten snel ingesloten door bebouwing. In 1859 werd dan ook gestart met de bouw van de huidige fortengordel in het kader van het Nationaal Reduit. De hulpforten werden gesloopt en deels of volledig opgenomen in het nieuwe verdedigingswerk. Fort 4 bleef gespaard maar verloor zijn defensieve functie. Op het einde van de 19de eeuw werd Fort 4 wel gesloopt, en op de restanten ervan werd in 1898 gestart met bouw van een militair arsenaal. In 1899 begon men er met de bouw van het Krijgsgasthuis of Mariagasthuis, het latere Militaire Hospitaal.
In een eerste fase concentreerde het archeologisch onderzoek op een zuidelijk gelegen zone (ten zuiden van de kapel). Volgens het beschikbare kaartenmateriaal was hier de punt van het zuidwestelijke bastion met een gedeelte van de bijhorende gracht gelegen. Er werden drie noord/zuid georiënteerde sleuven aangelegd en in elke sleuf werden twee vlakken aangelegd. Het eerste vlak werd net onder een recente nivelleringslaag aangelegd. Op dit niveau kwam een grijze laag tevoorschijn. Uit het profiel bleek dat deze laag was afgegraven; ook werden er enkele recente sporen in gevonden. Onder de grijze laag bevond zich de moederbodem. Op de overgang tussen beide waren spitsporen te zien waardoor de kans op oudere sporen werd geminimaliseerd. Er werden in deze zone geen sporen gevonden van het bastion en/of de gracht van het Fort.
In een tweede fase werd het noordelijk deel van het terrein onderzocht. Deze zone was vrij gecompliceerd om te onderzoeken omwille van de aanwezigheid van rioleringen, bomen, een waterzuiveringsinstallatie en een school. Hierdoor werd het oorspronkelijke opgravingsareaal sterk verkleind. In deze zone werd op basis van het beschikbare kaartmateriaal een droge gracht en het reduit van het Fort verwacht.
Aan de noordzijde van het onderzochte terrein werden in het profiel de droge gracht en bijhorende wal aangetroffen. Op de grens van de gracht en wal werd een bakstenen pijler gevonden. De onderzijde van de gracht en wal is tot nu nog niet bereikt. Daarnaast werden in deze zone drie bijkomende sleuven aangelegd om het reduit te traceren. In één sleuf kwam de fundering ervan aan het licht; op dit moment is het veldteam bezig om deze fundering verder bloot te leggen. Een tweede sleuf leverde twee grote kalkmortelfragmenten op, die mogelijk een stabiliserende functie hadden, en een waterbassin van het hospitaal. De derde sleuf leverde weinig resultaten op.
Het veldonderzoek loopt nog tot begin november. Daarna is een maand verwerking en rapportage voorzien. Voor inlichtingen en vragen kan u altijd contact opnemen met projectarcheoloog Korneel Gheysen (0478/90.38.91) of met de afdeling archeologie van de Stad Antwerpen (03/232.92.08).
Bron en afbeeldingen: Archeoweb Antwerpen
door Tijl | Opgravingen | Reacties (0)
Lunula 2007 op 24 februari in Leuven
Ook in 2007 wordt weer een archeologische contactdag over de Metaaltijden in België en aangrenzende gebieden georganiseerd. De vijftiende editie van 'Lunula' zal plaatsvinden op zaterdag 24 februari 2007 in het Provinciegebouw in Leuven. Wie op de contactdag een lezing wil geven of een bijdrage wil leveren voor de congresbundel, dient dit voor 10 november te melden aan professor Jean Bourgeois (UGent).
De organisatie van de jaarlijkse contactdag ligt zoals steeds in handen van de Cel Archeologie van de Metaaltijden en de FNRS-Contactgroep 'Études Celtologiques et Comparatives'.
De organisatoren hebben het genoegen alle geïnteresseerden op deze contactdag uit te nodigen, er eventueel een lezing voor te stellen en/of een korte nota te leveren voor de bundel 'Lunula. Archaeologia protohistorica XV'. De lezingen moeten betrekking hebben op origineel en onuitgegeven onderzoek, uitgevoerd in 2006. De duur van de lezingen bedraagt 10 à 20 minuten. Eén buitenlandse gastspreker heeft reeds toegestemd om een syntheselezing voor te stellen. De organisatoren behouden zich het recht voor om te selecteren uit het lezingenaanbod.
Meer info: call for papers (.doc)
door Tijl | Congressen | Reacties (0)
VCM zoekt projectcoördinator financiering erfgoedverenigingen
VCM-Contactforum voor Erfgoedverenigingen vzw zoekt voor de verdere ontwikkeling van haar dienstverlening naar een voltijdse projectcoördinator financiering erfgoedverenigingen. De projectcoördinator staat verenigingen bij in de aanpak van hun fondsenwerving, ontwikkelt een totaalpakket rond financiering van erfgoedverenigingen en spoort actief nieuwe erfgoedprojecten op. Solliciteren kan nog tot eind oktober.
VCM - Contactforum voor Erfgoedverenigingen vzw is een netwerk van 228 erfgoedverenigingen in Vlaanderen en Brussel. Om erfgoedverenigingen verder te helpen, ontwikkelt VCM permanent een aangepast instrumentarium. De begeleiding op maat zorgt ervoor dat elke erfgoedvereniging optimaal gebruik kan maken van de doorgaans gratis dienstverlening.
Erfgoedverenigingen zijn bovendien permanent op zoek naar bijkomende financiële middelen.
Deze verenigingen kunnen niet alleen inschrijven op de projectoproep 20 x 1500 euro, maar als VCM-lid hun schenkers ook bedenken met een officieel erkend fiscaal attest voor giften aan erfgoedprojecten. Om deze dienstverlening verder te ontwikkelen zoekt VCM ‑ Contactforum voor Erfgoedverenigingen vzw een voltijdse projectcoördinator financiering erfgoedverenigingen (m/v).
Takenpakket
Je bent verantwoordelijk voor de ontwikkeling van de dienstverlening ‘financiering van erfgoedverenigingen’:
- verenigingen bijstaan in de aanpak van hun fondsenwerving via subsidies, sponsoring, fiscaal aftrekbare giften…
- op de hoogte blijven van relevante wetgeving, subsidiekanalen...
- een totaalpakket ‘financiering van erfgoedverenigingen’ ontwikkelen: basisdocumenten, vorming…
- actief nieuwe erfgoedprojecten opsporen die gebruik willen maken van deze dienstverlening.
Profiel en aanbod
Heb je een opleiding marketing of gelijkwaardige ervaring? Heb je interesse in en ervaring met de werking van erfgoedverenigingen en/of erfgoedprojecten? Werk je graag in een dynamisch team? Beschik je over een eigen wagen, wil je voltijds aan de slag en ben je bereid tot avond- en weekendwerk? Dan hoopt VCM dat je hun coördinatiecel komt versterken. Voor deze functie van onbepaalde duur biedt VCM een aantrekkelijk loon (barema’s Vlaamse overheid) aangepast aan uw opleiding en relevante ervaring en ook extralegale voordelen.
Praktisch:Je kunt solliciteren door een gemotiveerde brief of mail met je CV tegen uiterlijk 31 oktober te sturen naar:
VCM-Contactforum voor Erfgoedverenigingen vzw
T.a.v. de heer Karel Dendooven, algemeen coördinator
Erfgoedhuis Den Wolsack
Oude Beurs 27
2000 Antwerpen
Tel. 03/212.29.62
Fax 03/212.29.61
E-mail: karel.dendooven@vcmcontactforum.be
door Tijl | Vacatures | Reacties (0)
8 oktober 2006
Circulaire structuur in Vrasene blijkt middeleeuwse site met walgracht
Archeologische luchtfotografie kan soms verwarrende resultaten opleveren. Dat bleek recent nog maar eens bij het multidisciplinaire onderzoek van een "mysterieuze" circulaire structuur in het Oost-Vlaamse Vrasene. Onderzoekers van de Universiteit Gent toonden aan dat de structuur waarschijnlijk geen grafheuvel uit de Bronstijd is, maar mag worden geïnterpreteerd als een middeleeuwse site met walgracht.
Cirkelvormige structuren zijn in de provincies Oost- en West-Vlaanderen vrij goed gekend. Het zijn heel dikwijls restanten van verdwenen grafheuvels uit de bronstijd (2de millennium voor Christus). "Toch mag men zich niet laten misleiden," stelt archeologe Machteld Bats. "Niet alles wat rond is, kan zomaar als een grafh
