HomeKalenderForumContactLinks

Belgisch-Nederlandse contactdagen voor middeleeuwse archeologen | Lezing over Romeins kamp te Kelemantia in Gent

16 oktober 2006

Archeologisch onderzoek te Landen succesvol afgerond

landen.jpgVanaf augustus tot begin oktober van dit jaar werd er archeologisch onderzoek uitgevoerd op een terrein aan de rand van de stad Landen, plaatselijk Betsveld genaamd. De directe aanleiding voor het archeologisch onderzoek op het Betsveld was een vierkante structuur die in juni 2005 aan het licht kwam bij archeologische luchtprospectie. De structuren en vondsten zijn te dateren vanaf de Vroege IJzertijd tot recente perioden.

Het grootschalige onderzoek werd uitgevoerd door de Onderzoekseenheid Archeologie van de K.U.Leuven. "In juni 2005 ontdekten we bij luchtprospectie de vierkante structuur op een terrein waar een woonuitbreidingsgebied werd gepland," legt professor Marc Lodewijckx (K.U.Leuven) uit. "Gelet op de toen al aanwezige machines voor bouwwerken op het terrein en concrete plannen om er een woonwijk in te planten, werden er onmiddellijk initiatieven genomen om eventuele verstoringen van het bodemarchief te voorkomen en ter plaatse een archeologisch onderzoek te starten."

Dankzij de persoonlijke inzet van burgemeester Pierre Cartuyvels van Landen en de bereidwilligheid van Raymond Geerts, gedelegeerd bestuurder van bouwpromotor Promabo N.V., werden de basisvoorwaarden gecreëerd voor dit archeologisch onderzoek. De Provincie Vlaams-Brabant was bereid om een substantiële subsidie toe te kennen aan het project. Voor de uitvoering van het onderzoek nam de K.U. Leuven Kristine Magerman als projectarcheologe in dienst. Voor het praktische werk werden de studenten Archeologie van de K.U. Leuven ingezet. Het project kreeg verder de steun van de Geschied- en Heemkundige Kring van Landen.

"Het archeologisch project op het Betsveld bestond uit een prospectiefaze, een opgravingsfaze en een verwerkingsfaze," vertelt projectarcheoge Kristine Magerman. "Tijdens de archeologische prospectie met ingreep in de bodem hebben we het terrein aan de hand van dertig proefsleuven onderzocht op de aanwezigheid en de densiteit van archeologische sporen. Met dit proefsleuvenonderzoek probeerden we een zo volledig mogelijk beeld te krijgen van alle archeologisch waardevolle zones op deze percelen teneinde deze in de tweede faze van het onderzoek te kunnen opgraven. We kozen voor een systeem van ononderbroken sleuven van 1,80 m en 2 m breed vóór en achter de geplande huizen zodat geen schade werd aangericht aan de bouwpercelen."

Prospectie met de metaaldetector bracht talrijke metalen voorwerpen aan het licht waaronder enkele kogels, bronzen ringetjes, lepels, kleine medaillons, knopen en fabrieksloodjes… Het meest talrijk waren de munten. In totaal kwamen er 75 munten aan het licht met een datering tussen de 16de en de 21ste eeuw. Het proefsleuvenonderzoek bracht verder aan het licht dat de ondergrond bestaat uit lagen van tuffeau de Lincent die op de lager gelegen percelen reeds vlak onder de bouwlaag aanwezig zijn. Hogerop de hellingen zijn ze overdekt door kleirijke leem. Het hoogteverschil op de onderzochte percelen bedraagt meer dan 14 m.

In deze prospectiefaze werd duidelijk dat de eerder ontdekte vierkante structuur het gevolg was van oude perceelsafbakeningen. Ook elders op het terrein werden oude grachtsystemen aangetroffen die grotendeels overeenkomen met de perceelsindelingen die op oude kadasterkaarten kan worden teruggevonden. Ook andere verstoringen van erg recente datum werden aangetroffen. Het archeologisch materiaal uit de bouwlaag toont aan dat de gronden nagenoeg continu als landbouwgrond in gebruik geweest zijn vanaf de Middeleeuwen. Aanduidingen voor de aanwezigheid van constructies uit deze periode werden niet aangetroffen. In de proefsleuven werden verder enkele onduidelijke sporen waargenomen die blijkbaar van oudere datum waren en in de volgende faze verder werden vrijgelegd.

Tijdens de opgravingsfaze werd overgegaan tot het vrijleggen van grotere oppervlakten die volledig en herhaaldelijk werden opgeschaafd teneinde een zo duidelijk mogelijk beeld te verkrijgen van de ondergrond. Diverse sporen werden aangetroffen hoewel hun betekenis en functie door het ontbreken van dateerbaar archeologisch materiaal in vele gevallen onduidelijk blijft.

Niettemin werden enkele duidelijke kuilen uit de Vroege IJzertijd ontdekt en grondig onderzocht. Hun onderlinge relatie en hun relatie tot een duidelijke woonstructuur kon echter niet achterhaald worden. De zichtbaarheid en aflijning van de sporen bleef erg ondermaats, ondanks de grote zorg die besteed werd aan een ideale vochtigheidsgraad. Het archeologisch materiaal, voornamelijk aardewerk, is beperkt en erg gefragmenteerd.

Momenteel is de opgraving in de eindfaze gekomen en wordt het archeologisch materiaal gewassen en getekend zodat een nauwkeuriger datering en betere interpretatie van de sporen mogelijk wordt. Het verloop en de resultaten van dit onderzoeksproject zullen aan het publiek bekend gemaakt worden op de tentoonstelling ‘Door het oog van de archeoloog’ die vanaf 28 oktober 2006 kan bezocht worden in het bezoekerscentrum Rufferdinge, Molenberg 4 te Landen.

Deze tentoonstelling zal een overzicht geven van de verschillende fazen van het onderzoeksproject: de aanleiding, de prospectie- en opgravingsfaze en de verwerking van de onderzoeksresultaten. De tentoonstelling loopt tot 1 december en kan bezocht worden op zaterdag 28 en zondag 29 oktober van 13-17 uur en elke werkdag tussen 30 oktober en 1 december van 13 tot 16 uur. Gesloten op maandag en van 1 tot 3 november.

Foto's: Onderzoekseenheid Archeologie, K.U. Leuven (luchtfoto: Rene Pelegrin)
Meer info: Marc Lodewijckx - Kristine Magerman

door Bart | Opgravingen | Reacties (1)

Reageer op dit bericht

zijn er nog dergelijke onderzoeksprojecten gepland waar je als vrijwilliger aan kan deelnemen?
Alvast bedankt voor je reaktie!

door cathy swinkels op 4 september 2007 18:57




Remember Me?

(you may use HTML tags for style)