
Home
Kalender
Forum
Contact
Links
Lezing over Romeins kamp te Kelemantia in Gent | KLAD zoekt tijdelijke projectmedewerker
19 oktober 2006
Studiedag 'Bouwblokinventarisatie in de Lage Landen, 6 jaar later'
Op vrijdag 24 november wordt in Mechelen een studiedag georganiseerd omtrent bouwblokonderzoek. Hierop zal worden teruggeblikt op de inventarisatie van bouwblokken in Nederland en Vlaanderen gedurende de afgelopen zes jaar, en een evaluatie worden gemaakt van het tot nu toe uitgevoerde onderzoek. Verschillende sprekers uit binnen- en buitenland zullen er hun eigen onderzoek a.h.v. een casus voorstellen.
Bouwblokinventarisatie slaagt erin aan te tonen dat reeds lang verdwenen kloosters, stadspaleizen, grote koopmanswoningen en openbare gebouwen ooit de ruggengraat vormden van hele bouwblokken. Hoewel veel van deze gebouwen de dag van vandaag uit het straatbeeld verdwenen zijn, maken hun kelders, scheimuren en andere belangrijke constructieonderdelen nog steeds deel uit van de basisstructuur waarop ons stedelijke weefsel geëvolueerd is.
Onder een bouwblok wordt verstaan een aaneengesloten rij gebouwen die wordt begrensd door de rooilijnen van de omringende openbare ruimten. Tot een bouwblok behoren ook de particuliere binnenterreinen met bebouwing, de ondergrond en percelering. Essentieel voor het bouwblokonderzoek is dat niet de afzonderlijke gebouwen, maar hun onderlinge samenhang in relatie met de ondergrond en percelering centraal staan.
In 2000 vond een eerste studiedag over bouwblokkeninventarisatie plaats. Zes jaar later pakt men de draad weer op met een nieuwe studiedag. Een status questionis van het onderzoek naar bouwblokken in de Lage Landen wordt opgemaakt. Grote steden als Gent, Antwerpen en ‘s-Hertogenbosch waren toen de voortrekkers in het onderzoek. Het enthousiasme was groot, zo ook de problemen. Zes jaar later, hoe ver staan we nu? Staat het oorspronkelijke idee om cultureel-historische zones een gepaste invulling te geven op basis van huizenonderzoek en bouwblokkeninventarisatie nog overeind?
Nieuwe spelers roeren zich: kleinere en middelgrote steden als Mechelen, Oudenaarde, Venlo, Maaseik. Nieuwe uitvoerders gooien zich op bouwblokonderzoek zoals privé-onderzoeksbureau’s en vrijwilligers. Hoe wordt bouwblokonderzoek in kleinere gemeenten toegepast en hoe gaan de privé-sector en de overheid om met bouwblokonderzoek? Haken grote steden zoals Amsterdam af wegens de te grote omvang van het bouwkundig patrimonium of net niet?
Ook de onderzoekstechnieken zijn intussen geëvolueerd. Digitalisering van kaart- en planmateriaal doet efficiënter werken. Nochtans is de methode in essentie ongewijzigd gebleven. Bouwblokonderzoek vereist een multidisciplinaire aanpak. Bouwhistorische bronnen worden gekoppeld aan archivalische en archeologische bronnen wat leidt tot een optimalisatie van een inter-disciplinair historisch onderzoek van de stad. Al blijf het een moeilijke oefening onder vakspecialisten.
Bouwblokonderzoek is in de eerste plaats gericht op toepassingsdoeleinden. In de praktijk levert het echter ook een bijdrage aan het wetenschappelijk onderzoek van de bouw- en bewoningsgeschiedenis van de stad. Het geeft aan wat waardevol is en kan bij nieuwbouw richtinggevend zijn. Het resultaat dient opgenomen te worden door beleidsmakers in hun ruimtelijke planning. Daarnaast zijn bouwblokinventarisaties bruikbaar voor het opstellen van monumentenlijsten en het vastleggen van beschermde stadsgezichten.
Praktisch: Vrijdag 24 november, in het congres- en erfgoedcentrum Lamot, Mechelen. U kan het volledige programma hier nalezen (pdf). Inschrijven kan tot en met 10 november.
Foto: Daniel Theunynck - Erf-goed.be
door Bart | Congressen | Reacties (0)
Reageer op dit bericht |
