
Home
Kalender
Forum
Contact
Links
« oktober 2006 | december 2006 »
30 november 2006
Kerk Kuttekoven gesloten wegens instortingsgevaar
De Sint-Jan-De-Doperkerk in Kuttekoven (Borgloon) is gesloten voor het grote publiek. Er dreigt instortingsgevaar. Het plafond van de kerk uit de vroege negentiende eeuw is in zo'n slechte staat dat het voor de kerkgangers niet langer veilig is om er de eucharistieviering bij te wonen. Zolang de Vlaamse regering niet over de brug komt met de subsidies voor de restauratie van de kerk, blijven de deuren onherroepelijk dicht.
De toren van de Sint-Jan-De-Doperkerk dateert uit de dertiende eeuw en is gebouwd in een laat-Romaanse stijl. De overige delen dateren uit 1840 en zijn beduidend minder waardevol. Toch is het gebouw sinds 2003 een beschermd monument en kan het dus in aanmerking komen voor restauratiepremies van Vlaams minister Dirk Van Mechelen.
"Maar dat dossier loopt al enkele jaren. En de staat waarin de kerk zich bevindt is er in die tijd niet op vooruit gegaan. Integendeel. Omdat het onverantwoord was om nog mensen in de kerk te laten, heb ik, in samenspraak met de deken, besloten om de kerk voorlopig te sluiten," zegt burgemeester Eric Awouters (VLD) deze week in het Nieuwsblad. Volgens de Loonse burgervader zijn de gevolgen voor de parochianen van Kuttekoven beperkt. "In de kerk vond nog maar één eucharistieviering per week plaats, op zondag. En die werd bijgewoond door niet meer dan een handvol mensen. In Borgloon zelf zijn er nog twee kerken. De getroffen kerkgangers kunnen zolang daar terecht," zegt hij. De restauratie van de Sint-Jan-de-Doperkerk kost naar schatting 600.000 euro.
Iets noordelijker in Limburg zal de heropbouw van de ingestorte kerk van Meldert (Lummen) dan weer minstens 400.000 euro kosten. Daarom krijgt de kerkfabriek van het gemeentebestuur een extra toelage van 33.000 euro. Dat bedrag komt bovenop de gemeentelijke gewone gemeentelijke bijdrage van 12.000 euro die de kerkfabriek nodig heeft om haar begroting sluitend te maken. De aanvangsdatum voor de heropbouw is nog niet bekend. Die is afhankelijk van de snelheid waarmee de opruimingswerken vorderen en het resultaat van bijkomende studies van de ondergrond.
Foto's: Johnny Cloesen
Aansluitend artikel: "Zijn dure kerkrestauraties nog wel verantwoord?" (16 augustus 2006)
Bron: Het Nieuwsblad - De Standaard (28 november 2006)
door Tijl | Erfgoed | Reacties (0)
Boekvoorstelling 'De Romeinse marine' in Leuven
Op donderdag 7 december zal archeoloog Bernard Van Daele zijn nieuwe boek 'De Romeinse marine' voorstellen in Leuven. Hij zal tijdens deze avond, georganiseerd door de vereniging van en voor Rome-liefhebbers S.P.Q.R., meer vertellen over de Romeinse vloot en de zeeslagen van de Romeinse marine. Na afloop kan er worden nagepraat en zal de auteur uiteraard met plezier zijn boek signeren. De boekvoorstelling vindt plaats in het Italiaanse ereconsulaat (Naamsestraat 44), om 20u.
door Tijl | Lezingen | Reacties (0)
29 november 2006
Verborgen juweeltje in de stadskern van Oudenaarde
Overal in Vlaanderen verbergen voorgevels in de binnenstad vaak oudere huizen. Deze zomer werd in de stadskern van Oudenaarde bouwhistorisch onderzoek uitgevoerd, voorafgaand aan een nieuwbouwproject in de de Hoogstraat. Het bleek een voltreffer: achter de 19de-eeuwse voorgevel van Hoogstraat 7 bleek een middeleeuws huis schuil te gaan, aanwezig van de kelder tot de dakkap. Een bijdrage in het jongste nummer van Erfwoord leert ons meer over de resultaten van het onderzoek.
Erfgoedonderzoeker Vincent Debonne van het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed (VIOE) leidde het bouwhistorisch onderzoek in Oudenaarde. Hij schreef zijn bevindingen neer in het ledenblad van Erfgoed Vlaanderen.
Het huis aan de Hoogstraat 7 raakt aan de noordmuur van de 14de-eeuwse lakenhalle. Onvermijdelijk werd niet enkel het huis zelf onderzocht, maar raakten ook de aangrenzende delen van de lakenhalle betrokken. Het onderzoek werd van meet af aan gekoppeld aan een studie van de geschreven bronnen door stadsarchivaris Pieter-Jan Lachaert. Zowel het bouwhistorische als het archivalische onderzoek leverde opmerkelijke resultaten op.
Het opvallendste onderdeel van het middeleeuwse huis is een uitzonderlijk goed bewaard venster op de eerste verdieping (foto). Het naderhand gedichte venster is een tweelicht, opgedeeld door een slank zuiltje met een geprofileerde basis en een knoppenkapiteel. In de dagkanten steken de wellicht nog originele hengselduimen van de verdwenen vensterluiken. Het tweelicht bevindt zich in de zuidelijke muur van het huis, die uitgeeft op het buurhuis. De aanwezigheid van het venster in deze muur impliceert dus dat het huis aan de zuidelijke kant aanvankelijk vrij stond. Dit blijkt ook op het gelijkvloers, waar in diezelfde muur een gedichte deuropening te zien is.
De geschreven bronnen bevestigen de oorspronkelijk vrijstaande toestand. In een landcijnsboek van 1363 wordt toelating geven een huis te bouwen naast het onderzochte huis, op voorwaarde dat het straatje naar de lakenhalle behouden blijft. En inderdaad, op het gelijkvloers van Hoogstraat 5 kwam, na de verwijdering van een wandkast al snel de thans gedichte toegang tot de 14de-eeuwse lakenhalle te voorschijn. Op de eerste verdieping is de toegang tot de bovenverdieping van de lakenhalle nog steeds zichtbaar.
Aangezien de zuidelijke muur van het huis oorspronkelijk vrij stond, kon zowel de binnenzijde als de voormalige buitenzijde van het middeleeuws huis in kaart gebracht worden. Opvallend was het gebruik van Doornikse kalksteen voor het buitenparement en van baksteen voor de binnenzijde, wat een voorlopige datering omstreeks 1300 doet vermoeden. Ook de dakkap van het huis is wellicht nog middeleeuws. De dendrochronologische analyse van de kap zal misschien uitsluitsel geven, maar de constructiewijze lijkt zich alvast te situeren in de late 13de tot 14de eeuw.
Het onderzoek heeft de erfgoedwaarde van het huis onderkend. De resultaten werden gecommuniceerd aan alle betrokkenen die deze vaststellingen op hun beurt kunnen gebruiken voor het bouwproject.
Bron: Erfwoord
Meer info: vioe.be
door Tijl | Opgravingen | Reacties (0)
Archaeologia Medievalis 2007: call for papers
Het colloquium Archaeologia Mediaevalis zal ter gelegenheid van zijn 30ste verjaardag over drie dagen gespreid worden, met name van donderdag 15 tot zaterdag 17 maart 2007. Er wordt bovendien ruimte ter beschikking gesteld voor de voorstelling van posters. Wenst u een korte lezing te geven of een poster te brengen over uw werkzaamheden in 2006, dan kunt u het bijgevoegde formulier vóór 8 januari ingevuld terugsturen naar onderstaand adres of per email aan Ann Degraeve.
Net als elk jaar worden de kroniek “Archaeologia Mediaevalis 2007” en de bijhorende bibliografie samengesteld. U wordt vriendelijk verzocht om uw teksten over onderzoek, studies of algemene vragen in verband met archeologie en/of bouwarcheologie en tevens uw publicatielijst door te sturen. Deze kroniekteksten moeten een beknopte samenvatting vormen en bevatten geen voetnoten of bibliografie. De tekst bevindt zich in een Word-document getiteld “uw naam.doc” zonder paginaopmaak. De in de tekst in te voegen figuren (enkel in tiff, jpeg, ai of eps-formaat) zijn genummerd en worden in een apart dossier opgestuurd; de legende bevindt zich in een tweede Word-document getiteld “uw naam_legendes.doc”.
Praktisch: Gelieve uw teksten en voorstel tot voordracht en/of poster vóór 8 januari 2007 op te sturen naar onderstaand adres of per email aan Ann Degraeve. Gezien het aantal bijdragen elk jaar gestaag groeit, zullen de organisatoren u bevestigen indien uw voordracht en/of poster aanvaard werd.
Archaeologia Mediaevalis
p/a Ann DEGRAEVE
Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
Directie Monumenten en Landschappen
Vooruitgangsstraat 80, bus 1
1035 Brussel
door Johan | Congressen | Reacties (0)
Contactdag Prehistorie op 16 december in Luik
Op zaterdag 16 december vindt in Luik de jaarlijkse contactdag van de 'Contactgroep Prehistorie' plaats. Een internationale keur aan prehistorici zal er de resultaten van hun onderzoek voorstellen. Dit jaar staat de contactdag voor een groot deel in het teken van de herdenking van de eerste vondst in het Neanderthal in 1856, dit jaar precies 150 jaar geleden. Inschrijven voor de contactdag kan nog tot 6 december.
Marcel Otte, professor aan de Service de Préhistoire van de UCL, bijgestaan door co-organisatoren Dominique Bonjean en Kévin Di Modica zullen je ontvangen in het Théâtre Universitaire Royal de Liège. De contactdag steekt van wal met een halve dag "Rondom het Midden-Paleolithicum: recent onderzoek in onze streken". De rest van de dag zal een conventioneler, maar beperkter karakter hebben, met de voorstelling van recent steentijdonderzoek, waaronder vier opgravingen van het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed.
Praktisch: het volledige programma van de contactdag kun je hier downloaden (pdf). Inschrijven gebeurt bij voorkeur voor 6 december via dit formulier.
door Tijl | Congressen | Reacties (1)
28 november 2006
MVSA zoekt vrijwilligers voor archeologisch huizenonderzoek
De Mechelse Vereniging voor Stadsarcheologie (MVSA) is op zoek naar vrijwilligers om in het weekend enkele uurtjes aan muurarcheologisch onderzoek te doen. Momenteel is de vereniging actief in verschillende woningen in het Paardenstraatje in Mechelen. Na een periode van stilte is ook de MVSA-website grondig herdacht en toegankelijker gemaakt. De website zal vanaf nu wekelijks geüpdatet worden.
Elke zaterdag tussen 10 en 17u is de MVSA bezig met (muur)archeologisch onderzoek. Elk huis wordt systematisch 'uitgekleed', en onderzocht op verbouwingen. Daarnaast gaat dit muuronderzoek samen met archeologisch onderzoek voor sporen in de bodem en historisch onderzoek. Iedereen is welkom om mee te komen helpen. Kennis is geen must, interesse wel.
Op dinsdagavond is er tijd voor de vondsterverwerking: plakken, tekenen en beschrijven van de gedane archeologische vondsten bij de verschillende onderzoeksprojecten.
Heb je interesse? Stuur dan een mailtje naar info@mvsa.be.
Na een stille periode is ook de website mvsa.be grondig herdacht en toegankelijker gemaakt. De website zal vanaf nu minstens één keer per week herbekeken worden en aangevuld of aangepast waar nodig. Ook wil de MVSA zich op haar website meer gaan focussen op de actualiteit (de Mechelse archeologische nieuwtjes van de dag). Vragen, opmerkingen of tekstbijdragen zijn altijd welkom op info@mvsa.be.
Externe link: Mechelse Vereniging voor Stadsarcheologie
door Tijl | Varia | Reacties (0)
Jabbeekse molen moet toeristische trekpleister worden
De gemeente Jabbeke (West-Vlaanderen) wil de Molen van Kerrebroeck in zijn oorspronkelijke staat herstellen. Het is de bedoeling dat de beschermde staakmolen, die dateert uit 1848, een toeristische troef wordt. "We willen de molen de komende jaren weer volledig maalvaardig maken. Het is een mooi stukje industriële architectuur dat we in ere willen herstellen," zegt toekomstig burgemeester Hendrik Bogaert.
Het gemeentebestuur deed de familie Van Kerrebroeck een voorstel om de gelijknamige molen in erfpacht te nemen. De bal ligt nu in het kamp van de familie Van Kerrebroeck. "Als zij akkoord gaat met deze regeling, hopen we begin volgend jaar te starten met de erfpachtregeling," zegt Bogaert vandaag in het Nieuwsblad. "Aan de werkzaamheden hangt een prijskaartje van 500.000 euro. Daarvan moet de gemeente een vijfde voor eigen rekening nemen. Het grootste deel wordt gefinancierd door middel van subsidies. We willen het project over vijf jaar spreiden."
Van Kerrebroecks molen zal naast een toeristische ook een educatieve functie krijgen. "Eens de molen afgewerkt is, zullen we die openstellen tijdens de avondmarkt of andere feestelijkheden. Ook scholen zullen een kijkje kunnen nemen in Van Kerrebroecks molen," kondigt Hendrik Bogaert aan.
De molen kwam begin deze maand in de aandacht doordat de garage Cools een bouwaanvraag indiende voor de uitbreiding van haar gebouwen. De Werkgroep West-Vlaamse Molens diende toen een klacht in tegen die aanvraag omdat de geplande uitbreiding de renovatie van de molen in de weg stond. Inmiddels paste de garage Cools haar bouwaanvraag aan. "Volgens de nieuwe plannen zal de vernieuwde molen volledig tot zijn recht komen. De Molenwerkgroep gaat alvast akkoord," besluit Bogaert.
Bron: Het Nieuwsblad - 28 november 2006
door Tijl | Erfgoed | Reacties (0)
UGent zet zich in voor bescherming bevroren graven Altajgebergte
Archeologen en geografen van de Universiteit Gent reisden het voorbije jaar naar het Altajgebergte in Zuid-Siberië om na te gaan hoe de waardevolle bevroren grafmonumenten van de Scythen beschermd kunnen worden tegen de opwarming van de aarde. Volgende week worden hun bevindingen bediscussieerd op een wetenschappelijke conferentie in Gent. Voor het grote publiek organiseert men in december een tentoonstelling.
Het Altajgebergte is gelegen in het zuiden van Siberië, waar China, Kazakstan, Mongolië en Rusland elkaar raken. Het herbergt een zeer grote rijkdom aan archeologische monumenten, waarvan de bekendste ongetwijfeld de Scythische grafheuvels zijn, uit de 8ste tot de 2de eeuw v.Chr. De nomadische Scythen begroeven hun doden met de nodige pracht en praal, en door de specifieke klimatologische omstandigheden (permafrost) zijn sommige van deze graven bevroren. Daardoor is het organische materiaal (lichamen met tatoeages, grafvondsten in hout, leder, textiel, geofferde paarden in volledig ornaat enz.) intact bewaard gebleven.
De eerste bevroren Scythische graven werden in de eerste helft van de twintigste eeuw opgegraven, en de prachtige, intact bewaarde vondsten verbaasden de wetenschappelijke wereld. Samen met de Egyptische koningsgraven en de vondst van Ötzi, de ijsman, behoren zij tot de meest spectaculaire archeologische ontdekkingen van de vorige eeuw. Sinds de jaren ‘90 zijn er heel wat internationale archeologische teams in het gebied werkzaam. Ook deze zomer werd er een prinselijk graf opgegraven door wetenschappers uit Duitsland, Rusland en Mongolië. Een bevroren mummie, compleet met bontmantel en prachtige gebruiksvoorwerpen, werd ontdekt in het ijs.
Door de recente opwarming van de aarde worden deze uitzonderlijke getuigenissen van het verleden echter bedreigd. De permafrost in het Altajgebergte is aan het verdwijnen en de overgebleven bevroren graven dreigen te ontdooien, waardoor alle informatie verloren zal gaan. In januari 2005 startte het UNESCO Werelderfgoedcentrum daarom, in samenwerking met de vakgroep Archeologie en oude geschiedenis van europa en de vakgroep Geografie van de Universiteit Gent, een ambitieus internationaal project op om de overgebleven bevroren graven te beschermen. De Universiteit Gent kreeg de opdracht om de overgebleven bevroren graven in enkele onderzoeksgebieden in het Russische en Kazakse Altajgebergte in kaart te brengen, op zoek te gaan naar oplossingen om de graven te beschermen en het overleg op gang te brengen tussen de betrokken archeologen, geografen en beleidsmensen. Het project werd gefinancierd door het Algemeen Vlaams UNESCO Trustfonds.

Conferentie
Van 4 tot 6 december vindt in Gent (het Pand, Onderbergen) een internationale conferentie plaats, waar specialisten uit Rusland, Kazakstan, Duitsland, Frankrijk en de Verenigde Staten hun bevindingen en ontdekkingen met betrekking tot deze bevroren graven zullen voorstellen. Elke namiddag is er een workshop voorzien waar gediscussieerd zal worden over de praktische stappen die verder ondernomen kunnen worden om de bevroren graven te inventariseren en te beschermen. Inschrijven voor de conferentie kan nog tot 1 december.
Tentoonstelling
Ter gelegenheid van deze conferentie en als afsluiter van de huidige fase van het project werd in Gent een tentoonstelling georganiseerd over de bevroren Scythische graven en het Altajgebergte. Zowel natuur als cultuur van het Altajgebergte komen er aan bod, alsook de recente archeologische opgravingen en onderzoeksprojecten, en natuurlijk het probleem van de verdwijnende permafrost. De tentoonstelling is gratis te bezichtigen in het Hof van Ryhove (Onderstraat 20-22), Gent) van 8 tot 28 december.
Meer info: The Altai Mountains Survey project
Bron: Universiteit Gent
door Tijl | Congressen | Reacties (0)
27 november 2006
Rekenpenningen uit de 16de eeuw gevonden in Leuven
Bij het archeologisch onderzoek op het A. Smetsplein in Leuven werd in de zuidelijke zone van het opgravingsterrein een vrij grote afvalkuil aangetroffen. In de onderste laag van deze kuil kwamen heel wat interessante metalen voorwerpen en aardewerkfragmenten aan het licht, daterend uit de late 16de/17de eeuw. Opvallend was de vondst van negen 'rekenpenningen', metalen schijfjes die grote overeenkomst vertonen met munten, maar gebruikt werden bij het rekenen.
In de onderste laag van de kuil kwamen negen rekenpenningen aan het licht, die vermoedelijk allemaal in de 16de eeuw te dateren zijn. Het gaat om cirkelvormige metalen schijfjes, die grote overeenkomsten vertonen met munten. Deze penningen hadden echter geen enkele betaalwaarde; ze werden gebruikt bij het rekenen. In de 16de eeuw rekende men nog niet met Arabische cijfers zoals nu, maar nog steeds met Romeinse cijfers: I (1), V (5), X (10), L (50), C (100), D (500), en M (1000).
Bij het maken van ingewikkelde berekeningen, maakte men gebruik van speciale telborden. Op deze borden kwamen vier horizontale lijnen of groeven voor boven elkaar: de onderste lijn stond voor de eenheden, de tweede lijn voor de tientallen, de derde lijn voor de honderdtallen en de vierde lijn voor de duizendtallen. Op elke regel werden zoveel rekenpenningen gelegd als nodig om een bepaald getal te kunnen uitdrukken. Om bijvoorbeeld het getal 19 te kunnen vormen, legde men vier penningen op de eerste lijn (4xI), één penning tussen de eerste en tweede lijn (1xV) en één penning op de tweede lijn (1xX). Bij optelsommen werden nieuwe penningen toegevoegd, bij aftreksommen werden penningen weggenomen.
Het rekenbord bestond reeds bij de Romeinen. Deze gebruikten onder andere kiezelsteentjes in plaats van rekenpenningen. Onze term calculatie is trouwens afgeleid van het Latijnse woord voor kiezelsteen (calculus). Door de opbloeiende handel werd het telbord vanaf het einde van de 13de eeuw opnieuw geïntroduceerd. Aanvankelijk werd het vooral gebruikt door geestelijken, ambtenaren en handelaars. Door de invoering van nieuwe rekenmethodes met Arabische cijfers, raakte het systeem rond 1600 in onbruik.
Behalve rekenpenningen bevonden zich in de laag ook drie volledige ijzeren sleutels van verschillend formaat. De grootste sleutel (lengte: 9,2cm) is waarschijnlijk afkomstig van een deurslot, de twee kleinere sleutels (lengte: 5,5cm) eerder van kisten of hangsloten.
Enkele koperen kokertjes, die onderaan in een punt uitlopen, zijn te interpreteren als nestels. Deze kokertjes werden bevestigd aan het uiteinde van leren rijgveters en koordjes. Aanvankelijk werden nestels gebruikt om het rijgen te vergemakkelijken en het uitrafelen tegen te gaan, maar later kregen ze een louter decoratieve functie. In deze laag werd ook een groot aantal kopspeldjes gevonden.
In de afvallaag werd ook een grote hoeveelheid aardewerk aangetroffen, daterend uit het einde van de 16de eeuw/begin 17de eeuw. Het gaat hoofdzakelijk om kook- en drinkgerei. Bij de vondsten bevinden zich ook enkele fragmenten van een komfoor, een volledig zalfpotje in roodbakkend aardewerk en fragmenten van een zalfpotje in majolica. Een fraaie vondst was een bijna volledige kan in steengoed.
Meer info: Janiek Degryse
door Tijl | Opgravingen | Reacties (0)
Regioarcheoloog gezocht in Breda
In Nederland zijn er momenteel enkele interessante archeologische vacatures. Zo zoekt het Regiobureau Breda, een samenwerkingsverband van twaalf gemeenten in de regio Breda, een senior archeoloog. De provincie Gelderland heeft dan weer een vacature voor een beleidsmedewerker archeologie / provinciaal archeoloog. Beide functies zijn voltijds. Deze en andere vacatures vind je in de vacaturebank van de Stichting voor de Nederlandse Archeologie.
door Tijl | Vacatures | Reacties (0)
26 november 2006
Erfgoed buiten! Over de relatie tussen natuur en historisch erfgoed
Op zaterdag 10 februari wordt in Oud-Turnhout een studiedag georganiseerd over de rol van historisch erfgoed in bos- en natuurbeheer. In elk natuur- of bosgebied ligt historisch erfgoed. Vaak heel prominent aanwezig, maar even vaak totaal onbekend en onbemind. Soms in harmonie met het natuur- en bosbeheer, soms in conflict. Maar het is er wel steeds. En hoe moet je daar als natuur- of bosbeheerder dan wel mee omgaan?
Op deze tweede historisch-ecologische studiedag nodigt Lanschap De Liereman je uit het historisch erfgoed in bos- en natuurgebieden te ontdekken en mee te onderzoeken welke plaats historisch erfgoed kan hebben in bos- en natuurbeheer.
Programma
9.30u: ontvangst met koffie
- Cultuur- en natuurhistorisch erfgoed in natuurgebieden: onderzoek en beheer
Jan Bastiaens (VIOE)
- Visies op natuur en historisch erfgoed in de Uitkerkse Polder
Stefan Versweyveld (Natuurpunt) en Dries Tys (VUB)
- Cultuurhistorie en natuurbeheer in Nederland: drie case studies op het grensvlak van onderzoek en praktijk
Theo Spek (RACM, Nederland)
Lunch
- (Geo-)archeologische relicten in Meerdaalwoud en Heverleebos. Een verkenning
Marc De Bie (VIOE, VUB en KULeuven) en Sara Adriaenssens (VUB)
- Landschapsherstel of natuurherstel? Het Grotenhoutbos bij Turnhout
Hilde Verboven (VIOE, KULeuven)
- Help, mijn natuur is cultuur! Erfgoed binnen in het integraal beheerplan Landschap De Liereman
Bas Van der Veken (Landschap De Liereman, KULeuven)
Discussie met vragen uit het publiek
16.30u: receptie
Praktisch zaterdag 10 februari 2007, in OC De Djoelen (Steenweg op Mol 3, 2360 Oud-Turnhout). Inschrijven door overschrijving van 8 euro (incl. broodjesmaaltijd) op rekeningnummer 403-0047341-78 met vermelding 'studiedag erfgoed buiten + mail met coördinaten naar Bas Van Der Veken. De studiedag wordt mee ondersteund door het Agentschap Natuur en Bos, Natuurpunt, het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed en de Vrije Universiteit Brussel.
door Tijl | Congressen | Reacties (0)
Wellense vakwerkgebouwen beschermd
Vlaams minister Dirk Van Mechelen tekende vorige week een eerste ministerieel besluit waarmee hij elf vakwerkboerderijen in het Limburgse Wellen voorlopig beschermd als monument en hun omgeving als dorpsgezicht. Alleen in de provincie Limburg zijn deze vakwerkconstructies nog in ruime, zij het in snel afnemende mate, aanwezig. Met deze beslissing brengt de minister zijn thematisch beschermingsbeleid in de praktijk.
Minister Van Mechelen wil het beschermingsbeleid meer gaan oriënteren op het thematisch beschermen van waardevol erfgoed op Vlaams niveau. Een belangrijk onderdeel daarvan vormt het zogenaamde vernaculaire of landbouwerfgoed. De elf voorlopig beschermde vakwerkhoeves in Wellen zijn alle representatieve voorbeelden van een in sneltempo verdwijnende bouwtechniek die, aldus de minister, niet enkel een romantisch aspect heeft, maar in de eerste plaats een bouwhistorisch fenomeen is waarvan de constructieprincipes de basis vormen van de steen-, beton- en metaalbouw.
Vakwerk- of houtskeletbouw was tot het begin van de 20ste eeuw de courante bouwtechniek voor hoeves in gans Vlaanderen, maar is in de laatste eeuw volledig in onbruik geraakt. In tegenstelling tot modernere steen- en betonbouw vereist vakwerkbouw een regelmatig en arbeidsintensief onderhoud. Bijgevolg zijn vooral in de laatste decennia veel van deze vakwerkhoeves onder de sloophamer gevallen. Voor heel Vlaanderen is een inventaris gemaakt van het aantal huizen in vakwerkbouw en in elke provincie zijn er nog een honderdtal te vinden. Alleen Limburg is uniek, met nog een kleine duizend bewaarde vakwerkwoningen.
Nochtans zijn er ook aanzienlijke verschillen in densiteit en bouwtechniek naargelang de regio. Zo zijn van de Kempische vakwerk-langgevelhoeve nog slechts enkele exemplaren bewaard, omdat nagenoeg alle hoevetjes versteend werden. In Droog-Haspengouw, in het zuiden van de provincie, werd de kwadraathoeve reeds vanaf de tweede helft van de 18de eeuw in steen uitgevoerd. De rijkste relicten van vakwerkbouw worden dan ook aangetroffen in Midden-Limburg, meer bepaald in Vochtig-Haspengouw en de Demervallei, met o.m. bijzondere concentraties in de gemeenten Alken, Diepenbeek, Hasselt (Sint-Lambrechts-Herk en Stevoort), Kortessem en Wellen. Bovendien is de vakwerkbouw uitgesproken aanwezig in de Voerdorpen, met zelfs grote concentraties zoals in Veurs.
Deze concentratiegebieden worden nu stuk voor stuk grondig bestudeerd en hun meest representatieve voorbeelden krijgen op termijn een beschermd statuut. Dit gebeurde reeds voor Alken, waar uit een in 1980 opgemaakte inventaris van ca. 350 vakwerkgebouwen in deze gemeente uiteindelijk een dertigtal werden beschermd. Voor Wellen, met haar deelgemeenten Berlingen, Herten, Ulbeek en Wellen, werden in totaal 80 vakwerkgebouwen geïnventariseerd, waarvan er nu dus elf zijn geselecteerd op basis van de criteria gaafheid, authenticiteit, zeldzaamheid, context- en omgevingswaarde. Met hun voorlopige bescherming is de eerste stap gezet naar een feitelijk bescherming. De volledige procedure zou binnen een jaar rond moeten zijn. Nog voor het einde van dit jaar zullen ook een aantal vakwerkrelicten op het grondgebied van Kortessem voorlopig worden beschermd. Het dossier voor Diepenbeek is in voorbereiding.
De gemeente Wellen, bij monde van schepen van Cultuur en Toerisme Jeannine Leduc (VLD), is vanzelfsprekend blij met de ingezette beschermingsprocedure. Ze noemt de elf hoeves, die luisteren naar namen zoals de Boswinning, Borgwinning en Canadawinning, ankerpunten in het landschap van de Bokkerijdersgemeente. Zelf ziet ze voor de meeste van de beschermde hoeves een toekomst in de toeristische sector. Ze zouden kunnen worden ingeschakeld in de reeds bestaande projecten rond hoevetoerisme. Toch lijkt de gemeente geneigd de renovatie en restauratie van de hoeves over te laten aan het privé-initiatief. “De neogotische kapel in de gemeente is pas gerenoveerd en daar hebben we bijna twintig jaar op moeten wachten omdat we de nodige middelen niet rond kregen. Bovendien hebben we nog maar recent de mouttoren van de gewezen brouwerij in Ulbeek gekocht. Investeren in de vakwerkboerderijen kunnen we ons echt niet permitteren, maar we ondersteunen wel ieder particulier initiatief”, aldus de schepen.
Een volledige lijst van de voorlopige beschermde hoeves in Wellen kan u hier terugvinden.
Bron: www.dirkvanmechelen.be; Het Nieuwsblad – 20 november 2006
door Bart | Erfgoed | Reacties (0)
24 november 2006
Website Forum Vlaamse Archeologie verhuisd
De website van het Forum Vlaamse Archeologie (FVA) steekt sinds kort in een nieuw jasje. Niet alleen de lay-out werd aangepakt, ook de domeinnaam veranderde: vanaf nu is de website terug te vinden op www.f-v-a.be. Op de website vind je niet alleen een voorstelling van het FVA, maar ook een aantal actuele dossiers, de stand van zaken rond de invoering van het Verdrag van Malta, en een archief met nuttige archeologische documenten en rapporten.
door Tijl | Websites | Reacties (0)
23 november 2006
Aalst speurt naar legendarisch 'pestkerkhof'
In het voorjaar van 2007 starten in Aalst de eerste werken in het kader van de vernieuwde stationsomgeving. De eerste straat die daarbij aan bod komt is de Albert Liénartstraat. Archeologen krijgen in de voorbereidingsfase de mogelijkheid om op zoek te gaan naar mogelijke restanten van historische waarde. Een unieke kans voor de archeologen om zekerheid te verkrijgen omtrent de aanwezigheid van een 'pestkerhof', zoals bekend uit iconografische en geschreven bronnen.
In de Albert Liénartstraat staat onder meer de vernieuwing van het rioleringsnet op het programma. Dat wil zeggen dat bij deze werken het mogelijke bodemarchief onherroepelijk verloren gaat. De hoogste tijd dus om op te sporen of zich hier, zoals geschreven Middeleeuwse bronnen beweren, werkelijk een "pestkerkhof" bevond. Een team van archeologen uit Ename, onder leiding van archeoloog Jan Moens, startte de graafwerken op 21 november.
Jan Moens: "Momenteel hebben we inzicht gekregen in de stratigrafische opbouw van het terrein, waarbij opvalt dat vrij snel onder de huidige bestrating de laat-Middeleeuwse ophogingslagen aangesneden worden. Onder deze nivellering zit een pakket dat als Middeleeuwse weiland of akkerland moet geïnterpreteerd worden en dat een aantal oudere sporen afdekt. Eén van deze sporen is een greppel die mogelijkerwijs teruggaat tot de Romeinse periode." Dit zou naast de ontdekking van een Romeins brandrestengraf in 1993 bij onderzoek voorafgaand aan de bouw van het Aalsterse stadsarchief een nieuwe aanwijzing zijn voor Romeinse aanwezigheid in de stadskern.
Van kapel tot klooster
De Albert Liénartstraat bevindt zich buiten de laat-Middeleeuwse stadsomwalling (de huidige Wallenring), maar uit een aantal historische documenten blijkt dat deze zone toch wel eens archeologisch belangrijk kan zijn. Oude stadsplannen geven net buiten de stadspoort een kerk of een kapel aan (afbeelding rechts - Jacob Van Deventer, 16e eeuw). Volgens oude bronnen betreft het hier de oudste bidplaats van de stad, een kapel toegewijd aan de Heilige Ursmarus (7de-8ste eeuw). Vandaar ook de naam Kapellestraat, op 1 januari 2004 omgedoopt tot de Zwarte Zustersstraat. Deze kapel zou verder uitgebouwd worden tot klooster van de Wilhelmieten. Dit klooster zou in de loop der eeuwen verschillende keren vernietigd zijn. In de 14de eeuw vernietigden de Gentenaren het klooster tot 2 keer toe, waarna de Wilhelmieten, ook Sterheren genoemd, zich begin de 15de eeuw zouden gaan vestigen op het einde van de Pontstraat.
Pestkerkhof
In de Middeleeuwen is ook Aalst niet gespaard gebleven van de ’zwarte dood'. Om besmetting te beperken kregen pestlijders verzorging buiten de stad. In eerste instantie gebruikte men de stadstorens ter hoogte van de Kappellestraatpoort. Later richtte men pesthuizen op in een afzonderlijk pestkerkhof. Volgens geschreven en iconografische bronnen lag dit kerkhof in de huidige Albert Liénartstraat. Tot op heden is dit nog nooit archeologisch bewezen.
Bron: Stad Aalst
door Johan | Opgravingen | Reacties (0)
RIM pleit voor sterker monumentenbeleid in Mechelen
Nu de verkiezingen achter de rug zijn, vraagt de vereniging Restauratie Integratie Mechelen (RIM) in een open brief aan het Mechelse stadsbestuur aandacht voor het monumentenbeleid in de stad. De vereniging focust op vier concrete, en volgens haar dringende, dossiers: de Colomakerk, het Hof van Cortenbach aan de Korenmarkt, het oude zwembad aan het Rode Kruisplein en het Comet-gebouw aan de Koningin Astridlaan.
RIM heeft het voorbije jaar vooral gestreden voor het behoud en de herwaardering van de Coloma-kerk en de site errond. Daarnaast brachten ze ook het Comet-dossier in de kijker. De gevelpartij van de Comet-fabriek dateert uit 1962 en is één van de weinige overgebleven vertegenwoordigers van de zogenaamde Expo '58-architectuur. "Tijdens de openmonumentendag was het een echte publiekstrekker en konden velen vaststellen hoe waardevol deze site is. Het zou voor het Mechelse patrimonium droevig zijn indien de toekomst van het Comet-gebouw niet veiliggesteld wordt op de vooravond van het vijftigjarig bestaan van het Atomium en de in Mechelen geplande Expo '58-tentoonstelling," stelt RIM.
"Ook het dossier van het Hof van Cortenbach, een prestigieus patriciërshof uit de zestiende eeuw op de Mechelse Korenmarkt, volgden we vol verwachting omdat het stadsbestuur dit dossier naar zich had toegetrokken," vervolgt de open brief. "De verbouwing van het Correcta-interieur (aan de IJzerenleen) konden we alleen maar betreuren en vaststellen hoe onmachtig de stad op dit ogenblik is om een lokaal beschermingsbeleid te voeren. Nochtans heeft de stad de mogelijkheid hiervoor een instrumentarium uit te bouwen."
RIM stelt dat op het toekomstige stadsbestuur van Mechelen een grote verantwoordelijkheid rust inzake monumentenzorg: "Veel architecturaal erfgoed is vogelvrij indien het stadsbestuur geen eigen instrumenten ontwerpt om het beschermen. Op Vlaams niveau is het huidige beleid van Minister van Mechelen erop gericht om Monumentenzorg naar het lokale niveau te verwijzen. Daarom is het hoogstnodig dat de beleidsverklaring van het toekomstige Mechelse stadsbestuur, toelicht hoe zij een juridisch en administratief instrumentarium zal uitbouwen om haar in staat te stellen onroerend erfgoed op lokaal vlak afdoende te beschermen."
Concreet vraagt RIM het stadsbestuur dat
1. de waardevolle architecturale elementen van de Comet-site veilig gesteld worden, door het opstellen van een ruimtelijk uitvoeringsplan voor deze zone
2. de Colomakerk gerestaureerd wordt en de site errond gerevaloriseerd wordt.
3. het dossier van het Hof van Cortenbach eindelijk uit het slop geraakt en het gebouw voor de toekomst gered wordt
4. de gebouwen van de oude zwemdok aan het Rode Kruisplein van verdere aftakeling gevrijwaard worden door ze na een herinrichtingsbeurt opnieuw in gebruik te nemen.
5. de stad in de nu komende periode haar diensten de opdracht geeft om het sterk bedreigde Expo '58 architecturale erfgoed op te sporen, te documenteren en dat de stad de nodige beschermingmaatregelen voor dit erfgoed neemt. Op die manier zal de in Mechelen geplande Expo '58 tentoonstelling geen ééndagsvlieg zijn maar ook een sensibilisatie-moment voor wat een stad kan doen op gebied van locale monumentenbescherming en voor de waarde van het Expo '58 erfgoed.
Foto: traphal Comet-fabriek (Peter Van den Bossche)
Externe link: Restauratie Integratie Mechelen
door Tijl | Erfgoed | Reacties (0)
Graven uit Karolingische periode ontdekt in Chimay
De opgravingen die sinds twee jaar worden uitgevoerd in het kasteel van Chimay (Henegouwen), hebben geleid tot de ontdekking van een aristocratische nederzetting uit de Karolingische periode. De vondst van verschillende graven deze week bevestigde de hypothese van de archeologen dat in de loop van de achtste eeuw een gemeenschap van kanunniken zich op de plaats van het huidige kasteel vestigde.
Archeologen van het Centre de Recherches Archéologiques (CReA) van de Universite Libre de Bruxelles (ULB) voeren sinds 2004 opgravingen uit in het kasteel van Chimay. Aanleiding tot dit archeologisch onderzoek waren de hiaten in de kennis over de geschiedenis en de evolutie van het kasteel. De opgravingen werden opgestart op verzoek van de Prins van Chimay en worden gefinancierd door het Waalse gewest.
De derde opgravingscampagne, die startte in juni, bracht elementen aan het licht die erop wijzen dat het kasteel oorspronkelijk een militaire functie had. Vanaf de late middeleeuwen trad een evolutie op naar een eerder residientieel gebruik van de gebouwen. Bij verdere opgravingen werden ook resten van een opvallend gebouw gevonden. Dit gebouw vertoont gelijkenissen met een aantal gebouwen, die gekend waren in het bisdom van Luik tijdens de Ottoonse periode (elfde eeuw).
Deze week ten slotte werden verschillende graven blootgelegd, die bevestigen dat de site al in de Karolingische periode werd bewoond. De archeologen vermoeden dat zich in de loop van de achtste eeuw een gemeenschap van kanunniken vestigde op het terrein waar later het kasteel zou worden gebouwd. Wellicht speelden deze geestelijken later nog een belangrijke rol in de evolutie van de site.
Tot nu toe maakt geen enkel element het mogelijk om het kasteel van Chimay exact te dateren, maar bepaalde aanwijzingen lijken de bouw ervan in de eerste helft van de elfde eeuw, aldus archeoloog Frédéric Chantinne in een communiqué. Ook zou het kasteel vroeger een stuk uitgebreider geweest zijn dan het nu nog is.
Meer info: lees meer over de opgravingen in het kasteel van Chimay op de CReA-website
door Tijl | Opgravingen | Reacties (0)
22 november 2006
Split of mortel voor Koppenberg?
Amper vier jaar nadat de geklasseerde kasseiweg van de Koppenberg voor 250.000 euro werd gerestaureerd, liggen veel van de kasseien alweer los. Een ingenieur van de stad Oudenaarde vermoedt dat het euvel te wijten is aan een foute beslissing van de toenmalige afdeling Monumenten en Landschappen. "Ik denk dat geen enkele wielerliefhebber akkoord zou gaan, mochten we dat Vlaamse monument met beton verstevigen," reageert afdelingshoofd Joris Scheers.
Vier jaar na de restauratie kan je op de Koppenberg opnieuw je benen breken, schrijft het Nieuwsblad vandaag. Op het steilste stuk spoelen de voegen weg waardoor de gladde Napoleonskoppen met hun scherpe kant naar boven komen te liggen. De heraanleg in 2002 had nochtans zo'n 250.000 euro gekost. Zestig procent daarvan werd betaald door de afdeling Monumenten en Landschappen, twintig procent kwam op rekening van de provincie en de stad paste de rest bij.
De aannemer heeft zich nochtans netjes gehouden aan de voorschriften, stelt ingenieur Jan De Clippel van de stad Oudenaarde. "De restauratie moest het hemelwater door de voegen in de ondergrond laten dringen. Daarom is gekozen voor split, een soort fijne steenslag. Aanvullend werd een drainagesysteem met buizen voorzien dat het water tot onderaan de helling voert. Ik vrees echter dat M&L de verkeerde beslissing heeft genomen. Na elke regenbui spoelen de voegen verder uit. De voegen vervangen lijkt mij een verstandige keuze. Voor de stad krijgt dit project de voorrang. We willen niet nog eens dertien jaar wachten op de Ronde."
Afdelingshoofd Joris Scheers wil niet horen van een verkeerde beslissing. "Het authentieke karakter bewaren was onze voornaamste bekommernis," zegt hij in het Nieuwsblad. "Ik denk dat geen enkele wielerliefhebber akkoord zou gaan, mochten we dat Vlaamse monument met beton verstevigen. Kiezen voor een 'open voeg' gevuld met split veronderstelt echter veelvuldig onderhoud. Ik wil het stadsbestuur niet met de vinger wijzen, maar ik kan mij voorstellen dat vanwege die helling de slijtage op de Koppenberg nog veel sneller gaat. Kasseien leggen op een helling is op zich al een huzarenstukje. Op onderhoud besparen vanwege de kost is echter geen argument, aangezien het stadsbestuur bij ons een onderhoudspremie kan aanvragen. Voor zover ik weet is dat nog niet gebeurd."
"Dat klopt," reageert De Clippel, "maar het heeft geen zin om telkens een onderhoudspremie aan te vragen om weer eens een laag split te strooien. Dat is vorig jaar trouwens nog gebeurd voor de doortocht van de Ronde. De verse split kan zich onmogelijk hechten aan de oude onderlaag, met als gevolg dat bij de eerste regenvlaag alles opnieuw wegspoelt. Wij hebben een afdoende oplossing nodig."
Bron: Het Nieuwsblad - 22 november 2006
door Tijl | Erfgoed | Reacties (1)
21 november 2006
Raakvlak verhuisd naar historische Pakhuizen
Raakvlak, de intergemeentelijke dienst voor archeologie in Brugge en Ommeland, heeft voortaan een nieuw hoofdkwartier. De dienst verhuisde naar de historische Pakhuizen aan de Handelskom, vlakbij de Dampoort. De pakhuizen werden gebouwd tussen 1756 en 1781 en zijn de laatst overgebleven pakhuizen waarmee de Handelskom oorspronkelijk volledig omgeven was. Door een erfpachtovereenkomst kwamen de gebouwen vorig jaar in handen van het Brugse stadsbestuur.
Samen met de Pakhuizen zelf valt ook het aanpalende kantoorgebouw, het zogenaamde Sociaal Gebouw van de vroegere gistfabriek en een deel van de buitenruimte onder de erfpachtovereenkomst. De medewerkers van Raakvlak en de Brugse erfgoedcel krijgen nu hun plaats in het kantoorgebouw.
De historische ligging van de site is bijzonder boeiend. In de Romeinse periode was er vlakbij al havenactiviteit. In 1899 werden resten van een Romeins zeewaardig schip gevonden bij het graven van het groot en klein handelsdok. Opgravingen aan de Wulpenstraat toonden aan dat in de Romeinse tijd een actieve getijdengeul liep bijna exact op de plaats waar nu de pakhuizen staan. In de middeleeuwen kwamen alle via Sluis en Damme per schip vervoerde goederen precies Brugge binnen ter hoogte van het Dampoortcomplex (met drie historische poorten: de Sint-Niklaaspoort, de Speyepoort en de Sint-Leonardpoort). Bij de vrede van Munster in 1648 was de sluiting van de traditionele uitwegen van de Zuidelijke Nederlanden naar de Noordzee (Zwin, Sasse Vaart en Westerschelde) bevestigd.
De Handelskom werd in 1665 nabij de Dampoort gegraven, nadat in 1664 de Oostendse Vaart werd verdiept. Dit liet zeeschepen toe om tot in Brugge te varen. Tot op vandaag speelt de wijk Fort Lapin een rol in de Brugse havenactiviteiten. Als achterhaven van de nieuwe diepzeehaven in Zeebrugge werden op het einde van de 19de eeuw het groot en klein handelsdok gegraven. Zeebrugge en de achterhaven werden met elkaar verbonden via een zeekanaal en een zeesluis. Via een sluis werd ook aangesloten op de oude Handelskom en de ringvaart.
Nieuw adres:
Pakhuizen
Komvest 45
8000 Brugge
Tel. 050/44.50.44
info@raakvlak.be
Bron: Raakvlak - Stadsomroep Brugge
door Tijl | Varia | Reacties (0)
Protest tegen afbraak belle époquevilla in Wemmel
In Wemmel (Vlaams-Brabant) wil een bouwpromotor de waardevolle Villa Follet afbreken en er een appartementsblok neerpoten. Nadat de buurtbewoners al protesteerden tegen de afbraak, heeft nu ook het Sint-Lukasarchief een bezwaarschrift ingediend bij de gemeente. "De belle époquevilla is nauw verbonden met een belangrijke fase uit de cultuurgeschiedenis van de gemeente," klinkt het.
De villa Follet, waarin vroeger de taverne Blauw-Bleu was gevestigd, was het huis van de eerste huisarts en later ook de Wemmelse burgemeester Hilaire Follet (1882-1938). Hilaire Follet was in Wemmel burgemeester van 1921 tot aan zijn overlijden in 1938.
"Het Sint-Lukasarchief had de villa in januari van dit jaar nog in de inventaris van het bouwkundig erfgoed van Wemmel opgenomen," verduidelijkt directeur Jos Vandenbreeden van het Sint-Lukasarchief in het Nieuwsblad. "De inventaris werd in opdracht van het gemeentebestuur opgemaakt. De villa Follet kreeg de code 3; wat staat voor gedenkwaardig. We gaven die code aan de villa op basis van haar architecturale en cultuurhistorische waarde. De villa vertoont ook kenmerken van de cottagestijl met het karakteristieke houtwerk van terras en puntgevel. De villa vormt een architecturaal geheel met de villa Françoise (nr. 95) ernaast, die uit dezelfde periode dateert. De afbraak van de villa Follet en de bouw van een appartementsgebouw toestaan, betekent dat een hypotheek wordt gelegd op het behoud van de kleinere villa Françoise, die evenzeer code 3 kreeg."
"Beide belle-époquevilla's zijn nauw verbonden met een belangrijke fase uit de cultuurgeschiedenis van de gemeente," vervolgt Vandenbreeden. "De eerste Brusselse bourgeoisie week uit naar onze gemeente en introduceerde de stedelijke architectuur in het landelijke Wemmel. De villa Follet is restaureerbaar en renoveerbaar en samen met een creatieve en afgewogen integratie in een nieuwbouw kan ze een voorbeeldfunctie vervullen in het beheer, de restauratie en herbestemming van het bouwkundig erfgoed in Wemmel. Daarom tekent het Sint-Lukasarchief bezwaar aan tegen de afbraak van de Villa Follet."
Het is nu wachten tot het openbaar onderzoek is afgerond. Dan moet het schepencollege advies uitbrengen. De hogere overheid krijgt het laatste woord.
Foto: Frédéric Dupont
Bron: Het Nieuwsblad - 20 november 2006
door Tijl | Erfgoed | Reacties (2)
Themadag over Alexander De Grote op 2 december
Op zaterdag 2 december organiseert het Nederlands Klassiek Verbond in Leuven een themadag rond Alexander De Grote. Verschillende kenners zullen er spreken over het beeld van de Makedonische koning door de eeuwen heen. Tijdens de lezingen komen vele invalshoeken aan bod, van 'Spijkerschriftbronnen over Alexander' tot 'Alexander in de film'. Deelname aan deze studiedag is gratis.
Programma:
10.00-10.30: onthaal in de hal op het gelijkvloers (met koffie of fruitsap)
10.30-11.15: de historicus Jona Lendering
Spijkerschriftbronnen over Alexander
11.15-11.45: Prof. Dr. Willy Clarysse
Alexander, genie of genocide?
11.45-12.15: Prof. Dr. Leon Mooren
De fundamenten van het wereldrijk: Alexanders toekomstvisie
12.30-13.45: broodjeslunch (voor wie zich inschrijft)
14.00-14.30: de historicus Kim Wouters
Alexander en de brand in Persepolis
14.30-15.00: de historicus Alexander Meeus
Het beeld van Alexander de Grote in de Romeinse politiek van Pompeius tot Nero
15.00-15.30: Dr. Herbert Verreth
Alexander in de film
15.30-16.00: discussie tussen de sprekers en vragen uit het publiek (moderator: Prof. Dr. Guido Schepens)
Praktisch: zaterdag 2 december 2006 in het Mgr. Sencie-Instituut (Erasmusplein 2, Leuven). Toegang gratis, maar vooraf inschrijven is wenselijk (herbert.verreth@arts.kuleuven.be of 016/22.07.40). Wie wil deelnemen aan de broodjeslunch, dient vóór 24 november 7 euro te storten op het rekeningnummer van NKV Vlaams-Brabant, 001-4041508-79. Meer info over de lezingen vind je hier.
door Tijl | Congressen | Reacties (0)
20 november 2006
Rapport opgravingen Hanzestedenplaats in Antwerpen online beschikbaar
Met de publicatie van een online rapportenreeks wil Archeoweb Antwerpen het publiek informeren over resultaten van recent archeologisch onderzoek. Het eerste rapport, dat sinds kort beschikbaar is, handelt over de opgravingen op de Hanzestedenplaats, waar het Museum aan de Stroom (MAS) wordt gebouwd. Hier onderzocht men vorig jaar de kelders van het 16de-eeuwse Oosters Huis. In het rapport worden historische en archeologische gegevens gebundeld.
De Hanzestedenplaats, op het Eilandje in Antwerpen, was de voormalige handelsplaats van de Duitse Hanzesteden. Hier stond het Oosters Huis of Oosterlingenhuis, gebouwd in de 16de eeuw door de Hanzestedenbond in samenwerking met het toenmalige stadsbestuur. Na de beslissing om net op deze plaats het MAS te bouwen, werd door de Afdeling Archeologie in 2000-2001 een maand verkennend archeologisch onderzoek gevoerd. Uit de resultaten bleek dat de kelderkamers zogoed als intact ondergronds bewaard waren. Gezien de bouw van het MAS een groot stuk van de site volledig zal vernietigen, was een grootschalig archeologisch onderzoek noodzakelijk.
Van 8 augustus 2005 tot 15 februari 2006 werden de bouwkundige resten van het voormalige Oosters huis archeologisch onderzocht. Eerst werden de contouren van het huis vrij gelegd waarna mechanische de verschillende kelderkamers werden leeggehaald. Tijdens de graafwerken werd meteen duidelijk hoe het huis werd afgebroken: de stukken gewelf en puin bedekten overal de vloeren van de kelderkamers. Daarboven was dan grond gestort om het terrein te effenen.
Al snel werd duidelijk dat het huis was opgebouwd uit vijf verschillende eenheden: de vier vleugels van het huis die van elkaar gescheiden waren door de doorgangen, vertoonden ook onderling grote verschillen. De vijfde eenheid was het binnenplein, waar in de 19de eeuw sterk verbouwd was. In totaal werden in het huis 52 kelderruimtes onderscheiden, waarvan 37 middelgrote tot grote kamers, 11 kleine ruimtes en 4 doorgangen.
De muren van de kelderkamers waren volledig opgetrokken in baksteen. De muurdikte kon al varieren, zo waren de buitenmuren van het huis duidelijk veel breder, maar wat betreft de opbouw was er weinig verschil. Het grootste deel van de kamers was ook overwelfd, maar enkel de gewelfaanzet en soms het begin van de boog, was nog bewaard. Onder enkele van die gewelfbogen was in een latere bouwfase een steunbeer gezet. Ook andere delen van de muren laten duidelijke verbouwingen zien. Hier en daar zijn extra muren tegen bestaande gebouwd of zijn reparaties aan het oorspronkelijk muurwerk duidelijk zichtbaar.
De meest ingrijpende verbouwingen werden uitgevoerd in de 19de eeuw en deze waren ook het best te herkennen tijdens het onderzoek. Vooral op het vroegere binnenplein was er veel veranderd: de 60 silo's hadden dan wel een bovenbouw in metaal, maar hun fundamenten bestonden vooral uit baksteen en natuursteen. Langsheen elke tunnel lagen twee rijen van graansilo?s. De tunnels zelf waren ingegraven tot op het niveau van de keldervloer en maakte verbinding met de kelderkamers. Op deze manier kon het graan vanuit de tunnels verdeeld worden over de kamers. Deze verdeling gebeurde - volgens de historische beschrijvingen - via rubberen transportbanden, maar daar was archeologisch niets meer van terug te vinden. Wat wel van het transportsysteem overbleef, zijn de bakstenen steunen die op de vloer van de kelder waren gebouwd. Om de twee meter lag er telkens zo'n steun in baksteen, soms met resten van ijzerbeslag. Ten behoeve van dit transportsysteem werden ook de doorgangen naar de verschillende kamers versmald en op een lijn gelegd.
Vondstenmateriaal in de vulling van de kelders was zeer schaars. Het grootste deel van het materiaal betrof de verkoolde resten van de graanopslag, die overal op de keldervloeren lagen en aan de muren kleefden. Andere vondsten waren enkele fragmenten van tegels, steengoed aardewerk en een grote context met glasscherven. Het grootste deel van het materiaal dateerde uit de 19de eeuw.
Meer info: download het volledige opgravingsrapport op Archeoweb Antwerpen
door Tijl | Publicaties | Reacties (0)
Inwoners Sterrebeek vragen dringende oplossing voor kasteel Ter Meeren
Achthonderd inwoners van Sterrebeek en omgeving hebben een petitie getekend om het Zaventemse gemeentebestuur aan te sporen maatregelen te nemen voor het kasteeldomein Ter Meeren. Het kasteel en het park staan al een tijdje te koop en worden intussen verwaarloosd. De petitie is een initiatief van Sterrebeek 2000 en Natuurpunt Zaventem. "Het park is in slechte staat, het koetshuis is gedeeltelijk ingestort en in het kasteel werden recent plunderingen vastgesteld," klinkt het.
Het domein Ter Meeren is gelegen tussen de dorpskom van Sterrebeek en de gemeente Wezembeek-Oppem. De bakermat van het kasteeldomein was een middeleeuwse burcht van het geslacht ‘van der Meeren’ dat er van de twaalfde tot het begin van de zeventiende eeuw woonde. Daarna ging het over naar de familie Boischot, een geslacht met groot aanzien, dat door de aartshertogen Albrecht en Isabella tot de adelstand werd verheven. Het park en het kasteel zijn al sinds 1974 als landschap beschermd. Na verschillende eigenaarwissels in de laatste decennia, is het thans eigendom van de mediagroep Bigfoot Entertainment maar staat het opnieuw te koop.
Al jaren wijzen Sterrebeek 2000 en Natuurpunt Zaventem op het belang van dit geklasseerde kasteel en landschap voor het behoud van de groene ruimte en de vrijwaring van een stuk natuur en historisch erfgoed. Tijdens de recente parkfeesten verzamelden de milieuverenigingen achthonderd handtekeningen van bezorgde inwoners. Het park is immers in slechte staat, het koetshuis gedeeltelijk ingestort (foto links) en binnen het kasteel werden recent plunderingen vastgesteld. "Redenen genoeg dus voor de inwoners om aan de alarmbel te trekken," stelt Luc Caluwaerts van Sterrebeek 2000. "De situatie van het kasteeldomein is een schande voor een gemeente als Zaventem."
De Vlaamse regering, bij monde van minister Kris Peeters, zegde reeds toe om het park en de omliggende gronden, samen zo'n dertig hectare, te willen aankopen indien de vraagprijs dit toelaat. Voorwaarde is echter dat een andere overheid de gebouwen verwerft. Bij de overhandiging van de petitie aan het college van burgemeester en schepenen vroegen Sterrebeek 2000 en Natuurpunt dat de gemeente het voortouw zou nemen om een rondetafel-conferentie te houden met alle mogelijke instanties, om zo een globale oplossing uit te werken. Hierbij wordt onder andere gedacht aan de Vlaamse ministeriële diensten voor Natuur en Bos, Cultuur, Toerisme, de Vlaamse Rand, Monumenten en Landschappen, de provincie Vlaams-Brabant en vzw De Rand naast de gemeente Zaventem en de milieugroeperingen.
Burgemeester Francis Vermeiren (VLD) benadrukte dat de gemeente eveneens naar een duurzame oplossing wenst te zoeken en er reeds contacten waren geweest met verschillende ministeries, tot hiertoe echter zonder gevolg. Hij bevestigde dat de gemeente in de toekomst alles in het werk zou stellen om dit cultureel erfgoed veilig te stellen.
Meer info: Dossier Ter Meeren (pdf - 679 kb)
Bron en foto's: Sterrebeek 2000
door Tijl | Erfgoed | Reacties (5)
Heemkring inventariseert archeologische vondsten Steenberg in Hofstade
De Heemkundige Kring Denderland gaat de archeologische vondsten van de opgravingen op de Steenberg in Hofstade inventariseren. Tussen 1946 en 1951 werden in Hofstade de grondvesten van een Romeinse villa en tempel blootgelegd. De vondsten raakten verspreid, maar worden nu voor het eerst weer samengebracht in het Stedelijk Museum in Aalst. De inventarisatie is ook te volgen via een eigen weblog.
Volgens de heemkundige kring is het de eerste keer in de regio dat een dergelijk historisch werk wordt toevertrouwd aan amateur-archeologen. De inventarisatie gebeurt onder leiding van het archeologische team van de heemkundige kring bestaande uit Romain De Moor, Hubert Timmerman en Willy Van Paepeghem. Professionele ondersteuning komt van Patrick Monsieur van de universiteit Gent en de conservators Luc Geeroms en Ann De Block van het Stedelijk Museum Aalst. Dat museum stelt een ruimte ter beschikking.
Tussen 1946 en 1951 werden in Hofstade, dankzij onderpastoor en geschiedkundige Jozef De Brouwer en professor Jan De Laet van de Gentse universiteit, de grondvesten van een Romeinse villa en tempel blootgelegd. Er werden goed bewaarde voorwerpen opgegraven. De vondsten raakten echter verspreid over het museum van Aalst en de universiteiten van Gent en Leuven. Voor het eerst worden ze nu samengebracht. "We hebben al verspreide scherven kunnen samenbrengen," zegt Romain De Moor vandaag in Het Nieuwsblad. "De stukken komen naar Aalst, maar blijven wel eigendom van de instellingen die ze uitlenen. Ons werk is meer dan louter het beschrijven van de verzameling. Er worden door medewerker Johnny De Mol tekeningen gemaakt. De resultaten van ons onderzoek worden samen met de tekeningen en foto's verwerkt in een catalogus."
"Met deze inventarisatie werkt de kring mee aan het in stand houden van het plaatselijke archeologiebestand," verklaart Hubert Timmerman. "Een heemkundige kring heeft als taak het patrimonium van de gemeente te beschermen en de bevolking te betrekken bij hun rijk verleden. In deze context organiseerde de kring vorig jaar de tentoonstelling Hofstade onder de archeologische loep. De belangstelling was groot."
De leden van de heemkundige kring houden ook een online logboek bij van de inventarisatie. Je kan hun activiteiten volgen op archeoblog.denderland.be.
Meer info: Heemkundige Kring Denderland
Bron: Het Nieuwsblad - 20 november 2006
door Tijl | In de pers | Reacties (0)
19 november 2006
Kelder van kazernecomplex blootgelegd bij opgravingen in Leuven
Tijdens het archeologisch onderzoek op het A. Smetsplein in Leuven kwam de voorbije weken een grote postmiddeleeuwse kelder aan het licht. Landmeter Luc Goossens legde het gedigitaliseerde grondplan van de kelder op het afbrekingsplan dat architect M. Brunfaut in 1955 van de kazerne De Bay maakte. Dit bevestigde het vermoeden van de archeologen: de opgegraven kelder behoort tot het kazernecomplex.
De volledige lengte van de kelder kon omwille van veiligheidsredenen niet vastgesteld worden: de structuur loopt immers verder richting zwembad. De onderzochte lengte bedraagt 13,4 meter. Uitgaande van het afbrekingsplan van M. Brunfaut moet de kelder oorspronkelijk een lengte van ca. 58 meter gehad hebben. De breedte van de kelder kon wel volledig bepaald worden en bedraagt 8,1 meter. Zowel aan noordelijke als aan zuidelijke zijde komt aan de binnenkant een gekaleide bakstenen muur voor en aan de buitenkant een natuurstenen parement, opgebouwd uit ijzerzandsteen en Balegem. Of de oostelijke zijmuur ook gekenmerkt wordt door een natuurstenen parement, moet nog onderzocht worden.
Oorspronkelijk was de kelder volledig overwelfd: zowel aan noordelijke als aan zuidelijke zijde komen drie bakstenen gewelfaanzetten voor. Tussen de gewelfaanzetten komen op 1,16m van het vloerniveau schuine 'afzaten' voor, die wijzen op de aanwezigheid van vensteropeningen. De vloer, bestaande uit bakstenen, is in de oostelijke zone grotendeels uitgebroken. In deze zone komen een aantal recentere oppervlakkige funderingen voor alsook enkele diepe kuilen.
Aan zuidelijke zijde blijkt de keldermuur plaatselijk uitgebroken te zijn om een nieuwe toegang tot de kelder te creëren. De oorspronkelijke toegang tot de kelder bevond zich immers in de noordelijke muur en werd vrij recent dichtgemetseld. De aanpassing in de zuidelijke muur is gelijktijdig met de constructie van een soort trap op een hoger niveau. Het gaat om een bakstenen structuur bedekt met een dun laagje cement, zodat een hellend vlak gecreëerd wordt. In het midden komen twee smalle treden voor. De aanpassingen aan deze muur hebben waarschijnlijk te maken met een herbestemming van de ruimte. Zowel de vloer als de muren en de binnenkant van de nieuwe kelderopening worden gekenmerkt door het voorkomen van een zwarte verkleuring. Mogelijk diende de kelder in een latere fase als opslagplaats voor kolen of als bezinkput.
door Tijl | Opgravingen | Reacties (0)
Archeologendag rond samenwerking in de archeologie te Roeselare
Op zaterdag 2 december 2006 organiseert de Vereniging voor Oudheidkundig Bodemonderzoek in West-Vlaanderen vzw (VoBoW) een archeologendag rond het thema samenwerking in de archeologie. Het doel van de bijeenkomst is met vrijetijdsarcheologen, archeologisch geïnteresseerden en professionelen tot een informatieuitwisseling te komen rond archeologisch onderzoek in West-Vlaanderen.
Met deze contactdag wil de VoBoW het momenteel sterk versnipperde archeologische veld dichter bij elkaar brengen. Zowel instellingen als universiteiten, (inter)gemeentelijke diensten, buitendiensten van het VIOE, als archeologische verenigingen krijgen een forum om zich voor te stellen en toe te lichten. De verschillende facetten van het archeologisch onderzoek zoals veldonderzoek, verwerking, restauratie, depotvorming, archivering, publicatie, publiekswerking en andere door het publiek aangebrachte themata zullen worden behandeld.
Praktisch: De contactdag gaat door te Roeselare, in de Conferentiezaal van het Stadhuis (Grote Markt) van 9u30 tot 12u. Geïnteresseerden kunnen reageren via e-mail sdecock@online.be. Uitgebreidere informatie i.v.m. het programma wordt u dan bezorgd.
door Bart | Evenementen | Reacties (0)
Marc Cherretté stelt reconstructie Romeins slingertuig voor in Maaseik
De onager is een slingertuig dat de Romeinen tijdens veel van hun veldslagen hanteerden. In de 4e eeuw n.C. werd de onager voor het eerst vermeld, door onder meer Ammianus Marcellinus, een legerofficier en een historicus. Marc Cherretté is erin geslaagd om na jarenlange studie een zeer gedetailleerde replica - op schaal 1/15 - te vervaardigen. Hierover zal hij op donderdag 23 november om 20u een lezing geven in Maaseik.
De technische uitleg van auteurs als Ammianus Marcellinus was zeer gedetailleerd, maar de vertaling van deze unieke Latijnse tekst liep niet van een leien dakje. Dit leidde vaak tot gebrekkige vertalingen, maar ook onvolledige en onnauwkeurige replica’s.
Praktisch: lezing 'De onager' op donderdag 23 november om 20u in de Minderbroederskerk (Boomgaardstraat, 3680 Maaseik). Inkom: 2 euro. Combinatieticket met tentoonstelling 'Expeditie Archeologie': 5 euro (volwassenen).
door Tijl | Lezingen | Reacties (0)
17 november 2006
Hatsjepsoet: architectuur en beeldhouwkunst
Hatsjepsoet, een van de zeldzame vrouwelijke farao's in het oude Egypte, had vele redenen om haar macht te moeten legitimeren ten opzichte van haar tijdgenoten. Dit deed ze op geniale manier door middel van architectuur en beeldhouwkunst. Tijdens twee lezingen in Leuven (21 november) en Gent (23 november) zal egyptoloog René Preys bespreken hoe Hatsjepsoet deze elementen uitspeelde.
De architectuur en beeldhouwkunst onder Hatsjepsoet illustreert hoe de Egyptische kunst bij uitstek een staatskunst was die de koninklijke ideologie moest in beeld zetten. Wat is het idee dat Hatsjepsoet ons wilde nalaten van haar? Is ze de machtwellustige vrouw waarover sommige auteurs schrijven of heeft zij de troon voor Thoetmosis III warm gehouden? Deze en andere vragen zal dr. René Preys beantwoorden tijdens de twee lezingen, georganiseerd door Egyptologica Vlaanderen.
Praktisch: dinsdag 21 november in het Mgr. Sencie-Instituut, Erasmusplein 2, 3000 Leuven; donderdag 23 november in het St.-Bavo Humaniora, Reep 4, 9000 Gent. De lezingen starten om 20u.
door Tijl | Lezingen | Reacties (0)
16 november 2006
ADC Heritage zoekt senior cultuurhistorisch adviseur
ADC Heritage is een adviesbureau voor erfgoedplanning. Zij ondersteunt opdrachtgevers bij het ontwikkelen en uitvoeren van een eigen erfgoedbeleid. Tevens maakt ADC Heritage plannen voor het behoud van archeologische monumenten en terreinen en adviseren zij over de inpassing daarvan in het landschap. Ter versterking van het vaste kernteam is ADC Heritage op zoek naar een senior adviseur (m/v), die instaat voor de aquisitie en ontwikkeling van cultuurhistorische projecten. Lees de volledige vacature in de SNA-vacaturebank.
door Johan | Vacatures | Reacties (0)
Eerste resultaten opgravingen Menen voorgesteld
Nog een last minute-melding: deze avond geven archeologen Wouter Dhaeze en Arne Verbrugge in Kortrijk een lezing over de resultaten van de opgravingen aan de Kortewaagstraat in Menen. De archeologen onderzoeken in Menen twee inheems-Romeinse nederzettingen. Andere sporen zijn te dateren in de volle middeleeuwen. Voor meer informatie kan je een kijkje nemen op de website van de opgravingen.
Praktisch: de lezing, georganiseerd door Archeologie Zuid-West Vlaanderen, vindt plaats in het Erfgoedhuis (bovenzaal), O.L.-Vrouwestraat 45, Kortrijk om 19 uur.
door Tijl | Lezingen | Reacties (0)
Volkskunde Vlaanderen zoekt stafmedewerker
Volkskunde Vlaanderen vzw is momenteel op zoek naar een dynamische stafmedewerker met een interesse voor volkskunde, volkscultuur, cultureel erfgoed, erfgoedtoerisme, erfgoededucatie en vrijwilligersorganisaties. Het gaat hierbij om een deeltijds (4/5) contract van onbepaalde duur. Geinteresseerden met een universitair diploma in de humane wetenschappen kunnen solliciteren tot 15 december.
Volkskunde Vlaanderen vzw is een erkende koepelorganisatie, die enerzijds een originele, inspirerende en wervende volkskundige werking ontplooit door toegepast wetenschappelijke en publieksgerichte initiatieven in te richten en die zich anderzijds door coördinatie, begeleiding en ondersteuning beschikbaar stelt voor het volksculturele veld in Vlaanderen.
Functieomschrijving
Als stafmedewerker realiseer je een autonome werking van Volkskunde Vlaanderen vzw in het kader van het beleidsplan en de afsprakennota met het ministerie. Je bevordert de expertise-uitwisseling binnen de erfgoedsector op het vlak van erfgoedtoerisme. Je werkt hiertoe projectmatige en structurele initiatieven uit, in samenwerking met uiteenlopende erfgoedactoren en beleidsinstanties. Je signaleert nieuwe ontwikkelingen op het terrein van erfgoedtoerisme. Je ondersteunt Volkskunde Vlaanderen vzw op praktisch, administratief en inhoudelijk vlak. Je staat mee in voor de informatie- en adviesverlening. Je denkt mee na over de komende ontwikkelingen in het erfgoedbeleid en vertaalt dit, samen met het team, naar de werking van Volkskunde Vlaanderen vzw. Je zet PR-activiteiten op, zoals het onderhouden van externe contacten en het verzorgen van publicaties.
Profiel
• universitair diploma (licentie/master) in de humane wetenschappen
• een bijkomende opleiding of ervaring op het vlak van toerisme/erfgoed is een pluspunt
• grote flexibiliteit (o.a. verplaatsingen in heel Vlaanderen en bereidheid tot occasioneel avond- en weekendwerk)
• goede kennis van Microsoft Office en internet
• redactionele vaardigheden
• organisatorische kwaliteiten
• communicatieve vaardigheden
• ondernemingszin
• zelfstandig kunnen werken
Aanbod
• contract van onbepaalde duur; indiensttreding uiterlijk op 5 februari 2007
• deeltijdse job (4/5)
• wedde volgens niveau op basis van wedden paritair comité 329 categorie L1
• Plaats tewerkstelling: Volkskunde Vlaanderen vzw | Sint-Amandstraat 72 | 9000 Gent
Praktisch: Je schrijft of mailt vóór 15 december 2006 een gemotiveerde brief met CV naar Volkskunde Vlaanderen vzw, Sint-Amandstraat 72, tav Laure Messiaen, 9000 Gent. Meer informatie over de functie-inhoud kan je bekomen bij Laure Messiaen op 09/223.97.00 of 0473/960.364.
door Tijl | Vacatures | Reacties (0)
Kruiwagen VIII op 20 november
Op maandag 20 november vindt in Gent de achtste editie van de lezingenreeks 'Kruiwagen' plaats. Opnieuw worden er vier lopende archeologische projecten aan het publiek voorgesteld. Zoals steeds is het programma gevarieerd, met aandacht voor het graanstapelhuis 'De Spijker' aan de Pensmarkt, opgravingen op de Sint-Baafskouter in Sint-Amandsberg, het Gentse tweewaterpeilenregime en het erfgoed van Afsnee.
1. Onbekend maakt onbemind… De Spijker aan de Pensmarkt (Jelle Moens)
Aan de Pensmarkt, in de schaduw van het Groot Vleeshuis, ligt het graanstapelhuis ‘De Spijker’. De geschiedenis ervan is nauw verbonden met de drukke bedrijvigheid aan de middeleeuwse Leiehaven. De stad Gent bezat het privilegie van het stapelrecht, waardoor het alle verhandelde graan een korte tijd mocht opslaan. Daarvoor waren stapelhuizen nodig zoals de Spijker, dat in de 14de eeuw onder het beheer stond van de het Gasthuis Onze-Lieve-Vrouwe ter Lazarije. Toen de broeders en zusters van de Gentse lazarij het gebouw in 1492 verkochten, werd het ingericht als woonhuis: meer dan tweehonderd jaar lang was het pand in handen van de familie de Stoppelaere, die het bouwwerk in meerdere woningen onderverdeelde en verhuurde. In 1709 besloten de erfgenamen om de Spijker te verkopen aan Jan Lanneaux, een meester chirurgien, en aan Pieter de Maeght, een herbergier. De herbergier, wiens zaak bekend stond – en nog steeds staat – als ‘Het Goude Mandeken’, kreeg navolging want in de loop van de 19de eeuw werden in de Spijker vier cafeetjes ondergebracht. De restauraties van de voorgevel (1904) en de achtergevel (1911), uitgevoerd door architect Van Hamme, gaven het pand zijn huidige uitzicht, maar de talrijke bewaard gebleven middeleeuwse bouwsporen maken het tot een uniek maar jammer genoeg onvoldoende bekend monument.
2. Herlegem - stort - De Prettige Wildernis (Gunter Stoops)
In het kader van de parkaanleg ‘De Prettige Wildernis’ op de Sint-Baafskouter in Sint-Amandsberg voerde de Dienst Stadsarcheologie van de Stad Gent sinds het voorjaar van 2006 begeleidend archeologisch onderzoek uit (foto). Dit gebeurt in samenspraak met de Groendienst van de Stad Gent, de ontwerpers J.F. Van den Abeele en E. Huigens van ‘Fris in het Landschap’ en het aannemersbedrijf N.V. Wannyn. De aanleiding voor deze archeologische interventie was enerzijds de plaatsnaam Herlegem, anderzijds de idee om een grachtstructuur die op 16de- en 17de-eeuws kaartmateriaal zichtbaar is, op te nemen in de nieuwe parkaanleg en als gracht terug zichtbaar te maken. De naam Herlegem, mogelijk een Merovingisch toponiem, wordt in 966 vermeld als bezitting van de Sint-Baafsabdij. Een grachtsite, te zien op historische kaarten, kan worden geïdentificeerd met het Oude Herlegem of Heerlegem, terwijl Nieuw Herlegem zich vanaf de late middeleeuwen iets meer zuidwestelijk kon ontplooien en nog in de bebouwing langsheen de Herlegemstraat zichtbaar is. De meer dan 10 m brede grachtstructuur werd teruggevonden.
3. Het eeuwenoude tweewaterpeilenregime te Gent (Luc Devriese)
De aanstaande bouw van een sluis aan de Oude Beestenmarkt brengt een fenomeen in de actualiteit dat van fundamenteel belang was door de Gentse geschiedenis heen en nog steeds is: de menselijke bemoeienis met de waterpeilen van Leie en Schelde. In de tijd dat de stad zich krachtig en stormachtig begon te ontwikkelen werden er twee zware ingrepen uitgevoerd in dit verband. De ene ingreep bestond in de bouw van twee hoofdstuwen, één op de Schelde (de Braamgaten) en één op de Leie (bekend als Stichelerenspei, Rode Torenspei of later ook nog Tussen ’t Pas). Hierdoor werd de onbelemmerde vaart doorheen de stad afgesneden. Een tweede ingreep was het graven van de Ketelvaart.
Deze resulteerde niet enkel in een betere stadsverdediging maar ook in een kortere verbinding van het bekken van de Opperschelde met dat van de Leie. Vanaf toen beheersten twee waterregimes de hele stad. In veruit de grootste zone hadden alle waterlopen en grachten het Opperschelde - Leiepeil. Een veel kleiner gebied werd beheerst door het Neerscheldepeil. Dit hele systeem bleef enkele eeuwen quasi onveranderd functioneren tot aan de aanleg van het Visserijkanaal met de Visserijsluis in de jaren 1750. Doorvaart zonder overslag werd mogelijk. Scheepvaart en havenwerkzaamheden veranderden grondig, maar het tweewaterpeilenregime bleef bestaan. Het was tekenend voor de komende tijd dat niet de stad maar de centrale overheid hiertoe het initiatief nam. In ultrakort bestek zal een overzicht gegeven worden van het ontstaan en de verdere evolutie van het Gentse tweewaterpeilenregime.
4. Erfgoedstudie over Afsnee (Nele Vanholme)
Tot een honderdtal jaar terug bestond Afsnee hoofdzakelijk uit een dorpskern, akkerland, weiland en enkele verspreide concentraties van kleine landbouwbedrijfjes. Ondanks de inhaalbeweging in de 20ste eeuw, waarbij in sommige zones de bewoningsdichtheid sterk steeg, bleef de deelgemeente zijn open, landelijk karakter min of meer behouden. Aangezien Afsnee dicht bij het centrum van Gent ligt, is dit bijna uniek te noemen. Dat oude cultuurlandschap maakt deel uit van het erfgoed van Afsnee. Het is dan ook de moeite waard om dit waardevolle Leielandschap even van dichterbij te bekijken. De nadruk wordt hierbij gelegd op de relatie tussen de kouter, de meersen en de boerderijen.
Praktisch: Kruiwagen VIII, op maandag 20 november om 20 uur, in de Panoramische Zaal Middenstandshuis, Lange Kruisstraat 7, Gent (Bij Sint-Baafsplein en Sint-Baafskathedraal). Toegang gratis. Organisatie: Stad Gent, Dienst Stadsarcheologie en V.Z.W. Gentse Vereniging voor Stadsarcheologie
door Tijl | Lezingen | Reacties (0)
15 november 2006
Stad Antwerpen zoekt archeologisch tekenaar
In het kader van de duurzame ontwikkeling van het bouwblok Falconplein-Zeemanshuis zal archeologisch vooronderzoek worden uitgevoerd in het projectgebied. Dit bevindt zich in de historische kern van Antwerpen waardoor de kans op het aantreffen van archeologische resten groot is. Voor de verwerking van de vondsten zoeken de stad en het autonoom gemeentebedrijf AG Vespa nog een archeologisch tekenaar voor een opdracht van zes maanden.
Project
Het archeologisch onderzoek wordt in de eerste plaats toegespitst op het te verwachten Falconklooster, in oorsprong 15de-eeuws. Het project kan in drie fases worden opgedeeld: voorbereiding, terreinwerk en uitwerking. In eerste instantie zal een proefsleuvenonderzoek worden uitgevoerd. Op basis van die resultaten zal dan in bepaalde delen van het terrein een meer uitgebreide opgraving plaats vinden. De archeologische sporen en/of resten worden hierbij onderzocht, bestudeerd en gedocumenteerd. Tijdens de uitwerkingsfase worden de onderzoeksresultaten verwerkt en worden de gegevens ondergebracht in een opgravingsarchief. De opgravingsresultaten dienen te worden geanalyseerd en geïnterpreteerd om zo tot een synthese en een basisrapportage te komen.
Voor het uitvoeren van het archeologisch onderzoek zal een projectteam in dienst worden genomen bestaande uit 1 archeoloog (9 maanden), 1 tekenaar (6 maanden) en 2 arbeiders (6 maanden). Hiervoor is de afdeling archeologie van de Stad Antwerpen en het autonoom gemeentebedrijf AG Vespa nog op zoek naar een archeologisch tekenaar.
Profiel
- je moet houder zijn van een diploma secundair onderwijs. Relevante tekenervaring is uiteraard een pluspunt.
- je hebt kennis van tekentechnieken en kan omgaan met grafische hulpmiddelen
- je werkt zeer nauwkeurig met respect voor deadlines
- je hebt interesse in archeologie
- je kan zelfstandig werken
De aanwerving gebeurt op voltijdse basis. De totale duurtijd van het project bedraagt 6 maanden (ononderbroken). Het contract zal ingaan op maandag 11 december 2006. Alle in aanmerking komende kandidaten zullen uitgenodigd worden voor een interview op maandag 4 december 2006. Hierbij mag u een portfolio meebrengen. Indien deze functie je aanspreekt, stuur dan vóór 29 november 2006 je sollicitatiebrief, curriculum vitae en een kopie van je diploma naar: Stad Antwerpen afdeling archeologie, Kloosterstraat 15, 2000 Antwerpen.
Info: Voor meer informatie over het project kan je terecht bij Tim Bellens of Anne Schryvers van de afdeling archeologie van de Stad Antwerpen (03/232 92 08 of per mail op archeologie@stad.antwerpen.be).
door Bart | Vacatures | Reacties (0)
'Location Based Systems' in toerisme en cultureel erfgoed
Op dinsdag 21 november vindt in Brussel een internationale workshop plaats over de 'Integratie van Location Based Systems in toerisme en cultureel erfgoed'. Deze workshop laat elf vooraanstaande sprekers aan het woord, die de meest recente trends tonen in het gebruik van Location Based Systems, maar ook concrete aspecten van gebruik, implementatie, integratie en educatie naar voor brengen.
Deze workshop wordt georganiseerd door EPOCH, hét Europees netwerk voor gebruik van technologie in erfgoed en toerisme, in samenwerking met het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed (VIOE) en Westtoer.
Het volledige programma van de workshop, die plaatsvindt in het Boudewijngebouw in Brussel, kan je hier downloaden; de abstracts van de presentaties vind je hier (pdf).
Praktisch: deelname aan deze workshop is kosteloos, maar om praktische redenen dien je te registreren via dit inschrijvingsformulier (tot 16 november!)
door Tijl | Congressen | Reacties (0)
ADAK graaft volledig ijzertijderf op in Vosselaar
Tijdens de maanden augustus en september voerde de Archeologische Dienst Antwerpse Kempen (ADAK) noodonderzoek uit op de verkaveling Lindenhoeve in Vosselaar. Hierbij kwam een volledige plattegrond van een boerderij uit de Midden-IJzertijd aan het licht. ADAK nodigt vandaag woensdag ook alle geinteresseerden uit voor de 'opensleufdag' in Beerse, waar momenteel een andere opgraving aan de gang is.
Aanleiding voor het onderzoek, dat gebeurde in samenwerking met de Intercommunale
Ontwikkelingsmaatschappij voor de Kempen (IOK), was de aanwezigheid van sporen en resten uit de IJzertijd, die tijdens een voorafgaand proefsleuvenonderzoek waren vastgesteld. Deze werden bedreigd door de geplande bouwwerkzaamheden die het gevolg zijn van de verkaveling van het gebied tussen de Stoktsebaan, de Steenovenstraat en het Hofeinde te Vosselaar.
Om de sporen te vrijwaren voor vernieling werd een vlakdekkende opgraving uitgevoerd, waarbij zeven werkputten aangelegd werden met een totale oppervlakte van ongeveer 5000m². Hierbij kwam een volledige plattegrond van een boerderij aan het licht, vergezeld door zeven kleinere bijgebouwtjes en vier waterputten. Vermoedelijk gaat het hier grotendeels om één bewoningsfase uit de Midden-IJzertijd (500-250v.Chr.). In de sporen werden voornamelijk scherven gevonden van lokaal gemaakt handgevormd aardewerk. Meest in het oog springend was de vondst van een nagenoeg volledig potje in een kuiltje bovenin een opgevulde waterput.
Het is één van de weinige keren dat een woonerf uit de Midden-IJzertijd in een dergelijke zuivere vorm kan worden onderzocht, waardoor deze opgraving een goede aanvulling vormt bij de huidige kennis en beter inzicht geeft in de bewoning tijdens deze periode in de Kempen. De opgravingen in Vosselaar zijn ondertussen volledig afgerond.
Momenteel graaft ADAK op aan de Mezenstraat in Beerse. Eind 2004 werden hier bij de aanleg van de wegkoffer in een verkaveling de resten van een grafheuvel uit de Late Bronstijd-Vroege IJzertijd (1100-500 v. Chr) vastgesteld. Verdere opgravingen op de aanpalende percelen hebben nu uitgewezen dat er ook intensieve bewoning in de Vroege en Volle Middeleeuwen (8ste-13e eeuw) is geweest op deze locatie. Op woensdag 15 november tussen 13u en 16u worden de opgravingen opengesteld voor het publiek. Gelieve eerst even contact op te nemen met archeoloog Stephan Delaruelle (0473/50.42.88).
Bron en foto's: ADAK
door Bart | Opgravingen | Reacties (0)
14 november 2006
Muntschatten gevonden in Cuijk (Nederlands-Brabant)
Bij een grootschalig archeologisch onderzoek op het terrein De Nielt in het Noord-Brabantse Cuijk zijn de voorbije maanden twee muntschatten aan het licht gekomen. De eerste betreft een buideltje van zes Vlaamse braspenningen van de Bourgondische hertog Jan Zonder Vrees (1404-1419). De tweede schatvondst bevindt zich in een slanke aardewerken beker uit de derde eeuw: uit röntgenfoto's blijkt dat er wellicht een 250-tal Romeinse munten in begraven liggen.
Het onderzoek op Cuijk De Nielt loopt zo stilaan ten einde. Tijdens het voorbije Reuvensdagen-congres in Eindhoven werd er dan ook van de gelegenheid gebruik gemaakt om een paar van de meer spectaculaire vondsten in het daglicht te stellen. Willem-Simon van de Graaf van het archeologische bedrijf Becker & Van de Graaf presenteerde er twee schatvondsten die uit de 15.000 sporen tevoorschijn sprongen: "De meest gehoorde vraag die archeologen toegeworpen krijgen is ongetwijfeld: 'Heb je al een pot met goud gevonden?' Bijzonder frusterend als je daar dan eindelijk eens positief op kunt antwoorden, maar het moet laten om geen ongewenst bezoek op de site uit te nodigen."
De archeologische opgraving te Cuijk beslaat een areaal van ca. 10 hectares, die bijna vlakdekkend wordt opgegraven (foto links: het blauwe en rode punt duiden respectievelijk de Middeleeuwse en Romeinse schatvondst aan). Er werden ondertussen niet minder dan 15.000 sporen gedocumenteerd, daterend van het Neolithicum tot en met de Middeleeuwen, met een nadruk op de periode van de late IIzertijd - Romeinse tijd. De hogere ligging van deze duinenrug ten opzichte van de omliggende landerijen maakte het immers tot een ideale locatie. De bewoningssporen houden ook abrupt op op de dalende rand van de nederzetting.
De vondst van de zes Vlaamse braspenningen van hertog Jan Zonder Vrees (foto rechts) kon vooralsnog niet gekoppeld worden aan een specifieke bewoningsfase op het terrein. Na de vroege Middeleeuwen is het gebied voornamelijk in gebruik geweest als landbouwareaal. Waarschijnlijk gaat het hier dan ook om een buidel verloren munten. Door de onmiddellijke aanraking met het metaal is het lederen buideltje deels bewaard gebleven, ondanks de zuurtegraad van de bodem.
De meest opvallende vondst op de opgraving is echter een muntschat uit de derde eeuw na Christus. De beker die de munten bevatte werd reeds in juli geborgen, maar men verwachtte er een crematie in aan te treffen. Zo duurde het nog enkele maanden alvorens het deksel verwijderd werd en er een aanvang genomen werd met het voorzichtig uitlepelen van de inhoud. Willem-Simon van de Graaf: "Toen onze veldtechnicus Frank, die met de taak belast was, met een stralende glimlach kwam afgelopen wisten we hoe laat het was. Ongeveer op een hoogte van tweederde van de beker kwam er een kluitje zilveren gecorrodeerde munten te voorschijn." De werkzaamheden werden daarop gestaakt en de vondst werd overgebracht naar restauratie-atelier Restaura in Haelen.
De aardewerken container die de munten bevat betreft een lange slanke beker van glad gepolijst, grijs gesmookt aardewerk, voorzien van een geïmproviseerd deksel dat bestond uit de onderste helft van een kruik uit oranjebakkende klei. Het gaat hier mogelijk om aardewerk dat in de Holdeurn bij Nijmegen of in Tongeren werd vervaardigd. De datering van de potten is eind 2e - begin 3e eeuw na Christus.
Van de inhoud van de beker zijn er in het restauratieatelier röntgenfoto's gemaakt. Daarop is te zien dat er zich in de beker 3 klompen met munten bevinden van telkens een kleine hondertal munten. Bovendien blijkt dat er bij de tweede bundel munten ook een slanke armband en een vingerring zitten. Op deze foto's zijn ook vage sporen herkenbaar van de organische containers waarin de munten zich bevonden toen ze in de pot gedeponeerd werden. Verder onderzoek zal moeten uitwijzen of er nog restanten van de wellicht lederen buidels bewaard gebleven zijn.
Op basis van de zwartkleuring op de röntgenfoto's rijst het vermoeden dat het alle voorwerpen van zilver zijn, al is de aanwezigheid van brons of goud niet uitgesloten. Op het ogenblik van de Reuvensdagen was er nog maar één losse munt gerestaureerd en gedetermineerd (foto rechts): een denarius van keizer Marcus Aurelius Antoninus, beter bekend als Elagabalus (218-222 na Christus) of Heliogabalus. Of Varius. Of natuurlijk Antoninus. Een persoon waar een aura van mystiek rond hangt.
Elagabalus kwam reeds als 14-jarige knaap op de troon terecht, die hij maar voor vier jaar zou kunnen vasthouden. De beeltenis op de voorzijde van de munt vertoont inderdaad bijzonder jonge gelaatstrekken. De munt is in uitzonderlijk goede staat bewaard; het lijkt erop dat hij weinig in omloop is geweest alvorens hij voor vele eeuwen in de zandbodem van het Maasgebied begraven werd. Op de voorzijde staat verder rond het hoofd van de keizer te lezen IMP ANTONINUS PIUS AUG ('Imperator Antoninus 'De Vrome' keizer'); op de keerzijde staat INVICTUS SACERDOS AUG ('De onoverwinnelijke priester van de keizer'). Hier is de keizer te zien terwijl hij een offer uitbrengt boven een driebenig altaartje. In zijn handen houdt hij een patera (een schaaltje gebruikt bij libatie-offers) en een cyprestak. Op de achtergrond is er nog een ster te herkennen; achter het altaartje rust een liggende stier. Deze beeltenis verwijst naar de cultus van Elagabalus, een godsdienst die de jonge keizer uit het Oosten introduceerde.
De bijzonderheid van de vondst ligt echter niet in het aantal munten of het gewicht in edelmetaal, maar in de mogelijkheid die deze opgraving biedt om de volledige context rond de vondst wetenschappelijk te onderzoeken. Eén belangrijke aanwijzing werd reeds aangetroffen, toen bij het uitnemen van het spoor de restanten van een blikseminslag gevolgd konden worden (foto links). De bliksem is op deze exacte locatie diep in de grond ingeslagen en heeft door de extreme hitte het zand doen smelten tot een hol buisje van glas, met daaromheen halfgesmolten zandkorrels in grillige patronen. Toeval of niet? Was deze plaats herkenbaar door de herinnering van een blikseminslag? Is de schat begraven als offer aan de god Jupiter, die de bliksem deed inslaan op deze plek? Gaat het om de spaarcenten van één individu of om een offergave van een ganse gemeenschap? Moest men op de vlucht voor invallende Germaanse stammen?
De schatvondst wordt nu voorzichtig verder vrijgelegd en geconserveerd. Hopelijk biedt dit verdere onderzoek enkele antwoorden op deze vragen.
Bron en foto's: Becker & Van de Graaf en Restaura
door Johan | Opgravingen | Reacties (0)
Opgravingen op de Gentse Korenmarkt
Gisteren is de Dienst Stadsarcheologie van de Stad Gent gestart met een nieuw archeologisch onderzoek op de Korenmarkt, in het kader van de volledige herinrichting van dit plein. Om praktische redenen wordt deze opgraving in verschillende zones en fases uitgevoerd. In een eerste zone, ter hoogte van het tramhuisje van De Lijn, hopen de archeologen de funderingen/restanten van het vroegere fruitverkopershuis in het oudere Coolsteen aan te snijden.
Het archeologische onderzoek gaat van start met een onderzoeksvlak ten zuiden van het gebouw van De Lijn. Zoals op oude kadasterplannen af te lezen is, stak de vroegere rooilijn een heel stuk verder uit op de Korenmarkt. In deze eerste zone hopen de archeologen dan ook dit bouwblok aan te snijden, en in het bijzonder het hoekhuis.
De Gentse fruitverkopers bezaten omstreeks 1444 en tot december 1542 een neringhuis op de hoek van de Kleine Korenmarkt. Dit was het vroegere Coolsteen. Het werd na de Gentse opstand in 1539 tegen Karel V geconfisqueerd en openbaar verkocht. In die openbare verkoop was een verjuispers begrepen die voor het Fruiteniershuis op straat stond en die eveneens toebehoorde aan de nering. Ze diende om verjuis te produceren. Dit is zuur vruchtensap, meestal van onrijpe druiven of groene appelen, dat als een soort azijn bij de bereiding van sausen gebruikt werd en wordt.
De oorsprong van dit Coolsteen is tot op de dag van vandaag nog onduidelijk. Mogelijk kende dit gebouw een middeleeuwse oorsprong. Het vermoeden bestaat dan ook dat het in eerste instantie volledig van Doornikse kalksteen was opgetrokken. Dit gegeven is niet nieuw in de geschiedenis van Gent. De Dienst Stadsarcheologie poogt reeds gedurende verscheidene jaren deze middeleeuwse stenen aan de hand van een wetenschappelijke studie in kaart te brengen.
Meer info: Dienst Stadsarcheologie Gent. Dulle-Grietlaan 12 9050 Gentbrugge - 09/266 57 60 of stadsarcheologie@gent.be
door Raf | Opgravingen | Reacties (0)
In memoriam Leon De Meyer
We hebben de droeve plicht het overlijden mee te delen van professor Leon De Meyer, oud-rector van de Universiteit Gent. Als archeoloog was De Meyer een autoriteit op het vlak van het spijkerschrift en de cultuur van Mesopotamië. Na de invasie in Irak in 2003 pleitte hij voor de bescherming van de archeologische schatten in het land. De Meyer was ook secretaris-generaal van de nationale Unesco-commissie.
Leon Baron De Meyer werd geboren in Zelzate in 1928 en was emeritus gewoon hoogleraar in de faculteit Letteren en Wijsbegeerte. Hij was rector van de UGent van 1985 tot 1993.
Als wetenschapper was Leon De Meyer een uitstekende kenner van het spijkerschrift en de cultuur van Mesopotamië. Sinds 1979, deed hij archeologisch onderzoek in Irak. Hij was de expeditieleider die in Sippar-Amnanum, het huidige Tell Ed-Dêr (Irak), zowat 2.500 spijkerschrifttabletten heeft ontdekt. Door zijn onderzoek is hij er in geslaagd om de juiste tijdsbalk samen te stellen van het Babylonische rijk. Door zijn puzzelwerk werd in 1998 ontdekt dat de val van Babylon dateert uit 1499 voor Christus, door een plundering vanwege de Hettieten.
De Meyer was ook Vlaams secretaris-generaal van de nationale Unesco-commissie. Daarnaast was hij voorzitter van de Belgisch-Iraakse vriendschapsvereniging. Hij spande zich de laatste jaren bijzonder hard in voor vrede en behoud van archeologische sites in Irak.
De Meyer is op 4 november overleden. Hij werd 77 jaar oud. De familie wilde hem in intieme kring begraven en maakte het nieuws daarom pas nu bekend. De Gentse universiteit plant wel nog een herdenkingsplechtigheid op 20 november. Oud-minister Luc Van den Bossche, huidig UGent-rector Paul Van Cauwenberge en Roger Dillemans zullen dan terugblikken op de carrière van De Meyer.
door Tijl | Varia | Reacties (0)
VLIZ reikt mariene wetenschapsprijzen uit
Op het nippertje maken we de liefhebbers van marien erfgoed nog attent op twee wetenschapsprijzen die jaarlijks worden uitgereikt door het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ): de VLIZ Aanmoedigingsprijs Mariene Wetenschappen en de VLIZ North Sea Award. Om nog in aanmerking te komen voor deze prijzen, moet je wel snel zijn: kandidaten moeten hun dossier vóór 15 november (morgen) indienen.
VLIZ Aanmoedigingsprijs Mariene Wetenschappen
Jaarlijks kent het VLIZ twee prijzen toe ter bekroning van afstudeerwerken (universitair tweede cyclus of HOBU lange type). Zowel fundamentele als toegepaste onderzoeksonderwerpen in alle takken van de mariene wetenschappen komen in aanmerking. De prijzen bedragen elk 500 euro en zijn voorbehouden aan jonge onderzoekers die ten hoogste twee jaar afgestudeerd zijn aan een Vlaamse universiteit of hogeschool.
VLIZ North Sea Award
Wordt toegekend aan een onderzoeker (of onderzoeksteam) actief en verblijvend in een land grenzend aan de Noordzee. De prijs bedraagt 1000 euro en heeft tot doel een wetenschappelijk werk te erkennen en te bekronen dat bijdraagt tot innoverend fundamenteel en toegepast onderzoek m.b.t. structuur, werking en duurzaam beheer van het Noordzee-ecosysteem, met bijzondere aandacht voor de ondiepe kustgebieden en estuaria van de Zuidelijke Bocht en het Kanaal. De bijdragen zijn van postuniversitair of postdoctoraal niveau.]
Meer info: VLIZ wetenschapsprijzen
door Tijl | Varia | Reacties (0)
13 november 2006
Archaeologia Mediaevalis viert dertigste verjaardag in Brussel
Het jaarlijkse congres 'Archaeologia Mediaevalis' viert in 2007 zijn dertigste verjaardag. Het colloquium zal voor deze gelegenheid maar liefst drie dagen duren: het vindt plaats van 15 tot en met 17 maart in de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis in Brussel. Archaeologia Mediaevalis spitst zich toe op de archeologie van de middeleeuwen en de moderne tijden in België en aangrenzende gebieden.
Wens je een korte lezing te geven of een poster te brengen over je werkzaamheden in 2006, dan kun je dit voorstellen door dit formulier ingevuld terug te sturen. Gezien het aantal bijdragen elk jaar gestaag groeit, zullen de organisatoren bevestigen indien je voordracht en/of poster aanvaard werd.
Ook de kroniek 'Archaeologia Mediaevalis 2007 en de bijhorende bibliografie worden momenteel samengesteld. De samenstellers vragen teksten over onderzoek, studies of algemene vragen over archeologie en/of bouwarcheologie, en presentatielijsten vóór 16 januari 2006 op te sturen. Meer info vind je hier (pdf).
In het voorjaar 2007 volgt de uitnodiging tot inschrijving voor het bijwonen van het colloquium met gedetailleerd programma.
Meer info: Ann Degraeve (Ministerie Brussels Hoofdstedelijk Gewest - Directie Monumenten en Landschappen)
door Tijl | Congressen | Reacties (0)
12 november 2006
Archeologen aan het werk in de Leuvense binnenstad
Tot eind november voert het bedrijf Ruben Willaert bvba - Afdeling Archeologie opgravingen uit op het A. Smetsplein in het centrum van Leuven. Het archeologisch onderzoek gebeurt voorafgaandelijk aan een gepland nieuwbouwproject, waarvoor ook het oude stedelijke zwembad zal worden afgebroken. Op dit terrein hopen de archeologen resten aan te treffen van een 17de-eeuws college van de Leuvense universiteit en een infanteriekazerne die in 1810 werd opgericht.
De opgraving op het A. Smetsplein komt er nadat het Agentschap R-O Vlaanderen Onroerend Erfgoed enkele proefsleuven getrokken had om het terrein te evalueren. Het onderzoek, dat volledig gefinancierd wordt door de bouwheer Implant NV, gebeurt onder leiding van archeologen Janiek De Gryse en Janina Ooms. De bouwheer staat ook in voor de financiering van de basisverwerking; dit rapport zal afgerond zijn tegen midden december.
Het stedelijk zwembad van Leuven werd in 1958 gebouwd door Maxime Brunfaut, één van de meest invloedrijke 20ste-eeuwse architecten. De bouw van het zwembad, binnen de stadsring van Leuven, paste binnen de sanering en de wederopbouw van het gehavende stadscentrum na de Tweede Wereldoorlog. Het appartementsgebouw (Fabiolabuilding) aan de Tiensestraat, werd eveneens ontworpen door architect Brunfaut. Deze betonconstructie dateert van 1959. Het zwembad zal in de nabije toekomst gesloopt worden om plaats te maken voor het nieuwbouwproject.
Voor de bouw van het zwembad stond op het terrein tussen het Pauscollege en de Tiensestraat de Gemeentelijke Jongensschool n°1, bestaande uit gebouwen van het de Bay college en het Van den Winckelecollege. Het de Bay college (afbeelding links) werd gesticht in 1612 door Jacques de Bay, professor in de theologie. Dit college lag tussen het Pauscollege en de Tiensestraat, naast het Van den Winckelecollege, dat in 1549 gesticht werd. In het college de Bay bereidden theologiestudenten zich voor op het priesterschap. Na de opheffing van de universiteit in 1797, onder Franse heerschappij, werden de linkervleugel en het centrale deel van het de Bay college afgebroken. Alleen de toegangspoort, een gedeelte van de voorgevel en de rechtervleugel van het college bleven bewaard.
In de overblijvende gebouwen werd vanaf 1810 een infanteriekazerne (afbeelding rechts) ingericht voor het 10de linieregiment. De doorgang naar het A. Smetsplein, naast de Fabiolabuilding, was de vroegere ingang van de kazerne. Vanaf 1873 kregen de rechtervleugel van het college de Bay en het Van Winckele college een nieuwe bestemming: de gebouwen werden ingericht als gemeenteschool n°1. Deze gebouwen, die tijdens de Tweede Wereldoorlog zwaar beschadigd waren, werden gesloopt in 1958 voor de bouw van het stedelijke zwembad.
In 1988 kwamen enkele muren van het de Bay college en de kazerne aan het licht bij het archeologisch onderzoek dat de stadsarcheologische dienst Leuven uitvoerde naar aanleiding van de bouw van het hotel de Holiday Inn. Het huidige project gebeurt in nauwe samenwerking met het OCMW Leuven. De wetenschappelijke begeleiding is in handen van het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed (VIOE) en het Agentschap R-O Vlaanderen Onroerend Erfgoed van de Vlaamse Overheid.
Binnenkort mag je op ArcheoNet de eerste resultaten van dit archeologisch onderzoek verwachten.
door Tijl | Opgravingen | Reacties (0)
Studiedag CULTURED op 28 november
De Vlaamse administratie Onroerend Erfgoed treedt van 27 tot 30 november op als gastheer voor een bijeenkomst van de Ierse, Welshe en Nederlandse partners in het project 'CULTURED'. Dit project onderzoekt hoe herwaardering van erfgoed de ontwikkeling van een regio kan stimuleren. In het kader van deze bijeenkomst wordt op dinsdag 28 november een studiedag ingericht, waarop alle geïnteresseerden welkom zijn.
CULTURED staat voor ‘CULTUral heritage and REgional Development’. Het project loopt van 2005 tot 2007 en heeft als doel om na te gaan in welke mate herwaardering van (gebouwd) cultureel erfgoed de ontwikkeling van een regio kan stimuleren. Het project onderzoekt verder welke mechanismen kunnen bijdragen tot de herwaardering van het erfgoed en hoe die kunnen worden geoptimaliseerd. Dit alles wordt onderzocht aan de hand van een (theoretisch) voorbeeldproject.
De voornaamste doelstelling van CULTURED is om nieuwe methodes te zoeken om gebouwd onroerend erfgoed te herwaarderen en daarnaast om te onderzoeken hoe herwaarderingsprojecten zelfbedruipend gemaakt kunnen worden. Het project focust op gebouwd onroerend erfgoed in het buitengebied, omdat een herwaarderingsproject daar een grote stimulans kan zijn voor regionale ontwikkeling.
Uitgaande van workshops, seminaries, case-studies en demonstratieprojecten worden in de loop van het project 'best practice guidelines' opgesteld. Belangrijk daarbij is ook de aandacht die gaat naar de wisselwerking tussen onroerend erfgoed en andere sectoren: ruimtelijke ordening, cultuur, leefmilieu, natuur, economie, toerisme… Als projectthema voor Vlaanderen werd gekozen voor kastelen en abdijen, ofwel 'grote complexen in het buitengebied' – concreet toe te passen op de case Herkenrode in samenwerking met Erfgoed Vlaanderen.
In de loop van de studiedag in Brussel op 28 november zullen de verschillende partners kort hun project en hun visie op het thema toelichten, maar zullen ook andere thema's aangesneden worden (PPS, onroerend erfgoed en communicatie...). De voertaal van de workshops is in principe het Engels.
Praktisch: de studiedag vindt plaats in het Ferrarisgebouw (Koning Albert II Laan 20, 1000 Brussels). Het programma vind je op onroerenderfgoed.be. Inschrijven kan tot 20 november bij Kathleen Machtelinckx. Deelname aan het seminarie is kosteloos.
Foto: transfocentrale in Zwegevem (Karl Dujardin - Erf-goed.be)
door Bart | Congressen | Reacties (0)
Dienstmededeling
Op expliciet verzoek van verschillende bezoekers van onze website zullen we voortaan geen reacties meer publiceren die onder een pseudoniem worden gepost. In het belang van de Vlaamse archeologie zijn wij ervan overtuigd dat discussies met open vizier gevoerd moeten kunnen worden. Met deze maatregel hopen wij dat ArcheoNet een forum kan blijven waarop iedereen op een constructieve manier zijn mening over archeologie en erfgoed in Vlaanderen kwijt kan.
door Tijl | Varia | Reacties (0)
10 november 2006
Onderzoek naar Sionklooster te Kortrijk
Sinds oktober 2006 is een team van zes archeologen, een fysisch antropologe en een kraanman bezig met een archeologisch onderzoek in het centrum van Kortrijk. Het onderzoek gaat vooraf aan de bouw van een gemengd woon- en winkelcomplex dat projectontwikkelaar Sint-Janspoort nv, een onderdeel van Foruminvest nv, op deze plek zal beginnen bouwen in het voorjaar van 2007. Op zaterdag 18 november is de site toegankelijk voor het grote publiek.
Aangezien bij deze nieuwbouw langsheen de Sionstraat, de Wijngaardstraat en de Koeiekop een aanzienlijk deel van het Kortrijkse ondergrondse patrimonium verloren zal gaan, hebben de archeologen tot midden februari de tijd om op zoek te gaan naar het verborgen verleden van dit deeltje van de stad. Sint-Janspoort nv staat volledig in voor de financiering van de opgravingen, die uitgevoerd worden door een onderzoeksteam in dienst van Monument Vandekerckhove. Het geheel wordt verder wetenschappelijk begeleid door het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed en het Agentschap R-O Vlaanderen afdeling Onroerend Erfgoed van de Vlaamse Overheid.
Uit de archeologische terreinverkenning die eerder deze zomer werd uitgevoerd, is gebleken dat delen van het projectterrein een hoge archeologische waarde hebben. Na onderzoek van negen proefsleuven, strategisch uitgezet over de gehele zone, werden drie deelzones geselecteerd waar een volledige archeologische opgraving noodzakelijk was.
Het onderzoek op de Koeiekop is ondertussen afgerond. Hier vonden de archeologen heel wat sporen terug van vroegere ambachtelijke lederbewerking. Ten westen van de Sionstraat werden goedbewaarde resten van het Sionklooster (1432-1834) en de bijhorende begraafplaats aangetroffen, terwijl ten oosten van deze straat, op de speelplaats van de school Onze-Lieve-Vrouw van Bijstand, gave resten van de laat-middeleeuwse stadsmuur (1353-1454) bewaard zijn. Het zijn deze terreinen die in de komende maanden het onderwerp worden van uitgebreid archeologisch onderzoek. De opgravingen van het Sionklooster zullen de funderingen van de kloosterkerk, de pandgang en de bijgebouwen aan het licht brengen en de onderzoekers in staat stellen een plattegrond van het gebouw op te stellen. Gespecialiseerd onderzoek van de menselijke resten die begraven liggen binnen het klooster zal meer gegevens opleveren betreffende de samenstelling, het ziektebeeld en de eetgewoonten van de bewoners van het Sionklooster. In de zone rond de stadsmuur hoopt men, aansluitend op deze muur, restanten van de Predikherentoren terug te vinden.
Op zaterdag 18 november 2006 zal het onderzoeksteam een eerste maal de voorlopige resultaten van de archeologische opgravingen bekendmaken aan een breder publiek. Tussen 10h00 en 12h00 zijn alle geïnteresseerden welkom om een geïllustreerde voordracht over het onderzoek mee te maken en/of deel te nemen aan een rondleiding op de site van het Sionklooster en de stadsmuur. Om 10h00, 10h45 en 11h30 zal er een lezing plaatsvinden in zaal Ten Bosse in de Wijngaardstraat, waarna de deelnemers onder leiding van de archeologen de site kunnen bezoeken. Deze rondleidingen zullen plaatsvinden om 10h30, 11h15 en 12h00. Nadien zal er een kopje koffie worden aange
