HomeKalenderForumContactLinks

« november 2006 | januari 2007 »

29 december 2006

Nieuwe beschermingsprocedure opgestart voor Dumontwijk in De Panne

De%20Panne.jpgTegelijk heropent minister Van Mechelen het dossier-Dumontwijk in De Panne. De wijk werd in 1995 definitief beschermd als stadsgezicht, maar het beschermingsbesluit werd nog in datzelfde jaar door de Raad van State vernietigd, omwille van een procedurefout. Aangezien er geen inhoudelijke problemen waren met de bescherming als dusdanig, besliste de minister onlangs om de bescherming te vernieuwen.

Dat kan alleen door het opstarten van een nieuwe beschermingsprocedure. Op 18 december ondertekende de minister daarom het beschermingsbesluit, waarmee de Dumontwijk voorlopig is beschermd als stadsgezicht. Hiermee start de formele beschermingsprocedure, die met inbegrip van allerlei adviezen en openbare onderzoeken ongeveer een jaar in beslag neemt. Nadien wordt de beslissing genomen tot al dan niet definitief beschermen.

De Dumontwijk is één van de oudste verkavelingen aan de Belgische kust. De badplaats De Panne werd in 1892 gesticht door Pedro Bortier, directeur van de Veurnse Nationale Bank. De Zeelaan vormde de ruggengraat voor de urbanistische uitbouw van de badplaats, gerealiseerd tussen 1892 en 1913 onder leiding van de Brusselse architect André Dumont, bijgestaan door de architecten Georges Hobé en Jozef Viérin.

In 1902-1904 tekende architect Alexis Dumont (zoon van André) het verkavelingsplan van de huidige Dumontwijk. Het plan eerbiedigt het duinenreliëf tussen de Duinkerke- en de Zeelaan, met bebouwing van losstaande duinhuizen of cottages. Aaneengesloten bebouwing werd enkel toegestaan langs de Zeedijk, de Duinkerke-, Nieuwpoort-, Bonzel- en Zeelaan, en de straten die Dijk met deze lanen verbinden. De 5 reeds bestaande cottages op de hoge duintoppen (waarvan er 4 bewaard zijn gebleven: de villa's Beau-Séjour, Kykhill en Les Airelles, en de koppelvilla D'Hoge Dune-Florian) werden in het plan geïntegreerd. De Zeedijk werd aangelegd als hoofdboulevard, met enkele zeedijkhuizen, hotels en een houten casino, het centrum van het mondaine strandleven. Tussen 1903 en 1908 werden 68 villa's of duinhuizen gebouwd, 11 hotels en herbergen, 15 winkels, 6 werkplaatsen en garages. In 1906 werd de oudste verkaveling westwaarts uitgebreid op de Calmeyngronden. In 1926 werd de Onze-Lieve-Vrouwparochie opgericht; in 1929 volgde de bouw van de pastorie in 1930-32 de neoromaanse kerk.

De afbakening van het beschermde stadsgezicht is grotendeels gebaseerd op het oudste aanlegplan van 1902-1904, aangezien het stedenbouwkundig concept en de architecturale invulling, zoals bedoeld door de ontwerpers, tot op vandaag vrij gaaf bewaard is gebleven. De Dumontwijk is daarmee één van de zeldzame gebieden aan de Vlaamse kust waar het karakter en de intrinsieke erfgoedkwaliteiten van de oudste bebouwing zijn gerespecteerd. Het gebied wordt afgeboord door de Zeelaan (met inbegrip van de bebouwing aan de westzijde), de Duinkerkelaan, de Zeedijk (inclusief de Witte Berg, met het waardevolle omlopend zeedijkhuizencomplex op de hoek met de Geitenberg), de Witteberglaan en de Doktersweg, waar nog enkele oudere villa's aanwezig zijn. De belangrijkste gebouwen binnen deze afbakening zijn afzonderlijk beschermd als monument.

Naar aanleiding van de nieuwe bescherming werden het vroegere beschermingsdossier en -besluit geactualiseerd en aangevuld met nieuwe informatie. De gaaf bewaarde percelering dient te worden bewaard, maar inzake bebouwing is er wel een duidelijk onderscheid gemaakt tussen waardevolle en niet-waardevolle panden. Het is de bedoeling het beschermingsvoorstel af te stemmen op het in opmaak zijnde Bijzonder Plan van Aanleg (BPA), dat moet voorzien in de ruimtelijke vertaling van de krachtlijnen van de bescherming. Het is ook mogelijk om voor het gebied een herwaarderingsplan op te maken, op basis waarvan het Vlaamse gewest onderhoudspremies kan toekennen.

Bron: www.dirkvanmechelen.be

door Bart | Erfgoed | Reacties (0)

Drie nieuwe monumenten beschermd in Vlaams-Brabant

paridaens.jpgOp 21 december ondertekende Vlaams minister Dirk Van Mechelen het beschermingsbesluit waarmee drie sites in het Leuvense definitief als monument worden beschermd. Het gaat concreet om de kasteelsite van Bets in Geetbets, het Paridaensinstituut in Leuven en de kapel van de Bleydenbergschool in Wilsele. Bovendien maakt de Vlaamse overheid geld vrij voor de restauratie van een aantal beschermde monumenten in de omgeving.

De kasteelsite van Bets

De kasteelsite van Bets is een voormalig leen van de Brabantse hertogen, dat voor het eerst wordt vermeld in 1365 als "Thof ter Elsemer", tot begin 15de eeuw eigendom was van de gelijknamige heren en sinds 1699 in het bezit van de invloedrijke Luikse familie de Ryckman. Het kasteel getuigt van een gangbaar proces, waarbij de primitieve, cirkelvormig omgrachte motte ingevolge wisselende noden en gebruikseisen geleidelijk evolueerde naar een riante kasteelsite.

geetbets.jpgDe inplanting te midden van een nog grotendeels bewaarde ringgracht verwijst naar de feodale mottestructuur, terwijl algemene configuratie en typologie - een grosso modo rechthoekig woonvolume aan zuidzijde voorafgegaan door een U-vormig neerhof - refereert aan een in 1667 in bak- en natuursteen heropgetrokken kasteel, waarvan de kern, niettegenstaande de voornamelijk eind 19de- en begin 20ste-eeuwse aanpassingen, tot op heden bleef bewaard. Het huidige pittoreske en tezelfdertijd symmetrisch-hiërarchisch geordende buitenaspect is vooral het resultaat van restauratiewerken uit 1922-1927, waarbij de 17de-eeuwse kern werd verfraaid met risalietvormige accenten in de vorm neobarokke, in- en uitzwenkende volutengevels, terwijl de donjonachtige inkompartij, het erkervormend spietorentje en een polygonaal hoektorentje refereren aan historiserende aanpassingen uit 1880.

De historische gelaagdheid manifesteert zich ook in het interieur, met zijn langgerekte hal met monumentale trappartij en aaneenschakeling van Louis XV, Luikse Louis XVI en neoclassicistisch geïnspireerde salons. De intrinsieke waarden van het kasteelcomplex worden versterkt en weerspiegeld in het omliggende park: een eerste landschappelijk park uit de jaren 1880 dat parallel met de restauratie- en verfraaiingswerken in 1922-1927 verder werd uitbouwd met neotraditionele, regelmatig-symmetrische structuren, zoals de parterretuin op de binnenkoer, het terras en de watertuin en met de landschappelijke verfraaiing van de ruimere omgeving met kleurrijke solitairen en bomengroepjes. De gaafheid en ongereptheid van de site wordt bijkomend onderstreept door het bewaarde drevenpatroon en de omkadering met historisch akker- en weideareaal.

Het Paridaensinstituut in Leuven

Het huidige Paridaensinstituut werd in 1617 onder de naam "Hollands College" gesticht als seminarie bestemd voor de opleiding en huisvesting van priesters voor het bisdom Haarlem. De bekende theoloog Cornelius Jansenius was de eerste president van deze instelling. Het Hollands college werd ondergebracht in de ruime, begin 16de-eeuwse patriciërswoning "Uten Lieminghe". Dit gebouw is nog steeds herkenbaar aan de fraaie Gobertange straatgevel met zijn rijk geprofileerde kruisvensters.

In 1757 werd het college door de bekende Leuvense architect Jacques-Antoine Hustin heringericht en uitgebreid tot de huidige vierkantstructuur met gekasseide binnenkoer.

Met zijn vroege Lodewijk XV-vormgeving, rijk gestoffeerd interieur en embryonaal bewaarde ommuurde tuin vormt het Hollands College ongetwijfeld het meest markante en gaafst bewaarde 18de-eeuwse universiteitscollege van Leuven. Uniek in deze context is niet alleen de intact bewaarde bibliotheek maar ook de uitbundig gedecoreerde rococokapel met schilderijen van Pieter-Jozef Verhaghen.

Sinds 1812 biedt het Hollands College onderdak aan het Paridaensinstituut, één van de oudste congregationele meisjesscholen in ons land. Als goed bewaarde en typisch voorbeelden van vroeg 19de-eeuwse, neoclassicistische scholenbouw werden ook de internaatsvleugel uit 1835 en de aanleunende feestzaal als monumenten weerhouden.

De ommuurde kloostertuin en speelplaats met de aangrenzende schoolvleugels werden opgenomen in een stadsgezicht als voorbeelden van een 19de-eeuwse schoolconcept en -organisatie die bovendien verwijzen naar de beginfasen van de gestage uitbreiding van dit gerenommeerde Paridaensinstituut. Hierdoor wordt tevens de ruimtelijke en de historische link gelegd met de eerder beschermde Janseniustoren, achteraan op de site.

De kapel van de Bleydenbergschool in Wilsele

In opdracht van de Dochters van Maria van het Leuvense Paridaensinstituut werd de kapel gebouwd in 1898-1900 als kloosterkapel voor het bijhuis en buitengoed op de site van het voormalige Bleydenbergkasteel. Ontwerper was de bekende Leuvense architect Pieter Langerock, die in dezelfde periode eveneens de Leuvense Sint-Pieterskerk restaureerde. De fraaie polychrome interieurbeschildering van de Leuvense decoratieschilder Oscar Algoet en haar figuratieve koorglasramen, gerealiseerd door het bekende Gentse glazeniersatelier van Joseph Casier, maken deze goed bewaarde kapel tot een hoogstaand voorbeeld van neogotische "totaalkunst".

Subsidies voor restauratie

De Vlaamse overheid maakt ook geld vrij voor de restauratie van een aantal beschermde monumenten in de wijde omgeving. Zo ontvangt het Sint-Angela-instituut in Tildonk bij Haacht ruim 37.000 euro voor de renovatie van de kleuterschool. Voor de Adbij van Park in Heverlee wordt 783.000 euro vrijgemaakt.

Bron: www.dirkvanmechelen.be

door Bart | Erfgoed | Reacties (0)

28 december 2006

Geel klimt op tot late bronstijd

Geel.jpgDe oudste sporen die bij de noodopgravingen op het voormalig voetbalterrein van S.A.V. Sint-Dimpna in Geel werden gevonden klimmen op tot de late bronstijd en vroege ijzertijd. Uit deze periode kwamen een aantal plattegronden van bijgebouwtjes, een afvalkuil en twee waterputten aan het licht. Daarnaast werden ook sporen van ondermeer een bootvormige woonstalboerderij uit de volle middeleeuwen gevonden.

Gedurende de maand augustus verrichtte het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed (VIOE) een archeologische noodopgraving op het voormalig voetbalterrein van S.A.V. Sint-Dimpna in Geel (provincie Antwerpen). Dit gebeurde voorafgaand aan de nieuwbouw van een OCMW-rustoord (rusthuis, dienstencentrum en administratief centrum) door het bouwbedrijf E. Dillen n.v. uit Olen. Het hele project werd gefinancierd door het OCMW van Geel.

Het vooronderzoek aan de Stessenstraat te Geel werd uitgevoerd door de voormalige Afdeling Monumenten en Landschappen (AML) van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, nu R-O Vlaanderen, entiteit Onroerend Erfgoed. In januari 2006 werd een aantal proefsleuven getrokken ten zuidwesten van het voormalig voetbalterrein van S.A.V. Sint-Dimpna. Aangezien deze slechts twee greppels en enkele losse scherven opleverden besloten de erfgoedconsulenten van de AML om dit terrein niet verder te laten onderzoeken. Het proefsleuvenonderzoek van de maand juni op het voetbalveld bracht echter verscheidene archeologische sporen aan het licht waar onder een waterput, een aantal paalkuilen en greppels, hetgeen kon duiden op de aanwezigheid van een nederzetting. Ook werden fragmenten van handgevormd aardewerk teruggevonden. Naar aanleiding hiervan adviseerde de AML om dit deel van het terrein zo snel mogelijk te onderwerpen aan een uitgebreid archeologisch onderzoek.

In totaal kon gedurende één maand een terrein van 80 bij 60 meter, d.i. 4800 m², onderzocht worden. Om de opgraving binnen het tijdsbestek tot een goed einde te brengen werden twee veldteams ingezet.

Het archeologisch onderzoek bracht sporen aan het licht uit de late bronstijd (1100-800 v.Chr.), de vroege ijzertijd (800-475/450 v.Chr.) en de volle middeleeuwen (10de-12de eeuw). Van een aantal gebouwen is de periode niet te achterhalen.

Sporen uit de metaaltijden

Geel.jpgUit de late bronstijd (1100-800 v.Chr.) - vroege ijzertijd (800-475/450 v.Chr.) kwamen een aantal plattegronden van bijgebouwtjes, een afvalkuil en twee waterputten aan het licht. Het is duidelijk dat hier een nederzetting gevestigd was waarvan het hoofdgebouw zich echter buiten het opgegraven areaal bevond.

De datering gebeurde aan de hand van aardewerk uit de verschillende sporen maar voornamelijk uit de twee waterputten en de afvalkuil. Deze laatste had een diepte tot 22 cm onder het vlak, was 1,70 m lang en 1,1 m breed. In het totaal werden uit deze kuil 304 fragmenten aardewerk gerecupereerd. Het betreft 31 rand-, 270 wand- en 3 bodemfragmenten. De grote hoeveelheid scherven van handgevormd aardewerk is secundair verbrand. Sommige scherven behoren tot het Harpstedt-aardewerk, typisch voor de vroege ijzertijd. Een andere karakteristiek type was een gefragmenteerd geoord tasje (zie foto) dat thuis hoort in de late bronstijd of de vroege ijzertijd.

Twee gebouwen behoren eveneens tot deze periode. Eén daarvan bestaat uit een éénschepige constructie met telkens drie palen in de lange zijden (3,6 bij 3,35 m). Het andere gebouw is een vierpalige constructie van ongeveer 3,2 bij 3,2 m.

Sporen uit de middeleeuwen

Geel.jpgTot de volle middeleeuwen (10de-12de eeuw) behoort een bootvormige gebouwplattegrond van 13,25 bij 4,7 m (zie foto). Op de plattegrond zijn twee paar nokbalkdragers in de lange zijden en telkens twee palen in de korte zijden te zien. De afstand tussen de nokbalkdragers in de lange zijden bedraagt ongeveer 4 m. De palen in de korte zijden zijn telkens op 1,5 m van elkaar geplaatst. In oorsprong was het een drieschepig gebouw waarvan de wandpalen minder diep ingegraven waren en hierdoor niet meer zichtbaar waren. Van de noordoostelijke rij bleven nog sporen van vier wandpalen bewaard. In het zuidoostelijk deel van het gebouw was er nog een ovaal spoor zichtbaar aan de oppervlakte (slechts 7 cm diep bewaard).

Eén vierpalige structuur met zijden van circa 3,25 m kon eveneens gedateerd worden in de middeleeuwen. Het is mogelijk dat nog andere gebouwen in deze periode kunnen geplaatst worden, maar wegens gebrek aan daterende artefacten zoals aardewerk kan dit niet met zekerheid worden aangetoond.

Aan de hand van het aardewerk zijn tenslotte twee waterputten te dateren in de middeleeuwen. Veel Maaslands wit aardewerk werd in één ervan aangetroffen. Mogelijk zijn buiten het opgravingsareaal nog middeleeuwse sporen aanwezig.

Overige sporen

In het westelijk deel van het terrein zijn nog sporen van zeven vier- en zespalige constructies waargenomen, vermoedelijk gaat het hier om bijgebouwtjes (spijkers/graanschuren). Deze grondsporen bevatten geen schervenmateriaal en kunnen bijgevolg niet met zekerheid toegewezen worden aan een bepaalde periode. Twee sporen van een rechthoekige constructie van circa 5,65 bij 5 m in het noordoostelijk areaal bevatten wel twee handgevormde wandscherven, maar deze scherven zijn moeilijk te dateren.

Zes grote paalsporen maken mogelijk deel uit van een hoofdgebouw. Drie palenparen vormen samen een rechthoek van 3 bij 0,8 m. Elk paar palen bevindt zich op ongeveer 0,9 m van het volgende paar.

Verspreid over het terrein tekenden zich paalsporen af die we niet kunnen toeschrijven aan een constructie. In dertien van deze losse paalsporen werd handgevormde ceramiek aangetroffen. Bij deze die geen materiaal bevatten is het onmogelijk om een exacte datering te bepalen. Tijdens het onderzoek werden ook veel recente grachten en een aantal boomvallen ingetekend. Bij het afschaven van één van deze boomvallen werden vijf handgevormde scherven en één brok kwartsiet gevonden. De andere boomvallen en de grachten werden niet nader onderzocht.

In het totaal werden 499 scherven verzameld, na het tekenen en fotograferen van de scherven zal het aardewerk uitgebreid bestudeerd en vergeleken worden. Gedurende het onderzoek werden ook monsters genomen ten behoeve van paleobotanisch onderzoek. De monsters zullen gezeefd en onderzocht worden en samen met de resultaten van de 14C-datering zullen ze een beter licht werpen op de datering van onder meer de waterputten.

Bron: Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed

door Bart | Opgravingen | Reacties (0)

27 december 2006

Erfgoed en onderwijs: in dialoog

De Universiteit Antwerpen heeft recent onderzoek gedaan naar de plaats van erfgoed(educatie) in het onderwijs en in de erfgoedsector in Vlaanderen. Tijdens de studiedag ‘Erfgoed en onderwijs: in dialoog’, die op 7 februari in Brussel wordt georganiseerd, worden de resultaten van dit onderzoek bekendgemaakt en besproken. Op die manier willen de initiatiefnemers een beeld geven van het beleid hieromtrent, de bestaande acties, activiteiten, (leer)programma’s en lessen.

Erfgoedzorg en erfgoedbeleving staan de laatste jaren meer en meer in de belangstelling. Dit uit zich onder meer in de massale belangstelling voor Open Monumentendag en Erfgoeddag. De toegenomen aandacht voor erfgoededucatie in het Vlaamse overheidsbeleid volgt deze trend. Daarnaast werken leerkrachten en erfgoedwerkers in verschillende contexten samen om erfgoedprojecten op te zetten in schoolverband. Vaak zijn het kleinschalige initiatieven, die met vallen en opstaan gerealiseerd worden. Niet altijd hebben anderen weet van interessante stappen die genomen worden.

Tijdens de studiedag op 7 februari worden de onderzoeksresultaten van de Universiteit Antwerpen en een publicatie gepresenteerd. Beide focussen op drie niveaus van erfgoededucatie: vorm (wie?), inhoud (wat?) en doel (waarom?). Aansluitend worden een aantal interessante praktijkvoorbeelden aangereikt, zowel vanuit de invalshoek van het onderwijs (kleuter-, basis, secundair onderwijs, en initiële lerarenopleiding), als vanuit de brede erfgoedsector (musea, archiefinstellingen, monumenten, landschappen, archeologische diensten, erfgoedcellen, organisaties volkscultuur, ...). Deze praktijkvoorbeelden kunnen een stimulans zijn tot de ontwikkeling van nieuwe werkinstrumenten, methodieken en/of samenwerkingsverbanden.

Programma
09.00 ontvangst
09.30u Inleiding studiedag
09.40u Keynote 1: erfgoed en onderwijs: een beschouwing
10.00u Voorstelling van de onderzoeksresultaten
11.10u Blok 1: keuzemogelijkheid uit 7 workshops
12.30u Lunch
13.40u Keynote 2: De Dood van Tsjechov / De Roovers
14.00u Blok 2: keuzemogelijkheid uit 7 workshops
15.30u Vraaggesprek/reacties op de dag
16.00u receptie

De studiedag is een intiatief van Canon Cultuurcel, de afdeling Erfgoed en het VIOE , in samenwerking met Culturele Biografie Vlaanderen, Erfgoed Vlaanderen, het Vlaams Centrum voor Volkscultuur en de Universiteit Antwerpen.

Praktisch: de studiedag vindt plaats op 7 februari 2007 in het Consciencegebouw in Brussel, duurt een hele dag en kost 25 euro (lunch en boek inbegrepen). Doelgroep zijn leerkrachten, directies, begeleiders, inspecties en medewerkers uit culturele, cultuureducatieve en erfgoedsector. Meer info en inschrijven op de website van Canon Cultuurcel.
Foto: Raakvlak

door Tijl | Congressen | Reacties (0)

Antwerpen krijgt er binnenkort wellicht drie monumenten bij

De Vlaamse overheid heeft de bescherming van drie Antwerpse monumenten voorlopig goedgekeurd. Na het doorlopen van een administratieve procedure kunnen zij in het najaar van 2007 opgenomen worden in de lijst van de definitieve beschermingen. Concreet gaat het om een winkelwoning ontworpen door Huib Hoste in de Quellinstraat 11, het Red Star Line 1 gebouw aan de Rijnkaai 14 en het ketelhuis met stoomketel type Steinmüller aan de Herbouvillekaai 100/Naftaweg.

Quellinstraat 11
De winkelwoning Claus (foto rechtsboven) werd gebouwd door architect Huib Hoste in drie fasen (1939, 1947, 1952). Hoste, één van de markantste figuren van de Belgische avant-garde uit het interbellum slaagde er ondanks het lange bouwproces in om het modernistisch concept te blijven handhaven. Op het gelijkvloers realiseerde hij een commerciële ruimte met insteekverdieping en op de verdiepingen twee ruime appartementen en een studio. Het pand is representatief voor Hostes werk in de tweede helft van de jaren ’30. De gevelbehandeling en –geleding getuigen van de evolutie van de architect in deze periode naar een uitgezuiverd, ordelijk en rustig geometrisme. Ook typologisch is dit pand bijzonder. Het is karakteristiek voor Hostes modernistische winkelwoningen uit het interbellum. Van de zes gerealiseerde winkelwoningen in Antwerpen-centrum is zij bovendien de enig bewaarde. De bescherming maakt het slopen van de winkelwoning onmogelijk, maar stelt volgens het Antwerpse schepencollege geen probleem voor een eventuele herbestemming of integratie ervan in een nieuwe ontwikkeling. Hotel Hyllit plant er een uitbreiding met een nieuwe inkomhal en heeft daarvoor ook de andere huizen in de Quellinstraat in zijn vastgoedportefeuille. Het hotel vreest dat door deze bescherming zijn plannen gedwarsboomd zijn.

Rijnkaai 14: Red Star Line 1
Het Red Star Line 1-gebouw (foto rechts) maakt deel uit van het magazijnencomplex opgericht door de legendarische scheepvaartmaatschappij Red Star Line. Deze maatschappij vervoerde tussen het einde van de 19de en het begin van de 20ste eeuw bijna drie miljoen passagiers naar de Verenigde Staten en Canada. De gebouwen aan de Rijnkaai fungeerden als een van de belangrijkste vertrekpunten van deze grote emigratiebeweging. Het Red Star Line 1-gebouw werd opgericht in 1894 ter vervanging van een ouder gebouw uit 1873.

D'Herbouvillekaai 100 / Naftaweg: stoomketel type Steinmüller
De stoomketel van het type Steinmüller is een uniek resterend voorbeeld van een horizontaal hellende waterpijpketel daterend van omstreeks 1900. Bovendien bevindt de ketel zich nog steeds in het oorspronkelijke ketelhuis met ijzeren kapspant en bakstenen vloer. Ook de schoorsteen is nog authentiek en maakt deel uit van de stoomketel. Het ketelhuis is ingeplant op de site Petroleum Zuid. Antwerpen was immers één van de oudste petroleumhavens van de wereld.

Foto's: Erf-goed.be
Bron: Stad Antwerpen

door Tijl | Erfgoed | Reacties (1)

Stad Tienen moet beschermde woning stutten

Half november stortte het dak van een geklasseerde, maar erg vervallen woning in de Bostsestraat in Tienen in. Aangezien de eigenaar geen maatregelen trof, zal het stadsbestuur van Tienen het pand nu zelf laten stutten. De eigenaar spreekt van een geval van overmacht: "Al twintig jaar vraag ik om kredieten voor renovatie, maar kreeg deze nooit. Ik heb een slopingsaanvraag ingediend; meer is het gebouw niet waard."

Het pand, op de hoek van de Bostsestraat en de Sint-Katharinastraat, is al sinds 1972 geklasseerd als beschermd monument. Na de recente instorting van het dak gaf de burgemeester de eigenaar op 24 november het bevel binnen de 48 uren de muren te stutten en losliggende dakpannen op de gebintes te verwijderen. "Hij reageerde niet," aldus burgemeester Eddy Poffé (VLD) in het Nieuwsblad. "De veiligheid komt in het gedrang. Vandaar het besluit van het schepencollege om de stad de werken te laten uitvoeren. De kosten komen ten laste van de eigenaar. Op 14 december kreeg hij andermaal een aanmaning, die zonder gevolg bleef."

"Die situatie speelt me parten," geeft eigenaar René Van Cleynenbreugel te verstaan. "Al twintig jaar vraag ik aan Monumentenzorg kredieten voor renovatie. Altijd was er iets om die niet te krijgen en intussen mocht ik niets doen. Dit is een geval van overmacht. Het gebouw is geklasseerd als monument, maar de voorgevel heeft niet de minste historische waarde, want hij is door de eeuwen heen totaal verminkt door verbouwingen. Ik diende een slopingsaanvraag in. Meer is het gebouw niet waard. Ik wacht op antwoord. Renoveren kost te veel."

Burgemeester Poffé, die zelf iets verderop in de Bostsestraat woont, is het met die zienswijze niet eens: "Gerenoveerd is het alvast een mooi gebouw, een bezienswaardigheid voor wie vanuit de Potterie Tienen binnenrijdt. Het moet bewaard blijven." De gemeenteraad van Tienen volgde Poffé in zijn redenering. Het stadsbestuur zal de kosten, die geraamd worden op 27.000 euro, verhalen op de eigenaar.

Bron: Het Nieuwsblad - 23 december 2006
Foto: Erf-goed.be (genomen in mei 2006, voor de instorting)

door Tijl | Erfgoed | Reacties (0)

26 december 2006

Nieuwe ontwerper gezocht voor Gallo-Romeins Museum

De provincie Limburg is op zoek naar een nieuwe ontwerper voor het concept van het Provinciaal Gallo-Romeins Museum in Tongeren. De samenwerking met het Londense bureau Event Communications is namelijk stopgezet. Volgens gedeputeerde voor Cultuur Gilbert Van Baelen (VLD) is het ontwerp niet realistisch en klopt de kostenraming niet. Wel krijgt het bureau nog 179.000 euro voor het voorontwerp.

"We hebben een regeling getroffen met Event Communications. Zij krijgen 179.000 euro voor het voorontwerp, maar we gaan niet met hen verder", zei gedeputeerde voor Cultuur Gilbert Van Baelen (VLD) dit weekend in het Belang van Limburg. "Hun ontwerp lijkt namelijk niet realistisch, bovendien klopte hun kostenraming niet."

In tegenstelling tot wat de vorige gedeputeerde Jos Claessens had gezegd, kan Alfredo De Gregorio, die ook het gebouw ontwerpt, die taak niet automatisch overnemen. "Dat gaat niet, want we zitten met een Europese aanbesteding en moeten dus bepaalde procedures volgen," klinkt het bij Van Baelen. "Daarom hebben we vijf bureaus aangeschreven om een ontwerp in te dienen. Dat zijn drie bureaus die zich vorige keer al hebben ingeschreven, plus De Gregorio en ook de mensen die de tentoonstelling van de Neanderthalers hebben uitgewerkt."

Volgens de gedeputeerde zal het hele project toch niet meer gaan kosten: "Nee, want we kunnen het voorontwerp wel gebruiken. In totaal is er 2,9 miljoen euro uitgetrokken voor het concept en de tentoonstelling, daar is nu dus nog 2,7 miljoen van over. Volgens onze planning moeten we klaar zijn eind 2008, anders missen we Europese subsidies. In het totaal - dus ook de bouw inbegrepen - krijgen we 2,25 miljoen euro Europees geld voor het Gallo-Romeins museum. We zitten nog op schema, alleen weet je in Tongeren nooit met die rijke archeologische ondergrond. Maar ook daar is rekening mee gehouden."

Aansluitend artikel: Londens ontwerpbureau voor Tongerse museumcollectie (30 april 2006)
Bron: Het Belang van Limburg - 23 december 2006

door Tijl | Varia | Reacties (0)

Wet op de archeologische monumentenzorg in Nederland aangenomen

Bijna vijftien jaar na de indiening bij de Tweede Kamer heeft de Nederlandse Eerste Kamer vorige week de Wet op de archeologische monumentenzorg aangenomen. "Wij schrijven vandaag geschiedenis," merkte minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen Maria Van der Hoeven (CDA) aan het slot van het debat op. Zij bracht ook lof aan haar voormalige staatssecretaris Medy Van der Laan (D66), die het wetsvoorstel een tijdlang onder haar hoede heeft gehad.

Minister Van der Hoeven deed de toezegging dat zij op nog enkele punten zal terugkomen. Zo kreeg senator Van Middelkoop (CU) de erkenning dat hij een omissie had ontdekt op het punt van de sloopvergunning. Deze zou niet aan nadere regels worden verbonden 'in het belang van de archeologische monumentenzorg'.

CDA-senator Wagemakers kreeg de toezegging dat de minister zal laten nagaan of historische gebouwen 'boven de grond' net zo'n zorgvuldige behandeling kunnen krijgen als archeologische vondsten 'onder de grond'. Ook Wagemakers had een gebrek aangetroffen in een wetstekst over de toewijzing van de eigendom van vondsten. Hij pleitte ervoor dat indien niet vaststaat dat iets eigendom is van een gemeente of provincie het in elk geval eigendom wordt van de staat. De minister zal ook deze suggestie bekijken.

Mevrouw Van den Broek-Laman Trip (VVD) kreeg de bevestiging van de minister dat ook particuliere bedrijven kunnen worden ingeschakeld bij het opgraven van archeologische vondsten. De minister wilde niet zover gaan dat zij deze uitvoeringsopdrachten uitsluitend aan particuliere bedrijven zou gunnen. De overheidsdiensten moeten ook op dit punt expertise kunnen blijven opbouwen, zei de minister. Zij nam de waarschuwing van mevrouw Van den Broek dat overheidsdiensten particuliere bedrijven op dit punt dreigen in de weg te zitten ter harte, zei zij.

Mevrouw Witteman (PvdA) kreeg van de CDA-fractie steun voor haar pleidooi om zoveel mogelijk vondsten ook daadwerkelijk te laten opgraven en niet in de grond te laten zitten en alleen in kaart te brengen. Mevrouw Witteman verwees naar de slechte bodemgesteldheid in ons land. Met name vondsten uit de vroege middeleeuwen zouden verloren gaan als zij in de vochtige bodem blijven.

D66-senator Schouw kreeg van de minister een compliment omdat hij het had opgenomen voor amateur-archeologen. Deze kunnen de professionals van extra informatie voorzien en zij zorgen met hun enthousiasme er ook voor dat archeologie gaat leven, veronderstelde de minister. Zij kondigde aan dat het ministerie met een voorlichtingscampagne komt om de gevolgen van de wet onder de aandacht te brengen.

Vrijwel alle senatoren die aan het debat meededen stelden vragen over de bepaling dat gemeenten een beroep kunnen doen op het Rijk als het opgraven van vondsten 'excessieve kosten' zou vergen die niet op projectontwikkelaars of bouwers ('de verstoorders van de grond') kunnen worden verhaald. Volgens de minister doet het er niet toe of het gaat om arme of rijke gemeenten. In principe kan elke gemeente een beroep doen op deze bepaling. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling dat gemeenten vanwege de excessieve kosten vondsten die de moeite waard zijn maar in de bodem laten.

Bron: eerstekamer.nl
Aansluitend artikel: Nederlandse archeologiewet aangenomen (4 april 2006)

door Tijl | Internationaal | Reacties (4)

Trek eens een kerk en help de Ghesellen van Sint-Pieter

De lange historiek van de Sint-Pieterskerk van Bazel, deelgemeente van Kruibeke (Waasland, O.-Vl.), wordt momenteel onder de loep genomen door de Ghesellen van Sint-Pieter, een vijftiental enthousiaste vrijwilligers. Aanvullend op het lopend onderzoek bekijken de Ghesellen ook andere kerken in Vlaanderen met een soortgelijke bouwstijl. Daarom roepen ze alle sympathisanten op hen te helpen foto's van kerken en kerktorens in de grote omgeving te verzamelen.

De Sint-Pieterskerk in Bazel heeft een vrij speciale toren: zoals de meeste torens staat deze op vier steunpilaren en is dus vierhoekig, maar door middel van een speciale bouwtechniek gaat ze over naar een achthoekige, stenen toren. De Ghesellen nemen nu foto's van kerken en vooral kerktorens in heel Vlaanderen met de bedoeling beter te kunnen dateren op basis van gelijkende bouwstijlen.

Per provincie heeft men een lijst samengesteld met alle kerken waarvan al foto's beschikbaar zijn. Deze lijsten vind je op ghesellen.org. Mocht je foto's hebben of kunnen nemen van een kerk of kerktoren die nog niet in de lijsten staat, stuur ze dan op naar Dirk Gorrebeeck.

Wil je je foto's meteen ook aan heel Vlaanderen tonen? Dat kan op onze eigen website Erf-goed.be. Mail je foto's dus meteen ook even door naar vlaamserfgoed@gmail.com en wij doen de rest!

door Tijl | Varia | Reacties (0)

25 december 2006

Prof. Marc Waelkens op Radio 1

Deze middag kon u op Radio 1 luisteren naar het persoonlijke jaaroverzicht van prof. Marc Waelkens, die sinds meer dan 16 jaar de opgravingen van de K.U.Leuven in het Turkse Sagalassos leidt. Morgen, op tweede kerstdag, is hij te gast in het Radio 1-programma Wilde Geruchten, bij Koen Fillet en Annemie Peeters. Daar zal hij de recentste ontdekkingen in Sagalassos toelichten.

Het persoonlijke jaaroverzicht van prof. Waelkens van deze middag kan u via deze pagina herbeluisteren. Morgen kan u het interview met hem rechtstreeks beluisteren op Radio 1 tussen 11 en 12 u.

U kunt vanaf nu ook via de Sagalassos-website inschrijven voor de lezingen over de resultaten van de opgravingscampagne 2006. Deze lezingen vinden plaats in Tongeren (15/02) en Leuven (22/02, 08/03 en 15/03). Alle informatie en het inschrijvingsformulier vindt u op www.sagalassos.be/lezing. Vanaf woensdag 3 januari kunt u ook telefonisch plaatsen reserveren, bij Bieke Brants op het nummer 016/32.48.62.

door Bart | In de pers | Reacties (0)

24 december 2006

Archeologische speeltuin in Antwerps Stadspark

speeltuin.jpgNog voor de zomervakantie komt er in het Antwerpse Stadspark een volledig nieuwe speeltuin voor kinderen tot twaalf jaar. Die zal volledig in het teken staan van archeologie. De jonge Antwerpenaars zullen zich kunnen uitleven in een nagebootste archeologische site, compleet met ruïnes, brugjes, lianen en een terreinjeep. De oude speeltuin is intussen meer dan tien jaar oud en volledig versleten.

De nieuwe speeltuin moet volledig de sfeer oproepen van een archeologische site waarin opgravingen worden uitgevoerd, restanten van monumenten te vinden zijn en de archeologen hun kamp hebben ingericht. De spelende kinderen kunnen een bruggetje oversteken of sleutelen aan de jeep waarmee de archeologen door het landschap rijden.

Het enige wat de jonge Antwerpenaars moeten meebrengen, is een portie verbeelding. Lianen, hangmatten, wiebelende banden en andere merkwaardige constructies doen de rest. Enkele weken geleden werd in het Stadspark een nieuw skatepark geopend. Met de vernieuwing en de uitbreiding van de speeltuin zal het jeugdaanbod in het park volledig gemoderniseerd zijn. De nieuwe speeltuin kost 105.000 euro en moet eind mei, begin juni klaar zijn.

Bron: Gazet Van Antwerpen

door Bart | In de pers | Reacties (0)

21 december 2006

Topvoetballers krijgen media-training, archeologen niet

Nieuws over opgravingen, en vooral de "bodemschatten" die daaruit te voorschijn zijn gekomen, weet snel zijn weg te vinden naar de lokale en landelijke media. Veel archeologen zijn zich meer bewust geworden van hun publieke taak en zien voorlichting als middel voor verbreding van het maatschappelijk draagvlak of als verantwoording voor de besteding van publieke middelen. Over de interactie tussen archeologen en hun publiek vindt op 26 januari in Amsterdam een studiedag plaats.

Al bestaat er in de archeologie brede consensus over het duidelijke nut van publieksvoorlichting over archeologie, worstelen veel archeologen met de vraag wat dat 'brede publiek' is aan wie deze voorlichting is gericht. Want wie zijn dat nou eigenlijk, die mensen die graag horen en lezen over of kijken naar archeologie? Welke specifieke groepen in de samenleving worden bereikt, en welke helemaal niet? En wat moet een archeoloog tegenover de schrijvende of filmende pers juist wél of juist niet zeggen? Welke middelen staan de archeoloog ter beschikking voor de communicatie over zijn of haar opgraving of onderzoek? Welke rol kunnen traditionele media als krant, radio en televisie, maar ook nieuwe media zoals websites, weblogs of podcasts daarbij spelen?

Over deze vragen belegt de Stichting voor de Nederlandse Archeologie op vrijdag 26 januari 2007 een themadag in Felix Meritis te Amsterdam. Aan het woord komen zowel publieksarcheologen als experts op het vlak van publieksonderzoek, voorlichting en PR, oude en nieuwe media. Als keynote spreker is Mark Horton uitgenodigd. Horton is verbonden aan de Universiteit van Bristol. Hij is een bekend gezicht op de Britse televisie dankzij zijn enthousiaste bijdragen aan archeologische programma's als Time Team en Time Flyers of de recente documentaireserie Coast. In Bristol stond Horton tevens aan de wieg van de masteropleiding Archaeology and Screen Media.

Jan Jelle van Hasselt van communicatiebureau Pleon verzorgde het onderdeel Communicatie in de cursus Management van Archeologische Projecten. Hij zal zich in zijn bijdrage richten op de manier waarop archeologen hun boodschap over kunnen brengen. In het middagprogramma richt de aandacht zich vervolgens op de kwantitatieve en kwalitatieve gegevens over 'het brede publiek'. Jos de Haan van het Sociaal en Cultureel Planbureau en Martijn Duineveld van de Universiteit Wageningen gaan in op de vragen om hoeveel belangstellenden het nu precies gaat, welke doelgroepen kunnen worden onderscheiden en wat zij eigenlijk over archeologie te weten willen komen. Tenslotte komen de media aan bod. Theo Toebosch zal daarbij zijn ervaringen als freelance journalist delen. Marcel Ras, werkzaam bij de Koninklijke Bibliotheek en daarvoor bij de Vereniging Digitaal Erfgoed Nederland, zal ingaan op de specifieke mogelijkheden die nieuwe media de archeoloog te bieden hebben. De lezingen worden afgewisseld met een bloemlezing van enkele fragmenten uit archeologische tv-documentaires en discussieblokken waarbij referenten kort reacties zullen geven op de lezingen.

Praktisch: de kosten voor deelname bedragen 30 euro per persoon. Je kunt je tot woensdag 24 januari 2007 aanmelden via het online aanmeldformulier op www.publieksarcheologie.nl of per e-mail.

door Tijl | Congressen | Reacties (0)

Doelse kogge vindt eindelijk onderdak

Kogge.jpgDe Doelse kogge heeft eindelijk onderdak gevonden. De gemeente Beveren maakt 700.000 euro vrij voor de bouw van een nieuwe loods vlakbij de Liefkenshoektunnel in deelgemeente Kallo. Men hoopt in 2007 met de bouw van het complex te kunnen beginnen. Het eerdere voorstel om de kogge in het Fort Liefkenshoek onder te brengen strandde op de veiligheidsrisico's.

De 14de-eeuwse kogge werd in 2000 ontdekt bij het uitgraven van het Deurganckdok in de Beverse deelgemeente Doel. Omwille van de uitzonderlijke staat van bewaring werd besloten het wrak te conserveren. De kogge werd ontmanteld en wordt sindsdien in containers bewaard. Ondanks het enorme wetenschappelijke belang van de kogge kon wegens politiek getouwtrek tussen de gemeenten Beveren, Antwerpen en Baasrode al die tijd geen definitieve verblijfplaats voor het schip worden gevonden. Nu zou de kogel dan toch door de kerk zijn. De gemeente Beveren reserveert 700.000 euro voor de bouw van een loods van 1.200 m² vlakbij de Liefkenshoektunnel in Kallo. Het eerdere idee om de kogge onder te brengen in het Fort Liefkenshoek strandde uiteindelijk omwille van veiligheidsrisico's. Langsheen het terrein lopen pijpleidingen, hetgeen een gevaar zou kunnen betekenen voor bezoekers en schip.

De loods zou nu achthonderd meter verder worden gebouwd, op een braakliggend perceel achter de gebouwen van de Liefkenshoektunnel. Hier zullen de scheepsonderdelen worden gereinigd en geconserveerd, en uiteindelijk weer in elkaar worden gepuzzeld. Het gemeentebestuur van Beveren zit nu samen met de architect om de laatste knopen door te hakken. Wellicht kan in de loop van 2007 met de bouw van de loods worden begonnen.

Bron: Het Nieuwsblad - 21 december 2006

door Bart | In de pers | Reacties (0)

20 december 2006

ArcheoWerk zoekt medior en senior archeologen

ArcheoWerk%20Logo.jpgWegens toenemende werkzaamheden op de Belgische markt zoekt ArcheoWerk, het Nederlandse uitzendbureau voor archeologisch en cultuurhistorisch personeel, geïnteresseerde medior en senior archeologen. Bereidheid om ook in Zuid-Nederland te werken is een voorwaarde. Afgestudeerde archeologen in het bezit van een rijbewijs en met minimaal drie jaar werkervaring in Noordwest-Europa, bij voorkeur in België of Nederland, kunnen reageren per email of telefoneren naar 0031/(0)33 299 83 93. Zie www.archeowerk.nl voor meer info.

door Johan | Vacatures | Reacties (0)

Domein Roosendael in de prijzen

De Prijs Louis-Paul Baron Suetens gaat dit jaar naar vzw Roosendael uit Sint-Katelijne-Waver. De vzw krijgt de prijs, ter waarde van 12.500 euro, voor haar pionierswerk op het gebied van eigentijds, geïntegreerd en duurzaam beheer van cultureel en natuurlijk erfgoed. De Koning Boudewijnstichting looft de vzw omdat ze de natuurwaarden en het cultuurpatrimonium van een unieke site perfect in stand houdt en tegelijk bezoekers een exclusieve cultuur- en natuurbeleving weet te bieden.

De bekroonde vzw, een erkende vereniging voor sociaal jeugdtoerisme en een ‘open-momumentenvereniging’ beheert sinds 1981 het domein Roosendael. In de 13de eeuw stichten de cisterciënzerinnen, volgelingen van Benedictus, een abdij in de Netevallei. Vijf eeuwen lang bloeit het kloosterleven er, tot de Franse Revolutie Roosendael definitief op een ander spoor zet. Alleen het monumentale Poortgebouw, het Pesthuis, het Koetshuis, een deel van de ommuring, een deel van het abdissenkwartier, enkele bruggetjes, de ringgracht, waterputten en kleine artefacten bleven bewaard en herinneren nog steeds aan de abdij. Op de funderingen van het gastenkwartier van de abdij wordt in 1920 het Landhuis gebouwd dat sinds 1960 de kern van een Jeugdverblijfcentrum vormt.

In een document van 2003 formuleerde de vzw haar doelstellingen als volgt: “De centrale missie is de instandhouding, de ontwikkeling en de ontsluiting van de natuurwaarden en het cultuurpatrimonium, met bijzondere aandacht en respect voor het unieke van de site. Dit wordt mogelijk gemaakt door - in de geest van de gastvrijheid uit de eeuwenoude regel van Benedictus - een exclusieve cultuur- en natuurbeleving aan te bieden. Een eerste instrument is het organiseren van educatieve verblijven voor jongeren in groepsverband. Een bijkomend instrument is het organiseren van een beheerste toegankelijkheid van de site voor de wandel-, fiets- en riviertoeristen.” De vzw Roosendael leverde pionierswerk op het gebied van eigentijds, geïntegreerd en duurzaam beheer van cultureel en natuurlijk erfgoed dat focust op alle aandachtsvelden van het Fonds en sluit op deze wijze perfect aan bij de materies waar wijlen Professor Suetens als academicus en in de praktijk actief was. De prijs werd zaterdag uitgereikt door Barones Greta Suetens-Bourgeois tijdens een huldeviering in de Abdij van ’t Park te Heverlee.

Naast deze hoofdprijs, worden ook drie projecten van bouwkundig en natuurlijk erfgoed in het arrondissement Turnhout gesteund:
- de Kerkfabriek Sint-Catharina te Hoogstraten voor de 2de fase van de restauratie van de glasramen
- de vzw Het Theater te Turnhout voor de restauratie van de voormalige theaterzaal Amicitia
- het natuurgebied De Snepkensvijver te Lichtaart voor de uitbouw, uitbreiding en verbetering van het bestaande natuurgebied

Externe link: Roosendael
Foto: vzw Kempens Landschap - Erf-goed.be

door Tijl | Erfgoed | Reacties (0)

Site van het jaar

Op de website van De Tijd kan je momenteel stemmen op je favoriete 'Site van het Jaar'. Het gaat hier weliswaar niet om archeologische sites, maar in de lijst vinden we toch twee genomineerden uit de archeologische sector: onroerenderfgoed.be en maritieme-archeologie.be.
Besprekingen van beide websites vind je hier en hier.
Breng voor 31 december je stem uit op deze pagina en maak kans op een Bongo charmeweekend voor twee personen.

door Tijl | Varia | Reacties (1)

19 december 2006

Gezocht: verantwoordelijke voor cultuurweb.be

Voor de versterking van haar team is CultuurNet Vlaanderen momenteel op zoek naar een verantwoordelijke voor de website cultuurweb.be. Sinds de lancering in augustus 2005 is cultuurweb.be uitgegroeid tot een druk bezochte site over het culturele aanbod in Vlaanderen. Heb je interesse om het brede publiek warm te maken voor cultuur en bovendien een sterke affiniteit met ICT en marketing? Dan kan deze functie jou misschien interesseren. Solliciteren kan nog tot 18 januari 2007.

Cultuurweb.be is een initiatief van de Vlaamse minister van Cultuur en werd ontwikkeld door CultuurNet Vlaanderen. Op cultuurweb.be kan je terecht voor een steeds groter wordende greep uit het cultuuraanbod en vele verrassende uit-ideeën. De site bereikt dagelijks veel informatie- en cultuurzoekers en brengt het brede culturele aanbod rechtstreeks in contact met een geïnteresseerd publiek. Cultuurweb.be is één van dé publiekskanalen die worden aangestuurd met gegevens afkomstig uit de 'CultuurDatabank'. Deze centrale databank - eveneens een realisatie van CultuurNet Vlaanderen - bundelt het cultuuraanbod in Vlaanderen (inclusief Brussel) van cultuur in enge zin tot cultuur héél breed, van cultuur in de steden tot cultuur in de kleinste uithoeken van het land.

De verantwoordelijke zal de operationele leiding (functioneel en redactioneel) nemen over cultuurweb.be, alsook van het e-zine UITmail, de webservices en de i-frames (waarop diverse partners beroep doen voor ontsluiting van data via hun eigen communicatiekanalen: nationale en regionale media, steden en gemeenten, sector- en doelgroepinitiatieven, edm). Je zorgt daarbij ook voor de flexibele inzetbaarheid van cultuurweb.be op het vlak van collectieve marketing en communicatie. Naast de goede dagdagelijkse werking werk je ook initiatieven uit met het oog op nieuwe inhoudelijke, functionele en technische meerwaardes voor een breed online en interactief publiek. Van de verantwoordelijke cultuurweb.be worden conceptuele, analyserende, coördinerende, rapportage- en communicatievaardigheden verwacht, alsook ervaring met project- en planmatig werken binnen ICT.

Meer info: de volledige vacature vind je op cultuurnet.be
Interesse? Stuur vóór donderdag 18 januari jouw gemotiveerde kandidatuur naar CultuurNet Vlaanderen, t.a.v. Iris Peeters, Arenbergstraat 1D, 1000 Brussel of per mail naar Iris Peeters. Voor meer info over deze functie kan je eveneens terecht bij Iris Peeters (02/551.18.86).

door Tijl | Vacatures | Reacties (0)

Vierde middeleeuws winterevenement 'Stella de Dunis'

Op woensdag 27 december vindt voor de vierde keer het middeleeuws winterevenement 'Stella de Dunis' plaats in het Abdijmuseum Ten Duinen 1138. Tussen 14 en 18 uur is er voor jong en oud doorlopend animatie in en rond het abdijmuseum. Ook zijn er rondleidingen op de archeologische site. Kortom, alles om een koude winternamiddag tussen kerst en nieuw origineel in te vullen. Het volledige programma van deze familiehappening kunt u nalezen op de e-flyer.

door Bart | Evenementen | Reacties (0)

Roman Military Equipment Conference 2007 in Xanten

Van 13 tot 16 juni 2007 vindt in Xanten (Duitsland) de zestiende Roman Military Equipment Conference (ROMEC) plaats. ROMEC is een internationale conferentie over de uitrusting van de Romeinse soldaten, en heeft dit keer als hoofdthema de sporen van gevechten op wapens en menselijke botten. Naast archeologen zijn ook Romeinse re-enacters van harte welkom. De inschrijvingsperiode loopt nog tot 31 december. Meer info op www.romec-xvi-xanten.de.

door Tijl | Congressen | Reacties (0)

18 december 2006

Van humanisme tot archeologische verzameling

Hoe en in hoeverre heeft het oog van de 'humanist' Lipsius het oog van de 'schilder-kunstenaar en verzamelaar' Rubens beïnvloed? En in hoeverre is hun toegang tot de Oudheid bepalend geweest voor onze perceptie van de antieken vandaag? Jan Papy, professor Latijnse literatuurstudie aan de K.U.Leuven, belicht deze thema's tijdens een lezing op donderdag 21 december in het stadhuis van Tongeren.

De voordracht 'Van humanisme tot archeologische verzameling. Justus Lipsius, de gebroeders Rubens en hun omgang met de oudheid' kadert in de lezingenreeks Spraakwater, georganiseerd door het Gallo-Romeins Museum in Tongeren.

Praktisch: de lezing vindt plaats op 21 december om 20.00u, in de feestzaal van het stadhuis (Stadhuisplein 9, 3700 Tongeren). Inkom: € 3 - Inkom leden NKV: gratis - Inkom leden Davidsfonds en KLGOG: € 2,25.

door Tijl | Lezingen | Reacties (0)

Restauratie Lakense kerk en Halse basiliek op volle toeren

De eerste fase van de restauratiewerken aan de Onze-Lieve-Vrouwekerk in Laken, het grootste neogotische bouwwerk in België, is bijna afgerond. Vice-premier Laurette Onkelinx bracht vandaag een bezoek aan de kerk. Bij een ander project van het architectuurbureau van Karel Breda, de restauratie van de Sint-Martinusbasiliek in Halle, heeft men een originele manier gevonden om het restauratiefonds te spijzen: 50.000 leien van de basiliek zullen te koop aangeboden worden.

Minister Onkelinx is voorzitster van Beliris, het samenwerkingsakkoord tussen de federale regering en het Brussels Gewest, en bracht in die hoedanigheid een bezoek aan de Lakense Onze-Lieve-Vrouwekerk, die dateert uit 1854. De eerste fase van de restauratiewerken aan het gebouw, aan de voorkant van de kerk, is nu ongeveer afgerond. De tweede fase van de werken, die bestaat uit de restauratie van de dakbedekking en de constructie met de koninklijke crypte, is voor volgend jaar gepland. De kosten voor deze twee restauratiefases worden op tien miljoen euro geraamd. Onkelinx wees er tijdens haar bezoek op dat nog vijf miljoen euro nodig is voor de twee laatste restauratiefases.

In Halle heeft men dan weer een origineel plan bedacht: wanneer eind volgend jaar de Sint-Martinusbasiliek een nieuwe dakbedekking krijgt, worden de oude leien genummerd en verkocht ten voordele van het restauratiefonds. De Halse serviceclubs zetten hun schouders onder dit initiatief van het stadsbestuur en de Vrienden van de Basiliek. "Volgens een verdeelsleutel moet de kerkfabriek tien procent van de restauratiekosten betalen. Omdat het een groot project betreft, gaat het om ettelijke miljoenen euro," verduidelijkte Marcel Franssens (Vrienden van de Basiliek) vrijdag in het Nieuwsblad. "Om de eindmeet te halen, moeten we het restauratiefonds wat stijven. We hebben nog meer dan tien restauratiejaren te gaan. Gelukkig hebben de Hallenaren met hun basiliek een bijzondere verhouding." Begin 2007 zal ook een spandoek als werfzeil op de basiliek aangebracht worden. Daarop zal reclame voor vrijgevige Halse verenigingen prijken.

Dankzij een aantal extra fondsen kunnen ook delen van het interieur van de basiliek gerestaurereerd worden die niet in het algemeen restauratiedossier waren opgenomen. Zo is men op dit moment bezig met de restauratie van de zestiende-eeuwse doopvont.

Meer info: bekijk de twee restauratieprojecten op karelbreda.be

door Tijl | Erfgoed | Reacties (0)

Opgravingen A. Smetsplein in Leuven afgerond

Het archeologisch onderzoek op het A. Smetsplein in Leuven is afgerond. Tijdens de laatste dagen van de opgravingen onderzochten de archeologen nog een onderaardse gang, die twee kelders van het kazernecomplex met elkaar verbond. In de noordelijke zone van het opgravingsterrein werden ook enkele muren blootgelegd die ouder zijn dan de kazernefase en dus met het 'College De Bay' in verband gebracht kunnen worden.

Bij het uitgraven van de zone ten noorden van de kazernekelder bleek dat een lange brede gang aansloot op de noordelijke keldermuur. Het recente metselwerk in de noordelijke keldermuur bleek niet alleen de oorspronkelijke toegang tot de kelder af te sluiten, maar ook de gang. Op het slopingsplan van architect M. Brunfaut (1955), dat zich in het stadsarchief van Leuven bevindt, bleek de gang in stippellijntjes aangeduid te zijn. De architect voegde de vermelding ‘onderaardse gang’ toe op het plan. Boven deze gang bevond zich immers volgens het slopingsplan een overdekte waszaal. Hiervan werden tijdens het onderzoek geen sporen teruggevonden. In het noorden, aan de rand van het opgravingsterrein, bleek de gang opnieuw afgesloten te zijn door recent metselwerk. Op het slopingsplan is duidelijk zichtbaar dat de ‘onderaardse gang’ twee grote kelders met mekaar verbond. De tweede kelder bevond zich net buiten het opgravingsterrein en kon dus niet onderzocht worden.

De lengte van de gang bedroeg 10,62m; de breedte 2,2m. Het vloerniveau van de gang lag 1,1m lager dan het vloerniveau van de kelder. Zes treden uit blauwe hardsteen met een lengte van 1,3m moesten het hoogteverschil tussen beide vloerniveaus overbruggen. De binnenkant van de gang was aan beide zijden volledig gekaleid. De bewaarde hoogte van de oostelijke zijmuur bedroeg 1,78m; die van de westelijke zijmuur 2,06m. De gang was waarschijnlijk over de volledige lengte overwelfd: ter hoogte van de trap in blauwe hardsteen is de aanzet van een bakstenen gewelf nog zichtbaar. Over de volledige lengte van de gang kwam opnieuw een bakstenen vloer voor. Op deze vloer bleek opnieuw een zwarte verkleuring voor te komen. Tussen één van de natuurstenen treden werd een ovale briket gevonden, wat erop wijst dat de zwarte verkleuring van de vloer met steenkool in verband te brengen is.

Enkele onderzochte muren zijn zonder twijfel ouder dan de kazernefase en moeten met het College De Bay in verband gebracht worden. Dit college werd gesticht in 1612. Deze muren werden gekenmerkt door een groter baksteenformaat, mindere kwaliteit van de bakstenen en een zachtere kalkmortel. In de zuidelijke zone van het opgravingsterrein ging het om slechts één muur. De zuidelijke keldermuur oversneed er een vrij brede NZ georiënteerde bakstenen muur. De breedte van deze muur bedraagt 39,5cm; de totale bewaarde hoogte 118cm. Het opgaand metselwerk was in staand verband gemetseld; de fundering in een onregelmatige afwisseling van koppen en strekken.

In de noordelijke zone van het opgravingsterrein bleken meerdere muren met het oudere College de Bay in verband te brengen zijn. Het ging onder andere om een rechthoekige constructie (rode pijl), die vrij diep in de moederbodem uitgegraven was. Aan de westzijde was de constructie volledig oversneden door een jongere muur. De bewaarde hoogte van de muren bedroeg 1,6m. Hoe deze constructie geïnterpreteerd moet worden, is niet helemaal duidelijk. Mogelijk gaat het om een afvalput. De vulling bestond uit diverse vermengde pakketten, hoofdzakelijk bestaande uit bouwpuin. Uit de studie van het aardewerk bleek dat de context zowel 13de/14de-eeuws als 16de/17de-eeuws aardewerk bevatte.

door Tijl | Opgravingen | Reacties (0)

17 december 2006

Concessiehouder renoveert met eigen middelen Middelkerks tractiestation

tram.jpgConcessiehouder Dirk Tegenbos renoveert met eigen middelen het sinds 1995 beschermde tractiestation dat in de duinen van Middelkerke gelegen is. Het complex met het uitzicht van een zuiderse villa werd in 1924 gebouwd naar ontwerp van Georges Vivenoy, een leerling van Victor Horta. Het tractiestation stond in voor de stroomvoorziening voor de tramlijnen langsheen de kust. Tegenbos wil van het gebouw een vakantiewoning maken.

Het werd in 1995 beschermd als monument, volgens Tegenbos erg tegen de zin van eigenaar De Lijn, die het gebouw wou slopen.

Bij een bezoek aan het monument werd interieurarchitect Dirk Tegenbos verliefd op het intussen erg verkommerde gebouw, en besloot hij het desnoods met eigen middelen te renoveren. Hiertoe sloot hij een overeenkomst van erfpacht met De Lijn, waarin de verplichting tot renovatie uitdrukkelijk was gestipuleerd. Bovendien werd bepaald dat die met eigen gelden gefinancieerd moest worden en dat ze binnen een termijn van vijf jaar moest worden voltooid. Een juridisch geschil tussen De Lijn en een vorige concessionaris maakte dat Tegenbos, ondanks deze bepaling, niet direct met de renovatiewerkzaamheden wou startten, hetgeen bij de Afdeling Monumenten & Landschappen en de eigenaar tot enige ongerustheid leidde. Maar intussen heeft Tegenbos al een groot deel van het interieur gerenoveerd: zo zijn alle muren verfklaar en kunnen de binnendeuren binnenkort afgewerkt worden. "Ook de leefruimte is bijna klaar, er zijn nieuwe sanitaire voorzieningen, de elektriciteit werd volledig vernieuwd en nog voor het jaareinde komen er nieuwe ramen. Toch is de renovatie is geen eenvoudige klus. Alles moet precies zoals vroeger hersteld worden, omdat het om een beschermd gebouw gaat'', aldus Tegenbos.

Niettemin gelooft Tegenbos erin dat de renovatie vóór het verstrijken van de termijn van vijf jaar voltooid zal zijn. Zijn eerste voornemen om in het gebouw een horecazaak te vestigen heeft hij intussen laten varen. Tegenbos wil nu van het monument een vakantiewoning met vier slaapkamers maken.

Bron: De Standaard - 19 maart 2005 & 15 december 2006; De Gentenaar - 27 april 2005

door Bart | In de pers | Reacties (0)

15 december 2006

Vzw Kempens Landschap koopt historische windmolen in Gierle

De vzw Kempens Landschap heeft de windmolen In Stormen Sterk in Gierle (Lille) aangekocht. De gemeente betaalt 10 percent van het aankoopbedrag en gaat de molen beheren. Burgemeester Jef Van Duppen sprak van een historische dag: "We hebben al langer de intentie om de molen als dorpspatrimonium op te waarderen. Met de aankoop door Kempens Landschap kunnen we een restauratiedossier starten."

Vzw Kempens Landschap wordt voor 99.997 euro eigenaar van de molen en het omliggende grasplein. In Stormen Sterk is een stenen graanwindmolen die in 1837 werd gebouwd. Het is een beschermd monument dat dertig jaar geleden volledig gerenoveerd werd. Bovendien werd er tot drie jaar geleden nog graan gemalen door windkracht. Het gebouw was jarenlang eigendom van de familie Rombouts en zal volgend jaar grondig gerestaureerd worden.

"Molens zijn historisch karakteristieke gebouwen die het landschap mee bepalen," zegt Ludo Helsen van Kempens Landschap vandaag in het Nieuwsblad. "Vlaanderen is vroeger een echt molenland geweest. De molen in Gierle is de eerste die onze vereniging aankoopt. Toch is het niet het eerste wapenfeit van onze vzw. In 2005 heeft Kempens Landschap een perceel gekocht om de windvang van de Scherpenbergmolen in Malle te verzekeren.''

"Met de aankoop door Kempens Landschap kunnen we een restauratiedossier starten. Een van de volgende maanden gaan we daarvoor een plan opmaken in samenspraak met de vzw,'' zegt burgemeester Jef Van Duppen (CD&V). "De kosten voor de restauratie worden gedragen door de gemeente en de subsidiërende overheid. Voor de familie Rombouts, die vlakbij de molen blijft wonen, zal er een weg behouden blijven. Het is de bedoeling om de molen vanaf 2008 weer te laten draaien met medewerking van de Lilse Molenvrienden. Zij zullen ervoor zorgen dat In Stormen Sterk regelmatig voor het publiek opengesteld zal worden."

Foto: Rob Simons
Bron: Het Nieuwsblad - 15 december 2006

door Tijl | Erfgoed | Reacties (0)

14 december 2006

3,8 miljoen euro voor natuurgebied Averbode Bos & Heide

Diverse overheden investeren in totaal 3,8 miljoen euro in het 600 ha grote natuurgebied Averbode Bos & Heide rond de bekende abdij. Dat heeft Vlaams minister van Leefmilieu Kris Peeters gisteren bekendgemaakt in Averbode. Het project omvat niet enkel de uitvoering van natuurherstelwerken maar creeërt ook een meerwaarde voor recreanten en andere gebruikers evenals een duurzame houtproductie.

Het geld is voor een bedrag van 1,93 miljoen euro afkomstig van de EU die het als een Life-project goedkeurde. Dergelijke projecten worden gesteund uit het Life-natuurfonds en zijn bedoeld om als voorbeeld te dienen voor het Europese natuurbeleid. Het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) van het Vlaams ministerie van Leefmilieu investeert 1,08 miljoen euro, Natuurpunt 0,53 miljoen euro en de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) 0,31 miljoen euro.

Het natuurgebied Averbode Bos & Heide is de meest waardevolle zone van de 1.500 ha bos en landerijen van de prins de Merode die het Vlaams gewest in 2004 aankocht en eind vorig jaar terug doorverkocht aan diverse instanties met het oog op een gezamenlijk gedragen natuurbeheer. Averbode Bos & Heide werd in juni overgedragen aan Natuurpunt dat samen met ANB en VLM een natuurinrichtingsproject uitwerkte. Het is een van de zes Life-projecten die Vlaanderen in 2006 binnenhaalde.

In het kader van het natuurinrichtingsproject zal vooral meer biodiversiteit worden nagestreefd. De naaldhoutaanplantingen, die de oorspronkelijke variatie aan planten en dieren verdreven, zullen worden omgevormd naar natuurlijke loofbossen met berk, eik en beuk. Er zullen daarnaast open plekken worden aangelegd met droge en natte heide, stuifduinen en heischrale graslanden. De historische vennen zullen zich weer kunnen vullen. Ontbossingswerkzaamheden zullen elders worden gecompenseerd.

Ook in de overige voormalige bossen van de Merode mogen volgens minister Peeters in 2007 resultaten verwacht worden op vlak van natuurbeheer en verbetering van de toegankelijkheid van bossen voor recreanten. "Op het grondgebied van Westerlo, Herselt en Laakdal werken de verschillende boseigenaars en het Agentschap voor Natuur en Bos nauw samen. Samen met het provinciebestuur van Antwerpen en de Stichting Kempens Landschap en Westerlo zal het Agentschap de komende maanden klaarheid scheppen over het beheer van 660 ha bos in de regio", aldus de minister.

Externe link: Natuurpunt

door Tijl | In de pers | Reacties (0)

Een archeologisch-historische tocht langsheen de Via Flaminia

Op woensdag 20 december organiseert de Antwerpse Vereniging voor Romeinse Archeologie (AVRA) een lezing over de Via Flaminia. Sophie Dralans (UGent) neemt je tijdens de lezing mee op een archeologisch-historische tocht langsheen deze Romeinse weg, de belangrijkste verkeersader van Rome naar Noord-Italië. De tocht leidt door Lazio, Umbrië, de Marken en Emilia-Romagna en eindigt aan de Adriatische kust...

De Via Flaminia liep oorspronkelijk van Rome door de Appenijnen naar Ariminum (Rimini), en was de belangrijkste weg naar het noorden. De weg werd gebouwd door censor Gaius Flaminius in 220 v. Chr. Tijdens de Romeinse verovering van Europa marcheerden de legioenen over deze weg naar het noorden. Gedurende de keizertijd is de weg vaak verbeterd en gerepareerd. Zo liet keizer Augustus bijna alle bruggen herbouwen. Hij liet ook een triomfboog bouwen bij Ariminum die bewaard is gebleven. Keizer Vespasianus liet in 77 in de kloof van Fosa een nieuwe tunnel (38 meter lang) graven, de Galleria del Furlo. Deze is nog steeds in gebruik. Traianus liet diverse bruggen reparen en herbouwen. Een aantal inscripties op de bruggen getuigen hier nog van.

De weg begint in Rome bij de Porta del Popolo in de Aureliaanse Muur. Bij de Milvische Brug (foto) steekt de weg de Tiber over. De Via Flaminia gaat verder richting Umbrië, waar bij Narni de Nera rivier werd overbrugd door de grootste Romeinse brug die ooit werd gebouwd, de Ponte Cardona. Tussen Umbrië en Le Marche worden de Appenijnen over gestoken. Bij de stad Fano wordt daarna de Adriatische kust bereikt en vandaar loopt de weg verder langs de kust richting Rimini in de regio Emilia-Romagna.

In de vroege middeleeuwen was de Via Flaminia nog belangrijk omdat deze naar Ravenna liep waar de Byzantijnse Exarchaat zetelde. Nadat de Byzantijnen in 727 verdreven waren door de Longobarden verloor de weg zijn belang. Pas in de Renaissance werd de weg weer gedeeltelijk gereconstueerd. De Via Flaminia bleef van militair belang gedurende de tijd van Napoleon en de Tweede Wereldoorlog. Tegenwoordig is een groot deel van de weg als SS3 (Strada Statale 3) een van de belangrijkste wegen van Rome naar de Adriatische Zee.

Praktisch: lezing op woensdag 20 december in de UA-Stadscampus (Rodestraat 14, Antwerpen). Inkom gratis.
Foto: Anthony Majanlahti

door Tijl | Lezingen | Reacties (3)

13 december 2006

Resten van middeleeuwse bisschop ontdekt in kathedraal van Doornik

Bij opgravingen in de kathedraal van Doornik hebben archeologen van de Université catholique de Louvain vandaag de resten gevonden van Boudewijn I, een bisschop uit de elfde eeuw (1044-1068). Volgens literaire bronnen lag Boudewijn I nochtans begraven in de abdij Saint-Barthélémy in het Franse Noyon. Ondanks deze belangwekkende vondst moet het archeologisch onderzoek in de kathedraal op het eind van dit jaar stopgezet worden wegens een gebrek aan middelen.

Sinds 1996 worden er in de kathedraal van Doornik archeologisch onderzoek uitgevoerd. Het doel van die opgravingen is een beeld te krijgen van de kerken en gebouwen die zich tussen de late oudheid (4de-5de eeuw) en de romaanse periode (12de eeuw) op de plaats van de huidige kathedraal bevonden. De opgravingen staan onder leiding van professor Raymond Brulet van het Centre de recherches d'archéologie nationale van de UCL.

Vandaag stootten de archeologen bij het onderzoek in de kathedraal op een uitzonderlijke vondst. Eerst kwamen een aantal grafplaten aan het licht, waaronder zich een gemetselde holte bleek te bevinden. Het graf bevatte een skelet, waarvan de handen gekruist op het bekken lagen. Resten van kleding en handschoenen waren nog aanwezig, zij het in slechte staat. Bij het skelet vonden de archeologen verder een kruis en een gouden bischoppelijke ring met inscripties. Ter hoogte van het hoofd van de overledene werd een steen ontdekt, met daarop de inscriptie 'EPS (=Episcopus) Baldewin I'.

Onder Boudewijn I (1044-1068), bisschop van het bisdom Noyon, werd de 11de-eeuwse kathedraal opgericht. Volgens enkele bronnen lag Boudewijn I nochtans begraven in de abdij Saint-Barthélémy in het Franse Noyon. De nieuwe vondst geeft dus een interessante nieuwe wending aan het historische debat over de verhoudingen tussen de bisdommen van Doornik en Noyon tijdens deze periode.

De vondsten werden vandaag overgebracht naar enkele laboratoria, met het oog op verder onderzoek en restauratie. Hoewel de nieuwe ontdekking een grote wetenschappelijke waarde heeft, zullen de opgravingen in de kathedraal van Doornik op het einde van dit jaar stopgezet worden wegens een gebrek aan subsidies.

door Tijl | Opgravingen | Reacties (0)

Gaat de Colomakerk in Mechelen toch tegen de vlakte?

De Mechelse Sint-Jozef Colomakerk mag afgebroken worden. Vlaams minister Dirk Van Mechelen (VLD) heeft daarvoor een sloopvergunning afgeleverd aan het stadsbestuur. Het Mechelse schepencollege besliste vandaag echter om de volgende bestuursploeg de knoop te laten doorhakken. De sloop ligt immers erg gevoelig: niet alleen de parochianen willen hun kerk behouden, ook Restauratie Integratie Mechelen (RIM) is tegen een mogelijke afbraak.

De neogotische Colomakerk (1913-1916) aan de Tervuursesteenweg staat al meer dan zes jaar leeg wegens instortingsgevaar en het verval wordt alsmaar erger. Uit het rapport van het Vlaams Agentschap Ruimtelijke Ordening blijkt dat restauratie een te grote financiële kost zou meebrengen. Nu de sloopvergunning is afgeleverd, ligt de bal in het kamp van het stadsbestuur. Dat besliste vandaag dus om de kerk nog even uitstel van executie te gunnen.

"We hebben akte genomen van de vergunning, maar een politieke beslissing komt er pas volgend jaar. Het zou niet opportuun zijn om zo'n een belangrijke beslissing er nog rap, rap te gaan doorduwen. We hebben tenslotte vier jaar moeten wachten op de beslissing van de overheid", reageert Mechels schepen van Monumentenzorg Johan Timmermans (VLD) vandaag. "Er zijn heel veel gevoeligheden met het dossier gemoeid. De buurt hecht begrijpelijk heel veel waarde aan het monument en ook Restauratie Integratie Mechelen (RIM) verzet zich al jaren tegen een mogelijke afbraak."

Aansluitende artikels:
Mechelse Colomakerk: monument of rijp voor de sloop? (9 december 2005)
RIM pleit voor sterker monumentenbeleid in Mechelen (23 november 2005)

door Tijl | Erfgoed | Reacties (1)

Romeinendag 2007 op 21 april in Namen

De jaarlijkse contactdag voor Romeinse archeologie zal volgend jaar plaatsvinden op zaterdag 21 april in de Moulins de Beez in Namen. De bedoeling van deze Romeinendag is een forum te bieden voor collegiale contacten en uitwisseling van informatie voor iedereen met belangstelling voor de Romeinse archeologie van onze streken. De organisatoren nodigen iedereen uit om op deze dag een lezing te geven, een poster te presenteren of een geschreven bijdrage voor de brochure te leveren.

De mededelingen hebben bij voorkeur betrekking op archeologische onderzoek uitgevoerd in 2006 of op recent afgesloten onderzoeksprojecten van enige omvang. Het organisatiecomite wenst ook dat de bijhorende brochure een zo volledig mogelijk overzicht zou bieden van alle recente ontdekkingen en uitgevoerd onderzoek in verband met de Romeinse periode in België. Ook wenst zij er een zo exhaustief mogelijke bibliografie van publicaties van de laatste vijf jaar in op te nemen

Belangstellenden kunnen zich met dit formulier aanmelden bij Marie-Hélène Corbiau, MRW, Direction de l'Archéologie, rue des Brigades d'Irlande 1, 5100 Jambes, en dit vóór 2 januari 2007.

De teksten voor de brochure dienen vóór 15 maart 2007 in een Word-bestand als ‘Uwnaam’.doc bezorgd te worden aan events.dgatlp@mrw.wallonie.be. De bijdragen bevatten 3000 tot maximum 10.000 tekens en kunnen worden voorzien van voetnoten en illustraties. Illustraties - in formaat .tiff, .jpg, .ai of .eps - dienen genummerd te zijn en in een afzonderlijk bestand opgestuurd te worden. De onderschriften dienen in een Word-bestand als ‘Uwnaam’onderschriften.doc overgemaakt te worden. De organisatie behoudt zich het recht voor om een selectie te maken in de voorgestelde lezingen en bijdragen.

Het inschrijvingsgeld, inclusief de brochure, werd vastgesteld op 10 euro (zonder lunch).

Praktisch: download de uitnodiging met aanmeldingsformulier (.doc)

door Tijl | Congressen | Reacties (1)

12 december 2006

Winckelmann Cup 2007 in Nederland: samba aan de Maas

Winckelmann%20Cup%202007%20logo%20klein.jpgDe Winckelmann Cup, het voetbaltoernooi van, voor en door archeologen, viert zijn 17e verjaardag aan de oevers van de Maas in Overasselt (nabij Nijmegen in Nederland). Het toernooi gaat door van donderdag 17 mei (Hemelvaart) tot en met zondag 20 mei 2007. Na de veelbesproken doortocht van de Leuvense delegatie dit jaar in Zwitserland, hoopt de organisatie ditmaal nog meer Belgische teams te mogen verwelkomen.

Sinds 1991 wordt de Winckelmann Cup eens per jaar ergens in Europa georganiseerd. Ondertussen is het aantal deelnemende teams gestegen tot een aantal van 35 ploegen uit 9 verschillende Europese landen (Duitsland, Polen, Slovakije, Oostenrijk, Zwitserland, Italië, Nederland, België en Wales). Elk team bestaat uit 6+1 spelers, waaronder minstens één vrouwelijke speelster. De organisatie van deze 17e editie van het toernooi is in handen van Het Oranje Archeoteam uit Nijmegen, 6er-Blech Wien ('Six-pack Wenen') en de Overasseltse Boys, de lokale voetbalploeg.

Winckelmann%20Cup%202006%20Belgische%20team.jpgHet sportterrein 'De Passelegt' in Overasselt bechikt over alle noodzakelijke faciliteiten die een organisatie als de WMC met zich meebrengt: 4 voetbalvelden, 8 kleedruimtes, een groot centraalgelegen kampeerterrein, een restaurant-bar met keuken en overdekte veranda, twee parkeerterreinen en zelfs (niet onbelangrijk!) een kinderspeelplaats.

Op basis van de gestaag stijgende deelnemersaantallen werd het toernooi voor 2007 met een dag verlengd. Bovendien wordt er voor de eerste maal met een all-in formule gewerkt: van donderdagavond 17u tot zondagmiddag 13u zijn alle drankconsumpties en maaltijden, alsook het gebruik van de faciliteiten, inbegrepen in de 69,90 euro inschrijvingsgeld per persoon. Het gebruikelijke startgeld vervalt. Gratis voor kinderen onder de 12 jaar.

Op de website van de organisatie kunt U vanaf begin januari 2007 extra informatie vinden en de mogelijkheid om als team in te schrijven voor deelname aan het toernooi. Het rekeningnummer waarop het inschrijvingsgeld kan gestort worden, wordt eerstdaags bekendgemaakt.

Aanmelden kan via Edwin Hoven, Bonner Talweg 84 a, 53113 Bonn, Duitsland. Aanmelden kan tot 1 mei 2007.

Meer info: De Winckelmann Cup (Word-bestand, Duits) of mail naar Johan Claeys

door Johan | Evenementen | Reacties (0)

Sarcofaagteksten en democratie in het Oude Egypte

sarco.jpgVeel privélijkkisten uit de Eerste Tussenperiode en vooral het Middenrijk werden beschreven met zogenaamde Sarcofaagteksten. Deze gewoonte wordt vaak begrepen als een ‘democratisering’ van het koninklijke gebruik om de grafkamers met Piramidenteksten te beschrijven. Tijdens twee lezingen, in Gent en Leuven, wil professor Harco Willems hier graag een andere interpretatie tegenover stellen.

Volgens Harco Willems zijn de Sarcofaagteksten geen gedegenereerde Piramidenteksten, maar komen ze voort uit de persoonlijkheidscultus van de allerhoogste, vooral provinciale elite.

Praktisch: Dinsdag 19 december in het Mgr. Sencie-Instituut, Erasmusplein 2, 3000 Leuven; donderdag 21 december in het St.-Bavo Humaniora, Reep 4, 9000 Gent. De lezingen starten om 20u.

door Bart | Lezingen | Reacties (0)

Beschermde molen Klemskerke krijgt nieuwe plek

Na bijna een jaar zijn de onderhandelingen over de nieuwe lokatie van de beschermde Geerssensmolen in het West-Vlaamse Klemskerke (De Haan) afgerond. De staakmolen, die dateert uit 1693, is dringend aan restauratie toe. Om subsidies te kunnen krijgen van de Vlaamse Gemeenschap, moeten de wieken van de molen opnieuw kunnen draaien, en dat is niet mogelijk op de plaats waar de molen nu staat.

De gemeenteraad van De Haan zette in april vorig jaar het licht op groen voor de renovatie van de Geerssensmolen, die in 1693 werd gebouwd en sinds 1943 beschermd is als monument. De staakmolen was dringend aan restauratie toe: de wieken waren doorroest en vormden een gevaar voor het verkeer en bezoekers van het nabijgelegen restaurant in het molenhuis. Na overleg met Monumenten en Landschappen werd beslist om de Geerssensmolen in twee fasen te restaureren en maalvaardig te maken. In een eerste stap wordt de molen gedeeltelijk afgebroken en volgt een grondige inspectie. In een tweede stap wordt de molen op een nieuwe plek weer maalvaardig opgebouwd.

Door de uitbouw van de vroegere molenaarswoning was de molen niet meer in staat te draaien, en dat is een voorwaarde om te kunnen rekenen op Vlaamse restauratiesubsidies. In januari van dit jaar werd de kast gedemonteerd en in één stuk op een parking in het dorpscentrum geplaatst. Daar wordt verder geanalyseerd welke onderdelen vervangen dienen te worden. Het gemeentebestuur heeft er nu dus voor gekozen om de molen te plaatsen aan de andere kant van restaurant De Kruidenmolen. "Zo wordt hij een echte blikvanger als je Klemskerke binnenrijdt," meent schepen Wilfried Vandaele. Om de molen een plaatsje te geven aan de rechterkant van het restaurant, moesten wel enkele hindernissen worden overwonnen. De aankoop van het perceel waar de molen moet komen, wordt op 21 december voorgelegd aan de gemeenteraad. Wanneer de molen wordt verplaatst, staat nog niet vast.

Aansluitend artikel: Beschermde molen zet stapje in de wereld (26 januari 2006)
Bron: Het Nieuwsblad - 12 december 2006

door Tijl | Erfgoed | Reacties (0)

11 december 2006

Monumentenstrijd lanceert starterspakket voor erfgoedprojecten

Sinds kort staat op de website van de Monumentenstrijd een 'starterspakket' voor erfgoedprojecten. In deze uitvoerige en overzichtelijke online-gids wordt een stappenplan met de verschillende fasen van een erfgoedtraject uitgewerkt. Boordevol tips en nuttige links, zodat je de bomen door het erfgoedbos kunt zien. De nadruk ligt (voorlopig) op bouwkundig erfgoed, maar je vindt ook praktische links in verband met landschappen, varend erfgoed en archeologisch erfgoed.

Erfgoedzorg is immers vaak een kwestie van tijd. Het traject vanaf een eerste idee tot volledige herwaardering van het erfgoed kan jaren in beslag nemen. Het is ook niet evident om aan een dergelijk project te beginnen, of je nu een ervaren erfgoedzorger bent of een beginneling. Met dit stappenplan vind je onmiddellijk de nodige basisinformatie voor de fase waarin je erfgoedproject zich bevindt. Gerichte doorverwijzingen en koppelingen met bestaande instrumenten en informatiebronnen brengen je bij diepgaander info. Indien mogelijk word je ook op weg gezet naar de diverse administraties en organisaties die je zeer gericht en op maat verder kunnen helpen.

Het starterspakket is een gezamenlijk project van de gewestelijke partnerverenigingen: Erfgoed Vlaanderen vzw, Monumentenwacht Vlaanderen vzw, Open Monumentendag en VCM-Contacrtforum voor Erfgoedverenigingen vzw.

Klik hier om naar het starterspakket op de Monumentenstrijd-website te gaan.

Foto: interieur van het Hof Bauwens vander Boyen in Mechelen (Wim Tiri / Erf-goed.be)

door Tijl | Erfgoed | Reacties (0)

Wat vertellen de oudste sieraden in Afrika en Europa?

Nog een zeer interessante lezing deze week: donderdag verzorgt Dr. Marian Vanhaeren aan de Vrije Universiteit Brussel een lezing met als titel 'De oorsprong van symbolisch gedrag. Wat vertellen de oudste sieraden in Afrika en Europa?' Vanhaeren zal daarbij ondermeer ingaan op haar recent onderzoek van 100.000 jaar oude doorboorde schelpen uit Israël en Algerije en de betekenis ervan voor de ontwikkeling van symbolische communicatie bij de paleolithische mens.

In juni dit jaar publiceerde Marian Vanhaeren de resultaten van haar onderzoek op de prehistorische sieraden in een paper in het toptijdschrift Science. Ook in archeologische en antropologische vakbladen als Journal of Archaeological Science en Journal of Human Evolution verschenen daarover recente bijdragen van haar hand.

Dr. Marian Vanhaeren begon haar studies archeologie en sociale en culturele antropologie aan de K.U.Leuven en haalde daarna een Master in prehistorische antropologie en een Doctorat en Préhistoire et Géologie du Quaternaire aan de Université de Bordeaux 1, bij prof. Francesco D’Errico. Op dit moment is zij verbonden aan de Université Paris 10 (Ethnologie préhistorique) en gastresearcher in University College London (Institute of Archaeology) bij het vermaarde Centre for the Evolutionary Analysis of Cultural Behaviour. Zij voert al jaren onderzoek naar de vroegste materiële resten van lichaamsornamentiek en de betekenis daarvan voor de ontwikkeling van menselijk (symbolisch) gedrag.

Praktisch: de lezing vindt plaats op 14 december om 14h00 op de VUB-campus in Etterbeek, lokaal B.0.31. Iedereen is welkom (gratis).
Meer info:
Middle Paleolithic Shell Beads in Israel and Algeria (Science, 23 juni 2006)
More than ornament (Archaeology Magazine - interview met Marian Vanhaeren)

door Tijl | Lezingen | Reacties (0)

Lezing over de archeologie van de Afrikaanse IJzertijd in Gent

Op woensdag 13 december organiseert de Archeologische Werkgroep van de Universiteit Gent een lezing over de archeologie van de Afrikaanse IJzertijd. Deze lezing wordt gegeven door Dr. Noemie Arazi, en heeft als titel 'Tracing history in the inland Niger Delta of Mali. Archaeology, oral traditions and written sources'. Wie enigszins vertrouwd is met de geschiedenis van West-Afrika, weet dat het gebied van de Midden-Nigerdelta een archeologische schatkamer is.

Archeologie staat in dit gebied nog in de kinderschoenen, maar heeft toch reeds belangrijke vondsten aan het licht gebracht. Denken we maar aan Djenné Djéno, een opgravingsterrein op een paar kilometer van de stad Djenné, waar een ononderbroken bewoning kon vastgesteld worden vanaf ± 250 vóór onze tijdrekening. Ook op andere plaatsen kon archeologisch onderzoek meer licht werpen op de historische rijkdom van deze regio.

Het is in dit gebied dat dr. Noémie Arazi, op dit ogenblik werkzaam bij het Ename Expertisecentrum, veldwerk gedaan heeft. Arazi behaalde een doctoraat in de Afrikaanse archeologie aan het University College of London, Institute of Archaeology, met een thesis rond 'Tracing history in Dia, in the inland Niger delta of Mali - Archaeology, oral traditions and written sources'. Dit onderzoek omvatte een vergelijkende analyse van archeologische data, orale tradities en geschreven bronnen. Het is precies door dit onderzoek dat zij een grote interesse ontwikkelde voor de vraag hoe de identiteit van oude beschavingen zich verhoudt tot de materiële cultuur en de tekstuele bronnen.

Behalve in West-Afrika heeft dr. Arazi ook nog meegewerkt aan opgravingen in Zuidelijk Afrika, het Midden-Oosten en Latijns-Amerika. Zij heeft gewerkt als archeologe voor het museum van de London Archaeological Service en de stadsarcheologische dienst van Wenen.

Praktisch: lezing op woensdag 13 december, 20.00 uur, in auditorium bo 11, HIKO, Sint-Hubertusstraat 2, 9000 Gent. De voordracht is gratis en inschrijven is niet nodig.

door Tijl | Lezingen | Reacties (0)

10 december 2006

Romeinse vicus Grobbendonk groeit

Van 23 oktober tot 8 november voerde projectarcheoloog Jef Vansweevelt een opgraving uit langs de Melkerijstraat te Grobbendonk. Dit gebeurde naar aanleiding van de bouw van een appartementsgebouw met ondergrondse parking op deze site. De aanwezige Romeinse sporen doen vermoeden dat de grens van de Romeinse vicus zich verder naar het zuiden uitstrekt dan tot nu toe werd aangenomen.

Grobbendonk staat al lang bekend om zijn rijk historisch bodemarchief, niet in het minst door de aanwezigheid van een voor de streek unieke Romeinse vicus. Gezien de gekende bebouwde zone van deze vicus slechts honderd meter ten noorden van de bouwput lag, was dit noodonderzoek een logische stap. Op basis van het proefsleuvenonderzoek, uitgevoerd door Alde Verhaert, werd 600m² onderzocht, dit in samenwerking met het VIOE.

Op een IJzertijdgracht en 4 laat –en postmiddeleeuwse sporen na zijn alle sporen in de Romeinse periode te dateren. Door de beperkte oppervlakte van het terrein kan uit het vrij grote aantal paalsporen (80 tal), die verspreid over het terrein voorkomen, geen gebouwplattegrond gereconstrueerd worden. Andere sporen met Romeins materiaal bestaan uit 14 kuilen en 4 greppels of grachtjes. Verder worden twee grote ronde kuilen met schuine wanden geïnterpreteerd als aanlegtrechters van waterputten. Deze functie is echter niet zeker gezien één ervan slechts zeer gedeeltelijk onderzocht kon worden en de andere geen sporen van een bekisting bevatte. Tenslotte werd een waterput met een ronde bekisting uit vierhoekige paaltjes opgegraven. Deze paaltjes werden waarschijnlijk verbonden door vlechtwerk maar daarvan is geen spoor meer teruggevonden gezien de slechte bewaringstoestand van het hout. In de vulling van de waterput zaten vrij veel scherven, wat botmateriaal en een stuk maalsteen in tefrietische lava uit de Eifel. Een vrij oppervlakkige studie van het schervenmateriaal plaatst de sporen voorlopig tussen de 2de helft van de 2de eeuw en begin 3de eeuw. Mogelijk levert verder onderzoek een nauwkeuriger datering op.

Deze concentratie aan sporen wijst op bewoning ter plekke of in de zeer nabije omgeving. Aangezien Guy De Boe in de jaren ’80 de grens van het bebouwde areaal van de vicus honderd meter noordelijker situeerde, kan dus besloten worden dat deze bebouwde zone waarschijnlijk een stuk groter was. Interessant is ook dat de site zich op een 40-tal meter ten oosten van een verondersteld wegtracé bevindt. De vicus concentreerde zich namelijk rond een driesprong. Wanneer de zuidelijke weg die naar de vallei van de kleine Nete loopt recht doorgetrokken wordt (zoals De Boe ook voorstelt) passeert deze langs de site. Aangezien vermoed wordt dat veel transport via de kleine Nete gebeurde die indertijd tot in Grobbendonk bevaarbaar was, lijkt het logisch dat de bebouwing zich in de richting van de rivier uitstrekte. Daarbij moet gedacht worden aan een handels en/of ambachtelijke zone langs de heirbaan en niet aan de rijkere bewoning die in het centrum van de vicus is vastgesteld. Door de zeer bescheiden omvang van de opgraving bleek het echter onmogelijk enige activiteiten van die aard vast te stellen. Dat de bewoning eerder uit de inheemse gebouwen uit hout bestond wordt in ieder geval niet tegengesproken door het relatief weinige bouwmateriaal, zoals dakpannen en tegels, dat werd aangetroffen.

Tenslotte werd ook een vrij brede ondiepe gracht met wat IJzertijd materiaal aangetroffen. Opvallend is dat deze gracht volledig anders georiënteerd is dan de 4 Romeinse grachtjes die allen oost - west gericht zijn. Twee andere greppeltjes die hetzelfde georiënteerd zijn en een gelijkaardige vulling hebben als de IJzertijdgracht horen mogelijk ook thuis in deze periode. Ze bevatten echter geen scherven of houtskool zodat hun datering niet bevestigd kan worden. Tussen de systematisch geordende Romeinse bewoning en de eventuele IJzertijd bewoning is er blijkbaar geen continuïteit.

door Jan | Opgravingen | Reacties (0)

Romeinensymposium op 15 december in Amsterdam

Op vrijdag 15 december organiseert het Archeologisch Centrum van de Vrije Universiteit Amsterdam voor de twaalfde keer het jaarlijkse Romeinensymposium over actuele thema's uit het onderzoek van Romeins Nederland en België. Bijzondere aandacht wordt dit jaar geschonken aan stadskernonderzoek, aan ruraal nederzettingsonderzoek in Centraal-Nederland en aan aardewerkstudies. Aanmelden kan nog tot en met morgen.

Programma

10.00 – 10.30: HARRY VAN ENCKEVORT (Gem. Nijmegen) Een sfinx op de St. Josephhof. Nieuwe opgravingen in Oppidum Batavorum
10.30 – 11.00: ALAIN VANDERHOEVEN (VIOE, Tongeren) Romeins Tongeren: bewoningssporen uit de Midden-Keizertijd en een laat-romeinse kerk
11.00 – 11.25: koffie
11.25 – 11.45: ERIK VERHELST (ACVU-HBS, Amsterdam/Beesd) Een militaire verrassing uit Houten
11.45 – 12.15: JAN VAN RENSWOUDE (ACVU-HBS, Amsterdam/Beesd) De bewoningsgeschiedenis van een inheems-Romeinse nederzetting te Geldermalsen-Hondsgemet
12.15 – 12.45: discussie
12.45–12.50: MARGJE VERMEULEN (RACM, Amersfoort): EU-websiteproject Transformation: de transformatie van inheemse samenlevingen naar een gezamenlijke Romeinse cultuur

12.50– 14.00: lunch

14.00 – 14.30: WIM DE CLERCQ (Universiteit Gent) / PATRICK DEGRYSE (Kath. Universiteit Leuven) Low Lands Ware. Definiëring van een belangrijke Romeinse aardewerkproductie en haar distributie (ca 60-300 AD; Nederland, België, Duitsland)
14.30 – 15.10: NICO ROYMANS (ACVU Amsterdam) Etnische recrutering, terugkerende veteranen en de vroegste verbreiding van terra sigillata in de Nederrijnse frontierzone
15.10 – 15.30: discussie
15.30 – 15.55: thee
15.55 – 16.25: LOURENS VAN DER FEIJST / TON DERKS (ACVU Amsterdam) Naaldwijk revisited: een steunpunt van de Germaanse vloot aan het Helinium?
16.25 – 16.55: TESSA DE GROOT (RACM, Amersfoort) De villae in het Limburgse lösslandschap: wat valt er nog te onderzoeken?
16.55 – 17.15: discussie

Praktisch: deelname staat open voor alle geïnteresseerden en is zoals altijd gratis. In verband met zaalreservering en catering is inschrijving echter verplicht. Aanmelden kan tot 11 december. Een kort retourbericht met naam en adres (of instelling) naar romeinensymposium@let.vu.nl is voldoende. De lezingen vinden plaats op de campus van de Vrije Universiteit, Medische Faculteit, Van der Boechorststraat 7, zaal FG-1 (begane grond). Een routebeschrijving en plattegrond van de campus vind je hier.

door Tijl | Congressen | Reacties (3)

9 december 2006

Erf-goed.be voorgesteld op studiedag digitale beeldcollecties

Gisteren mochten we, tijdens een studiedag over digitale beeldcollecties in Gent, onze website Erf-goed.be voorstellen. De presentatie, waarin we pleitten voor een open en dynamische benadering van beeldcollecties op het Internet, is nu ook on-line beschikbaar (klik op de thumbnails onderaan om naar een volgende slide te gaan). Op de studiedag werden ook de projecten eDAVID en cDAVid, de Beeldbank Waasland en de fotocollectie van MovE voorgesteld.

In dit verband wijzen we overigens graag nog op de recente lancering van een nieuwe fotodatabank van de Gentse Universiteitsbibliotheek: adore.ugent.be. Met meer dan 40.000 historische postkaarten, foto's, knipsels en gravures van steden, gebouwen, landschappen, monumenten en kunstwerken in België uit het einde van de 19e en het begin van de 20e eeuw biedt de topografische collectie een unieke blik op het culturele bouwpatrimonium van België. Gegroepeerd op plaats en onderwerp wordt deze collectie via een innovatieve interface aangeboden aan het publiek. Voor architecten, kunsthistorici en erfgoedbeheerders is deze collectie van uitzonderlijk belang omdat zij ook beelden bevat van een deel van het historische patrimonium dat ondertussen verdwenen is. De collectie zelf gaat terug op de verzameling Belgische Documentatie, in het begin van de 20ste eeuw opgezet met als doel het culturele erfgoed van ons land te inventariseren. In 1970 werd een deel van deze documentatie door het ACL, het huidige Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium, geschonken aan het HIKO (Hoger Instituut voor kunstgeschiedenis en Oudheidkunde) in Gent. In 2000 werd de collectie overgebracht naar de Universiteitsbibliotheek waar ze in 2006 werd gedigitaliseerd.

door Tijl | Websites | Reacties (0)

'Toumaï: tussen aap en mens' op Canvas

Toumai.jpgMorgen zondag 10 december vertelt het Canvas-programma Overleven het verhaal van Toumaï, de omstreden zeven miljoen jaar oude hominide die in 2001 in de woestijn van Tsjaad werd gevonden en prompt de bestaande theorieën over de ontstaangeschiedenis van de mens op de helling zette. Als Toumaï werkelijk onze allereerste voorouder blijkt te zijn, moet onze menselijke stamboom wellicht volledig worden herschreven.

Tot een vijftal jaar geleden werd Lucy, de in 1974 in Ethiopië gevonden Australopithecus afarensis, met haar 3,2 miljoen jaar als onze alleroudste voorouder beschouwd. In 2001 echter werd Lucy van haar troon gestoten door de ontdekking van de Orrorin tugenensis, beter bekend als de Millennium Man. Een Frans team van paleontologen vond in de Keniase Rift-vallei fragmenten van minstens een vijftal individuen die zo'n zes miljoen jaar oud zouden zijn. Dat de oorsprong van de mens in Oost-Afrika lag stond echter niet ter discussie.

toumai2.jpgMaar nog geen jaar later vond een team van de universiteit van Poitiers in het Centraal-Afrikaanse Tsjaad een fossiele schedel die alle bestaande theorieën over het ontstaan van de mens op losse schroeven zette. Het fossiel, dat de wetenschappelijke naam Sahelanthropus tchadensis kreeg, werd officieus 'Toumaï' gedoopt, een naam die in Tsjaad aan kinderen wordt gegeven die voor het droge seizoen worden geboren en zoveel betekent als 'hoop op leven'. De schedel vertoont zowel kenmerken van een mens als van een chimpansee. Als Toumaï effectief onze oudste voorouder zou blijken te zijn, kan dit impliceren dat de Australopithecines uit de menselijke stamboom moeten worden geweerd. Met zijn stevige wenkbrauwen lijkt Toumaï qua gezichtstrekken namelijk eerder op de latere hominiden dan op de vroegere, waaronder Australopithecus. Bijgevolg moest Australopithecus dan misschien eerder als een afzonderlijke tak van primaten worden gezien, en niet meer als een rechtstreekse voorouder in de menselijke lijn.

Zover lijkt het echter nog niet te zijn. Verschillende onderzoekers zijn van mening dat Toumaï de directe voorouder is van de gorilla, en dat Brunet maar moet bewijzen dat zijn stelling klopt. Geen gemakkelijke klus, want de versteende schedel is door zijn lange verblijf in de bodem enigszins vervormd. Niettemin hoopt Brunet zijn gelijk met behulp van de nieuwste technieken te bewijzen. De documentaire 'Toumaï: tussen aap en mens' van Pierre Stine, die Philippe Bijvoet voor Overleven bewerkte, reconstrueert het hele verhaal. Het opmerkelijke aan de documentaire is dat het een monologue intérieur is, een ik-verhaal dat wordt verteld vanuit het standpunt van Toumaï.

Info: 'Toumaï: tussen aap en mens', Overleven (Canvas), zondag 10 december, 21.50 - 22.30u.
Gerelateerde artikels: Nature: een overzicht van te raadplegen artikels uit Nature omtrent de menselijke paleontologie, waaronder Toumaï
www.sahelanthropus.com
Fossil Hominids: Toumai
Skull Fossil Opens Window Into Early Period of Human Origins (National Geographic)
New Findings Bolster Case for Ancient Human Ancestor
www.hominides.com: over de documentaire

door Bart | Varia | Reacties (0)

8 december 2006

Pottenbakkersoven op Leuvense Smetsplein van wetenschappelijk belang

Leuven%20Smetsplein%202.jpgReeds geruime tijd bestonden er vermoedens dat er zich in de late Middeleeuwen pottenbakkersateliers bevonden langs de Tiensestraat in Leuven. Deze vermoedens konden totnogtoe echter nooit gestaafd worden met archeologische vondsten. De pottenbakkersoven die bij de opgraving op het Alfons Smetsplein aan het licht kwam, heeft dan ook een grote wetenschappelijke waarde.

Leuven%20Smetsplein%201.jpgSlechts een fractie van de oorspronkelijke buitenwand en vulling bleek bewaard: de structuur werd namelijk grotendeels oversneden door de noordelijke keldermuur (foto links). Door de slechte bewaringsconditie is het onmogelijk conclusies te trekken m.b.t. het grondplan (cirkelvormig of ovaal) of de typologie (liggend of staand type). De buitenwand was opgebouwd uit zeven lagen gerecupereerde bakstenen, die in leem gevat waren. De bewaarde hoogte van deze wand bedroeg 48cm. Aan de blootgestelde zijde vertoonden de bakstenen zware brandsporen: het oppervlak van de meeste bakstenen was paarsblauw verkleurd door de hitte. Nergens werd de aanwezigheid van een stookkanaal vastgesteld. De vulling van de oven leverde heel wat interessante gegevens op i.v.m. de chronologie en de opbouw van de constructie.

Het bovenste vullingspakket bestond uit een laag verbrande leem. Het ging om een zeer losse vulling, die vermoedelijk in verband gebracht moet worden met de koepel van de ovenconstructie. In deze laag kwam heel wat pottenbakkersafval voor uit de tweede helft van de 14de/15de eeuw. Tot de vondsten behoren behalve fragmenten van grapen en kommen ook een volledig dekseltje met een bandvormig oor. Deze laag bleek ook enkele fragmenten te bevatten, waaraan leem vastgebakken bleek te zijn. Vermoedelijk gaat het om misbaksels die als bouwmateriaal herbruikt werden bij de opbouw van de lemen koepelconstructie. Deze potten hielden de warme lucht vast, waardoor een goede isolatie verkregen werd en bijgevolg minder hard gestookt moest worden.

Leuven%20Smetsplein%203.jpgOnder de laag verbrande leem kwamen over de volledige lengte van de oven vrij veel fragmenten van haardtegels voor, alsook één volledige daktegel. Op deze tegels bleken geen secundaire brandsporen voor te komen. Deze tegels maken bijgevolg geen deel uit van de ovenconstructie, maar zijn er na de opgave van de oven in terecht gekomen. Onder het tegelniveau (foto links) bevond zich een vermengde laag, bestaande uit houtskoolconcentraties en verbrande leem. Het houtskool werd bemonsterd voor archeobotanisch onderzoek. In deze laag bleken opnieuw heel wat misbaksels voor te komen. Interessant is de aanwezigheid van een fragment Langerwehe met loodglazuur. Gelijkaardige fragmenten werden ook in Aalst aangetroffen. Vermoedelijk werd het geïmporteerde steengoed aangepast aan de lokale smaak en traditie door er bepaalde typische kleuren aan toe te voegen. Daarnaast werden fragmenten van kommen, kookpotten, pannen en teilen aangetroffen, daterend uit de tweede helft 14e/15e eeuw. Helemaal onderaan de vulling, net boven de moederbodem, kwam een vrij harde bruinzwart verbrande leemlaag voor.

Leuven%20Smetsplein%205.jpgVermoedelijk werd de buitenwand van de oven gedeeltelijk uitgebroken; de wand vertoonde een onderbreking van 34cm bovenaan en 47cm onderaan. Mogelijk heeft deze uitbraak te maken met het ruimen van de oven. Op deze onderbreking sloot een onregelmatige kuil aan met een lengte van 1,7m en een breedte van 1,06m. Bij het couperen (foto links) konden verschillende opvullingslagen onderscheiden worden. Het aardewerk uit deze kuil bleek zowel chronologisch als morfologisch analoog te zijn met het aardewerk uit de vulling van de oven.

De opgave van de oven moet eveneens in de late Middeleeuwen gesitueerd worden. De oven bleek volledig afgedekt te zijn door een heterogeen leempakket, dat vrij veel aardewerk uit de late 14de/15de eeuw bevatte. Vreemd genoeg werden nergens op het terrein stortlagen van misbaksels aangetroffen. Algemeen kunnen we stellen dat er zeer weinig productie-afval aangetroffen is in de directe omgeving van de oven. De reden hiervoor is waarschijnlijk de sterke verstoring van het terrein tijdens de bouw van het college de Bay en de kazerne de Bay.

Bron: Opgravingen Smetsplein Nieuwsbrief 4
Meer info: Janiek Degryse

door Johan | Opgravingen | Reacties (0)

Onverwachte Romeinse sporen in de Liénartstraat in Aalst

Aalst%20Li%C3%A9nartstraat%201.jpgHet proefsleuvenonderzoek in de Aalsterse Liénartstraat leverde meer op dan bij de aanvang van de werken verhoopt werd. Niet alleen zijn er duidelijke bewijzen gevonden voor het bestaan van het pestkerkhof (vijf skeletten werden vrijgelegd in sleuf 2), maar er werden ook restanten aangesneden van de Hermelieten-begraafplaats en een Romeins grachtje uit de 2e-3e eeuw na Christus (sleuf 1).

Aalst%20Li%C3%A9nartstraat%202.jpgDe opgravingen in de Albert Liénartstraat leverden de archeologen alvast enkele interessante vondsten op. In een eerste sleuf vond het team twee skeletten terug, vermoedelijk een begraafplaats die tot het Hermelietenklooster behoorde. In de tweede sleuf, iets centraler in de straat, troffen ze nog eens vijf skeletten aan (foto links). Deze vondst duidt op de aanwezigheid van het pestkerkhof. De skeletten zijn nu voor onderzoek in handen van antropologen.

Maar de belangrijkste vondst was wellicht de ontdekking van een Romeins grachtje uit de tweede of de derde eeuw in de eerste sleuf. Dit kon men opmaken aan de hand van teruggevonden scherven en dakpannen in Romeinse stijl. Graafmachines breken momenteel het wegdek open voor de derde en laatste sleuf, net nabij het Statieplein. Op deze plaats hopen de archeologen nog meer informatie te verzamelen. Tot nu toe was er in Aalst slechts één vondst uit het Romeins tijdperk. In 1993 groef men in de buurt van het Stadsarchief aan de Oude Vismarkt al een Romeins graf op.

De opgravingen gebeuren in opdracht van het Vlaams Instituut evoor Onroerend Erfgoed. De stad Aalst zorgt voor logistieke steun. De werken zitten in hun derde en laatste fase en eindigen wellicht nog voor nieuwjaar.

Aansluitend artikel: Aalst speurt naar legendarisch 'pestkerkhof' (23 november 2006)
Bron: Stad Aalst

door Johan | Opgravingen | Reacties (0)

Numismatisch-archeologische beurs in Herentals

Numismatica Herentals organiseert op zondag 10 december voor de derde maal een grote muntenbeurs. Naast 350 meter tafelruimte voor numismatisch en archeologisch materiaal krijgt de bezoeker twee lezingen en de tentoonstelling 'Van primitief geld tot de Euro' voorgeschoteld. Bovendien zijn er promotiestanden van verschillende verenigingen. De beurs vindt plaats in zaal de Vossenberg in Herentals, vanaf 9u 's morgens.

Tijdens de beurs kunnen twee lezingen worden bijgewoond:
11u: Keltische muntslag - De Gallische oorlogen (door Ferdy Willems)
13u: Satirische medailles met dubbelkop paus-duivel en de katholieke reactie in de 16de eeuw (door Harry De Wit)

Externe link: Numismatica Herentals

door Tijl | Evenementen | Reacties (0)

7 december 2006

Monumentenwacht Vlaanderen zoekt medewerkers

monumenten.jpgMonumentenwacht Vlaanderen vzw is op zoek naar nieuwe medewerkers voor onmiddellijke indiensttreding. Voor de hoofdafdeling (standplaats Antwerpen) kijkt men uit naar een informaticus, een projectcoördinator kostprijsanalyse en een adviseur interieur, terwijl voor de provinciale afdelingen Limburg en Vlaams-Brabant telkens een eerste monumentenwachter bouwkunde wordt gezocht. U kan de volledige vacatures hier nalezen.

door Bart | Vacatures | Reacties (0)

Nieuwe impulsen voor Limburgse commanderijen

In het Limburgse Gruitrode is de restauratie van de kasteelhoeve van de commanderij van de Duitse Ridderorde deze week opnieuw gestart. De nieuwe evolutie in het