
Home
Kalender
Forum
Contact
Links
28 februari 2007
Het Steen en de burgers
Al vanaf de late 13de eeuw werd het Steen in historische bronnen vermeld als de gevangenis van Mechelen. Lange tijd wist niemand waar het Steen precies lag, tot het gebouw in 2002 tijdens de opgravingen op de Grote Markt in Mechelen werd blootgelegd. Binnenkort verschijnt het rijk geïllustreerde boek 'Het Steen en de burgers', het resultaat van de opgravingen op de Grote Markt. Tot 6 april kun je tegen een verlaagde prijs voorintekenen op het boek.
Het boek gaat dieper in op twee belangrijke aspecten van de middeleeuwse gevangenis. Een eerste deel handelt over de gevangenis als publiek gebouw, pal in het centrum van Mechelen. Daarom is dit niet alleen het verhaal geworden van de gevangenis, maar ook dat van de burgers. In het boek wordt aangetoond dat de bouw van de gevangenis onlosmakelijk deel uitmaakte van een grootschalige stadsaanleg in de 13de eeuw. Verdere ontwikkelingen in de bouwgeschiedenis van de middeleeuwse gevangenis kunnen gekoppeld worden aan politieke veranderingen, urbanistische ingrepen en verschuivingen in de rechtspraak.
Een tweede deel richt de aandacht op het dagelijkse reilen en zeilen in en rond de gevangenis. Dankzij multidisciplinair onderzoek van twee latrines van de gevangenis krijgen we inkijk in het intieme leven van de gevangenen: wat stond er op het menu, hoe zag hun verblijf er uit, waarmee hielden ze zich al die tijd bezig... Dit boek biedt dan ook een unieke kijk op het gevangenisleven in al zijn kleurrijke facetten.
Een muur van het Steen werd overigens bewaard in de ondergrondse parkeergarage, maar daar staan ze een beetje verloren, vindt stadsarcheoloog Bart Robberechts. "Dat is jammer, vooral omdat de muur onder druk van de publieke opinie bewaard bleef," zei hij vorig weekend in de Gazet van Antwerpen. "De mensen gaan denken dat archeologen alles verzamelen, maar dat ze er niks mee doen." De gebrekkige aandacht voor de eeuwenoude vondst was ook de nieuwe schepen voor monumentenzorg, Karel Geys (sp.a), al opgevallen: "Ofwel moeten we de muur op de huidige plek meer in de kijker zetten, ofwel moeten we hem verhuizen naar een andere site."
Praktisch: ‘Het Steen en de burgers’ verschijnt op 22 april (Erfgoeddag). Het boek is een uitgave van de Stad Mechelen – dienst Archeologie, met medewerking van het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed. Voorintekenen kan tot 6 april door storting van € 22,50 (i.p.v. € 27,00) per exemplaar op rekeningnr. 091-0095613-97 met vermelding van ‘Het Steen – naam + voornaam – aantal exemplaren’ voor wie het boek zelf komt afhalen. Wie het boek liever in de bus krijgt, stort € 4,25 per exemplaar meer. Meer info vind je in deze folder (pdf).
door Tijl | Publicaties | Reacties (0)
Renovatiedossier Vilvoords Dominicanenklooster goedgekeurd
Op de gemeenteraad van Vilvoorde werd het dossier over de renovatie van het voormalige Dominicanenklooster goedgekeurd. De gebouwen worden opgeknapt, waarna het sinds 1978 beschermde complex onderdak zal bieden aan een deel van de Vilvoordse stadsdiensten. Het klooster dateert uit de 17de eeuw, maar deed op het einde van de 19de eeuw ook nog dienst als mandenvlechterij, een functie waaraan het gebouw zijn huidige bijnaam 'Mattenkot' ontleende.
Het kloostercomplex, aan de Lange Molenstraat in Vilvoorde, wordt opgeknapt zodat de stadsdiensten die nu in het oude atheneum in de Campionlei gevestigd zijn, kunnen verhuizen. Op die manier moet het klooster een stuk van het stadhuis aan de overkant van de straat worden. De renovatie werd al een hele tijd geleden aangekondigd, maar het dossier met de kostenberekening gaat nu dus pas naar de provincie. De provincie maakt het over aan de voormalige afdeling Monumenten en Landschappen, zodat deze zich kan uitspreken over de toekenning van subsidies. Burgemeester Jean-Luc Dehaene verwacht dat hierrond nog voor de zomervakantie een beslissing zal vallen.
Het voormalige Dominicanenklooster dateert uit de 17de eeuw. Aan dit klooster was een vrij belangrijke 'Latijnse school voor humaniorastudies' verbonden. Tijdens de Franse revolutie werden de schoolgebouwen ingericht als kazerne. Later krijgen de gebouwen een meer economische bestemming: een katoenfabriek, een brouwerij met herberg, een opslagplaats voor spoorwegmaterieel en een mandenvlechterij (vandaar de benaming 'Mattenkot'). Pas in 1932 kreeg het complex zijn oorspronkelijke onderwijsfunctie terug: eerst als stedelijke nijverheidsschool, later als koninklijk technisch atheneum. In 2002 werd het gebouw aangekocht door de stad Vilvoorde om er een aantal stadsdiensten te huisvesten. In afwachting van de renovatie werden al enkele instandhoudingswerken uitgevoerd.
Foto: Erf-goed.be
door Tijl | Erfgoed | Reacties (0)
K.U.Leuven organiseert zomerkamp voor "archeologen-in-spe"
Van 6 tot 10 augustus organiseert de K.U.Leuven een wetenschapskamp voor jongeren tussen 12 en 16 jaar. Dit zomerkamp is een uitloper van het project 'Graven om te Weten' en draait volledig rond een gesimuleerde archeologische opgraving. De archeologen-in-spe gaan zelf opgraven, maar hun vondsten ook onderzoeken in een labo. En na het werk is er uiteraard ook nog tijd voor sport en spel...
Ben je tussen 12 en 16 en wil je deze zomer aan de slag als archeoloog? Schrijf je dan in voor het Wetenschapskamp van de K.U.Leuven van maandag 6 t.e.m. vrijdag 10 augustus 2007. Je gaat zelf opgraven. Maar een echte archeoloog doet meer dan alleen potscherven en stukjes bot te voorschijn borstelen. Je gaat de vondsten ook zelf onderzoeken in een laboratorium of in open lucht, om te ontdekken wat ze betekenen. En na het werk is er ook nog tijd voor sport en spel.
Het Wetenschapskamp 2007 vindt plaats van maandag 6 augustus 2007 t.e.m. vrijdag 10 augustus 2007 (programma). Tijdens deze week krijgen de deelnemers een onderkomen in de universiteitsresidenties op de Campus Arenberg in Heverlee bij Leuven. Zij worden begeleid door gekwalificeerde monitoren. Elke dag zijn alle nodige maaltijden en een vieruurtje voor de deelnemers voorzien. De vele workshops, praktijksessies en ateliers worden verzorgd door ervaren professoren en assistenten van de K.U.Leuven of andere wetenschappelijke instellingen. Het Wetenschapskamp 2007 is een initiatief van de Cel Wetenschapscommunicatie en de onderzoekseenheid Nabije Oosten Studies van de K.U.Leuven.
Er zijn 30 plaatsen beschikbaar voor deelnemers. Snel inschrijven is dus de boodschap.
Meer info: Wetenschapskamp 2007
Aansluitend artikel: Graven om te Weten (12 mei 2006)
door Tijl | Jeugd | Reacties (0)
27 februari 2007
West-Vlaanderen graaft! op 15 juni
Naar het voorbeeld van enkele andere provincies, komt men ook in West-Vlaanderen op de proppen met een archeologische contactdag. Op 15 juni kan iedereen terecht in provinciehuis Boeverbos te Brugge voor 'West-Vlaanderen Graaft!'. Door het toenemende aantal opgravingen en archeologische spelers in het veld wil de contactdag de plaats zijn om informatie uit te wisselen.
Het nieuwe initiatief, dat de bedoeling heeft verder uit te groeien, werd genomen door het provinciebestuur West-Vlaanderen, het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed(VIOE) en de entiteit Onroerend Erfgoed van de Vlaamse overheid. Het doel van de contactdag is in de eerste plaats om een ontmoetingsplaats te zijn waar archeologen en vrijwilligers elkaar kunnen leren kennen en hun projecten aan elkaar kunnen presenteren. Zo krijgen een 8-tal projecten de gelegenheid om zich in een korte presentatie voor te stellen en zal er voldoende tijd zijn voor de officieuze contacten. Het definitieve programma wordt later vastgelegd.
Meer info: Sam De Decker
door Jan | Congressen | Reacties (0)
ADAK zoekt dringend veldtechnicus
De intergemeentelijke dienst ADAK (Archeologische Dienst Antwerpse Kempen) is dringend op zoek naar een veldtechnicus voor een stadsopgraving te Turnhout in de maand maart. Bij voorkeur neemt de dienst een pas afgestudeerde archeoloog aan.
Meer info is te verkrijgen bij archeoloog Jef van Doninck (0473/96.48.57).
door Jan | Vacatures | Reacties (0)
Brusselse Hallepoort wordt gerestaureerd
De federale Regie der Gebouwen start in maart met de gevelreiniging en restauratie van de Hallepoort in Brussel. De werken zullen in het najaar beëindigd zijn. De Hallepoort is het laatste overblijvende deel van de tweede omwalling van de stad Brussel uit de tweede helft van de 14de eeuw. Vandaag wordt de Hallepoort gebruikt voor tijdelijke tentoonstellingen door het Koninklijk Museum voor Kunst en Geschiedenis.
Na de vorige werken, uitgevoerd in de jaren '80, start de federale Regie der Gebouwen dit jaar met de reiniging en restauratie van de gevel. De oorspronkelijke gevels van de Hallepoort werden indertijd gebouwd in Lediaanse kalksteen. Deze natuursteen is zeer homogeen van structuur en licht zandkleurig van tint. In de 19de eeuw werd door de architect Hendrik Beyaert bij de grote transformatiewerken Gobertangesteen gebruikt. Deze steen is bleker en grijzer van kleur en in een veel kleinere laagdikte aanwezig in de gevels.
Een andere belangrijke nieuwigheid zal het terug in gebruik nemen zijn van de grote poort aan de zijde van de gemeente Sint-Gillis. Sinds de 19de eeuw was de poortfunctie in verval geraakt. Daarnaast wordt er bevloering voorzien in de kelderverdieping, worden de vloeren op de eerste en tweede verdieping volledig vernieuwd, wordt het smeedwerk op het dak gerestaureerd, wordt de sanitaire ruimte bovengronds afgewerkt, komt de nodige elektriciteitsvoorziening voor de moderne technieken zoals audio-guides en beeldschermen, en wordt een klimaatregeling geïnstalleerd voor de zolderruimte om de extreem hoge temperaturen in de zomermaanden te milderen...
Reeds in 1840 werd door architect Hendrik Beyaert een nieuwe gevel gebouwd aan de zijde van de stad Brussel evenals neo-gotische openingen aan de zijde van de gemeente Sint-Gillis. Ook zijn belangrijke transformatiewerken uitgevoerd met ondermeer de plaatsing van een dak, torentjes, een zolderruimte, een monumentale trap... In 1976 werd de Hallepoort gesloten om veiligheidsredenen. Na een archeologische studie en renovatiewerken opende het beschermde monument opnieuw zijn deuren in 1991.
Na de beëindiging van de werken zal de permanent toegankelijke tentoonstelling 'Septentrion' met de geschiedenis van de Brusselse stadsomwalling geïnstalleerd worden.Tijdens de werken zal de Hallepoort niet toegankelijk zijn voor het publiek.
Aansluitend artikel: Europese steun voor versterkte erfgoed van Brussel (12 juni 2005)
door Tijl | Erfgoed | Reacties (0)
26 februari 2007
Archeologie in de Zeebrugse achterhaven
Komende woensdag 28 februari nodigt het vormingscentrum Moritoen archeologe Bieke Hillewaert (Raakvlak) uit voor een lezing over archeologie in het kader van de havenuitbreiding te Zeebrugge. Bij proefonderzoek werden daar vorig jaar opnieuw diverse Romeinse en middeleeuwse sporen aangetroffen. Bieke Hillewaert begeleidt u deze avond op een archeologische ontdekkingsreis langs het rijke verleden van het havengebied.
Tot voor het begin van de jaren zeventig strekte zich ten zuiden van het dorpje Zeebrugge, tussen het Boudewijnkanaal en het kanaal van Schipdonk tot aan de dorpskern van Dudzele, een uniek poldergebied uit. Waardevol vanuit biologisch, maar ook vanuit cultuurhistorisch standpunt. Het gebied werd gekenmerkt door een aaneenschakeling van statige hoeven, hooggelegen akkercomplexen en zompige weiden met soms zeer uitgesproken niveauverschillen. Deze vormden de relicten van wat eens de rijkdom was van deze streek, namelijk de veenwinningen.
Vanaf 1970, toen beslist werd tot de uitbouw van een ca. 1300 ha groot havencomplex, veranderde er heel wat in dit gebied. Waar eens koeien graasden, verrezen dokken en industrieterreinen. Nieuwe wegen en spoorweglijnen werden aangelegd. Bij de uitvoering van deze grootschalige infrastructuurwerken kwam een schat aan archeologische informatie aan het licht.
In een eerste fase werden de graafwerken opgevolgd en vonden er plaatselijk kleine opgravingen plaats. Hierbij werden vooral interessante waarnemingen verricht wat de inheems-Romeinse occupatie van het gebied betreft. Het groot aantal vondsten wijst op het belang en de intensiteit van de bewoning tijdens de Romeinse periode.
Vanaf 1999 tot 2002 werd systematisch proefonderzoek uitgevoerd voorafgaand aan de grootschalige werken. De proefsleuven brachten de resten aan het licht van laatmiddeleeuwse bewoningssites, middeleeuwse baksteenovens en opnieuw van de inheems-Romeinse bewoning in het gebied.
Het onderzoek werd in 2006 opnieuw opgestart en zal ook in de toekomst verdergezet worden.
Praktisch: woensdag 28 februari, van 19.30 u tot 22 u, Moritoenshuis (Lange Vesting 112, 8200 Brugge), toegang: € 12
Externe link: Raakvlak
door Bart | Lezingen | Reacties (0)
De Kortrijkse 'Gravenkapel'
Nu donderdag 1 maart geeft Véronique Lambert een lezing over de zogenaamde 'Gravenkapel' in Kortrijk. De Katharinakapel, zoals dit gotische pareltje eigenlijk heet, werd destijds door Lodewijk van Male gebouwd en was bedoeld als mausoleum. De kapel bevindt zich op het voormalige grafelijke domein, en is vooral interessant omwille van zijn muurschilderingen die de geschiedenis van het graafschap Vlaanderen illustreren.
Véronique Lambert is 'uittredend' erfgoedcoördinator (Erfgoedcel Kortrijk) en sinds 1 februari als wetenschappelijk onderzoeker verbonden aan het museum “Kortrijk 1302”.
Praktisch: Donderdag 1 maart, 19.30 u, Erfgoedhuis Kortrijk (Onze-Lieve-Vrouwestraat 45, Kortrijk). Organisatie: Vrienden van de Musea & West-Vlaamse Gidsenkring.
door Bart | Lezingen | Reacties (0)
Vliegen naar het verleden
Op woensdag 28 februari geeft René Pelegrin in Leuven een lezing over archeologische luchtprospectie. Als vaste piloot van het departement Archeologie van de K.U.Leuven is Pelegrin een expert terzake. De lezing, georganiseerd door studentenkring Alfa, bestaat uit twee grote delen: eerst verzorgt de spreker een algemene inleiding tot de luchtfotografie, om vervolgens al vliegend 4000 jaar terug te keren in het verleden...
Praktisch: woensdag 28 februari, 20u. Monseigneur Sencie-Instituut (Leuven), lokaal 00.28.
Inkom: 1,5 euro (leden: 1 euro). Organisatie: studentenkring Alfa.
door Tijl | Lezingen | Reacties (0)
25 februari 2007
De middeleeuwse oorsprong van de commerciële zeevisserij
Sinds vorig jaar nemen het Vlaams Instituut voor Onroerend Erfgoed (VIOE) en het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN) deel aan een internationaal project rond de middeleeuwse oorsprong en ontwikkeling van de commerciële zeevisserij in de Noordzee, de Baltische Zee en het noorden van de Atlantische Oceaan. Het project brengt de gegevens samen uit het Europees archeologisch onderzoek van visresten uit de periode van 600 tot 1600 AD.
In de eerste fase van 'The Medieval Origins of Commercial Sea Fishing Project' is de kabeljauw (zie afbeeldingen) het onderzoeksobject. Deze vissoort was van groot economisch belang in de middeleeuwen en de vangst, verwerking en handel had een bepalende invloed op de sociale en politieke ontwikkeling van de toenmalige maatschappij. Vanuit ecologisch oogpunt betekende de ontwikkeling van de kabeljauwvisserij bovendien het beginpunt van een steeds grotere menselijke impact op het ecosysteem van de zee, die uiteindelijk heeft geleid tot stelselmatige overbevissing en in recente tijden het dreigende uitsterven van de kabeljauwpopulaties in de Noordzee.
In het project wordt bijzondere aandacht geschonken aan de gedetailleerde studie van tijdsreeksen uit consumptiesites met een lange geschiedenis, zoals York, Southampton, Gent, Mechelen en Ribe. Daarnaast wordt nadrukkelijk gezocht naar materiaal dat bijna zeker verhandeld werd, meer bepaald in sites uit Duitsland, Polen, Zweden en Estland. Collecties uit de historische productieplaatsen van ‘stokvis’ (gezouten en gedroogde kabeljauw), opgegraven in Noorwegen en op de noordelijke eilanden van Schotland, worden eveneens onder de loep genomen.
De onderzoeksmethodiek is niet enkel deze van de klassieke analyse van dierlijke archeologische resten (identificatie, aan- of afwezigheid van skeletementen, reconstructie van grootte-verdelingen, registratie van snijsporen). Ook recent ontwikkelde biomoleculaire technieken worden aangewend, zoals de analyse van stabiele isotopen, met als doel de herkomst van verhandelde vis te achterhalen.
Een eerste grondige evaluatie van het project zal gebeuren naar aanleiding van het congres “Cod and Herring: The Archaeology and Early History of Intensive Fishing” dat zal plaatsvinden op Westray (Orkney, UK) van 4 tot 8 juni 2008.
Externe link: The Medieval Origins of Commercial Sea Fishing Project
Bron en foto's: VIOE
door Tijl | Internationaal | Reacties (0)
Red het Sanatorium Joseph Lemaire in Tombeek
Drie Brusselse studenten willen het Sanatorium Joseph Lemaire in Tombeek (Overijse) in ere herstellen. Het voormalige tbc-ziekenhuis, dat ooit bekend stond als een hoogtepunt van de Belgische modernistische architectuur, staat sinds 1987 leeg en is in enkele jaren herleid tot een ruïne. De website www.redhetsanatorium.be en enkele ludieke acties moeten het beschermde gebouw nu weer onder de aandacht brengen. Vanaf 4 maart worden ook rondleidingen georganiseerd.
Het Sanatorium Joseph Lemaire werd ontworpen door Maxime Brunfaut in 1937. Het werd gebouwd in opdracht van de socialistische verzekeringsmaatschappij 'La Prévoyance Sociale' en kreeg de naam van de toenmalige directeur. Aanvankelijk diende het voor de verzorging van tuberculose-patiënten. Het is één van de meest typerende bouwwerken van het modernisme in Europa, maar staat leeg sinds 1987. Middenin het groen, volledig afgesloten van de buitenwereld, valt het sanatorium ten prooi aan vandalen, dieven en ouderdom. Het gebouw is alvast een geliefkoosd onderwerp geworden voor fotografen van vergane glorie.
Er zijn al tal van voorstellen in verband met herbestemming geweest: kantoren, appartementen, asielcentrum, ziekenhuis, hotel… maar telkens werd ze afgeblazen. Drie studenten hebben zich nu het lot van het sanatorium, dat in 1993 werd beschermd, aangetrokken. De drie wilden het gebouw oorspronkelijk inschrijven voor de Monumentenstrijd, maar de eigenaar wilde zijn toestemming niet geven voor het project. De eigenaar, Olivier Herpain, een Brusselse vastgoedmakelaar en één van de 200 rijkste Belgen wil niet dat zijn naam aan het vervallen sanatorium gelinkt wordt.
Om het sanatorium toch onder de aandacht te brengen, richtten de studenten de website www.redhetsanatorium.be op. De internetsite geeft informatie over de geschiedenis van het gebouw, maar wil vooral mensen laten nadenken over de toekomst van het sanatorium. In 2007 worden er verschillende activiteiten georganiseerd met de hoop op herbestemming en restauratie. Lezingen, debatten, info-avonden en salons rond herbestemming zullen worden georganiseerd.
Omdat het door de slechte staat van het gebouw steeds gevaarlijker wordt het sanatorium alleen te betreden, organiseert men vanaf zondag 4 maart rondleidingen op het domein rond en in het sanatorium. Deze zullen telkens plaatsvinden op zondag om 15u. Wil je ook een rondleiding volgen, dan kun je hier inschrijven.
Externe link: www.redhetsanatorium.be
door Tijl | Erfgoed | Reacties (2)
Lezing over reliekenonderzoek in Gent
Op dinsdag 27 februari organiseert de Archeologische Werkgroep van de Universiteit Gent een lezing over het reliekenonderzoek van het Vlaams Instituut voor Onroerend Erfgoed (VIOE) en het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium (KIK). De lezing in Gent wordt gegeven door Anton Ervynck, en heeft als titel 'Relieken: echt of vals? Een archeologisch onderzoek van niet-begraven mensen'.
Relieken kunnen binnen het rooms-katholieke geloof zowel de stoffelijke resten van heiligen zijn, als zaken die met de heilige, of met zijn of haar overblijfselen, in contact zijn geweest. Dergelijke relieken worden ook vandaag nog op vele plaatsen bewaard in schrijnen. De laatste tijd neemt de volksdevotie rond de relieken van (vaak zeer lokale) heiligen serieus af, en men durft zich dus al eens de vraag naar de echtheid ervan te stellen. De voorbije jaren openden experten van het VIOE en het KIK verschillende reliekschrijnen en ontmantelden ze omzichtig de inhoud. De relieken, van skeletten tot minuscule stukjes texiel, werden met de nieuwste wetenschappelijke methodes onderzocht. In de recente publicatie 'Relieken. Echt of vals?' bespreken de wetenschappers de resultaten van 13 analyses, waaruit blijkt dat de meeste dossiers over relieken een mengeling van waarheid en fictie bevatten.
Aansluitend artikel: iedereen is welkom op dinsdag 27 februari om 20u in Auditorium D van de Blandijnberg (faculteit Letteren, UGent). De lezing is gratis.
door Tijl | Lezingen | Reacties (0)
23 februari 2007
Hoogtepunten uit de Griekse sterrenkunde
Op dinsdag 27 februari geeft professor Christoffel Waelkens (Instituut voor Sterrenkunde, K.U.Leuven) in Leuven een voordracht over de hoogtepunten uit de Griekse sterrenkunde. Griekse wetenschappers hebben intellectuele prestaties geleverd die lange tijd zonder weerga zijn gebleven. Dit wordt tijdens de lezing aangetoond aan de hand van het werk van enkele markante sterrenkundigen zoals Eratosthenes, Aristarchos en Hipparchos.
Onze onderwijstraditie heeft de Griekse intellectuelen vooral in het kamp der Letteren geduwd. Nochtans zou het in onze door wetenschap gestuurde maatschappij niet misstaan om te wijzen op de grondige invloed van die Griekse meesters op het wetenschappelijke denken in volle synergie met de humane cultuur...
Niet alleen hun resultaten zijn belangrijk, maar ook - en misschien vooral - de manier waarop ze die hebben bereikt. In het bijzonder valt op dat vele grote Griekse wetenschappers hellenisten waren die leefden in een tijd waar de grote verhalen van toen aan invloed hadden ingeboet, maar waar internationale contacten en welvaart aanzienlijker waren dan voorheen, een tijd die sterk doet denken aan die van vandaag.
Praktisch: Dinsdag 27 februari 2007 om 20u00 op de faculteit Letteren (MSI 00.28). Gratis toegang. Organisatie: Nederlands Klassiek Verbond.
door Tijl | Lezingen | Reacties (0)
22 februari 2007
Oudste wiskundige vondst ontcijferd
Wetenschappers hebben de tekens op een 22.000 jaar oud botje ontcijferd dat een halve eeuw geleden werd gevonden in Afrika. Volgens het wetenschappelijke magazine Eos wijst de ontdekking erop dat de wieg van de wiskunde in Afrika ligt. Het been werd een halve eeuw geleden opgegraven door de Belgische geoloog-archeoloog Jean de Heinzelin in het Congolese Ishango.
Het Ishango-botje is tien centimeter lang en heeft een kwartskristal aan het uiteinde. Het ziet eruit als een soort schrijf- of graveerwerktuig. Op het been staan drie kolommen met kerven of sporen.
Jarenlang speculeerden wetenschappers over de betekenis van de tekens op het Ishango-bot, dat in het Museum voor Natuurwetenschappen in Brussel ligt. Ze dachten onder meer aan een maankalender, een rekenkundig spel, een verzameling priemgetallen of een ingewikkelde telstaaf. Recent onderzoek wijst nu uit dat de laatste hypothese correct is.
Opheldering kwam er door de ontdekking van een tweede botje, het ,,tweede been van Ishango''. De Heinzelin vond het bot destijds dicht bij het eerste been, maar hield het bestaan ervan geheim, "wellicht omdat subjectieve en onwetenschappelijke critici hem het leven zuur maakten," aldus Eos Magazine.
Pas op zijn sterfbed in 1998 verzamelde de Belgische wetenschapper zijn notities en begon hij aan een wetenschappelijk artikel. Een team van archeologen, wiskundigen en ingenieurs zette na zijn dood het werk voort en komt nu met de resultaten naar buiten.
De twee beentjes zijn volgens hen telstokken van een volk dat niet zoals wij decimaal telde, maar waarschijnlijk met de bases 6 en 10. De wetenschappers stellen in het artikel in Eos-Magazine dat het gaat om een typisch Afrikaanse telwijze. Zo'n telproces is vergelijkbaar met wat wij in het westen doen als we getallen per 5 'turven' (vier verticale streepjes worden horizontaal gedwarst door een vijfde streepje), omdat dat overeenkomt met onze telbasis 10.
"Doordat het Ishango-volk zijn getallen bedacht in een basis 6-10 combinatie, zoals volkeren in andere Afrikaanse gebieden vandaag, komt een onmiskenbare logica te voorschijn," zeggen de wetenschappers. Volgens hen zijn de twee botjes de oudste getuigenissen van logisch redeneren.
Het tweede been van Ishango wordt op 28 februari voorgesteld op een wetenschappelijke conferentie in Brussel.
door Jeroen | Internationaal | Reacties (0)
21 februari 2007
Vlechtwerk uit de Nieuwe Wereld
Vlechtwerk behoort vermoedelijk tot de oudste technieken die in de Nieuwe Wereld werden ontwikkeld. Oorspronkelijk toegepast om gebruiksvoorwerpen te vervaardigen, verkreeg de techniek in de loop der eeuwen een ander statuut en werd vlechtwerk gebruikt voor opsmuk of als uiting van prestige. Over vlechtwerk uit de Nieuwe Wereld kom je nu zaterdag alles te weten tijdens een wandelvoordracht op de tijdelijke tentoonstelling in het Jubelparkmuseum in Brussel.
Nog tot eind april loopt in het Jubelparkmuseum de tentoonstelling 'Vlechtwerk uit de Nieuwe Wereld'. Jammer genoeg lieten de gebruikte plantaardige materialen niet toe dat de voorwerpen in vlechtwerk bewaard bleven, met uitzondering van enkele gebieden waar het droge klimaat de conservering ervan tot op de dag van vandaag mogelijk maakte. Hoedanook, deze traditie die in de precolumbiaanse tijd tot stand kwam, werd voortgezet na de komst van de Europeanen en duurt vandaag nog steeds voort.
Van meet af aan is het de bedoeling geweest om op deze tentoonstelling de meest prestigieuze voorwerpen van enkele musea en privé-verzamelingen samen te brengen, onder meer van het Jubelparkmuseum en het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika. Dankzij dit geheel kan op de tentoonstelling de verscheidenheid worden getoond van de productie, evenals de rijkdom van de versieringen, zo kenmerkend voor de culturen van het Amerikaanse continent.
Deze voorstelling zou onvolledig zijn als twee essentiële aspecten van het vlechtwerk niet aan bod zouden komen. Enerzijds wordt de vindingrijkheid en de handigheid van de indianen aangetoond door de verscheidenheid van de technieken. Deze kwaliteiten gaven de Apachen en de Navajo's, die geen vaatwerk van terracotta gebruikten, de mogelijkheid om recipiënten te maken in vlechtwerk en die zelfs te gebruiken voor het transport van vloeistoffen. Anderzijds hing het gebruikte materiaal natuurlijk af van de leefomgeving. Grassen, schors, dennennaalden, paardenharen en zelfs, in een recentere periode, metaal, werden gevlochten om de gewenste voorwerpen te bekomen.
Praktisch: de wandelvoordracht vindt plaats op zaterdag 24 februari om 14u30. De tentoonstelling loopt nog tot 29 april. Meer info op kmkg.be.
door Tijl | Tentoonstellingen | Reacties (0)
20 februari 2007
Terracotta krijgers komen naar Maaseik
Een deel van het wereldberoemde Chinese terracotta-leger van Xian komt naar Maaseik. Dat meldt de VRT-nieuwsdienst vandaag. De beelden worden eind 2008, begin 2009 tentoongesteld in het Minderbroedersklooster. Maaseik werkt voor de tentoonstelling samen met het Drents Museum uit Nederland, dat twee jaar lang heeft onderhandeld over de expo. Begin april reist een delegatie van beide musea naar China om de contracten te tekenen.
Het achtduizendkoppige terracotta leger van Xian is Unesco-werelderfgoed. Zo'n twintig beelden van krijgers en archeologische voorwerpen van goud, brons en jade zullen in Maaseik te zien zijn.
De levensgrote beelden van krijgers en ruiters werden in 1974 ontdekt door boeren die aan een waterput werkten. Ze bleken een van de grootste archeologische van de twintigste eeuw te hebben gedaan. De beelden - voetvolk, kroosboogschieters, ruiters met strijdwagens - hoorden bij het graf van de eerste Chinese keizer Qin Shi Huangdi (derde eeuw voor Christus).
Bron: VRT-nieuwsdienst
door Tijl | Tentoonstellingen | Reacties (2)
De toekomst van erfgoed: het programma
Het Ename Expertisecentrum voor Erfgoedontsluiting heeft het volledige programma van de derde editie van haar jaarlijks colloquium bekendgemaakt. Dit internationale colloquium vindt van 21 tot 24 maart plaats in Gent, onder de titel 'De toekomst van erfgoed. Veranderende visies, houdingen en contexten in de 21ste eeuw'. Tot 1 maart kun je overigens nog genieten van een korting op het inschrijvingstarief.
Het derde internationale Ename Colloquium biedt een uniek wereldforum waarop gediscussieerd zal worden over welke rol erfgoed tijdens de komende decennia in onze samenleving zal spelen. Zoals de vorige jaren, nodigden de organisatoren weer een brede waaier uit aan academici, erfgoedspecialisten, leraars en mensen die aan het hoofd staan van een overheid om gedurende drie dagen te discussiëren, aan workshops deel te nemen en na te denken over de huidige en toekomstige status van erfgoed. Op zaterdag 24 maart organiseert men ook een rondleiding in Gent voor diegenen die geïnteresseerd zijn in een bezoekje aan deze unieke stad.
Meer info: enamecenter.org
door Tijl | Congressen | Reacties (0)
19 februari 2007
Stoomstroopfabriek in Borgloon wint Monumentenstrijd
De stoomstroopfabriek uit het Limburgse Borgloon is de onverwachte winnaar geworden van de Monumentenstrijd, zo raakte vanavond bekend tijdens de slotshow op Canvas. Het gebouw zal gerestaureerd worden voor een maximumbedrag van 500.000 euro. Minister Dirk Van Mechelen liet vandaag ook weten dat hij graag een vervolg zou zien op de Monumentenstrijd. Daarnaast wil hij werk maken van de bescherming van het hoperfgoed in Poperinge en Asse.
De stoomstroopfabriek haalde het van de twee gedoodverfde favorieten: Cinema Plaza in Duffel, dat een sterk herbestemmingsplan op tafel kon leggen, en het architecturaal meest waardevolle monument, de Boekentoren in Gent. Het begijnhof van Diksmuide en de drie Gallo-Romeinse tumuli in Tienen strandden op vierde en vijfde plaats. Volgens de VRT brachten 163.000 Vlamingen tijdens de live-uitzending hun stem uit via sms, telefoon en/of digitale televisie. De finalisten streden om een deel van het restauratiefonds van 1 miljoen euro. De winnaar krijgt de grootste hap uit het budget: maximum 500.000 euro. Naarmate er geld overblijft in het fonds, kunnen ook de volgende laureaten een bijdrage krijgen voor hun restauratie.
Minister Dirk Van Mechelen, zelf opvallend afwezig op de slothappening, liet in een persbericht weten dat hij graag een vervolg zou zien op de Monumentenstrijd. Het programma heeft er volgens hem voor gezorgd dat in enkele maanden tijd heel wat mensen in contact kwamen met ons erfgoed en de veelzijdigheid ervan. Van Mechelen wil dat Monumentenstrijd een duurzaam karakter krijgt en daarvoor wil hij op korte termijn overleg met de VRT. Daar moet volgens de minister niet alleen een evaluatie van de eerste Monumentenstrijd op de agenda staan, maar ook een concreet voorstel voor het organiseren van een tweede Monumentenstrijd. De minister zou die tweede versie graag uitgebreid zien naar landschappen en het rollend, rijdend, vliegend en varend erfgoed. Voorts wil Van Mechelen ook overleg over de manier waarop erfgoed, ook na de Monumentenstrijd, crossmediaal in de VRT-programma's aan bod kan komen.
Dirk Van Mechelen laat ook weten werk te willen maken van de bescherming van een aantal nog niet beschermde finalisten uit Monumentenstrijd. De meeste van de dertig dossiers die het scherm haalden, hadden al een beschermd statuut, maar een beperkt aantal niet. Dat is onder meer het geval voor de hopasten en andere restanten van het hoperfgoed in de streek rond Poperinge en Asse. "De minister heeft dan ook aan zijn administratie gevraagd om nog dit jaar na te gaan of en welke onderdelen van dat rijke hopverleden voor bescherming in aanmerking kunnen komen," luidt het.
door Tijl | Varia | Reacties (13)
Arbeiders stoten op historische waterput onder pastorie Dessel
Bij de restauratie van de pastorie van de Kempische gemeente Dessel hebben arbeiders begin deze maand voor de tweede maal een archeologische vondst gedaan. Enkele maanden geleden stootte men in de pastorie al op restanten van een verharding (oprit?) uit de vroege 18de eeuw. In een tweede kamer vond men nu opnieuw kasseien en stenen, maar ook een put met een doorsnede van meer dan een meter. Meer dan waarschijnlijk gaat het hier om een oude waterput.
Momenteel wordt de pastorie van Dessel gerestaureerd en vergroot, waarna de diensten van het OCMW er gehuisvest worden. Een paar maanden geleden stootte men tijdens de restauratiewerken op een stenen verharding onder één van de kamers op het gelijkvloers.
"De eerste berichten die ons bereikten, spraken van de restanten van een weg," vertelt gemeentearchivaris Luc Damen, ook voorzitter van heemkundige kring De Griffioen. "Dat leek ons aanvankelijk een mogelijkheid. De pastorie dateert van 1778 en werd gebouwd op de plaats waar de oude pastorie uit 1488 stond. Door de tuin van de oude pastorie liep van oost naar west een straatje, genaamd het Peperstraatje."
Damen: "Men moet zich echter de vraag stellen of er in Dessel in de tweede helft van de 17de eeuw al verharde wegen lagen. Er is nog geen historisch onderzoek verricht naar de ontwikkeling van het straten- en wegennet in Dessel, maar de kans lijkt bijzonder klein." Bij een studie van de beschikbare historische bronnen viel het Damen op dat pastoor Wuydts (1701-1722) in het begin van de 18de eeuw heel wat onderhoudswerken deed aan de oude pastorij. Zo liet hij in 1717 duidelijk een deel van zijn erf verharden: "Anno 1717 hebbe geleijdt den casseij rontom tusschen de bauwen, met andere weghen van careelsteen".
Hoewel de recente vondsten in de Desselse pastorie wellicht restanten zijn van deze verharding, blijven er nog een aantal open vragen. Zo liggen de grote stenen vooral geconcentreerd op één plaats; ze vormen quasi een vierkant van ruw geschat 1,20 x 1,20 meter. "Het lijkt erop of ze geplaatst zijn voor de ingang van een deur of poort," zegt Damen. "Over een bepaald aantal meters zijn een aantal grotere en vrij rechte stenen achter mekaar gelegd om een strook af te bakenen."
Begin februari deed men een nieuwe ontdekking: "In een tweede kamer vond men opnieuw kasseien en stenen, ongetwijfeld weer een deel van de verhardingen die pastoor Wuydts in 1717 liet aanleggen. Nog interessanter is de vondst van een put met een doorsnede van meer dan een meter. De put - meer dan waarschijnlijk een oude waterput - is helemaal opgevuld met aarde. De overheidsdiensten zijn verwittigd en de volgende weken zal beslist worden wat er met de vondsten zal gebeuren."
Meer info: De kasseien van pastoor Wuydts (Luc Damen - pdf)
door Tijl | Opgravingen | Reacties (0)
Vredesmolen in Klerken wordt niet hersteld
De West-Vlaamse gemeente Houthulst heeft beslist om geen instandhoudingswerken uit te voeren aan de Vredesmolen in Klerken. Volgens burgemeester Joris Hindryckx (CD&V) zou dat verloren geld zijn, omdat er een restauratie zit aan te komen. De molen liep tijdens de storm van 17 januari veel averij op. Het beschermde monument, dat binnenkort door de Vlaamse overheid als oorlogsrelict geconsolideerd wordt, heeft van boven tot onder een brede scheur.
"De schade aan de molen is zo erg dat het monument dreigt in te storten bij de volgende windstoot," zegt burgemeester Joris Hindryckx vandaag in het Nieuwsblad. "De stabiliteit van het gebouw is niet meer verzekerd, zodat het voorlopige herstel van deze molen een klus is voor een gespecialiseerd bedrijf. Er zijn vooreerst voor 50.000 euro herstellingen nodig aan de muren van de molen. Om deze muren te beveiligen dienen er allerhande stellingen en constructies geplaatst te worden totdat de restauratie van start gaat. Het huren van dit materiaal kost duizend euro per maand."
De gemeente heeft daarom beslist de dure instandhoudingswerken niet uit te voeren: "Het is allemaal verloren geld want bij de definitieve restauratie van dit monument moet alles weer afgebroken worden." Wel wil het gemeentebestuur een minimale herstelling uitvoeren en het gat dichtmetselen. Ondertussen hoopt men zo snel mogelijk een ontwerper te vinden die de plannen opmaakt voor de restauratie en de valorisatie van het beschermde monument.
De molen van Klerken heeft het hard te verduren gehad tijdens de Eerste Wereldoorlog. Tijdens de slag van Klerken is de molen gedeeltelijk vernield.De molen van Klerken bleef na de oorlog particulier bezit en werd door de eigenaars niet meer hersteld. In 1983 donderde een groot muurgedeelte naar beneden.
In 1997 lanceerde de Dorpsraad van Klerken een actie tot redding van de molen. Ze hield een fototentoonstelling en een petitieactie leverde bijna 650 handtekeningen op, op een totaal van 535 huizen. Dat leidde tot de bescherming van de molen als monument op 1 april 1999. De gemeente nam de molen over en heeft plannen om de molen te behouden als oorlogsmonument. De molenruïne wordt niet meer maalvaardig gemaakt, maar geconsolideerd als herinnering aan de eerste wereldoorlog en aan de wens tot permanente vrede.
Foto: molenechos.org
Bron: Het Nieuwsblad - 19 februari 2007
door Tijl | Erfgoed | Reacties (0)
18 februari 2007
Bouwwerken Kontich van start zonder archeologisch onderzoek?
De heisa rond de verkavelingsproblematiek langsheen de Duffelsesteenweg in Kontich bereikt een hoogtepunt. Enkele weken geleden was er de (herhaalde) klacht over geknoei met vergunningsdocumenten. Nu dreigt de aannemer, de firma Alloeckx, ermee om over drie weken aan te vangen met de bouwwerkzaamheden. Olivier Onghena, advocaat van de firma, stelt dat zijn cliënt zelfs recht heeft op schadevergoeding door de door de archeologen opgelopen vertragingen.
Aan de Duffelsesteenweg ligt een bouwproject van ontwikkelaar Alloeckx nv al zeven maanden stil. Het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed (VIOE) houdt echter voet bij stuk: op basis van eerdere vondsten wil het verdere opgravingen doen. Niet alleen het bodemarchief, maar ook de eigenaars van de verkochte gronden dreigen ondertussen het slachtoffer te worden. De verkaveling had in de eerste plaats niet mogen uitgevoerd worden: de verkoop gebeurde immers op basis van een vergunning met vervalste handtekeningen. Hiertegen is reeds klacht ingediend door burgemeester Jef van Linden. Ondertussen zou er met meerdere documenten op verschillende manieren zijn geknoeid. Zaakvoerder Dirk Alliet van de firma Alloeckx ontkent enige betrokkenheid bij de schriftvervalsing: "Wat er met die handtekeningen gebeurd is, gaat mijn petje te boven. De betrokken notaris heeft alle documenten goedgekeurd en heeft me verzekerd dat ik al gronden mocht beginnen verkopen."
"Die mensen van VIOE kennen de wetgeving zelf niet en willen de kosten voor de opgravingen op mij afschuiven," vervolgt Alliet. Volgens hem was er op de betrokken site géén verplichting tot archeologisch onderzoek. "Dat was wel zo op het linkse gedeelte van de verkaveling en daar is het ook gebeurd. Op het stuk waar het hier over gaat, was er geen verplichting, dat staat zwart op wit in de bouwvergunning. Op eigen initiatief hebben ze dan, zonder mijn toelating, toch proefsleuven gegraven en blijkbaar is daar wat gevonden." Eind vorige maand zou de VIOE hebben laten weten dat het archeologisch onderzoek in de eerste week van februari zou starten en maximaal 30 dagen zou duren. "Maar ze houden me nu al zeven maanden aan het lijntje", aldus Alliet.
Advocaat Onghena verdedigt zijn cliënt: "De wet bepaalt dat, indien de werkzaamheden langer dan één maand vertraging oplopen door archeologische opgravingen, de eigenaar recht heeft op schadevergoeding. Meneer Alliet heeft niets gedaan wat onwettig is, hij heeft integendeel steeds constructief meegewerkt met het VIOE. Toen de eerste vondsten gedaan werden, heeft hij zelfs twee dagen een graafmachine ter beschikking gesteld." Voor Alliet is de maat nu vol. "Ik sta recht in mijn schoenen en ga nu zelf de wet toepassen. We hebben een brief gestuurd naar het VIOE met de melding dat ze nog drie weken tijd hebben om te graven, daarna beginnen we met het bouwen."
Bron: Gazet van Antwerpen, ATV regionale televisie
door Johan | In de pers | Reacties (3)
De Zeeuw van Vlaanderen
Ter gelegenheid van de Belgisch-Nederlandse contactdagen voor middeleeuwse archeologie, die begin deze maand in Brugge plaatsvonden, maakten de regionale televisiezenders van West- en Zeeuws-Vlaanderen een reportage over de verschillen tussen de archeologie in Vlaanderen en Nederland. De reportage werd dit weekend uitgezonden en kan ook online bekeken worden op omroepzeeland.nl. Naast gesprekken met Vlaamse en Nederlandse archeologen, komt ook het archeologisch onderzoek in Middelburg (Maldegem) aan bod.
door Tijl | In de pers | Reacties (0)
Antwerps Red Star Line-complex kandidaat voor 'World Monuments Watch'
De stad Antwerpen heeft zich met haar Red Star Line-gebouwen kandidaat gesteld voor een plaatsje op de prestigieuze Amerikaanse renovatielijst 'The World Monuments Watch'. Daarmee hoopt Antwerpen op internationale belangstelling en vooral financiële fondsen voor de gebouwen aan het Eilandje. De lijst bevat de honderd meest bedreigde sites ter wereld en wordt tweejaarlijks hernieuwd.
The World Monuments Watch is het belangrijkste renovatieprogramma van het Amerikaanse 'World Monuments Fund'. Bedreiging door vandalisme, natuurlijk verval en ook een gebrek aan financiële middelen zijn onder meer redenen om op de lijst te komen. Het comité dat de genomineerden selecteert, bestaat uit verschillende overheden, ngo's en stichtingen.
Het Antwerpse complex van de voormalige rederij Red Star Line Company was op het einde van de 19de en begin 20ste eeuw een van de belangrijkste vertrekpunten van de grote migratiebeweging van Europa naar Amerika. Vanuit Antwerpen voeren 23 schepen regelmatig naar New York en Philadelphia. Bijna drie miljoen Europeanen vonden zo hun weg naar Amerika en Canada.
Een deel van het Red Star Line-complex op Ellis Island in New York, dat nog niet gerenoveerd werd, staat eveneens op de lijst. Naar analogie met deze nominatie stelde Antwerpen zich ook kandidaat.
Aansluitend artikel: Oudste gebouw Red Star Line wordt beschermd monument (11 september 2006)
Foto: Erf-goed.be
door Tijl | Erfgoed | Reacties (1)
16 februari 2007
Archeoloog brengt verdedigingslinie uit Tweede Wereldoorlog in kaart
Archeoloog Koen Demarsin is momenteel bezig met de inventarisatie van bunkers en andere militaire resten van de KW-linie, een verdedigingslinie uit de Tweede Wereldoorlog die tussen Koningshooikt (Lier) en Waver liep. Op termijn wil hij ook een initiatief nemen om de bunkers te promoten. Dat zou kunnen aan de hand van een publicatie of een website voor een breed publiek, maar ook een historische fietsroute met infopunten onderweg behoort tot de mogelijkheden.
"De belangstelling voor bunkers ontstond eerder toevallig," vertelt archeoloog Koen Demarsin uit Heverlee vandaag in het Nieuwsblad. "Ik was bezig met het fotograferen van monumenten in het Leuvense en overal waar ik kwam, zag ik die bunkers staan. Dat viel mij op en ik wou er meer over weten. Via een website leerde ik Karel Herbots kennen, van wie ik heel wat informatie kreeg. Zo kwam ik te weten dat ze deel uitmaakten van de KW-linie, een verdedigingslijn die tussen Koningshooikt en Waver liep. Die werd gebouwd toen Duitsland een almaar grotere bedreiging werd. Door tijdsgebrek raakte niet alles af. Zo reikt bijvoorbeeld het bijbehorend telefoonnetwerk niet verder dan Bertem."
Aan de hand van een Duits rapport en verschillende andere bronnen weet Koen ongeveer hoe de verdedigingslijn er moet hebben uitgezien. Maar het blijft toch een hele opgave om ze lokaliseren. "Het is opmerkelijk in welke staat je sommige van deze bouwsels aantreft. Een aantal staat op privé-eigendom en omdat afbreken niet voor de hand ligt, krijgen de bouwsels niet zelden een andere functie. Zo ben ik al bunkers tegengekomen die dienst doen als aardappelkelder of tuinhuisje. Ik vind het wel leuk om te zien hoe mensen daar creatief mee omspringen."
"Als ik klaar ben met het in kaart brengen van de KW-linie, wil ik iets op poten zetten om deze bunkers te promoten. Dat kan aan de hand van een publicatie voor een breed publiek, maar ook een historische fietsroute met infopunten onderweg behoort tot de mogelijkheden. De meeste bunkers liggen in prachtige landelijke gebieden. Als je kijkt naar het succes van het oorlogtoerisme in de Westhoek, dan denk ik dat er hier in onze regio ook opportuniteiten liggen. Die bunkers zijn nog niet zo oud, maar zij maken ook deel uit van onze geschiedenis. Erfgoed is meer dan kerken en stadhuizen alleen," besluit Koen.
Oproep: wie in zijn of haar buurt een bunker weet staan, mag altijd een e-mail sturen naar koendemarsin@hotmail.com. Gelieve de ligging zo precies mogelijk te vermelden. Een aantal foto's van bunkers op de KW-linie vind je al op Koens Flickr-pagina.
Bron en foto: Het Nieuwsblad - 16 februari 2007
door Tijl | In de pers | Reacties (1)
Archeologische infodag provincie Antwerpen op 10 maart
Op zaterdag 10 maart vindt in het stadhuis van Turnhout de tweede infodag archeologie van de provincie Antwerpen plaats. Op deze gratis infodag, die speciaal bedoeld is voor de amateur-archeologen, verenigingen en vrijwilligers, zijn alle geinteresseerden welkom. Je kunt kiezen uit verschillende workshops, en er staan ook twee lezingen over professionele en amateur-archeologie op het programma. Inschrijven kan nog tot 1 maart.
De provincie Antwerpen heeft veel te bieden op het vlak van archeologie, maar het zijn vaak moeilijk herkenbare grondsporen die ons een verhaal brengen van bewoning uit bijvoorbeeld de IJzertijd. Van tempel in Grobbendonk tot villa in Laakdal, urnengrafvelden verspreid over de Kempen... als ze niet tijdig gekend zijn, worden ze gewoon verwoest omdat slechts kleine fragmentjes tegelijk zichtbaar worden bij de vernieling. Op de provinciale infodag zijn alle vragen welkom. Wat is archeologie, waar kunnen we een vondst melden? Hoe moet ik ermee omgaan? En vooral… waar kan ik in de toekomst terecht met mijn vragen?
Op 10 maart kun je tijdens de voormiddag een keuze maken uit verschillende workshops. In de namiddag staan twee lezingen op het programma. De archeologen van de Archeologische Dienst Antwerpse Kempen (ADAK) zullen het hebben over recent archeologisch onderzoek in Vosselaar en Beerse, waarna ook de amateurarcheologie aan bod komt tijdens een lezing door Herman Janssen van de Heemkundige Werkgroep Zondereigen. De infodag wordt afgesloten met een receptie, aangeboden door de provincie Antwerpen.
Praktisch: download de folder van de infodag (pdf). Je kunt tot 1 maart inschrijven met de antwoordkaart in de folder of via e-mail.
door Tijl | Congressen | Reacties (0)
15 februari 2007
Monumentengids Vlaanderen wijst weg naar honderden monumenten
Vandaag werd in Antwerpen de Monumentengids Vlaanderen voorgesteld, een publicatie van Erfgoed Vlaanderen en het Davidsfonds, die meer dan 300 monumenten en sites belicht. Minister Dirk Van Mechelen mocht het eerste exemplaar in ontvangst nemen. In zijn toespraak reageerde de minister kort op de recente kritiek op zijn beleid in het weekblad Knack. Volgens Van Mechelen neemt een groot deel van de erfgoedsector een te conservatieve en defensieve houding in.
In de nieuwe Monumentengids staan 355 beschermde monumenten opgesomd: niet alleen de klassieke en toeristische toppers (begijnhoven en belforten), ook speciale stukjes erfgoed die de wandelaar langs Vlaamse wegen of in de stad tegenkomt, zoals kapellen, kastelen, hoeves, forten, molens, omwallingen, kloosters en dies meer. De gids wil ook een praktisch hulpmiddel zijn en belicht die monumenten en sites die geregeld opengesteld zijn voor het publiek. Bovendien hielden de uitgevers bij de selectie van de monumenten rekening met de geografische en typologische spreiding. De Museumgids focust op pareltjes in steden, dorpen en op het platteland. De historische en bouwkundige wetenswaardigheden bij de monumenten worden aangevuld met praktische informatie, zoals adres, prijzen, openingsuren, rondleidingen en toegankelijkheid voor rolstoelgebruikers.
Minister Dirk Van Mechelen verwees in zijn toespraak naar een viertaal inspirerende voorbeelden uit de Monumentengids: het Talbot House in Poperinge (foto), Hotel Merghelynck in Ieper, de Norbertijnenabdij in Tongerlo en de Herisemmolen in Alsemberg, een van de deelnemers aan de Monumentenstrijd.Die Monumentenstrijd zorgde voor een nooit gezien enthousiasme, zei Van Mechelen. Voor de minister is het een uitdaging dat Monumentenstrijd meer wordt dan een tijdelijke hype en dat het enthousiasme rond het programma een duurzaam karakter krijgt. "Dat kan door zoveel mogelijk eigenaars en beheerders bij te staan bij het ontwikkelen en realiseren van hun plannen. En het is essentieel dat zoveel mogelijk mensen gans het jaar op een kwalitatieve wijze kunnen genieten van ons erfgoed", aldus Van Mechelen.
Draagvlak en ontsluiting zijn speerpunten in het onroerend erfgoedbeleid van de Vlaamse regering. Op dit ogenblik wordt werk gemaakt van de voorbereiding van het basisdecreet onroerend erfgoed. Dat wil de regelgeving inzake monumenten, landschappen en archeologie op elkaar afstemmen en aanpassen aan nieuwe noden en uitdagingen. "Zo willen we nagaan of en op welke manier we eigenaars/beheerders die hun gebouw willen openstellen voor het publiek, extra kunnen aanmoedigen en ondersteunen", aldus Van Mechelen. "Erfgoed beschermen is maar één zaak. Monumenten een nuttige functie geven en daar voldoende middelen voor voorzien is een andere kwestie." Om die uitdaging gestalte te geven, heeft Van Mechelen in de begroting voor dit jaar 20 miljoen euro extra voorzien zodat het budget op 67 miljoen euro komt.
Van Mechelen reageerde in zijn toespraak ook kort op de recente kritiek op zijn beleid in het weekblad Knack. Hij verwees daarvoor naar de recente aanduiding van vijf ankerplaatsen: "Deze nieuwe beschermingen komen niet voor in de officiële statistieken, maar ze zijn de noodzakelijke impuls om ook in de toekomst onze eigenheid te behouden. U merkt het: ondanks wat sommige tijdschriften ons willen laten geloven, zeggen cijfers en statistieken niet alles." Ook de erfgoedsector zelf moet volgens de minister zijn verantwoordelijkheid nemen: "Wat mij betreft reageert een groot deel van de erfgoedsector vandaag de dag nog te conservatief en te defensief. De sector zou er absoluut bij gebaat zijn erfgoedbeleid niet enkel als een restrictief gegeven te beschouwen."
Praktisch: de Monumentengids Vlaanderen telt ca. 350 pagina's en kost 12,50 euro. Meer info en bestellen op www.erfgoed-vlaanderen.be.
Foto: Erf-goed.be
door Tijl | Publicaties | Reacties (6)
IJzertijdsporen bij archeologisch onderzoek Tongeren-Oost
Naar aanleiding van de geplande uitbreiding van het industrieterrein Tongeren-Oost werd in augustus-september 2006 proefsleuvenonderzoek en een beperkte opgraving uitgevoerd in een gebied van bijna 30 hectare. Bij het onderzoek kwamen twee duidelijk afgebakende archeologische vindplaatsen aan het licht. De vondsten dateren voornamelijk uit het Neolithicum en de IJzertijd, en dragen bij tot de archeologische kennis van de Tongerse rand.
Het archeologisch onderzoek werd, in opdracht van de stad Tongeren, uitgevoerd door VBG Wegenbouw nv, dat hiervoor projectarcheologen Els Rondags en Kristof Verelst in dienst nam. Het onderzochte terrein, ten noorden van Mal-Sluizen, was een stuk landbouwgebied van bijna 30 hectare groot.
Volgens Kristof Verelst is het onderzoek een rechtstreeks gevolg van de toenemende interesse in het uitvoeren van grootschalige archeologische terreininspecties in de Tongerse deelgemeenten. Bovendien is grootschalig archeologisch onderzoek op een uitbreidingsterrein van zo'n 29 hectare nog steeds een uitzondering in Vlaanderen. Hierdoor waren, in combinatie met eerdere opgravingen uit de Tongerse rand (o.a. Plinius, ‘Land van Ooit’), interessante resultaten te verwachten van dit onderzoek. Het eigenlijke terreinonderzoek vond plaats van 3 augustus tot en met 22 september 2006. Door middel van een prospectie aan de hand van proefsleuven werd ernaar gestreefd om zo'n 7 tot 8 procent van het bedreigde terrein te evalueren. Twee archeologische zones konden bij het terreinonderzoek afgebakend worden.
De eerste zone (Site 1) bevindt zich in zuidwestelijke hoek en gaf hoofdzakelijk sporen prijs uit de midden IJzertijd (450 tot 250 v. Chr.). De tweede zone (Site 2) bevindt zich in het middengedeelte van het onderzoeksgebied en gaf op haar beurt sporen prijs met een meer gevarieerde datering: gaande van (finaal?)-Neolithicum (5300 tot 4900/4000 v. Chr.) tot midden IJzertijd (450 tot 250 v. Chr.).
Site 1 wordt op basis van de eerste resultaten beschouwd als depotsite (i.e. opslagzone), en dit op basis van het grote aantal silovormige kuilen (te interpreteren als voorraadkuilen) die tijdens het onderzoek werden aangetroffen (foto rechts). Site 2 is wellicht eerder te interpreteren als een activiteitensite. Ondanks hun grotendeels overeenkomende datering opereerden deze twee sites vermoedelijk los van elkaar, maar kunnen ze evenwel deel hebben uitgemaakt van (een) nog te ontdekken nederzettingssite(s) in de buurt.
Sporen uit de Nieuwe en Nieuwste Tijd beperkten zich vrijwel geheel tot gracht- en/of greppelstructuren, restanten van holle wegen - met de daarbij horende karrensporen - en draineringsleuven. Het oostelijke deel van het onderzoeksgebied werd in het recente verleden doorsneden werd door een NO-ZW georiënteerde holle weg.
Welke exacte tijdsperiodisering aan deze weg mag gegeven worden, blijft echter onduidelijk. Hoogstwaarschijnlijk gaat deze holle weg terug tot het einde van de 19de of het begin van de 20ste eeuw, en ontstond de eraan gekoppelde blokpercelering ook pas vanaf die tijd.
Dat dit archeologisch onderzoek zijn belang heeft bij de verdere uitbouw van de algemene beeldvorming van de Tongerse rand, staat volgens projectarcheoloog Verelst buiten discussie. Volgens de eerste resultaten kan een koppeling gemaakt worden met de site Tongeren-Plinius, gelegen op ca. 500m ten noordwesten van de Romeinse omwalling van de stad Tongeren, in de buurt van de zogeheten Pliniusbron.
door Tijl | Opgravingen | Reacties (0)
Toon Putzeys verdedigt doctoraat over contextanalyse in Sagalassos
Op vrijdag 23 februari verdedigt Toon Putzeys (K.U.Leuven) zijn doctoraat over 'Contextanalyse in Sagalassos: de ontwikkeling van een methode voor de 'klassieke' archeologie'. Het doel van zijn studie was om, aan de hand van een paar specifieke casestudies uit Sagalassos, een voor de klassieke archeologie algemeen toepasbare methode te ontwikkelen voor de analyse van stratigrafische contexten.
Vroeger benaderde men de archeologische leefcontexten van de Grieks-Romeinse oudheid voornamelijk vanuit een kunsthistorische invalshoek met de nadruk op de studie van de architectuur en decoratie. Deze twee aspecten kregen in publicaties steeds de meeste aandacht en werden geïnterpreteerd aan de hand van de gekende teksten van klassieke
auteurs om de organisatie van huishoudelijke activiteiten te bepalen.
Recentelijk kwam op deze benadering veel kritiek omdat de literaire overlevering niet altijd van toepassing is. Bovendien vormen architectuur en decoratie slechts een beperkt onderdeel van het archeologische patrimonium en geven ze een eenzijdig beeld van het verleden. Archeologen zijn er zich steeds meer van bewust dat enkel de studie van de alle archeologische objecten in hun stratigrafische en architecturale context de mogelijkheid biedt de dagdagelijkse activiteiten en hun ruimtelijke organisatie in de oudheid juist reconstrueren.
Het doel van Toons doctoraat was om, aan de hand van een paar specifieke casestudies uit Sagalassos, een voor de klassieke archeologie algemeen toepasbare methode te ontwikkelen voor de analyse van stratigrafische contexten. Hierbij werden zowel het architecturale kader (inclusief versiering) als alle mogelijke artefacten, voedsel- en plantenresten als één complementair geheel bestudeerd. Om deze verschillende materiaalcategorieën te kunnen integreren werden gestandaardiseerde procedures aangenomen, die het mogelijk maken de datasets van de disciplines met elkaar te vergelijken. Uiteindelijk worden hierdoor verschillen in menselijke occupatie zichtbaar, wat op zijn beurt toelaat de (wisselende) functie van ruimtes en de sociale status van hun gebruikers te identificeren.
Praktisch: Toon Putzeys verdedigt zijn doctoraat op vrijdag 23 februari, om 17.00 u, in de Promotiezaal (Naamsestraat 22, 3000 Leuven). Een doctoraatsverdediging is openbaar, alleen de beraadslaging is geheim.
Externe link: Doctoraatsverdediging van Toon Putzeys
door Bart | Varia | Reacties (0)
14 februari 2007
Knack neemt beschermingsbeleid Van Mechelen op de korrel
In de schaduw van de Monumentenstrijd is het aantal beschermingen van monumenten en landschappen de voorbije twee jaar drastisch gedaald. De 'thematisch-typologische' aanpak van minister Van Mechelen heeft nefaste gevolgen, stelt het weekblad Knack vandaag in een artikel dat het beschermingsbeleid van Van Mechelen uitgebreid onder de loep neemt. "Alles wat in Vlaanderen het beschermen waard is, verdwijnt, als het niet daadwerkelijk is beschermd."
De Afdeling Monumenten en Landschappen (AML) functioneerde volgens Knack als een slagkrachtige entiteit voor ze in 2006 door de operatie Beter Bestuurlijk Beleid (BBB) werd uitgekleed en versnipperd over het departement en in maar liefst drie agentschappen binnen het beleidsdomein Ruimtelijke Ordening opgedeeld. Als gevolg van de BBB-operatie is de politisering heel wat sterker geworden: het beleid wordt nu uitgestippeld door het kabinet en het departement en uitgevoerd door de ambtenaren, die in de geïntegreerde structuur van de vroegere AML een veel grotere invloed hadden. Aangezien bij de herstructureringen bovendien verschillende topbenoemingen binnen de administratie naar VLD-kandidaten gingen, is de nieuwe structuur een perfecte garantie voor de uitvoering van de ideeen van de minister, merkt Knack fijntjes op.
Opzet of toeval, parallel met de transitie is het aantal jaarlijkse beschermingsbesluiten drastisch gedaald, van verscheidene honderden naar enkele tientallen. De voorgangers van Van Mechelen hadden er een punt van gemaakt om een inhaalbeweging inzake beschermingen uit te voeren. Dat Vlaanderen begin jaren negentig evenveel beschermde monumenten telde als de stad Amsterdam, vonden velen immers niet door de beugel kunnen. Vlaamse monumentenzorgers beleefden hun hoogdagen onder minister Johan Sauwens (Volksunie), die een streefcijfer van duizend nieuwe beschermingen per jaar vooropstelde. Zijn opvolger Paul van Grembergen (Spirit) wijzigde deze koers niet, hoewel het streefcijfer door geen van beiden effectief werd gehaald.
Sinds zijn aantreden in 2004 herhaalde Dirk Van Mechelen zijn intenties om eindelijk een "kwalitatieve" onderbouw te geven aan het beleid van "kwantitatieve" en "lukrake" beschermingen van zijn voorgangers, een benadering die echter eerder het gevolg was van het op kruissnelheid komen van een dertig jaar geleden door AML opgestarte werkwijze op basis van geografische inventarisaties. Dit groeide volgens Knack uit tot een efficiënt systeem met relatief veel beschermingen als logisch gevolg.
“De sluizen stonden open,” klonk het echter in de omgeving van Van Mechelen, die ze meteen na zijn aantreden liet sluiten. Zijn specialisten zagen meer heil in een “thematisch-typologische” methode, waarbij de beleidsmakers een aantal thema's kiezen die ze van algemeen Vlaams belang achten, zoals bijvoorbeeld vakwerkbouw, mijnsites of de woningen van architect Huib Hoste (foto). Deze werkwijze heeft volgens Knack echter nog niet veel opgeleverd. Ze vraagt meer voorbereiding, coördinatie en prospectie, en vooral meer tijd. Bovendien lijkt ze niet uit te gaan van reële prioriteiten noch van veel systematiek.
Intussen verdwijnt het onroerend erfgoed in Vlaanderen met een onrustwekkende vaart. Volgens een insider leert de ervaring dat "alles wat in Vlaanderen het beschermen waard is, verdwijnt, als het niet daadwerkelijk beschermd wordt". Het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed schat dat jaarlijks 1 procent van de inventaris Bouwkundig Erfgoed verdwijnt. Het werkveld reageert volgens Knack verdeeld op het beleid, onder andere omdat acuut bedreigde monumenten wel nog beschermd worden, zoals onlangs in het geval van de synagoge van Kalmthout.
Van Mechelen lanceerde onlangs nog een charmeoffensief met de voorlopige aanduiding van vijf waardevolle landschappen als 'ankerplaats'. Beschermd in de strikte zin worden ze niet; ze moeten bij het opmaken van ruimtelijke uitvoeringsplannen wel "voor een stuk meegenomen worden als afwegingskader voor verdere beslissingen". Concreet komt dat er volgens Knack op neer dat er op termijn een oplossing gevonden moet worden voor de campings die te dicht bij de Uitkerkse Polder staan en voor de 'vissershuisjes' die het landschap van de Oude Schelde ontsieren. "Verbieden is een woord dat niet in het woordenboek van Dirk Van Mechelen lijkt te staan," besluit Knack.
Bron: Knack - 14 februari 2007
Aansluitend artikel: "De monumentenzorg staat stil" (6 april 2006)
door Tijl | Beleid | Reacties (5)
Archeologiekampen JCW: graven, grappen en grollen
Zoals ieder jaar organiseert Jeugd, Cultuur & Wetenschap (JCW) tijdens de paas- en zomervakantie weer enkele archeologiekampen voor de jeugd. De 13- tot 15-jarigen kunnen een weekje meegraven bij de Romeinse opgravingen in Menen (paasvakantie) en de prehistorische opgravingen in Lommel (zomervakantie). Ook voor de iets ouderen wordt in de zomer een archeologiekamp gepland.
1. Archeologiekamp: Graven, grappen en grollen (13-15 jaar)
1 tot 7 april 2007 - Roeselare/Menen
Een beetje te oud om nog paaseitjes te zoeken? Ga dan tijdens de paasvakantie mee op zoek naar iets anders, zet je archeologische pet op en graaf in het verleden! JCW gaat aan de slag in het West-Vlaamse Menen. De site is een landelijke nederzetting uit de Romeinse periode, en dus draait JCW de klok ongeveer 2000 jaar terug. Uiteraard blijft er ook tijd genoeg over voor de andere twee woorden die in de titel staan: ‘grappen en grollen’. De uitvalsbasis is Roeselare (Barnum).
2. Archeologiekamp: Alle gekheid op een schopje (13-15 jaar)
15 tot 21 juli 2007 - Lommel
Beeld je in. Je bent 13 jaar. Je hoeft niet naar school, want je directe familie- of stamleden leren je al wat nodig is. In plaats van rekensommen te maken, leert jouw oom je vuursteen en hout bewerken. Gaan sporten staat niet op het programma, want jij moet samen met je met je leeftijdsgenoten voedsel zoeken om te overleven. Welkom in de Steentijd, de periode van ijstijden en mammoeten. Archeologen uit Lommel nemen je mee naar de prehistorie. Het industrieterrein Maatheide lokt al vanaf het begin van de twintigste eeuw talrijke archeologen die verwonderd zijn over de prehistorische vondsten. In de zomer van 2007 wordt er zowel archeologisch als paleo-ecologisch onderzoek (onderzoek naar fauna en flora uit de IJstijd) uitgevoerd. Trek dus je archeologische handschoenen aan en help de archeologen op de Maatheide!
3. Archeologiekamp: Graaf geschiedenis (16+)
9 tot 15 juli 2007 - Lommel
Ook de iets ouderen zullen op de site van Lommel Maatheide aan het werk gaan, en dit van 9 tot 15 juli 2007.
Meer info: jcweb.be
door Tijl | Jeugd | Reacties (0)
Helpdesk lokaal erfgoed gelanceerd
Sinds kort is er een persoonlijke vragendienst voor heemkringen, heemkundige musea, lokale documentatiecentra, kerkbesturen of individuele verzamelaars. Op de website www.helpdesklokaalerfgoed.be kunnen zij vanaf nu terecht met al hun vragen over hun collecties archieven, voorwerpen, documentatie, mondelinge getuigenissen of audiovisueel materiaal. Wie via de website een vraag verstuurt krijgt een persoonlijk antwoord van een specialist.
De helpdesk lokaal erfgoed is een online vragendienst voor iedereen met een collectie lokaal erfgoed, waarvan er talloze bestaan in Vlaanderen. Bijna elke gemeente telt wel een heemkring, individuele verzamelaar, een lokaal museum, een archief of kerkfabriek. Bij het beheer van hun collecties worden zij vaak geconfronteerd met materiële schade, plaatstekort of inventarisatieproblemen… of misschien willen ze weten hoe ze meer geld kunnen krijgen voor hun lokaal museum of hoe ze meer bezoekers naar hun collectie kunnen lokken. Vanaf nu kunnen ze met al hun vragen terecht op www.helpdesklokaalerfgoed.be.
Het principe van de website is heel eenvoudig: je typt je vraag in op een speciaal formulier. Per mail krijg je een persoonlijk antwoord van een specialist. Voor het beantwoorden van vragen, wordt een beroep gedaan op specialisten uit het archief- en museumwezen, de provinciebesturen, koepelorganisaties uit de sector volkscultuur en steunpunten uit de erfgoedsector. Naast concrete informatie en eenvoudige tips vind je op www.helpdesklokaalerfgoed.be ook informatie over interessante cursussen en literatuur. Je vindt er ook weblinks naar belangrijke sites en organisaties. Nieuwtjes over lokaal erfgoed zijn er ook te rapen.
De website is een realisatie van de hele sector volkscultuur, de steunpunten van de erfgoedsector, de provinciebesturen, de VGC. De helpdesk lokaal erfgoed werd mogelijk gemaakt dankzij subsidies van de Vlaamse Gemeenschap.
Externe link: www.helpdesklokaalerfgoed.be
door Tijl | Websites | Reacties (0)
13 februari 2007
Belgische archeoloog vindt oudste keramiek van Afrika
Een internationaal team o.l.v. de Belgische archeoloog Eric Huysecom (Universiteit Genève) heeft in het West-Afrikaanse Mali het oudste aardewerk van het continent gevonden. De zes stukjes, die tussen 2002 en 2005 werden opgegraven, zouden zo'n 11 400 jaar oud zijn. Daarmee zijn ze ca. 1500 jaar ouder dan de tot nog toe oudst bekende keramiekvondsten uit de centrale en oostelijke Sahara. De vondsten illustreren hoe de mens zich aan een veranderend klimaat trachtte aan te passen.
Reeds sinds 1997 voert Eric Huysecom (Elsene, 1956) onderzoek uit in de regio van Ounjougou. De streek is archeologisch bijzonder rijk: over een oppervlakte van meer dan 10 km² zijn tientallen sites verspreid. Ze is echter vooral interessant omwille van de bijzondere geomorfologische omstandigheden, die toelaten een stratigrafische sequentie van meer dan 16 meter te bestuderen. Het vondstenspectrum reikt van het Oud-Paleolithicum tot heden. Bovendien bevatten de lagen een schat aan micro- en macroplantenresten, hetgeen voor sub-Saharisch Afrika erg uitzonderlijk is. Dit laat toe de vondsten uit de lagen tegen een ruimer klimatologisch kader te plaatsen.
Men gaat ervan uit dat het klimaat tegen het einde van de laatste IJstijd, zo'n 10 000 jaar geleden, schommelde tussen warme en koude periodes. Dit zou in Afrika hebben geleid tot het ontstaan van een 800-kilometer brede band van tropische vegetatie die zich noordwaarts van de Sahel-gebieden uitstrekte, en mensen uit Zuid- en Centraal-Afrika moet hebben aangetrokken. De vroegere woestijngebieden raakten stilaan begroeid met wilde grassen en parelgierst die een interessante voedingsbron vormden voor de mens. Daartoe moesten de gewassen wel kunnen worden gekookt en opgeslagen. Dit leidde tot het ontstaan van keramiek.
De scherven werden samen gevonden met kleine pijlpunten die wijzen op jacht op kleiner wild. Tot op heden werden alleen in Oost-Azië - ruwweg tussen Siberia, China en Japan - gelijkaardige aardewerkresten en pijlpunten van dezelfde ouderdom gevonden. Overigens waren de klimatologische omstandigheden daar op het moment van het vervaardigen vergelijkbaar met deze in West-Afrika. Dit is volgens Huysecom interessant, omdat het suggereert dat er een zekere systematiek zit in de manier waarop mensen met veranderingen in het klimaat omgaan.
In afwachting van de publicatie van het onderzoek trekt Huysecom terug naar Mali, om de grotten en andere nederzettingssites in de omgeving van Ounjougou te onderzoeken op sporen van keramiekproductie. Daarmee hoopt hij de datering van de scherven nog scherper te kunnen stellen. Het sediment waarin ze werden gevonden geeft aan dat ze minstens 11 400 jaar oud zijn, maar ze kunnen gerust 50 of zelfs 1000 jaar ouder zijn.
Gerelateerde artikels:
- Swiss archaeologist digs up West Africa's past - Swissinfo, 18 januari 2007
- L'environment et nous. Témoins d'une innovation majeure - Horizons (Fonds National Suisse), juni 2006
- Human population and paleoenvironment in West Africa - Universiteit Genève
door Bart | In de pers | Reacties (0)
Programma 30ste editie Archaeologia Medievalis bekendgemaakt
Van donderdag 15 tot en met zaterdag 17 maart gaat in de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis de 30ste editie van Archaeologia Medievalis door. Voor het programma van het colloquium kan u hier terecht (pdf). Indien u wenst deel te nemen aan dit colloquium, gelieve het inschrijvingsformulier (Word) voor 5 maart terug te sturen naar Ann Degraeve.
door Jeroen | Congressen | Reacties (0)
De Boerenkrijg. Een archeologische kijk op de periode rond 1798
De Boerenkrijg roept bij velen het romantische beeld op van heldhaftig strijdende boeren die vochten voor God en het vaderland. Niets is echter minder waar, zo blijkt op de tentoonstelling 'De Boerenkrijg. Een archeologische kijk op de periode rond 1798', die je vanaf deze week in Leuven kunt bezoeken. Met hun jaarlijkse tentoonstelling weerleggen de studenten archeologie van de K.U.Leuven een aantal clichés over deze woelige periode in onze contreien.
De gebeurtenissen onder de Franse bezetting van de Zuid-Nederlandse gewesten in de tweede helft van de jaren 1790 hadden een grondige impact op de materiele cultuur. Na de Franse overwinning bij Fleurus in 1794 plunderden de Fransen de Zuidelijke Nederlanden. Vele kunstschatten belandden zo in Parijs. Rijke burgers, edellieden en hoge geestelijken ontvluchtten het land met alles wat ze konden meenemen. De annexatie van de Zuidelijke Nederlanden bij de Franse Republiek in 1795 bracht geen rust, integendeel. De opheffing van de kloosters en abdijen in het najaar van 1796 zorgde voor een hele reeks openbare verkopingen en grote vastgoedtransacties. De geestelijkheid kreeg het hard te verduren. In 1797 werd ook de Leuvense universiteit gesloten en opgeheven.
Zelfs de boerenbevolking deelde in de klappen. De conscriptiewet van 5 september 1798, die jonge mannen tussen 20 en 25 jaar oud verplichtte soldaat te worden, trof vooral de landbouwersjeugd. De opstanden die er het gevolg van waren, stonden in een lange politieke traditie van lokaal verzet tegen machtsgrepen van autoritaire bewindvoerders in verre hoofdsteden en inspireerden zich onder meer op de Brabantse revolutie van 1789. 'Voor Outer en Heerd' was het politieke motto.
Hendrik Conscience en andere romantische geesten herschreven in de 19de eeuw de opstand van het revolutionaire jaar VII als een Boerenkrijg, een nobel verzet van jonge Brigands in het maquis van de Kempen tegen goddeloze sansculottes. Met aftrek van het heroische surplus dat latere generaties aan de opstand toekenden, was het een jammerlijk mislukte opstandige beweging, geleid door burgers en geestelijken die politiek zelfbestuur en autonomie hoog in het vaandel droegen, uitgevochten door dagloners en boerenjongens met knuppels en zeisen. De Franse repressie was ongenadig. Pas in de loop van 1801 zou de Napoleontische periode rust brengen in de Zuidelijke Nederlanden.
Met de tentoonstelling 'De Boerenkrijg. Een archeologische kijk op de periode rond 1798' wil studentenkring Alfa de Boerenkrijg in een archeologisch kader plaatsen. Hierbij trachten ze zowel relicten van de Boerenkrijg zelf als het dagelijkse leven van de mensen in deze woelige periode te illustreren. Deze aanpak zorgt voor een vernieuwende blik op het historisch kader van de Boerenkrijg.
Praktisch: de tentoonstelling loopt nog tot 24 maart in de Universiteitsbibliotheek aan het Ladeuzeplein in Leuven. Toegang is gratis. Meer info op de website van studentenkring Alfa.
Foto: Kist met tabernakel, Nederland ca 1750-1775, eikenhout, collectie Catharijneconvent
door Tijl | Tentoonstellingen | Reacties (0)
12 februari 2007
Gallo-Romeinse tumuli in finale Monumentenstrijd
De Gallo-Romeinse tumuli van Tienen gaan naar de finale van de Monumentenstrijd. In totaal brachten ruim 18.500 kijkers hun stem uit. 35,4 procent van hen koos voor de negen meter hoge grafheuvels. Deze week is de provincie West-Vlaanderen aan de beurt. Tot zondag kun je stemmen op je favoriete West-Vlaamse monument: het begijnhof van Diksmuide, de Koninklijke Stallingen in Oostende of de Poperingse hopcultuur.
Diksmuide - Begijnhof
Het oude Diksmuidse begijnhof werd in 1990 eigendom van De Lovie, een centrum dat 540 mensen met een verstandelijke handicap begeleidt. Momenteel wonen in het begijnhof 20 mensen, dichtbij de stad met al haar faciliteiten en mogelijkheden tot integratie. De bewoners onthalen de vele bezoekers, ze werken mee aan het winkelproject op de site en vlakbij ligt een activiteitenatelier. Maar er is nog geen bezoekerscentrum en de bewoners willen ook een gastenhuisje. Bovendien moet de tuin heringericht worden en is de kapel aan restauratie toe.
www.delovie.be
Oostende - Koninklijke Stallingen
Leopold II is onlosmakelijk verbonden met Oostende. De Koninklijke Stallen, een ontwerp van de Noorse architect Knudsen, behoren tot de zeldzame gebouwen die nog getuigen van Leopolds grootste plannen. Ze werden echter nooit als stallingen gebruikt en doen nu dienst als stedelijk sportcentrum. Een dringende renovatie van het houten gebouw dringt zich op. Die moet de verzorgde afwerking weer tot haar recht laten komen, de oude stallingen bij de tijd brengen en de toekomst en het gebruik ervan veilig stellen.
www.iloveo.be
Poperinge - Hopcultuur
In België wordt nog hoop en al 200 hectare hop geteeld, in en rond Poperinge en in Asse. De hopteelt bracht een bijzonder erfgoed van gebouwen, gereedschap, tradities en verhalen voort. En de biercultuur is met hop nooit veraf. De Keteniers zijn erg begaan met de tanende hopcultuur. De vereniging stelde een inventaris op van het bouwkundig hoperfgoed: weegschalen , hoeven, magazijnen en asten. Ze wil enkele hopasten ook herstellen, twee openluchtmusea uitbouwen, fietsroutes en wandelingen uitwerken en hop op diverse manieren promoten.
www.deketeniers.be
Praktisch: stemmen op jouw favoriet kan tot zondag 11 februari om 20u. Meer info op monumentenstrijd.be. Wie de aflevering gemist heeft, kan deze ook nog op de website volledig bekijken.
door Tijl | Varia | Reacties (0)
Van Mechelen zoekt oplossing voor Doelse kogge en Hooghuis
Tegen de zomer moet het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed (VIOE) een stappenplan opstellen voor de restauratie en ontsluiting van de Kogge van Doel. Dat stelde minister Dirk Van Mechelen vandaag voor tijdens een werkbezoek, waarop een aantal prangende erfgoeddossiers in het bedreigde polderdorp Doel aan bod kwamen. Zo blijft er ook nog veel onduidelijkheid over het lot van het 17de-eeuwse Hooghuis en de beschermde windmolen op de Scheldedijk.
Eind januari ondervroegen enkele parlementsleden de minister over de plannen rond het bedreigde erfgoed in Doel, dat bij de geplande uitbreiding van de Antwerpse haven van de kaart zou verdwijnen. Zoals Van Mechelen in zijn antwoord al aankondigde, bracht hij vandaag een bezoek aan Beveren om met alle betrokken actoren rond de tafel te zitten. Op de werkvergadering waren ook vertegenwoordigers van het Havenbedrijf Antwerpen, de Archeologische Dienst Waasland en de vzw Hooghuis aanwezig.
Tijdens de graafwerken voor het Deurganckdok legde de Archeologische Dienst Waasland in 2000 de resten bloot van een middeleeuws handelschip, de zogenaamde Kogge van Doel. Omwille van de uitzonderlijke staat van bewaring werd besloten het wrak te conserveren. De kogge werd ontmanteld en wordt sindsdien in containers bewaard. Ondanks het enorme wetenschappelijke belang van de kogge kon wegens politiek getouwtrek tussen de gemeenten Beveren, Antwerpen en Baasrode al die tijd geen definitieve verblijfplaats voor het schip worden gevonden. Minister Van Mechelen wil nu vooruitgang boeken in dit dossier en deed dan ook het voorstel om de coördinatie in handen te geven van het VIOE, dat de afgelopen jaren inzake maritieme archeologie de nodige expertise heeft opgebouwd. Het VIOE moet in nauw overleg met alle betrokkenen tegen de zomer een concreet stappenplan opstellen waarin onder meer restauratie, kostprijs en ontsluitingsmogelijkheden aan bod komen. Dit stappenplan moet de Vlaamse Regering toelaten de nodige beslissingen te nemen.
De toekomst van het Hooghuis in Doel vormde een tweede belangrijk onderwerp tijdens het werkbezoek. Het Hooghuis dateert uit 1613 en werd gebouwd door dezelfde ambachtslieden als het Rubenshuis in Antwerpen. Jan Brandt, de vader van Rubens' eerste vrouw, zou het project hebben betaald. De huidige eigenares stelt het historisch waardevolle gebouw tegenwoordig ter beschikking van kunstenaars. Bij het verdwijnen van Doel zijn er drie opties voor het beschermde erfgoed van het dorp: de gebouwen worden gedeklasseerd en afgebroken, ze worden steen voor steen gedemonteerd en elders terug afgebroken, of ze blijven ter plaatse staan. Van Mechelen liet zich deze ochtend ter plaatse informeren door de vzw Hooghuis. Tijdens de vergadering konden alle betrokken hun standpunt over de toekomst van dit monument toelichten. De minister zal zijn administratie nu de opdracht geven de verschillende opties te toetsen op hun haalbaarheid, rekening houdend met de internationaal aanvaardbare principes ter zake. Daarom zal dit dossier onder meer voorgelegd worden aan de Vlaamse vertegenwoordigers van de International Council On Monuments and Sites (ICOMOS), het internationaal en wetenschappelijk forum dat UNESCO bijstaat inzake haar erfgoedbeleid.
Naast het Hooghuis, zijn er nog enkele andere beschermde monumenten in Doel. Vorige week nog pleitte de Vlaamse Molenvereniging voor het behoud van de windmolen op de Scheldedijk. De molen dateert uit 1611 en is dus al enkele eeuwen een belangrijk deel van het polderdorp. "Wij komen op voor het behoud van molens in heel Vlaanderen en dus ook voor de molen in Doel," stelde Lieven Denewet van de Molenvereniging vorige week in het Nieuwsblad. "De gunstige ligging pleit al voor ons streefdoel, maar we moeten toegeven dat er dringend enkele aanpassingen nodig zijn," zegt Denewet. "Dankzij een nieuwe technologie uit Nederland is het trouwens mogelijk de molen op dezelfde hoogte te brengen als de Scheldedijk. Door deze ingreep zullen de wieken weer kunnen draaien, wat de plaatselijke horeca alleen maar ten goede kan komen.''
Foto's: Wikipedia
door Tijl | Beleid | Reacties (0)
11 februari 2007
Archaeological Solutions gelanceerd op de Vlaamse archeologische markt
Na een jaar van kennismaking met de Vlaamse archeologische markt treedt het studiebureau Archaeological Solutions nu definitief naar buiten. Het jonge projectbureau werd in december 2005 opgericht om zich in te zetten voor een wetenschappelijke registratie van het snel verdwijnende archeologische bodemarchief. Behalve de studie van het archeologisch en historisch erfgoed legt het bedrijf zich ook toe op allerhande andere archeologische vraagstellingen.
Tijdens het voorbije werkingsjaar heeft Archaeological Solutions onder andere de vondsten van de ZOLAD-prospectie 'Op de Schans Velden I - III en IV' in Lanaken gedetermineerd. Momenteel biedt het bedrijf op vraag van het Stedelijk museum Hoogstraten haar hulp aan bij de verwerking van het archeologisch materiaal dat in 1994 werd aan aangetroffen bij de restauratie van verschillende begijnenhuisjes te Hoogstraten. De vondsten, variërend van eenvoudig gebruiksaardewerk tot luxueus eetgerei, schetsen een beeld van het leven in het voormalige begijnhof over een periode van 700 jaar (14e-20e eeuw). Een ander project betreft het publiceren van de glasvondsten uit de kelder van de voormalige abdij Roosendael te Sint-Katelijne-Waver. Deze bijzondere vondsten dateren uit het begin van de vorige eeuw. Een bijdrage (pdf) over een aantal merkwaardige glas- en pijpvondsten verscheen reeds in het jaarboek van de Mechelse Vereniging voor Stadsarcheologie.
Contactgegevens:
Archaeological Solutions: Lange Nieuwstraat 42, 2800 Mechelen
Wim Tiri: Gsm: 0496/277941 - Tel: 015/330990 - Email
Foto: Museum Hoogstraeten
door Johan | Varia | Reacties (0)
Bierbeek, heel diep, heel ver en heel dichtbij
Sinds gisteren loopt in cultuurcentrum De Borre in Bierbeek een kleine tentoonstelling over het archeologische en geologische verleden van de gemeente. Nog tot 25 februari kun je er ontdekken hoe Bierbeek er uitzag ten tijde van de Romeinen, en 10 000 jaar geleden, of nog veel vroeger... De tentoonstelling 'Bierbeek, heel diep, heel ver en heel dichtbij' focust ook op de kwetsbaarheid van het huidige landschap.
In de tentoonstelling 'Bierbeek, heel diep, heel ver en heel dichtbij' krijg je een interessante verzameling te zien van de archeologische en geologische voorwerpen die het verleden van Bierbeek weer levend maken, voorzien van de nodige uitleg. Er zijn voorwerpen uit privé-collecties en uit de verzameling van de musea van Leuven en Brussel, speciaal voor deze gelegenheid bijeengebracht. De tentoonstelling focust ook op de kwetsbaarheid van ons huidige landschap. Hoe gaan we om met thema’s als akoestische kwaliteit, licht- en luchthinder, water? In dit luik wandelt u langs foto’s van de laureaten en Bierbeekse deelnemers van de fotowedstrijd 'Fotografie van de Stilte' en de campagneset 'Minder hinder' van de Provincie Vlaams-Brabant.
Op zondag 25 februari, de laatste dag van de tentoonstelling, zijn ook twee interessante wandelingen gepland:
* een archeologische wandeling (7 km) onder leiding van Sara Adriaenssens en Theo Deweerdt, vertrek om 10u aan cc de borre, einde voorzien rond 12u30
* een geologische wandeling in de zandgroeve onder leiding van Marcel Herregods, vertrek om 14u aan cc de borre, einde voorzien rond 16u30
Praktisch: 'Bierbeek, heel diep, heel ver en heel dichtbij', tot 25 februari 2007 in cc De Borre, Bierbeek. Meer info op deborre.be
door Tijl | Tentoonstellingen | Reacties (0)
Walcherse Archeologische Dienst zoekt veldarcheoloog
De Walcherse Archeologische Dienst (WAD) is begin 2006 opgericht met als doel het uiteenzetten en toepassen van het archeologiebeleid voor de gemeenten Middelburg, Vlissingen en Veere. De dienst bestaat uit een senior beleidsarcheoloog en een nieuw aan te stellen veldarcheoloog. Deze laatste zorgt voor de voorbereiding van uitvoerend onderzoek, noodwaarnemingen, toezicht en begeleiding van opgravingen, controle op onderzoeksresultaten en rapportages daarvan. De volledige vacature kunt u nalezen in de SNA-vacaturebank.
door Johan | Vacatures | Reacties (0)
9 februari 2007
Debat over het Oostendse erfgoed met Rik Torfs
Morgen zaterdag vindt in Oostende de slothappening plaats van de promotiecampagne voor de Koninklijke Stallingen, een van de drie West-Vlaamse projecten in de Monumentenstrijd. Op de agenda staat ook een debat waarin professor Rik Torfs, peter van het monument, samen met een aantal specialisten zal discussieren over de toekomst van het erfgoed in de kuststad. Meer informatie over het programma van de happening vind je op de website iloveo.be. Het debat begint om 15u.
door Tijl | Evenementen | Reacties (0)
8 februari 2007
Gentse archeologen graven aan Klein Turkije
Deze week is de Gentse dienst Stadsarcheologie gestart met de tweede fase van het archeologische vooronderzoek van de Korenmarkt. Op de aansluiting van Klein Turkije met de Korenmarkt verwachten de archeologen restanten te vinden van de oude kerkhofmuur van de Sint-Niklaaskerk. Ook de Sint-Joriskapel en de Sint-Niklaaskapel zouden volgens geschreven bronnen en 16de-eeuwse stadsgezichten op de plaats van de huidige Korenmarkt hebben gestaan.
Tijdens de eerste fase van het archeologisch onderzoek, dat eind vorig jaar plaatsvond, werden op de Korenmarkt resten blootgelegd van het vroegere Coolsteen, een in Doornikse kalksteen opgetrokken patriciërswoning, en van 13de-eeuwse bestrating. De oude Leie-arm die archeologen hadden verwacht op de Korenmarkt, werd niet gevonden.
Het archeologisch onderzoek op de Korenmarkt gebeurt in het kader van de plannen voor een volledige herinrichting. De zone van de tweede fase bevindt zich bij de aansluiting Korenmarkt-Klein Turkije. Omwille van het verkeer en om praktische redenen zal de zone in verscheidene deelfasen worden aangepakt. Klein Turkije wordt voor dit vooronderzoek niet afgesloten.
Bron: stad Gent
door Tijl | Opgravingen | Reacties (0)
Niek Kortekaas presenteert collectie Gallo-Romeins Museum Tongeren
Regisseur en scenograaf Niek Kortekaas gaat in samenwerking met het architectenbureau De Gregorio & Partners de presentatie van de collectie in het nieuwe Provinciaal Gallo-Romeins Museum in Tongeren ontwerpen. Dat meldde de Limburgse gedeputeerde van Cultuur Gilbert Van Baelen (VLD) vandaag. Kortekaas stond ook al in voor de presentatie van de tentoonstelling 'Neanderthalers in Europa', die in 2004 zowat
150.000 bezoekers naar het Tongerse museum lokte.
De uitbreidingswerken aan het museum zijn momenteel volop aan de gang. Het vernieuwde museum zal in het najaar van 2008 de deuren openen. Het Provinciaal Gallo-Romeins Museum werkte het afgelopen jaar al samen met de Londense studio Event Communications, dat het
museum begeleidde bij de ontwikkeling en de structurering van de verhalen die in het nieuwe museum aan bod zullen komen. Kortekaas en De Gregorio zullen deze ideeënschetsen nu vertalen in een gepaste en unieke vormgeving, zo luidt het.
Een en ander moet volgens Van Baelen resulteren in een "goede balans tussen informatie en inleving, tussen museum als historische roman en een museum als encyclopedie met historische feiten". Momenteel worden nog heel wat stukken gerestaureerd om een vaste stek te krijgen in de collectie van het nieuwe museum.
Kortekaas stond ook al in voor de presentatie van de tentoonstelling 'Neanderthalers in Europa', die in 2004 zowat 150.000 bezoekers naar het Tongerse museum lokte (foto). In 2006 realiseerde Kortekaas 'Kortrijk 1302', een multimediaal museum in de Kortrijkse Groeningeabdij en de tentoonstelling 'Van torens stekelig' voor het Hessenhuis in Antwerpen. Kortekaas is voornamelijk actief als scenograaf voor Vlaamse en Nederlandse theater- en dansgezelschappen.
Bron: Belga
door Tijl | Varia | Reacties (0)
Roeselare wil zeven panden beschermen
De stad Roeselare heeft de procedure gestart voor de bescherming van zeven gebouwen. De panden werden begin vorige eeuw gebouwd en liggen in het stadscentrum. Directe aanleiding vormde de dreiging die woog op restaurant De Wijde Wereld aan de Diksmuidsesteenweg. Dat herenhuis in eclectische stijl en met een De Coene-interieur dreigde te moeten wijken voor een groot woonproject.
Roeselare telt vandaag 44 beschermde monumenten. Als het van de stad afhangt, mogen er daar dus zeven adressen bij komen. Ze startte daarvoor de procedure bij Vlaams minister Dirk Van Mechelen (VLD). "Directe aanleiding vormde de dreiging die woog op restaurant/brasserie De Wijde Wereld aan de Diksmuidsesteenweg," legt schepen van cultuur Kris Declercq uit in de Standaard. "Dit herenhuis in eclectische stijl en met een De Coene-interieur dreigde te moeten wijken voor een groot woonproject. Het schepencollege vond dat zonde en startte de procedure voor bescherming om het waardevolle pand te redden.''
Die aanvraag werd samen met zes andere dossiers rechtstreeks afgeleverd bij de minister. "Deze strategie onderstreept de aanpak van de stad inzake de bescherming van het historisch erfgoed. Deze aanpak ligt bovendien in de lijn van het geleverde werk van de werkgroep erfgoed. De bundeling van de aanvragen stelt het Agentschap RO-Vlaanderen, Onroerend Erfgoed (de vroegere afdeling Monumenten en Landschappen) beter in staat om zich een totaalbeeld te vormen," motiveert schepen Declercq. Een definitieve beslissing kan wel een jaar op zich laten wachten.
Twee adressen liggen in de Ooststraat: het pand in neorenaissancestijl gebouwd in 1903 op de hoek van de Vlaming- en Ooststraat plus het huisnummer 134 (huidige winkel Stephanie) gebouwd in de eerste jaren van de twintigste eeuw. De stad wil ook de villa Regina Coeli tegenover Barnum laten beschermen. De villa in neogotische stijl werd in 1902 gebouwd langs de Stationsdreef 122. Julius Soete ontwierp ook het statige herenhuis in neorenaissancestijl (1899) in de Vlamingstraat 13-15. Op de lijst prijkt ook het vroegere restaurant La Bastide of de zogenaamde Villa Madeleine aan de Diksmuidsesteenweg 159. Die stadsvilla met art-deco-invloeden werd in 1935 gebouwd. Op dat adres zijn momenteel verbouwingen bezig.
Bron: De Standaard - 7 februari 2007
Foto: De Wijde Wereld
door Tijl | Erfgoed | Reacties (0)
7 februari 2007
Leraren geven erfgoed voornamelijk traditionele invulling
Leraren geven aan het begrip erfgoed vooral een traditionele invulling en verwijzen hierbij vooral naar monumenten en musea. Bij een diepere bevraging duidt men ook landschappen en volkscultuur aan. Dat blijkt uit een studie over erfgoededucatie die vandaag werd voorgesteld. Bedoeling was te peilen naar de mate waarin erfgoed aan bod komt in de klas en in welke mate de erfgoedsector werkt voor scholen. Daarnaast werd ook gekeken naar mogelijke samenwerkingsverbanden tussen beide.
De studie, die werd uitgevoerd door de Universiteit Antwerpen en de Xios-Hogeschool, gebeurde in opdracht van de Canon cultuurcel van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming, het IVA Kunsten en Erfgoed en het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed.
De onderzoekers verstaan onder cultureel erfgoed alle uitingen en sporen van menselijke handelingen en gedragingen die wij van onze voorouders overgeleverd krijgen en waar we als individu of als samenleving een bepaalde waarde aan hechten. Dat is een ruimere opvatting dan die van de meeste leraren dus. Enkele voorbeelden van wat onder erfgoed in de ruime zin van het woord valt, zijn het kerstfeest, ambachten, talen, verhalen, podiumkunsten, munten, muziekinstrumenten en literatuur.
De onderzoekers kwamen tot het besluit dat heel wat bestaande ontwikkelingsdoelen en eindtermen zowel impliciet als expliciet verwijzen naar erfgoed(educatie). De leerlingen maken vooral in de vakken geschiedenis, muzische vorming en aardrijkskunde met het culturele erfgoed kennis. Heel wat leraren klagen niettemin dat er geen kader is voor erfgoededucatie en dat een echte leerlijn ontbreekt. De wetenschappers raden de scholen aan om een medewerker aan te stellen als cultuurcoördinator of een cultuurwerkgroep in het leven te roepen, die dan ook aandacht aan het erfgoed kan besteden. Ze wijzen er voorts op dat internet een nuttig instrument kan zijn voor erfgoededucatie en stellen voor om een erfgoededucatieve website op te richten, die informatie moet bevatten over e-erfgoed en educatie.
De grootste belemmering voor meer erfgoededucatie blijkt het prijskaartje te zijn, aangezien efgoededucatie nog vaak wordt geassocieerd met verplaatsingen terwijl dat in de praktijk niet altijd noodzakelijk is. Na het financiële aspect wordt ook tijdsgebrek vaak aangeduid als een belemmering. De derde factor die meespeelt, is het gebrek aan kennis over de sector en het bestaande aanbod. De erfgoedsector blijkt op haar beurt niet echt vertrouwd te zijn met eindtermen en ontwikkelingsdoelen. Zo zou slechts de helft van de respondenten in zijn educatieve werking voor scholen rekening houden met ontwikkelingsdoelen en eindtermen.
Een van de problemen die de onderzoekers hebben vastgesteld, is het feit dat de erfgoedsector zijn aanbod vooral toespitst op het lager onderwijs en het ASO. Andere opleidingsvormen en -niveaus krijgen heel wat minder aandacht. Vooral in het kleuteronderwijs en in het buitengewoon onderwijs ervaart men dit als een probleem. Ook daar zou verandering in moeten komen, aldus de studie. Een ander pijnpunt is de kloof tussen de erfgoedsector en de onderwijswereld. Die kan gedicht worden door samenwerkingsverbanden, waarvoor het ministerie van Onderwijs en Vorming in samenwerking met het ministerie voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media of het ministerie voor Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed dan subsidies kunnen verlenen, aldus nog de wetenschappers.
Foto: 't Papscholeke in Reet (Erf-goed.be)
Bron: Belga
door Tijl | Erfgoed | Reacties (0)
Nieuwpoortse geschiedenis gaat (al) zolang te water...
...dat een ambitieus project rond het maritieme erfgoed van de stad niet kon uitblijven. Tegen 2014 wil Nieuwpoort, ter herdenking van de belangrijke rol die ze speelde in de Eerste Wereldoorlog, al flink op weg zijn om een openluchtmuseum rond water te worden. Een voorsmaakje komt er overigens al heel binnenkort: vanaf 17 februari tot 25 februari kunnen geïnteresseerden in het CC Ysara de tentoonstelling 'Verdronken Verleden' gaan bezoeken.
"Je kunt niet rond het belang van water in de geschiedenis van onze stad heen", zegt de schepen van Cultuur, Geert Vanden Broucke (CD&V). "We willen die troef ten volle uitspelen op cultureel en toeristisch vlak."
In 2014 is het een eeuw geleden dat de Eerste Wereldoorlog uitbrak en dat de Duitse legers door het onderwaterzetten van de IJzervlakte tot staan werden gebracht (afbeelding links). Over heel het grondgebied wil de gemeente deelprojecten ontwikkelen die met water te maken hebben. Zo komt er naast het gebouw van de sluiswachters een educatief centrum waarin de onderwaterzetting centraal staat. Het oude scoutslokaal krijgt eveneens een maritieme bestemming. Op het schiereilandje Kromme Hoek, waar de beschermde resten van de oude vuurtoren liggen, komt een glasconstructie of een toren met signaalfunctie en een permanente tentoonstelling over de vuurtorens. Doorheen de stad worden er bovendien informatiepanelen geplaatst. Middelpunt van dit alles vormt het nieuw aan te leggen kaaiplein voor de vismijn. Samen met Middelkerke worden er eveneens plannen opgevat om het fort van Nieuwendamme te ontsluiten voor het publiek.
De ideale aanzet tot deze toekomstige plannen wordt gegeven door de rondreizende tentoonstelling 'Verdronken Verleden', die na een succesvolle doortocht in Brugge nu ook in Nieuwpoort zal te bezichtigen zijn. Op de tentoonstelling worden enkele belangrijke maritiem archeologische realisaties en ontdekkingen uit België voorgesteld met o.a. de koggen van Doel, het recent ontdekte wrak op de Buitenratel zandbank, het onderzoek naar onderzeeboten, de vissersnederzetting Walraversijde, … Daarnaast komen een aantal beroemde maritiem archeologische projecten van over de landgrenzen aan bod, waaronder de Vikingschepen van Skuldelev (afbeelding rechts), ‘t Vliegent Hart en de Mary Rose. De tentoonstelling, die opgesteld is in 4 talen, wil zoveel mogelijk bezoekers vertrouwd maken met het waardevolle onderwater erfgoed dat door allerlei factoren sterk wordt bedreigd.
Praktische info: De tentoonstelling is een realisatie van het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed en het Havenbestuur Brugge-Zeebrugge met medewerking van de Provincie West-Vlaanderen. Ze is te bezichtigen in het Cultureel Centrum Ysara aan de dienstweg Havengeul, van 17 tot 25 februari, van 9:30-12 u en van 13 tot 17u.
Bron: De Standaard, 3 februari - VIOE
Afbeeldingen: Wikipedia - Vikingskibs Museet
door Johan | In de persTentoonstellingen | Reacties (0)
Vacature docent Archeologie en Oude Geschiedenis van Europa
Aan de UGent is er vanaf 1 oktober 2007 een voltijds ambt van docent of hoofddocent in te vullen binnen de Vakgroep Archeologie en Oude Geschiedenis van Europa. De kandidaat zal instaan voor een opdracht omvattend academisch onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke dienstverlening in het vakgebied sociaal-economische geschiedenis van de Oudheid. De volledige vacature kunt U hier nalezen.
door Johan | Vacatures | Reacties (0)
6 februari 2007
Terra Incognita: archeologisch thesisonderzoek in Vlaanderen
In navolging van 'Ghent Archaeological Studies', waarin pas afgestudeerde archeologen de kans kregen op vrijwillige basis een wetenschappelijk verantwoord artikel over hun thesisonderzoek te schrijven, werd in 2005 besloten dit initiatief uit te breiden naar de K.U.Leuven en de Vrije Universiteit Brussel. Het eerste exemplaar van deze nieuwe reeks, die de titel 'Terra Incognita. Annual Review of Archaeological Master Research in Flanders (Belgium)' meekreeg, is zopas verschenen.
De doelstelling van de publicatie is tweeledig: enerzijds krijgen jonge archeologen de kans hun thesisonderzoek te presenteren, anderzijds wordt aan alle geïnteresseerden zo de mogelijkheid geboden kennis te maken met dit, vaak onbekende, thesisonderzoek. Chronologisch, geografische en thematisch weerspiegelen de bijdragen hierin de brede waaier aan archeologische onderwerpen die aan de Vlaamse universiteiten aan bod komen: van de
