HomeKalenderForumContactLinks

Toon Putzeys verdedigt doctoraat over contextanalyse in Sagalassos | Monumentengids Vlaanderen wijst weg naar honderden monumenten

15 februari 2007

IJzertijdsporen bij archeologisch onderzoek Tongeren-Oost

Naar aanleiding van de geplande uitbreiding van het industrieterrein Tongeren-Oost werd in augustus-september 2006 proefsleuvenonderzoek en een beperkte opgraving uitgevoerd in een gebied van bijna 30 hectare. Bij het onderzoek kwamen twee duidelijk afgebakende archeologische vindplaatsen aan het licht. De vondsten dateren voornamelijk uit het Neolithicum en de IJzertijd, en dragen bij tot de archeologische kennis van de Tongerse rand.

Het archeologisch onderzoek werd, in opdracht van de stad Tongeren, uitgevoerd door VBG Wegenbouw nv, dat hiervoor projectarcheologen Els Rondags en Kristof Verelst in dienst nam. Het onderzochte terrein, ten noorden van Mal-Sluizen, was een stuk landbouwgebied van bijna 30 hectare groot.

Volgens Kristof Verelst is het onderzoek een rechtstreeks gevolg van de toenemende interesse in het uitvoeren van grootschalige archeologische terreininspecties in de Tongerse deelgemeenten. Bovendien is grootschalig archeologisch onderzoek op een uitbreidingsterrein van zo'n 29 hectare nog steeds een uitzondering in Vlaanderen. Hierdoor waren, in combinatie met eerdere opgravingen uit de Tongerse rand (o.a. Plinius, ‘Land van Ooit’), interessante resultaten te verwachten van dit onderzoek. Het eigenlijke terreinonderzoek vond plaats van 3 augustus tot en met 22 september 2006. Door middel van een prospectie aan de hand van proefsleuven werd ernaar gestreefd om zo'n 7 tot 8 procent van het bedreigde terrein te evalueren. Twee archeologische zones konden bij het terreinonderzoek afgebakend worden.

De eerste zone (Site 1) bevindt zich in zuidwestelijke hoek en gaf hoofdzakelijk sporen prijs uit de midden IJzertijd (450 tot 250 v. Chr.). De tweede zone (Site 2) bevindt zich in het middengedeelte van het onderzoeksgebied en gaf op haar beurt sporen prijs met een meer gevarieerde datering: gaande van (finaal?)-Neolithicum (5300 tot 4900/4000 v. Chr.) tot midden IJzertijd (450 tot 250 v. Chr.).

Site 1 wordt op basis van de eerste resultaten beschouwd als depotsite (i.e. opslagzone), en dit op basis van het grote aantal silovormige kuilen (te interpreteren als voorraadkuilen) die tijdens het onderzoek werden aangetroffen (foto rechts). Site 2 is wellicht eerder te interpreteren als een activiteitensite. Ondanks hun grotendeels overeenkomende datering opereerden deze twee sites vermoedelijk los van elkaar, maar kunnen ze evenwel deel hebben uitgemaakt van (een) nog te ontdekken nederzettingssite(s) in de buurt.

Sporen uit de Nieuwe en Nieuwste Tijd beperkten zich vrijwel geheel tot gracht- en/of greppelstructuren, restanten van holle wegen - met de daarbij horende karrensporen - en draineringsleuven. Het oostelijke deel van het onderzoeksgebied werd in het recente verleden doorsneden werd door een NO-ZW georiënteerde holle weg. Welke exacte tijdsperiodisering aan deze weg mag gegeven worden, blijft echter onduidelijk. Hoogstwaarschijnlijk gaat deze holle weg terug tot het einde van de 19de of het begin van de 20ste eeuw, en ontstond de eraan gekoppelde blokpercelering ook pas vanaf die tijd.

Dat dit archeologisch onderzoek zijn belang heeft bij de verdere uitbouw van de algemene beeldvorming van de Tongerse rand, staat volgens projectarcheoloog Verelst buiten discussie. Volgens de eerste resultaten kan een koppeling gemaakt worden met de site Tongeren-Plinius, gelegen op ca. 500m ten noordwesten van de Romeinse omwalling van de stad Tongeren, in de buurt van de zogeheten Pliniusbron.

door Tijl | Opgravingen | Reacties (0)

Reageer op dit bericht




Remember Me?

(you may use HTML tags for style)