HomeKalenderForumContactLinks

Zaterdag 10 maart: Archeologendag te Roeselare | Resten commanderij tempelorde blootgelegd in Slijpe

9 maart 2007

Proefsleuvenonderzoek op Deltapark te Kortrijk-Harelbeke

Sinds 12 februari 2007 onderzoekt de firma Monument Vandekerckhove i.o.v. de Intercommunale Leiedal het toekomstig bedrijventerrein Deltapark met proefsleuven. De verkaveling bevindt zich op het grondgebied van zowel Kortrijk, Harelbeke als Zwevegem. Het 28ha-grote terrein levert tot nu toe een gering aantal sporen op waaronder enkele brandrestengraven die vermoedelijk te dateren vallen in de late ijzertijd – vroeg Romeinse tijd.

Van het toekomstige bedrijventerrein van 80ha worden in een eerste fase 48ha ontwikkeld. Archeologen Katrien Sturtewagen, Liesbeth Messiaen en Adelheid De Logi prospecteren nu via proefsleuven 28ha van deze eerste fase.Luchtfoto’s en kaarten gaven weinig aanwijzingen over het te onderzoeken gebied. Wel werd in de jaren ’50 in de onmiddellijke omgeving reeds enig onderzoek uitgevoerd. Dit leverde in totaal vier ijzertijdkuilen, één Romeinse en twee niet gedateerde waterputten op. Recente veldprospectie van het terrein bracht 12-13de eeuws materiaal aan het licht, maar vooral 16de eeuwse en latere vondsten. Deze laatste houden waarschijnlijk verband met de nabijgelegen hoeve met walgracht. In de wat bredere omgeving attesteerde men verscheidene Romeinse en vroegmiddeleeuwse sites. De kans dat ook dit gebied bewoond was, viel dus niet uit te sluiten.

harelbekebrandrestengraf2.jpgNa drie weken onderzoek levert het terrein relatief weinig sporen op gezien zijn omvang. De sporen die aanwezig zijn, zijn echter geconcentreerd in bepaalde zones die interessant lijken voor nader onderzoek. Met nog enkele werkdagen voor de boeg is dit de voorlopige stand van zaken: een kuil, vormelijk gelijkend op de eerder ontdekte ijzertijdkuilen, twee grachten, enkele brandrestengraven (zie foto) en andere sporen vermoedelijk daterend uit de late ijzertijd – vroeg Romeinse tijd. Structuren konden op basis van deze laatste niet onderscheiden worden.

Of deze prospectie nog een vervolg kent, valt nog af te wachten.

Meer info: Katrien Sturtewagen

door Jan | Opgravingen | Reacties (7)

Reageer op dit bericht

Beste Wim,
Tot twee jaar geleden (toen ik nog in frankrijk werkte) heb ik op kleine en grote projecten enkel met onderbroken sleuven gewerkt. En wat betreft Nederland... als lid van het voetvolk heb ik slechts een uitvoerende functie. Misschien moet je praten met mensen van jouw niveau, die het beleid bepalen.
Ik wou dat ik langer kon schrijven ,maar ik moet nu snel mijn achterstand in de wetenschappelijke literatuur wegwerken. Dat komt ervan, met al die opgravingen in Nederland.

door jeroen vanden borre op 11 maart 2007 21:09

De afstand tussen de proefsleuven bedroeg inderdaad maximaal 15 meter én er zijn ook enkele kijkvensters aangelegd waar nodig. Ondertussen werden nog enkele interessante zones ontdekt (een paar grachten tjokvol versierd ijzertijd/vroegromeins-aardewerk). Het terreinwerk werd de voorbije week afgerond. Zeer binnenkort zal onderhandeld worden over een mogelijk verder onderzoek.

door adelheid en liesbeth op 10 maart 2007 16:37

Beste Jeroen, misschien moet je je volgende verlof eens bij de zuiderburen plannen om je idee over de sondages wat te actualiseren. Om verschillende redenen wordt daar net als bij ons, reeds enkele jaren quasi enkel nog met continue sleuven gewerkt. Het is duidelijk dat je tussen 7-10% moet zitten om een betrouwbaar beeld te hebben, de tussenafstand heeft daar rechtstreeks mee te maken samen met tal van andere factoren. Er bestaat daar ondertussen wel wat literatuur over die ik je gerust wil bezorgen. Eén ding is echter zeker, proefsleuven continu of discontinu over ca 10% mét kijkvensters gecombineerd geven gemiddeld gezien het beste resultaat op niet afgedekte of niet gestratifieerde sites; steentijd uitgezonderd. Een suggestie voor de noorderburen?

door wim op 10 maart 2007 14:57

Ik dacht dat niet zozeer de afstand tussen sleuven er toe doet. Mij is geleerd dat je ongeveer 10 % van de oppervlakte blootlegt in sleuven die sleuven die als de vijf stippen van een dobbelsteen tegenover elkaar staan. (of zoals onze zuiderburen zeggen: en quinconce).

door jeroen vanden borre op 9 maart 2007 21:00

de sleuven liggen op 15m van elkaar en voor zover ik op de hoogte ben, zijn er al enkele kijkvensters aangelegd. Maar binnenkort hoor je hier wellicht meer over.

door Jan op 9 maart 2007 20:38

Akkoord met Marleen. Sleuven liggen best niet té ver uit elkaar en worden best af en toe van richting gedraaid. In de regio waar die werf zich afspeelt is 15m een maximum onderlinge afstand. Bovendien zijn sleuven op zich onvoldoende en moeten er in geval van positief resultaat in de sleuven steeds kijkvensters aangelegd worden om de samenhang en bewaringstoestand van de sporen te kunnen evalueren. Ik hoop dat deze in Harelbeke gemaakt zijn en dat sleuven overal op 15m of minder liggen. Anders vrees ik dat dit een maat voor niets is geweest. Veel hangt ook af van wat wij als een site menen te moeten zien; daar schuilt immers heel wat onbewuste vooringenomenheid en mogelijke cirkelredenering in. Sporendensiteit is niets steeds en niet alleen een criterium om in proefsleuvenonderzoek een "site" te definiëren of een vervolgonderzoek (opgraving) op te zetten.

door wim op 9 maart 2007 16:29

Een gering aantal sporen? Dat hangt ervan af hoe welke dichtheid het netwerk van proefsleuven heeft! Wij hebben in Tienen een klein omgracht grafveld met meer dan 100 graven gemist in ons netwerk van proefsleuven (te ver uit mekaar). Het geringe aantal andere sporen heeft ons toch aangezet de site op te graven. Gelukkig maar!

door marleen op 9 maart 2007 15:52




Remember Me?

(you may use HTML tags for style)