HomeKalenderForumContactLinks

FelixArchief wint Belgian Building Award voor Cultureel Erfgoed | Muurschilderingen bleven 50 jaar verborgen achter verf

24 mei 2007

Het Mas als vitrinekast

De aankondiging in de pers dat het nieuwe Museum aan de Stroom (Mas) zowel de collectie van het Etnografisch Museum als de precolumbiaanse verzameling-Janssen zou gaan herbergen doet wenkbrauwen fronsen, zelfs in Antwerpen. In een open brief in De Standaard uiten vijf historici van de Universiteit Antwerpen hun bezorgdheid. Volgens hen zal de opname van die collecties het potentieel bruisende nieuwe museum tot een 19de-eeuws rariteitenkabinet reduceren.


HET MAS ALS VITRINEKAST

Een vaag koepelproject, daar heeft niemand wat aan

Dat extra collecties in het Mas zouden worden ondergebracht, is volgens historici van de Universiteit Antwerpen zonder meer een slecht idee. Want op die manier kan het museum zijn originele opzet niet waarmaken.

Het Mas-verhaal is rond, zo blokletterde de schrijvende pers onlangs. Het bouwblok achter het Antwerpse stadhuis wordt 'te gelde' gemaakt en daarmee lijkt de financiering van het Museum aan de Stroom gegarandeerd. Nieuw en verrassend is dat de collectie van het dynamische Antwerpse Etnografisch Museum in het Mas zal worden opgenomen. Er is zelfs sprake van dat de befaamde collectie pre-Columbiaanse kunst van Dora en Paul Janssen wordt binnengehaald, wat - aldus schepen van Cultuur Philip Heylen voor de camera's van een regionale televisiezender - 'een grote impact zal hebben op het toerisme'.

Wij vinden het geen goed idee om deze collecties op te nemen. Zou het Mas niet een maatschappelijke meerwaarde creëren die veel breder ging dan toeristen aantrekken en de stad Antwerpen promoten? Wij liepen in ieder geval warm voor een modern stadsmuseum waarin het verleden en het erfgoed van de stad zouden worden ingezet als hefboom om samenlevingsproblemen aan te pakken.

Het Mas kaderde in een gemeenschapsvormend project waarin alle Antwerpenaren, toevallige stadsgebruikers en toeristen via de confrontatie met het eigen en het hen vreemde erfgoed zouden reflecteren over samenleven in een hedendaagse stedelijke omgeving. Achter het stedelijk museum ging een idee schuil, gestoeld op het wat moeilijkere concept 'stedelijkheid'. De idee namelijk, dat de stad niet zomaar een decor is voor toevallige gebeurtenissen, maar een actieve biotoop waar maatschappelijke en individuele ontwikkelingen een eigen en extra dynamiek krijgen. De museumtoren met de gedurfde architectuur van Neutelings-Riedijk Architecten, zou een 'brandpunt' worden van museale en maatschappelijke functies, een uitvalsbasis van waaruit in het stedelijke weefsel kon worden doorgedrongen.

Om deze ambitieuze doelstellingen te realiseren moesten drie Antwerpse collecties worden geïntegreerd: het Scheepvaartmuseum, het Museum Vleeshuis met zijn archeologische collecties en het Volkskundemuseum. Bovendien moest collectiemobiliteit met de andere Antwerpse musea het stadsverhaal inhoudelijk versterken. Dat was op zich al een loodzware opgave. Deze verzamelingen hebben elk een eigen geschiedenis en dus een eigen logica. Maar ze hebben wel iets met elkaar gemeen: ze belichten elk een stukje van de brede waaier van fundamentele stedelijke ontwikkelingen, ze raken aan het stedelijke samenleven in al zijn complexiteit.

Met de nieuwe collecties erbij zijn we terug bij af. Het Mas dreigt een rariteitenkabinet te worden. In de nieuwe opzet dienen de getoonde stukken niet langer om een prikkelend verhaal te vertellen, om bezoekers aan het denken te zetten of om ze de kans te geven tot interactie met het eigen verleden of met het verleden van anderen.

Het museum keert terug naar de negentiende eeuw, waarin de vroede (en gefortuneerde) burgervaders vanuit een Eurocentrische blik, hun stadsgenoten de rijkdom van de wereld toonden. Het Mas wordt een vitrinekast voor exotische artefacten, kunsten en curiosa: Oceanische en Afrikaanse maskers naast romantische Europese schilderijen, Egyptische faraobeelden en mummies naast luxueuze doopkleden en schaalmodellen van Chinese jonken naast parafernalia van schuttersgilden en andere lokale verenigingen.

Het argument dat deze collecties aansluiten bij het Mas-project omdat Antwerpen dankzij de haven een wijde blik op de wereld heeft, snijdt geen hout. Het materiaal van het - overigens erg boeiende - Etnografische museum en de collectie-Janssen lenen zich niet voor een reflexieve en inhoudelijk gelaagde aanpak waarbij historisch besef als opstap dient voor een 'betere' samenleving. Ze zeggen uiteraard iets over de verzamelwoede in het verleden, over golven in onze kennis over andere (zogenaamd meer primitieve) samenlevingen en de interesse van stedelingen voor de superioriteit van het christelijke Westen. Maar ze zeggen weinig of niets over de vele etnische en andere gemeenschappen in de stad vandaag, over hun cultuur, hun geschiedenis, hun integratie, hun aspiraties en problemen. De integratie van deze collecties zal het Mas niet helpen zich te meten met de soms interessante projecten van etnologische musea als het Wereldmuseum Rotterdam. Gezien het totaal andere uitgangspunt van het Mas en de aanwezigheid van drie totaal andere collecties, is het zelfs de vraag of de traditie van kleinschalige maar soms boeiende projecten van het Etnografische museum zal worden geëvenaard.

Kortom, wij maken ons ernstig zorgen over de toekomst van de vele interessante initiatieven die op stapel stonden. De centrale betekenis van 'stedelijkheid' vertaalde zich in de plannen voor een interactief kenniscentrum in het stadsmuseum, met een bibliotheek en vooral een uitgebreide collectie beeld- en geluidsmateriaal. Daarmee moest de kloof worden overbrugd tussen de academische stadsgeschiedenis en de dagelijkse 'kleine' verhalen van mensen in de stad.

Aansluiting werd bovendien gezocht met de erfgoedactoren en de academische wereld om mee na te denken over een laagdrempelig zinvol en zingevend stadsverhaal, terwijl ook jeugdwerking prominent op de voorgrond was getreden. Er was ook al een begin gemaakt met de inhoudelijke invulling van de 'boxen', waarbij vormgeving, concept en een selectie van gepresenteerde objecten de ambitieuze doelstellingen moesten realiseren.

Dit alles dreigt nu te worden ondergedompeld in een vaag koepelproject, dat niet langer de stedeling en stadsgebruiker uitnodigt om de confrontatie aan te gaan met zijn omgeving, zijn verleden en zijn toekomst. De Mas-toren wordt een grootwarenhuis, een winkelgalerij vol pronkstukken. Antwerpen - een stad die niet alleen een groot ego, maar ook een onschatbaar erfgoed en een enorm potentieel heeft - verdient nochtans een Mas dat zich niet met andermans veren tooit, maar kritisch over stedelijk verleden, heden en toekomst reflecteert.


Bruno Blondé, Bert De Munck, Luc Duerloo, Peter Stabel, Herman Van Goethem (De auteurs werken voor het Centrum voor Stadsgeschiedenis van de Universiteit Antwerpen)


Bron: De Standaard - 23 mei 2007

door Bart | In de pers | Reacties (7)

Reageer op dit bericht

We zien ons genoodzaakt te reageren op de repliek van de leidinggevenden van het Mas (DS 1 juni). Ze stellen ons opiniestuk (DS 23 mei) immers karikaturaal voor. Onze bekommernis over de recente ontwikkelingen rond het Mas afdoen als een 'terugplooien op zichzelf' of als een pleidooi voor 'het eigen lokale verleden' is zowel misplaatst als fout. Misplaatst, omdat wat we schreven niet vertrok vanuit een eng 'historisch' perspectief, zoals het nu wordt voorgesteld. Onze visie pleit immers voor de oorspronkelijke doelstellingen van het Mas: het uitbouwen van een eigentijds museum rond stad en stedelijkheid. Na kennisname van dat 'basischarter' hebben de diverse overheden het licht op groen gezet voor subsidiëring. Fout ook, omdat wij met ons pleidooi hetzelfde doel nastreven als de antropologie, namelijk een museum waarin culturele diversiteit en de complexe, stedelijke samenlevingsproblemen van vandaag een plaats krijgen. Ons punt is gewoon dat de collecties die men nu wil toevoegen dat eigenlijk niet toelaten. Nogmaals: de collectie van het etnografische museum is beslist interessant, maar ze houdt geen verband met de brede waaier aan nationaliteiten en culturen in het Antwerpen van vandaag (om over de collectie Janssen nog maar te zwijgen.) Uiteraard moeten objecten uit andere culturen in het Mas worden opgenomen, maar dan wel objecten waar onze medeburgers van nu zichzelf mee identificeren. De nieuwe collecties leren vooral iets over ons eigen bevooroordeelde omgaan met vreemde culturen in het verleden, met onze vaak ongezonde interesse voor het primitieve en het exotische.

Bruno Blondé, Bert De Munck, Luc Duerloo, Peter Stabel, Herman Van Goethem (Centrum voor Stadsgeschiedenis Universiteit Antwerpen

De Standaard - 6 juni 2007

door Tijl op 6 juni 2007 11:32

Ok, ik weet nu ook wie politiek benoemd is...

door Lore op 1 juni 2007 17:54

In hun opiniestuk 'Het MAS als vitrinekast' (DS 23 mei) hadden vijf Antwerpse historici kritiek op de integratie van het Etnografisch Museum in het MAS (Museum aan de Stroom). Ze vrezen dat de verruiming van het perspectief kan leiden tot verwatering van het concept.

We hebben de indruk dat de auteurs niet vertrekken vanuit een brede kennis van feiten en context, maar vanuit een louter stadshistorisch perspectief. De Musea stad Antwerpen wensen zich daarentegen te laten leiden door zowel historische overwegingen, als door maatschappelijke relevantie; door stedelijkheid, maar ook door globalisering en diversiteit.

De havenstad Antwerpen stond en staat in nauw contact met de wereld. De diversiteit aan gemeenschappen in de stad en van de stedelijke collecties is daarvan het resultaat. De inwoners van Antwerpen zijn zeer divers op sociaal, economisch, cultureel en levensbeschouwelijk vlak. In Antwerpen leven mensen van meer dan 150 nationaliteiten en bijna één op vier is van een andere origine. Eén van de grote uitdagingen waar musea mee worstelen, is hoe ze met hun collecties een relevante rol kunnen spelen in een steeds evoluerende geglobaliseerde en diverse samenleving. Het ontbreken van objecten uit een brede culturele context in hun collecties kan voor veel musea een ernstige hinderpaal zijn voor de ontwikkeling van zinvolle programma's rond de hedendaagse stad en de wereld.

De collecties van het Etnografisch Museum (het liefst verruimd met de collectie Dora en Paul Janssen-Arts) bieden een ruime kijk op de kunst, cultuur, geschiedenis, wereldbeeld en denkwereld van een grote verscheidenheid aan volkeren verspreid over de verschillende werelddelen en in de stad.

Internationale museale evoluties tonen aan dat steeds meer gewerkt wordt vanuit een ruime context en vanuit de kracht van een zusterdiscipline, de antropologie. Deze antropologische benadering leunt dicht aan bij de 'historische antropologie', een stroming die veel invloed heeft gehad op recente visies over volkskunde en cultuurgeschiedenis. Bovendien mag worden gewezen op het feit dat het Etnografisch Museum in het verleden al dergelijke oefeningen heeft gebracht, en met succes . Het Etnografisch Museum heeft de jongste jaren rondleidingen uitgewerkt waarin diversiteit en cultuurvergelijking sleutelbegrippen zijn.

Interessant is ook te verwijzen naar de Erfgoedcel, sedert 2006 een cel binnen het MAS. Het hele verhaal van stedelijkheid, diversiteit en districtswerking is de kernvisie van de Erfgoedcel. In een brainstormsessie over het MAS (MAS in jonge handen) stelde Johan Leman onlangs dat het klassieke volkskundige of historische erfgoed moet worden aangevuld met objecten uit andere culturen en dat nieuwe verbanden kunnen worden gelegd. Net zoals omgekeerd ook stukken uit andere continenten voor bezoekers zinvoller worden wanneer ze met herkenbare objecten tot toegankelijke verhalen worden samengebracht. Een Etnografisch Museum waarin alle continenten aan bod komen, is boeiend. Een nieuw museum dat hieraan zou voorbijgaan, heeft geen voeling met de hedendaagse stad.

Terugplooien op zichzelf en enkel zijn 'eigen' lokale verleden biedt geen oplossing voor de omgang met soms moeilijk te vatten maatschappelijke en culturele ontwikkelingen. Diversiteit is geen synoniem van identiteitsverlies, onveiligheid of verpaupering. Interculturele ontmoetingen kunnen ook een bron van creativiteit, vernieuwing en zelfs economisch succes zijn. Door het internationale, mondiale aspect expliciet mee te nemen in haar werking, wil het MAS inspelen op de veranderende stad in de veranderende wereld. Dit verruimde MAS is dus geenszins een op de helling zetten van de (oorspronkelijke) conceptuele invulling. Integendeel, het is een verruiming van het concept, een verrijking van de collectie, een verdieping van het verhaal en een verbreding van het publiek. Dit op een wijze waarbij heden, verleden en toekomst een leidraad blijven, en diversiteit een troef.

Steven Thielemans is algemeen directeur Musea, Bewaarbibliotheken en Erfgoed, Jan Van Alphen is directeur Etnografisch Museum en Carl Depauw is directeur Mas en Erfgoedcel.

De Standaard - 1 juni 2007

door Tijl op 1 juni 2007 11:25

Alle steun aan alle mensen met gezond verstand.
Het ganse MAS-project verwatert meer en meer in een megalomaan en -vanaf den beginne museologisch nefast - politiek prestigeproject, dat er moet komen, koste wat kost, ... wat we hieraan ook moeten opofferen aan museum-, historische- en kunst-troeven die Antwerpen heeft (had). Zelfs al moeten we (lees : politici) hiervoor een bocht van 180 nemen t.o.v. de basisargumentatie die oorspronkelijk gebruikt werd om het MAS verkocht te krijgen.

Wordt het geen tijd eens het ganse MAS-project en het ganse Antwerpse museum(wan)beleid fundamenteel in vraag te (durven) stellen?
1. Vleeshuiscollectie & Gildekamerstraatcollectie : OK wanneer men die onderbrengt in een museum van de Antwerpse geschiedenis;
2. Nationaal Scheepvaartmuseum: begrijpelijk dat een gedeelte van deze collecties kan thuis horen in bovengenoemd museum, doch zéker niet het grootste deel! Deze collectie van een NATIONAAL Scheepvaartmuseum overstijgt het louter lokale Antwerpse en kent diverse belangrijke nevencollecties. Denken we maar aan de "Chinese Jonken - collectie" die nu al niet kan(kon) getoond worden wegens plaatsgebrek.
Waarom dus persé ook 'Het Steen' willen opdoeken, en niet eerder dit NATIONAAL SCHEEPVAARTMUSEUM uitgebouwd met verantwoorde moderne en doorzichtige (lees: glazen) architectuur met integratie van het Noorderterras en de historische hangars. Het Noorderterras-restaurant kan zo een prachtig openbaar restaurant én museum-restaurant worden, terwijl daar, centraal, de nieuwe ingang van een Scheepvaartmuseum kan komen, en dit alles mét behoud van Het Steen als annex bij dit museum, voorzien van een historische burcht-aankleding. De open terreinen naar het Loodswezen kunnen geïntegreerd worden voor de buitencollectie en aansluitend kan het Loodswezen worden omgebouwd tot het Antwerpse Havenmuseum, met aansluitend daarbij aan de overkant van de straat in de dokken, museumschepen.
Zo krijgen we tussen Steen en Loodswezen een doorkijk-museum, een glazen visuele link tussen stad en Schelde, mét verantwoorde invulling, en is er meteen reeds een groot deel van de Scheldekaaien (eindelijk) heraangelegd!
En zo zitten we dan ook al op het Eilandje, en hebben we via NATUURLIJKE weg de link gelegd Stad-Eilandje, mét behoud van ons historisch patrimonium en collecties.
3. En zo hebben we ook het MAS bereikt, dat initiëel als Museum van Antwerpen al verkeerd begonnen is door het zinloos opopfferen van archeologisch interessante sites i.p.v. deze daarin te integreren. Tevens kan de architectonische en visuele kwaliteit van het geheel in vraag worden gesteld.
Probeer hoe dan ook daar alsnog eens te redden wat er te redden valt, mét de toch beperkte ruimte van het geheel. Integreer onze archeologische diensten daar, en valoriseer al onze archeologische sites doorheen de stad: waardeer ze, maak ze toegankelijk en laat ze fungeren als talloze annexen van het MAS: het laten en brengen van de historische roots van Antwerpen 'in situ', in het straatbeeld, met didactische begeleiding, voor iedereen, waar men ook in Antwerpen wandelt. Stippel een 'archeologische route' uit langs deze sites, vanuit het MAS ... Dat is de Antwerpse geschiedenis naar de Antwerpenaar brengen: niet door te vernietigen, maar door te bewaren en TE TONEN!
4. En zo wordt het overduidelijk dat een Museum van Etnografie, dat als zelfstandig museum reeds zeer waardevol is, een prachtige eigentijdse opstelling kent, een goede werking heeft, en op zich reeds plaatsgebrek kent, hoegenaamd NIET thuis hoort in een MAS, doch zijn eigen lokatie VERDIENT en VEREIST, mét uitbreiding in de vrijgekomen gebouwen van de Gildekamerstraat, gebouwen die perfect ook kunnen aangewend worden als apart museum voor de collectie Janssens. Een collectie die aldus toch een apart geheel blijft vormen, maar tevens naadloos aansluit bij het Etnografisch Museum waar het écht thuis hoort. Dat zou pas écht een troef zijn om die collectie naar Antwerpen te krijgen!
5. Smit-Van Gelder : Laten we eens komaf maken met dit regelrechte Antwerpse schandaal, en het eindelijk eens degelijk restaureren en zijn waardevolle functie terug geven, én deze waardevolle collectie niet langer aan het publiek onthouden. En bouw het eveneens uit met de tal van collecties rond sierkunsten, Antwerps zilver e.d. die nu toch in de reserves liggen en ook geen plaats zullen (kunnen) krijgen in een MAS, wegens plaatsgebrek (én Antwerpen overstijgend).

Besluit : laat eindelijk eens terug de kwaliteit primeren in ons cultuurbeleid, en niet de kwantiteit. Laten we stoppen met het verkwanselen van patrimonium en erfgoed, enkel en alleen op dit jaar de begroting weer eens te laten kloppen en om doelloze prestigeprojecten te kunnen financieren.
Ons erfgoed en patrimonium hebben wij maar in bruikleen om door te geven aan de toekomst! Het zou niet als onze -verkoopbare- eigendom mogen beschouwd worden, niet als speelbal van politici!

door Ludo Somers op 30 mei 2007 13:38

Tja, het is al erg genoeg dat er een stukje archeologie moest wijken voor een open vitrine, nu is het nog erger dat ook de Antwerpse geschiedenis moet wijken voor Afrikaans folklore... De basisidee van het MAS is blijkbaar totaal van de kaart geveegd. Een luchtige opstelling maakt plaats voor overvolle ruimten. Of is het dit wat de Amerikaanse toerist wil zien?

door WIM op 25 mei 2007 15:04

Alle steun aan de collega's van de UA: hun bezorgdheid is meer dan terecht. het Mas (en Antwerpen) gaan terug naar het 19de-eeuwse antiquarisme, alsof er op museum-didactisch of erfgoed-wetenschappelijk vlak niets gebeurd is sindsdien. Tja, dit is toch ver verwijderd van wat een hedendaagse publiekswerking en erfgoedzorg zou moeten inhouden.

door Dries Tys op 25 mei 2007 11:07

Prachtig. nagel op de kop.
Mooi toch hoe die Antwerpse politici en onze cultuurminister zich in bochten wringen om het toch maar uitgelegd te krijgen? En haast niemand die hen en public durft tegen te spreken.
Het MAS was een prachtig project, waar evenwel -even typisch voor politici- niet echt heel diep en tot de laatste consequentie is over nagedacht, met name over wie dat allemaal zou betalen.
Naar verluidt is bv. om de kosten te drukken zo bespaard op draagkracht, dat de collecties niet in depot kunnen bewaard worden in het gebouw zelf.
Dergelijke beslissingen en stellingen als rond de collectie Janssen zijn typisch voor politici.
Vanuit de dagelijkse museale praktijk kan ik maar zeggen: politici zijn het gevaarlijkste wat er is voor een museum. Gevaarlijker dan desinteresse van een publiek zijn de politici die niet weten waar ze het over hebben, maar wel de beslissingen nemen

door dieter op 25 mei 2007 9:36




Remember Me?

(you may use HTML tags for style)