
Home
Kalender
Forum
Contact
Links
30 juni 2007
'Verdronken Verleden' meert aan in De Panne
Sinds februari reist de succesvolle tentoonstelling ‘Verdronken Verleden’ doorheen Vlaanderen. Van 30 juni tot 22 juli meert de expositie voor de laatste keer aan in De Panne. In 'Verdronken Verleden' wordt de bezoeker meegenomen voor een duik in het Belgische en internationale maritiem-archeologisch verleden. De tentoonstelling wil zoveel mogelijk bezoekers vertrouwd maken met het waardevolle onderwatererfgoed dat door allerlei factoren sterk wordt bedreigd.
n het eerste luik van 'Verdronken Verleden' worden enkele belangrijke maritiem archeologische realisaties en ontdekkingen uit ons land voorgesteld met o.a. de koggen van Doel, het recent ontdekte wrak op de Buitenratel zandbank, het onderzoek naar onderzeeboten, de vissersnederzetting Walraversijde, … In een tweede deel komen enkele beroemde maritiem archeologische projecten van over de landgrenzen aan bod waaronder de Vikingschepen van Skuldelev, het Vliegent Hart, de Mary Rose, …
De tentoonstelling is opgesteld in vier talen, omvat informatieve panelen en wordt geïllustreerd door een selectie vondsten uit maritiem archeologische contexten van België. De tentoonstelling is een realisatie van het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed (VIOE) en het Havenbestuur Brugge-Zeebrugge (MBZ) met medewerking van de Provincie West-Vlaanderen.
Praktisch: 'Verdronken Verleden' is dagelijks geopend van 14u tot 18u; gesloten op maan- en feestdagen. Adres: Cultuurhuis de Scharbiellie, Kasteelstraat 34, 8660 De Panne.
door Bart | Tentoonstellingen | Reacties (0)
Tongerse kunst- en erfgoedfestival Artuatuca plechtig geopend
In Tongeren wordt dit weekend het kunsten- en erfgoedfestival Artuatuca plechtig geopend. Van 28 juni tot 15 juli wil de zelfverklaarde oudste stad van België zich middels spektakelevenementen, theatervoorstellingen en concerten internationaal op de kaart zetten. Voor morgen staan er nog een restauratiedebat, een stadsmuzikantenfestival en een intieme Rendez-Vous op het programma.
Vijf jaar al brengt Artuatuca een originele mix van kunst en erfgoed. Hedendaagse kunsten worden opgevoerd op plekken die Haspengouw linken aan het verleden. Ook dit jaar weer zet Artuatuca een wervelend festival op poten dat de stad Tongeren en de regio Haspengouw onderdompelt in een roes van kunst & cultuur.
Het centrale thema van Artuatuca 2007 is 'verandering'. In alle activiteiten is een verwijzing naar dit thema terug te vinden. In de spektakels staat ‘vuur’ centraal, van oudsher bron van verandering en vernieuwing. De theaterstukken behandelen meer dan eens de ‘dood’, als ultieme verandering in de levensloop van de mens. In de tentoonstelling ‘Begijnen Ontbloot’ brengen hedendaagse kunstenaars ingrijpende veranderingen aan in het 750 jaar oude Begijnhof. Tenslotte draaien ook de films in de oude gevangenis van Tongeren om grote en kleine keerpunten in het leven van de hoofdpersonages.
Externe link: Artuatuca
Lees meer: Studie Erfgoedontsluiting Tongeren: Een studie uitgevoerd in opdracht van Erfgoedcel Tongeren (pdf)
door Bart | Evenementen | Reacties (0)
29 juni 2007
Mummie van Hatsjepsoet geïdentificeerd?
In Egypte zou de mummie van de beroemde faraonische koningin Hatsjepsoet aan de hand van DNA-onderzoek met zekerheid geïdentificeerd zijn. Het nieuws werd eergisteren bekendgemaakt door Zahi Hawass, directeur van de Dienst voor Oudheden in Egypte. Net zoals de meeste egyptologen, reageert professor Harco Willems (K.U.Leuven) afwachtend: "De berichtgeving van Hawass is zo verwarrend, dat ik niet eens weet wat hij precies beweert."
Volgens Hawass staat het nu met zekerheid vast dat een mummie die al jaren in het museum in Caïro lag, die van koningin Hatsjepsoet is. De mummie was al meer dan een eeuw geleden ontdekt in een graf nabij Luxor, maar tot nu toe was het niet zeker dat het om Hatsjepsoet ging. Egyptologen hebben nu het DNA-materiaal van de mummie vergeleken met die van haar overgrootmoeder Ahmes Nefertari en daaruit bleek een verwantschap. Bovendien past een tand uit een vaas met het zegel van Hatsjepsoet precies in het gebit van de mummie.
Hatsjepsoet (eerste onder de dames) regeerde tussen ongeveer 1479 en 1458 voor Christus en was een van de belangrijkste heersers van de 18de dynastie. Ze was niet de eerste vrouw die op de troon kwam, maar toch was dat uiterst ongewoon. Hatsjepsoet kon dat als opvolger van haar overleden vader Thoetmosis I en haar halfbroer en echtgenoot Thoetmosis II. Tijdens haar bewind stuurde ze een grote handelsvloot naar het land Poent (Somalië?) om er wierookbomen te halen. Ze liet ook tal van bouwwerken optrekken, waaronder de bekende terrassentempel in Deir Al Bahari.
Harco Willems, hoogleraar archeologie aan de K.U.Leuven, reageert zoals de meeste egyptologen afwachtend. "De berichtgeving van Hawass is zo verwarrend, dat ik niet eens weet wat hij precies beweert," zegt Willems vandaag in de Standaard. "Vorige week stuurde hij het bericht de wereld in dat, van de twee mummies, die met de hand op haar borst niet Hatsjepsoet was. Op de persconferentie eergisteren werd dan weer verteld dat dat wel Hatsjepsoet is."
Ook de tand die het bewijs leverde, doet Willems fronsen: "De tand werd gevonden in een canopekist, maar zo'n kist bevatte normaal gezien ingewanden van de overledene. Een tand hoort er dus niet in thuis." Het oude Egypte is sexy, weet Willems, en beweringen worden snel opgeblazen tot hot news. Bovendien is het onderzoek stevig gesponsord door Discovery Channel en hoopt die zender allicht op opzienbarende resultaten. "Misschien blaast het team zijn bevindingen nu wat op als een soort geste aan de geldschieter."
Bron: De Standaard - 29 juni 2007
Lees meer: 'Find of century' for Egyptology (BBC)
door Tijl | In de pers | Reacties (0)
28 juni 2007
Gemeentes Rotterdam en Groningen zoeken ervaren archeologen
In Nederland gaat het Bureau Oudheidkundig Onderzoek van gemeentewerken Rotterdam (kortweg BOOR) op zoek naar een projectleider die zelfstandig archeologisch (voor)onderzoek kan uitvoeren in zowel stedelijke als landschappelijke context. De gemeente Groningen gaat over tot de aanwerving van een senior archeoloog om de stedelijke archeologische dienst bij te staan in haar, door het Verdrag van Malta, groeiende takenpakket.
U kunt de volledige vacatures nalezen in de SNA-vacaturebank.
door Johan | Vacatures | Reacties (0)
"S.O.S. Bodemarchief middeleeuws Antwerpen"
De Antwerpse Vereniging voor Bouwhistorie en Geschiedenis (AVBG) kaart de actuele bedreiging aan van het archeologische bodemarchief op de site Zakstraat-Burchtgracht, middenin de oudste stadskern van Antwerpen. Het voormalige publieke badhuis wordt namelijk gesloopt om plaats te maken voor een nieuwbouwproject. AVBG eist een professioneel archeologisch onderzoek, waarbij op voorhand bepaald is hoeveel mankracht, tijd, financiële en logistieke middelen worden geïnvesteerd.
Dergelijk scenario ligt momenteel nog steeds niet vast, hoewel de werken in principe op 2 juli al kunnen starten. Dan wordt namelijk het Badhuis, momenteel gekraakt door Daklozen Aktie Komitee (DAK), ontruimd en kunnen de vergunde bouwplannen uitgevoerd worden. Het project impliceert niet alleen de boven- en ondergrondse monumentale restanten van de middeleeuwse Burchtmuur, maar ook het archeologisch bodemarchief. Ook het DAK schaart zich achter de eis van een volwaardige archeologische campagne, zoals we vorige week al berichtten.
De zone van de Burchtgracht, de straat waarvan de naam verwijst naar de gracht die langs de buitenzijde van de middeleeuwse Burchtmuur liep, is de laatste jaren erg in trek bij projectontwikkelaars. "Aangezien daar tegelijk ook het ongemeen rijke bodemarchief van de oudste middeleeuwse stadskern ligt, zou het een evidentie moeten zijn dat elke ingrijpende bouwvergunning ook voorafgegaan wordt door een grootscheeps archeologisch onderzoek," stelt AVBG.
Deze eis wordt echter niet zonder slag of stoot omgezet in daden, zoals bleek naar aanleiding van de bedreiging in 2004 van een andere zone in het Burchtgracht-gebied: "Toen wilde een bouwpromotor in de site gelegen tussen Zakstraat, Burchtgracht, Vleeshuisstraat en Jordaenskaai, een bouwproject realiseren, waarbij de stad Antwerpen ronduit povere garanties afdwong voor een voorafgaandelijke archeologisch onderzoek. Protestacties van AVBG en DAK, met onder andere een succesvolle petitiecampagne tijdens Open Monumentendag 2004, zetten deze problematiek in de kijker. Het project werd afgevoerd, en de nieuwe bouwheer is wel bereid rekening te houden met archeologische vereisten en verzuchtingen."
"Inmiddels is echter de even belangrijke site rond het Badhuis bedreigd. Nu de bouwpromotor zijn bouwvergunning op zak heeft en wil starten met de werken, slaagt de stad Antwerpen er niet in enige duidelijkheid te creëren over het scenario van het archeologische onderzoek, dat – gezien het unieke belang van deze site – van een voorbeeldig niveau zou moeten zijn, de naam waardig van een stad die in 1993 Culturele Hoofdstad van Europa was en die momenteel probeert de binnenstad te laten erkennen op de Werelderfgoedlijst van UNESCO."
Verder dan een vage omschrijving in de op 30 maart 2007 verleende bouwvergunning gaat het niet: “Er dient opgemerkt dat het bouwproject gelegen is binnen de oudste middeleeuwse stadskern. Elke ingreep in de bodem dient archeologisch begeleid te worden. Er dienen voldoende tijd en middelen voorzien te worden om voorafgaand aan of geïntegreerd met de werken archeologisch onderzoek te voeren”. Om concrete afspraken te helpen afdwingen en om zo meer druk op de ketel te zetten voor een gegarandeerde, goed georganiseerde opgraving, nam AVBG deel aan de op 22 juni 2007 door DAK georganiseerde persconferentie. Het uitgenodigde stadsbestuur was niet vertegenwoordigd door de betrokken schepenen, noch door de stedelijke dienst archeologie.
AVBG organiseert momenteel een petitie om te ijveren voor een professionele archeologische campagne. Daarom vraagt AVBG volgende eis door te mailen (via copy-paste) naar stefaan.grieten@skynet.be, met vermelding van je naam en adres:
Ja! Ik wil een archeologische campagne voor het gebied rond het voormalige Badhuis: geen noodopgraving als doekje voor het bloeden, maar een écht (bouw)archeologisch onderzoek. Want ons bodemonderzoek is ook van A!
Meer info: in de perstekst van de AVBG (pdf) wordt de problematiek van de site geschetst, en gewezen op de immanente bedreiging voor het bodempatrimonium
door Tijl | Beleid | Reacties (2)
27 juni 2007
Nieuw onderzoek op de prehistorische site Meirberg te Meer (Hoogstraten)
Tijdens de maand juli 2007 zal het Vlaams Instituut voor Onroerend Erfgoed een noodopgraving uitvoeren op de archeologische site Meer-Meirberg, een belangrijk prehistorisch sitecomplex uit het finaalpaleolithicum en het mesolithicum. De te onderzoeken zone doet dienst als brandweg naast de nieuwe loods die hier vorig jaar werd opgetrokken. Vrijwilligers en studenten worden vriendelijk uitgenodigd deel te nemen aan de opgravingen.
De aanwezige archeologische relicten zijn hierdoor op termijn bedreigd. Voorafgaand prospectieonderzoek bracht aan het licht dat hier een duidelijke concentratie vuursteen aanwezig is die nog gedeeltelijk in situ bewaard is gebleven. Het archeologisch onderzoek wordt integraal gefinancierd door de eigenaar en bouwheer, de firma Malvé nv, die hiermee alsnog ingaat op voorwaarden opgenomen in de bouwvergunning. Aan het areaal in de bufferzone rond de bouwwerken, en aan de rest van de site wordt verder niet geraakt. Na het wetenschappelijk onderzoek krijgt het Stedelijk Museum van Hoogstraten het archeologisch materiaal in bruikleen voor bewaring en beheer.
Geïnteresseerde studenten en vrijwilligers kunnen contact opnemen met:
* David Depraetere (Tel.: 0499/94.91.87) (vanaf 02/07/2007)
* Marijn Van Gils (Tel.: 0473/88.19.28)
* Marc De Bie (Tel.: 0473/88.19.13)
door Johan | Vrijwilligers | Reacties (0)
Colibri zoekt vrijwilligers voor registratie erfgoed Rupelstreek
De Rupelstreek zoekt enthousiaste vrijwilligers voor 'Colibri', een project dat onlangs van start ging en waarin het erfgoed rond industrie en nijverheid geregistreerd zal worden. Via dit project, ingediend door de Provincie Antwerpen en ondersteund door de Vlaamse overheid, willen de vijf Rupelgemeenten (Boom, Rumst, Schelle, Niel en Hemiksem) het nijverheidserfgoed dat bewaard bleef in de Rupelstreek, in kaart brengen.
In de startfase wordt het erfgoed dat in enkele musea aanwezig is geregistreerd in een computer. Deze musea drijven grotendeels op het enthousiasme van vrijwilligers en kunnen altijd helpende handen gebruiken. Heb je een passie voor voorwerpen en documenten die getuigen van het industrieel en nijverheidsverleden en (liefst) enige kennis van het verleden van de Rupelstreek? Schrikt het werken met een computer je niet af en wil je je gedurende twee jaar 1 tot 2 dagen per week op het registreren storten? Dan hoort Colibri dit graag!
Colibri zorgt ervoor dat je de nodige opleiding krijgt om met het registreren van start te gaan. Je neemt deel aan een aantal studiebezoeken aan musea en andere erfgoedinstellingen die als inspirerende voorbeelden gelden. En je inzet wordt op tijd en stond in de bloemetjes gezet!
Geïnteresseerd? Als je de Colibri-vrijwilligersploeg wil vervoegen, geef dan uw naam, adres, telefoonnummer en eventueel mailadres door aan Marie-Claire Govaerts (03/240.64.10). Een korte motivatie of CV erbij mag altijd. De medewerkers van Colibri nemen dan contact op voor verdere informatie.
door Tijl | Varia | Reacties (0)
Resten van een aarden wal langs de Ketelvest in Gent
Op de terreinen tussen de Kleinvleeshuissteeg en de Ketelvest, die momenteel herontwikkeld worden door Fortis Real Estate Development nv, hebben de archeologen van Ruben Willaert bvba al heel wat interessante en erg uiteenlopende vondsten gedaan. Bijzonder was alvast de ontdekking van een aarden wal langsheen de Ketelvest, dat van oorsprong immers een kunstmatig gegraven kanaal tussen Leie en Schelde vormde.
Terwijl in de zone rond de Wolweverskapel vooral resten werden aangetroffen van het middeleeuwse en postmiddeleeuwse gebouwenbestand (zie vorige nieuwsbrief en nog te volgen berichten), is het terrein langs de Ketelvest doorheen de tijd vooral als open ruimte in gebruik geweest. Op het Panoramisch Gezicht van Gent van 1534 (Bijlokecollectie, STAM) zien we enkele kleine gebouwtjes langs het water. Zeker vanaf de vroege 17e eeuw lagen hier de tuinen van het godshuis, zoals afgebeeld op het Panoramisch Zicht op Gent door Sanderus en Hondius uit 1641 (klik op de afbeelding rechtsboven voor een groter formaat).
Interessant is dat op deze plaats in de 12e eeuw een aarden wal lag. De Ketelvest is immers in oorsprong een kunstmatig gegraven kanaal, bedoeld om de Leie met de Schelde te verbinden en zo de watergordel rond de toenmalige stad Gent te sluiten. Langs de binnenkant werd ter versterking nog een aarden wal opgeworpen. Traditioneel wordt deze verwezenlijking rond 1100 gedateerd. Later werden aan deze stadsvesting stenen versterkingen en poorten toegevoegd, zoals de Walpoort (bij de huidige Walpoortbrug). Resten van dergelijke stenen fortificaties werden reeds teruggevonden onder andere aan de Nieuwbrugkaai en langs de Oude Houtlei, aan de Poel en aan de Posteernestraat. Behalve als fundering voor die stenen versterkingen werd de aarden wal zelf nog nooit ten volle waargenomen.
De oever van de Ketelvest is vandaag de dag zowat volledig volgebouwd; een uitzondering is de ca. 40 m brede strook langs de grens van de Fortis-terreinen met de percelen langs de Kortedagsteeg. Omdat hier op basis van historische gegevens geen bebouwing werd verwacht, bepaalde het archeologische advies van de Gentse Dienst Stadsarcheologie dat deze zone door middel van proefsleuven moest worden onderzocht. Daarom werden drie lange sleuven van ca. 2m breed gegraven, haaks op de Ketelvest. Zo verkregen we een doorsnede van het terrein en kon de plaatselijke bodemopbouw gedocumenteerd worden. En in deze doorsnedes of ‘profielen’ waren wel degelijk resten te zien van een aarden wal.
Deze wal was zichtbaar als een opeenstapeling van licht hellende, zandige laagjes (B). Deze dekten een oude akkerlaag (A) af die direct boven de moederbodem lag (ca. 3 m onder het huidige straatniveau). De akkerlaag en ook de zandlaagjes van het wallichaam bevatten aardewerk uit de tweede helft van de 12e eeuw, meer dan een halve eeuw jonger dus dan de eerder vermoede aanleg van de stadswal met de Ketelvest. Mogelijk hebben we hier dus te maken met een latere herstelling of uitbreiding van de wal of moet de vermoedelijke datering van de stadsvest aan een nieuw onderzoek worden onderworpen. De akkerlaag bevatte bovendien een aantal scherven die eerder in de prehistorie kunnen gedateerd worden. Wellicht heeft men ergens in de 11e of 12e eeuw bij het ploegen enkele veel oudere, prehistorische sporen omgewoeld en zijn deze scherven zo in de ploeglaag terecht gekomen. Bij het archeologisch onderzoek op de Kouter in 1997, bij het aanleggen van de ondergrondse parking, werd reeds een grote hoeveelheid prehistorisch aardewerk gevonden, een vondstensemble dat door Prof. Dr. Jean Bourgeois (Universiteit Gent) geïnterpreteerd werd als restanten van een bewoning uit de La Tènetijd (mogelijk 6e-5e eeuw voor onze tijdrekening).
In de archeologische profielen aan de Ketelvest was ook telkens duidelijk te zien dat de wal bijna volledig was weggegraven, en dit wellicht al in de late middeleeuwen. Met de uitbreiding van de stad en de aanleg van een nieuwe stadsomwalling in de loop van de 14e eeuw verloor deze oude wal immers zijn functie. Ze werd dan ook grotendeels genivelleerd, zodat de vrijgekomen ruimte kon gebruikt worden voor andere doeleinden zoals tuinbouw, bewoning of ambachtelijke activiteiten.
Diepe, rechthoekige putten waren dwars door de wal tot diep in de moederbodem gegraven (C). Ze wijzen op systematische zandwinning. Of dit zich over een grote oppervlakte heeft voorgedaan of eerder een plaatselijk fenomeen was, kon niet worden vastgesteld. In de loop der tijd werd het terrein steeds verder opgehoogd met verschillende zandpakketten. Aanwijzingen voor een 17e-eeuwse (moes-)tuin werden niet gevonden, wellicht omdat het toenmalige loopniveau al niet meer zoveel lager lag dan nu.
Wie meer wil weten over de historische stadsontwikkeling van Gent, wordt verwezen naar de gloednieuwe publicatie van het Gentse Stadsarchief en de Dienst Stadsarcheologie Historische Atlas van Gent. Een visie op verleden en toekomst, uitgegeven door SUN en De Zwarte Doos.
Meer info: Janiek De Gryse en Jessica Vandevelde van Ruben Willaert bvba
door Johan | Opgravingen | Reacties (0)
26 juni 2007
Visiting the past, meeting the limes
Archeologische sites, historische monumenten en landschappen en de verhalen errond kunnen bij toeristen op grote belangstelling rekenen. Toch verschillen professionals in de toeristische en de erfgoedsector vaak van mening over hoe men erfgoed moet interpreteren en integreren in onze moderne samenleving. Rond deze thema's wordt op 11 en 12 oktober in Utrecht een internationaal symposium georganiseerd, met als titel 'Visiting the past, meeting the limes'. Meer informatie over dit symposium vind je op www.thepast.nl.
door Tijl | Congressen | Reacties (0)
Erfgoedcel Ieper zoekt projectmedewerker banistiek
Erfgoedcel Ieper wil graag een project opzetten rond vlaggen, wimpels, banieren... van lokale verenigingen. Hiervoor gaat de stad Ieper over tot de aanwerving van een projectmedewerk(st)er met een diploma geschiedenis, kunstgeschiedenis of archeologie of humane wetenschappen. Hij/zij zal instaan voor de prospectie, de opmaak van een wetenschappelijk verantwoorde inventaris van de vlaggen en het schrijven van de historiek van de bijhorende verenigingen.
Heel wat Ieperse verenigingen voeren tot op de dag van vandaag een eigen vlag. Op verschillende plaatsen in de stad worden ook vlaggen bewaard van gilden en verenigingen die ondertussen niet meer bestaan. Vaak krijgen deze stukken textiel niet de aandacht die zij verdienen. De bewaringstoestand is net zo min optimaal. Vlaggen hebben nochtans heel wat potentieel: ze spreken de mensen niet alleen aan omdat ze kleurig en mooi zijn, ze vertellen ook een verhaal van mensen, van verenigingen, van een sociaal netwerk, van gedeeld plezier.
Daarom wil Erfgoedcel Ieper graag werk maken van de inventarisatie van deze vlaggen gekoppeld aan een historiografie van de verenigingen. De inventaris kan vervolgens resulteren in een restauratieproject, tips voor verenigingen ivm behoud en beheer en/of een publieksmoment rond dit kleurrijk erfgoed.
Praktisch: je kan nog solliciteren tot 10 augustus. De volledige vacature vind je op erfgoedcelieper.be
door Tijl | Vacatures | Reacties (0)
25 juni 2007
Oost-Vlaamse gemeenten herdenken heilige Livinus
In de twee Oost-Vlaamse gemeenten die naar de heilige Livinus zijn genoemd – Sint-Lievens-Esse, waar hij zou zijn vermoord, en Sint-Lievens-Houtem, waar hij zou zijn begraven – gaan dit weekend de Livinusfeesten van start. Deze feestelijkheden worden sinds 1857 iedere vijftig jaar georganiseerd. In 2007 is het bovendien exact duizend jaar geleden dat de relieken van de heilige van Sint-Lievens-Houtem naar Gent werden overgebracht. Dit wordt gevierd met tal van activiteiten.
De Livinusfeesten vonden voor het eerst plaats in 1857, bij de herdenking van de 1.200ste verjaardag van het overlijden van Livinus, en vervolgens in 1907 en 1957. Dat groeide telkenmale uit tot een religieus en folkloristisch gebeuren, met als hoogtepunt een processie en een historische stoet. In 2007 is het bovendien exact duizend jaar geleden dat de relieken van de heilige van Sint-Lievens-Houtem naar Gent werden overgebracht. De overbrenging van de relieken vormt volgens de overgeleverde legende het startschot van de historische bedevaart van Gent naar Sint-Lievens-Houtem.
Livinus (van Gent) was een Ierse edelman die in 580 zou zijn geboren. Hij werd door Augustinus van Canterbury tot priester gewijd en was in de 7de eeuw – tijdens de kerstening van de Zuidelijke Nederlanden – in Vlaanderen en Brabant als missiebisschop werkzaam. Volgens de overlevering stierf hij op 12 november 657 in Sint-Lievens-Esse de marteldood: zijn met een tang uitgerukte tong werd aan de honden gegeven, hij werd onthoofd en zijn handen en voeten werden afgesneden.Volgens de legende zou Livinus met zijn hoofd onder de arm naar Sint-Lievens-Houtem zijn gestapt, waar hij uiteindelijk zijn laatste rustplaats vond.
De Sint-Livinusfeesten staan in de twee gemeenten in het teken van een centraal thema. In Sint-Lievens-Esse is dat de ‘eeuwige marteling’ en in Sint-Lievens-Houtem ‘When love comes to town. Als liefde ons overspoelt’. De Livinsufeesten willen de kern van het (im)materiële verleden verbinden met het heden op een manier waardoor verschillende functies op een evenwichtige manier gewaarborgd blijven: de erfgoedfunctie, de religieuze functie, de socio-culturele functie en de artistieke functie.
Tijdens het openingsweekend van de feesten, op 30 juni en 1 juli, vinden al heel wat activiteiten plaats. In Sint-Lievens-Esse is er onder meer een stoet, een persconferentie en vuurwerk. In Sint-Lievens-Houtem ondermeer een rondgang van het reliekschrijn, een fuif en een muziek- en lichtspektakel.
Meer info: www.livinus.be
Aansluitend artikel: Fundamenten Romaanse bedevaartskerk blootgelegd in Sint-Lievens-Houtem (23 mei 2007)
door Tijl | Evenementen | Reacties (0)
Van Mechelen op zoek naar bestemming voor Maagdentoren
Vlaams minister Dirk Van Mechelen heeft zijn administratie opdracht gegeven om tijdens de zomermaanden alle bestemmings- en beheerspistes voor de Maagdentoren langs de Demer in Zichem te onderzoeken. "Onmiddellijk na de zomer moeten er definitieve afspraken kunnen worden gemaakt," aldus de minister. Nog in Zichem werd onlangs ook de Sint-Eustachiuskerk gedeeltelijk afgesloten voor het publiek omwille van stabiliteitsproblemen.
Op 1 juni vorig jaar stortte deze 26 meter hoge toren, die van 1386 tot 1388 werd opgetrokken bij de samenvloeiing van de Demer en de stadswallen, gedeeltelijk in. Sindsdien werden de nodige instandhoudingswerken uitgevoerd om de toren voor verdere instorting te behoeden. De kosten (625.837 euro) werden door het Vlaams Gewest betaald. Het Vlaams Gewest wil ook de kosten voor de eigenlijke restauratie dragen.
"Alvorens tot de restauratie kan worden overgegaan, moet worden beslist welke bestemming de toren zal krijgen. Deze is afhankelijk van de mogelijkheden en beperkingen inzake erfgoed en ruimtelijke ordening, waarbij ook het terrein rond de toren in aanmerking moet worden genomen. Dit terrein, dat overigens privé-eigendom is, is cruciaal voor de ontsluiting. Voorts moet ook duidelijk worden wie de toren na restauratie zal beheren en exploiteren," aldus de minister.
Ondertussen dient zich in Zichem nog een ander dringend restauratiedossier aan. Uit een studie van de Sint-Eustachiuskerk bleek onlangs dat de toestand van de oostelijke pijlers van de toren problematisch is. De hoofdingang van de kerk mag tijdelijk niet meer gebruikt worden. In september worden de torens 'ingesnoerd' zodat ze niet uit elkaar kunnen spatten. Ook al uit veiligheidsoverwegingen mag de klok al sinds maart niet meer luiden.
"Het is lang niet zeker dat de toren ook effectief zal instorten," stelde burgemeester Manu Claes in de Vlaamse kranten. "We wilden echter geen risico nemen, met de kerk van Meldert (Lummen) en de Maagdentoren in gedachten. De toren, het schip en de zijkapel worden afgesloten voor het publiek. De misvieringen gaan wel door, in de beperkte ruimte van het koor en de kruisbeuk." Enkel de zij-ingang mag gebruikt worden. De rest is met dranghekkens afgesloten.
Na de insnoering van de toren is het wachten op de eigenlijke restauratie. "We hopen dat dat zo vlug mogelijk kan gebeuren. In ieder geval gaat de kerk de volgende twintig jaar gerestaureerd worden. Er zijn zeven fases nodig," zegt de burgemeester. De stad voorziet geld voor de hoogstnodige restauratiewerken. "Daarna wordt op subsidies gerekend van de hogere overheid."
Aansluitend artikel: Restauratiedossier Zichemse kerk sleept al 60 jaar aan (13 februari 2006)
Foto's: Erf-goed.be
door Tijl | Erfgoed | Reacties (1)
Vrijwilligers gezocht voor opgravingen Bogaardeplein in Antwerpen
Sinds vorige week voert de afdeling archeologie van de stad Antwerpen archeologische onderzoek uit tussen de Bogaardestraat, Sint-Antoniusstraat en Happaertstraat, naar aanleiding van de bouw van een nieuwe jeugdherberg door Toerisme Vlaanderen. Voor deze opgravingen, die vier maanden zullen duren, is men op zoek naar vrijwilligers en studenten die een handje willen toesteken.
Gezien de ligging van het projectgebied is de kans groot dat er archeologische resten aanwezig zijn in de ondergrond, dewelke gedeeltelijk of volledig vernield zullen worden door de geplande bodemingrepen.
Het projectgebied bevond zich reeds sinds de derde stadsuitbereiding van Antwerpen (1295-1314) binnen de stadsmuren. Desondanks bleef het gebied nog geruime tijd een eerder ruraal karakter behouden. Pas gedurende de 16de eeuw werd de toenmalige boomgaard (ter hoogte van de site) en het omliggende gebied verkaveld en geürbaniseerd. Binnen de verwachtingen ligt dan ook het aantreffen van een 16de eeuws huizenblok met smalle steegjes en doorgangen. Tevens werden in de omliggende straten reeds sporen aangetroffen van ambachtelijke activiteiten met pottenbakkersafval van majolica-industrie en afval van suikerproductie.
Voorts zijn er aanwijzingen voor een eventuele oudere occupatie van de site. Zo wijst de vondst van een Gallo-Romeins crematiegraf in de onmiddelijke nabijheid op de mogelijke aanwezigheid van een begraafplaats uit de 2de-3de eeuw.
Geïnteresseerd? Vrijwilligers en studenten kunnen contact opnemen met Jeroen De Reu (0486/40.97.48). Deze en andere oproepen zijn ook te vinden op de vrijwilligerspagina van ArcheoNet.
door Tijl | Opgravingen | Reacties (0)
24 juni 2007
Gents restauratiebureau zoekt ir.-arch. of arch. (m/v)
Het jonge restauratiebureau Callebaut bvba zoekt een gemotiveerde ingenieur-architect of architect om hun team te versterken. Ervaring, zeker in restauratie, is uiteraard een pluspunt. Momenteel werkt het bureau aan de restauratie van een kasteel in het Gentse en pakhuizen in Antwerpen.
U kan de volledige vacature hier nalezen (pdf).
door Bart | Vacatures | Reacties (0)
23 juni 2007
Arbeidsmarkt blijft weinig rooskleurig voor archeologen
Bijna 3 op 10 schoolverlaters uit de opleidingen 'Archeologie' en 'Archeologie en kunstwetenschappen' hebben een jaar na het afsluiten van hun studies nog geen job. Dat blijkt uit een nieuwe studie van de VDAB over werkzoekende schoolverlaters in Vlaanderen. Ondanks een lichte vooruitgang blijft 'Archeologie en kunstwetenschappen' op het vlak van tewerkstelling het slechtst scorende universitaire studiegebied.
De dienst VDAB publiceerde recent een rapport over de schoolverlaters van 2005. Daarin werd nagegaan hoeveel jonge mensen in 2006, één jaar na het beëindigen of stopzetten van hun studies, nog als werkzoekende stonden ingeschreven. De VDAB bepaalde ook per studierichting het percentage jongeren dat na één jaar nog geen job heeft (het restpercentage).
Het hoger onderwijs was de laatste vier jaar nooit zo succesvol als in deze studie. Niet alleen was het restpercentage nooit lager, ook het aandeel schoolverlaters dat het eerste jaar na het afstuderen moest afsluiten zonder werkervaring was nooit zo laag. Kneusje van de klas blijft echter het studiegebied 'Archeologie en kunstwetenschappen' (222 schoolverlaters) waar 23 procent van de schoolverlaters nog werkzoekend zijn na 1 jaar. Wanneer de richtingen apart worden bekeken, blijkt dat vooral archeologie slecht presteert en de minste kansen biedt op een vlotte overstap van school naar werk.
"Archeologie en kunstwetenschappen zijn traditioneel studiegebieden die niet zo goed aansluiten bij de vraag op de arbeidsmarkt," stelt het rapport. "Het studiegebied gaat er iets op vooruit maar het restpercentage zit ver boven het gemiddelde restpercentage voor het universitair onderwijs. Deze opleidingen bieden dan ook geen brede waaier aan mogelijkheden. Buiten het onderwijs kunnen schoolverlaters uit deze opleidingen bijna enkel terecht in de cultuursector die dikwijls moet overleven op overheidssubsidies."
Meer info: download het volledige rapport op vdab.be
Aansluitende artikels:
Arbeidsmarkt nog minder rooskleurig voor archeologen (12 juni 2006)
Arbeidsmarkt weinig rooskleurig voor archeologen (12 maart 2005)
door Tijl | Varia | Reacties (4)
Krakers willen archeologisch onderzoek op Antwerpse site Badhuis
Binnenkort wordt het Badhuis, achter het Vleeshuis, gesloopt voor de bouw van een nieuw appartementsgebouw. Het Daklozen Aktie Komitee (DAK), dat het gebouw gekraakt heeft, eist van het Antwerpse stadsbestuur garanties voor een archeologisch onderzoek op het terrein. De stad is niet tegen, maar verwijt de krakers dat ze archeologie alleen als vertragingsmanoeuvre gebruiken.
Binnenkort starten de sloopwerken van het uitgeleefde Badhuis, achter het Vleeshuis nabij de Schelde. Op het terrein zal een nieuw appartementsgebouw verrijzen. De bouwwerf is gelegen langsheen de straat Burchtgracht, die de grens van de Ottoonse stadskern rondom het Steen markeert. De projectontwikkelaar wil overigens de enkele meters bewaarde middeleeuwse stadsomwalling in het project opnemen (illustratie).
Het Badhuis werd enkele jaren geleden gekraakt door het Daklozen Aktie Komitee (DAK) dat hiermee het gebrek aan betaalbare woningen in de stad wou aanklagen. Een vrederechter vonniste nu dat de krakers het pand tegen volgende week moeten verlaten. Volgens het DAK geeft de stad opnieuw toe aan de betonlobby. "Het is steeds hetzelfde. De oorspronkelijke bewoners moeten weg voor speculatie en stadsontwikkelingsprojecten. Zo is er dan sociale verdringing, omdat het wonen onbetaalbaar wordt voor doorsnee mensen en kansarmen".
Het DAK riep gisteren de pers samen om op die manier de stad tot archeologisch onderzoek van de site te dwingen. Volgens de krakers wordt daar in de bouwvergunning met geen woord over gerept. Groen! kaartte de zaak ook al aan op een gemeenteraadscommissie en zal dat volgende week herhalen op de Antwerpse districtsraad.
Het stadsbestuur betwijfelt of de archeologische bezorgdheid van de krakers wel oprecht is. Volgens hen is het DAK er alleen maar op uit om de bouw van het appartementsgebouw te vertragen. Volgens de stad is er ook geen reden voor ongerustheid. Schepen voor Stadsontwikkeling Ludo Van Campenhout (Open VLD): "Het daklozencomité wil natuurlijk niet dat daar gebouwd wordt. Maar het hanteert best iets betere argumenten, want ik en cultuurschepen Philip Heylen (CD&V) zijn nu net de grootste verdedigers van zo'n archeologisch onderzoek".
Bron: De Standaard - 23 juni 2007
Illustraties: De Meester - Vastgoed
door Bart | In de pers | Reacties (3)
22 juni 2007
VIOE zoekt archeoloog voor project Wereldoorlog I
Het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed (VIOE) is momenteel op zoek naar een archeoloog (m/v) voor het Wereldoorlog I-project. De archeoloog staat in voor het publicatieklaar maken van de rapportage van de archeologische opgravingen naar aanleiding van de doortrekking van de A19-snelweg van Ieper tot aan de kust. Daarnaast zoekt het VIOE ook een programmeur en een informaticus voor de versterking van het ICT-ontwikkelteam.
Je taken
Je staat voor het publicatieklaar maken van de rapportage van de archeologische opgravingen naar aanleiding van de doortrekking van de A19-snelweg van Ieper tot aan de kust. Dit houdt in dat je de inleiding herwerkt, het vooronderzoek uitzuivert, het historisch kader schetst, het opgravingsverslag aanvult met recente materiaalstudies en dat je de eindevaluatie eveneens herwerkt. Je werkt aan een document dat uiteindelijk de eerste Vlaamse professionele publicatie omtrent WO I-archeologie zal worden. Op deze wijze veranker je ook de visibiliteit van het VIOE binnen dit onderzoeksveld.
Je profiel
* je bent in het bezit van een universitair diploma archeologie of archeologie en kunstwetenschappen of gelijkgesteld;
* je hebt een uitstekende kennis van Nederlands en Engels, zowel schriftelijk als mondeling. Je hebt ook enige noties van Frans en Duits;
* je bent vertrouwd met WO I-archeologie;
* je beschikt over een goede pen en bent in staat de verschillende deelrapporten tot een coherente tekst om te smeden;
* je hebt al enkele publicaties op je actief die je schriftelijke communicatievaardigheden kunnen aantonen;
* je respecteert deadlines.
VIOE biedt
* een voltijds contract van 4,5 maanden (16 juli tot en met 30 november 2007);
* een aangename werksfeer;
* een wedde in loonschaal A165. Zonder anciënniteit komt dit neer op € 2578 bruto per maand;
* gratis woon-werkverkeer met het openbaar vervoer;
* een gratis hospitalisatieverzekering;
* de standplaats is Kortemark (Zarren) in West-Vlaanderen;
* maaltijdcheques van € 5 per gewerkte dag.
Geinteresseerd? Stuur dan snel je CV met bijhorende motivatiebrief naar Heidi Berckmans. Solliciteren kan tot en met 3 juli. De selectie bestaat uit een CV-screening gevolgd door een interview. De gesprekken zullen plaatsvinden in de week van 9 juli. Voor meer informatie over de inhoud van de functie kan je contact opnemen met Marc Dewilde (051/61.01.68). De volledige vacature en de vacatures voor het ICT-ontwikkelteam vind je op vioe.be
door Tijl | Vacatures | Reacties (0)
21 juni 2007
Pestlijders of soldaten? Een onbekend grafveld in Antwerpen
Tijdens werkzaamheden aan de Antwerpse Tabaksvest stootte projectontwikkelaar Vooruitzicht op menselijke beenderen. Nader archeologisch onderzoek bracht aan het licht dat het hier gaat om een onbekend postmiddeleeuws grafveld. De onconventionele manier van begraven (collectief, geen vaste oriëntatie, op de buik,...) laat uitschijnen dat het hier mogelijk gaat om een slachtoffers van ziekte (pestlijders?) of oorlog (soldaten?), te relateren aan het nabije Sint-Elisabethgasthuis.
Het voormalige Mère Jeanne-Instituut (°1866) aan de Tabaksvest ondergaat momenteel een metamorfose tot luxueus wooncomplex. Tijdens funderingswerken voor het onderschoeien van de te renoveren schoolgebouwen kwamen enkele dagen geleden menselijke beenderen aan het licht. Projectontwikkelaar Vooruitzicht bracht plichtsbewust onmiddellijk de stedelijke afdeling archeologie op de hoogte. Een werfbezoek leerde dat op een diepte tussen 2 en 2,5 meter onder de huidige binnenplaats een postmiddeleeuws grafveld verborgen lag. Dit vormde ook voor de stedelijke afdeling archeologie een verrassing, aangezien over begraving op deze plek in de stad tot dusver niets gekend was. De Lossonkaart uit 1846 bijvoorbeeld maakt melding van een 'blanchisserie', weinig bebouwd, gescheiden van het Sint-Elisabethgasthuis (°1238) door de huidige Leopoldstraat.
Met de gefaseerde archeologische begeleiding van de funderingswerken kwamen op enkele dagen tijd minstens 27 skeletindividuen tevoorschijn. Het noodonderzoek, sterk bemoeilijkt door urgente funderingswerken, liet toe een aantal voorlopige conclusies te trekken. Zo liggen de overledenen niet enkel oost-west, maar ook noord-zuid begraven (O-W: 44%; N-Z: 14%; niet gekend: 41%). Een opmerkelijk groot aantal onder hen ligt op hun buik (minstens 22%). Enkelen lagen op elkaar begraven. Bovendien gaat het gaat niet om individuele begravingen, wel om één of meerdere collectieve begraving(en) en dit in minstens twee grote grafkuilen. Sporen van houten kisten of spijkers werden niet teruggevonden. Bij één skelet werd een metalen kruisje en een medaillon gevonden. Op basis van de stratigrafie en het secundaire vondstmateriaal dateren de begravingen uit het einde van de 16de of uit de eerste helft van de 17de eeuw. Meerdere skeletten liggen in een natte kleilaag, mogelijk te relateren aan het toponiem 'gasthuisbeemden'.
Als hypothese veronderstellen de stadsarcheologen dat het hier gaat om collectieve begraving bij het Sint-Elisabethgasthuis, dat doorheen haar eeuwenlange bestaan - en vooral in de 16de en 17de eeuw - te kampen had met overbevolking door stedelijke verpaupering, epidemieën en oorlogen. Het gasthuis richtte zich tot de armen, maar werd bij nood gedwongen om ook soldaten op te vangen en te verzorgen. Historische bronnen laten geen twijfel bestaan over de lamentabele medische zorgen, plaatsgebrek en hygiënische wantoestanden. Het lijkt aannemelijk dat de opgegraven skeletten pestlijders of soldaten waren. Ook Antwerpen viel doorheen de eeuwen ten prooi aan pestepidemieën en oorlogsgeweld, zeker in de 16de en 17de eeuw. Archiefonderzoek leert dat het gasthuis een eigen grafveld had aan de overzijde van de Leopoldstraat, tot wanneer in 16de eeuw schuttershoven de omgeving impalmen, onder impuls van Gilbert Van Schoonbeke.
De archeologische bevindingen openen bijgevolg enkele interessante en nieuwe onderzoeksvragen. Gaat het hier daadwerkelijk over slachtoffers van ziekte of oorlog? Zijn er sociaal-demografische conclusies te trekken? En in hoeverre kan archiefonderzoek ons meer vertellen over deze begravingen?
De komende weken of maanden wil de stedelijke afdeling de bouwwerken blijven begeleiden. Met de uitgraving voor een ondergrondse parking op de binnenplaats ligt er een uitgelezen kans te wachten om een ongekend en erg interessant grafveld te onderzoeken.
Meer info: Tim Bellens - Karen Minsaer (stedelijke archeologische dienst)
door Johan | Opgravingen | Reacties (3)
2000 jaar oud muziekinstrument weerklinkt in Destelbergen
Op zondag 1 juli vindt op de Destelbergse archeosite van de Gallische Hoeve voor de eerste maal een muzikale Gallische ambachtenmarkt plaats. Het terrein van de Gallische hoeve wordt voor deze gelegenheid volledig herschapen tot een jaarmarkt zoals die er ruim 2000 jaar geleden uit kon hebben gezien. Op deze dag wordt ook een unieke replica van een carnyx, een Keltische oorlogsbazuin, voorgesteld.
Voorstelling van een 2000 jaar oude Keltische oorlogsbazuin
De vzw Gallische Hoeve vervaardigde een replica van een 2000 jaar oud Keltisch instrument: de carnyx, een unicum voor Vlaanderen. Om 14.00 uur zal deze door de Destelbergse schepen van Cultuur voorgesteld worden en vervolgens ingeblazen door de internationaal gerenommeerde muzikant Jan Marmenout. Verder bespeelt Jan Marmenout tijdens de ambachtenmarkt diverse traditionele instrumenten.
Voorstelling van het boek “De Oude Belgen” van Ugo Janssens
Eindelijk verschijnt er een degelijk en aangenaam leesboek over de Nerviërs, Eburonen, Menapiërs en de andere Gallische stammen die Oude Belgen werden genoemd. De Oude Belgen vergelijkt de jongste wetenschappelijke en andere standpunten over dit schemervolk uit verre tijden op historisch, archeologisch en natuurfilosofisch vlak. De auteur zal tijdens de ambachtenmarkt aanwezig waarop het boek wordt te koop gesteld.
Aloude Keltische ambachten
Voor deze gelegenheid komen vanuit gans Vlaanderen en Nederland ambachtslieden om 2000 jaar oude ambachten te laten herleven. Men herontdekt de houtdraaier, houtsnijder, kazenmaker, bronsgieter, pottenbakker, wever en kleibewerker. Laat je een prehistorisch kapsel aanmeten of versier uw lichaam met Keltische symboliek. De meer actieve bezoekers kunnen gratis deelnemen aan een workshop mandenvlechten of prehistorische percussie.
Bouwen in de eerste eeuw voor onze tijdrekening
De Gallische Hoeve beschikt over een verhoogde graanschuur (spieker). De tand des tijds heeft echter dringende herstellingswerkzaamheden noodzakelijk gemaakt aan een van de zes poten waarop de spieker gebouwd is. Tijdens de ambachtenmarkt kan men de herstelling van de spieker van nabij volgen.
Rondleidingen
Tijdens drie verschillende gidsbeurten maakt de bezoeker kennis met het dagdagelijkse leven van de ijzertijdbewoner. Hoe (over)leefde hij in een overheersende natuur. Welke religieuze activiteiten kenden ze? Hoe krijgshaftig waren ze? Welke gewassen teelden ze? Dit en nog veel meer komt de bezoeker te weten tijdens een van de rondleidingen.
Een Keltisch stamhoofd overlijdt
Om een idee te krijgen hoe de ‘Oude Belgen’ omgingen met hun doden kan men getuige zijn van een evocatie over de crematie van een belangrijk stamhoofd. In een uitvaartstoet wordt de overledene vanuit het Keltische heiligdom, waar hij ligt opgebaard, naar de crematieplaats gebracht. Sterven was voor de Kelten minder dramatisch dan we momenteel ervaren.
Het avondfeest en de crematie
De crematie en het avondfeest zijn exclusief voor de bezoekers die blijven nagenieten met heerlijk zwijn aan ’t spit. Voor de vegetariërs is een aangepast menu voorzien. Kort na de maaltijd wordt het Keltische stamhoofd gecremeerd en bijgezet in de grafheuvel, samen met zijn giften.
Praktisch: zondag 1 juli 2007 vanaf 14 uur op de Archeosite Gallische Hoeve, hoek Volderrede/Stationsstraat, 9070 te Destelbergen. Toegangsprijs: 5 euro (alle activiteiten inbegrepen). Kinderen -12 jaar: 2 euro. Kleintjes onder de meter mogen gratis binnen
Avondfeest met zwijn aan ’t spit (of vegetarisch), livemuziek en crematie: 15 euro. Kinderen -12 jaar: 8 euro. Kleintjes onder de meter eten gratis mee. Reserveren: via een bestuurslid of het totaalbedrag storten op rekeningnummer 890-1440200-72 met vermelding: "Gallische ambachtenmarkt: aantal volwassenen/kinderen - vegetarisch/varken". Inschrijven vóór maandag 25 juni 2007.
Meer info: Dirk Willaert, ondervoorzitter-secretaris: 0476/68.50.66
door Tijl | Evenementen | Reacties (0)
Ronse brengt erfgoed in kaart
In opdracht van het stadsbestuur van Ronse heeft het Ename Expertisecentrum het waardevolle erfgoed van de stad in kaart gebracht. Ronse pakt terecht uit met zijn waardevolle crypte en zijn textielmuseum maar laat tegelijk veel troeven liggen, zo blijkt uit de studie. Daarom pleit het centrum voor een herwaardering van de 'Vrijheid' als erfgoedzone binnen de stad, meer aandacht voor het industriële patrimonium en de oprichting van een studie- en documentatiecentrum.
Het Ename Expertisecentrum voor Erfgoedontsluiting (EEC) formuleerde drie aanbevelingen aan het stadsbestuur van Ronse. Het centrum pleit ten eerste voor een herwaardering van de zogenaamde Vrijheid, een 'stad binnen de stad' die tot aan de Franse revolutie door de geestelijkheid werd bestuurd. Het gebied genoot niet alleen religieuze, maar ook economische en juridische zelfstandigheid. Door een heraanleg van de straten zou deze erfgoedzone beter tot haar recht kunnen komen.
"Daar hoort echter ook duiding bij," stelt het EEC. "Dat de vroegere Vrijheid zo’n belangrijke rol kon spelen had alles te maken met de cultus van Sint-Hermes. Hoe het genezingsritueel verliep kan nergens beter verteld worden dan in de crypte zelf, de plaats waar alles plaats vond. Maar daarnaast is er ook de nood aan een herkenbaar en toegankelijk onthaalpunt waar de bezoeker wegwijs wordt gemaakt in de rijke en boeiende geschiedenis van dit deel van de stad." Daarom pleit het EEC voor een bezoekerscentrum in het hart van de Vrijheid. De meest voor de hand liggende plaats daarvoor is de voormalige Sint-Martinuskerk (foto links).
Met het MusT beschikt Ronse over een waardevol textielmuseum, maar de stad is met zijn fabriekspanden, beluikjes, arbeidershuisjes, villa’s en andere architectuur zo rijk aan industrieel patrimonium dat het volgens het EEC onmogelijk bij dat ene museum mag blijven. Daarom stelt het EEC voor om de nadruk te leggen op deze uniciteit van Ronse en haar te profileren als textielstad: "Om een degelijk erfgoedbeleid uit te werken zou Ronse moeten beschikken over een betrouwbare inventarisatie van het industrieel patrimonium. Op basis daarvan kunnen gerichte en onderbouwde acties worden ondernomen naar de ondersteuning van eigenaars, het afbakenen van waardevolle zones, richtlijnen op vlak van ruimtelijke ordening enz."
Ten slotte zit de oprichting van een studie-en documentatiecentrum voor het lokale erfgoed mee in het aanbevelingspakket van het expertisecentrum: "De zorg voor erfgoed kan maar slagen als mensen zich ook bij dat erfgoed betrokken voelen. Dat kan door hen zelf te laten deelnemen aan activiteiten, hun eigen voorwerpen en de verhalen die eraan vast zitten te delen met anderen of door workshops. Het kan de interesse voor erfgoed bij jongeren en scholieren aanwakkeren door educatieve programma’s op te zetten of door het organiseren van tijdelijke tentoonstelling waarop een of andere thema dat met het erfgoed van Ronse te maken heeft wordt belicht. Belangrijk is dat er een platform bestaat waarop de aanwezige creativiteit geënt kan worden."
Externe link: Ename Expertisecentrum voor Erfgoedontsluiting
door Tijl | Erfgoed | Reacties (0)
20 juni 2007
Vacature voor consulent archeologie (m/v)
Het Erfgoedhuis Zuid-Holland is op zoek naar een consulent archeologie voor min. 32 uur per week. Het Erfgoedhuis is een breed, dienstverlenend expertisecentrum, dat professionele producten levert in heel Zuid-Holland aan musea, archieven, cultuurhistorische stichtingen en verenigingen, overheden, scholen en particulieren.
U kan de volledige vacature nalezen in de SNA-vacaturebank
door Priscilla | Vacatures | Reacties (0)
Tweede seizoen van 'Rome' start vanavond op BBC
Vanavond begint op BBC 2 het tweede seizoen van de prestigieuze dramaserie 'Rome'. Dat wordt meteen ook het laatste seizoen van de historische serie, want de Amerikaanse kabelzender HBO besliste de reeks stop te zetten wegens te duur. De nieuwe reeks afleveringen begint na de moord op Julius Caesar in 44 voor Christus. Wanneer de serie in België wordt uitgezonden, is nog niet bekend.
Wanneer Caesar vermoord is door Brutus en zijn compagnons, is heel Rome in shock. Brutus keert overstuur terug naar Servilia, zijn moeder, en vertelt haar dat het verschrikkelijk was; 'He wouldn't die'. Ondertussen zit Lucius Vorenus bij zijn dode vrouw. Hij geeft de kinderen de schuld van haar dood en vervloekt ze. De kinderen vluchten en verdwijnen uit het beeld. Atia, Octavianus, Octavia en Marcus Antonius horen het nieuws en besluiten te vluchten. Wanneer duidelijk wordt dat Octavianus alles van Caesar erft, besluiten ze in Rome te blijven en de moordenaars te wreken. Titus Pullo en zijn vrouw Eirene, horen dat Caesar dood is en keren direct terug naar Rome. Ze treffen Vorenus aan en horen dat zijn vrouw dood is, wat ze erg schokt. Enige tijd later wordt Caesar in het openbaar gecremeerd. Ook de vrouw van Vorenus wordt gecremeerd. Daarna gaat Lucius Vorenus op zoek naar zijn kinderen en komt erachter dat ze vermoord zouden zijn.
Praktisch: 'Rome', om 22u00 op BBC 2. Een overzicht van de verschillende episodes vind je op Wikipedia
Aansluitend artikel: "De realiteit zou een beter verhaal zijn dan deze fictie" (14 november 2005)
door Tijl | Varia | Reacties (1)
Opgravingen aan Falconrui in Antwerpen afgerond
Dit voorjaar voerde een projectteam van twee arbeiders, een tekenaar en een projectarcheoloog opgravingen uit ter hoogte van het stadsvernieuwingsproject Falconplein - Zeemanshuis. Het onderzoek leverde resten van gebouwen op en andere vondsten, daterend uit minstens de veertiende eeuw. De volledige verwerking en rapportage van het archeologisch onderzoek wordt verwacht in het najaar.
Ter hoogte van het onderzoeksterrein aan de Falconrui worden nieuwbouwwoningen gepland. Zowel de bouw als het archeologisch onderzoek wordt gefinancierd door het Federaal Grootstedenbeleid en het Vlaams Stedenfonds en gecoördineerd door het Autonoom Gemeentebedrijf Vespa. De archeologische opgravingen zijn nu afgerond. Ze namen 4 maanden in beslag en vonden plaats onder leiding van de stedelijke afdeling archeologie.
De Heilige Ursula en de Elfduizend Maagden
Volgens de historische bronnen werd het van oorsprong natte terrein in de veertiende eeuw opgehoogd in opdracht van Falco de Lampagne. De Italiaan bouwde hier een gasthuis ter ere van de Heilige Ursula en de Elfduizend Maagden. De edelman liet bij zijn dood echter grote schulden na en de zusters moesten het gasthuis verlaten. Pas in 1420 konden de zusters terugkeren naar het 'Falconhof'. Ze stichtten er een klooster (klik op de afbeelding rechtsboven voor een grotere afbeelding) en traden toe tot het Kapittel van Windesheim, een prestigieuze religieuze orde die leefde volgens de regel van Augustinus.
In de zestiende en zeventiende eeuw werd heel veel gebouwd en verbouwd aan het klooster. Aan het einde van de achttiende eeuw omvatte het klooster het bouwblok tussen het Falconplein, de Falconrui, de Generaal Belliardstraat en de Oude Leeuwenrui.
De kloostergebouwen werden gebruikt tot in 1793, toen een grote brand alles in puin legde. In 1810 besloot Napoleon om het Falconklooster te slopen en er de Falconkazerne te bouwen. Na de afbraak van het klooster werden de ondergrondse ruimtes gebruikt als kelder en als beerput. De zware muren waren een ideale fundering. De priesterij werd overwelfd en omgevormd tot een ondergrondse werkplaats (afbeelding links). Uiteindelijk moest alles plaats maken voor een industriële wasserij. Alleen de monumentale toegangspoort aan het Falconplein en de buitenmuur van de pandgang bleven bestaan. Naast de kazerne bouwde men volkshuizen. Deze huizen werden bewoond tot de jaren zestig van de vorige eeuw.
Van kookpot tot beerput
De opgravingen ter hoogte van de vroegere volkshuizen aan de Falconrui brachten onder meer restanten van de priesterij aan het licht. Een priesterij was de woonplaats van de rector: een priester die in het vrouwenklooster de liturgische handelingen uitvoerde. Samen met de nutsgebouwen vormde de priesterij een apart gedeelte buiten het eigenlijke kloosterdeel.
Een opmerkelijke vondst is de oorspronkelijke loopvloer uit het eind van de 15de - begin 16de eeuw van de priesterij naar de kerk. De muren waren ondergronds bijna 2 meter hoog bewaard. De raamkozijnen bevatten nog glas in lood.
Naast bouwresten, zijn in de afbraaklaag op de vloer ook voorwerpen teruggevonden: onder meer een beeldje van een madonna met kind, een haarpin en een mesheft in been, borduurspelden en een bronzen ring, en kookpotten en kommen. Waarschijnlijk diende dit materiaal om de vloer te verhogen: diverse vloeren in de binnenstad werden namelijk opgehoogd tegen het stijgende grondwater. Naast de doorgang is een grote, langwerpige ruimte gevonden die volgens de historische bronnen dienst deed als de woonst van de priester.
Beerputten zijn er ook gevonden (afbeelding links). Dergelijke putten bevatten een grote hoeveelheid informatie over de eetgewoonten en de natuurlijke omgeving. De inhoud van de putten werd daarom in monsterzakken geschept voor een verder onderzoek naar zaden, vruchten en botmateriaal. Met behulp van stuifmeelkorrels wordt de begroeiing van de omgeving gereconstrueerd.
Verder zijn op de archeologische site glazen bekers, waarvan één beschilderd met een Christusfiguur, grote hoeveelheden potten en kruiken, en zelfs een gouden ring bovengehaald.
Meer info:
projectarcheoloog Korneel Gheysen (Tel.: 03 232 92 08)
verantwoordelijke schepen Philip Heylen
door Johan | Opgravingen | Reacties (1)
19 juni 2007
Industriële archeologie in de Leiestreek
Op zaterdag 23 en zondag 24 juni organiseert VTB een heus evenementenweekend rond de industriële archeologie van de Leiestreek. Speciale aandacht gaat naar de Transfo-site in Zwevegem en het pompgebouw in Bossuit. Een aantal musea, zoals het tabaksmuseum in Wervik, zijn gratis te bezoeken en er worden exclusieve rondleidingen voorzien. Ten slotte kun je deelnemen aan een fietszoektocht, een boottocht op de Leie en verschillende dagtrips rond industrieel erfgoed.
Meer info: www.vtb.be
door Tijl | Evenementen | Reacties (0)
Oude Sint-Pauluskerk(en) blootgelegd in Lanklaar
In het Limburgse Lanklaar (Dilsen-Stokkem) stootte men in februari op de resten van de 19de-eeuwse Sint-Pauluskerk, waarvan men dacht dat deze volledig uitgegraven was samen met het omliggende kerkhof. Een opgravingscampagne in mei en juni maakte duidelijk dat deze kerk bovenop een oudere kerk werd gezet. Het was geweten dat er een oudere kerk in Lanklaar stond, maar het was een verrassing dat deze zich op dezelfde plaats bevond als de latere kerk.
Na de vondst in februari verwittigde de eigenaar het Agentschap R-O Vlaanderen, Onroerend Erfgoed die op haar beurt de archeologen van het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed (VIOE) in Tongeren op de hoogte brachten. Het VIOE sprak met het Agentschap en de eigenaar af dat het de opgraving zou aanvatten op 15 mei en dat deze tot eind juni zou duren.
Na het verder blootleggen van de resten met een geniekraan, onder toezicht van een archeoloog van het VIOE, werd al gauw duidelijk dat de funderingen van de in 1854 gebouwde en in 1961 afgebroken kerk nog goed bewaard waren, net onder het huidige loopvlak. Deze funderingen waren opgebouwd uit bakstenen, mergelblokken en maaskeien die duidelijk secundair gebruikt waren. Dit alles werd bij mekaar gehouden door een witte tot lichtgrijze kalkmortel. De veel bredere fundering van de toenmalige toren bestond voornamelijk uit baksteen en een witte kalkmortel. Beide sacristieën in het oosten van de kerk waren nog zichtbaar. Eén ervan was in een latere periode omgebouwd tot kolenkelder. Na het verwijderen van de opvulling van deze kelder, die men bereikte langs een trapje gemaakt in op de lange zijde liggende bakstenen, werd een verroeste kolenschop en kolenemmer op de bodem aangetroffen (foto rechtsboven). Tevens werden enkele graven van het kerkhof aangetroffen ten zuiden van de kerkmuur.
Bij het verder opkuisen van de funderingen werd al gauw duidelijk dat deze kerk bovenop een oudere kerk werd gezet. Er kwamen muurfunderingen tevoorschijn die waren opgebouwd uit maaskeien en een licht geelgrijze kalkmortel. Het was reeds geweten dat er een oudere kerk te Lanklaar stond maar de juiste locatie was niet gekend.
Het was dan ook een totale verassing dat deze oudere kerk, die men wel kende uit teksten, tekeningen en twee kaarten daterend van 1709 en één van 1781, zich net op dezelfde plaats bevond als de latere kerk. Hoe oud deze resten precies zijn is op dit ogenblik nog niet te zeggen. In het schip van deze oudere kerk werden nog eens 15 graven blootgelegd. Sommigen waren deels vernield door andere graven.
Door het uitgraven van de kelders van het nieuwe appartementsgebouw zullen de funderingen van de twee kerken volledig verdwijnen. Daarom en vanwege het grote aantal bezoekers tijdens de opgraving en de interesse van de plaatselijke kranten werd in samenspraak met de plaatselijke Heemkundige kring, de eigenaar en het VIOE besloten om de kerksite te Lanklaar op zondag 17 juni open te stellen voor het publiek. Samen met een lid van de Heemkundige kring verzorgde de opgravende archeoloog van het VIOE een rondleiding voor de bezoekers op het site. Tussen de 200 à 250 mensen, voornamelijk uit de onmiddelijke omgeving, kregen op deze manier een woordje uitleg over de opgravingen..
Meer info: Geert Vynckier (0477/56.03.89).
door Tijl | Opgravingen | Reacties (1)
18 juni 2007
Archeologische site Ename weer met de Schelde verbonden
Ter hoogte van de archeologische site in Ename werd dit weekend een nieuwe aanlegkade aan de Schelde geopend. Door het initiatief wordt het Sint-Laurentiusdorp opnieuw met het water verbonden, en speelt men tegelijk in op het groeiend boottoerisme. "De nieuwe aanlegkade is een bijkomende troef om meer bezoekers naar de archeologische site te lokken," zegt Marie-Claire Van der Donckt, conservator van het Provinciaal Archeologisch Museum in Ename.
"Het dorp met een geschiedenis van duizend jaar krijgt met deze kade opnieuw toegang tot het water dat Ename ooit zo prominent op de kaart van Europa plaatste," stelt gedeputeerde van cultuur Jozef Dauwe vandaag in het Nieuwsblad. De nieuwe aanlegkade leidt via het jaagpad langs de Schelde naar het archeologische park in Ename. Om de aandacht van pleziervaarders te trekken, heeft men de aanlegkade met enkele vlaggen, een zitbank en een infopaneel verfraaid.
Intussen werkt de Vlaamse Landmaatschappij, in samenwerking met het stadsbestuur van Oudenaarde en de provincie Oost-Vlaanderen aan een landinrichtingsplan voor de Schelde-oevers in Ename. Dit plangebied beslaat 158 hectaren. "Zo worden concrete plannen uitgewerkt voor beplantingen, herstellingen van de historische waterpartijen, verbeteringen van fiets-, wandel- en hengelmogelijkheden en de herinrichting van de omgeving van Ename," verduidelijkt Jozef Dauwe. "Voorts wordt de archeologische site verder uitgebouwd, onder meer door de inrichting van het binnengebied van de meander van Ename."
Het erfgoedcentrum aan de archeologische site, dat momenteel in opbouw is, vormt een essentieel onderdeel van het inrichtingsplan. Bedoeling is dat dit centrum in 2009 in gebruik kan genomen worden.
Bron: Het Nieuwsblad - 18 juni 2007
door Tijl | Varia | Reacties (0)
Aan de onoverwinnelijke god Mithras!
Bij grootschalige noodopgravingen op het Grijpenveld van Tienen, die plaatsvonden tussen 1997 en 2003, kwamen de overblijfselen van een Mithraeum aan het licht. Over deze vondst geeft archeologe Marleen Martens op woensdag 20 juni een lezing in Antwerpen. De vondst van de eerste tempel voor Mithras in de Benelux was van groot belang voor de kennis van cultuspraktijken in onze gebieden in de Romeinse tijd.
De ontdekking van een tempel voor de Oosterse god Mithras in de Romeinse vicus van Tienen was een complete verrassing voor de vakwereld. Men had tot nu toe geen idee dat deze mysteriëncultus tot in onze gebieden was doorgedrongen. Naast de tempel werden een aantal offerkuilen aangetroffen met de overblijfselen van feestmaaltijden en offers aan de godheid. De vondsten in offerkuilen getuigen van complexe en enigmatische rituelen.
Praktisch: woensdag 20 juni om 20u in de UA-Stadscampus (lokaal R.004, Rodestraat 14, Antwerpen). Organisatie: Antwerpse Vereniging voor Romeinse Archeologie
door Tijl | Lezingen | Reacties (0)
Graven door een duin in Pulle (prov. Antwerpen)
Naar aanleiding van een verkavelingsproject loopt er momenteel een archeologisch onderzoek door het VIOE langs de Keulsebaan in Pulle in de provincie Antwerpen. Het project dat uitgevoerd wordt door projectarcheologe Nele Eggermont ging van start op 7 mei en omvat twee maanden veldwerk en 1 maand verwerking. De werken worden gefinancierd door verkavelaar De Backer Woningbouw.
Het vermoeden bestond dat het betrokken terrein bijzonder rijk aan archeologische sporen zou kunnen zijn. In de onmiddellijke omgeving van de opgraafzone werd immers de aanwezigheid van een vroegmiddeleeuws grafveld en Romeinse bewoningssporen vastgesteld. Op het terrein zelf is centraal een heuvel zichtbaar. Het gaat om een stuifduin die ontstaan is vanaf de Middeleeuwen. Hierdoor zijn mogelijke sporen uit voorgaande periodes afgedekt en grotendeels beschermd tegen graafactiviteiten van fauna en flora.
In de jaren ’70 van de vorige eeuw werd dit vermoeden bevestigd in de opgraafputten van een amateur-archeoloog: sporen van een IJzertijdnederzetting én een hutkom uit de vroege middeleeuwen kwamen aan het licht. De man lichtte het VIOE in van zijn vondsten en van de nakende verkaveling. VIOE bracht op haar beurt het Agentschap RO-Vlaanderen op de hoogte, dat via het gemeentebestuur advies uitbracht op de verkavelingsaanvraag: voorafgaand proefsleuvenonderzoek, eventueel gevolgd door vlakdekkend archeologisch onderzoek. Op 6 november 2006 en 8 januari 2007 voerde het VIOE het proefsleuvenonderzoek uit om de uitgestrektheid en de rijkdom van de site na te gaan. Op basis van de resultaten werd een opgraving aanbevolen.
De site wordt onderzocht door middel van vier werkputten van variërende grootte waar de bebouwing zal plaatsvinden, en een lange sleuf van een kraanbak breed die het toekomstige wegtracéé volgt. Een dergelijke manier van werken beperkt uiteraard het ruimtelijk inzicht van de site maar kan toch een beeld schetsen van de uitgebreidheid en de rijkdom.
Het huidige aangetroffen sporenareaal omvat talrijke kuilen waarvan enkele zeer duidelijk als paalsporen geïnterpreteerd kunnen worden, standgreppeltjes en mogelijk een waterput. De grote hoeveelheid aan sporen is een indicatie dat het om een nederzettingssite gaat. Ondanks het gebrekkige ruimtelijk overzicht en de dichte concentratie bodemsporen, konden reeds een spieker en enkele palenrijen vastgesteld worden. Bovendien verschenen onder de landduin ook een hutkom en een gebouwplattegrond met standgreppels(foto boven). Beide zijn vermoedelijk in de Merovingische periode te dateren. Het aangetroffen aardewerk situeert de sporen in een periode gaande van de IJzertijd tot de Middeleeuwen. Verder geeft de tweede werkput, die doorheen de stuifduin gaat, een mooi beeld van het oude loopvlak(foto links). Dit tekent zich duidelijk af in de wandprofielen van de put als een horizontale grijs pakket van circa 40 cm breedte.
Tot 6 juli wordt dit archeologisch waardevolle terrein verder onderzocht en nadien worden de resultaten geanalyseerd.
Meer info: Nele Eggermont
door Jan | Opgravingen | Reacties (0)
17 juni 2007
Opgraving Barbarahof in Leuven nu ook virtueel
Sinds eind april graven archeologen van het projectbureau Examino cvba op de site Barbarahof in de Leuvense binnenstad. Vanaf nu kun je de resultaten van deze opgravingen ook op het Internet volgen. Op de website www.opgravingbarbarahof.be gunnen de archeologen iedereen een blik in hun sleuven, met regelmatige updates en uitgebreid illustratiemateriaal. Elke woensdagnamiddag om 15u kun je overigens ook op de site zelf terecht voor een gratis rondleiding.
door Tijl | Websites | Reacties (0)
Tervuren herdenkt Henry Van de Velde
In oktober zal het precies 50 jaar geleden zijn dat de Vlaamse kunstschilder, ontwerper en architect Henry Van de Velde overleed. Samen met Victor Horta was Van de Velde één van de belangrijkste vertegenwoordigers van de Art Nouveau. In Tervuren loopt sinds gisteren een kleine, maar interessante tentoonstelling over het leven en werk van de kunstenaar. Van de Velde woonde jarenlang in Tervuren, bouwde er voor zijn gezin 'La Nouvelle Maison' en ligt er ook begraven.
Henry Van de Velde (Antwerpen, 3 april 1863 – Zürich, 15 oktober 1957) was een artistieke duizendpoot: behalve architect, was hij ook schilder, en designer, in het bijzonder van meubels, maar ook van het 'B'-logo van de NMBS. Hoewel hij samen met Victor Horta en Paul Hankar beschouwd wordt als de belangrijkste vertegenwoordigers van de Art Nouveau, evolueerde hij mee met zijn tijd. Zo stichtte hij niet enkel 'La Cambre' in Elsene, maar ook de 'Kunstgewerbeschule' in Weimar, een wieg van het modernisme, die na de verhuis naar Dessau onder zijn opvolger Walter Gropius tot Bauhaus werd herdoopt.
In 1926 keerde Henry Van de Velde na een verblijf in Nederland terug naar Belgie. Hij werd hoogleraar aan de Gentse Rijksuniversiteit, waar hij tot 1936 bouwkunst en toegepaste kunsten onderwees, en directeur van het door hem gestichte Hoger Instituut voor Sierkunsten in de vroegere Cistercienzerabdij Ter Kameren in Elsene (Brussel). In 1927 bouwde hij dan in Tervuren zijn tweede woning, die 'La Nouvelle Maison' werd genoemd (foto links). In 1933 kreeg hij in Gent de opdracht om de universiteitsbibliotheek te ontwerpen, de welbekende Boekentoren. In Leuven bouwde hij tussen 1936 en 1942 zijn laatste gebouw, de Technische School aan de Diestsestraat.
Van de Velde is in vele opzichten met Tervuren verbonden. Hij woonde met zijn gezin vele jaren in 'La Nouvelle Maison' en ligt samen met zijn echtgenote Maria Sèthe begraven op het kerkhof van Tervuren (foto rechts). Daarom richt het Tervuurse gemeentelijk Museum 'Hof van Melijn' naar aanleiding van de 50ste verjaardag van zijn overlijden een kleine, maar interessante huldiging-tentoonstelling in. Op de tentoonstelling, die nog tot januari 2008 te bezichten is, wil men het leven en werk van deze grote Belgische kunstenaar in al zijn veelzijdigheid aan bod laten komen.
In de vaste collectie van het Hof van Melijn zijn overigens ook een aantal vondsten te bekijken van de archeologische opgravingen van het vroegere Hertogelijk Kasteel in Tervuren. Deze opgravingen werden tussen 1982 en 1985 uitgevoerd door de toenmalige Nationale Dienst voor Opgravingen.
Praktisch: De tentoonstelling is geopend op zaterdag en zondag van 14u tot 17u, in het gemeentelijk museum Hof van Melijn, Melijndreef 6, 3080 Tervuren. Reservatie groepsbezoeken : Dienst Toerisme : 02/769.20.81.
Foto's: Erf-goed.be
door Tijl | Tentoonstellingen | Reacties (0)
Ooit Tongeren plechtig geopend
In Tongeren werd vrijdag Ooit Tongeren plechtig ingewijd. Het nieuwe themapark werd aangelegd in de nabijheid van de Pliniusbron. Uit het voorafgaand onderzoek bleek dat het terrein archeologisch bijzonder rijk was: naast Romeinse sporen werden er resten uit ijzertijd, neolithicum, mesolithicum en epipaleolithicum teruggevonden.
De Tongerse versie van het Land van Ooit is zo'n 14 hectare groot, en is daarmee de helft kleiner dan het Nederlandse Land van Ooit, nabij Drunen. Het doel is naar eigen zeggen de geschiedenis van de stad door amusement educatief te vertalen naar de bezoekers. Het Tongerse attractiepark zal dan ook uitgesproken Romeinse accenten hebben. Ooit Tongeren heeft 20 miljoen euro gekost, en mikt op 200.000 bezoekers per jaar.
Het park telt 35 attracties, waaronder een waterglijbaan van elf meter met droogstraat, een galjoen dat plaats biedt aan 40 roeiers, een theater in openlucht met 750 staanplaatsen en een Ambiorix-figuur van negen meter hoog. Het herbergt ook een Colosseum, een arena gevuld met zand die plaats biedt aan 4.000 toeschouwers. In Ooit Tongeren werken momenteel 30 voltijdse en 130 deeltijdse en seizoenarbeiders uit de regio. Een hotel en kuuroord moeten vanaf 2014 nog meer arbeidsplaatsen opleveren. De bouw daarvan zou nog eens 20 miljoen euro kosten. De Limburgse Reconversiemaatschappij draagt 16 miljoen euro overheidsgeld bij.
Bij het archeologische vooronderzoek werden resten uit neolithicum, ijzertijd, Romeinse periode en middeleeuwen aangetroffen. Op basis daarvan werd besloten tot een verder bodemonderzoek. Daarbij werden resten gevonden van een kampplaats van de zogenaamde Federmessergroepen, nomadische jagers en verzamelaars die op het einde van de laatste ijstijd - zowat 14.000 jaar geleden - onze gebieden kwamen opzoeken. Tot dan toe waren in Vlaanderen enkel in de zandstreek en de Maasvallei vindplaatsen van deze groepen bekend (ondermeer in Lommel, Meer en Rekem).
Deze nieuwe vondst toonde aan dat deze mensen eveneens de leemgebieden hebben opgezocht. De locatie in Tongeren is vergelijkbaar met de plekken die ook elders de voorkeur genoten: op een kleine lage heuvel nabij open water. In Tongeren gaat het om de zogenaamde 'Pliniusbron'. Dit gebied moet aantrekkelijk zijn geweest voor de rondtrekkende prehistorische groepen. Ze vonden er het broodnodige water, maar ook een rijke biotoop van planten en dieren, essentiële voedselbronnen voor mensen die leefden van wat de natuur te bieden had.
Bron: Het Belang Van Limburg - 14 juni 2006
door Bart | Evenementen | Reacties (13)
15 juni 2007
Archeologiekamp: graaf geschiedenis in Lommel
Zoals ieder jaar organiseert Jeugd, Cultuur & Wetenschap (JCW) tijdens de zomervakantie weer enkele archeologiekampen voor de jeugd. Deze zomer gaat JCW opgraven in Lommel-Maatheide. Het kamp voor 13-15 jarigen is reeds geruime tijd volzet, maar bij de 16-plussers is er nog plaats voor een aantal deelnemers en een extra begeleider. In juli organiseert JCW ook nog een culturele trip in Hongarije.
Archeologiekamp: “Graaf geschiedenis” (16+)
9 tot 15 juli 2007 - Lommel
De film 'Ice Age' ooit gezien? In dit kamp zit je er zelf middenin. Ga zelf op zoek naar overblijfselen uit de tijd van 'Manny, Sid en Diego' en herbeleef de periode van ijstijden en mammoeten. Archeologen uit Lommel nemen je mee naar de prehistorie! Het industrieterrein Maatheide lokt al vanaf het begin van de twintigste eeuw talrijke archeologen die verwonderd zijn over de prehistorische vondsten. In de zomer van 2007 wordt er zowel archeologisch als paleo-ecologisch onderzoek (onderzoek naar fauna en flora uit de IJstijd) uitgevoerd. Trek dus je archeologische handschoenen aan en help de archeologen op de Maatheide! 's Avonds trekken we ons terug in het prachtige internationale jeugdontmoetingshuis te Lommel voor een heleboel leuke, ontspannende activiteiten.
Begeleider gezocht!
Voor dit archeologiekamp in Lommel zijn we ook nog op zoek naar een extra begeleider. Interesse om dit kamp te begeleiden, of wens je meer informatie hierover? Contacteer Bart bij JCW.
(P.S. Het archeologiekamp voor 13-15-jarigen is reeds volzet)
Buitenlands kamp Hongarije: “Cultuurtrip langs de Donau” (17+)
10 tot 21 juli – Hongarije
Dit internationaal kamp is geen archeologiekamp ‘pur sang’, maar een culturele trip in de omgeving van Boedapest met als thema “De Romeinse tijd”. Vanwege dit thema, met daarbij verschillende bezoeken aan bouwwerken die de tijd goed doorstaan hebben, een Romeinse kajaktocht, een Hongaars openluchtmuseum à la Bokrijk, én een bezoek aan enkele archeologische sites, is dit zeker ook een aanrader voor jongeren die met archeologie begaan zijn.
Snel reageren, er zijn nog enkele plaatsen beschikbaar.
Meer info over deze en andere kampen van JCW: www.jcweb.be.
door Tijl | Jeugd | Reacties (0)
Vacatures in Nederlandse archeologie en Monumentenzorg
Het ingenieurbureau Grontmij is sinds 10 jaar betrokken bij archeologische dienstverlening. Het bedrijf gaat actief op zoek naar junior en medior adviseurs archeologie, die zelfstandig (medior) of onder leiding van een medior (junior) archeologische onderzoeken kunnen uitvoeren. In Gelderland werft het Monumenten Adviesburo Delfgou bv een chef de bureau aan. In die functie bent u verantwoordelijk voor het aansturen van het team medewerkers op kantoor.
U kunt de volledige vacatures nalezen in de SNA-vacaturebank.
door Johan | Vacatures | Reacties (5)
Benefiet-BBQ Kelemantia
Kelemantia is een castellum uit de tweede eeuw na Christus. In dit Romeinse fort aan de Donau in Slowakije wordt sinds de zomer van 2005 gewerkt met een Vlaamse ploeg van archeologie- en conservatiestudenten. De vzw Kelemantia organiseert op zaterdag 28 juli, vanaf 16u in Hoeselt, een BBQ ten voordele van haar project in Slowakije. Om 16u30 volgt een lezing met met de laatste stand van zaken rond dit opgravingsproject. De opbrengsten van de BBQ gaan integraal naar het opgravingsproject in Slovakije.
Archeologen, studenten, vrienden, kennissen en sympathisanten, iedereen is welkom.
Inschrijvingen kunnen gebeuren tot 20 juli met bijgevoegd inschrijvingsformulier (pdf 127kB) waarin alle informatie staat vermeld.
Meer info: Kelemantia
door Priscilla | Evenementen | Reacties (0)
14 juni 2007
Oproep: Discovering the Archaeologists of Europe
Momenteel wordt in verschillende Europese landen een bevraging gehouden bij individuele archeologen en anderen die professioneel actief zijn in de archeologie. De bedoeling is om te weten te komen wie al deze personen zijn, welke opleiding ze genoten hebben en wat hun wensen en perspectieven zijn voor de toekomst. Ook ons land neemt deel aan het project 'Discovering the Archaeologists of Europe'.
door Tijl | Beleid | Reacties (0)
Vlaamse overheid koopt kasteel van Horst
De Vlaamse overheid heeft het kasteel van Horst in Sint-Pieters-Rode (Holsbeek) en het omliggende natuurgebied gekocht. De burcht en het wagenhuis worden voor vijftig jaar in erfpacht gegeven aan de vzw Erfgoed Vlaanderen. Die zal instaan voor de restauratie en de toeristische ontsluiting van het domein. Om het dure onderhoud te bekostigen wordt ook gedacht aan een commerciële invulling.
De ‘heren van Horst’ worden al in historische bronnen uit de vroege 13de eeuw vermeld. De donjon die de burcht domineert dateert uit de vroege 15de eeuw. De twee vleugels rond de binnenkoer werden in de 17de eeuw opgetrokken. De toenmalige bewoonster, Maria-Anna van den Tympel, liet er indrukwekkend stucwerk op de plafonds aanbrengen, met thema's geïnspireerd op teksten uit de ‘Metamorfosen’ van Ovidius. Van den Tympel liet tevens het wagenhuis bouwen, dat nu het bezoekerscentrum met erfgoedwinkel en streekgasthof huisvest.
Erfgoed Vlaanderen heeft het kasteel reeds sinds 1996 in beheer. De voormalige eigenaar, gravin de Hemicourt de Grunne, verkoos echter een verkoop boven een verlengde erfpacht. "Dat konden wij niet betalen, dus we zijn blij dat de Vlaamse overheid over de brug kwam", aldus Tom Bridts, directeur publiekswerking van Ergoed Vlaanderen. In de koop is ook het omliggende natuurgebied van 113 hectare opgenomen. Hoeveel Vlaanderen voor het ganse domein betaalt werd niet bekend gemaakt. Erfgoed Vlaanderen krijgt het kasteel voor vijftig jaar in erfpacht. Samen met het Agentschap voor Natuur en Bos zal het instaan voor de restauratie en de toeristische ontsluiting van het domein. De taverne in het wagenhuis blijft een privé-concessie.
Na de restauratie zal in het kasteel een centrum voor leefculturen worden ingericht. Erfgoed Vlaanderen overweegt ook een commerciële invulling. Gedacht wordt ondermeer aan seminarieruimtes en logies. Op die manier kan het dure onderhoud worden bekostigd. Het natuurgebied rond het kasteel herbergt zeldzame planten en dieren, waaronder de kamsalamander. Op de open ruimtes wordt hooilandbeheer opgezet om de biodiversiteit te herstellen en uit te breiden.
Bron: De Standaard - 14 juni 2007
Foto: Wim Bladt - Erf-goed.be
Externe links: Archeologisch onderzoek in het kasteel van Horst (K.U.Leuven)
Het kasteel van Horst (Erfgoed Vlaanderen)
door Bart | Erfgoed | Reacties (0)
Dendermonds Archeologisch Team vindt resten van Brigitinessenklooster
Van februari tot mei voerde het Dendermonds Archeologische Team, onder leiding van stadsarcheoloog Robby Vervoort, een archeologisch vooronderzoek uit op het terrein van Huize Mariatroon. Daarbij stootten de archeologen op restanten van het voormalige Brigitinessenklooster, dat in de 15de eeuw werd gebouwd. Ook werd een aantal skeletten gevonden. Door de positieve resultaten van het vooronderzoek, zal een gedeelte van de bedreigde zone verder onderzocht moeten worden.
Een geplande uitbreiding en vernieuwing van het huidige rusthuis aan de Brusselsestraat in Dendermonde was de aanleiding voor het archeologisch onderzoek. Uit historische bronnen was immers geweten dat de site, vlakbij het Dendermondse begijnhof, een rijke geschiedenis heeft gekend. In 1466 werd hier de eerste steen gelegd van het Brigittinessenklooster, oorspronkelijke een dubbelklooster met een mannen- en een vrouwenvleugel. In 1538 legde een brand de kloosterkerk en een aantal kloostergebouwen in de as. In 1643 werden de dubbelkloosters in de Nederlanden afgeschaft en werd de mannenvleugel gesloopt. Op bevel van keizer Jozef II verlieten de kloosterlingen in 1784 het domein, waarna de gebouwen verkocht werden.
Het vooronderzoek beperkte zich tot het trekken van enkele proefsleuven op de plaats waar later de nieuwe gebouwen zullen worden opgetrokken. Daarbij kwamen een aantal greppels en grachten aan het licht, waarvan sommige al gekend waren uit historische kaarten. De oudste greppel dateert vermoedelijk van voor de periode dat er zich op het terrein een klooster bevond. In de vulling van deze greppel troffen de archeologen scherven aan uit de 14de eeuw.
Parallel met de lange gevel van het Arsenaal stootten de archeologen op resten van bakstenen muren. Deze dateren vermoedelijk uit de 15de of 16de eeuw en kunnen met het Klooster van de Brigitinessen in verband worden gebracht. Een eerste muur heeft een dikte van ruim 60 centimeter en een bewaarde opstand van ongeveer 50 centimeter, en boorde wellicht de binnentuin of de pandgang van het klooster af. Aan de buitenkant van deze muur werden de resten van een vertrek op kelderniveau gevonden (foto links). Het gaat onder meer om de buitenste muur van een rechthoekige ruimte. Waarschijnlijk bevond er zich tegen deze muur in de hoek van het vertrek een bakstenen trap. Voor het vertrek in onbruik raakte was het voorzien van een verharde asvloer zonder vloerbekleding. In een vroegere periode had de ruimte een bakstenen vloertje. Deze werd vermoedelijk tengevolge van wateroverlast opgehoogd en vervangen door de asvloer. De datering van de ruimte is niet zeker maar wellicht betreft het resten uit de 15de of 16de eeuw. Ook de functie van het vertrek blijft momenteel nogeen raadsel.
Naast enkele fragmenten van menselijke resten uit anatomisch verband, werden ook enkele skeletten in situ gevonden. Opvallend was dat sommige skeletten met de voeten naar het zuiden waren begraven, en niet naar het oosten zoals de christelijke traditie voorschreef. Mogelijk werd hun aangezicht in de richting van het altaar van de kloosterkerk gelegd. Verder onderzoek in de literatuur moet hieromtrent meer duidelijkheid verschaffen. Enkele andere resten lagen dan weer wel correct georiënteerd. Opmerkelijk was ook de ontdekking van een graf, vermoedelijk van een vrouw, waarbij de overledene op de buik werd begraven (foto rechtsboven). De reden hiervoor is nog niet duidelijk. Ook over de datering van de graven tasten de archeologen voorlopig nog in het duister. De enige vondsten in de buurt van de graven, zijn de nagels, afkomstig van de grafkisten, en enkele kledinghaakjes in één van de graven. Dit laatste wijst erop dat de overledene begraven zijn met kledij aan.
Meer info: Robby Vervoort
door Tijl | Opgravingen | Reacties (3)
13 juni 2007
Vacature voor archeoloog (m/v) bij Vlaamse Landmaatschappij
De Vlaamse Landmaatschappij, een Vlaams agentschap dat de zorg verzekert voor het buitengebied in Vlaanderen, werft een archeoloog aan in contractueel dienstverband voor 6 maanden (met mogelijke verlenging van 6 maanden). Deze zal instaan voor een gecoördineerde en algemene inbreng van de cultuurhistorische waarden en archeologie bij de planvorming en projectuitvoering teneinde specialistische kennis te leveren ter realisatie van bredere projecten.
Praktisch betekent dit dat de archeoloog, die de rang zal hebben van adjunct van de directeur, zal verantwoordelijk zijn voor het voorbereiden, uitvoeren, opvolgen en controleren van archeologische opdrachten. Bovendien wordt van de archeoloog verwacht dat hij zijn kennis en ervaring binnen het vakgebied actief zal bijhouden en uitwisselen teneinde de kwaliteit van de dienstverlening te optimaliseren.
Vertrouwdheid met GIS-software en opgravingservaring in binnen- en/of buitenland worden als pluspunten ervaren.
De vacante betrekking situeert zich in de afdeling Vlaams-Brabant in Leuven. Solliciteren kan tot uiterlijk 22 juni 2007. Om te solliciteren stuur je je kandidatuur met uitgebreid CV naar:
De Vlaamse Landmaatschappij
t.a.v. Franky Wijnant
Diensthoofd Personeel
Gulden-Vlieslaan 72
1060 Brussel
U kunt de volledige vacature hier downloaden (pdf-bestand).
Meer info:
* arbeidsvoorwaarden/selectieprocedure: Franky Wijnant, diensthoofd personeel (Tel.: 02/543.72.27)
* inhoud van de functie: Stijn Messiaen (Tel.: 016/31.17.12)
door Johan | Vacatures | Reacties (0)
Lezing: resultaten opgraving aan voetbalterrein in Geel
In augustus 2006 verrichtte het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed (VIOE) een archeologische noodopgraving op het voormalig voetbalterrein van S.A.V. Sint-Dimpna. De resultaten van het onderzoek, die sporen aan het licht bracht uit de Bronstijd, IJzertijd en Middeleeuwen, worden bekendgemaakt door de projectarcheologen Tom Deville en Janina Ooms. Dit gebeurt via een lezing die zal plaats hebben op vrijdag 29 juni om 20u in Zaal Iris van de Openbare Bibliotheek Geel (Werft 30).
Het agentschap RO Vlaanderen, Onroerend Erfgoed, organiseerde het voorafgaandelijk onderzoek. De opgraving gebeurde voorafgaand aan de nieuwbouw van het OCMW-rustoord; het het ganse project werd dan ook gefinancierd door het OCMW van Geel.
Praktisch: De ingang van Zaal Iris, waar de lezing plaatsvindt, bevindt zich langs de achterkant van de bibliotheek, tegenover de speeltuin.
Meer info: Janina Ooms, projectarcheoloog Geel
door Johan | Lezingen | Reacties (0)
Ondertussen aan de Krokegemseweg in Asse...
De Onderzoekseenheid Archeologie van de K.U. Leuven is op 31 mei van start gegaan met een grootschalig archeologisch onderzoek langs de Krokegemseweg in Asse. Ondertussen werden reeds drie opgravingsvlakken vrijgelegd. De meest opvallende vondst daarbij is een uitgestrekte concentratie aan Romeinse dakpannen, waartussen zowel geïmporteerd als lokaal Romeins aardewerk vermengd zit.
De aanleiding voor de opgravingen is de nieuwe verkaveling die Villabouw Francis Bostoen NV op deze percelen voorziet. Het proefsleuvenonderzoek, uitgevoerd door het Agentschap R-O Vlaanderen, Onroerend Erfgoed, in 2006, leverde alvast positieve resultaten op.
Projectverantwoordelijke is prof. Dr. Marc Lodewijckx. Archeologe Kristine Magerman uit Asse, als wetenschappelijk medewerkster verbonden aan de Onderzoekseenheid Archeologie, heeft de dagelijkse leiding op het terrein. Ruben Pede werd door de Onderzoekseenheid Archeologie aangeworven als tweede archeoloog op het terrein. De K.U. Leuven krijgt voor haar onderzoek de steun van studenten archeologie en vrijwilligers van de Archeologische vereniging van Asse, Agilas VZW.
Het archeologisch onderzoek werd mogelijk door de financiële bijdrage van de bouwheer, Villabouw Francis Bostoen NV die het grootste deel van de uitvoeringskosten op zich neemt, en door de gemeente Asse die twee arbeiders ter beschikking stelt voor de duur van het project. Bijkomend levert de Gemeente een financiële bijdrage voor de tentoonstelling over de onderzoeksresultaten die voorzien is voor het voorjaar 2008.
2000 jaar geleden was Asse een belangrijke Romeinse nederzetting (vicus) die deel uitmaakte van de Romeinse provincie Gallia Belgica. De bevolking woonde op een hoger gelegen plateau (Kalkoven) dat omringd werd door twee beken. Het opgravingsterrein aan de Krokegemseweg bevindt zich aan de noordoostelijke rand van de woonkern.
In de loop van de 1ste eeuw n.C. ontwikkelde de Romeinse nederzetting zich rond een kruispunt van Romeinse wegen. In Asse splitste de Romeinse weg Bavai – Asse zich in een baan naar Elewijt en een baan die in de richting van Rumst en Utrecht liep. Mogelijk bestonden er vanuit Asse ook rechtstreekse verbindingen met de Romeinse nederzettingen van Tienen, Velzeke, Hofstade en Waasmunster. Zowel de Romeinse weg naar Waasmunster-Pontrave als de baan naar Rumst en Utrecht bevinden zich mogelijk op de percelen langsheen de Krokegemseweg.
Tussen het midden van de 1ste eeuw n.C. en het begin van de 3de eeuw n.C. kende de vicus een ware bloeiperiode. Asse ontwikkelde zich in deze periode tot een bewoningskern van regionaal belang dankzij de economische en ambachtelijke activiteiten die er plaatsvonden. Om brandgevaar in de bewoningskern te vermijden, gebeurde de productie van aardewerk, metalen voorwerpen of dakpannen meestal net buiten de woonzone. Sporen van dergelijke activiteiten kunnen tijdens dit archeologisch onderzoek dus eveneens verwacht worden.
In de Romeinse periode werden de doden verbrand. Samen met de crematieresten werden ook aardewerk, glazen voorwerpen en munten meegegeven in het graf. Het grafveld van een nederzetting lag steeds buiten de bewoningskern, vaak langsheen de weg. Het is dus niet ondenkbaar dat de begraafplaats van Romeins Asse zich in de omgeving van de Krokegemseweg bevond. Aanwijzingen hiervoor kwamen reeds aan het licht tijdens de opgraving van Dirk Pauwels (Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed) in oktober 2006 op een naburig perceel. Op die plaats werden vier sporen aangetroffen die mogelijk als Romeinse graven geïnterpreteerd konden worden.
Tijdens de eerste week van het onderzoek werden reeds drie grote opgravingsvlakken machinaal opengelegd en gedeeltelijk opgeschaafd. De belangrijkste vondst tot nog toe is een grote concentratie Romeinse dakpannen waartussen heel wat Romeins aardewerk aangetroffen werd (zie foto linksboven). Het betreft hier zowel luxe-import aardewerk als lokaal geproduceerde waar. Een aantal dakpannen is secundair verbrand. Over de exacte betekenis van dit pakket dakpannen bestaat er op dit ogenblik nog geen zekerheid. Zijn ze afkomstig van een groot gebouw dat hier stond? Betreft het eerder een afvalpakket afkomstig van een ander (afgebrand of vernield) gebouw uit de nederzetting? Kunnen ze in verband gebracht worden met de productie van dakpannen voor de woningen van de nederzetting? Een eerste blik op het aangetroffen aardewerk laat een voorlopige datering op het einde van de 2de eeuw of het begin van de 3de eeuw toe.
De komende dagen en weken zal deze concentratie dakpannen verder afgelijnd en vrijgelegd worden zodat op bovenstaande vragen een antwoord kan gegeven worden. Ook de andere opengelegde opgravingsvlakken zullen verder nauwkeurig onderzocht worden.
Meer info: Kristine Magerman, Onderzoekseenheid Archeologie KULeuven (Tel.: 0474/29.95.67)
door Johan | Opgravingen | Reacties (0)
12 juni 2007
Vijfde en zesde volume 'Archeologie in Vlaanderen' integraal online
Ondertussen bouwt het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed (VIOE) zijn Open Archief van VIOE-publicaties verder uit. Momenteel wordt de volledige reeks 'Archeologie in Vlaanderen', het vroegere VIOE-tijdschrift, toegevoegd aan het Open Archief. Vanaf vandaag is - naast de nummers 1 en 8 - alvast het vijfde en zesde volume in deze reeks integraal beschikbaar. De bedoeling is om op termijn alle publicaties van het VIOE en haar voorgangers in digitale vorm aan te bieden.
In het vijfde nummer vind je onder meer bijdragen over het bronsdepot van Lutlommel, de archeologische muntschat van Hamont, interdisciplinair onderzoek in Raversijde, diverse archeologische opgravingen in de provincies West-Vlaanderen, Limburg en Antwerpen...
Het zesde volume bevat dan weer studies over de Keltische goudschat van Beringen, een 16de-eeuw depot van gouden en zilveren munten uit Zingem en middeleeuwse insignes uit Raversijde. Daarnaast ook opgravingsrapporten uit Tienen, Varsenare en Brugge, radiokoolstofdateringen voor het castrum in Ename, en nog veel meer.
Externe link: OAR, het Open Archief van VIOE-publicaties
door Tijl | Publicaties | Reacties (0)
Lezing over ontdekking graf van Henu op 19 juni
Op dinsdag 19 juni stelt professor Harco Willems (K.U.Leuven) de resultaten van de recente opgravingen in Dayr al-Barsha (Egypte) voor tijdens een lezing in Leuven. Bij de opgravingen kwam in maart onder andere het intacte graf van de ambtenaar Henu aan het licht. De toegang tot de lezing is gratis. Na afloop vindt een receptie plaats, waarvan de opbrengst integraal gaat naar het Dayr al-Barsha project.
Praktisch: de lezing wordt gegeven door Prof. Harco Willems en vindt plaats op dinsdag 19 juni om 20u in lokaal MSI 03.18. Wie de lezing wil bijwonen, dient dit bevestigen door voor 16 juni een mailtje te sturen naar Marleen De Meyer. Meer informatie vind je op http://www.arts.kuleuven.be/egyptology/Henu_lezing.htm.
door Tijl | Lezingen | Reacties (0)
11 juni 2007
Unieke opendeurdag Fort Eben-Emael op 16 juni
Op zaterdag 16 juni organiseert het Simon Stevin Vlaams Vestingbouwkundig Centrum de vijfde editie van de Fortendag. In het buitengewone kader van Fort Eben-Emael kan je op een unieke wijze kennis maken met het vestingbouwkundig erfgoed. Fort Eben-Emael werd in de jaren 1930 gebouwd om België te beschermen tegen een Duitse inval en werd door militaire experts getypeerd als onneembaar.
Het kolossale fort beslaat een oppervlakte van 150 voetbalvelden en was voorzien van de nieuwste bewapening. En toch: op 10 mei 1940 slaagden de Duitsers er op een spectaculaire manier in het fort in een mum van tijd uit te schakelen. Daarvoor werd voor de eerste maal gebruikt gemaakt van zweefvliegtuigen en werden nieuwe explosieven ingezet. Een complete verrassing!
Het Fort Eben-Emael is nog zo goed als intact. Een aantal gevechtsbunkers met de kanonnen en een deel van het bijna 6 km lange gangenstelsel zijn toegankelijk gemaakt voor bezoekers. De uitgestrekte ondergrondse kazerne, die 1200 militairen moest huisvesten, is opnieuw ingericht. In meer dan 30 lokalen kom je tijdens de Fortendag op 16 juni te weten hoe het garnizoen toen leefde: je komt er langs de slaapzalen, de mess van de officieren, de douches, het hospitaal enz.
Op het domein van het fort kan je ook een prachtige natuurwandeling maken, met als kers op de taart een indrukwekkend panorama over de Maasvallei, die ongeveer 70 meter lager ligt.
De Fortendag is ook een ideale gelegenheid om de verschillende binnen- en buitenlandse organisaties die actief zijn rond vestingbouwkundig erfgoed te ontmoeten. Zo krijg je volop informatie over de talrijke locaties die kunnen verkend worden. Je kan naar hartelust grasduinen in een uitgebreid aanbod van gespecialiseerde boeken, documenten en andere publicaties.
De toegang tot Fortendag 2007 is gratis. Rondleidingen met de gespecialiseerde gidsen mits vergoeding. Organisatie van Fortendag 2007: Simon Stevin Vlaams Vestingbouwkundig Centrum in samenwerking met vzw Fort Eben-Emael.
Meer info: www.simonstevin.org
door Tijl | Evenementen | Reacties (0)
De slag van de Somme
Deze avond toont Canvas het eerste deel van een tweedelige documentaire over de catastrofale slag van de Somme in de zomer van 1916. Het moest het grote Britse doorbraakoffensief worden na bijna twee jaar loopgravenoorlog, maar het werd uiteindelijk een ware slachtpartij. De veldslag werd vooraf gegaan door een zeven dagen durend Brits bombardement dat alle prikkeldraadversperringen moest opruimen en de Duitse stellingen met hun bezettingen volledig moest vernietigen...
Op 1 juli 1916 om 7.30u begon een grootscheeps geallieerd offensief van het Britse en Franse leger: de slag van de Somme. De avond van diezelfde dag kon de sinistere balans worden opgemaakt : 19.240 doden, 35.493 gewonden, 2.512 vermisten en 585 krijgsgevangenen. Met in totaal 57.470 man het zwaarste verlies dat de Britten ooit hebben geleden op een enkele dag tijdens een oorlog.
Het ogenschijnlijk oppermachtige Vierde Leger onder leiding van de eigenzinnige generaal Henry Rawlinson was uiteindelijk erg kwetsbaar gebleken door een zware inschattingsfout: meer dan 60% van de bataljons waren jonge mannen die zich vrijwillig hadden aangemeld maar geen enkele gevechtservaring hadden op het slagveld. De terreinwinst was bovendien minimaal: van een doorbraak in de Duitse linies was helemaal geen sprake. De gedecimeerde bataljons werden vervangen, maar ook de nieuwe troepen zouden bij de voortgezette gevechten nauwelijks terreinwinst boeken.
Scenarioschijver Mark Hayhurst en regisseur Carl Hindmarch verdiepten zich in de wedervaren van het 22nd Manchester Battalion en stootten daarbij op een onvermoede schat aan dagboeken en brieven die deze soldaten in die dagen hebben neergeschreven. De lectuur ervan bleek een openbaring: een mix van naïef optimisme, ironie, sarcasme, vaak vulgariteiten, van overwegend jonge tot zeer jonge mannen. Onverbloemd laat 'De slag van de Somme' de oorlog spreken door de stemmen van zij die de slachting hebben meegemaakt en vaak niet overleefd.
Praktisch: maandag 11 juni om 22u25 op Canvas. Het tweede deel wordt uitgezonden op maandag 18 juni
door Tijl | Varia | Reacties (1)
10 juni 2007
Groeves met een ijzer-sterk verhaal
Overal in het Hageland (Vlaams-Brabant) stuit je op ijzerzandsteen. Van kerken, woonhuizen tot tuinmuurtjes, de roestbruine steen is er alomtegenwoordig. Maar wat is het verhaal achter deze steen en waar werd hij ontgonnen? Het antwoord op deze vragen vind je in de nieuwe brochure 'Groeves met een ijzer-sterk verhaal', het resultaat van een project van het Regionaal Landschap Noord-Hageland.
Door de stijging van de Middellandse Zee, zo'n 5,4 miljoen jaar geleden, trok de Diestiaanzee zich op korte tijd terug. De Hagelandse heuvels van nu waren toen zandbanken die plots bloot kwamen te liggen. Het zand van de Diestiaanzee bevatte een hoog percentage aan glauconiet, dat voor een stuk uit ijzer bestond. Na het terugtrekken van de Diestiaanzee werd het ijzer aan de lucht blootgesteld en oxideerde. De zandkorrels klitten samen en zo ontstond uiteindelijk ijzerzandsteen.
Op zowat elke heuvel in het Hageland heeft men ooit ijzerzandsteen ontgonnen. Voor de bouw van religieuze en burgerlijke gebouwen haalde men de steen uit de groeves die veelal aan de zuidzijde van de heuvels liggen. Kenmerkend zijn de vaak steile wanden die grootschalige ontginningen verraden. In de nabijheid van deze groeves kan je soms ook ondiepe kuilen vinden die ontstaan zijn door de ontginning van schollen door mensen uit de buurt. Deze kleine, dunne brokken werden vooral in huizen gebruikt. In Rillaar is er op de Tienbunders zelfs een plek naar genoemd: het Schollenkot. Toch waren deze plekken zeker niet de enige ontginningsplaatsen. Ook op akkers en in holle wegen werd ijzerzandsteen geraapt.
Aan de hand van interviews met groeve-arbeiders, groeve-eigenaars, steenkappers, restaurateurs en inwoners uit de streek geeft de brochure 'Groeves met een ijzer-sterk verhaal' een goed beeld van dit historische erfgoed. Na enkele mijlpalen in het gebruik van de steen en een korte uiteenzetting over het ontstaan maak je in de brochure kennis met hun verhaal. De steengroeves en Diestiaanheuvels vervulden doorheen de eeuwen verschillende functies. Ze leverden niet alleen ijzerzandsteen maar ze dienden ook als schuilplaats, speelterrein, wapendepot, uitkijkpunt en zo veel meer. Ze beïnvloedden in hoge mate het leven van de Hagelanders en zijn zeker een stukje erfgoed om te koesteren!
Meer info: Je kunt de volledige brochure downloaden op rlnh.be.
De brochure kwam tot stand met steun van de Vlaamse Gemeenschap in het kader van het project ‘Groeves met een ijzer-sterk verhaal. De ijzerzandsteengroeves van het Hageland’ van het Regionaal Landschap Noord-Hageland vzw. Wil je meer te weten komen over de interviews, dan kan je ook een dvd bestellen via info@rlnh.be of 016/63.59.54.
door Tijl | Publicaties | Reacties (0)
Nieuw archeologisch museum in Lommel opent volgende week
Volgend weekend wordt in Lommel het nieuwe archeologisch en historisch museum 'De Kolonie' feestelijk geopend. Het vroegere Museum Kempenland verhuisde naar een spiksplinternieuwe locatie, een voormalige staatsboerderij in Lommel-Kolonie, het kreeg een nieuwe naam en ook inhoudelijk werd het museum in een jong en fris kleedje gestoken. Liefhebbers van de Kempense prehistorie moeten zeker een kijkje komen nemen!
De voormalige Staatsboerderij nr. 4, Kolonie 77 te Lommel, is sinds 1993 eigendom van de Stad Lommel. Het beschermde monument werd in 2006 gerestaureerd. De Stad Lommel vertrouwde het beheer van de Staatsboerderij nr. 4 toe aan de Erfgoed Lommel vzw (voorheen Museum Kempenland vzw).
Erfgoed Lommel vzw richt in de voormalige Staatsboerderij een archeologisch en historisch museum in over mens en landschap in de Kempen, met als naam De Kolonie. In De Kolonie reis je terug in de tijd. Je maakt er kennis met de “colonie agricole”, met de zinkindustrie en met de zandwinning. Unieke en authentieke voorwerpen in combinatie met oude films laten je zien wat “een dag hard labeur aan de zinkovens” voor de arbeiders inhield.
Wie of wat waren de Teuten en wat deden zij? Je ontdekt het in De Kolonie. Eeuwenlang ontgonnen boeren het Kempens landschap. De Kolonie toont je het hoe en waarom. Op je terugreis doorheen de tijd leer je a
