
Home
Kalender
Forum
Contact
Links
Vijfde en zesde volume 'Archeologie in Vlaanderen' integraal online | Lezing: resultaten opgraving aan voetbalterrein in Geel
13 juni 2007
Ondertussen aan de Krokegemseweg in Asse...
De Onderzoekseenheid Archeologie van de K.U. Leuven is op 31 mei van start gegaan met een grootschalig archeologisch onderzoek langs de Krokegemseweg in Asse. Ondertussen werden reeds drie opgravingsvlakken vrijgelegd. De meest opvallende vondst daarbij is een uitgestrekte concentratie aan Romeinse dakpannen, waartussen zowel geïmporteerd als lokaal Romeins aardewerk vermengd zit.
De aanleiding voor de opgravingen is de nieuwe verkaveling die Villabouw Francis Bostoen NV op deze percelen voorziet. Het proefsleuvenonderzoek, uitgevoerd door het Agentschap R-O Vlaanderen, Onroerend Erfgoed, in 2006, leverde alvast positieve resultaten op.
Projectverantwoordelijke is prof. Dr. Marc Lodewijckx. Archeologe Kristine Magerman uit Asse, als wetenschappelijk medewerkster verbonden aan de Onderzoekseenheid Archeologie, heeft de dagelijkse leiding op het terrein. Ruben Pede werd door de Onderzoekseenheid Archeologie aangeworven als tweede archeoloog op het terrein. De K.U. Leuven krijgt voor haar onderzoek de steun van studenten archeologie en vrijwilligers van de Archeologische vereniging van Asse, Agilas VZW.
Het archeologisch onderzoek werd mogelijk door de financiële bijdrage van de bouwheer, Villabouw Francis Bostoen NV die het grootste deel van de uitvoeringskosten op zich neemt, en door de gemeente Asse die twee arbeiders ter beschikking stelt voor de duur van het project. Bijkomend levert de Gemeente een financiële bijdrage voor de tentoonstelling over de onderzoeksresultaten die voorzien is voor het voorjaar 2008.
2000 jaar geleden was Asse een belangrijke Romeinse nederzetting (vicus) die deel uitmaakte van de Romeinse provincie Gallia Belgica. De bevolking woonde op een hoger gelegen plateau (Kalkoven) dat omringd werd door twee beken. Het opgravingsterrein aan de Krokegemseweg bevindt zich aan de noordoostelijke rand van de woonkern.
In de loop van de 1ste eeuw n.C. ontwikkelde de Romeinse nederzetting zich rond een kruispunt van Romeinse wegen. In Asse splitste de Romeinse weg Bavai – Asse zich in een baan naar Elewijt en een baan die in de richting van Rumst en Utrecht liep. Mogelijk bestonden er vanuit Asse ook rechtstreekse verbindingen met de Romeinse nederzettingen van Tienen, Velzeke, Hofstade en Waasmunster. Zowel de Romeinse weg naar Waasmunster-Pontrave als de baan naar Rumst en Utrecht bevinden zich mogelijk op de percelen langsheen de Krokegemseweg.
Tussen het midden van de 1ste eeuw n.C. en het begin van de 3de eeuw n.C. kende de vicus een ware bloeiperiode. Asse ontwikkelde zich in deze periode tot een bewoningskern van regionaal belang dankzij de economische en ambachtelijke activiteiten die er plaatsvonden. Om brandgevaar in de bewoningskern te vermijden, gebeurde de productie van aardewerk, metalen voorwerpen of dakpannen meestal net buiten de woonzone. Sporen van dergelijke activiteiten kunnen tijdens dit archeologisch onderzoek dus eveneens verwacht worden.
In de Romeinse periode werden de doden verbrand. Samen met de crematieresten werden ook aardewerk, glazen voorwerpen en munten meegegeven in het graf. Het grafveld van een nederzetting lag steeds buiten de bewoningskern, vaak langsheen de weg. Het is dus niet ondenkbaar dat de begraafplaats van Romeins Asse zich in de omgeving van de Krokegemseweg bevond. Aanwijzingen hiervoor kwamen reeds aan het licht tijdens de opgraving van Dirk Pauwels (Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed) in oktober 2006 op een naburig perceel. Op die plaats werden vier sporen aangetroffen die mogelijk als Romeinse graven geïnterpreteerd konden worden.
Tijdens de eerste week van het onderzoek werden reeds drie grote opgravingsvlakken machinaal opengelegd en gedeeltelijk opgeschaafd. De belangrijkste vondst tot nog toe is een grote concentratie Romeinse dakpannen waartussen heel wat Romeins aardewerk aangetroffen werd (zie foto linksboven). Het betreft hier zowel luxe-import aardewerk als lokaal geproduceerde waar. Een aantal dakpannen is secundair verbrand. Over de exacte betekenis van dit pakket dakpannen bestaat er op dit ogenblik nog geen zekerheid. Zijn ze afkomstig van een groot gebouw dat hier stond? Betreft het eerder een afvalpakket afkomstig van een ander (afgebrand of vernield) gebouw uit de nederzetting? Kunnen ze in verband gebracht worden met de productie van dakpannen voor de woningen van de nederzetting? Een eerste blik op het aangetroffen aardewerk laat een voorlopige datering op het einde van de 2de eeuw of het begin van de 3de eeuw toe.
De komende dagen en weken zal deze concentratie dakpannen verder afgelijnd en vrijgelegd worden zodat op bovenstaande vragen een antwoord kan gegeven worden. Ook de andere opengelegde opgravingsvlakken zullen verder nauwkeurig onderzocht worden.
Meer info: Kristine Magerman, Onderzoekseenheid Archeologie KULeuven (Tel.: 0474/29.95.67)
door Johan | Opgravingen | Reacties (0)
Reageer op dit bericht |
