HomeKalenderForumContactLinks

Opgraving Barbarahof in Leuven nu ook virtueel | Aan de onoverwinnelijke god Mithras!

18 juni 2007

Graven door een duin in Pulle (prov. Antwerpen)

Naar aanleiding van een verkavelingsproject loopt er momenteel een archeologisch onderzoek door het VIOE langs de Keulsebaan in Pulle in de provincie Antwerpen. Het project dat uitgevoerd wordt door projectarcheologe Nele Eggermont ging van start op 7 mei en omvat twee maanden veldwerk en 1 maand verwerking. De werken worden gefinancierd door verkavelaar De Backer Woningbouw.

Het vermoeden bestond dat het betrokken terrein bijzonder rijk aan archeologische sporen zou kunnen zijn. In de onmiddellijke omgeving van de opgraafzone werd immers de aanwezigheid van een vroegmiddeleeuws grafveld en Romeinse bewoningssporen vastgesteld. Op het terrein zelf is centraal een heuvel zichtbaar. Het gaat om een stuifduin die ontstaan is vanaf de Middeleeuwen. Hierdoor zijn mogelijke sporen uit voorgaande periodes afgedekt en grotendeels beschermd tegen graafactiviteiten van fauna en flora.

In de jaren ’70 van de vorige eeuw werd dit vermoeden bevestigd in de opgraafputten van een amateur-archeoloog: sporen van een IJzertijdnederzetting én een hutkom uit de vroege middeleeuwen kwamen aan het licht. De man lichtte het VIOE in van zijn vondsten en van de nakende verkaveling. VIOE bracht op haar beurt het Agentschap RO-Vlaanderen op de hoogte, dat via het gemeentebestuur advies uitbracht op de verkavelingsaanvraag: voorafgaand proefsleuvenonderzoek, eventueel gevolgd door vlakdekkend archeologisch onderzoek. Op 6 november 2006 en 8 januari 2007 voerde het VIOE het proefsleuvenonderzoek uit om de uitgestrektheid en de rijkdom van de site na te gaan. Op basis van de resultaten werd een opgraving aanbevolen.

pulle2.jpgDe site wordt onderzocht door middel van vier werkputten van variërende grootte waar de bebouwing zal plaatsvinden, en een lange sleuf van een kraanbak breed die het toekomstige wegtracéé volgt. Een dergelijke manier van werken beperkt uiteraard het ruimtelijk inzicht van de site maar kan toch een beeld schetsen van de uitgebreidheid en de rijkdom.

Het huidige aangetroffen sporenareaal omvat talrijke kuilen waarvan enkele zeer duidelijk als paalsporen geïnterpreteerd kunnen worden, standgreppeltjes en mogelijk een waterput. De grote hoeveelheid aan sporen is een indicatie dat het om een nederzettingssite gaat. Ondanks het gebrekkige ruimtelijk overzicht en de dichte concentratie bodemsporen, konden reeds een spieker en enkele palenrijen vastgesteld worden. Bovendien verschenen onder de landduin ook een hutkom en een gebouwplattegrond met standgreppels(foto boven). Beide zijn vermoedelijk in de Merovingische periode te dateren. Het aangetroffen aardewerk situeert de sporen in een periode gaande van de IJzertijd tot de Middeleeuwen. Verder geeft de tweede werkput, die doorheen de stuifduin gaat, een mooi beeld van het oude loopvlak(foto links). Dit tekent zich duidelijk af in de wandprofielen van de put als een horizontale grijs pakket van circa 40 cm breedte.

Tot 6 juli wordt dit archeologisch waardevolle terrein verder onderzocht en nadien worden de resultaten geanalyseerd.

Meer info: Nele Eggermont

door Jan | Opgravingen | Reacties (0)

Reageer op dit bericht




Remember Me?

(you may use HTML tags for style)