HomeKalenderForumContactLinks

« juni 2007 | augustus 2007 »

31 juli 2007

Leuvense archeologen ontdekken standbeeld Hadrianus in Sagalassos

Een archeologisch team van de K.U.Leuven heeft gisteren in Sagalassos (Turkije) fragmenten van een uitzonderlijk marmeren beeld van de Romeinse keizer Hadrianus opgegraven. De intact bewaarde kop van het standbeeld is meer dan 70 cm hoog. Volgens opgravingsdirecteur Marc Waelkens gaat het om één van de allermooiste portretten van keizer Hadrianus, onder wie de bouw van het thermencomplex startte.

Begin juli startte een nieuwe opgravingscampagne in de antieke stad Sagalassos. Sinds meer dan tien jaar wordt in Sagalassos onder meer het Romeinse badgebouw (thermen) onderzocht. Dit jaar concentreren de Leuvense archeologen zich op de zuidoostelijke hoek van het complex. Totaal onverwacht werden zondag de eerste fragmenten van een meer dan levensgroot standbeeld ontdekt.

Het ging om een voet van 0.80 meter lengte, met sandalen die de eigenaar als een keizer identificeerden, het deel van een been van net boven de knie tot aan de enkel van 1.50 meter hoogte. Gisteren kwam dan ook een schitterende, nagenoeg intacte kop van 0.70 meter hoog aan het licht. Het hele beeld moet tussen vier en vijf meter hoog geweest zijn en dateert waarschijnlijk uit het begin van de regeerperiode van Hadrianus, tijdens de tweede eeuw na Christus.

Onder de regering van Hadrianus werd gestart met de bouw van het thermencomplex van Sagalassos. Het gebouw werd echter pas decennia later volledig afgewerkt. Keizer Hadrianus bekleedt een bijzondere plaats in de geschiedenis van Sagalassos. Hij gaf de stad een bijzondere status. Ten noorden van de Onderste Agora van de stad werd tijdens zijn regeerperiode een prachtige pronkfontein opgericht, het zogenaamde Hadrianisch nymfaeum.

Foto's: Tijl Vereenooghe (© Sagalassos Archaeological Research Project).
Meer foto's van het standbeeld zijn te vinden op sagalassos.be

Update 30/08/07: bekijk hieronder een filmpje over de vondst (YouTube)

door Tijl | Internationaal | Reacties (1)

Opgravingen in Menen afgerond

waterput1-menen-klein.jpgDe opgravingen op het bedrijventerrein Menen-Oost-uitbreiding zijn afgelopen. Deze vonden plaats van 3 april 2006 tot en met 22 juni 2007, werden uitgevoerd door het VIOE en bekostigd door de West-Vlaamse Intercommunale. Behalve sporen uit de Romeinse tijd werden ook sporen en vondsten uit andere periodes aangetroffen, zoals vuursteen-artefacten uit het laat en finaal neolithicum, een kleinschalige artisanale site uit de 13de-14de eeuw en Duitse loopgraven uit WOI. In deze bijdrage worden enkel de Romeinse sporen belicht.

De sporen uit het Romeinse tijdvak zijn toe te schrijven aan een landweg, twee boerenerven en een klein grafveld. Van de Romeinse landweg, die een breedte van 7,5 m had, bleven enkel de aan weerszijden gelegen afwateringsgrachten bewaard. Ten oosten van de Romeinse weg werd een grafveld met 12 graven aangetroffen. Het betreffen allemaal crematiegraven, waarvan tien brandrestengraven en twee bustumgraven. Slechts één graf was voorzien van een nis. In de andere graven werd enkel in het houtskoolrijke pakket vondsten aangetroffen. Op andere plaatsen op de site werden nog eens drie clusters van twee tot drie graven en drie geïsoleerde graven gevonden.

bijgebouw-menen-klein.jpgOnmiddellijk ten westen van de Romeinse landweg werden de resten van twee inheemse Gallo-Romeinse boerenerven aangesneden. De oriëntatie van de sporen van de erven, die ofwel haaks ofwel parallel staan ten opzichte van de weg, verraadt de nauwe relatie tussen de landweg en de erven. Het zuidelijk gelegen erf is het best begrepen van de twee. De omheiningsgrachten van het zuidelijke erf omgrachten een rechthoekig areaal van ca. 40 op 68 m. Langs de oostzijde werd deze site afgezoomd door de landweg waarboven sprake. Ter hoogte van het erf werd deze weg afgezoomd door een afsluiting in hout. In de noordelijke helft van het zuidelijke erf werden paalgaten en paalkuilen van minstens twee hoofdgebouwen opgegraven. Een eerste hoofdgebouw bevindt zich parallel met de noordelijke dubbele omheiningsgracht. Ze is tweeschepig en meet 11 op 6 m. Ten oosten van dit gebouw liggen een poel, enkele kuilen en paalgaten. Ten zuiden ervan bevinden zich enkele duidelijke rijen paalgaten die toe te schrijven zijn aan 1 of meerdere noord-zuid georiënteerd hoofdgebouwen.

Ten westen hiervan werd een waterput aangesneden. Het betreft een exemplaar met een vierkante schachtput in hout met hoekpijlers, één rij dwarsbalken en planken (foto boven).Tot de groep van bijzondere vondsten horen twee koppen van vuurbokken(foto rechts). Ze stellen in beide gevallen een gestileerde ramskop voor.

vuurbokklein-menen.jpgIn de zuidoostelijke hoek van het erf werden paalgaten van een bijgebouw van 4 op 7 m aangetroffen. Deze constructie is oost-west georiënteerd en bevond zich parallel met de zuidelijke omheiningsgracht(foto links boven). In de onmiddellijke omgeving van boven vermeld gebouwtje werden twee afvalkuilen met afval van smederij en bronsgieterij aangetroffen. Er werden diverse types smidseslakken, hamerslag en fragmenten van smeltkroezen opgegraven. Het samen voorkomen van deze afvalproducten duidt erop dat het smeden en bronsgieten op één en dezelfde plaats, en vermoedelijk door dezelfde ambachtslui, werd verricht.

waterput2-menen-klein.jpgOngeveer 25 m ten noorden van de noordelijke omheingingsgrachten van het zuidelijke gelegen erf bevond zich het noordelijke erf. De ruimtelijke organisatie van deze zone is nog niet helemaal uitgeklaard. De omheiningsgrachten omgrenzen een areaal van ongeveer 1 ha. In tegenstelling tot het zuidelijke erf is de woon- en werkzone van deze site niet zo duidelijk af te lijnen. De structuren en vondsten in dit nederzettingsareaal concentreren zich langs de oostelijke rand. In het centrale deel van de oostelijke rand bevond zich een activiteitenzone, omzoomd door twee standgreppels en een omheiningsgracht haaks op de oostelijke omheiningsgracht.

In dit areaal van 10 op 32 m werden paalgaten van een éénschepig gebouwtje van 5 op 7,5 m, een waterput en een waterkuil aangetroffen. Hoofdgebouwen lijken te ontbreken. Buiten dit areaal werden wel twee rijen zware paalkuilen aangetroffen, die zouden kunnen geïnterpreteerd worden als nokpalen van gebouwen van het Alphen-Ekeren type. Belangwekkend is de hierboven vernoemde waterput. Voor de onderkant van de houten bekisting werd gerecupereerd constructiehout van Romeinse vakwerkgebouwen gebruikt, meer bepaald houten liggers, staanders en andere onderdelen(foto links onder). De aanwezigheid van liggers zou kunnen verklaren waarom we in deze zone geen paalgaten van hoofdgebouwen hebben aangetroffen. Een dik humeus pakket uit de periode van nà het gebruik van de waterput, met onder meer bladeren, twijgen en takken van hazelaars en eiken, perzikpitten, dekschilden van diverse types kevers, zal ons veel informatie opleveren over het toenmalige landschap.

De vondsten laten toe zowel het noordelijke als het zuidelijke erf in minstens twee fasen onder te verdelen: een eerste fase is te plaatsen in het midden van de eerste eeuw, een tweede fase in het tweede en derde kwart van de tweede eeuw. Voorlopig is nog niet duidelijk of er bewoningscontinuïteit was tussen deze twee fasen. Landweg en graven stammen uit dezelfde periode als de erven. Ondertussen zijn de archeologen volop bezig met de uitwerking, die eind september zal uitmonden in een basisrapportage. Voor het najaar is er in het CC De Steiger te Menen een tentoonstelling over de opgravingen gepland.

Meer info: Wouter Dhaeze en Arne Verbrugge

door Jan | Opgravingen | Reacties (0)

30 juli 2007

Ten Duinen organiseert colloquium over baksteen in de middeleeuwen

Van 24 tot 27 oktober organiseert het Abdijmuseum Ten Duinen in Koksijde een internationaal colloquium rond baksteen in de middeleeuwen. Tijdens dit congres wordt de architectuur en vormtaal in een bredere geografische context bekeken. Het colloquium is tevens het eindpunt van de restauratiewerken aan de archeologische site en dient de reflectie en het onderzoek rond middeleeuwse baksteenarchitectuur en -techniek in de Noordzeeregio te stimuleren.

In Europa wordt de site van de voormalige cisterciënzerabdij Onze-Lieve-Vrouw Ten Duinen tot de belangrijkste monumenten van de middeleeuwse baksteenarchitectuur gerekend. De cisterciënzers zijn een van de promotoren geweest om in Noordelijk Europa het gebrek aan natuursteen aan te pakken door het maken van een vervangingsproduct, baksteen. Dat leidde voor de Duinenabdij tot een baksteencollectie met meer dan 600 verschillende vormen.

Sinds eind februari 2007 is ook de restauratie van de ruïnes van de abdijkerk van Ten Duinen, onder leiding van het erfgoedbureau Monument in Ontwikkeling, opnieuw aangevat. Deze werf heeft jaren stilgelegen als gevolg van het faillissement van de vroeger aangestelde aannemer. De firma die nu met het werk belast is, Aquastra, heeft een grondige voorbereidingsfase achter de rug.

Een van de problemen waarmee de aannemer te maken kreeg, was het zoeken naar een goede leverancier van profielbakstenen voor het voorportaal en de rest van de abdijkerk. In het verleden bleek het zoeken naar nieuwe stenen volgens middeleeuws concept een moeilijke klus. De stenen dienen immers van goede kwaliteit te zijn om mogelijke vorstschade te kunnen weerstaan gezien zij, zonder de vroegere bescherming van een dak en van een bijkomende pleisterlaag, blootgesteld liggen aan alle weersinvloeden.

Er werd een steenbakker gezocht die op basis van de oude productiemethode toch iets sneller dan in de middeleeuwen de benodigde moefen en profielstenen kan leveren. Vooral voor het voorportaal bleek dit cruciaal. De nieuwe profielstenen kunnen nu een perfect beeld geven van hoe het voorportaal eruitzag. Zowel de profielstenen in natuursteen als in baksteen blijven hun authentiek uitzicht behouden. In de middeleeuwen werden ze bepleisterd en gewit met een kalklaag. Daardoor konden er stenen van slechtere kwaliteit verwerkt worden en viel het niet op dat het Vlaams verband niet schools werd toegepast.

Een aantal zones worden nu heropgemetseld zoals in de middeleeuwen, namelijk met gebruik van kalkmortel. Op die manier moet de evacuatie van opstijgend en intrekkend water verbeterd worden. Voor de onderlinge samenhang van het metselverband komt dit het geheel zeker ten goede. Anderzijds zullen de met kalkmortel gerestaureerde zones iets meer onderhoud vergen. Het uitzicht is nu natuurlijk verblindend ‘nieuw’, maar over enkele jaren zal ook dat beeld weer anders zijn. De luchtvervuiling maakt immers dat er zeer snel een donkere patina over de stenen ligt.

Meer info: alle informatie over het baksteencolloquium vind je op tenduinen.be
Bron: Nieuwsbrief Ten Duinen (juli-augustus)

door Tijl | Congressen | Reacties (0)

Uniek project: taal en keuken in Mesopotamië

002.jpgArcheoloog Klaas Vansteenhuyse en assyrioloog Hendrik Hameeuw van de K.U.Leuven staken de koppen bij elkaar om een uniek archeologisch project uit te werken. Op basis van de archeologische vondsten, iconografische bronnen (rolzegels) en recepten in spijkerschrift op kleitabletten brachten zij oude recepten weer tot leven. Tijdens een tweedaagse cursus mét degustatie, georganiseerd in samenwerking met Amarant, stellen de onderzoekers binnenkort hun resultaten voor.

001.jpgArcheologen houden alles bij. Tot de kleinste en lelijkste objecten toe. Soms zijn het precies die stukken die de boeiendste verhalen opleveren. Het overkwam ook archeoloog Klaas Vansteenhuyse en schriftdeskundige Hendrik Hameeuw van de K.U.Leuven. Een aantal onooglijke vondsten op de opgravingen van een kuststad in Jebleh, in Syrië (foto links) bracht hen op het spoor van de oudste eetgewoontes in Mesopotamië. Na heel wat experimentele archeologie presenteren zij binnenkort in Gent het resultaat: een Mesopotamische godenmaaltijd met bijhorend bier!

Op de door de mensen gevormde ruïneheuvel van Tell Tweini graaft een Syro-Belgisch team een stad op die teruggaat tot het einde van het derde millennium voor Christus. Het team heeft er zegels van de Hittieten gevonden, bronzen beeldjes van de Feniciërs, industriële installaties van de Assyriërs en heel veel aardewerk uit alle periodes. Aardewerk is uitermate belangrijk voor een archeoloog omdat het helpt om lagen en voorwerpen te dateren. Een decoratiepatroon of een stijl was namelijk net als vandaag aan een bepaalde periode gebonden. De scherven die esthetisch het mooist ogen zijn daar meestal ook het meest geschikt voor.

003.jpgIn Tell Tweini stelden de archeologen vast dat er af en toe ook echt lelijke en bizarre stukken opdoken. Wat ze vanonder het stof haalden waren grove stukken klei in een min of meer cilindervormige toestand. Ze hadden een ronde opening dwars doorheen hun lichaam. (foto rechts) Dankzij andere opgravingen weten de archeologen dat deze stukken gebruikt werden als een soort kurk. Een kruikopening werd afgedekt met een stukje doek en daarover werd dan een klomp klei uitgesmeerd. Op die manier bleef de kruik een tijdje luchtdicht. De indruk van de hals van de kruik in deze kleiklompen ondersteunt deze theorie. De vraag die zich stelde op Tell Tweini was die naar het gat in deze klomp. Een kurk met een gat?

Het antwoord daarop vonden Hendrik Hameeuw en Klaas Vansteenhuyse op een plaats waar de meeste problemen altijd bespreekbaar worden: op café. Een speurtocht in de literatuur toonde duidelijk aan dat deze kleikurken gebruikt werden om grote bierkruiken af te sluiten. Maar bier is een levend organisme dat gist. Dat aspect van het bier brouwen was nog ongekend in de Mesopotamische Oudheid. De brouwers voegden zelf geen gist toe maar wachtten geduldig tot er een wilde gist in de brouwtank kwam en zich aan het werk zette. De Belgische Geuze wordt nog steeds op deze manier gebrouwen. Deze wilde gisten zijn echter oncontroleerbaar en in een volledig gesloten omgeving zouden ze voor heel veel druk kunnen zorgen. Een gaatje in de kurk laat dan ook de geproduceerde gassen ontsnappen.

005.jpgBier is voor archeologen moeilijk op te sporen want het laat geen enkel spoor na. Niemand weet dan ook hoe het oude Mesopotamische bier smaakte. Dat bier in grote hoeveelheden werd geconsumeerd blijkt bijvoorbeeld uit de bijbel waarin wordt gezegd dat er wekelijks 16 liter bier aan YHWH wordt geofferd (Numeri 28:7-10). Uit heel veel historische documenten blijkt verder dat bier een nationale drank was in Mesopotamië. (foto links) Volgens de mythe van Gilgamesh maakt het drinken van bier (naast eten en sex) een mens tot mens. De godin van het bier was vrouwelijk (Ninkasi) en vrouwen brouwden bier. De wetenschappers stootten daarbij op een oudste tekst die iets over bier vertelt: de Ninkasimythe. Het is een lied uit ongeveer 1800 voor Christus dat ter ere van de godin Ninkasi werd gezongen. In het lied worden de verschillende stappen van het bierbrouwen opgesomd. Maar niet alle stappen zijn even goed bewaard.

011.JPGMet de vertaling van dit kleitablet (foto rechts, voorbeeld kleitablet) in de tas trokken beide archeologen naar Johan Brandt in Assebroek (brouwerij ’t Smisje). Deze enthousiaste brouwer toog aan het werk en samen probeerden ze het brouwproces zo goed en zo kwaad mogelijk te reconstrueren. Het gebrouwen drankje is alvast een uniek bier in de wereld.

010.jpgBij bier hoort ook een stevige maaltijd. (foto links) Archeologen hebben een goed beeld van de vele etenswaren in de Mesopotamische Oudheid. Dat danken ze aan het doorgedreven onderzoek van bijvoorbeeld archeozoölogen die alle dierenbeenderen op een opgraving determineren. Archeobotanici doen precies hetzelfde met de vele zaden en verkoolde plantenresten. Heel af en toe hebben de archeologen veel geluk en kunnen ze terugvinden welke oliën of vetten in een bepaalde pot werden bijgehouden. Hendrik Hameeuw: “Hoewel we soms de archeobotanische resultaten wel ter beschikking hebben, is de moeilijkheid nog steeds om te weten te komen op welke manier er met de ingrediënten werd omgesprongen en in welke combinaties ze werden geserveerd." Slechts korte tijd geleden ontdekte een Franse schriftdeskundige enkele tabletten in de kasten van Yale University waarop recepten staan geschreven uit de Oud-Babylonische periode, zowat 3800 jaar geleden. De gerechten dienden allemaal om aan de verschillende goden in de vele tempels te worden voorgeschoteld. Zij hadden recht op een uitstekende maaltijd. Deze recepten werden door de twee onderzoekers hervertaald en omgezet in een echte maaltijd. Steeds werd er door de onderzoekers gezocht naar de historisch meest correcte ingrediënten en de daaropvolgende reconstructie.

Tijdens een tweedaagse "Het mysterie ontrafeld", georganiseerd door Amarant vzw, stellen de onderzoekers u nu hun resultaten voor. Ze wijden u meteen ook in in de Mesopotamische eetgewoontes en helpen u om alvast een deel van de teksten in spijkerschrift te lezen. Klaas Vansteenhuyse: “Er wordt gefocust op de gehele context van Mesopotamië, cultuurhistorisch, taalkundig én culinair”. Als afsluiter krijgt u een godenmaaltijd met passend bier aangeboden. Als een god in Mesopotamië!

Praktisch: de cursus vindt plaats op maandag 27 augustus en dinsdag 28 augustus in Gent, De Cirk, Zebrastraat 34, 9000 Gent, telkens van 10.00u tot 12.30u en van 14.00u tot 16.30u
Inschrijven bij Amarant vzw, 070/233 048, email: Amarant
Kostprijs: 76 euro met lunch, 46 euro zonder lunch

Meer info: Tell Tweini, Graven om te weten, Amarant

door Priscilla | Evenementen | Reacties (6)

29 juli 2007

Uniek orgel in Gijzegemse kerk wordt hersteld

Het beschermde Van Peteghemorgel van de Sint-Martinuskerk van Gijzegem (Aalst) wordt gerestaureerd. Het orgel werd in 1775-1776 vervaardigd door de Gentse orgelbouwer Pieter Van Peteghem en zijn zoon Lambertus-Benoit. De werken, waarvoor de kosten geraamd worden op 300.000 euro, beginnen in 2011. Het oorspronkelijke restauratiedossier van het orgel werd al in 1984 samengesteld, maar verdween daarna in de vergeethoek.

Begin 2005 zag het dossier opnieuw het daglicht. Wenceslaus Mertens uit Aalst werd door de kerkfabriek aangesteld als deskundige. "Dat een degelijke en grondige restauratie wordt gepland, getuigt voor de kerkfabriek van Gijzegem van eerbied en waardering voor dit historisch en cultureel patrimonium," zegt Etienne Biebaut van de kerkfabriek dit weekend in het Nieuwsblad.

Het orgel werd in 1775-1776 vervaardigd door de Gentse orgelbouwer Pieter Van Peteghem en zijn zoon Lambertus-Benoit. Het kostte toen 1.200 gulden boven de opleg van het oude orgel. De gelden werden door de parochianen bijeengebracht. "De ontwerptekening van de orgelkast en het doksaal is verdwenen. De ontwerper is eveneens onbekend," stelt Mertens in het restauratiedossier.

"De orgelkasten werden niet vervaardigd in het atelier van de orgelbouwer maar door een schrijnwerker. We zijn voor de restauratie aangewezen op de oorspronkelijk bewaarde onderdelen. Gelukkig zijn er dat er heel wat. Zo bleef het grootste deel van het Van Peteghem-pijpwerk bewaard. De ontbrekende stukken worden aangevuld aan de hand van de oorspronkelijke windlade en de pijproosters. Het meest kunstzinnige valt op te merken bij de aanleg van de orgelkasten. Zelden kunnen we zo'n mooie eensgezindheid en vergroeiing vaststellen tussen de kasten en de portaalomsluiting. Het is een treffend voorbeeld van het decoratief denken in de rococoperiode. De geslaagde samenwerking tussen meubelmaker en orgelbouwer maakt het orgel zo uniek."

De restauratiekosten worden voor 60 procent betaald door de Vlaamse overheid en voor 20 procent door de provincie. De stad Aalst en de kerkfabriek nemen elk 10 procent voor hun rekening. Nog dit jaar wordt de dakbedekking van de kerk vernieuwd. Nadien worden de verlichting, geluidsinstallatie en de verwarming met vloerconvectoren aangepakt.

Foto: interieur van de Sint-Martinuskerk (Koen Demarsin - Erf-goed.be)
Bron: Het Nieuwsblad - 28 juli 2007

door Tijl | Erfgoed | Reacties (2)

28 juli 2007

Vrijwilligers en studenten gezocht voor opgraving Veldwezelt-Kesselt

Nog tot eind augustus doet de Eenheid prehistorische archeologie van de K.U.Leuven archeologisch onderzoek in het Limburgse Veldwezelt-Kesselt. Het gaat om de opgraving van een Midden-Pleistocene nederzetting. Voor deze opgraving is men nog op zoek naar studenten en vrijwilligers. Geinteresseerden kunnen contact opnemen met archeologe Ann Van Baelen op het nummer 0474/87.43.49.

Deze en andere oproepen zijn ook te vinden op de vrijwilligerspagina van ArcheoNet.

door Tijl | Opgravingen | Reacties (0)

Herkenrode viert oogstfeest op 20 augustus

Op 20 augustus, de verjaardag van het overlijden van Bernardus van Clairvaux in 1153, word je op de abdijsite van Herkenrode (Hasselt) vergast op een uitbundig oogstfeest, zoals men dat eeuwen geleden vierde. Het feest wordt dit jaar georganiseerd rond het thema ‘Van Veldeke’. Deelnemers kunnen eerst het pas gerestaureerde poortgebouw bezoeken, waarna op het neerhof een middeleeuws eetfestijn plaatsvindt. Meer info in deze uitnodiging.

door Tijl | Evenementen | Reacties (0)

27 juli 2007

VCM lanceert nieuwe projectoproep voor erfgoedverenigingen

VCM - Contactforum voor Erfgoedverenigingen vzw organiseert jaarlijks, op verzoek van de Vlaamse minister voor Onroerend Erfgoed, een projectoproep 20 x 1.500 euro ter ondersteuning van educatieve of sensibiliserende erfgoedprojecten. Op initiatief van minister Dirk Van Mechelen wordt deze oproep vanaf 2007 uitgebreid met een luik 10 x 10.000 euro voor professionele erfgoedverenigingen. Hiermee kunnen maximaal 10 projecten nu ook een subsidie van 10.000 euro ontvangen.

De subsidie wordt toegekend aan Vlaamse en Brusselse verenigingen die een duidelijke werking hebben met betrekking tot onroerend erfgoed in de brede zin. Samenwerkingsprojecten van diverse verenigingen komen eveneens in aanmerking en de kandidaten kunnen meer dan één project indienen. Voor de subsidie van 1.500 euro komen alleen verenigingen in aanmerking die werken met vrijwilligers en niet met betaald personeel. Het juridisch statuut speelt voor deze organisaties geen rol. Dus ook feitelijke verenigingen, kerkbesturen en lokale OMD-comités kunnen een project indienen. Feitelijke verenigingen moeten wel een bestaande en actieve werking kunnen aantonen. Erfgoedverenigingen met betaald personeel kunnen een dossier voor 10.000 euro indienen, op voorwaarde dat ze een rechtsstatuut (vzw of stichting) hebben en hun erfgoedwerking relevant is op Vlaams niveau.

Het ingediende project heeft betrekking op het brede spectrum van onroerend erfgoed: gebouwd erfgoed, landschappen, archeologie, varend erfgoed en heraldiek. Educatieve en sensibiliserende projecten rond rollend, rijdend en vliegend erfgoed komen vanaf dit jaar eveneens in aanmerking. Het project kan een publicatie zijn, een tentoonstelling, een studiedag, een brochure of andere informatiedrager, een originele ontsluitingsformule, een educatief initiatief, een erfgoedroute of -wandeling, een inventarisatie- of onderzoeksproject enzovoort. Onderhouds- en restauratieprojecten komen niet in aanmerking omdat hiervoor reeds specifieke subsidiemogelijkheden bestaan. De projecten dienen uitgevoerd te worden tussen 15 oktober 2007 en 31 december 2008. De subsidie kan alleen worden aangewend voor op stapel staande projecten. Reeds eerder gerealiseerde activiteiten en initiatieven komen niet in aanmerking. De basiswerking van de vereniging komt evenmin in aanmerking. De subsidie van 10.000 euro moet een essentiële bijdrage leveren tot de realisatie van het project. De eigen inbreng bedraagt minstens 10% van de projectkosten.

De inzendingen die aan de vormelijke voorwaarden voldoen, worden aan een onafhankelijke jury voorgelegd, die vervolgens de laureaten selecteert. Deze jury bestaat uit vertegenwoordigers van het middenveld en de Vlaamse administratie, aangevuld met externe deskundigen. De uiteindelijke keuze van de laureaten gebeurt door de Vlaamse minister bevoegd voor Onroerend Erfgoed. Essentieel bij de beoordeling zijn de originaliteit en kwaliteit van het project, de financiële en organisatorische haalbaarheid, de uitstraling bij het beoogde publiek en de mate waarin het project het maatschappelijk draagvlak voor de erfgoedzorg vergroot. Specifiek voor de oproep '10 x 10.000 euro' gaat veel aandacht naar publiekswerking, ontsluiting van de resultaten, relevantie op Vlaams niveau, het vernieuwend karakter en de voorbeeldfunctie. Projecten waarbij wordt samengewerkt met anderen dragen eveneens de voorkeur weg.

Praktisch: Om deel te nemen aan deze projectoproep vult u het kandidaatsformulier in. Dit is terug te vinden op de website www.vcmcontactforum.be. Uw project wordt beoordeeld op basis van dit formulier. Het is dus van belang het volledig, duidelijk en bondig in te vullen, zodat de jury een goed beeld krijgt van uw initiatief. Indien gewenst kan meer achtergrondinformatie, in de vorm van foto’s en andere (bij voorkeur digitale) bijlagen, het dossier versterken. Het volledige dossier dient u aangetekend op te sturen naar de VCM-coördinatiecel. De uiterste indieningsdatum is 25 september 2007. De laureaten worden op 12 oktober 2007 op de hoogte gebracht. Alle laureaten worden uitgenodigd op een prijsuitreiking in aanwezigheid van de minister.

door Tijl | Varia | Reacties (0)

Het mooiste dorp van Vlaanderen

Deze maand zijn de VRT en Toerisme Vlaanderen gestart met het project ‘de mooiste dorpen van Vlaanderen’, een crossmediale promotieactie waarmee Vlaanderen als vakantiebestemming in de kijker wordt gezet. Het startschot van deze actie werd gegeven door een zware eliminatieronde waarbij een vakjury de vijftig mooiste dorpen van Vlaanderen selecteerde. Nog tot 4 augustus kan iedereen op zijn favoriete dorp stemmen via www.hetmooistedorp.be.

Tijdens de preselectie werd door een vakjury een shortlist van vijftig mooie dorpen (tien per provincie) gedistilleerd aan de hand van volgende selectiecriteria:

a. pittoresk karakter: authentiek dorpsplein, kerk, coherente architectuur…
b. landelijke omgeving: groene omgeving, mooie vergezichten
c. historisch aspect: legendes & verhalen, historische figuren, rijk patrimonium, culturele activiteiten
d. Vlaams, Bourgondisch karakter: eten & drinken, feestelijkheden en evenementen
e. Toeristisch recreatieve activiteiten: mooie fiets- en wandelroutes, leuke musea

Nog tot 4 augustus kan iedereen op zijn favoriete dorp stemmen via www.hetmooistedorp.be. De vijftien dorpen met de meeste stemmen gaan door naar de finaleronde in 2008.

Wat deze verkiezing uniek maakt, is dat de dorpsbewoners zelf hun dorp kunnen promoten. Aan de hand van originele troeven, mooie plekjes en knap gemaakte beelden die ze zelf toevoegen, kunnen ze hun eigen dorp als 'het mooiste' profileren. Door deze werkwijze vergroten we niet alleen de betrokkenheid van het dorpelingen maar krijgen de bezoekers de beste tips om de dorpjes zelf te gaan ontdekken.

Uiteindelijk worden de vijftien mooiste dorpen van Vlaanderen in april/mei 2008 voorgesteld in een reeks van zes afleveringen op Vlaanderen Vakantieland. Het winnende mooiste dorp krijgt een extra uitzending in Vlaanderen Vakantieland. Tijdens de opnames in augustus 2007 kan je de ervaringen van de reporters volgen op een eigen weblog. D tv-reeks in 2008 zal ook ondersteund worden door een redactionele reeks op Radio 2 en in Het Nieuwsblad. Lannoo maakt tot slot een gloednieuwe uitgave met de vijftig mooiste dorpen gebundeld. Dit boek bevat onder andere toeristische informatie en zal midden mei 2008 verschijnen.

Praktisch: stemmen kan tot en met 4 augustus via www.hetmooistedorp.be

door Tijl | Varia | Reacties (8)

Brugge krijgt ongelijk over bescherming paviljoen Toyo Ito

De voorlopige bescherming van het paviljoen van Toyo Ito in Brugge blijft van kracht. Dat oordeelde de Raad van State. In maart besliste Vlaams minister Dirk Van Mechelen het omstreden paviljoen van de Japanse sterarchitect Toyo Ito op de Burg in Brugge voorlopig te beschermen als monument. De stad Brugge was van plan de constructie af te breken en legde zich niet bij de voorlopige bescherming neer. Ze stapte naar de Raad van State, maar krijgt geen gelijk.

De Raad van State vindt dat de stad Brugge niet wist aan te tonen dat zij een ernstig nadeel ondervindt van de voorlopige bescherming. Die procedure biedt immers alle partijen de kans hun standpunt toe te lichten. Pas na een grondig onderzoek kan de bescherming na een jaar definitief worden.

Het paviljoen van Toyo Ito op de Burg was een van de meest besproken projecten van Brugge 2002. Brugge was toen de Culturele Hoofdstad van Europa. Het paviljoen voegde een eigentijdse noot toe aan de eeuwenoude site en had daardoor een grote symbolische betekenis. Het was een tijdelijke constructie, maar zoals dat vaak gaat, bleef ze staan.

Minister Van Mechelen wil nu met de stad Brugge een 'volwassen dialoog' voeren. De gesprekken met de bevoegde schepen Mercedes Van Volcem zijn al begonnen.

Aansluitend artikel: Brugge wil paviljoen van Toyo Ito via rechter ontmantelen (3 mei 2007)
Bron: De Standaard - 27 juli 2007

door Tijl | Erfgoed | Reacties (0)

26 juli 2007

Al twee miljoen voor niet-beschermd erfgoed in Vlaams-Brabant

De provincie Vlaams-Brabant gaf op tien jaar al meer dan twee miljoen euro subsidies voor onderhoudswerken aan historisch waardevolle, maar niet beschermde gebouwen. Gedeputeerde Tom Troch maakte de cijfers bekend tijdens een bezoek aan de geuzebrouwerij De Troch in Wambeek (Ternat). Vlaams-Brabant is de enige Vlaamse provincie die onderhoudssubsidies geeft aan eigenaars van waardevolle, niet-beschermde gebouwen.

Brouwer Jos Raes kreeg de subsidie voor de herstelling van de dakgoten en de authentieke schoorsteen van de brouwerij. De brouwerijhoeve met classicistisch woonhuis werd zeven jaar geleden erkend als historisch waardevol. Dergelijke erkenning gebeurt op advies van een deskundige externe beoordelingscommissie.

Vlaams-Brabant is de enige Vlaamse provincie die onderhoudssubsidies geeft aan eigenaars van waardevolle, niet-beschermde gebouwen. "Een onderhoudspremie dekt altijd slechts een deel van de reële kosten. De eigenaar moet gemiddeld voor driekwart zelf instaan voor de uitgaven," zegt Troch vandaag in het Nieuwsblad. "Het aandeel van de provincie is vooral bedoeld om een kwaliteitsvolle herstelling te garanderen. Met een preventief beleid vermijden we later zware kosten aan ons waardevol patrimonium."

De provincie hecht bij de behandeling van de dossiers veel aandacht aan begeleiding van de aanvrager. "Een belangrijke voorwaarde om een subsidie te krijgen is een goed gefaseerd onderhoudsdossier met een maximaal behoud van de waardevolle elementen," aldus Troch.

Het aantal aanvragen uit Halle-Vilvoorde zit de jongste jaren in de lift, maar bedraagt nog steeds maar de helft van het aantal dossiers uit het arrondissement Leuven. Volgens Troch ligt dat wellicht aan het hogere aantal historische steden in die regio. De 230 aanvragers zijn verspreid over woonhuizen (95), kastelen (4), hoeves (29), kerkgebouwen (56), pastorieën (10) en kapellen (10). Daarnaast zijn er aanvragen van openbare besturen en scholen.

De meeste dossiers krijgen om de twee jaar een subsidie, sommige zelfs jaarlijks. De prioriteitenlijst en aanbevelingen van de Monumentenwacht wegen door. Zijn aandacht gaat vooral naar herstel van daken en regenwaterafvoer, vochtbestrijding, reiniging van gevels, onderhoud van buitenschrijnwerk en het bewerken van aangetast hout of metaal.

Externe link: Subsidiereglement voor het onderhoud van niet-beschermde waardevolle gebouwen
Bron: Het Nieuwsblad - 26 juli 2007

door Tijl | Erfgoed | Reacties (0)

24 juli 2007

Antwerpse stadsarcheologen onderzoeken Burchtgracht

De Antwerpse stadsarcheologen zullen dan toch een archeologisch onderzoek kunnen uitvoeren bij een nieuwbouwproject aan de Burchtgracht in Antwerpen. Dat heeft het stadsbestuur van Antwerpen beslist. Het onderzoek gebeurt in overleg met de bouwheer. Het bouwterrein bevindt zich ter hoogte van de middeleeuwse burchtmuur en de historische burchtgracht.

Op het perceel Burchtgracht 14 komt een nieuwbouwproject, waarbij een bestaand badhuis wordt gesloopt. De geplande sloop-, graaf- en funderingswerken bieden volgens het stadsbestuur een uitgelezen kans om deze archeologisch uitzonderlijk belangrijke plaats te onderzoeken.

De stenen burchtmuur werd rond 1200 opgetrokken op de plaats van een oudere, aarden omwalling. Deze burchtmuur is beschermd als monument en moet volledig bewaard blijven. De historische burchtgracht werd na de middeleeuwen gedempt en gedeeltelijk omgevormd tot rui. De stad Antwerpen voert het onderzoek uit en sluit hiervoor een overeenkomst met de bouwheer ‘Groep Blijweert nv’, die voldoende tijd en de nodige technische middelen voor het archeologisch onderzoek voorziet. De kosten van het onderzoek worden gedragen door de bouwheer en de stad.

Aansluitend artikel: "S.O.S. Bodemarchief middeleeuws Antwerpen" (28 juni 2007)
Bron: Stad Antwerpen

door Tijl | Opgravingen | Reacties (4)

11 miljoen voor Limburgs patrimonium

De Vlaamse overheid geeft 11 miljoen euro aan restauratiepremies voor monumenten in de provincie Limburg. Dat heeft Vlaams minister Dirk Van Mechelen (Open VLD) gisterenmiddag bekendgemaakt tijdens een werkbezoek aan Genk. Een groot deel van de premie gaat naar Tongeren dat over een aanzienlijk en waardevol patrimonium beschikt. Ook het stadhuis van Sint-Truiden (foto) zal worden aangepakt.

Verder gaat er een restauratiepremie van 1 miljoen euro naar het centraal magazijn op de oud-mijnsite van Winterslag, bij Genk. Daarin komen het atelier en de woning van porseleinkunstenaar Piet Stockmans. Het magazijngebouw zal volgend jaar in zijn oorspronkelijke staat hersteld worden. De renovatie van de binnenzijde van het gebouw krijgt een minimaal karakter waardoor het industriële erfgoed kan samensmelten met hedendaagse kunst.

Op de voormalige mijn komen verder creatieve projecten rond educatie, economie, cultuur, toerisme en recreatie. De site is in volle ontwikkeling en zou tegen 2010 af moeten zijn. Het hele project beoogt een tewerkstelling van 250 voltijdse banen en kost in totaal zowat 75 miljoen euro. De financiering gebeurt door private investeringen en publieke middelen, onder meer door het stadsbestuur van Genk.

Volgens burgemeester Jef Gabriels (CD&V) is de komst van Stockmans Blauw, het nieuwe atelier van de porseleinkunstenaar, een nieuwe stap in de omvorming van de voormalige mijnsite. Die site zal over vijf jaar helemaal heringericht zijn. Nu al zijn er een bioscoop en een fitnesscentrum gevestigd. Ook een ondergrondse parkeergarage is al klaar.

Externe link: www.c-mine.be
Foto: Luc Desager - Erf-goed.be
Bron: VRT nieuwsdienst / Het Nieuwsblad

door Tijl | Erfgoed | Reacties (0)

23 juli 2007

Leven en dood in een depressie: archeologische vondsten Kruishoutem

Kruishoutem_Moerasstraat_houtbouw_kleinst.jpgNaar aanleiding van een advies van R-O Vlaanderen, entiteit Onroerend Erfgoed is op 27 juni in de Moerasstraat te Kruishoutem een archeologisch noodonderzoek van start gegaan, uitgevoerd door het veldteam van PAM-Velzeke. De nederzettingssporen en funeraire structuren vertegenwoordigen een tot nog toe onbekende vindplaats binnen de brede en vondstrijke waaier van sites uit de pre- en protohistorie en uit de Romeinse tijd.

De opgravingen gebeuren door de veldploeg van het PAM-Velzeke. Het meer dan 1ha grote terrein is voorbestemd voor de inplanting van een rioolwaterzuiveringsinstallatie en fungeert tezelfdertijd als opslagplaats voor een 180 ton fysisch-chemisch te behandelen, niet-gevaarlijk slib. Enkel de westelijke, acuut bedreigde helft van het beoogde areaal komt in aanmerking voor opgraving; de oostelijke helft, voorbestemd als groenzone, werd ongemoeid gelaten.

Kruishoutem_Moerasstraat_houtbouw_klein.jpgDe sonderingssleuven leverden een positief resultaat op. Na overleg met NV Aquafin en aannemer Desodt (Boezinge) ging men over tot het openen van 3 grote ‘kijkvensters’; deze lieten toe 3 duidelijke concentraties van archeologische structuren af te bakenen. Het betrof overwegend paalsporen, kleinere kuilen en een circulaire gracht (klik op de afbeelding links voor een groter formaat). Enkele initieel gerecupereerde stukken aardewerk wezen in de richting van een occupatie uit de Metaaltijden. Ten einde de samenhang en volledigheid van de archeologische structuren beter te kunnen inschatten en te registreren ontdeed men het areaal over een grotere oppervlakte van de teelaarde.

Bij de noodopgravingen kwamen tientallen vuurstenen artefacten aan het licht, maar overwegend buiten context en verspreid over het terrein. Enkele geïdentificeerde stukken sluiten aan bij het Mesolithicum en het finaal-Neolithicum, doch doorgaans zijn de objecten zo weinig karakteristiek dat ze moeilijk kunnen gedateerd worden.

In de zuidoostelijke en noordwestelijke uithoek van het afgegraven terrein situeren zich clusters van ondiepe paalsporen. Vooral de zuidelijk gelegen concentratie weerspiegelt de configuratie van een ruime houten constructie, die in de huidige stand van het lopende onderzoek algemeen tot de IJzertijd wordt gerekend. Enkele kuilen van geringere afmetingen zijn er wellicht gelijktijdig mee. In het centrale deel van de op te graven sector tekent zich een cirkelvormige gracht van 1m breed en met een diameter van meer dan 8m. In de tot nog toe uitgegraven doorsnedes zien we een zwak spitsvormig profielverloop; vooral de bodemvulling onderscheidt zich door een sterke houtskoolconcentratie. Momenteel is de cirkel nog in volle opgraving : het luttele schervenmateriaal zou in richting van een datering in de Late Bronstijd wijzen. De associatie met een tiental meter noordelijker gelegen vlakgrafje met een fragmentarisch bewaarde urne en crematieresten wijst op de funeraire functie van deze cirkel.

Uit de Romeinse tijd stammen een 20-tal grote paalkuilen die met een exacte onderlinge afstand van 2m op één rechte, noordwest-zuidoost georiënteerde as gelegen zijn en deel uitmaakten van een monumentale palissade. Enkele aardewerkscherfjes uit de vulling laten op dit ogenblik slechts een ruime chronologische afbakening voor dit complex toe (1ste – 3de eeuw). Ook over de functie (defensief?) en uitgestrektheid van de Romeinse site tasten we in dit stadium van de opgravingen nog in het duister.

De nederzettingssporen en funeraire structuren in de Moerasstraat vertegenwoordigen een tot nog toe onbekende vindplaats binnen de brede en vondstrijke waaier van sites uit de pre- en protohistorie en uit de Romeinse tijd te Kruishoutem. In tegenstelling tot de overige locaties die zich voornamelijk op hogere ruggen bevinden, ligt de site van de Moerasstraat in een landschappelijke depressie en in de directe buurt van een beektracé. Ongetwijfeld speelden micro-topografische en bodemkundige overwegingen een doorslaggevende rol in de bestemming van dit gebied als woon- en begraafplaats.

Meer info: Johan Deschieter en Tineke De Wandel

door Johan | Opgravingen | Reacties (0)

Nieuwsflash Romeinse villa Merchtem

Afbeelding.jpg Sinds half juli onderzoeken een archeologisch team van de gemeente Merchtem en vrijwilligers de Romeinse villa achter de begraafplaats van Merchtem. De villa met bijgebouw is in mei onverwacht aan het licht gekomen tijdens een archeologisch proefsleuvenonderzoek op het terrein van het nieuwe sportcomplex te Dooren. De allereerste resultaten van de opgraving van het hoofdgebouw zijn bekend.

De opgraving van het hoofdgebouw van de villa wordt eind juli afgerond. In augustus en september zullen het bijgebouw en de omgeving van het hoofdgebouw nog worden onderzocht.
Het hoofdgebouw van ongeveer 38 bij 17 m is inmiddels volledig blootgelegd en heeft een volmaakt symmetrisch grondplan. Het is opgebouwd rond een grote zaal van niet minder dan 8 m breed en 28 m lang, waarschijnlijk een multifunctionele woon- en werkruimte. Langs de volledige lengte van de voorgevel loopt een zuilengalerij met 14 zuilen en in het midden een monumentale ingang. Aan de drie andere zijden wordt de grote zaal omgeven door in totaal 7 smalle kamertjes die mogelijk dienst deden als bergruimte en slaapvertrekken.

In latere tijden is het villagebouw grondig uitgebroken. De Balegemse kalkzandsteen van de muren werd grotendeels herbruikt in de Middeleeuwen. Alleen de funderingen uit kiezelsteentjes zijn volledig intact gebleven. Verder werden massa’s dakpannen aangetroffen, afkomstig van een pannendak dat in de grote zaal onderstut werd door zware houten pijlers. Deze houten pijlers zijn verkoold, wat aantoont dat het gebouw door brand is verwoest.

De vondsten worden in het najaar onderzocht, maar het is nu al duidelijk dat de bewoners in de 2de/3de eeuw leefden en een typisch Gallo-Romeinse levensstijl genoten. Ze maakten gebruik van terra sigillata, het Romeinse tafelservies bij uitstek. Dankzij amfoorscherven weten we dat het op het villadomein zelf verbouwd voedsel werd aangevuld met Zuid-Gallische wijn en Zuid-Spaanse olijfolie. Deze importprodukten werden ongetwijfeld aangevoerd via de Romeinse weg tussen Asse en Rumst, die ongeveer door het huidige centrum van Merchtem liep.

Meer info: Igor Van den Vonder (0495/13.78.18)

door Priscilla | Opgravingen | Reacties (0)

22 juli 2007

Oproep kandidaat-studenten Monumenten- en Landschapszorg

MLZ_muurschildering.bmpOmdat er elk jaar ongeveer een 30-tal studenten de studies van Monumenten- en Landschapszorg moeten aanvatten voert de opleiding een gerichte kennismakinspolitiek tijdens de zomerperiode. Kandidaten die geïnteresseerd zijn om de masteropleiding volgend academiejaar te volgen vinden alle informatie omtrent deze studies in een gedetailleerde flyer (pdf-bestand). Opleidingscoördinator Dirk Laporte wenst de toekomstige studenten in ieder geval nog een fijne zomervakantie toe.

MLZ_groep_klein.bmpDe opleiding Monumenten- en Landschapszorg beoogt een theoretisch inzicht en technische deskundigheid te verschaffen om het bouwkundig erfgoed zinvol te bewaren, te gebruiken en te integreren. De Master in de Monumenten- en Landschapszorg is sterk inter- en multidisciplinair georganiseerd: theoretische en technische disciplines, (kunst)historische, geografische en ecologische wetenschappen, economische, organisatorische en juridische aspecten, ze komen alle aan bod in een gevarieerd studieprogramma. Het belang van het bouwkundig erfgoed, de complexiteit van het werkveld, en de verantwoordelijkheden die er mee gemoeid zijn, eisen een streng wetenschappelijke aanpak die geen ruimte laat voor improvisatie of artistieke willekeur. De opleiding biedt hierbij een kritische leidraad en een gepaste methodologie.

In de flyer vindt u meer informatie betreffende wat de opleiding te bieden heeft, de toekomstmogelijkheden, toelatingsvoorwaarden en het volledige studieprogramma.

Er worden op dinsdag 11 en donderdag 13 september telkens om 18 uur informatiegesprekken betreffende de masteropleiding Monumenten- en Landschapszorg georganiseerd. Deze gaan door in de Mutsaardstraat 31 te Antwerpen, 1ste verdieping auditorium 1.29. Gelieve u voorafgaandelijk voor deze informatiegesprekken aan te melden per e-mail met vermelding van uw naam en vooropleiding.

Inschrijven voor de opleiding kan vanaf 27 augustus, elke werkdag van 9 tot 12u en van 13 tot 15u op het studentensecretariaat, Mutsaardstraat 31, 1ste verdieping. Het inschrijvingsgeld voor niet-beursstudenten bedraagt bij benadering 600 euro. Het openingscollege is gepland op dinsdag 18 september om 10u in Aula 3.

Voor meer informatie tijdens de zomervakantie kan u telefoneren naar de stafdocenten:
André De Naeyer (Tel.:03/231.62.00)
Dirk Laporte (Tel.: 09/225.75.77)
Linda Van Langendonck (Tel.: 015/41.20.01)

hier kunt u de flyer downloaden (pdf-bestand).

door Johan | Jeugd | Reacties (0)

Projectcoördinator Red Star Line gezocht

Antwerpen_Red_Star_Line3_klein.JPGDe Stad Antwerpen werft op voltijdse basis een coördinator aan voor het Red Star Line project. De gebouwen van deze historische rederij werden opgekocht met de bedoeling ze om te vormen tot een gedenkplek, gewijd aan de miljoenen emigranten die hun geluk gingen zoeken in Amerika. De kandidaat staat in voor de coördinatie en realisatie van het project en randactiviteiten.

Het Red Star Line project is één van de belangrijke culturele projecten met groot toeristisch potentieel van de stad Antwerpen. De gebouwen van de rederij - die miljoenen passagiers van Europa naar de VS vervoerde vanaf 1872 tot 1934 - zijn gelegen op het Eilandje, een gebied in volle ontwikkeling. De stad kocht deze gebouwen aan om ze om te vormen tot een gedenkplek van de Red Star Line en de emigratie. Ondertussen werd een architectuurontwerp geselecteerd en een inhoudelijke conceptnota afgewerkt.

Antwerpen_Red_Star_Line_banner.jpg

Omschrijving

U staat in voor de coördinatie en de realisatie van het project Red Star Line, inclusief evenementen en andere randactiviteiten. Het project heeft vijf grote facetten:

- architectuur
- inhoud
- marketing en communicatie; evenementen en randactiviteiten
- fondsenwerving
- budgetbeheer; exploitatie

U coördineert het projectteam, organiseert regelmatig overleg en staat in voor planning en voortgangsrapportage. U werkt nauw samen met de verantwoordelijken voor architectuur en inhoud. Op het vlak van marketing, communicatie, evenementen en randactiviteiten, en in het bijzonder op het vlak van fondsenwerving, neemt u taken en verantwoordelijkheden op.

U beheert het budget, volgt de uitgaven/inkomsten nauwgezet op en bereidt de exploitatie voor.

U rapporteert op regelmatige basis aan de algemeen directeur musea en werkt nauw samen met de diensten Publieksbeleid en Collectiebeleid / Behoud en Beheer.

U werkt binnen de context van de stad Antwerpen. U volgt steeds correct de daarbij horende administratieve procedures.

Profiel

- U bent een goede organisator met een praktische ingesteldheid
- U bent communicatief en diplomatisch
- U bent een teamplayer
- U hebt administratief inzicht en bent nauwgezet
- U kan zelfstandig werken en neemt gemakkelijk initiatieven
- U bent flexibel ingesteld
- U bent stressbestendig en beschikt over een probleemoplossend vermogen
- U hebt ervaring met budgetbeheer
- U bent meertalig (NL, FR, ENG)
- U hebt affiniteit met de stad Antwerpen en haar werking

Voorwaarden

- U behaalde een master diploma (universitair of hoger onderwijs lange type).
- U hebt aantoonbare ervaring met projectleiding.

Aanbod

De stedelijke vzw Musea en Erfgoed Antwerpen biedt u voltijds contract van onbepaalde duur vanaf september (streefdatum). Het brutoloon stemt overeen met de weddenschaal A1a bij de stad Antwerpen, waarbij rekening gehouden wordt met uw relevante anciënniteit. Het voltijds aanvangsbrutomaandloon bedraagt minimaal 2549,53 euro, aangevuld met maaltijdcheques en hospitalisatieverzekering. Het arbeidscontract volgt het Paritair Comité 329, sociaal-culturele sector.

Interesse?

Hebt u interesse voor deze vacature, bezorg dan uiterlijk op 25 juli 2007 om 14.00 uur uw kandidatuur met:

- sollicitatiebrief, met uw motivatie
- uitgebreid cv, waaruit blijkt dat u voldoet aan de voorwaarden
- een kopie van uw diploma
- een getuigschrift van goed zedelijk gedrag (niet ouder dan 3 maanden). Indien u dit getuigschrift niet tijdig kan bekomen, vermeldt u dit en bezorgt u het van zodra u het hebt ontvangen.

Uw kandidatuur richt u aan Rita Vanwetswinkel, Musea, Bewaarbibliotheken en Erfgoed / Stafdienst, Falconrui 53 te 2000 Antwerpen. U kan u kandidatuur per post of per mail bezorgen.

Meer info: Rita Vanwetswinkel: Tel.: 03 206 03 82 - Fax: 03 206 03 70
Afbeeldingen: Red Star Line

door Johan | Vacatures | Reacties (0)

20 juli 2007

Derde Landschapscontactdag ziet het bos door de bomen

Ename_Landschapscontactdag2.jpgDe landschapscontactdag brengt specialisten en geïnteresseerden samen die actief zijn op het gebied van de historische studie van landschappen en van aanverwante disciplines zoals archeologie, bodemkunde, geschiedenis,... De derde editie van deze contactdag vindt plaats in Domein De Kluis in het Meerdaalwoud-Heverleebos, provincie Brabant op woensdag 31 oktober 2007.

Ename_Landschapscontactdag3.jpgDoelstelling van de contactdag is de voorstelling van lopend onderzoek op het vlak van de historische studie van landschappen en landschapselementen. Dit is het derde initiatief van de oprichting van een landschapscontactgroep over de landsgrenzen heen, een informele contactgroep, zonder institutionele inrichting, zonder lidmaatschappen, ledenbijdragen, enz.,... Bedoeling is contact te leggen, informatie en kennis uit te wisselen over wat er gebeurt in de hedendaagse wereld van de historische landschapsstudie.

De locatie in het Meerdaalwoud nodigt uit om dit jaar speciale aandacht te hebben voor het bos als landschap. Andere lopende onderzoeken die aan bod komen, gaan over volkstuintjes, historische kernen, landschapsatlas,…

U kunt de poster van het evenement hier downloaden (pdf-bestand).

De prijs voor deelname aan deze contactdag bedraagt 15 euro. Op de website kan u zich binnenkort online inschrijven.

Namens het organiserend comité: Vrije Universiteit Brussel, Katholieke Universiteit Leuven, Universiteit Gent, Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed, Vlaamse Landmaatschappij, Instituut voor Natuur- en BosOnderzoek, Agentschap voor Natuur en Bos, Ename Expertisecentrum voor Erfgoedontsluiting vzw en de Stad Oudenaarde.

Meer info: het programma en de praktische info vindt U op de website van het Ename Expertisecentrum voor Erfgoedontsluiting vzw. Onder de rubriek voorbije evenementen kan u de bijdragen nalezen van de vorige landschapscontactdagen.

door Johan | Congressen | Reacties (0)

19 juli 2007

WENDEprijs schenkt aandacht aan waardevolle restauraties

Wende_prijs_winnaar_detail_klein.jpgWerkgroep Erfgoed Nevele en Deelgemeenten (WENDE) heeft op 6 juli haar eerste WENDEprijs uitgereikt, een beloning voor restauraties met een blik op de toekomst. Het is een vrij uniek initiatief. De eerste prijs, met een waarde van 750 euro, ging dit jaar naar de Reibroekstraat 85 in Hansbeke. Het is de bedoeling om deze WENDEprijs tweejaarlijks uit te reiken en zo eigenaars van patrimonium een hart onder de riem te steken.

Wende_prijs_winnaar.jpgHet bouwkundig erfgoed van Nevele wordt voornamelijk gevormd door de talrijke langshoevetjes. Zij liggen gezaaid over het Nevelse landschap. Even zoveel kleine huisjes vormden in symbiose de aanpalende dorpen. De laatste jaren zijn er echter veel tegen de vlakte gegaan: bouwrijp terrein maken voor economisch verantwoorde nieuwbouw. Eigenaardig genoeg bevatten de nieuwe bouwsels, in de vorm van een fermette of een woning in pastoriestijl, een "nostalgisch geladen heimwee naar vroeger". De bescheiden vormentaal van weleer wordt er onbezield en onbeschaamd toegepast. In het bijzonder over deze fel uitgedunde groep, ooit bewoond door wevers en andere eenvoudige ambachtsmensen, maakt de werkgroep Wende zich zorgen.

Bij het toekennen van de nominaties heeft WENDE dit jaar zijn aandacht vooral laten gaan naar deze groep. De criteria die voor de nominaties van verdienstelijk restauratie in rekening gebracht werden, zijn de volgende:

* In welke mate blijft na de restauratie de evolutie van het gebouw afleesbaar?
* In welke mate zet de restauratie de evolutie van het gebouw op harmonische wijze verder?
* In welke mate is door die restaurerende ingreep het gebouw aangepast en opgewassen tegen zijn nieuwe realiteit?

Bij de beoordeling heeft de werkgroep Wende de restauraties bovendien getoetst aan de sleutelbegrippen authenticiteit, respect voor het gegeven, levensvatbaarheid, eerlijkheid en harmonie.

Meer info: Wergroep Nevele en Deelgemeenten

door Johan | Erfgoed | Reacties (0)

Nieuwe vacatures in de Nederlandse archeologie

Logo%27s.bmpBAAC bv is een onderzoeks- en adviesbureau op het gebied van cultuurhistorie dat een sterk groei heeft doorgemaakt. Ze gaan op zoek naar een nieuwe enthousiaste collega die het team kan komen versterken als projectleider archeologisch vooronderzoek. Het Gelders Genootschap is een vereniging van de Gelderse gemeenten. Zij adviseert haar leden over ruimtelijke kwaliteit van de omgeving. Het genootschap werft binnen haar sector 'Cultuurhistorie' een senior archeoloog aan.

U kunt de volledige vacatures nalezen in de SNA-vacaturebank.

door Johan | Vacatures | Reacties (0)

Onderhoudspremie maalvaardige molens verdubbeld

De onderhoudspremie voor maalvaardige molens die opengesteld worden voor het publiek, wordt verdubbeld van 40 naar 80 procent. Dat heeft de Vlaamse Regering beslist. Het is de bedoeling om de nieuwe regeling met terugwerkende kracht te laten gelden voor alle molendossiers die vanaf 2006 administratief ontvankelijk zijn verklaard. Liefhebbers van molens kunnen deze avond trouwens een bezoek brengen aan de pas gerestaureerde zolders van de Kazandmolen in Rumbeke.

De regeling voor de onderhoudspremies werd in 1992 door de Vlaamse overheid ingevoerd. In 2004 werd het toepassingsveld ervan fors uitgebreid. De dubbele onderhoudspremie
voor werkzaamheden aan bepaalde monumenten, was toen een van de opvallende nieuwe elementen. Deze dubbele premie was eigenlijk gebaseerd op de bijzondere restauratiepremie, die kan worden toegekend aan prive-eigenaars. Deze bijzondere premie kan worden toegekend aan monumenten zonder economisch nut, zogenaamde ZEN-monumenten. Deze ZEN-monumenten moeten zichtbaar zijn vanaf de openbare weg, of permanent toegankelijk voor het publiek. Dat maakt dat ZEN-monumenten een quasi-openbaar statuut hebben, hoewel ze privébezit zijn.

Voor molens werd voor de bijzondere restauratiepremie een uitzondering gemaakt, aangezien malen als een winstgevende economische activiteit kan worden geïnterpreteerd. Ook voor het nieuwe onderhoudspremiebesluit was de bedoeling om in een gelijkaardige uitzondering te voorzien, maar door een vergetelheid van de decreetgever gebeurde dit niet. Als gevolg hiervan konden maalvaardige molens in principe maar beroep doen op een tussenkomst van 40 procent in de onderhoudskosten in plaats van de voorziene 80 procent. Dit probleem werd onder andere door de vereniging Levende Molens aangekaart bij minister Van Mechelen. Door het nieuwe besluit van de Vlaamse Regering komt er nu dus een einde aan deze situatie. Dit besluit is nu ter goedkeuring voorgelegd aan de Raad van State.

Liefhebbers van molens kunnen deze avond trouwens een exclusief bezoek brengen aan de Kazandmolen in Rumbeke (Roeselare), de enig overgebleven staakmolen van de dertien Rumbeekse molens die er ooit stonden. Hij werd gebouwd in 1773 en in 1944 beschermd. De Gidsenkring Roeselare organiseert vandaag om 19 uur en op zondag 5 augustus om 14.30 uur een geleid bezoek aan de pas gerestaureerde vijf zolders van de Kazandmolen. Afspraak in de Mandellaan 548.

Foto: de Zorgvlietmolen in Molenbeersel (Kinrooi), een van de molens die centraal staan tijdens de Molenfeesten in Molenbeersel van 27 tot 29 juli (Rob Simons - Erf-goed.be)

door Tijl | Erfgoed | Reacties (0)

18 juli 2007

Restauratie Spaanse kapel in Dadizele pas voor volgend jaar

De geplande restauratie van de Spaanse kapel in het West-Vlaamse Dadizele (Moorslede) is nog niet voor morgen. Het renovatiedossier wordt dit jaar afgewerkt. Zonder tegenslagen heeft de opknapbeurt in 2008 plaats. Het achthoekige bouwwerkje op de hoek van de Beselarestraat en de Geluwestraat dateert uit het begin van de 18de eeuw. Het was de dertiende statie van de grote ommegang rond Dadizele.

De Spaanse kapel aan de hoek van de Beselare- en Geluwestraat in Dadizele is eigendom van de gemeente Moorslede. De kapel in barokstijl uit de achttiende eeuw werd tijdens de Eerste Wereldoorlog vernield en later heropgebouwd. De Spaanse kapel draagt sinds 1976 de titel van beschermd monument. In 1979 werd de kapel een eerste keer gerestaureerd.

Omdat de opknapbeurt niet direct voor voldoening zorgde, zette de gemeente in 1999 op vraag van VVV Dadizele een nieuwe renovatie op de agenda. In datzelfde jaar werd al een architect aangesteld. Maar de dure factuur veroorzaakte vertraging. De oppositiefractie klaagde het aanslepende dossier voor de tweede keer aan tijdens de gemeenteraad. Mia Wyffels (Visie '06): "Het erfgoed verdient het om dringend in ere te worden hersteld."

"De architect die de renovatie van de Spaanse kapel onder zijn hoede heeft, was in de laatste weken druk bezig met het bouwdossier voor de polyvalente zaal, eveneens in Dadizele. Daardoor verdween het restauratieproject voor de Spaanse kapel een beetje op de achtergrond," repliceerde voorzitter van de gemeenteraad Guido Ghekiere (Groep A).

"We zitten evenwel niet stil," ging schepen van Informatie Rik Bekaert (Groep A) verder. "Maar het gaat om een beschermd monument en dus moeten we een administratieve procedure volgen om een beroep te kunnen doen op een subsidie van hoger hand. Onlangs moesten we een kleurenstudie laten uitvoeren voor de schilderwerken. Dat is ondertussen achter de rug en kreeg ook al een goed rapport van Monumentenzorg. Het renovatiedossier wordt dit jaar stap voor stap afgewerkt. Zonder tegenslagen gaat de renovatie in 2008 van start."

Foto: Gemeente Moorslede. We zoeken nog goede foto's van de kapel en andere beschermde monumenten in Moorslede voor onze website Erf-goed.be. Bijdragen zijn welkom op vlaamserfgoed@gmail.com.
Bron: Het Nieuwsblad - 18 juli 2007

door Tijl | Erfgoed | Reacties (0)

17 juli 2007

Opmerkelijke bomen op Brusselse bewaarlijst

De Brusselse regering heeft de procedure opgestart om 23 opmerkelijke bomen op te nemen op de bewaarlijst. Momenteel zijn 75 bomen in het Brussels Gewest definitief beschermd. Tot op heden zijn in het Brussels Gewest al meer dan vijfduizend opmerkelijke bomen in een inventaris opgenomen. Die werden onder meer via infrarood luchtfoto's opgespoord en geanalyseerd door de Directie Monumenten en Landschappen.

Bij de nieuwe bomen op de bewaarlijst zitten onder meer een uitzonderlijke grote gingko in Schaarbeek en een plataan met een van de grootste omtrekken in het gewest over alle soorten heen. In Sint-Gillis gaat het om een rode eik van meer dan achttien meter uit de tijd van de aanleg van de Defacqwijk, in Elsene om een Noorse esdoorn die met zijn atypische vorm met dubbele stam en met zijn goed ontwikkelde kroon als het ware een groenscherm vormt die een belangrijke landschapsbepalende rol vervult.

De GIS-applicatie met de geinventariseerde bomen is te consulteren via deze link.

Meer info: www.bomen.irisnet.be.

door Tijl | Erfgoed | Reacties (0)

Gratis rondleidingen in Onze-Lieve-Vrouwekerk Temse

In de Onze-Lieve-Vrouwekerk van Temse hebben op zondagen 5 en 19 augustus en 2 en 16 september telkens om 14u30 gegidste rondleidingen plaats. De rondleidingen zijn gratis en duren ongeveer 1 uur. Sinds 2002 is de kerk tijdens het toeristisch hoogseizoen vrij toegankelijk in de weekends. De bezoekers krijgen bovendien extra info over de historiek en de kunstschatten aan de hand van een videovertoning.

De dekenale kerk van Temse-centrum behoort tot de mooiste en best onderhouden kerken van Vlaanderen. Het gotisch gedeelte van de Onze-Lieve-Vrouwekerk is gegroeid rond een Romaanse kerk, waarvan het ontstaan teruggaat tot de 11de eeuw. Opgravingen in 1979 brachten de halfronde Romaanse absis aan het licht. Jozef Poppe, jongere broer van priester Poppe, noemde de kerk 'de kathedraal van het Waasland'. Ze doet ook dienst als museum van de kunstenaarsfamilie Nijs.

Sinds 2002 is de kerk tijdens het toeristisch hoogseizoen vrij toegankelijk in de weekends. Dat is ook nu weer het geval. De bezoekers krijgen bovendien extra info over de historiek en de kunstschatten aan de hand van een videovertoning.
Er is vrije toegang van vrijdag 15 juni tot en met zondag 16 september:

* vrijdag (marktdag): 8-12 uur
* zaterdag en zondag: 10-12 en 14-16 uur

Nieuw: gegidste rondleidingen
Elke eerste en derde zondag van augustus en september vinden, telkens van 14.30 tot 15.30 uur, gratis rondleidingen plaats o.l.v. een deskundige gids. Men dient niet vooraf in te schrijven. De data zijn 5 en 19 augustus en 2 en 16 september.

Meer info: museum@temse.be
Foto: Francois Van Nerum - Erf-goed.be

door Tijl | Evenementen | Reacties (0)

15 juli 2007

Benefiet-BBQ Kelemantia

picto%20kelemantia.jpgHet eerste deel van de jaarlijkse campagne op de site van het Romeinse castellum Kelemantia (Slovakije) werd net succesvol afgerond. Iedereen die er meer over wil vernemen kan op 28 juli aanstaande naar de benefiet-BBQ komen in Hoeselt. Het project Kelemantia heeft nog steeds jullie steun nodig! Vanaf 16.00u is iedereen welkom, een korte lezing zal gegeven worden om 16.30u. Inschrijven kan nog tot 20 juli met bijgevoegd inschrijvingsformulier.

Download hier het inschrijvingsformulier (pdf).

door Priscilla | Evenementen | Reacties (0)

14 juli 2007

Opgravingscampagne Lommel-Maatheide van start

Deze week ging - voor het vijde opeenvolgende jaar - een nieuwe opgravingscampagne op de prehistorische vindplaats van Lommel-Maatheide van start. Het archeologisch onderzoek loopt nog tot 27 juli en staat onder leiding van Ferdi Geerts van Erfgoed Lommel. Marc De Bie en Marijn Van Gils blijven de wetenschappelijke supervisie uitoefenen.

De opgravingen kunnen gevolgd worden op deze weblog.

door Tijl | Opgravingen | Reacties (0)

Zevende volume 'Archeologie in Vlaanderen' integraal online

Ondertussen bouwt het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed (VIOE) zijn Open Archief van VIOE-publicaties verder uit. Momenteel wordt de volledige reeks 'Archeologie in Vlaanderen', het vroegere VIOE-tijdschrift, toegevoegd aan het Open Archief. Sinds deze week is - naast de nummers 1, 5, 6 en 8 - ook het zevende volume in deze illustere reeks integraal beschikbaar. Binnenkort worden ook de nummers 2, 3 en 4 toegevoegd, waardoor de hele reeks raadpleegbaar zal zijn.

In het zevende nummer vind je onder meer bijdragen over Gallo-Romeinse graven in Zingem, vroegmiddeleeuwse nederzettingssporen in Sint-Andries en Ettelgem, en archeologisch noodonderzoek in Zandvoorde (Oostende). Daarnaast kom je meer te weten over de introductie van het konijn in de Lage Landen, laat- en postmiddeleeuws leer uit Walraversijde, en muntdepots in Geel en Tongeren. De volledige inhoudsopgave kun je bekijken op deze pagina.

Externe link: OAR, het Open Archief van VIOE-publicaties

door Tijl | Publicaties | Reacties (0)

13 juli 2007

Archeologisch bodemonderzoek zonder graafwerken in Snellegem

Snellegem_georadar.bmpDeze zomer vormt het Westvlaamse Snellegem voor even de navel van het moderne archeologische onderzoek, aangezien een internationaal team wetenschappers er hun niet-bodemverstorende technieken zullen komen uitoefenen. Georadarspecialisten uit Slowakije, Britse en Duitse bodemdeskundigen en onderzoekers uit Israël gaan er immers in samenwerking met de Vrije Universiteit Brussel de oudste kerkfasen van Snellegem opspeuren.

Tijdens de maand augustus zal een internationaal team van archeologen en natuurwetenschappers neerstrijken in het dorpje Snellegem (deelgemeente van het Westvlaamse Jabbeke). Een gemengd team onderzoekers van de Vrije Universiteit Brussel en het Nitra-instituut (Slowakije) zal in de Romaanse kerk van Snellegem met een georadar de funderingen van oudere kerkfasen trachten op te sporen. Bodemdeskundigen uit Duitsland en Groot-Brittannië gaan ondertussen op zoek naar verstoringen in de samenstelling van de bodem die zouden kunnen wijzen op artisanale activiteiten in relatie tot de vroegmiddeleeuwse gebouwen. Van die gebouwen was al eerder aangetoond dat ze behoorden tot een Karolingisch kroondomein uit de 9e eeuw. Onderzoekers uit Tel-Aviv (Israël) komen de bodem onderzoeken met een electrospectrometer op zoek naar restanten van vroeger grondgebruik. Deze expertise werd tot nu toe vooral toegepast op archeologische sites in het Midden-Oosten en wordt nu voor het eerst in Noordwest-Europa uitgetest.

Daarnaast zullen de onderzoekers ook de micromorfologie van de bodem in kaart brengen. Graafwerken komen er dus niet aan te pas. Daarmee is dit onderzoek is een mooi voorbeeld van de manier om natuurwetenschappen en humane wetenschappen te integreren in de landschaps- en nederzettingsontwikkeling van de middeleeuwse kustvlakte.

Het onderzoek in Snellegem gebeurt onder leiding van archeoloog Dries Tys van de Vrije Universiteit Brussel. Het spitst zich toe op het centrum van het Karolingische kroondomein van Snellegem. Het bijzondere aan dit onderzoek is dat er een maximum aan niet-bodemverstorende natuurwetenschappen worden gecombineerd om tot een archeologischebeeldvorming te komen. Een gelijkaardig onderzoek vond plaats in de zomer van 2006. Een team van de Vrije Universiteit Brussel, Harvard en Frankfurt voerde toen magnetometrisch onderzoek uit in het centrum van Snellegem. Magnetometrisch onderzoek houdt in dat de verstoringen in het magnetische veld, veroorzaakt door ovens, structuren, verbrand materiaal, grachten enz…door middel van sensoren worden gemeten en in kaart gebracht. Op die manier kwamen in het centrum van Snellegem een reeks belangrijke archeologische sporen aan het licht, zoals een groep van vroegmiddeleeuwse gebouwplattegronden en de omwalling van een kasteelsite. De vroegmiddeleeuwse gebouwplattegronden staan vermoedelijk in relatie tot de aanwezigheid van het koninklijk domein in Snellegem in de 9de eeuw. De kasteelsite is meer dan waarschijnlijk de 11de-eeuwse feodale opvolger van het centrum van het kroondomein.

Omwille van de succesvolle campagne in 2006 werd er besloten om verder te gaan, niet alleen door het areaal uit te breiden waarop magnetometrisch onderzoek zal plaatsvinden, maar vooral ook door de resultaten van het onderzoek te gaan integreren met een reeks andere niet-bodemverstorende onderzoeksmethoden, aangedragen door onderzoekers uit heel Europa.

Meer info: Prof. Dries Tys (Vakgroep Kunstwetenschappen & Archeologie) - Tel. 02/629.25.84
Aansluitend artikel: Internationaal team voert geofysische prospectie uit in Snellegem
Afbeelding: Akademos (informatiemagazine van de VUB), februari 2007

door Johan | Opgravingen | Reacties (5)

Menselijke resten bij de wolweverskapel aan Gentse Kouter

Gent_Kouter_Kaat_klein.jpgIn deze vierde en laatste nieuwsbrief van de archeologen van Ruben Willaert bvba (lees hier nieuwsbrieven 1, 2 en 3) wordt er dieper ingegaan op de vondst van vijf skeletten op de Gentse Kouter. Deze vijf volwassen individuen behoorden wellicht tot de gilde van de wolwevers, die de toestemming gekregen hadden hun eigen begraafplaats in te richten. Op basis van de stratigrafische positie kunnen de skeletten wellicht in de late 16de tot 18de eeuw gedateerd worden.

Gent_Kouter_overzicht_skeletten.jpgOp de wolweverssite, die momenteel herontwikkeld wordt door Fortis Real Estate Development nv, werden ten zuidwesten van de kapel vijf skeletten in anatomisch verband aangetroffen (zie afbeelding links). De vondst van de skeletten bevestigt de geschreven bronnen, die vermelden dat er zich ten zuiden van de kapel een begraafplaats bevond. Godshuizen hadden normaal gezien geen parochierechten, dus mochten ze ook geen eigen begraafplaats aanleggen. Sommige machtige gilden, zoals dat van de wolwevers, slaagden er evenwel in hiervoor toch toestemming te krijgen. De wolwevers kregen deze toestemming reeds in 1375. De vondst van de skeletten leidt tot enkele interessante vraagstellingen. De wevers kwamen immers in het godshuis terecht omdat ze oud of ziek waren. We weten bovendien ook welk beroep ze hebben uitgeoefend. Voorlopig werden enkel de basisgegevens onderzocht (leeftijd, lengte, geslacht); dit basisonderzoek en eventueel toekomstig pathologisch onderzoek zou de aanwezigheid van bejaarde en zieke individuen kunnen bevestigen, beroepsziektes kunnen vaststellen, levensstandaard van de ambachtslui bekijken enz...

Gent_Kouter_Kaat.jpgDe skeletten werden ingezameld en onderzocht door fysisch antropologe Kaat Maesen (zie afbeelding rechts). Hiervoor werden extra middelen voorzien door de bouwheer. Enkele skeletten bleken vrij recent verstoord te zijn, vermoedelijk tijdens het einde van de 19de / begin 20ste eeuw. Een stuk van het terrein werd in deze periode ca 1,5 m t.o.v. het huidige straatniveau manueel afgegraven. Mogelijk moeten deze graafwerken in verband gebracht worden met de bouw van het oude bankgebouw (ca. 1910) op deze site. Eén graf was reeds vroeger verstoord, door oversnijding van een jonger graf. Dit fenomeen is typisch in kerkhofcontexten. Indien graven al gemarkeerd werden, gebeurde dit met bvb. houten kruisen, waardoor men al vlug niet meer wist waar er zich al dan niet graven bevonden. Wanneer een oud graf werd aangesneden bij het delven van een nieuw graf, werd het oude skelet gewoon aan de kant geschoven. Naast de resten in anatomisch verband werd er ook heel wat zwerfmateriaal verzameld; dit materiaal was afkomstig van minimaal twee individuen.

Slechts rond twee skeletten kon een aflijning vastgesteld worden. Of deze aflijning verband houdt met het graven van de grafkuil of met de vergane kist of plank, is niet helemaal duidelijk. Zowel boven als tussen de skeletten zijn spijkers gevonden, maar deze leken zich niet in situ te bevinden. Rond en tussen de skeletten kwamen eveneens speldjes voor, wat er zou kunnen op wijzen dat de overledenen in een lijkwade begraven zijn. Alle skeletten lagen op hun rug, met het hoofd in het westen en de voeten in het oosten, volgens de gangbare christelijke tradities. Bij alle individuen lagen de bovenarmen naast het lichaam; de onderarmen lagen ofwel uitgestrekt naast het lichaam ofwel op het bekken. Eén skelet droeg een metalen ring aan de rechterhand. Deze was in zeer slechte bewaringstoestand.

Gent_Kouter_skelet4.jpgOndanks de verstoring bleek tijdens de fysisch antropologische analyse dat meer dan 80% van het skeletmateriaal bewaard gebleven was. Verder macroscopisch onderzoek wees uit dat het botmateriaal erg broos en verweerd was met frequent voorkomende breuken, die zich hebben voorgedaan na het intreden van de dood. Vier van de vijf individuen waren van het mannelijke geslacht en hadden een gemiddelde lengte van 1,71 m. De grootste man was 1,73 m en de kleinste man 1,64 m. Drie van de vier mannen waren tussen de 40 en 50 jaar oud en één man was tussen 30 en 45 jaar oud. Dit bevestigt alvast de aanwezigheid van vooral oudere individuen. 50 jaar was immers een respectabele leeftijd in deze periode! Voor één individu kon door de onvolledigheid van het skeletmateriaal geen geslacht of lichaamslengte worden bepaald. Deze persoon werd minstens 25 jaar oud geschat.
Op basis van de diepte van de begravingen werden de skeletten in de late 16de tot 18de eeuw gedateerd. Grafkuilen worden immers zowat één tot anderhalve meter diep uitgegraven. Deze skeletten lagen ongeveer anderhalve meter onder het huidige straatniveau, en het is pas vanaf de 16de of 17de eeuw dat het loopniveau ongeveer overeenkomt met het huidig straatniveau. Ook het jongste aardewerk uit de opvulling rond en tussen de graven, dateert uit de 16de en 17de eeuw. Het laatmiddeleeuwse aardewerk dat zich eveneens in deze laag bevond, is ongetwijfeld vergraven residueel materiaal.

De opgraving is ondertussen afgerond. Nieuwsbrieven en foto’s blijven te zien op de website van de Gentse Dienst Stadsarcheologie en binnenkort ook op de website van Ruben Willaert bvba.

Meer info: Janiek Degryse en Jessica Vandevelde - email

door Johan | Opgravingen | Reacties (2)

12 juli 2007

Archeologen Zonder Grenzen: een jaar in York

AZG_PJD_klein.jpgHet jaar van archeoloog Pieterjan Deckers in York, waar hij aan de universiteit een master by research heeft gevolgd, loopt nu stilaan ten einde. Zijn onderzoek concentreerde zich op de kuststreek van het vroeg-middeleeuwse Noordoost-Engeland. Voor ArcheoNet Vlaanderen schrijft hij graag een aantal bedenkingen neer vanuit een land dat enerzijds zo dichtbij is, maar qua mentaliteit vaak bijzonder veraf staat.

Lees Pieterjans verslag uit Engeland

door Johan | Archeologen Zonder Grenzen | Reacties (0)

Geschiedenis van de dorst

De mens – zo stelde Plinius de Oudere al in de eerste eeuw – is het enige wezen dat drinkt ook als het geen dorst heeft… Bij uitgeverij Davidsfonds/Leuven verscheen onlangs een originele cultuurgeschiedenis over het drankgebruik in de Lage Landen, vanaf het begin van onze tijdsrekening tot nu. Raymond van Uytven verdiepte zich in literaire en ambtelijke teksten en serveert in 'Geschiedenis van de dorst' interessante historische weetjes over dranken.

Water, wijn, bier, brandewijn, jenever, pils, frisdrank en de exotische indringers chocolade, koffie en thee: door de geschiedenis heen hebben alle mogelijke dranken elkaar bestreden om de gunst van de ‘drinker’. Maar wie dronk wat? En waarom? Water en bier voor de armen, wijn voor de rijken? Koffie voor de heren, thee voor de dames?

Deze originele cultuurgeschiedenis neemt als leidraad de concurrentiestrijd tussen de verschillende soorten dranken en dompelt de lezer onder in het drankgebruik van de Lage Landen, vanaf het begin van onze tijdsrekening tot nu.

Raymond van Uytven, hoogleraar em. geschiedenis aan de Universiteit Antwerpen en de K.U.Leuven, publiceerde reeds verschillende succesvolle standaardwerken over de middeleeuwen. Voor dit boek verdiepte hij zich in literaire en ambtelijke teksten over dranken en serveert de lezer interessante historische weetjes.

Praktisch: 'Geschiedenis van de dorst' (292 p., € 29,95) werd uitgegeven bij het Davidsfonds

door Tijl | Publicaties | Reacties (0)

Geuzentoren te Ronse wordt opnieuw toegankelijk voor het publiek

Het Agentschap voor Natuur en Bos van de Vlaamse overheid heeft in Ronse 33,5 hectare privébos gekocht. Daardoor wordt het publiek toegankelijke deel van het Muziekbos in één klap ruim drie keer zo groot. Wat het bos uniek maakt, is de aanwezigheid van de Geuzentoren, een gekanteelde negentiende-eeuwse toren in ijzerzandsteen, een Gallo-Romeinse grafheuvel en een oude bospoel.


Voor de aanzienlijke aankoop was het vrij toegankelijke Muziekbos 13,5hectare groot. Voortaan is het domein 47hectare groot.

'Het bos ligt op een getuigenheuvel in het glooiende landschap van de Vlaamse Ardennen', zegt Patrick Verheye van Natuur en Bos. 'Het is een gemengd bos, bestaande uit eiken- en beukenbos op een complex van klei-, zand en leemlagen, met naaldhoutbos op de zanderige toppen. Wat het uniek maakt, is de aanwezigheid van de Geuzentoren, een gekanteelde negentiende-eeuwse toren in ijzerzandsteen, evenals een Gallo-Romeinse grafheuvel en een oude bospoel.'

'Deze uitbreiding van het openbaar bosareaal biedt vele mogelijkheden voor de ontwikkeling naar een bos met diverse functies, zoals de gedeeltelijke openstelling voor wandelaars met aansluiting op het bestaande bosleerpad, het streven naar herstel van waardevolle vegetaties en aandacht voor de bescherming van onder andere de bronlibel, de hazelworm en de levendbarende hagedis. We gaan ook bekijken of we de lorken die na WOII zijn aangeplant, kunnen vervangen door inheemse soorten.'

Voor de wandelaar bleef het mysterieuze deel rond de Geuzentoren decennialang afgesloten. Alleen kwajongens die zich niets aantrokken van de schrikdraad kwamen nog in de buurt van het uitkijktorentje.

Stadsgids Isabelle De Vleeshauwer dook in de boeken om de geschiedenis van het bizarre bouwwerk te achterhalen. 'Eigenlijk weten we er bitter weinig over', zegt ze. 'Het zou gebouwd zijn door ene M. Scribe in 1864. De toenmalige eigenaar van het bos liet zich wellicht meeslepen door de mode van de tijd om gekke bouwwerken op te trekken. In Engeland zijn wel meer van die dingen terug te vinden. Voor hem had het echter wel degelijk een functie: hij nam geregeld de houten draaitrap om boven van het uitzicht te gaan genieten. Dat kan nu niet meer, want de bomen zijn zodanig gegroeid dat ze het uitzicht langs alle kanten belemmeren. Bovendien is de trap levensgevaarlijk.'

Er is een bijzonder leuke geschiedenis aan het olijke torentje verbonden. 'Aangetrokken door Cécile Ameye van het Nitterveld kwamen hier omstreeks de eeuwwisseling geregeld kunstenaars van de natuur genieten', vertelt Isabelle. 'Valerius De Saedeleer en Herman Teirlinck vonden hier hun inspiratiebronnen. Ook Omer Wattez kwam hier met zijn Antwerpse literaire vriend Pol De Mont wandelen. Het is op een van hun tochten dat ze de toren beklommen en de naam Vlaamse Ardennen bedachten.'

Het Agentschap voor Natuur en Bos wil onderzoeken hoe het de geboorteplaats van de Vlaamse Ardennen en de historische grafheuvel best kan ontsluiten.

door Johan | Erfgoed | Reacties (0)

11 juli 2007

JCW-vondstverwerkingsdriedaagse in Sint-Katelijne-Waver

JCW_logo.bmpVan 28 tot 30 oktober 2007 organiseert Jeugd, Cultuur en Wetenschap (JCW) een vondstverwerkingsdriedaagse voor jongeren van 12 tot 15 jaar. Deze speelse inleiding tot het archeologische werk gaat door in Sint-Katelijne-Waver (provincie Antwerpen) en gebeurt in nauwe samenwerking met de stedelijke archeologen van Mechelen. Overnachtingen met uitdagend avondprogramma vinden plaats in het prachtige natuurreservaat Roosendael

Vertoef drie dagen met JCW op het domein Roosendael in Sint-Katelijne-Waver, waar je de Mechelse archeologen kunt helpen met het verwerken van allerlei archeologische vondsten. Zo duik je aan de hand van enkele goedbewaarde zeefstalen recht de middeleeuwen in en ontdek je de eet- en leefgewoonten van onze voorouders. De avonden worden doorgebracht in een zijvleugel van een groot landhuis. Temidden van een adembenemende omgeving met natuurreservaat en beschermde monumenten, kun je je nestelen voor de open haard, of praten op het parkterras over cultureel-wetenschappelijke koetjes en kalfjes. In ieder geval worden ook 's avonds een hoop actieve spelen georganiseerd.

Voor wie: 12 - 15 jaar
Waar: Sint-Katelijne-Waver
Prijs: € 75 (leden: € 71,00)
Code: 7091

Meer info: JCW-website

door Johan | Jeugd | Reacties (0)

10 juli 2007

Vacature fysisch geograaf of archeoloog bij ADC-Archeoprojecten

ADC_foto.bmpHet Archeologisch Diensten Centrum, een archeologisch kantoor met vestiging te Amersfoort (Nl.), gaat op zoek naar een fysisch geograaf of archeoloog voor het opstarten, aansturen en opleveren van projecten van binnen uit. De kandidaat beschikt over minstens drie jaar werkervaring in de archeologische prospectie, een grondige kennis van de KNA en van de Nederlanse archeologische bodem en is in het bezit van een rijbewijs B.

U kunt de volledige vacature hier downloaden (pdf-bestand).

door Johan | Vacatures | Reacties (0)

Vacature voor projectleider in opleiding

proefsleuven.jpgHet Regionaal Archeologisch Archiverings Project (RAAP) is een archeologisch adviesbureau. Zij zoeken voor een positie in oost-Nederland een projectleider in opleiding (PLiO). Enthousiaste archeologen met weinig leidinggevende ervaring kunnen na een jaar doorstromen tot projectleider. Een mooie kans voor pasafgestudeerden. Reageren voor 15 juli.

Lees hier de vacature na in de SNA-vacaturebank.

door Priscilla | Vacatures | Reacties (0)

9 juli 2007

Debat 'Behoud en bestemming religieus erfgoed' in Borgloon

Borgloon_Odiliaschrijn2_detail.jpgBorgloon en meer in het algemeen de provincie Limburg beschikken over een groot religieus patrimonium. Over de vraag hoe en wat er behouden kan worden, wordt er op zondag 15 juli om 11u gedebatteerd in Ter Poorte (Mariënhof). Voor het debat van start gaat wordt er een geleide erfgoedwandeling georganiseerd die om 10u vertrekt aan de kerk van Kerniel.

Het kerkelijke patrimonium verliest steeds meer haar oorspronkelijke religieuze functie in onze huidige maatschappij. Hoe kunnen we dit religieuze erfgoed behouden, wat moeten we behouden en wat is haar bestemming in de maatschappij van de toekomst? Over deze vragen wordt gedebatteerd met o. a. Jozef Legrand (beeldend kunstenaar) en Lieve Schaubroeck (artistiek directrice AMUZ). Moderator is Johan Van Cauwenberge (Klara).

Afbeelding:
"Moord op de 11.000 maagden", detail Sint-Odiliaschrijn, Klooster Kolen (Kerniel) (nieuwsbronnen.com)
Klik op de foto voor een grotere afbeelding.

door Johan | Erfgoed | Reacties (1)

Vacature projectarcheoloog aardgastraject Zandhoven-Zoersel

Turnhout_Ravelskamp_Fluxys_klein.jpgIn het kader van de aanleg van de aardgasvervoerleiding Zandhoven-Zoersel (7 km) zal bouwheer Fluxys nv 1 archeoloog aanwerven om de werken te begeleiden. De aanwerving van de archeoloog zal gebeuren via een interimbureau. De startdatum van de werken is vastgelegd op 30 juli 2007, de voorlopige einddatum is op 31 augustus voorzien. Indien u geïnteresseerd bent, dient u voor 20 juli 2007 te reageren.

Het is aangewezen dat de archeoloog over een wagen beschikt om zich gedurende de duur van de werken te kunnen verplaatsen. Het Vlaams Instituut voor het Archeologisch Erfgoed (VIOE) neemt de wetenschappelijke begeleiding van de werken op zich.

Gelieve uw sollicitatiebrief en CV op te sturen naar onderstaand adres:

Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap
Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed.
T.a.v. Rica Annaert
Phoenixgebouw 1e verdieping
Koning Albert II-laan 19, bus 5
1210 Brussel

door Johan | Vacatures | Reacties (0)

Vaubantoren in Dikkebus (Ieper) net op tijd hersteld

Ieper_Dikkebus_Vaubantoren_klein.JPGDrie weken geleden stortte een deel van de vloer van de Vaubantoren te Dikkebus in tijdens een try-out van de Ieperse Nocturnes, de theaterwandelingen die de hele zomer lopen en gisteravond in première gingen. Centrale figuur in de Nocturnes is de Franse vestingbouwer Vauban, die dit jaar precies 300 jaar geleden overleed. De technische dienst van de stad Ieper heeft de oude vloer volledig uitgebroken en vervangen door een nieuwe houten vloer.

Op de dijk langsheen Dikkebusvijver staat de Vaubantoren uit 1648 (architect Sébastien Vauban), een robuust bouwwerk met valsluis die de watertoevoer naar Ieper kan regelen. Vauban was een Franse generaal, vestingbouwkundige voor Lodewijk XIV en maarschalk van Frankrijk. De Toren is een onderdeel van de vestingen. Nu wordt de Vaubantoren voornamelijk gebruikt als kleine kunstgalerij.

Dit jaar speelde het bouwwerk dus een centrale rol binnen de Ieperse theaterwandelingen Nocturnes. Eén van de scènes speelt zich in de toren af, maar de vloer stortte drie weken geleden in. Gisteravond konden de Nocturnes dus weer gebruik maken van de Vaubantoren. De theaterwandelingen zijn overigens volledig uitverkocht.

Bron: Het Nieuwsblad - Het Vijverhuis
Afbeelding: Luk Dombrechts - De Bron vzw

door Johan | Erfgoed | Reacties (0)

8 juli 2007

Vrijwilligers gezocht voor opgraving aan Flanders Expo

KLAD_FlandersExpo_vrijwilligers.jpgDe Universiteit Gent en de Gentse Dienst Stadsarcheologie gaan samenwerken voor de opgraving van een landelijke nederzetting, met sporen uit de Metaaltijden en Romeinse tijd, aan de Flanders Expo te Gent. Archeologen Caroline Ryssaert en Johan Hoorne gaan nog op zoek naar stagestudenten die voor een minimum van vijf dagen kunnen deelnemen aan de opgraving. De opgraving loopt van 9 juli tot 20 augustus en is gemakkelijk bereikbaar met het openbaar vervoer. Gelieve vooraf aan te melden per email.

door Johan | Vrijwilligers | Reacties (1)

'Zeven nieuwe wereldwonderen' voorgesteld

macchu.jpgGisterenavond werden in Lissabon met veel vertoon de 'zeven nieuwe wereldwonderen' voorgesteld. De Chinese Muur, Petra in Jordanië, het standbeeld 'Christus de Verlosser' in Rio de Janeiro, de Inca-ruïnes van Machu Picchu in Peru, de oude Maya-site van Chichen-Itza in Mexico, het Colosseum te Rome en de Taj Mahal in India mogen zich in hun nieuwe status verheugen. De piramiden van Gizeh, het enige antieke wereldwonder, viel buiten de prijzen. Niet iedereen is echter blij met de verkiezing.

De verkiezing van de zeven nieuwe wereldwonderen was een initiatief van de Zwitserse cineast Bernard Weber, als reactie op de vernietiging van de Grote Boeddha's van Bamiyan in Afghanistan in 2001. Met de prijskamp wil hij naar eigen zeggen de wereld bewust maken van de gevaren die ons gemeenschappelijk erfgoed bedreigen. De nieuwe media, zoals internet, maken het volgens hem mogelijk belangrijk erfgoed onder 'gemeenschappelijk toezicht' te plaatsen, en ze op die manier voor vernieling te behoeden. Via de website konden geïnteresseerden ook geld doneren. Vijftig procent daarvan zou besteed worden aan de heropbouw van de grootste boeddha in Bamiyan.

In totaal brachten meer dan honderd miljoen mensen hun stem uit voor de zeven nieuwe wereldwonderen. Iedere kiezer kreeg zeven stemmen, dit om nationalistisch stemgedrag te vermijden. Niettemin lieten vooral Latijns-Amerikaanse en Aziatische kiezers massaal hun stem horen, zodat al op voorhand vaststond dat vooral 'hun' erfgoed bij de winnaars zou eindigen. De prijzen werden inderdaad mooi tussen de twee continenten verdeeld: de Chinese Muur, de Petra-site in Jordanië (foto), het standbeeld 'Christus de Verlosser' in Rio de Janeiro, de Inca-ruïnes van Machu Picchu in Peru, de oude Maya-site van Chichen-Itza in Mexico en de Taj Mahal in India mogen zich sinds gisteren nieuw wereldwonder noemen. Europa heeft er met het Colosseum in Rome een nieuwe aanwinst bij.

petra.jpgOpvallende verliezers waren de piramide van Gizeh. De Egyptische autoriteiten hadden de voorbije maanden al furieus gereageerd op de verkiezing, en ondermeer Weber de toegang tot de piramiden ontzegd toen die aan de voet daarvan een persconferentie wou geven. Caïro vond het ontoelaatbaar dat de piramiden, als het enige antieke wereldwonder onder de deelnemers, nog moest strijden om een plaats onder de nieuwe wereldwonderen. De niet-verkiezing zal de Egyptische gemoederen ongetwijfeld nog heviger doen oplaaien.

Ondanks de volksfeesten die rondom de meeste van de uitverkoren sites ontstonden, zijn lang niet alle lokale autoriteiten gelukkig met de verkiezingsoverwinning. De nieuwe toeristenstromen die de nieuwe wereldwonderen ongetwijfeld mogen verwachten hypothekeren de met grote moeite bereikte compromissen omtrent het duurzaam beheer van de archeologisch en kunsthistorisch bijzonder waardevolle sites. Plekken als Machu Picchu (foto inleiding) kunnen onmogelijk nog meer toeristen aan. Hoe paradoxaal het op het eerste zicht mag klinken, is de vrees reëel dat de verkiezing als wereldwonder uiteindelijk nefast zal blijken voor het voortbestaan van de site.

Ook UNESCO neemt afstand van het initiatief. In 2006 zat de voormalige directeur-generaal van de VN-geleding, Federico Mayor, nog het panel voor dat de eenentwintig eindfinalisten had verkozen. In een verklaring op haar website verduidelijkt UNESCO echter nogmaals dat er geen enkele band bestaat tussen haar en de verkiezingen. Ze hekelt de mediatisering van de hele verkiezingsshow, en wijst erop dat de verkozen monumenten slechts werden gekozen omwille van hun sentimentele of emblematische waarde, en niet op basis van wetenschappelijke criteria. Ze wijst dan ook elke vergelijking met de UNESCO Lijst van Werelderfgoed van de hand. Tenslotte stelt de organisatie zich vragen bij de representatieve waarde van de lijst van nieuwe wereldwonderen: ze reflecteert alleen de mening van diegenen met toegang tot internet, en geenszins van de ganse wereld.

Externe links:
New 7 Wonders - officiële site van de verkiezing van de nieuwe wereldwonderen
UNESCO
Machu Picchu Under Threat From Pressures of Tourism (National Geographic)

door Bart | Internationaal | Reacties (0)

6 juli 2007

Kerkschatten te bezichtigen in Tongerse Sint-Janskerk

Tongeren_Sint-Janskerk_klein.jpgMaandag 9 juli om 19 u kunt U in de Sint-Janskerk te Tongeren de voorstelling van de rijke inboedel bijwonen. Dit project van Artuatuca 2007 gebeurt in samenwerking met de Erfgoedcel Tongeren, die instaat voor de inventarisatie van deze kerkschatten. Naderhand wordt U vergast op een optreden van het Huelgas Ensemble onder leiding van Paul van Nevel.

De Sint-Janskerk werd waarschijnlijk gesticht door de leerlooiers die er zorg voor droegen dat de kerk aan hun patroon St-Jan werd toegewijd. De oorspronkelijke kerk bestond reeds in 1205. Tussen de 17de en 19de eeuw bouwde men op dezelfde locatie een nieuwe kerk. De inboedel bevat tal van waardevolle kunstvoorwerpen. Na de O.L.Vrouwekerk en de verdwenen St.-Niklaaskerk werd ze in de 19de eeuw de derde parochiekerk van Tongeren.

Reeds van bij de aanvang van het erfgoedconvenant houdt de Erfgoedcel Tongeren zich bezig met de inventarisatie en ontsluiting van de kerkschatten van Tongeren, zowel van het stadscentrum als van de deelgemeenten. Het is één van de pijlers waarop de erfgoedwerking gestoeld werd. De Erfgoedcel heeft zich daarom tot doel gesteld elk jaar het patrimonium van één kerk uit het centrum en één kerk in de deelgemeentes te inventariseren. In 2007 wordt het materiële erfgoed van de Sint-Janskerk in het centrum en de Sint-Hubertuskerk van Henis geïnventariseerd. De definitieve inventarissen van beide kerken zullen in samenwerking met het Stadsarchief en de Dienst Cultuur van Tongeren voorgesteld worden in het najaar van 2007.

Bron: Artuatuca, Stad Tongeren, Erfgoedcel Tongeren
Afbeelding: Stad Tongeren

door Johan | Erfgoed | Reacties (1)

Het godshuis van de wolwevers op de Gentse Kouter

Gent_Kouter_straat_kleinst.JPGOp de archeologische site langs de Kleinvleeshuissteeg in Gent, naast de Wolweverskapel, werden de voorbije maanden heel wat resten teruggevonden van het godshuis waar het gilde der wolwevers sinds de late middeleeuwen zijn oude en zieke leden onderdak verschafte. Voorafgaand aan de nieuwbouw werd de zone rond de kapel op advies van de Gentse Dienst Stadsarcheologie onderzocht door de archeologen van Ruben Willaert bvba.

Gent_Kouter_straat_klein.jpgIn een vorige nieuwsbrief werd reeds bericht over de intacte 13de-eeuwse kelder in natuursteen, die zich ten westen van de zogenaamde middeleeuwse keuken bevond. De oorspronkelijke zoldering van deze kelder werd in de loop van de 14de/15de eeuw vervangen door een bakstenen tongewelf. Verder onderzoek heeft aangetoond dat in dezelfde periode ook ingrijpende aanpassingen gebeurd zijn in de zone bovenop het bakstenen tongewelf, m.a.w. het laatmiddeleeuwse loopniveau. Bovenop de 13de-eeuwse keldermuren bleken nieuwe bakstenen muren gebouwd te zijn, die dezelfde oriëntatie hadden als de onderliggende keldermuren. Ook een bakstenen vloerniveau, dat zich net boven het bakstenen tongewelf bevond, behoort tot deze laatmiddeleeuwse aanpassingen. In de oostelijke sleufwand konden zelfs twee tot drie opeenvolgende loopniveaus vastgesteld worden. In de geschreven bronnen is reeds vanaf het begin van de 14de eeuw sprake van een godshuis van de wolwevers op deze plaats. Men mag er wellicht van uitgaan dat deze laatmiddeleeuwse resten reeds tot het godshuis behoorden, maar er bleef te weinig van het muurwerk bewaard om er een plattegrond of gebouwstructuur in te ontdekken.

Wel werd een goed bewaard stuk straat of bestraat erf ontdekt (afbeelding linksboven), ten westen aansluitend op de bakstenen muurresten. De straat was aangelegd met schilfers Doornikse kalksteen en smalle stukken veldsteen. Een rij geprofileerde stukken witsteen (vermoedelijk Balegemse kalkzandsteen) vormden een goot, waarvan de eerste steen als een soort afvoer schuin tegen de bakstenen muurresten was gezet.

Gent_Kouter_westmuur_klein.jpgNet ten zuiden van deze 13de-eeuwse natuurstenen kelder werd een tweede kelder aangetroffen (afbeelding links), waarvan de volledige plattegrond (4,5 bij 4,5 m groot) onderzocht kon worden. De kelder was opgebouwd uit bakstenen van zeer groot formaat (30 bij 14,5 bij 7 cm). Het formaat van de bakstenen suggereert dat ook deze kelder in de 13de eeuw te dateren is. Interessant is de vaststelling dat beide kelders niet tegen elkaar gebouwd zijn: tussen beide structuren bevindt zich een ruimte van ca. 1 m. Dit kan erop wijzen dat de grens tussen beide kelders een oude perceelsgrens is. Ter hoogte van de ZO-hoek van de zuidelijke 13e-eeuwse kelder sloot een ondiep gefundeerde muur aan, die vermoedelijk eveneens als een erfscheidingsmuur geïnterpreteerd kan worden. In de oostmuur van deze kelder waren twee kleine nissen ingewerkt.

Gent_Kouter_kelder_%20klein.jpgTen zuiden van de hierboven beschreven 13de-eeuwse bakstenen kelder bevond zich een jongere bakstenen kelder (afbeelding links). Deze werd op basis van het baksteenformaat in de 14de/15de eeuw gedateerd, en was 4 bij 4,6 m groot. Het tongewelf dat de kelder overdekte was reeds vroeger afgebroken. Deze kelder had twee grote muurnissen, één in de oostmuur en een kleinere in de westmuur. Deze dienden wellicht als opslagruimte. In de noordmuur was een dichtgemaakt deuropening te zien; mogelijk vertrok hier oorspronkelijk een houten trap naar de gelijkvloerse verdieping. De zuidmuur van deze kelder was erg schuin georiënteerd ten opzichte van de parallelle zijmuren. Ook dit wijst mogelijk op een oude perceelsgrens. Deze jongere kelder werd met de 13de-eeuwse bakstenen kelder verbonden d.m.v. spaarbogen. De reden hiervoor was wellicht een oude, opgevulde gracht in de 13de-eeuwse akker die op deze plaats mogelijk een zwakke plek vormde in de bodem.

De opeenvolging van oude perceelsgrenzen geeft ons een inzicht in het ontstaan van het godshuis. Mogelijk is het godshuis ontstaan door de aankoop (of gift) van één pand met omliggend erf, en is het geheel door verdere aankooppolitiek steeds verder uitgebreid met de naastgelegen erven en percelen. Ongetwijfeld werden de bestaande gebouwen gewoon in het geheel ingepast.

In de eerste helft van de 17de eeuw (zeker vóór 1641) werd volledig tabula rasa gemaakt met het middeleeuwse gebouwenbestand en werd een volledig nieuw complex opgericht, waarbij geen rekening meer gehouden werd met de middeleeuwse perceelsgrenzen. De natuurstenen kelder bleef bestaan, maar de nieuwe muren volgen het oude plattegrond niet meer. Van dit nieuwe complex werden de voor- en zijgevel teruggevonden, een mogelijke traptoren en het de benedenbouw van een grote kamer met haard. De voorgevel was onderaan afgewerkt met een plint in Doornikse kalksteen. Opvallend is dat ook het gebouwtje ten westen van de kapel, traditioneel geïnterpreteerd als de gemeenschappelijke keuken of warmkamer van het laatmiddeleeuws godshuis, tot deze jongere fase bleek te behoren. Het gebouwtje dateert uit de eerste helft van de 17de eeuw, en niet uit de late middeleeuwen zoals totnogtoe gedacht.

Tot slot werden een vijftal skeletten aangetroffen ten zuidwesten van de kapel. Uit geschreven bronnen weten we dat het godshuis een eigen begraafplaats had, inderdaad ten zuiden van de kapel. Gelet op de geringe diepte waarop de skeletten zich bevonden, dateren ze wellicht uit de 16de of 17de eeuw. Meer informatie over deze vondst in een volgende nieuwsbrief.

De terreinen tussen de Kouter en de Ketelvest worden momenteel herontwikkeld door Fortis Real Estate Development nv.

Meer info: Janiek De Gryse & Jessica Vandevelde - email

door Johan | Opgravingen | Reacties (0)

Unieke muurschilderingen in Antwerpse kathedraal gerestaureerd

De voorbije jaren heeft een conservatieploeg van het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed (VIOE) een aantal muur- en gewelfschilderingen in de Antwerpse O.L.V.-kathedraal gerestaureerd. De voorstellingen op de gewelven van de O.-L.-V.-Lofkapel bleken vrij ongewoon voor een religieuze context: zogenaamde 'grotesken', die hun oorsprong kenden in de Italiaanse renaissance. Dirk Van Mechelen kon woensdag kennismaken met de resultaten van de restauratie.

De Antwerpse kathedraal, de grootste kerk van de Nederlanden, werd gebouwd in Brabantse gotiek vanaf het begin van de 15de eeuw, en was van bij het begin onderverdeeld in kleinere ‘kapellen’. Die kapellen, die soms niet meer waren dan een ruimte tussen vier pijlers, dus zonder muur, werden toegewezen aan de talrijke gilden, ambachten en broederschappen van de stad Antwerpen. Die maakten er een erezaak van om de hun toegekende ruimte zo fraai mogelijk te versieren met retabels die aanvankelijk gebeeldhouwd waren en later geschilderd, en altaren. Dat alles werd dan omheind met een kunstig hekwerk en uiteindelijk versierd met schitterende muur- en gewelfschilderingen. Aan de aard van de gebruikte pigmenten en de kwaliteit van het schilderwerk kon het prestige van de vereniging worden afgeleid. De belangrijkste broederschappen waren de Venerabel (rechts) en de Onze-Lieve-Vrouw-Lof (links).

De conservatieploeg van het VIOE startte in oktober 2004 met een proefrestauratie om de haalbaarheid van een behandeling in te schatten en restauratietechnieken en -producten uit te testen. De schilderingen waren nog door verschillende kalklagen bedekt. Eerste werk bestond er dus i