HomeKalenderForumContactLinks

Archeologen Zonder Grenzen: een jaar in York | Archeologisch bodemonderzoek zonder graafwerken in Snellegem

13 juli 2007

Menselijke resten bij de wolweverskapel aan Gentse Kouter

Gent_Kouter_Kaat_klein.jpgIn deze vierde en laatste nieuwsbrief van de archeologen van Ruben Willaert bvba (lees hier nieuwsbrieven 1, 2 en 3) wordt er dieper ingegaan op de vondst van vijf skeletten op de Gentse Kouter. Deze vijf volwassen individuen behoorden wellicht tot de gilde van de wolwevers, die de toestemming gekregen hadden hun eigen begraafplaats in te richten. Op basis van de stratigrafische positie kunnen de skeletten wellicht in de late 16de tot 18de eeuw gedateerd worden.

Gent_Kouter_overzicht_skeletten.jpgOp de wolweverssite, die momenteel herontwikkeld wordt door Fortis Real Estate Development nv, werden ten zuidwesten van de kapel vijf skeletten in anatomisch verband aangetroffen (zie afbeelding links). De vondst van de skeletten bevestigt de geschreven bronnen, die vermelden dat er zich ten zuiden van de kapel een begraafplaats bevond. Godshuizen hadden normaal gezien geen parochierechten, dus mochten ze ook geen eigen begraafplaats aanleggen. Sommige machtige gilden, zoals dat van de wolwevers, slaagden er evenwel in hiervoor toch toestemming te krijgen. De wolwevers kregen deze toestemming reeds in 1375. De vondst van de skeletten leidt tot enkele interessante vraagstellingen. De wevers kwamen immers in het godshuis terecht omdat ze oud of ziek waren. We weten bovendien ook welk beroep ze hebben uitgeoefend. Voorlopig werden enkel de basisgegevens onderzocht (leeftijd, lengte, geslacht); dit basisonderzoek en eventueel toekomstig pathologisch onderzoek zou de aanwezigheid van bejaarde en zieke individuen kunnen bevestigen, beroepsziektes kunnen vaststellen, levensstandaard van de ambachtslui bekijken enz...

Gent_Kouter_Kaat.jpgDe skeletten werden ingezameld en onderzocht door fysisch antropologe Kaat Maesen (zie afbeelding rechts). Hiervoor werden extra middelen voorzien door de bouwheer. Enkele skeletten bleken vrij recent verstoord te zijn, vermoedelijk tijdens het einde van de 19de / begin 20ste eeuw. Een stuk van het terrein werd in deze periode ca 1,5 m t.o.v. het huidige straatniveau manueel afgegraven. Mogelijk moeten deze graafwerken in verband gebracht worden met de bouw van het oude bankgebouw (ca. 1910) op deze site. Eén graf was reeds vroeger verstoord, door oversnijding van een jonger graf. Dit fenomeen is typisch in kerkhofcontexten. Indien graven al gemarkeerd werden, gebeurde dit met bvb. houten kruisen, waardoor men al vlug niet meer wist waar er zich al dan niet graven bevonden. Wanneer een oud graf werd aangesneden bij het delven van een nieuw graf, werd het oude skelet gewoon aan de kant geschoven. Naast de resten in anatomisch verband werd er ook heel wat zwerfmateriaal verzameld; dit materiaal was afkomstig van minimaal twee individuen.

Slechts rond twee skeletten kon een aflijning vastgesteld worden. Of deze aflijning verband houdt met het graven van de grafkuil of met de vergane kist of plank, is niet helemaal duidelijk. Zowel boven als tussen de skeletten zijn spijkers gevonden, maar deze leken zich niet in situ te bevinden. Rond en tussen de skeletten kwamen eveneens speldjes voor, wat er zou kunnen op wijzen dat de overledenen in een lijkwade begraven zijn. Alle skeletten lagen op hun rug, met het hoofd in het westen en de voeten in het oosten, volgens de gangbare christelijke tradities. Bij alle individuen lagen de bovenarmen naast het lichaam; de onderarmen lagen ofwel uitgestrekt naast het lichaam ofwel op het bekken. Eén skelet droeg een metalen ring aan de rechterhand. Deze was in zeer slechte bewaringstoestand.

Gent_Kouter_skelet4.jpgOndanks de verstoring bleek tijdens de fysisch antropologische analyse dat meer dan 80% van het skeletmateriaal bewaard gebleven was. Verder macroscopisch onderzoek wees uit dat het botmateriaal erg broos en verweerd was met frequent voorkomende breuken, die zich hebben voorgedaan na het intreden van de dood. Vier van de vijf individuen waren van het mannelijke geslacht en hadden een gemiddelde lengte van 1,71 m. De grootste man was 1,73 m en de kleinste man 1,64 m. Drie van de vier mannen waren tussen de 40 en 50 jaar oud en één man was tussen 30 en 45 jaar oud. Dit bevestigt alvast de aanwezigheid van vooral oudere individuen. 50 jaar was immers een respectabele leeftijd in deze periode! Voor één individu kon door de onvolledigheid van het skeletmateriaal geen geslacht of lichaamslengte worden bepaald. Deze persoon werd minstens 25 jaar oud geschat.
Op basis van de diepte van de begravingen werden de skeletten in de late 16de tot 18de eeuw gedateerd. Grafkuilen worden immers zowat één tot anderhalve meter diep uitgegraven. Deze skeletten lagen ongeveer anderhalve meter onder het huidige straatniveau, en het is pas vanaf de 16de of 17de eeuw dat het loopniveau ongeveer overeenkomt met het huidig straatniveau. Ook het jongste aardewerk uit de opvulling rond en tussen de graven, dateert uit de 16de en 17de eeuw. Het laatmiddeleeuwse aardewerk dat zich eveneens in deze laag bevond, is ongetwijfeld vergraven residueel materiaal.

De opgraving is ondertussen afgerond. Nieuwsbrieven en foto’s blijven te zien op de website van de Gentse Dienst Stadsarcheologie en binnenkort ook op de website van Ruben Willaert bvba.

Meer info: Janiek Degryse en Jessica Vandevelde - email

door Johan | Opgravingen | Reacties (2)

Reageer op dit bericht

bewijzen voor een zogenaamde lijkwade kan soms ook gevonden worden in de positie van de armen. Een lijkwade drukte de armen immers dicht tegen het lichaam...

door T. op 19 juli 2007 16:00

"...kwamen eveneens speldjes voor, wat er zou kunnen op wijzen dat de overledenen in een lijkwade begraven zijn..."
De "zou kunnen" is hier inderdaad wel op z'n plaats. De aanwezigheid van speldjes in grafcontexten kan, maar hoeft niet noodzakelijk te wijzen op een begraving in een lijkwade. Speldjes werden vroeger ook vaak gebruikt in kledij en haartooi. Zie hiervoor oa : Danièle Alexandre-Bidon (dir.), Cécile Treffort (dir.), À Réveiller les morts. La mort au quotidien dans l'Occident médiéval, Lyon, Presses universitaires, 1993 ; 2e éd. , 1995

door marc op 19 juli 2007 11:16




Remember Me?

(you may use HTML tags for style)