HomeKalenderForumContactLinks

Unieke muurschilderingen in Antwerpse kathedraal gerestaureerd | Kerkschatten te bezichtigen in Tongerse Sint-Janskerk

6 juli 2007

Het godshuis van de wolwevers op de Gentse Kouter

Gent_Kouter_straat_kleinst.JPGOp de archeologische site langs de Kleinvleeshuissteeg in Gent, naast de Wolweverskapel, werden de voorbije maanden heel wat resten teruggevonden van het godshuis waar het gilde der wolwevers sinds de late middeleeuwen zijn oude en zieke leden onderdak verschafte. Voorafgaand aan de nieuwbouw werd de zone rond de kapel op advies van de Gentse Dienst Stadsarcheologie onderzocht door de archeologen van Ruben Willaert bvba.

Gent_Kouter_straat_klein.jpgIn een vorige nieuwsbrief werd reeds bericht over de intacte 13de-eeuwse kelder in natuursteen, die zich ten westen van de zogenaamde middeleeuwse keuken bevond. De oorspronkelijke zoldering van deze kelder werd in de loop van de 14de/15de eeuw vervangen door een bakstenen tongewelf. Verder onderzoek heeft aangetoond dat in dezelfde periode ook ingrijpende aanpassingen gebeurd zijn in de zone bovenop het bakstenen tongewelf, m.a.w. het laatmiddeleeuwse loopniveau. Bovenop de 13de-eeuwse keldermuren bleken nieuwe bakstenen muren gebouwd te zijn, die dezelfde oriëntatie hadden als de onderliggende keldermuren. Ook een bakstenen vloerniveau, dat zich net boven het bakstenen tongewelf bevond, behoort tot deze laatmiddeleeuwse aanpassingen. In de oostelijke sleufwand konden zelfs twee tot drie opeenvolgende loopniveaus vastgesteld worden. In de geschreven bronnen is reeds vanaf het begin van de 14de eeuw sprake van een godshuis van de wolwevers op deze plaats. Men mag er wellicht van uitgaan dat deze laatmiddeleeuwse resten reeds tot het godshuis behoorden, maar er bleef te weinig van het muurwerk bewaard om er een plattegrond of gebouwstructuur in te ontdekken.

Wel werd een goed bewaard stuk straat of bestraat erf ontdekt (afbeelding linksboven), ten westen aansluitend op de bakstenen muurresten. De straat was aangelegd met schilfers Doornikse kalksteen en smalle stukken veldsteen. Een rij geprofileerde stukken witsteen (vermoedelijk Balegemse kalkzandsteen) vormden een goot, waarvan de eerste steen als een soort afvoer schuin tegen de bakstenen muurresten was gezet.

Gent_Kouter_westmuur_klein.jpgNet ten zuiden van deze 13de-eeuwse natuurstenen kelder werd een tweede kelder aangetroffen (afbeelding links), waarvan de volledige plattegrond (4,5 bij 4,5 m groot) onderzocht kon worden. De kelder was opgebouwd uit bakstenen van zeer groot formaat (30 bij 14,5 bij 7 cm). Het formaat van de bakstenen suggereert dat ook deze kelder in de 13de eeuw te dateren is. Interessant is de vaststelling dat beide kelders niet tegen elkaar gebouwd zijn: tussen beide structuren bevindt zich een ruimte van ca. 1 m. Dit kan erop wijzen dat de grens tussen beide kelders een oude perceelsgrens is. Ter hoogte van de ZO-hoek van de zuidelijke 13e-eeuwse kelder sloot een ondiep gefundeerde muur aan, die vermoedelijk eveneens als een erfscheidingsmuur geïnterpreteerd kan worden. In de oostmuur van deze kelder waren twee kleine nissen ingewerkt.

Gent_Kouter_kelder_%20klein.jpgTen zuiden van de hierboven beschreven 13de-eeuwse bakstenen kelder bevond zich een jongere bakstenen kelder (afbeelding links). Deze werd op basis van het baksteenformaat in de 14de/15de eeuw gedateerd, en was 4 bij 4,6 m groot. Het tongewelf dat de kelder overdekte was reeds vroeger afgebroken. Deze kelder had twee grote muurnissen, één in de oostmuur en een kleinere in de westmuur. Deze dienden wellicht als opslagruimte. In de noordmuur was een dichtgemaakt deuropening te zien; mogelijk vertrok hier oorspronkelijk een houten trap naar de gelijkvloerse verdieping. De zuidmuur van deze kelder was erg schuin georiënteerd ten opzichte van de parallelle zijmuren. Ook dit wijst mogelijk op een oude perceelsgrens. Deze jongere kelder werd met de 13de-eeuwse bakstenen kelder verbonden d.m.v. spaarbogen. De reden hiervoor was wellicht een oude, opgevulde gracht in de 13de-eeuwse akker die op deze plaats mogelijk een zwakke plek vormde in de bodem.

De opeenvolging van oude perceelsgrenzen geeft ons een inzicht in het ontstaan van het godshuis. Mogelijk is het godshuis ontstaan door de aankoop (of gift) van één pand met omliggend erf, en is het geheel door verdere aankooppolitiek steeds verder uitgebreid met de naastgelegen erven en percelen. Ongetwijfeld werden de bestaande gebouwen gewoon in het geheel ingepast.

In de eerste helft van de 17de eeuw (zeker vóór 1641) werd volledig tabula rasa gemaakt met het middeleeuwse gebouwenbestand en werd een volledig nieuw complex opgericht, waarbij geen rekening meer gehouden werd met de middeleeuwse perceelsgrenzen. De natuurstenen kelder bleef bestaan, maar de nieuwe muren volgen het oude plattegrond niet meer. Van dit nieuwe complex werden de voor- en zijgevel teruggevonden, een mogelijke traptoren en het de benedenbouw van een grote kamer met haard. De voorgevel was onderaan afgewerkt met een plint in Doornikse kalksteen. Opvallend is dat ook het gebouwtje ten westen van de kapel, traditioneel geïnterpreteerd als de gemeenschappelijke keuken of warmkamer van het laatmiddeleeuws godshuis, tot deze jongere fase bleek te behoren. Het gebouwtje dateert uit de eerste helft van de 17de eeuw, en niet uit de late middeleeuwen zoals totnogtoe gedacht.

Tot slot werden een vijftal skeletten aangetroffen ten zuidwesten van de kapel. Uit geschreven bronnen weten we dat het godshuis een eigen begraafplaats had, inderdaad ten zuiden van de kapel. Gelet op de geringe diepte waarop de skeletten zich bevonden, dateren ze wellicht uit de 16de of 17de eeuw. Meer informatie over deze vondst in een volgende nieuwsbrief.

De terreinen tussen de Kouter en de Ketelvest worden momenteel herontwikkeld door Fortis Real Estate Development nv.

Meer info: Janiek De Gryse & Jessica Vandevelde - email

door Johan | Opgravingen | Reacties (0)

Reageer op dit bericht




Remember Me?

(you may use HTML tags for style)