
Home
Kalender
Forum
Contact
Links
« juli 2007 | september 2007 »
31 augustus 2007
Beerputarcheologie op de site Barbarahof in Leuven
Nu het archeologisch onderzoek op de site Barbarahof in Leuven zijn laatste maand ingaat, krijgen de archeologen een vrij goed zicht op wat het bodemarchief allemaal in petto heeft. Tot nu toe werden er al sporen aagetroffen van de 13de eeuw tot nu. Het gaat hierbij niet alleen om huizen en andere gebouwen, maar ook om afvalkuilen, beerputten... Naast bakstenen putten en gewone kuilen troffen de archeologen ook enkele 'beertonnen' aan.
Het oorspronkelijke vroeg 13de-eeuwse niveau ligt gemiddeld 2 meter lager dan het huidige niveau. Het bestaat uit een ploeglaag op een natuurlijke leembodem van 1m tot 1,5 dik. Hieronder bevindt zich een veenpakket. Vanaf dit niveau werd het terrein in de loop van de 13de eeuw opgehoogd. Dit pakket dekt de oudere sporen af en heeft ervoor gezorgd dat ze vrij goed bewaard zijn. Tot nu toe werden er enkel aan de Rattemanspoort en aan de Sint-Barbarastraat effectief sporen van gebouwen teruggevonden.
Aan de Sint-Barbarastraat manifesteerden deze zich als een opeenvolging van lemen vloeren en laagjes verbrande leem. De rest van het opgravingsterrein situeert zich vanaf deze periode op de achtererven. Een luchtfoto van het terrein toont de intensiviteit van de bebouwing tot in de 20ste eeuw. Bijna elke verbouwing of nieuwe constructie met ingreep in de bodem kon geregistreerd worden.
Een gevolg van het graven op achtererven van woningen is het grote aantal beerkuilen en -putten. Uit het onderzoek van de beerputten bleek dat de meeste putten te dateren zijn tussen de 14de en de 20ste eeuw en de beerkuilen tussen de 13de en de 17de eeuw. De kleinste beerput (17de eeuw) leverde een grote collectie glas op. Zo kwam een bijna intacte roemer (wijnglas) aan het licht.
Beerputten en -kuilen zijn voor een archeoloog heel interessant omdat ze niet alleen als toilet gebruikt werden, maar ook als stortplaats voor al het afval: gebroken huisraad en resten van de maaltijd. Zo kunnen bijvoorbeeld de kleinste visgraten, zaadjes van vijgen, kersenpitten, pollen van kruiden... bewaard zijn. Zij leveren een boeiende kijk op de leef- en eetgewoonten van de gebruikers van de beerput.
Naast bakstenen putten en gewone kuilen troffen de archeologen ook enkele beertonnen aan. Het gaat hierbij om oude wijntonnen die werden ingegraven in de grond onder het toilet. De tonnen die werden opgegraven, dateren uit de 13de tot en met de 17de eeuw.
De laatste drie weken van het onderzoek zullen gespendeerd worden aan de laatste twee niveaus. Eén op de hierboven vermelde ploeglaag en één er net onder. Hierover volgt later meer info.
Meer info: Examino cvba
Extere link: www.opgravingbarbarahof.be
door Tijl | Opgravingen | Reacties (0)
Minister Van Mechelen maakt laureaten Monumentenprijs 2007 bekend
Op de persbijeenkomst ter gelegenheid van de 19de editie van de Openmonumentendag Vlaanderen werden naar jaarlijkse gewoonte de vijf laureaten voor de Monumentenprijs Vlaanderen 2007 voorgesteld. De vijf genomineerden, een per provincie, zijn het begijnhof van Herentals (foto), de mergelgroeve in het gehucht Overbroek (Sint-Truiden), de Egyptische zaal in kasteel Moeland in Sint-Niklaas, huis De Warande in Leuven, en hotel Normandie in Koksijde.
De Vlaamse Monumentenprijs bekroont een persoon, een privé- of een openbare instelling, een project of een realisatie met belangrijke verdiensten in de monumentenzorg. Behalve naar de intrinsieke waarde van een monument gaat de aandacht daarbij ook naar de betekenis en de waarde van de hedendaagse omgang met onroerend erfgoed, de hefboomfunctie, sensibilisatie en betrokkenheid van de omgeving, het vernieuwende karakter, de inschakeling en interactie met andere processen en domeinen.
De Vlaamse regering kiest, na een voorselectie door de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen van het Vlaamse Gewest, uit een lijst van genomineerden de laureaten voor de Vlaamse Monumentenprijs Antwerpen, Limburg, Oost-Vlaanderen, Vlaams-Brabant en West-Vlaanderen. De laureaten krijgen elk een bedrag van 2.500 euro. Vervolgens worden onder deze vijf laureaten een winnaar van de Vlaamse Monumentenprijs aangeduid. Deze wint een bedrag van 12.500 euro. De Vlaamse monumentenprijs wordt jaarlijks uitgereikt naar aanleiding van het slotfeest van de OMD, dit jaar op 16 september in Oostende.
Begijnhof - Herentals
In maart 2007 werd het herwaarderingsplan voor het Herentalse begijnhof als eerste dergelijk plan goedgekeurd door minister Van Mechelen. Het herwaarderingsplan gaat uit van de gehele site, met naast de bebouwing ook kenmerken als de waardevolle wegenis, grachten en groenzones. Daarnaast heeft het specifiek aandacht voor kleine erfgoedelementen zoals huisnummers, voetschrapers of dakkapellen. Hierbij wordt het behoud van de uniformiteit binnen zijn historische context vooropgesteld. Tenslotte besluit het plan met een gedetailleerde en weloverwogen lijst van de werken waarvoor een onderhoudspremie zal aangevraagd kunnen worden.
Mergelgroeve in het gehucht Overbroek - Gelinden (Sint-Truiden)
De mergelgroeve werd wereldberoemd door de beschrijving, meer dan een eeuw geleden, van uitzonderlijk goed bewaarde fossiele flora van landplanten. Ze genieten wereldfaam omdat ze een belangrijke biologische schakel vertegenwoordigen tussen de flora uit het Krijttijdperk en deze uit het oudste Tertiair. Het opnieuw vrijstellen en in stand houden van de mergelwand betekent een herwaardering en terug op het terrein herkenbaar maken van de natuurwetenschappelijke (geomorfologische, paleobotanische), historische en esthetische waarden ervan.
Egyptische zaal kasteel Moeland - Sint-Niklaas
Het kasteel Moeland werd gebouwd in 1776-1778, maar het huidige uitzicht kreeg het kasteel in de periode 1866-1877 door toedoen van het echtpaar Amedée de Schoutheete de Tervarent - Emma de Munck. Ridder Amedée de Schoutheete de Tervarent was onder meer actief in de Académie Royale d'archéologie de Belgique en kende de Egyptoloog Louis Delgeur. De realisatie van de eetzaal met een Egyptische vormentaal in het kasteel Moeland is te verklaren door de algemene interesse voor de Egyptische cultuur, en tevens door de voorliefde van de eigenaar voor deze cultuur. De voorbije jaren vond een restauratie van de Egyptische zaal plaats.
Huis De Warande - Leuven
Het project bestond uit de restauratie en het op een sobere wijze opnieuw bewoonbaar maken van De Warande, een huis waarvan de oudste archivalische sporen, een verkoopsakte in het Leuvense Schepenboek, teruggaan tot 1421. Het historisch vooronderzoek bracht de meeste vroegere eigenaars van het huis aan het licht en interessante details over de bewoning van het huis, over de bouwkundige evolutie van het stadspand en over de relatie met omliggende panden. In 1664 kreeg het huis een stenen gevel en werd het uitgebreid. Tot in de 19de eeuw werd er in een -na de Eerste Wereldoorlog verdwenen- achterhuis gebrouwen en diende de gelijkvloerse verdieping aan de voorkant tot herberg en drankwinkel. In de tweede helft van de 19de eeuw werd het een winkel van ijzerwaren. Na de Tweede Wereldoorlog verviel het pand tot een ruïne. Door de zorg van de vorige eigenaar bleef het behouden. De huidige eigenaars startten de restauratie van het beschermde pand in de periode 2003-2006 om het huis als hun vaste woning in te richten.
Hotel Normandie - Koksijde
Het hotel-restaurant in 'bootstijl' De Normandie is één van de meest opmerkelijke en gekendste gebouwen langs de Belgische Kust. Dit staaltje van 'scheepsarchitectuur' dateert van 1936 en is het werk van de Oostduinkerkse gebroeders architecten Laurent en Willy Bruggeman. Door leegstand kende het gebouw een jarenlange verwaarlozing en had het veel schade opgelopen: het had flink binnengeregend, en er was verschillende malen ingebroken waarbij schade werd aangebracht. Door de zichtbepalende ligging van het gebouw was deze verwaarlozing een doorn in het oog. De restauratie getuigt van actuele omgang met onroerend erfgoed door een gepaste hedendaagse vertaling van de oorspronkelijke functie (restaurant). Het openbaar karakter en de aard van het gebruik zal ook ontegensprekelijk bijdragen tot sensibilisering, educatie en verruiming van het plaatselijk draagvlak rond onroerend erfgoed, niet in het minst door de zeer zichtbare ligging aan de verkeersdrukke Koninklijke Baan en aan de kust met een groot toeristisch potentiëel.
Meer info: www.onroerenderfgoed.be
Foto's: Erf-goed.be
door Tijl | Erfgoed | Reacties (0)
30 augustus 2007
Ename Actueel confronteert archeologische site met hedendaagse kunst
Deze week startte in Ename de vijfde editie van de jaarlijkse tentoonstelling 'Ename Actueel', dit jaar onder de titel 'Foundation'. Op de tentoonstelling worden hedendaagse kunstwerken geconfronteerd met het Enaamse erfgoed en verleden. Ditmaal verkozen de curators om te peilen naar de oorsprong: de funderingen van de archeologische site én van de kunst. De tentoonstelling loopt nog tot eind september.
In de zomer van 2007 wordt voor de 5de maal het hedendaags kunstproject Ename Actueel opgezet. De vervlechting tussen hedendaagse kunst en de boeiende archeologische site zorgde in het verleden reeds meermaals voor geslaagde confrontaties.
Hoe komt een nederzetting tot stand, hoe bouwt men een stad, een klooster of hoe ontstaat een kunstwerk? Met het stellen van deze cruciale vragen belanden we bij het begin van elke creatieve act, het fundament van een gebouw, een samenleving, een sculptuur of zelfs een plastische beweging. Is het mogelijk om zulk een proces te initiëren, in gang te zetten?
De tentoonstelling Foundation verwijst rechtstreeks naar een artistiek-pedagogisch project, The Locked Room, gehouden in de gebouwen van het Londense Central Saint Martins in 1969. In dat jaar werden de studenten van de beeldhouwersafdeling letterlijk opgesloten in een zaal om tot nieuwe kunstcreaties te komen, zonder begeleiding, contact met derden of andere kunstenaars en invloeden van buitenaf. In wezen wenste men om, via het invoeren van een tabula rasa, een schone lei, tot een nieuw begin in de kunst te komen. Bovendien verliep alles in een stille, geluidsloze omgeving, net zoals in een klooster.
Dit voorbeeld werkte inspirerend, vooral in het kader van de archeologische site van Ename waar hoofdzakelijk de funderingen van de gebouwen en artefacten overblijven. Hoe kunnen we de verdwenen gemeenschap reconstrueren? Op welke manier moeten we het oorspronkelijke gebouw vanaf de bestaande resten terug opbouwen? Of kunnen we tot de vorming van een nieuwe tijdelijke gemeenschap, bijvoorbeeld een kunstenaarsdorp komen?
In die zin werden kunstenaars en hun begeleiders van de Central Saint Martins College uitgenodigd om een gelijkaardig proces in Ename op te zetten. Daarnaast is er ook vooral de samenwerking met kunstenaars en professoren van twee Vlaamse Hogescholen, het KASK en Sint-Lucas te Gent. Kan een nieuwe nederzetting ontstaan en tot welke artistieke fundamenten kan dit leiden?
Praktisch: 'Ename Actueel. Foundation' loopt nog tot en met 30 september in Pam Ename (Lijnwaadmarkt 20, 9700 Oudenaarde-Ename). Catalogus te koop aan 6 euro.
Meer info: www.ename974.org
door Tijl | Tentoonstellingen | Reacties (1)
Studiedag geschiedenis en informatica
De Vereniging voor Geschiedenis en Informatica (VGI) organiseert op 11 oktober een studienamiddag omtrent de gebruikers van digitaal erfgoed. Wie zijn deze, wat zijn hun behoeften, hoe beleven ze digitaal erfgoed en hoe zorgen we ervoor dat de informatie die we hebben over potentiële gebruikers in de toepassing verwerkt wordt? Op deze studiemiddag zal ook de VGI innovatieprijs worden uitgereikt, aan de meest vernieuwende ICT-toepassing op het terrein van de geschiedenis van het afgelopen jaar.
De toegankelijkheid van bibliotheken, archieven, archeologisch onderzoek, museumcollecties en monumenten is de afgelopen jaren sterk vergroot nu zoveel via het internet voor iedereen beschikbaar is gekomen. En er worden grote investeringen gedaan om steeds méér toegankelijk te maken, denk maar eens aan de massale digitalisering van kranten en audiovisueel materiaal.
Maar weten we ook voor wie we dit doen: wie zijn de bezoekers van culturele websites en wie de gebruikers van erfgoedinformatie? Doordat vaak veel aandacht uitgaat naar wat de techniek vermag en een flitsende vormgeving, raakt de communicatie tussen mensen -waar een website voor is!- wel eens uit beeld. Terwijl de site staat of valt met een goede inschatting van de interesse van gebruikers en hun gedrag op het web.
Op donderdag 11 oktober organiseert de Vereniging voor Geschiedenis en Informatica (VGI) een studiemiddag over de gebruikers van ICT toepassingen. Wie zijn deze, wat zijn hun behoeften, hoe beleven ze digitaal erfgoed en hoe zorgen we ervoor dat de informatie die we hebben over potentiële gebruikers in de toepassing verwerkt wordt?
Op deze studiemiddag zal ook de VGI innovatieprijs worden uitgereikt, aan de meest vernieuwende ICT-toepassing op het terrein van de geschiedenis van het afgelopen jaar. Een deskundige jury heeft uit de vele inzendingen een shortlist geselecteerd. De genomineerde projecten worden tijdens de studiemiddag gepresenteerd, en de uiteindelijke winnaar wordt aan het eind van de dag bekend gemaakt.
De studiemiddag vindt plaats in de mooie oude zaal van het Rubenianum in het hartje van Antwerpen, op loopafstand van het station. Na discussie over geschiedenis en de virtuele wereld dus volop gelegenheid voor een paar uurtjes zwerven door een echt historisch stadscentrum.
Programma
12u30
Zaal open
13u
Verwelkoming door Henk Vanstappen, Rubenianum
13u05
Inleiding door Yola de Lusenet, voorzitter VGI
13u15
Gert Nulens (SMIT-VUB) & Laurence Hauttekeete (MICT-UGent): Erfgoedbeleving en mobiele media: behoeften van potentiële gebruikers en experten
13u55
Frank Huysman (SCP Nederland): Digitaal erfgoed: doelgroepen en informatiebehoeften
14u35
Gelegenheid tot vragenstellen
14u55
Pauze
15u10
Presentaties laureaten VGI ICT Innovatieprijs en bekendmaking van de winnaar
16u30-17u30
Receptie
Praktisch: donderdag 11 oktober 2007, 13.00 uur, Rubenianum, Kolveniersstraat 20, 2000 Antwerpen. Ddeelname is gratis; aanmelden kan via mail.
door Priscilla | Congressen | Reacties (0)
29 augustus 2007
Een donjon bij de Demer
Bij het vellen van enkele bomen en het frezen van de ondergrond kwamen in de tuin van het Kasteel van Rivieren, dat in een beschermd parklandschap ligt bij een meander van de Demer, zware muurresten van een vierkant gebouw aan het licht. Het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed (VIOE) registreert op dit ogenblik deze monumentale resten. Deze archeologische registratie gebeurt in samenwerking met de huidige bewoner van het kasteel en op vraag van het Agentschap R-O Vlaanderen - Onroerend Erfgoed.
De eerste vermelding van een slot op het domein van het kasteel van Rivieren gaat terug tot 1197, en de vroegste afbeeldingen van de donjon dateren van het einde van de 16de eeuw. Zij tonen een imposante toren die met een houten ophaalbrug verbonden is met het neerhof. Het hele complex is met een slotgracht omgeven. Van de middeleeuwse donjon of woontoren die alleen uit historisch bronnenmateriaal was gekend, zijn de gevonden muren de enige materiële resten.
Van de toren, die blijkbaar al in de 18de eeuw was verdwenen, rest enkel de kelderverdieping. Het archeologisch onderzoek van het muurwerk, dat toch nog meer dan 2 m hoog bewaard is gebleven, geeft nu al de eerste geheimen van de constructie prijs: minstens een deel van de ca 2,50 m brede fundering rust op zware in de natte ondergrond geheide houten palen. Naast kennis over de manier van funderen, leveren de palen mogelijk een datering van het bouwwerk d.m.v. dendrochronologisch onderzoek (studie van hun jaarringen).
Het onderzoek van de torenresten zal niet enkel onze kennis van dit gebouwtype verruimen. Het zal de archeologen vooral toelaten een nieuw stukje te plaatsen in de puzzel die de bewoningsgeschiedenis van het kasteeldomein én van Gelrode is.
Meer info: Dirk Pauwels (VIOE - opgravingscoördinator Vlaams-Brabant, 0477/56.03.91)
door Tijl | Opgravingen | Reacties (7)
Open Monumentendag: wonen in de prehistorie op de "Meirberg"
Het thema van Open Monumentendag is dit jaar "Wonen", een uitstekende gelegenheid om de allereerste bewoners van de Meirberg in het daglicht te stellen. De vzw Erfgoed Hoogstraten en het Stedelijk Museum van Hoogstraten willen van deze dag gebruik maken om het belang van de veelgeplaagde site aan een groter publiek kenbaar te maken, door middel van rondleidingen, workshops en een volledig nieuwe tentoonstelling in het museum.
Zo'n 13.500 jaar geleden, op het einde van de oude Steentijd (epipaleolithicum), kampeerden jagers-verzamelaars op hoger gelegen plaatsen in de nabijheid van water. Zij liet hun sporen achter op de Meirberg te Meer, nu één van de bekendste prehistorische archeologische sites van Vlaanderen. In 1993 werd deze duin als monument beschermd.
Het programma voor Open Monumentendag op 9 september gaat door met activiteiten op twee locaties: rondleidingen op de Meirberg te Meer en workshops op "Den Blijk" van het Begijnhof te Hoogstraten.
De rondleidingen op de Meirberg gebeuren door archeologen en wetenschappers van het Vlaams Instituut voor Onroerend Erfgoed (VIOE) (zie afbeelding links). Ze geven uitleg over de prehistorische bewoners, over de vorming van de duin, de aangepaste prospectiemethodes, de opgravingen en de voorwerpen die er recent, in juli 2007, nog opgegraven werden. Bovendien verduidelijken ze het internationale belang van deze site.
Praktische info: verzamelen op de Meirberg (de kettingdreef te Meer inrijden en de wegwijzers volgen). Gratis rondleiding om 14.00 uur en om 15.00 uur. Duur van de rondleiding: max. 40 minuten. Voor groot en klein zijn er workshops prehistorie op "Den Blijk" van het begijnhof. Doorlopend tussen 14.00 en 17.00 uur: vuur maken met vuurstenen, prehistorisch schilderen, steenkappen, boogschieten en speerdrijven. In het Stedelijk Museum van Hoogstraten is er de opening van de nieuwe presentatie "Meirberg", met tentoonstelling van de artefacten opgegraven in juli 2007 (open van 14.00 tot 17.00 uur)
Beschermd monument Meirberg
De Meirberg, nu een beboste duinrug ten westen van de dorpskern van Meer in de gemeente Hoogstraten, is één van de bekendste prehistorische sites van na de laatste ijstijd in Vlaanderen. De Meirberg is één van de laatste restanten van een reeks fossiele landduinen in deze regio. In de steentijd was een hoger gelegen duin, met uitzicht over het water, een trekpleister voor groepen jagers en verzamelaars. Door de droogte was deze duinrug niet geschikt voor landbouw. Hierdoor bleven de prehistorische voorwerpen in de duin ongeschonden bewaard. Deze gaafheid maakt de Meirberg tot een zeer waardevolle archeologische site (zie afbeelding links).
Gezien de snelle aantasting van het Kempense landschap in de omgeving, en de bedreiging van de site zelf, werd de hele Meirberg in 1993 als monument beschermd. De naam en faam van de prehistorische site te Meer is in grote mate te danken aan het vernieuwend karakter van het onderzoek dat hier plaatsvond. De methodologie die in Meer voor het eerst werd toegepast kreeg ondertussen heel wat navolging in binnen- en buitenland.
Ook de lokale bladen en televisie besteedden in de loop der jaren heel wat aandacht aan de talrijke opgravingen op de Meirberg. Daardoor verschenen vaak bezoekers om er geboeid vast te stellen hoe de archeologen hun zeer verre voorouders hier op het spoor waren. Het Stedelijk Museum Hoogstraten organiseerde in 2001 de tentoonstelling Flint&Stones die lokaal meer dan 10.000 bezoekers trok. Op haar rondreis in Vlaanderen en Nederland werden dit er zelfs meer dan 100.000.
Bedreigd monument Meirberg
Tijdens een terreincontrole door de Afdeling Monumenten en Landschappen van de Vlaamse Gemeenschap werd in maart 2006 vastgesteld dat de beschermde archeologische site Meer-Meirberg in de gemeente Hoogstraten gedeeltelijk werd weggegraven voor het bouwen van een loods (zie afbeelding links). Hiermee werd een flagrant bindend advies in de bouwvergunning genegeerd dat stelde dat hier voorafgaand aan de bouwwerken archeologisch onderzoek moest plaatsvinden. Het leidt geen twijfel dat door deze vernieling een belangrijk deel van het archeologisch erfgoed ongedocumenteerd verloren is gegaan. Voor de huidige bouwvergunning werden voorafgaande archeologische opgravingen door de administratie opgelegd en waren er vanuit de diensten voor monumentenzorg heel wat tegemoetkomingen. Een vroegere overtreding werd bijvoorbeeld al geregulariseerd. Vzw Erfgoed Hoogstraten protesteerde tegen deze gang van zaken en bracht een mediacampagne op gang.
In het verlengde hiervan ontving Erfgoed Hoogstraten in 2006 een projectsubsidie van 1500 euro om het grote publiek te sensibiliseren de zorg voor zijn erfgoed op te nemen, concreet i.v.m. de site Meirberg. In overleg en in samenwerking met het Stedelijk museum werd dit bedrag besteed aan een informatieve folder over de Meirberg en aan de activiteiten op Open Monumentendag. Bedoeling is het publiek bewust te maken van het belang van deze duin. Wetenschappers kennen het belang van de site; het publiek kent nog onvoldoende de waarde van deze fossiele duin. Een doorgedreven publiekswerking kan voor een groot en sterk draagvlak zorgen dat garant staat voor bewustwording en zorg voor dit erfgoed.
Het Stedelijk museum ontwierp een nieuwe presentatie rond de archeologische bevindingen op de Meirberg (zie afbeelding links). Bedoeling is om vanaf september rondleidingen te geven aan scholen en dit in combinatie met een educatief doe-project. Voor de leerlingen van het vijfde en zesde leerjaar is het onderwerp: "Ik ben archeoloog". Leerlingen worden op een eenvoudige manier vertrouwd gemaakt met het werk van een archeoloog. Voor de leerlingen van het eerste jaar van de middelbare school werd de educatie aangepast. "Wat doe ik vandaag aan? " is een project waarbij leerlingen zich kleden in verschillende prehistorische outfits.
Inmiddels vonden er in de maand juli opgravingen plaats op de Meirberg door het VIOE (zie afbeelding 4). De firma Malvé kwam haar verplichtingen na en bekostigde zowel de opgravingen als de wetenschappelijke bestudering ervan over een periode van drie maanden. Momenteel bestuderen de wetenschappers van het VIOE de opgegraven stukken in hun laboratoria in Leuven. De firma Malvé die uiteraard eigenaar blijft van de artefacten schenkt deze, na bestudering aan het Stedelijk museum Hoogstraten. Het was hun uitdrukkelijke wens dat de artefacten in Hoogstraten zouden blijven.
Meer info: Veerle Beernaert
Afbeeldingen: VIOE (afbeeldingen 1 & 2) en Stedelijk Museum Hoogstraten (afbeeldingen 3, 4 & 5)
door Johan | Evenementen | Reacties (1)
28 augustus 2007
Extra middelen voor rollend, rijdend en vliegend erfgoed
Vlaams minister Dirk Van Mechelen kreeg dit jaar van de Nationale Loterij extra financiële middelen om het Vlaams erfgoedbeleid verder uit te bouwen. Van Mechelen besliste om dit geld te besteden aan projecten rond - tot nu toe - vrij onbekende erfgoedthema's die weliswaar op een steeds groeiende maatschappelijke belangstelling kunnen rekenen. Eén van die thema's is het rollend, rijdend en vliegend erfgoed. Voor die projectoproep is in totaal 350.000 euro beschikbaar.
"Vandaag associëren wij fietsen, wagens, trams, treinen, vliegtuigen,... vooral met vraagstukken rond mobiliteit, verkeersveiligheid of leefmilieu. Dat is terecht, maar we moeten er ons tegelijk bewust van zijn dat al deze voorwerpen deel uitmaken van de geschiedenis van de afgelopen eeuw. Nu zijn het alledaagse gebruiksmiddelen geworden. Maar vroeger had het gebruik iets heroïsch. Iets nostalgisch ook, dat refereerde aan een bepaalde periode uit ons leven. Meer en meer mensen beseffen dat. Vandaar dat de jongste jaren steeds meer individuele verzamelaars en verenigingen zich inzetten voor het behoud van dit erfgoed. Via deze projectoproep willen we hen een hart onder de riem steken en een eerste stap zetten naar de uitbouw van een volwaardig beleid inzake rollend, rijdend en vliegend erfgoed," licht minister Van Mechelen de keuze toe.
Met de oproep om projecten in te dienen om het rollend, rijdend en vliegend erfgoed in ere te herstellen, wil minister Van Mechelen ook een reële inschatting maken van de eigenheden en reële noden van deze sector en van de financiële consequenties die daaraan gekoppeld zijn.
De oproep richt zich specifiek tot elke eigenaar (privaat, vereniging of lokaal bestuur) die in het Vlaams Gewest rollend, rijdend en vliegend erfgoed voor niet-commerciële doeleinden wil onderhouden, herstellen of restaureren. Alle projecten moeten gericht zijn op het functionerend behoud van het erfgoed, uiteraard met respect voor de erfgoedwaarden. Projecten die louter een statische, museale opstelling beogen, komen niet in aanmerking. Dat is ook het geval voor projecten die verband houden met replica's. Het begrip rollend, rijdend en vliegend erfgoed wordt hier zo ruim mogelijk geïnterpreteerd: het kan evengoed om een fiets als om een wagen, tram, trein, vliegtuig... gaan.
Alleen projecten die nog gerealiseerd moeten worden, kunnen gehonoreerd worden. De realisatie moet uiterlijk op 31 oktober 2009 voltooid zijn. Voor de geselecteerde projecten is er een aanzienlijke steun tot maximaal 80 % van het benodigde bedrag, met een maximum van 125.000 euro. Voor de concrete realisatie van de projectoproep doet minister Dirk Van Mechelen een beroep op het VCM-Contactforum en het Agentschap Ruimtelijke Ordening-Onroerend Erfgoed. VCM-Contactforum voor Erfgoedverenigingen vzw heeft ervaring zat met de organisatie van projectoproepen. Het Agentschap Ruimtelijke Ordening-Onroerend Erfgoed zal naderhand een belangrijke rol spelen in de inhoudelijke opvolging.
De aanvragen dienen uiterlijk op 15 oktober 2007 toe te komen op het projectsecretariaat. De geselecteerde projecten worden eind november 2007 bekendgemaakt. Een onafhankelijke jury staat in voor de beoordeling van de ingediende projecten en adviseert de minister over de toekenning van de projectsubsidies. De verschillende projecten zullen onder meer beoordeeld worden op basis van de visie op het gebruik, de (her)bestemming, de toegankelijkheid en ontsluiting, de wisselwerking met de onroerende infrastructuur, de maatschappelijke return en de sociale dimensie, het vernieuwend karakter en de voorbeeldfunctie,...
Meer info: via de website van VCM kan je een inschrijvingsformulier downloaden. Kandidaturen moeten binnen zijn voor 15 oktober.
Foto: Buurtspoorwegmuseum in Schepdaal (Erfgoed Vlaanderen)
door Tijl | Erfgoed | Reacties (1)
Technische problemen opgelost
De technische problemen waarmee ArcheoNet de voorbije dagen te kampen had, zijn (hopelijk definitief) van de baan. Alle berichten en reacties worden weer correct weergegeven op de website.
door Tijl | Varia | Reacties (0)
25 augustus 2007
Europark wordt grootste archeologische onderzoek ooit in Limburg
Maandag aanstaande vatten de voorbereidende werken aan voor het grootste vlakdekkende archeologische onderzoek dat Limburg ooit heeft gezien. Het gaat om een archeologisch onderzoek bij een spoorweg annex overslagstation dat het Autonoom Gemeentebedrijf van de gemeente Lanaken laat aanleggen. Eerder proefsleuven-onderzoek liet toe een zone van ca. 4.5 hectare af te bakenen. BAAC bv uit 's Hertogenbosch zal de opgraving uitvoeren.
Onderzoek in de jaren negentig ten noordoosten van het Europark ter hoogte van de Ducatonweg bracht sporen uit de Bronstijd en de Romeinse periode aan het licht. Recent inventariserend onderzoek aan Nederlandse zijde van het gebied leverde sporen op uit het Neolithicum, uit de IJzertijd, uit de Romeinse periode en uit de Middeleeuwen. Reden genoeg dus om aan te nemen dat er zich ook archeologische resten kunnen bevinden ter hoogte van het Europark. Archeologen van het Agentschap R-O Vlaanderen adviseerden reeds in 2004 dat een archeologisch vooronderzoek en onderzoek noodzakelijk waren en als voorwaarden in de bouwvergunning dienden te worden opgenomen.
In januari 2006 startte de Archeologische Onderneming ARON bvba op het 25 hectaren grote terrein een proefsleuven-onderzoek. Tijdens dit onderzoek, waarbij 15 km proefsleuven werden gegraven (afbeelding links), werden sporen uit diverse periodes aangetroffen. De bulk van het materiaal stamde echter uit de Brons- of IJzertijd, een kleine fractie uit het Neolithicum en uit de Middeleeuwen. Gezien de relatieve zeldzaamheid van Brons- en IJzertijdnederzettingen in Haspengouw werd in overleg met de cel archeologie van het Agentschap R-O Vlaanderen besloten een terrein van ca. 4.5 hectare vlakdekkend op te graven.
Wat de onderzoekskosten betreft, nam de gemeente Lanaken zijn decretale verantwoordelijkheid, de zogenaamde zorgplicht, ter harte en staat ze dan ook in voor het financieren van het volledige onderzoekstraject. De opgravingen zullen worden uitgevoerd door BAAC bv uit 's Hertogenbosch (Ndl.).
Het onderzoek wordt overigens ook vanuit Nederland met argusogen gevolgd. De ontwikkeling van het bedrijventerrein is immers grensoverschrijdend en ook daar zal een archeologisch onderzoek plaatsvinden. Er zal niet alleen regelmatig overleg gepleegd worden met de Maastrichtse collega's, er gaan ook stemmen op om een gezamenlijke wetenschappelijke publicatie uit te geven.
De opgravingen zelf duren nog tot eind januari 2008. De Zuidoost-Limburgse Archeologische Dienst ZOLAD zal regelmatig berichten over de voortgang van de opgravingen.
Meer info:
* Tim Vanderbeken, ZOLAD, Maastrichtersteenweg 2b, 3770 Riemst (Tel 0473-964880)
* Peter van den Hove, Agentschap R-O Vlaanderen, Koning Albert II-laan 19 - bus 3, 1210 Brussel
Bron en afbeeldingen: ZOLAD
door Johan | Opgravingen | Reacties (7)
24 augustus 2007
K.U.Leuven-archeologen ontdekken Romeins pottenbakkersatelier in Asse
Sinds 31 mei voert de K.U.Leuven een archeologisch onderzoek uit op een verkaveling langs de Krokegemseweg in Asse. Ondanks het aanhoudende slechte weer en de daarmee gepaard gaande wateroverlast kon de ploeg van de K.U.Leuven al een groot deel van het voorziene opgravingsterrein vrijleggen. Meest opmerkelijk is de ontdekking van een pottenbakkersatelier waarvan de voornaamste elementen, de ovens en de afvalkuilen met misbaksels, al werden gevonden.
In de loop van de 1ste eeuw n.C. ontwikkelde de Romeinse nederzetting van Asse zich rond een kruispunt van Romeinse wegen. Zeker vanaf het midden van de 1ste eeuw tot het begin van de 3de eeuw n.C. was Asse het economische en bestuurlijke centrum van de regio (vicus). De ambachtelijke en industriële activiteiten van enige omvang grepen ongetwijfeld plaats aan de rand van de woonkern, waar er betere vestigingsmogelijkheden waren en eventuele milieuhinder meer werd getolereerd. Het opgravingsterrein aan de Krokegemseweg bevindt zich aan de noordoostelijke rand van de Romeinse woonkern.
Voorafgaandelijk aan de bouw van bijkomende woningen wordt het terrein onderzocht door een team van de K.U.Leuven, onder leiding van twee archeologen, Kristine Magerman en Ruben Pede, bestaande uit studenten, arbeiders en vrijwilligers. De opgravingen worden nagenoeg volledig gefinancierd door de bouwheer Villabouw Francis Bostoen nv maar ook de gemeente Asse en de lokale archeologische vereniging Agilas leverden een substantiële bijdrage. Het onderzoek bracht reeds diverse structuren, diepe grachten en grote concentraties Romeinse dakpannen aan het licht.
De meest spectaculaire vondsten tot nu toe bestaan uit ovenstructuren en afvalkuilen die afkomstig zijn van de tot nu toe onbekende pottenbakkersindustrie bij de Romeinse nederzetting van Asse. Volgens projectverantwoordelijke, prof. Dr. Marc Lodewijckx, liggen hierin onverwachte mogelijkheden om boeiend wetenschappelijk onderzoek uit te voeren: "Dergelijke goed bewaarde productiestructuren en de bijhorende afvalkuilen kunnen ons voor Asse eindelijk meer inzicht verschaffen in de werkwijzen van de Romeinse pottenbakkers die hier vermoedelijk gedurende enkele generaties aan het werk zijn geweest."
Kristine Magerman, terreinverantwoordelijke en zelf woonachtig te Asse, is opgetogen met de vondsten: "De goed bewaarde ovenstructuren en de kuilen met misbaksels vormen een prachtig ensemble dat ons ongetwijfeld een gedetailleerd beeld zal opleveren van de lokale pottenbakkersindustrie. Vooral de aanwezige misbaksels zullen het mogelijk maken de producten van de lokale pottenbakkers nauwkeurig te karakteriseren en hun afzetmarkt in de regio af te lijnen. We hopen dan ook extra geld te vinden om dit interessante materiaal in detail te kunnen bestuderen en de vele nieuwe gegevens te kunnen uitwerken. De komende weken zullen de twee pottenbakkersoven verder vrijgelegd en in detail bestudeerd worden."
Eveneens opvallend zijn twee grote dakpanconcentraties, die zich aan beide zijden van de verkavelingsweg uitstrekken. Beide concentraties bevatten zowel platte pannen (tegulae) als ronde dekpannen (imbrices) en dateren vermoedelijk uit het begin van de 3de eeuw n.C. Vooral bij de tweede concentratie blijken de pannen erg goed bewaard te zijn. Tussen de vele dakpannen werden ook verschillende fragmenten Romeins aardewerk aangetroffen. Naar alle waarschijnlijkheid betreft het hier twee afvalpakketten van vervallen, vernielde of afgebrande woningen die zich elders in de nederzetting situeerden. De context waarin de pannen werden gedumpt is voorlopig nog onduidelijk.
Van andere kuilen uit de Romeinse periode is niet duidelijk wat de oorspronkelijke functie is geweest. Een aantal sporen bevat nauwelijks vondsten terwijl anderen in laatste instantie met afval werden opgevuld. Verder onderzoek zal duidelijkheid moeten verschaffen over hun betekenis en datering. Het afval dat in de kuilen en sporen wordt aangetroffen, bestaat vooral uit ceramiek. Andere voorwerpen, zoals objecten uit organisch materiaal, inclusief botmateriaal, zijn niet of nauwelijks bewaard gebleven. Bij het aardewerk vonden de archeologen naast het geïmporteerd luxevaatwerk (terra sigillata, terra nigra,...) ook gewoon aardewerk, zoals containers (vooral amforen) voor het vervoer van wijn, olie en vissaus, kookpotten, kruiken, kommen en borden, waarvan een deel dus mogelijk lokaal werd vervaardigd.
De opgravingen hebben aangetoond dat het gebied langs de Krokegemseweg een belangrijke functie vervulde in de economie van de Romeinse nederzetting te Asse. Op het einde van de 1ste en het begin van de 2de eeuw n.C. bevonden er zich in dit gebied verschillende grachten en greppels waarvan de betekenis vooralsnog niet duidelijk is maar die mogelijk wijzen op de aanwezigheid van wegen en erfafscheidingen. In de noordsector kwamen dan de pottenbakkersovens met bijhorende structuren en afvalkuilen te voorschijn.
Later veranderde de functie van deze zone. Twee grote afvalpakketten, voornamelijk bestaande uit dakpannen en aardewerk, werden in het centraal gedeelte van het terrein gedumpt. Vermoedelijk zijn deze afvalpakketten afkomstig van één of meerdere vernielde, afgebrande of vervallen gebouwen elders in de nederzetting. De archeologen hopen dat het verdere onderzoek meer klaarheid mag brengen over de historiek van de Romeinse nederzetting en meer specifiek over de continuïteit van de bewoning naar de latere perioden toe.
Meer info: Ter gelegenheid van de Open Monumentendag 2007 zal de archeologische site op zondag 9 september de hele dag (10u - 18u) toegankelijk zijn voor alle geïnteresseerden. Om 11u en om 15u zullen er rondleidingen op het terrein plaatsvinden. Reservatie is nodig via 0474/29.95.67 of via kristine.magerman@telenet.be. In het voorjaar van 2008 zullen de resultaten van het onderzoek aan het grote publiek voorgesteld worden in een tentoonstelling die zal plaatsvinden in Asse. Praktische informatie hierover volgt later.
door Tijl | Opgravingen | Reacties (2)
Visiting the Past - Meeting the Limes: bekendmaking programma
Op 11 en 12 oktober 2007 vindt in Utrecht het internationale symposium 'Visiting the Past - Meeting the Limes' plaats, een organisatie van de Universiteit van Wageningen en het Programmabureau de LIMES, in samenwerking met de K.U.Leuven en GAIA-Heritage. Het symposium richt zich op wetenschappers en beleidsmakers die zich bezighouden met toerisme, erfgoed, landschapsontwikkeling... Het programma is ondertussen bekend; inschrijven kan tot half september.
Het Visiting the past - Meeting The Limes zal ingaan op de relatie tussen erfgoed en toerisme en bijbehorende planning en ontwerp-vraagstukken. De Limes als cultureel erfgoed en als toeristisch verschijnsel zal gedurende beide dagen van het symposium steeds als voorbeeld worden genomen. Hierbij komen ook de geografische en culturele verschillen aan bod als gevolg van de reikwijdte van de Limes van Europa tot het Midden-Oosten en Noord-Afrika aan toe.
Op 11 oktober zullen plenaire lezingen worden verzorgd door onder meer Dr. Andreas Thiel, Prof. Gregory Ashworth. Dr. Sonja Jilek, Prof. Willem J.H. Willems en Prof. Daniele Pini. Op 12 oktober zal er in 3 workshops nader worden ingegaan op internationale projecten langs de Limes:
Workshop 1: 'Beleid en technieken voor visualisatie van het Limes erfgoed: Nederland versus Duitsland'
Workshop 2: 'Sagalassos (Turkije), de vergeten stad herontdekt door archeologen en toeristen' (afbeelding links)
Workshop 3: 'Lixus (Marokko), plannen voor toeristische ontsluiting en economische ontwikkeling'
Het symposium heeft als doel een onderzoeksagenda op te stellen en het internationale netwerk rondom de Limes een impuls te geven. Het symposium richt zich op internationale wetenschappers en beleidsmakers die zich bezighouden met toerisme, erfgoed, landschapsontwikkeling en gerelateerde vraagstukken. Het symposium is vrij toegankelijk voor alle disciplines.
Aangezien het symposium streeft naar een wisselwerking met de deelnemers, moedigt de organisatie de deelnemers aan om ideeën, suggesties en bedenkingen te formuleren betreffende de thema's erfgoed, toerisme, planning en ontwerp. Meer bepaald roept men op om voor 22 september een uiteenzetting van 750 woorden door te sturen naar het emailadres van Visiting the Past.
Praktisch: Het inschrijfgeld voor het tweedaags programma bedraagt € 190,- per persoon inclusief diner op 11 oktober en lunches op 11 en 12 oktober. Studenten (ingeschreven bij een Nederlandse WO-instelling) betalen een gereduceerd tarief van €50,-. U kunt zich voor het symposium inschrijven tot medio september 2007 via de Universiteit van Wageningen, Mevr. Marlies van Hal, info@thepast.nl. Hier vindt u het inschrijfformulier (Word-document).
Meer info: Visiting The Past - Meeting the Limes
door Johan | Congressen | Reacties (0)
22 augustus 2007
Vondsten Veldwezelt getuigen van een "prehistorisch Pompeii"
Naar aanleiding van een aantal uitzonderlijke prospectievondsten, waaronder een boordschrabber en een Levalloisafslag, werd op 21 mei in Veldwezelt een opgravingscampagne aangevat die nog steeds loopt. Uit het onderzoek kwamen ondertussen twee concentraties lithisch materiaal aan het licht die een momentopname bieden van een kleine kampplaats zo'n 300 000 jaar geleden.
De campagne staat onder leiding van de archeologen Ann Van Baelen en Philip van Peer van de Eenheid Prehistorische Archeologie van de K.U.Leuven, in samenwerking met het Vlaams Instituut voor Onroerend Erfgoed. Onmiddellijke aanleiding tot het onderzoek vormden de vondsten die gedaan werden in de zomer van 2006 door de Limburgse amateur Jean-Pierre de Warrimont in deze Veldwezeltse leemgroeve.
Tot nu toe werden twee concentraties lithisch materiaal aangetroffen op ongeveer 50 meter van elkaar. Het gaat om redelijk kleine concentraties die ca. 10 m² beslaan en intern zeer homogeen zijn. Stratigrafisch gezien zijn beide gelijktijdig: het materiaal bevindt zich steeds op het contact tussen een niveau met houtskool (waarschijnlijk het resultaat van solifluctie) en een iets humeuzer niveau, dat zich onderaan dikke pakketten leem bevindt. Omwille van deze éénduidige stratigrafische positie kunnen de occupaties zeer precies in een opeenvolging van geomorfologische en klimatologische fenomenen gesitueerd worden. Op basis van het chronostratigrafisch onderzoek door Dr. Eric Meijs kan het materiaal toegewezen worden aan de periode ca. 300 000 jaar geleden (vroeg Midden-Paleolithicum), tijdens de overgang van een warmere naar een koudere fase.
Gezien de grote oppervlakte waarover het niveau in kwestie zich uitstrekt, werd de verdere leemexploitatie opgevolgd door middel van boringen. Tijdens deze boringen werden de resten van een vermoedelijk derde concentratie aangesneden, die in de toekomst nader onderzocht zal worden.
De algemene versheid van het materiaal, de aanwezigheid van vele chips en de beperkte vertikale spreiding suggeren een onmiddellijke afdekking van het loopoppervlak, wat impliceert dat de artefacten zich nog in hun oorspronkelijk ruimtelijk verband bevinden. Op basis van de huidige data kunnen de concentraties, hoofdzakelijk bestaande uit afslagen (waaronder enkele verbrande stukken), chips en een drietal schijfvormige kernen met centripetale afhakingen (klik op de afbeelding rechtboven om te vergroten), geïnterpreteerd worden als summiere knapping spots, plaatsen in het landschap waar de toenmalige mens kortstondig halt heeft gehouden om aan de reductie van een of meerdere in de omgeving verzamelde silexknollen verder te werken. We hebben hier als het ware te maken met een 300 000 jaar oude momentopname uit het leven van een of enkele individuen, wat op Europese schaal behoorlijk uniek is .
Lees hier het Knack-artikel "Een prehistorische Pompeii" (pdf).
Bron: Ann Van Baelen en Philip Van Peer
Meer info:
* Ann Van Baelen en professor Philip Van Peer van de Eenheid Prehistorische Archeologie (K.U.Leuven)
* Tim Vanderbeken, intergemeentelijke archeoloog ZOLAD (Tel: 0473 96 48 80)
* Dr. Erik Meijs, kwartairgeoloog (Tel: +31 43 3471976)
door Johan | Opgravingen | Reacties (1)
Weekend van de experimentele archeologie in Aubechies
Op 25 en 26 augustus organiseert de Archéosite in Aubechies (Henegouwen) haar jaarlijkse weekend van de experimentele archeologie. Het beproefde en feestelijke recept blijft grotendeels behouden: je wordt er vergast op een Romeinse keuken, op demonstraties van diverse ambachten en animatie door historische verenigingen. Dit jaar wordt er bovendien een modeshow georganiseerd in samenwerking met het Provinciaal Archeologisch Museum van Velzeke en met ACL Arena.
Dit feest vindt elke laatste weekend van augustus plaats vanaf 14 uur. Belgische en buitenlandse archeologen en ambachtslui zijn er uitgenodigd om te experimenteren en de vruchten van hun opzoekingen te vergelijken. Zij zullen aan het publiek diverse demonstraties in verband met experimentele archeologie voorstellen, betreffende de verschillende periodes op de Archéosite: smidse, hout-, steen/silex-, en beenbewerking, pottenbakken, weven, broodbakken, degustatie van Romeinse keuken, …
Dit bijzonder weekend is ook een schitterende gelegenheid voor de toeristen om ten volle van de Archéosite te genieten. Elk jaar wordt deze gebeurtenis verrijkt door de aanwezigheid van verschillende groeperingen gespecialiseerd in historische reconstructies: Gallische animaties, gladiatoren, Romeinse legioenen, muzikanten, enz…
Bron en afbeeldingen: Archéosite Aubechies
door Johan | Evenementen | Reacties (0)
20 augustus 2007
Gezocht in Tongeren: projectarcheoloog en tekenaar
Het stadsbestuur van Tongeren zoekt een projectarcheoloog en een tekenaar voor archeologisch onderzoek voorafgaand aan de bouw van een ondergrondse parkeergarage. De opdracht vangt aan op 1 oktober en zal zes maanden duren. De archeoloog staat in voor de dagelijkse leiding van het opgravingsteam en vraagt ook de vergunning aan. De site bevindt zich in het centrum van Tongeren; ervaring met Romeinse stedelijke contexten is dan ook een pluspunt.
Ook voor de tekenaar is ervaring met archeologisch tekenwerk een belangrijk pluspunt.
Geinteresseerd? Voor meer info kun je contact opnemen met stadsarcheologe Hadewych Van Rechem (012/45.99.75). CV's kunnen gestuurd worden naar erwin.clemens@stadtongeren.be
door Tijl | Vacatures | Reacties (0)
18 augustus 2007
Belgische archeologen speuren naar Minoïsche beschaving in Sissi
De voorbije weken gingen archeologen van de U.C.Louvain en de K.U.Leuven op zoek naar sporen van de Minoïsche beschaving op de archeologische site van Sissi in het noorden van Kreta, vlakbij het paleis van Malia. Het was de eerste opgraving op Kretenzische bodem die volledig door een Belgisch team wordt uitgevoerd. De archeologen legden in Sissi een necropool uit de 18de eeuw v. Chr., een hoofdgebouw met opslagruimtes en ateliers en een aantal woonhuizen bloot.
Sissi ligt op de heuvel Kefali tou Agiou Antoniou aan de noordelijke kust van Kreta. De opgravingen van de Minoische site worden geleid door professor Jan Driessen, tevens voorzitter van het departement ARKE (kunstgeschiedenis en archeologie) van de universiteit van Louvain-la-Neuve. Onlangs kreeg de universiteit een opgravingstoelating voor vijf jaar. Dit jaar bestond het opgravingsteam uit 18 onderzoekers en 7 studenten van de U.C.Louvain en verschillende onderzoekers van andere universiteiten, onder wie professor Ilse Schoep van de K.U.Leuven.
In de jaren zestig van de vorige werd al eens een gebouw op de heuvel opgegraven, maar de resultaten van dit onderzoek werden nooit gepubliceerd. Jan Driessen is echter al jaren overtuigd van het potentieel van de site. Bovendien werd de site de jongste jaren bedreigd door het toerisme ter plekke, en dus drong een uitgebreid archeologisch onderzoek zich op. Tijdens deze eerste opgravingscampagne concentreerden de archeologen zich op vijf zones.
Op de top van de heuvel stootten ze op resten van een hoofdgebouw. In een aantal opslagruimtes kwamen resten van grote amforen aan het licht. Daarnaast konden ook een aantal ateliers geïdentificeerd worden. Op de heuvelflank werden verschillende woonhuizen opgegraven. Het aardewerk verwijst naar de laatste occupatiefase van de site, net voordat de nederzetting werd opgegeven rond 1250 voor Christus.
Volgens Driessen lijkt het erop dat de heuvel op een gegeven moment versterkt werd met fortificaties, maar het is nog onduidelijk in welke periode dit gebeurde. Driessen hoopt dat sondages van de versterkingsmuren hierover meer duidelijkheid kunnen verschaffen. Vlakbij het strand werd ten slotte ook een deel van de necropool van de site opgegraven. Daarbij kwamen twee volledig bewaarde graven en een 'deposit' van menselijke en dierlijke beenderen en een grote hoeveelheid vazen uit de 18de eeuw voor Christus aan het licht.
Bron: Sissi face à son passé (Le Soir). Op de website van de krant is ook een diaporama met foto's van de opgravingen te bekijken.
door Tijl | Internationaal | Reacties (0)
Mini-symposium inheems-Romeins onderzoek in Sittard
Op 25 augustus uur vindt in in het Nederlandse Sittard een mini-symposium plaats rondom actuele ontwikkelingen in het inheems-Romeinse onderzoek. De studiedag sluit aan bij de tentoonstelling 'VIA VIA – Romeinen in de regio', die nog tot 4 november te zien is in museum Het Domein. Diverse archeologen en onderzoekers spreken deze dag over recente ontwikkelingen en inzichten op het gebied van onder andere Romeinse bewoning, Romeins aardewerk en beleid en beheer.
Sprekers tijdens het mini-symposium zijn Marion Aarts, Wim Dijkman, Joep Hendriks en Tim Vanderbeken. Aarts zal iets vertellen aan de hand van de laatste gegevens uit de gemeente Sittard-Geleen, met name over de ligging van Romeinse villa’s en de recente opgravingen op de plek waar de Odaparking in Sittard onlangs is gebouwd. Dijkman zal als archeologisch conservator van de gemeente Maastricht ingaan op de meest karakteristieke Romeinse aardewerksoort, de zogenaamde terra sigillata. Deze ‘gestempelde’ keramiek is een belangrijk gidsfossiel voor de Romeinse tijd. Hendriks vertelt over de Romeinse tijd in de regio Sittard-Geleen in vergelijking met de provincie Germania Inferior. Daarbij legt hij de nadruk op het karakter van het villalandschap in het lössgebied en de Maasvallei. Vanderbeken zal als intergemeentelijk archeoloog van de Zuid-Oost-Limburgse Archeologische Dienst (ZOLAD) vertellen over een onderzoeksproject met betrekking tot Romeinse villa’s in de regio tussen Tongeren en Maastricht.
Praktisch: de studiedag start om 10u en is gratis en zonder reservering toegankelijk. Voor de middagpauze zijn er in het centrum van Sittard voldoende lunchgelegenheden.
Meer info: www.hetdomein.nl
door Tijl | Congressen | Reacties (0)
17 augustus 2007
Over sneeuwbollen en vogelkastjes
In Goeverdinge, het vergeten gehucht aan de achterkant van het centraal station van Antwerpen, blijven archeologen maar nieuwe ontdekkingen doen. Al vele duizenden mensen zijn naar de opgravingen in de Van Immerseelstraat komen kijken. Voor één keer draait het niet om kringgreppels uit de Bronstijd of Romeinse villastructuren, maar om watertorens, vogelkastjes en een sneeuwbollenfabriek...
Het vergeten gehucht Goeverdinge is bij de Antwerpenaar ondertussen beter bekend als het Verdronken Land, omdat het langzaam is weggezakt nadat het in 1954 na een zware storm werd ontruimd. Archeologen halen op die site nu al maanden hun hartje op.
"Onlangs hebben ze nog een aantal zaken gevonden die ons eerst heel bizar en vreemd leken, maar waar we nu de werking van hebben ontdekt", zegt verantwoordelijke Geert Hautekiet, tevens artistiek directeur van Compagnie KAiET!. De spectaculaire watertoren is nu bijna helemaal intact. "We wisten dat er iets ontbrak, maar niet wat. We blijven ook maar vreemde vogelkastjes vinden. Ook die vondsten worden tentoongesteld."
Verzamelaars
Maar aan dé klap op de vuurpijl wordt dezer dagen nog hard gewerkt. "We hebben nu een vrij precies beeld van hoe de sneeuwbollenfabriek van Decaluwé & Fils eruit moet hebben gezien. Onze archeologen proberen nu de opslagruimtes bloot te leggen, in de hoop dat daar nog veel sneeuwbollen te vinden zijn." Zo werd gistermiddag een mooi exemplaar bovengehaald, al was het zwaar aangetast door de tand des tijds. Bijna elke Vlaamse sneeuwbollenverzamelaar is de site naast de treinsporen komen bezoeken. "Voor hen is de aantrekkingskracht gewoon te sterk," vertelt Geert Hautekiet. "Toegegeven, we wisten eerlijk gezegd niet dat er zoveel liefhebbers van sneeuwbollen bestonden."
Eén waarschuwing aan hun adres: ze mogen niet zelf beginnen te graven. Wat wordt gevonden, moet ter plaatse blijven. "We geven maar één sneeuwbol weg, een vrij speciaal exemplaar, omdat hij gemaakt is in opdracht van een pluimveebedrijf. Het is daarom eerder een maïsbol, met enkele kippen en een haan. Wie ons de beste foto bezorgt van zijn bezoek, krijgt hem. We zagen hier de voorbije weken immers ontzettend veel mensen foto's nemen."
Enkele gepassioneerde verzamelaars probeerden Hautekiet vergeefs met veel geld in de verleiding te brengen om de unieke sneeuwbol aan hen te verpatsen. "Wat bewijst dat de winnaar van de fotowedstrijd met een waardevolle bol naar huis gaat," zegt hij.
Het Verdronken Land in de Van Immerseelstraat (op ca. 15 minuten wandelen van het Centraal Station van Antwerpen) kan nog tot 26 augustus bezocht worden.
Bron en afbeelding: Het Nieuwsblad, 16 augustus
Meer info: Regionale Zender O-Radio - Taalblad online
door Johan | Opgravingen | Reacties (4)
Vrijwilligers/studenten gezocht voor begeleiding werken Academie (Antwerpen)
Voor een archeologische begeleiding van het bouwproject 'uitbreiding Academie voor Schone Kunsten' in de Blindestraat in Antwerpen worden dringend vrijwilligers en/of studenten gezocht. Het project start op dinsdag 21 augustus; de duur is vooralsnog onbekend. Ervaring in schaven is aanbevolen. Aan mogelijke kandidaten wordt vriendelijk verzocht contact op te nemen met Tim Bellens, consulent archeologie van de Stad Antwerpen (Tel: 03/2329208 of 0473/993505).
door Johan | Opgravingen | Reacties (0)
16 augustus 2007
Romeinse sporen bij vooronderzoek 'Ring rond Asse'
Het archeologische projectbureau Archaeological Solutions is momenteel bezig met het vooronderzoek van de N9 k - de nieuwe ringweg rond Asse (Vlaams-Brabant). Het plangebied was vooralsnog terra incognita voor archeologen. Onverhoopt werden er al op de eerste graafdag sporen aangetroffen van Romeinse aanwezigheid. Meer bepaald gaat het hier om een greppelstructuur, twee afvalkuilen met Romeins materiaal en een (paal)kuiltje.
In opdracht van Agentschap Infrastructuur Wegen en Verkeer Vlaams-Brabant en o.l.v. projectleider Kristof Verelst, startte Archaeological Solutions op vrijdag 10 augustus laatstleden een verkennend archeologisch onderzoek in Asse. Het terrein situeert zich ten oosten van de dorpskern van Asse, gelegen tussen de Assesteenweg en de Stationsstraat/Brusselsesteenweg. Hier wordt een nieuwe ringweg voorzien (N9 k), met de bedoeling het centrum van Asse te ontlasten, zowel van doorgaand particulier verkeer maar ook van vrachtverkeer van en naar de industriezone van Mollem.
Aangezien de zone van het geplande wegtracé tot op heden ononderzocht bleef, is archeologische potentie van het plangebied vooralsnog onbekend. Het vooronderzoek is dan ook een aangewezen mogelijkheid om het projectgebied archeologisch te evalueren, teneinde het ongekende archeologisch erfgoed te detecteren, af te lijnen en te registreren.
Gelet op de lengte (1 km) en de breedte van de aan te leggen wegkoffer (25 m), en de aard van de ingreep, bestaat de kans dat er bij de graafwerkzaamheden archeologische monumenten worden aangetroffen.
Dat projectbureau ‘Archaeological Solutions’ reeds op de eerste dag van het onderzoek op Romeinse grondsporen stuitte, overtrof alle verwachtingen. Net ten noorden van de Assesteenweg, op ca. 1 m beneden maaiveld, stootte de opgravingsploeg op donkergrijze negatiefsporen die zich ten opzichte van de lichtbruine lemige ondergrond duidelijk aftekenden (afbeelding linksonder). Na onderzoek schijnen deze sporen meer dan waarschijnlijk uit de Romeinse tijd te stammen. Getuige hiervan zijn de teruggevonden fragmenten van Romeinse dakpannen (meer specifiek: tegulae en imbrices) en enkele fragmenten van grijzig klinkend hard gebakken (inheems-Romeins?) aardewerk (afbeelding rechtsboven).
Volgens de eerste vaststellingen gaat het hierbij om twee afvalkuilen, een greppelstructuur, en een kleiner (paal?)kuiltje. In de grootste afvalkuil werden naast de hierboven beschreven dakpan- en aardewerkfragmenten ook enkele fragmenten van een dierlijke tand teruggevonden.
De reden waarom deze sporen zich zo diep bevinden ten opzichte van het huidige maaiveld, heeft meer dan waarschijnlijk te maken met een natuurlijke verhoging van deze lager gelegen zone doorheen de tijd, en dit door toedoen van verspoeling en verglijding van hoger gelegen gronden. Langs weerszijden wordt deze zone immers omgeven door heuvels.
De bewijsvoering van deze (al dan niet natuurlijke) verhoging wordt ondermeer gevoed door talrijke fragmenten geglazuurd aardewerk die in het afdekkende pakket werden aangetroffen.
Projectbureau Archaeological Solutions houdt de geïnteresseerde lezer alvast verder op de hoogte op hun website. Na afloop van de terreinwerken worden de bekomen resultaten uitgebreid gerapporteerd onder AS-Rapportage 5.
Meer info: Archaeological Solutions - Kristof Verelst
Afbeeldingen: copyright Archaeological Solutions
door Johan | Opgravingen | Reacties (23)
15 augustus 2007
Onderzoek legt (laat-)Middeleeuwse gracht bloot in Dendermonde
Het stilleggen van de rioleringswerken aan de Zwarte Zusterstraat-Beurzestraat gaf het Dendermonds Archeologisch Team de mogelijkheid om van half juli tot half augustus een kleinschalig archeologisch onderzoek uit te voeren. De opgravingen leidden tot de ontdekking van een diepe en natte stadsgracht die aan het begin van de Beurzestraat afboog richting Kerkstraat.
Op het Grondplan der Stad Dendermonde zoals zij bestond in 1375 van Alphonse de Vlaeminck (1866) lijkt de zogenaanmde Paal- of Savaangracht te stoppen in de Savaanstraat (huidige Emiel Van Winckellaan) plots te stoppen. Dankzij de resultaten van het bodemonderzoek weten we nu dat de gracht waarschijnlijk uitmondde in de vroegere Kerkgracht.
Een met houten palen beschoeide gracht die tijdens een onderzoekscampagne in 2005-2006 op de site van de toekomstige stadsbibliotheek werd gevonden, stond niet in verbinding met de Kerkgracht.
De gracht werd éénmaal gedempt (verspitte, gemengde laag) en nadien heruitgegraven. De ouderdom van de gracht kon door het gebrek aan goed te dateren artefacten nog niet worden bepaald. Een C14-analyse van houtresten uit de onderste organische afzettingen zal mogelijk een datering opleveren.
Drainagebuis
Tijdens de opgravingen werd ca. 9 m van deze drainagebuis ontdekt. Ze loopt nog tenminste 22 m door in de Zwart Zusterstraat en ca. 13,75 m in de Beurzestraat (onderzoek met behulp van ontstoppingsslang). De buizen in rood aardewerk werden vervaardigd op een pottenbakkerschijf en nadien oxiderend gebakken. Dit wil zeggen dat er tijdens het bakken zuurstof in de oven aanwezig was. Door oxidatie van het ijzer in de klei verkreeg het aardewerk een rode kleur. Daar de buizen uit rood en niet uit grijs (zuurstofarme bakking) aardewerk bestaan, kan worden geconcludeerd dat ze eerder uit de 15e of 16e eeuw dan uit de 14e eeuw dateren. Aan de kraagzijde versmalt de diameter van de cilindrische buis, zodat deze een lichtconische vorm vertoont. De breedste opening van de buis past rond de smalste opening van een volgende en wordt door de kraag tegengehouden. Om de aansluitingen waterdicht te maken werd een dikke laag van vette klei aangebracht. Afmetingen: H= 35-42 cm; diameter breedste opening= 11-12 cm; Meer info: Dimitri Beeckman, archeoloog Stad Dendermonde door Johan
| Opgravingen
| Reacties (0)
Ervaring op landelijke sites is een pluspunt. Geinteresseerd? stuur je cv en een korte motivatie-email voor vrijdag 17 augustus naar Johan Hoorne door Tijl
| Vacatures
| Reacties (0)
Het Volkskundemuseum opent op 18 augustus de deuren om 14 uur en het feest duurt tot 1 uur ’s nachts. Tot in de late uren kun je de twee laatste tentoonstellingen bezoeken: Het interessante volk. Van Max Elskamp tot Museum aan de Stroom: honderd jaar dagelijks leven verzameld en Verbeeld verleden. Foto’s van Karin Borghouts. In de tuin kun je terecht voor een drankje en een hapje terwijl je geniet van Lady Angelina, the saddest voice of Europe, met haar bloedstollende smartlappen, stevige tango’s en bitterzoete liefdesliedjes. De Poesje van de Repenstraat verwent je met twee voorstellingen: Romeo en Juliette en De Neus en de blote verdoemenis. Leen Huet en Jan Grieten, curatoren van de tentoonstelling Het interessante volk, geven een lezing* met filmpjes over dichter-graficus, eerste bezieler van het museum én volkskundig verzamelaar Max Elskamp. De jongeren van geest kunnen in de tuin kennismaken met volksspelen onder begeleiding van een gids. ‘s Avonds presenteren de legendarische Dree Peremans (Radio 1) en radiostem par excellence Lute Vanduffel speciaal voor de Museumnacht Het einde van het museum, een eenmalig ‘radioprogramma’ dat alleen in het museum live te beluisteren is. Het wordt een bonte avond met onder meer Geertrui Daem, Jo Govaerts, Geert van Istendael, Erik Vlaminck, Christian Berg, Alfons Thijs, Leen Huet en Jan Grieten. En met livemuziek door Jan De Smet (De Nieuwe Snaar) en Hauman & de Moeite. Het feestprogramma Vanaf 14 uur: Tentoonstellingen Het interessante volk. Van Max Elskamp tot Museum aan de Stroom: 100 jaar dagelijks leven verzameld en Verbeeld verleden. Foto’s van Karin Borghouts * Telefonisch inschrijven voor de lezing is noodzakelijk (max. 50 deelnemers): 03/220.86.66 Praktisch: op 18 augustus is het Volkskundemuseum gratis toegankelijk van 14 tot 19 uur. Vanaf 19 uur betaal je 6 euro voor een combiticket voor de Museumnacht. door Tijl
| Evenementen
| Reacties (0)
Op het terrein werd een tiental jaar geleden een gasleiding aangelegd en archeologisch opgevolgd, waarbij sporen uit de Volle Middeleeuwen geregistreerd werden. In de afgelopen maand mei werd het terrein onderworpen aan een archeologisch vooronderzoek door middel van proefsleuven. Hierbij kwamen sporen uit de Late IJzertijd, Romeinse tijd, Karolingische periode en Volle Middeleeuwen aan het licht. Meer info: Mieke Van de Vijver (Tel: 0485/746912) en Frederik Wuyts (Tel: 0485/562067) door Johan
| Opgravingen
| Reacties (10)
De reeks heeft niet de pretentie compleet te zijn maar met een totaal van 1500 bekende en minder bekende heiligen benaderen de auteurs toch aardig het volledige “heiligenbestand” van West-Europa. In de eerste twee delen overlopen de auteurs grotendeels het canon van de meest bekende heiligen. In dit laatste deel wordt vooral aandacht geschonken aan de lokale, minder bekende heiligen. Een goede selectie maken van de overgebleven heiligen was dan ook van primordiaal belang. De auteurs zijn in deze opdracht wonderwel geslaagd. Het hele historische spectrum lag open waarbij ook de recente zaligverklaringen als de in 1999 heilig verklaarde kinderen van Fatima een plaatsje kregen. De drie delen vormen tezamen een handig naslagwerk, zoniet een must-have, voor iedereen die meer wil weten en begrijpen over religieuze iconografische themata . Alle heiligen werden alfabetisch geordend op basis van hun attribuut maar in het register, dat de drie delen beslaat, kan op naam gezocht worden. Er werd duidelijk gezocht naar de meest treffende illustraties om het woord kracht bij te zetten. En dat maakt van het geheel een visueel zeer aangename publicatie. Een klein minpuntje is wel het ontbreken van een illustratieverantwoording bij de afbeeldingen of achteraan de publicatie. De gegevens (auteur, plaats, datum) van de opgenomen illustraties van glasramen, prenten, delen uit panelen, kunnen interessante verwijzingen geven naar de heiligen. Meer info: Davidsfonds door Priscilla
| Publicaties
| Reacties (4)
Binnen de (stedelijke) deelraad erfgoed en beeldende kunsten bestaat sinds september 2004 de 'cel archeologie'. Deze groep van vrijwilligers heeft als doel het adviseren en alert houden van de stad op archeologisch vlak, en dit in afwachting van het oprichten van een stedelijke of intergemeentelijke archeologische dienst. Sinds enkele jaren organiseert de cel een tentoonstelling tijdens de Open Monumentendag. In 2005 ging deze door in de Gevangenenpoort n.a.v. de noodopgraving van de ijskelder (?) in de Kapucijnenvest. In 2006 in de leegstaande woning Fl. Van Cauwenberghstraat waar in de kelder restanten van een oude fundering werden blootgelegd (verder onderzoek moet nog uitwijzen of deze afkomstig zijn van de Mechelse Binnenpoort). Dit jaar vindt de tentoonstelling 'Waar woonde de eerste Lierenaar?' plaats in de voormalige kapel van het weeshuis in het Begijnhof. Aansluitend bij het thema 'Wonen' van de Open Monumentendag worden een aantal hypotheses rond de ontstaansgeschiedenis van Lier toegelicht. Tevens worden een aantal Romeinse en Karolingische vondsten getoond, gevonden op het Hoogveld. Praktisch: de tentoonstelling loopt van 2 tot 16 september in de kapel van het voormalig weeshuis in het Begijnhof (St.-Margarethastraat, Lier). Ze is telkens op zaterdag en zondag te bezichtingen van 13u tot 18u. Tijdens de Open Monumentendag op zondag 9 september van 10u tot 18u. door Tijl
| Tentoonstellingen
| Reacties (1)
In de nieuwe Colruyt-vestiging in Tongeren zullen winkelaars niet alleen voedingswaren kunnen kopen, maar ook een aantal vondsten uit de Romeinse tijd, die op de site werden opgegraven, kunnen bezichtigen. Colruyt financierde zelf de archeologische opgravingen op het bouwterrein en loopt hiermee vooruit op de Vlaamse wetgeving omtrent de omgang met het Vlaamse en historische erfgoed, laat directeur-generaal Luc Rogge van Colruyt vrijdag weten. Het terrein waar de Colruyt-vestiging gelegen is, werd tussen de eerste en de vierde eeuw na Christus gebruikt als uitbreidingszone van de toenmalige Romeinse stad en was binnen de Romeinse stadsomwalling van Tongeren gelegen. Een groot deel van het terrein bestond uit lange smalle kavels met langwerpige huizen, waarachter zich moestuinen, afvalkuilen en schuren bevonden. De archeologische vondsten tonen aan dat Tongeren destijds een welvarende stad was, waar handel, internationale contacten en geld een belangrijke rol speelden. Er werden in dit verband behalve resten van aardewerk uit Frankrijk, Duitsland en het Maasgebied, ook resten van amforen aangetroffen, bedoeld voor transport van wijn en olijfolie uit Italië, Zuid-Frankrijk en Spanje. Archeologen ontdekten op de site ook zowat zestig munten en stukjes muurschilderingen die erop wijzen dat de houten en later ook stenen huizen bepleisterd waren. Een bijzondere vondst vormt een bronzen zegeldoosje dat in de Romeinse tijd gebruikt werd om wasplankjes, de voorlopers van de huidige brief, te verzegelen. Het onderzoek stond onder het toezicht van het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed (VIOE). De opgravingen werden uitgevoerd door het archeologisch bureau ADC-ArcheoProjecten uit Nederland, in samenwerking met ARON bvba. De opening van de nieuwe Colruyt-vestiging in Tongeren vindt plaats op 14 augustus. door Johan
| Tentoonstellingen
| Reacties (2)
Met de steun van projectontwikkelaar Immpact en aannemer Hooyberghs kon de stedelijke afdeling archeologie de voorbije maanden een groot deel van een laatmiddeleeuwse ambachtelijke zone in kaart brengen. Scheepsresten als bouwmateriaal Aan de noordoostelijke zijde van het terrein bevonden zich de restanten van een vierkanten bakstenen constructie, op een houten fundering. Het grote baksteenformaat wijst op een datering in de Late Middeleeuwen. De constructie telt twee vloerniveaus, beiden in visgraatverband. Opmerkelijk is de fundering, waarbij het metselwerk rust op houten liggers, vermoedelijk naaldhout. In Nederland werd voor dergelijke funderingen vuren of grenen gebruikt. De hoge grondwaterstand en de aanwezigheid van klei zorgde voor een uitstekende bewaring van het hout. Klei voor een langere levensduur Voor de datering van de kuilen is men aangewezen op het vondstmateriaal uit de kuilvulling. Het opgegraven ceramisch vondstmateriaal - overwegend ingevoerd steengoed en lokale grijze waar - wijst op een datering in de 14de en/of 15de eeuw. De uitstekende toestand waarin de houtstructuren en het vondstmateriaal bewaard zijn gebleven, wordt verklaard door de aanwezigheid van natuurlijke en aangevoerde klei. De houten palen leken ingeheid in een veen- en kleilaag, met daarboven een pakket aangevoerde klei. Dit gebruik van klei rondom houtstructuren is bekend: de klei waarborgt een langere levensduur voor het hout en zorgt voor meer stabiliteit. Van vlas tot linnen De drie kuipen worden voorlopig beschouwd als vlasrootputten. Hierin werd vers vlas gedurende enkele dagen tot weken in water ondergedompeld om de vezels los te weken (roten), om nadien te verwerken tot linnen. Het is de eerste maal dat in Antwerpen de aanwezigheid en grootschaligheid van dit middeleeuws ambacht door archeologisch onderzoek wordt vastgesteld. Meer info: door Johan
| Opgravingen
| Reacties (1)
De dorpsbewoners en liefhebbers van de vijftig dorpen waarop gestemd kon worden lieten alvast geen kans onbenut om hun favoriete dorp te promoten. In totaal vulden ze 4293 'post-its' met leuke tips, toeristische ideeën en foto's over hun dorp. De dorpen zelf deelden flyers uit en mobiliseerden hun bewoners en bezoekers via infobladen en websites om te stemmen. Baarle-Hertog onderbouwde hun campagne zelfs met een ludieke actie: het dorp sloot op donderdag 2 augustus de grensovergang in het centrum. Iedereen die de grens over wou, moest langs een checkpoint voor controle. Passanten konden opnieuw door nadat ze stemden op Baarle-Hertog via de website. Eind augustus 2007 draait de filmploeg van Vlaanderen Vakantieland in de vijftien dorpen. De belevenissen van de 'reporters' kan je volgen op www.hetmooistedorp.be. Vanaf 19 april 2008 start de grote finale van de verkiezing van 'Het mooiste dorp'. De vijftien kandidaat-dorpen worden uitgebreid aan het publiek voorgesteld in een TV-reeks op Vlaanderen Vakantieland op één, in een reeks reportages op Radio 2 en in een wekelijkse bijdrage in Het Nieuwsblad. Op 31 mei wordt de grote winnaar bekend gemaakt in een extra uitzending van Vlaanderen Vakantieland. In april 2008 verschijnt tot slot de gloednieuwe uitgave van Lannoo waarin de selectie van de vijftig geselecteerde mooiste dorpen worden gebundeld. Meer info: bekijk de vijftien mooiste dorpen van Vlaanderen op www.hetmooistedorp.be door Tijl
| Varia
| Reacties (0)
De verdere gebeurtenissen van het wetenschapskamp zijn te volgen op een weblog die hier te raadplegen is. Meer info: graven om te weten en wetenschapskamp 2007 door Priscilla
| Jeugd
| Reacties (0)
Binnen afzienbare tijd worden de gronden rond Flanders Expo ontwikkeld. Het archeologische onderzoek kadert in een advisering van de Dienst Stadsarcheologie Gent, ondersteund door de provincie Oost-Vlaanderen en wetenschappelijk begeleid door de Universiteit Gent. De Grondontwikkeling Handelsbeurssite nv staat in voor de kosten van het onderzoek (oa. 2 projectarcheologen, kraankosten en materiaal). Bij de belangrijkte resultaten horen een drietal clusters met paalsporen en kuilen afkomstig uit de Vroege IJzertijd (750 - 500 voor Christus). Wellicht zijn deze te interpreteren als afzonderlijke erfjes (duidelijk ruimtelijk, misschien ook chronologisch gescheiden van elkaar). Opmerkelijk is het voorkomen van redelijk grote hoeveelheden aardewerk, wat voor landelijke nederzettingen niet evident is. De archeologen vonden in het aardewerk ook een duidelijke component Late IJzertijd. De ruimtelijke verspreiding en koppeling aan sporen moet nog in detail bekeken worden Ten slotte vond het team archeologen ook nog een tweetal Romeinse brandrestengraven (veldgraven), voorlopig nog zonder duidelijke datering. De opgravingscampagne loopt nog tot eind augustus, maar mogelijk volgen nog verdere fases in het archeologisch onderzoek. Meer info: Johan Hoorne door Tijl
| Opgravingen
| Reacties (2)
Professor Geert Van Hoorick, docent bestuursrecht aan de Universiteit Gent, treedt de stelling van de actiegroep bij. "Het advies van de ambtenaar telt welgeteld één zinnetje: 'Er is geen bezwaar'. Ook de bouwmeester had geen probleem met de plannen. Maar als er een grondig onderzoek was geweest, had het advies op zijn minst gewag moeten maken van de beschermde bomenrij en gebouwen die vlakbij het gemeentehuis staan," stelt Van Hoorick vandaag in Het Laatste Nieuws. "Het decreet tot bescherming van monumenten en stad- en dorpsgezichten is met de voeten getreden," zegt Hugo Lejon, voorzitter van de actiegroep en zelf architect en stedenbouwkundige. "Volgens ons zijn er ook procedurefouten gemaakt." De actiegroep houdt ook een petitie om de verbouwing, die het gemeentehuis liefst 4 keer zo groot zal maken en 3,5 miljoen euro kost, alsnog te stoppen. "We hebben al honderden handtekeningen. Omdat we het Vlaams Gewest aanklagen en niet de gemeente, zal die laatste niet moeten opdraaien voor een schadevergoeding als de Raad van State de werken stopzet." Burgemeester Luc Van Linden (sp.a) vindt dat de argumentatie geen steek houdt. "Het gemeentehuis zelf is niet beschermd en de actie komt rijkelijk laat: we hebben de bouwvergunning al sinds november vorig jaar." Een zaak voor de Raad van State kan twee jaar aanslepen. Tegen dan staat het nieuwe gemeentehuis er waarschijnlijk al. Wat als de actievoerders gelijk krijgen? "Dan zullen we een schadevergoeding moeten eisen van de Vlaamse overheid, zeker als het gemeentehuis weer moet worden afgebroken." Externe link: SOS-Gemeentehuis-ver(NIEL)d door Tijl
| Erfgoed
| Reacties (3)
In opdracht van de Universiteit Gent (Vakgroep Archeologie en Oude Geschiedenis van Europa) werden vanaf 1985 op regelmatige tijdstippen schuine luchtopnames in de regio genomen vanuit een licht sportvliegtuig. Op deze foto’s zijn verkleuringen in bodems (soilmarks) en gewassen (cropmarks) en ook schaduwen (shadowmarks) of grondwaterconcentraties (watermarks) zichtbaar die kunnen wijzen op de aanwezigheid van archeologische sporen in de ondergrond. Archeologische sporen zijn meestal ingegraven structureren zoals grachten, greppels, paalgaten en kuilen of begraven constructies zoals resten van muren en wegen. De waterhuishouding ter hoogte van deze archeologische sporen wijkt af van de omgevende ondergrond, wat zich kan vertalen in differentiële vegetatiegroei, uitdroging, dooi (snowmarks) of bodemkleur. Het betreft subtiele deviaties die niet van op de begane grond kunnen worden waargenomen maar enkel van op grote hoogte en onder bijzondere omstandigheden (bv. tijdens aanhoudende droogteperiodes, bij lage lichtinval, etc.). Tijdens het project zijn 588 verschillende archeologische sporen in kaart gebracht. Het zal niet verwonderen dat een deel van de waargenomen sporen resten betreffen uit de Eerste Wereldoorlog: concentraties bomkraters, loopgraven en resten van bunkers. De analyse maakt evenwel ook duidelijk dat de regio over veel meer beschikt dan enkel een oorlogsverleden. De resten van middeleeuwse hoeves, mogelijke resten van grafheuvels uit de Bronstijd, oude perceelsstructuren en wegen getuigen van een veel minder bekend, doch ook opvallend rijk historisch en prehistorisch verleden. Doordat de sporen nu bekend en gelokaliseerd zijn is de kans dat deze bij eventueel toekomstige (bouw)werken ongedocumenteerd verloren gaan aanzienlijk verminderd. Foto: cropmarks in Zillebeke (gem. Ieper). Op deze locatie is vanaf 2009 woningbouw voorzien. door Tijl
| Varia
| Reacties (2)
Vlaams minister Van Mechelen heeft recent de prakbegraafplaats ‘Schoonselhof’ definitief beschermd. De stad Antwerpen kocht het landgoed Schoonselhof, gelegen op het grondgebied van de districten Hoboken en Wilrijk, in 1911 om het als begraafplaats in te richten. De inrichting als parkbegraafplaats gebeurde naar het voorbeeld van het 'Waldfriedhof' van Ohlsdorf (Hamburg) en wordt gekenmerkt door de aanleg van grachten en brede lanen. Het terrein is sterk beboomd en is overwegend ingedeeld volgens een dambordpatroon met gemakkelijk bereikbare en omhaagde perken. Schoonselhof werd officieel geopend op 1 september 1921, hoewel er reeds sinds 1914 bijzettingen plaatsvonden (de eerste dode die hier begraven werd op 29 augustus 1914 was een Duitse militair). In 1938 werden een groot aantal grafmonumenten van de in 1936 gesloten Kielbegraafplaats, naar hier overgebracht. Schoonselhof is echter vooral bekend om zijn ereperken, waar een aantal beroemde inwoners van de stad hun laatste rustplaats kregen, waaronder Peter Benoit, Pierre Bruno Bourla, Hendrik Conscience (foto), Willem Elsschot, Camille Huysmans, Ferre Grignard, Herman De Coninck, Paul Van Ostaijen,… Bovendien bevindt zich op Schoonselhof ook een omvangrijk Joods gedeelte. Aansluitend op het thema van de militaire begraafplaatsen kan gewezen worden op de belangrijke aanwezigheid van militaire ereperken en oorlogsmonumenten uit de Eerste en de Tweede Wereldoorlog, maar ook uit de Frans-Duitse oorlog van 1870 en de Belgische onafhankelijkheidsoorlog. Opvallend is ook het groot aantal nationaliteiten uit de Eerste en de Tweede Wereldoorlog met naast de vele Belgen en soldaten uit het Gemenebest ook nog de graven van Italianen, Fransen, Portugezen, Russen, Polen en een Roemeen. Dankzij de bescherming wordt het Schoonselhof integraal gevrijwaard. Binnenkort wordt gestart met het opmaken van een beheersplan. Op de perken met de meest historische graven zal ruiming van graftekens bijvoorbeeld niet toegelaten worden, op andere perken kan dat in overleg wel. "Het Schoonselhof wordt omwille van het feit dat er zoveel beroemdheden begraven liggen, het Père-Lachaise van Vlaanderen genoemd. Het is echter belangrijk dat niet alleen de individuele graven van de bekenden bewaard blijven, maar ook de andere historische graven. Bovendien komen we stilaan in een nieuwe tijdsgeest en worden de dood en het begraven niet langer achter dikke muren of hoge bomen, langs de rand van de stad verstopt. Integendeel, we zien opnieuw een tendens naar kwalitatieve en gediversifieerde aanleg, graftekens, enz. De bescherming kan op dat vlak alvast richtinggevend zijn", aldus nog minister Van Mechelen. Bron: Dirk Van Mechelen door Tijl
| Erfgoed
| Reacties (0)
Eén van de thema’s die in de thematische beschermingsaanpak van Van Mechelen worden uitgewerkt, is dat van het erfgoed van de Eerste Wereldoorlog en bij uitbreiding alle oorlogserfgoed in Vlaanderen. Vorig jaar kondigde minister Van Mechelen de ‘Inventaris 1914-2014' aan, een grootschalig inventarisatie- en beschermingsproject van het WO I-erfgoed in Vlaanderen dat uiteindelijk moet leiden tot de erkenning van de slagvelden uit de Eerste Wereldoorlog als Unesco-werelderfgoed. Voor 2007 staan de militaire begraafplaatsen op het programma. Het pakket van Belgische militaire begraafplaatsen is dan ook het eerste in de rij, later op het jaar volgen nog pakketten rond de begraafplaatsen van het Gemenebest, en die van de Franse en Duitse militaire begraafplaatsen. Als eerste deelpakket beschermt Vlaams minister Van Mechelen nu 15 Belgische militaire begraafplaatsen als monument, met name de begraafplaatsen van Lier in de provincie Antwerpen, van Halen en Leopoldsburg in de provincie Limburg, van Eppegem, Veltem-Beisem en Sint-Margriete-Houtem in Vlaams-Brabant en van Westvleteren, Hoogstade, Oeren, Steenkerke, Adinkerke, De Panne, Ramskapelle, Keiem en Houthulst in de provincie West-Vlaanderen. De minister heeft nu de besluiten tot voorlopige bescherming getekend. Dit wil zeggen dat de procedure tot definitieve bescherming wordt opgestart, met inbegrip van een openbaar onderzoek en het inwinnen van de nodige adviezen, zoals het advies van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen. Binnen het jaar moet de definitieve beslissing genomen worden. Belgische militaire begraafplaatsen hebben doorgaans een strak symmetrisch aanlegpatroon, met een bakstenen voormuur afgewerkt met natuursteen en sierelementen, een vlaggenmast met driekleur, (meestal) een gedenkkruis of religieus symbool en een houten schuilhuisje waarin zich ook het grondplan, het register en het bezoekersboek bevindt. Vanaf 1925 werd een standaard grafsteen, naar ontwerp van architect Fernand Symons, veralgemeend: arduinen stenen versierd met krullen met een bronzen grafplaat met de gegevens van de overledene. Tenzij de nabestaanden dit niet wensten, werden de oorspronkelijke graftekens zoals houten kruisen of de zgn. heldenhuldezerkjes, door het standaardtype vervangen. Van de ongeveer 800 heldenhuldezerkjes blijven er vandaag nog circa 75 bewaard. De plaats waar de verschillende militaire begraafplaatsen zijn ontstaan verwijzen doorgaans naar de krijgsverrichtingen, zoals Halen, Lier, Sint-Margriete-Houtem, Veltem-Beisem, Eppegem, Ramskapelle, Keiem en Houthulst, of naar de plaats waar medische posten of hospitalen werden uitgebouwd, zoals Westvleteren, Hoogstade, Oeren, Steenkerke, Adinkerke en De Panne. In het geval van Leopoldsburg betreft het vooral graven van krijgsgevangen, politieke gevangenen, gefusilleerden… die hier werden gegroepeerd. "Negentig jaar na de Eerste Wereldoorlog is de herinnering aan deze gruwelijke loopgravenoorlog en aan de Tweede Wereldoorlog nog altijd levendig en actueel. Het is dan ook belangrijk dat de begraafplaatsen en hun graven van een ganse generatie jonge mensen blijvend symbool kunnen staan voor de gruwelen en de zinloosheid van de oorlog. Niet alleen om niet te vergeten, maar ook om lessen te trekken naar de toekomst. De bescherming van de Belgische militaire begraafplaatsen – en later van de militaire begraafplaatsen van de andere mogendheden – bevestigt de enorme maatschappelijke relevantie ervan. Ik hoop dat deze bescherming meer dan ooit een aanzet mag zijn, voor de blijvende en niet aflatende inzet voor het behoud van ons oorlogserfgoed. Dat het tevens een uitgangspunt kan vormen voor nieuwe initiatieven, die bijvoorbeeld jongeren bewust maken van het voorrecht om te leven in een vrij en welvarend Vlaanderen," aldus nog de minister. Meer info: een korte beschrijving van de militaire begraafplaatsen vind je op dirkvanmechelen.be door Tijl
| Erfgoed
| Reacties (1)
Alle afgestudeerden van de voorbije 10 jaar hebben op hun domicilieadres - het adres op moment van afstuderen - een brief ontvangen met daarin hun persoonlijke login en paswoord waarmee de online enquête ingevuld kan worden op http://www.archaeology.ugent.be/visitatie/. De resultaten hiervan zullen verwerkt en openbaar gepubliceerd worden in het rapport van de Vlaamse Interuniversitaire Raad (VLIR). Het spreekt vanzelf dat er geen persoonlijke gegevens vrijgegeven zullen worden en dat de verwerking van de gegevens anoniem zal verlopen. Indien u uw login en paswoord niet verkregen hebt, gelieve dan te mailen naar stani.vandecatsye@ugent.be met de vermelding van uw naam en afstudeerjaar. U zal dan zo spoedig mogelijk uw persoonlijke login ontvangen. Tenslotte wil de opleiding Archeologie graag nog op het belang van deze enquête wijzen. De uiteindelijke beoordeling is in het belang van het voortbestaan en kwaliteit van de opleiding en vormt dus een belangrijke maatstaf voor de toekomst. door Tijl
| Varia
| Reacties (0)
Bekijk de vacature in de SNA-vacaturebank. door Priscilla
| Vacatures
| Reacties (0)
Lees Liesbets getuigenis over "racistische grafroverij" in Prestwich Street, Capetown door Johan
| Archeologen Zonder Grenzen
| Reacties (0)
De groep slaat zijn kamp op op de terreinen van de historische hoeve Cross Roads, nabij het einde van de A19-snelweg (Hoge Ziekenweg 5, 8900 Ieper). De deelnemers zullen er in 1917-stijl overnachten en leven. Hun programma omvat vier marsen, telkens gedurende de voormiddag uit te voeren. De marsorders voor de groep zien er als volgt uit: dinsdag 31 juli woensdag 1 augustus donderdag 2 augustus vrijdag 3 augustus Elke namiddag, tussen 14.00 en 18.00 uur wordt het kampement opengesteld voor het publiek. Geïnteresseerden kunnen er dan van dichtbij kennis maken met de leefomstandigheden uit 1917 en het materiaal en uniformen van heel dichtbij bekijken. Bovendien wordt er een kleine tentoonstelling voorzien over de archeologische opgravingen die in het leden zijn uitgevoerd op diezelfde plaats. Op zaterdag wordt het kamp opengesteld tussen 12.00 en 18.00 uur, Op vrijdag 3 augustus neemt de groep deel aan de Last Post onder de Menenpoort waarbij een aantal afgevaardigden in uniform een krans van poppies zal neerleggen bij het herdenkingsmonument. Deze Ieperse versie van de “Pals March” wordt gesteund door het stadsbestuur van Ieper, het British Legion, het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed (VIOE) en de Association for World War Archaeology (AWA). Het stelt de bezoeker en sympathisant voor een unieke mogelijkheid om de gewone infanteriesoldaat uit 1917 te leren kennen op de exacte plaats waar hij 90 jaar geleden ook vertoefde op de vooravond van de Slag van Passendaele. Aansluitend artikel: De Slag van Passendale, 90 jaar later (2 juli 2007) door Tijl
| Evenementen
| Reacties (0)
diameter smalste opening= 9-10 cm.14 augustus 2007
Dringend interim-archeologen gezocht voor Handelsbeurssite
Voor het archeologisch onderzoek in Sint-Denijs-Westrem - Flanders Expo zoekt de NV Grondontwikkeling Handelsbeurssite tijdelijk versterking van drie interim-archeologen. Men zoekt één archeoloog voor de periode van 24 augustus tot en met 3 september; twee archeologen kunnen in de periode van 24 augustus tot en met 15 september aan de slag (mogelijk met nog twee tot drie weken verlengbaar).
Aansluitend artikel: Opgravingen aan Flanders Expo in Gent op volle toeren (7 augustus 2007)De laatste nacht van het Antwerpse Volkskundemuseum
Op zaterdag 18 augustus bestaat het Antwerpse Volkskundemuseum honderd jaar. En één dag later sluit het voorgoed zijn deuren om de verhuizing van de collectie naar het Museum aan de Stroom (MAS) voor te bereiden. Een goede reden voor de museumploeg om de bloemetjes een laatste keer flink buiten te zetten met tal van evenementen. Het museum aan de Gildekamerstraat is gratis toegankelijk van 14 tot 19u.
14 tot 17 uur: Doorlopend volksspelen, café en hapjes
14 tot 14.30 uur: Lady Angelina
14.30 tot 15 uur: De Poesje van de Repenstraat speelt Romeo en Juliette
15.15 tot 16 uur: Lezing* door Leen Huet en Jan Grieten
15.30 tot 16 uur: Lady Angelina
16.30 tot 17 uur: De Poesje van de Repenstraat speelt De Neus en de blote verdoemenis
19 tot 1 uur: Museumnacht
20.30 tot 23 uur: Dree Peremans en Lute Vanduffel brengen Het einde van het museum
Meer info: volkskunde.museum@stad.antwerpen.beVrijwilligers gezocht voor opgravingen Erembodegem
Te Erembodegem (Aalst) loopt vanaf augustus tot en met januari de opgraving van een vijftal archeologische vindplaatsen uit diverse periodes. De aanleiding is de ontwikkeling van het industrieterrein Zuid IV door de intercommunale So-Lva. Archeologen Frederik Wuyts en Mieke Van de Vijver zijn nog op zoek naar stagestudenten die voor minimum 5 dagen een handje willen toesteken.
12 augustus 2007
Heiligen herkennen
Recent werd het derde en laatste deel in de reeks Sancti, Santus, Sanctorum uitgegeven bij het Davidsfonds. In deze reeks wordt een overzicht gegeven van de meest bekende en minder bekende heiligen uit West-Europa. Sanctorum is het laatste deel van de auteurs van de drie volumes; Jo Claes, Alfons Claes en Kathy Vincke. Hoewel heiligen grotendeels uit het hedendaagse leven lijken verdwenen, zijn ze niet weg te denken uit ons culturele erfgoed.
Maar, de reeks is dan ook niet bedoeld als naslagwerk voor (kunst)historici maar beoogt in tegendeel een breder publiek te bereiken. In deze laatste missie is het auteurstrio wel geslaagd. 11 augustus 2007
Waar woonde de eerste Lierenaar?
Sinds enkele jaren organiseert de Lierse 'cel archeologie' tijdens de Open Monumentendag een tentoonstelling. Dit jaar vindt de tentoonstelling plaats in de voormalige kapel van het weeshuis in het Begijnhof. Aansluitend bij het thema 'Wonen' worden een aantal hypotheses rond de ontstaansgeschiedenis van Lier toegelicht. Tevens worden een aantal Romeinse en Karolingische vondsten getoond, gevonden op het Hoogveld.Colruyt Tongeren stelt vondsten tentoon in nieuwe winkel
Winkelketen Colruyt gaat in haar nieuwe vestiging in Tongeren een aantal van de vondsten tentoonstellen die werden ontdekt bij het archeologische onderzoek op de bouwwerf. Uit de vele munten, amfoorscherven en stukjes muurschildering mag blijken dat het Romeinse Tongeren een welvarende en internationale stad was. 'Limburger wereldburger' is blijkbaar geen recente uitvinding.
Bron: De Morgen, Het Nieuwsblad, De Standaard, Het Belang van Limburg10 augustus 2007
Laatmiddeleeuwse scheepsresten opgegraven in Schipperskwartier
Opgravingen aan het bouwproject 'Barreiro' in de Lange Schipperskapelstraat brachten uitzonderlijk goed bewaarde resten van een laatmiddeleeuwse ambachtelijke zone aan het licht. Drie grote rechthoekige kuipen worden voorlopig geïnterpreteerd als vlasrootputten. Opmerkelijk is dat de beschoeiing van de kuipen bestond uit vlechtwerk en gerecupereerd middeleeuws scheepshout.
De opgravingen aan het bouwproject Barreiro situeren zich ten noorden van de middeleeuwse stadskern, binnen de zogenaamde vierde stadsuitbreiding (1314-1410). Oorspronkelijk was dit een moerassig gebied, een natuurlijke buffer tussen de nederzetting en het rivierenlandschap waar Schelde en Schijn elkaar ontmoeten. In deze waterrijke noordelijke periferie waren tijdens de Middeleeuwen ambachten gevestigd die verband hielden met textiel: ververs, wevers, leerbewerkers,... Voor de uitoefening van hun beroep hadden deze ambachtslieden water nodig. Omwille van het vervuilend karakter van hun bezigheden waren zij aan de rand van de stad gevestigd. Het projectgebied was in de Late Middeleeuwen (1300-1500) vermoedelijk de werkplaats van vlasbewerkers.
Ten zuiden van dit gebouw werden houten palen ontdekt. Deze palen staan in verband met drie grote kuilen of kuipen. Hierin werd vers vlas enkele dagen of weken ondergedompeld in water om de vezels los te weken. Die konden dan verder verwerkt worden tot linnen. De zuidelijke kuip van ongeveer 20 op 14 meter werd bijna volledig in kaart gebracht. Tussen de twee noordelijke kuilen bevond zich een houten holle buis, als overloop van de oostelijke naar de westelijke kuil. Dit bewijst dat de kuilen op hetzelfde moment en met een gezamenlijke functie in gebruik waren. Het bovenste deel van de kuipen bestond uit vlechtwerk, het onderste uit houten planken en palen. Opmerkelijk is dat het gaat om recuperatiemateriaal van één of meerdere overnaads gebouwde middeleeuwse schepen.
Tim Bellens: tel. 03 232 92 08 - gsm 0473 99 35 05
Verantwoordelijke schepen: Philip Heylen 8 augustus 2007
De vijftien mooiste dorpen van Vlaanderen bekend
Kanne, Oud-Rekem, Gors-Opleeuw, Kasterlee, Hakendover, De Haan, Baarle-Hertog, Bazel, Watervliet, Deurle, Sint-Amands, Lissewege, Onze-Lieve-Vrouw Lombeek, Gaasbeek en Stuivenkenskerke ... zijn dé mooiste dorpen van Vlaanderen volgens het publiek en de expertenjury van 'Het mooiste dorp van Vlaanderen'. Zo'n 50.000 mensen stemden op hun favoriete dorp. Elke Vlaamse provincie mocht drie dorpen leveren voor de finale, die in de loop van 2008 plaatsvindt. Wetenschapskamp voor archeologen in spe
Onder leiding van verschillende archeologen van de Katholieke Universiteit Leuven ging afgelopen maandag een wetenschapskamp rond archeologie van start. Een twintigtal tieners ging aan de slag op een archeologische oefensite achter het Arenbergkasteel in Leuven. De enthousiaste jongelingen deden alvast verrassende vondsten die de komende drie dagen aan een natuurwetenschappelijk onderzoek onderworpen worden in het laboratorium.
Het project is een initiatief van de cel Wetenschapscommunicatie en de onderzoekseenheid Nabije Oosten Studies (project graven om te weten ) van de Katholieke Universiteit Leuven . De jongeren zijn afkomstig uit de verschillende Vlaamse provincies en vormen een leergierige en kritische groep. De vertegenwoordiging van de vrouwelijke deelnemers (vijf in totaal) moet alvast niet onderdoen voor het gros van de jongens. Annelies: "Gisteren hebben we een prospectie gedaan van het terrein en de waarschijnlijke vindplaatsen gemarkeerd met een ballon. Daarna hebben we een raster uitgezet. Vandaag zijn we in verschillende groepen beginnen te graven." Verschillende interessante vondsten kwamen te voorschijn: dierlijke en humane resten, een haardvuur, rioleringen en keramiek. Er wordt veel aandacht besteed aan de registratie van de vondsten, het opmeten van de site en de correcte conservering van de vondsten. Elke deelnemer houdt eveneens een persoonlijk logboek bij. 7 augustus 2007
Opgravingen aan Flanders Expo in Gent op volle toeren
Begin juni startte een archeologisch onderzoek op verschillende percelen rond Flanders Expo in Sint-Denijs-Westrem (stad Gent). In het verleden vond men bij werken voor de parkings rond Flanders Expo al nederzettingssporen uit de Metaaltijden, de Romeinse periode en de Middeleeuwen. Bij de nieuwe opgravingen kwamen tot nu toe al enkele IJzertijd-erven en sporen van een Romeinse nederzetting - met onder andere een potstalgebouw van 18 op 8 meter - aan het licht.
Volgens projectarcheoloog Johan Hoorne is de voorkennis over de site relatief groot. dankzij de werfcontroles tijdens de aanleg van de parking van Flanders Expo, hoewel veel verloren is gegaan. Tijdens deze controles werden onder andere een nederzetting uit de metaaltijden, een Romeinse nederzetting en een grafveld en een middeleeuwse nederzetting aangetroffen. "Begin juni zijn we gestart met proefsleuvenonderzoek, waaruit een deel van het terrein werd weerhouden voor verder onderzoek," vertelt archeologe Caroline Ryssaert. "Eind juni/begin juli zijn we dan begonnen met het openleggen van een ondertussen vrij groot vlak (een kleine 1ha vlakdekkend)."
Daarnaast stootten de archeologen ook op een een Romeinse nederzetting. Deze bestond uit een aantal grote kuilen en een mooie structuur: een potstalgebouw van ongeveer 18 bij 8 meter. Het gebouw heeft twee zware nokstaanders en twee rijen zware paalsporen als wand. In het noordoostelijke uiteinde bevond zich een donkere vlek, die te interpreteren is als de potstal. Een van de interessantste vondsten was een volledige maalsteen in een paalspoor. Daarnaast vonden de archeologen ook duidelijk dateerbaar aardewerk uit de late 2de eeuw tot begin 3de eeuw na Christus. Zowel lokaal aardewerk als ingevoerd aardewerk, waaronder ook terra sigillata, werd aangetroffen. Actiegroep naar Raad van State tegen verbouwingen gemeentehuis Niel
De Actiegroep Leefmilieu Rupelstreek trekt naar de Raad van State met het verzoek de werken aan het gemeentehuis van Niel stop te zetten. Ze vragen dat de bouwvergunning nietig wordt verklaard. Volgens de actiegroep schenden de werken het beschermde dorpsgezicht. "De gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar is sterk tekort geschoten," klinkt het. De actiegroep richt de klacht tegen het Vlaams Gewest, niet tegen de gemeente Niel.
Bron: Het Laatste Nieuws - 7 augustus 2007 6 augustus 2007
Luchtfoto's tonen honderden archeologische sporen in zuidelijke Westhoek
In februari startte een samenwerking tussen de intergemeentelijke archeologische dienst ARCHEO7 en de Universiteit Gent rond luchtfotografische prospectie van archeologische sporen in de gemeenten Heuvelland, Ieper, Langemark-Poelkapelle, Mesen, Poperinge, Vleteren en Zonnebeke. Tijdens het project werden 588 archeologische sporen in kaart gebracht. De analyse maakte duidelijk dat de regio over veel meer beschikt dan enkel een oorlogsverleden.
De Universiteit Gent brengt al vanaf het einde van de jaren zeventig archeologische sporen door middel van luchtfotografie in kaart. Het fotoarchief van de universiteit beschikt thans over een 65.000-tal opnames, waarvan 840 opnames van de zuidelijke Westhoek. In het kader van het samenwerkingsproject zijn deze opnames voor het eerst geanalyseerd: de luchtfoto’s zijn aandachtig onderzocht op de aanwezigheid van archeologische sporen, welke vervolgens geïnterpreteerd en gedigitaliseerd zijn in een Geografisch Informatie Systeem.
De samenwerking tussen ARCHEO7 (de intergemeentelijke archeologische dienst van de zuidelijke Westhoek) en de Gentse universiteit is mogelijk gemaakt dankzij subsidiëring van de Provincie West-Vlaanderen. De luchtfoto’s die in het kader van de huidige samenwerking zijn geanalyseerd werden gemaakt in de periode 1985-2005. De opnames zijn gemaakt door piloot/fotograaf J. Semey en na 2003 ook door piloot H. De Knuydt en archeoloog B. Stichelbaut. Het is de bedoeling van ARCHEO7 om in de toekomst nauw te blijven samenwerken met het prospectieteam van de Universiteit Gent. Naar verwachting zal een gesystematiseerde, intensieve luchtfotografische verkenning van de streek in de komende jaren verdere resultaten opleveren.
Meer info: archeologie@co7.be 4 augustus 2007
Antwerpse parkbegraafplaats Schoonselhof definitief beschermd
Naast de voorlopige bescherming van een aantal militaire begraafplaatsen, keurde minister Van Mechelen ook de definitieve bescherming van de parkbegraafplaats Schoonselhof in Antwerpen goed. "Het Schoonselhof wordt het Père-Lachaise van Vlaanderen genoemd omdat er zoveel beroemdheden begraven liggen. Het is echter belangrijk dat niet alleen de individuele graven van de bekenden bewaard blijven, maar ook de andere historische graven," stelt Van Mechelen.
Externe link: www.schoonselhof.beVan Mechelen beschermt 15 militaire begraafplaatsen
Vlaams minister Dirk Van Mechelen tekende deze week de voorlopige bescherming van vijftien Belgische militaire begraafplaatsen. De beschermingen passen in het kader van de thematische beschermingsaanpak van Van Mechelen. "Ik hoop dat deze bescherming een aanzet mag zijn voor de blijvende inzet voor het behoud van ons oorlogserfgoed," aldus de minister. Binnen het jaar moet nu een definitieve beslissing over de bescherming genomen worden.
Foto: WO II-kerkhof van Schurhoven (Luc Desager - Erf-goed.be). We zijn nog op zoek naar goede foto's van de nieuw beschermde begraafplaatsen voor onze website Erf-goed.be. Bijdragen welkom op vlaamserfgoed@gmail.com. 2 augustus 2007
Universiteit Gent bevraagt oud-studenten over opleiding archeologie
In het kader van de visitatie, georganiseerd door de Vlaamse Interuniversitaire Raad, van de opleidingen Archeologie in Vlaanderen wordt een grootschalige enquête georganiseerd voor alle afgestudeerden die de voorbije tien jaar de opleiding aan de Universiteit Gent voltooiden. Er wordt enerzijds gepeild naar de mening van afgestudeerden in verband met de opleiding zelf, anderzijds bestaat de enquête uit een bevraging naar het arbeidsleven van de afgestudeerde archeoloog.Vacature voor medewerker archeologisch depot
De provincie Zuid-Holland beschikt over een fraai archeologisch depot. Regelmatig wordt de collectie uitgebreid met met nieuwe eigen vondsten of overgedragen vondsten in bruikleen. De job omvat vooral het ordenen, selecteren, en (geautomatiseerd) registreren van deze vondsten alsook adviezen uitbrengen over archeologische onderzoeksrapporten. 1 augustus 2007
Archeologen Zonder Grenzen: "overleedene dienaaren" in Suid-Afrika
Liesbet Schietecatte licht voor ArcheoNet graag een tipje van de sluier op omtrent haar werkzaamheden in Zuid-Afrika. In het verlengde van het VIOE-project te Raversijde heeft ze aanvankelijk een paar maanden bij de maritieme afdeling van het South African Heritage Resources Agency gewerkt, maar sinds een paar maanden voert ze archiefonderzoek uit voor het Archaeology Contracts Office. Marcheren om de Slag van Passendale te herdenken
Van 30 juli tot 4 augustus wordt Ieper de thuisbasis voor een groep re-enactors die de Slag van Passendale willen herdenken. De groep bestaat uit actieve leden van het Britse leger, een aantal militaire geschiedkundigen en zelfs een paar slagveldarcheologen. In navolging van een gelijkaardige 'Pals March' vorig jaar aan de Somme, willen de deelnemers de 90ste verjaardag van de Derde Slag om Ieper gedenken.
Om 03.40 uur vertrekt de groep aan Dragoon Camp Cemetry en marcheert tot op Hill 62 (aankomst voorzien rond 12.00 uur). Om twintig voor 4 ‘s morgens worden her en der langs de noorlijke helft van de Salient vuurpijlen afgevuurd om de beginpositites van de Slag van Passendale te visualiseren.
Mars van Hill 60 (09.30 uur) over Hollebeke en Wijtschate tot op het markplein van Mesen (aankomst 12.00 uur)
Mars van het basiskamp op Cross Roads Farm (09.30 uur) naar de Duitse miliaire begraafplaats te Langemark (aankomst voorzien rond 11.00 uur). Daar wordt ter plaatse een korte ceremonie voorzien voor de Duitse oorlogsdoden.
Mars van Cross Roads Farm (09.00 uur) naar het Memorial museum in Zonnebeke (10.30 uur) en dan naar Passendaele (aankomst 13.00 uur).
