HomeKalenderForumContactLinks

Open Monumentendag: wonen in de prehistorie op de "Meirberg" | Studiedag geschiedenis en informatica

29 augustus 2007

Een donjon bij de Demer

Bij het vellen van enkele bomen en het frezen van de ondergrond kwamen in de tuin van het Kasteel van Rivieren, dat in een beschermd parklandschap ligt bij een meander van de Demer, zware muurresten van een vierkant gebouw aan het licht. Het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed (VIOE) registreert op dit ogenblik deze monumentale resten. Deze archeologische registratie gebeurt in samenwerking met de huidige bewoner van het kasteel en op vraag van het Agentschap R-O Vlaanderen - Onroerend Erfgoed.

De eerste vermelding van een slot op het domein van het kasteel van Rivieren gaat terug tot 1197, en de vroegste afbeeldingen van de donjon dateren van het einde van de 16de eeuw. Zij tonen een imposante toren die met een houten ophaalbrug verbonden is met het neerhof. Het hele complex is met een slotgracht omgeven. Van de middeleeuwse donjon of woontoren die alleen uit historisch bronnenmateriaal was gekend, zijn de gevonden muren de enige materiële resten.

Van de toren, die blijkbaar al in de 18de eeuw was verdwenen, rest enkel de kelderverdieping. Het archeologisch onderzoek van het muurwerk, dat toch nog meer dan 2 m hoog bewaard is gebleven, geeft nu al de eerste geheimen van de constructie prijs: minstens een deel van de ca 2,50 m brede fundering rust op zware in de natte ondergrond geheide houten palen. Naast kennis over de manier van funderen, leveren de palen mogelijk een datering van het bouwwerk d.m.v. dendrochronologisch onderzoek (studie van hun jaarringen).

Het onderzoek van de torenresten zal niet enkel onze kennis van dit gebouwtype verruimen. Het zal de archeologen vooral toelaten een nieuw stukje te plaatsen in de puzzel die de bewoningsgeschiedenis van het kasteeldomein én van Gelrode is.

Meer info: Dirk Pauwels (VIOE - opgravingscoördinator Vlaams-Brabant, 0477/56.03.91)

door Tijl | Opgravingen | Reacties (7)

Reageer op dit bericht

Op vraag van het VIOE werden enkele verduidelijkingen opgenomen in dit bericht.

door Tijl op 31 augustus 2007 15:10

Het verdrag van Malta stelt dat er opgegraven moet worden wanneer een site bedreigd wordt, of voor wetenschappelijk onderzoek of voor opleiding van studenten.
Is het niet zo dat de kans om een donjon op te graven en op een archeologische manier te onderzoeken zich niet elke dag voordoet? En dat het dus wetenschappelijk verantwoord is dit te doen?

Als we enkel en alleen nog opgraven wanneer een site (of meestal een klein deel ervan) bedreigd wordt, dan is dit ook niet bepaald wetenschappelijk en dan zal dit ook een vertekend beeld opleveren in het materiaal dat voorhanden is om te bestuderen.

door S. op 31 augustus 2007 14:20

Jongens jongens...vooraleer commentaar te spuien op deze of gene tuinman/archeoloog op deze pagina's, neem, zoals ik gedaan heb, de telefoon ter hand en bel Dirk Pauwels. Hij zal je met veel plezier uitleggen hoe de vork in de steel van de hark van de tuinman zit...en Wim T., het is iMpaCt. Dirk sorry als je overstelpt wordt met telefoontjes ;-)

door Tim Vanderbeken op 31 augustus 2007 12:04

Ging er geen vijver gegraven worden?

door Bert op 31 augustus 2007 11:37

alvast excuses aan degenen die zich op hun tenen getrapt zouden voelen, maar ik maakte even een link naar malta.
Bewaring van resten in situ? Niks opgraven dat niet bedreigd is? Conservatie-principes? Non-destructief onderzoek? Als ik het goed zie op het fotootje liggen de muren op enkele 10-tallen cm onder het grasveldje. Dat in combinatie met de enorme breedte ervan (2,5m, wohow) doet me vermoeden dat je met grondradar en aanverwante technieken toch ook het grondplan van deze gebouwen had kunnen localiseren. Om ze dan uiteraard in betere omstandigheden te kunnen bewaren en beschermen voor de toekomst.
Is er trouwens al aan gedacht hoe het nu verder moet met die resten? Gaat dat open blijven liggen of terug begraven worden? En op welke manier? Welke maatregelen zullen er getroffen worden om te verzekeren dat de resten die al 700 jaar bewaard zitten in de grond, ook de komende 7 eeuwen zullen overleven na hun blootlegging? Het lijkt me essentieel een antwoord op deze vragen te hebben (of er alvast al grondig over nagedacht te hebben) vooraleer aan een opgraving begonnen wordt.
Ook het kostenplaatje dat vasthangt aan het vrij houden van de resten (consolidatie, restauratie, onderhoud, omkadering) of de herbegraving ervan (consolidatie, drainage, geotex, heraanleg, ...) moet in mijn ogen in rekening gebracht worden. Opgraven om er dan zomaar hetzelfde zand weer op te smijten werkt echt niet hoor. Ook de collega-monumentenzorgers van het VIOE zulen dat beamen.

Of zijn de onderhoudswerken wel degelijk van een zodanig ingrijpende aard dat ze de resten definitief zullen doen verdwijnen?
In dat geval slik ik mijn kritische vragen met plezier weer in en zal ik meewarig het hoofd schudden voor het zoveelste stukje collectief erfgoed dat naar de eeuwige jachtvelden verdwijnt. Anderzijds hoop ik toch dat bovenstaande bedenkingen steeds meegenomen worden bij het plannen van een opgraving, zowel op "het terrein" als bij "het beheer"...

door raf op 30 augustus 2007 21:03

Frank,
die vraag stel ik me ook. Ik dacht dat - wij archeologen - ons nu dienen te werpen op bedreigde sites?! Of hebben de grasworteltjes zo'n inpakt op archeologische ondergrond?

door wim t op 30 augustus 2007 16:46

Ehum, onderhoudswerken in de tuin? Heeft de grasmaaier zich verslikt in een laatmiddeleeuws brokstuk, naar boven gewerkt door een naarstige mol? Mooie vondst, dat is zeker, maar het komt mij voor dat die tuin daar enigszins onder te lijden heeft. Is de tuinman nu niet héél erg boos? Tja, aan een gazon is niet zo heel erg veel verloren, vind ik persoonlijk, maar ik vraag mij af wat hier eigenlijk de reden is voor archeologisch onderzoek?

Frank

door Frank Kinnaer op 30 augustus 2007 1:13




Remember Me?

(you may use HTML tags for style)